← Nederland

Toeslagenverordening Wet werk en bijstand (Graft-De Rijp)

De raad van de gemeente Graft-De Rijp; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 november 2012, nr. 2012-058 Gelet op het bepaalde in de Wet Werk en Bijstand B E S L U I T : Vast te stellen de Toeslagenverordening Wet werk en bijstand; Hoofdstuk1ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1Begripsbepalingen 1Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand (WWB), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet. 2In deze verordening wordt verstaan onder: a. de wet: de Wet werk en bijstand (WWB); b. gezinsnorm: de norm bedoeld in artikel 21 eerste lid, van de wet; c. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente; d. woning: een woning als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, Wet op de huurtoeslag, als mede een woonwagen of woonschip, als bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de wet; e. woonkosten:1°. indien een huurwoning wordt bewoond, de per maand geldende huurprijs, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet op de huurtoeslag; 2°. Indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per maand omgerekende som van de verschuldigde hypotheekrente en de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten en een naar omstandigheden vast te stellen bedrag voor onderhoud; f. dak- of thuisloze: persoon zonder vaste woon- of verblijfplaats. Hoofdstuk2CATEGORIEËN Artikel2Categorieaanduiding 1Voor de belanghebbende aan wie bijstand kan worden verleend, geldt een categorieaanduiding. 2De categorieën worden aangeduid als: a. alleenstaande; b. alleenstaande ouder, of c. gezin. 3De bepalingen van deze verordening zijn uitsluitend van toepassing op alleenstaanden en alleenstaande ouders van 21 jaar of ouder maar jonger dan 65 jaar en op gezinnen waarvan alle meerderjarige gezinsleden 21 jaar of ouder maar jonger dan 65 jaar zijn. Hoofdstuk3CRITERIA VOOR HET VERHOGEN VAN DE NORM Artikel3Verhogingscriteria 1De toeslag als bedoeld in artikel 25 van de wet bedraagt: a. 20% van de gezinsnorm voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft en die daarom de noodzakelijke kosten van het bestaan niet kan delen; b. 10% van de gezinsnorm voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder die met één of meer anderen zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft en daarom de noodzakelijke kosten van het bestaan kan delen. 2Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende personen niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft: a. een kind als bedoeld in artikel 4, tweede lid van de wet; b. asielzoekers die buiten een opvangcentrum zijn gehuisvest. 3Een dak- of thuisloze heeft geen recht op een toeslag. 4In afwijking van het eerste lid heeft een alleenstaande van 21 jaar geen recht op een toeslag. 5In afwijking van het eerste lid bedraagt de toeslag voor een alleenstaande van 22 jaar 10% van de gezinsnorm indien in de woning van de alleenstaande geen ander zijn hoofdverblijf heeft en hij daarom de noodzakelijke kosten van het bestaan niet kan delen. Indien de alleenstaande zijn hoofdverblijf met één of meer anderen in dezelfde woning heeft en daarom de noodzakelijke kosten van het bestaan kan delen, heeft hij geen recht op een toeslag. 6In afwijking van het gestelde onder het derde lid kan een dak- en thuisloze in aanmerking komen voor een toeslag van 10 % van de gezinsnorm als hij aantoonbare woonkosten heeft. Hoofdstuk4CRITERIA VOOR HET VERLAGEN VAN DE NORM Artikel4Verlagen norm gehuwden 1 De verlaging als bedoeld in artikel 26 van de wet bedraagt 10% van de gehuwdennorm oor de belanghebbenden, die met één of meer anderen hun hoofdverblijf in dezelfde oning hebben en die daarom de noodzakelijke kosten van het bestaan kunnen delen. 2 Het tweede lid van artikel 3 van deze verordening is van overeenkomstige toepassing. Artikel5Verlaging wegens woonsituatie 1 De verlaging als bedoeld in artikel 27 van de wet bedraagt 20% van de gehuwdennorm, ndien een woning wordt bewoond waaraan voor de belanghebbende geen woonkosten erbonden zijn; 2De verlaging als bedoeld in het eerste lid wordt bij voorrang toegepast op de toeslag als bedoeld in artikel 3 van deze verordening. Artikel6Anti-cumulatiebepaling De toepassing van de artikelen 3 tot en met 6 van de verordening geschiedt zodanig, dat de oepasselijke bijstandsnorm ten minste bedraagt: a. 35% van de gehuwdennorm voor een alleenstaande b. 55% van de gehuwdennorm voor een alleenstaande ouder, c. 65% van de gehuwdennorm voor een gehuwden Hoofdstuk5SLOTBEPALINGEN Artikel7Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Het van toepassing verklaren van dit artikel wordt gemotiveerd in het besluit. Artikel8Inwerkingtreding 1 Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2013 Artikel9Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: “Toeslagenverordening Wet werk en bijstand” Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Graft-De Rijp, gehouden op 13 december 2012 de griffier de voorzitter B.A.F.M. Meijland H.R. Oosterop-van Leussen

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.