← Nederland

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Maastricht houdende regels omtrent bezwaarschriften voorkeursrechten 2026 (Maastricht)

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Maastricht houdende regels omtrent bezwaarschriften voorkeursrechten 2026De raad van de gemeente Maastricht, Gezien het initiatiefvoorstel van de heer J.E.M. Gorren van 22 januari 2026; overwegende dat voor de behandeling van bezwaarschriften door de gemeenteraad geen regeling bestond en dat een regeling nodig is voor (een commissie voor) de behandeling van bezwaarschriften in verband met het bestendigen van voorkeursrechten door de gemeenteraad van Maastricht; gelet op de artikelen 84 en 149 van de Gemeentewet; BESLUIT: Vast te stellen de Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Maastricht houdende regels omtrent bezwaarschriften voorkeursrechten

  1. Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1.1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: raad: gemeenteraad van Maastricht; primaire besluit: het besluit waartegen het bezwaar is gericht; bezwaarmaker: indiener van een bezwaarschrift; voorzitter: voorzitter van de commissie; secretaris: secretaris van de commissie. Artikel1.2Reikwijdte van de regeling Deze regeling is van toepassing op het voorbereiden en het nemen van beslissingen op bezwaar door de raad, doch uitsluitend voor de bezwaarschriften die zijn gericht tegen de door de raad bij voorkeursrechtbeschikking bestendigde voorkeursrechten, zoals die – voorlopig – door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht op 18 november 2025 zijn gevestigd. Hoofdstuk2De commissie Artikel2.1Instelling en samenstelling van de commissie 1.Er is een commissie die belast is met de voorbereiding van de beslissing op bezwaren tegen besluiten die vallen onder de reikwijdte van deze verordening. 2.De commissie bestaat uit vier leden en is opgebouwd uit de raadsgriffier, de domeingriffier, een jurist bezwaar en beroep (team juridisch advies en rechtsbescherming) en een concernjurist. 3.De concernjurist is belast met de rol van voorzitter van de commissie. 4.De raadsgriffier is belast met de rol van secretaris van de commissie. 5.De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op ieder moment ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. 6.De ontslagnemende voorzitter, secretaris of leden blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien. Hoofdstuk3Procedure behandeling door commissie Artikel3.1Vooronderzoek en mandaat 1.De voorzitter draagt er zorg voor dat al het noodzakelijk wordt gedaan om de behandeling van het bezwaarschrift genoegzaam voor te bereiden en kan uit eigen beweging dan wel op verlangen van de commissie inlichtingen inwinnen of laten inwinnen. Als daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het college van burgemeester en wethouders vereist. 2.De volgende bevoegdheden worden uitgeoefend door de voorzitter: het vragen om een machtiging, bedoeld in artikel 2:1, tweede lid, van de Awb; het stellen van een termijn, bedoeld in artikel 6:6 van de Awb; het verzenden van stukken tijdens de behandeling door de commissie, bedoeld in artikel 6:17 van de Awb; het ter inzage leggen van de op de zaak betrekking hebbende stukken, bedoeld in artikel 7:4, tweede lid, van de Awb. 3.De voorzitter kan deze bevoegdheden mandateren aan de secretaris van de commissie. Artikel3.2Datum en tijd van de hoorzitting 1.De commissie bepaalt plaats en tijd van de hoorzitting waarin de belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld door de commissie te worden gehoord. 2.De voorzitter nodigt de belanghebbenden ten minste twee weken vóór de hoorzitting schriftelijk uit. 3.Binnen vijf werkdagen na de uitnodiging kunnen de belanghebbende onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de hoorzitting te wijzigen. 4.De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt binnen vijf werkdagen na ontvangst van dit verzoek aan de bezwaarmaker meegedeeld. 5.De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen, genoemd in het tweede tot en met het vierde lid. Artikel3.3Openbaarheid hoorzitting 1.De zitting van de commissie vindt achter gesloten deuren plaats. 2.Het maken van beeld- en geluidsopnamen is niet toegestaan. Artikel3.4Gang van zaken tijdens hoorzitting 1.De voorzitter van de commissie regelt de gang van zaken tijdens de hoorzitting. De hoorzitting kan door de voorzitter worden geschorst. 2.De voorzitter kan, indien de orde tijdens de zitting dat naar zijn oordeel vereist, een of meer aanwezigen de toegang tot de bijeenkomst ontzeggen, de zitting zonder hen voortzetten of de zitting staken. Artikel3.5Verslag 1.In de beslissing op het bezwaarschrift of in een afzonderlijk document wordt zakelijk verslag gedaan van wat over en weer is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen. Indien een afzonderlijk verslag wordt opgemaakt, wordt dit ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de commissie. 2.Het verslag maakt melding van de omstandigheid dat de hoorzitting geheel achter gesloten deuren heeft plaatsgevonden. Artikel3.6Nader onderzoek 1.Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de commissie dit onderzoek houden. 2.De feiten of omstandigheden die hieruit worden verkregen en voor de op het bezwaar te nemen beslissing van aanmerkelijk belang kunnen zijn, worden aan de belanghebbenden en de raad toegezonden. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 7:9 van de Awb worden zij in de gelegenheid gesteld hierover te worden gehoord. 3.Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening die betrekking hebben op de hoorzitting, zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing. Artikel3.7Vergadering commissie 1.De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar uit te brengen advies. 2.De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies. 3.Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter. 4.Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift. 5.Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie ondertekend. Artikel3.8Het advies 1.Indien naar haar oordeel de termijn, genoemd in artikel 7:10, eerste lid, van de Awb, ontoereikend is voor het uitbrengen van een advies en het nemen van een beslissing, kan de commissie de beslissing verdagen. 2.Van een besluit tot verdaging ontvangen de belanghebbenden en de raad een afschrift. Hoofdstuk4Afsluitende bepalingen Artikel4.1Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van het gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst. Artikel4.2Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de bezwaarschriften voorkeursrechten 2026 (gemeenteraad). Aldus besloten door de raad der gemeente Maastricht in zijn openbare vergadering van 3 maart 2026.De Griffier,P. PeetersDe Voorzitter,W.A.G. HillenaarTOELICHTING Deze verordening is door de gemeenteraad vastgesteld om een aantal redenen. In de eerste plaats wijst de praktijk uit dat slechts zeer zelden bezwaar wordt gemaakt tegen raadsbesluiten. Sommige raadsbesluiten worden voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, waardoor tegen deze raadsbesluiten geen bezwaar open staat. Dat is wel het geval als de gemeenteraad een voorkeursrechtbeschikking neemt. Gelet op de omstandigheid dat het college van B&W van de gemeente Maastricht op 18 november 2025 een aantal voorkeursrechten heeft gevestigd, is het wenselijk om te voorzien in een regeling die specifiek ziet op de behandeling van en de werkwijze bij bezwaren tegen de voorkeursrechtbeschikking van de raad. Een groot aantal bepalingen over de behandeling van bezwaarschriften is geregeld in de Algemene wet bestuursrecht. Hierin is onder andere bepaald tegen welke besluiten bezwaar mogelijk is, en is een groot aantal procedurele bepalingen opgenomen. De onderhavige verordening heeft enkel werking bij de behandeling van bezwaarschriften tegen de voorkeursrechtbeschikking van de gemeenteraad ter bestendiging van de voorlopige voorkeursrechten gevestigd door het college van burgemeester en wethouders bij besluiten van 18 november
  2. In verband met de bijzondere tijd, daags voor de gemeenteraadsverkiezingen, en het gegeven dat voor de afhandeling van bezwaren wettelijke termijnen gelden, heeft de raad ingestemd om analoog aan de bezwaarprocedure bij het college, een ambtelijke commissie samen te stellen (en dus geen externe bezwaarcommissie) bestaande uit de raadsgriffier, de domeingriffier, een jurist bezwaar en beroep (team juridisch advies en rechtsbescherming) en een concernjurist. Daarmee is de continuïteit gewaarborgd; de bezwaarprocedure zal namelijk door lopen in de periode dat er gemeenteraadsverkiezingen zijn en er nog geen nieuwe raadsleden geïnstalleerd zijn. Bovendien is hiermee ook gewaarborgd dat niemand die bij het primaire besluitvormingsproces betrokken was, bij de behandeling van het bezwaar wordt betrokken. Met de nieuw geïnstalleerde gemeenteraad zal aan een algemeen voorstel worden gewerkt om te voorzien in een verordening voor de bezwaarprocedure tegen gemeenteraadsbesluiten die generiek kan worden toegepast en aldus een breder toepassingsbereik heeft dan louter de voorkeursrechtbeschikkingen die door de gemeenteraad worden genomen ter bestendiging van de voorkeursrechtbeschikkingen van het college van burgemeester en wethouders van 18 november 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.