← Nederland

Subsidieverordening Welzijn Graft-De Rijp 2007 (Graft-De Rijp)

De raad van de gemeente Graft-De Rijp; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 november 2006, nummer 2006-083; gelet op de Gemeentewet en Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht; overwegende dat een eenvoudig subsidie-instrument ten goede komt aan de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid; Besluit: vast te stellen de volgende Subsidieverordening Welzijn Graft-De Rijp 2007 HoofdstukIAlgemene Bepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen a. Awb: de Algemene wet bestuursrecht. b. Subsidie: een subsidie als bedoeld in artikel 4:21 Awb te weten “de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten”. c. Waarderingssubsidie: door middel van deze vorm van subsidiering wordt blijk gegeven voor een bepaald initiatief. De omvang van de toe te kennen financiële bijdrage houdt geen verband met de daadwerkelijke kosten die een instelling moet maken. d. Activiteitensubsidie: bij deze vorm van subsidiering wordt subsidie verleend in ruil voor te ontplooien activiteiten. e. Exploitatiesubsidie: een subsidievorm, waarbij de te verlenen subsidie bestaat uit een deel van de exploitatielasten van de subsidieontvanger of organisatie en waarbij geen meetbare relatie bestaat tussen de verleende subsidie en de te ontplooien activiteiten of te leveren prestaties is. f. Projectsubsidie: subsidies die ten behoeve van de realisatie van een specifiek project worden verstrekt. g. Subsidieplafond: een bedrag zoals bedoeld in artikel 4:22 Awb te weten “het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens een bepaald wettelijk voorschrift”. h. Activiteitenplan: een overzicht van door de instelling voorgenomen activiteiten, voor zover mogelijk uitgedrukt in meetbare prestaties. i. Welzijnssubsidie- een verzameling van subsidiebeschikkingen welke voor een daarin jaarprogramma: bepaald begrotingsjaar de financiële inspanning van de gemeente ten behoeve van instellingen werkzaam op het gebied van welzijn, cultuur, sport en volksgezondheid omvatten. j. Instelling: een organisatie die zich ten doel stelt zonder winstoogmerk activiteiten te ontplooien welke passen binnen de beleidsterreinen die vallen binnen de werking van deze verordening. Artikel2Reikwijdte van de verordening 1Subsidies kunnen worden verstrekt voor activiteiten op het terrein van welzijn, cultuur, sport en volksgezondheid. 2Burgemeester en wethouders kunnen krachtens hierbij verleende delegatie van verordenende bevoegdheid, dan wel bij beleidsregels de activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt, met inbegrip van de criteria, de specifieke grondslagen en voorwaarden bij de verdeling van subsidies, nader preciseren. 3Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat deze verordening niet of slechts ten dele van toepassing is op bepaalde subsidieontvangers c.q. het geheel van subsidies op een of meer beleidsterreinen. Artikel3Algemene eisen 1Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie dient de instelling rechtspersoonlijkheid te bezitten, waarvan de bewijsstukken eenmalig ten genoegen van burgemeester en wethouders dienen te worden overgelegd. 2Een gesubsidieerde instelling is verplicht van wijziging in de statuten, waarvan redelijkerwijze kan worden aangenomen dat deze van belang is of kan zijn bij de beoordeling van een subsidieaanvraag, onverwijld mededeling te doen aan burgemeester en wethouders onder overlegging van een afschrift van die gewijzigde statuten. 3In bijzondere gevallen kan subsidie verleend worden ten behoeve van door natuurlijke personen georganiseerde activiteiten. De in deze verordening opgenomen bepalingen vinden dan voor zover mogelijk overeenkomstige toepassing. 4Subsidiëring van activiteiten heeft slechts plaats voor zover deze in voldoende mate in het algemeen gemeentelijk belang worden geacht. Artikel4Subsidiecategorieën 1De volgende categorieën worden onderscheiden: a. eenjarige subsidie: een subsidie die wordt verleend voor een periode van een kalenderjaar; b. incidentele subsidie: een subsidie die in beginsel eenmalig wordt verleend ten behoeve van de uitvoering van daarbij specifiek aangegeven activiteiten. 2De in het eerste lid onder a. bedoelde subsidiecategorie kan nader worden onderverdeeld in waarderings-, activiteiten- en exploitatiesubsidies. Projectsubsidie is een voorbeeld van een in het eerste lid onder b. bedoelde incidentele subsidie. Artikel5Bevoegdheden 1De gemeenteraad stelt jaarlijks in het kader van de begrotingsbehandeling de budgetten vast die voor subsidiëring beschikbaar zijn. 2Burgemeester en wethouders kunnen met inachtneming van de desbetreffende begrotingsposten, gespecificeerd naar de desbetreffende subsidievormen c.q. te onderscheiden beleidsterreinen/programma’s, een of meerdere subsidieplafonds vaststellen. 3Burgemeester en wethouders zijn krachtens delegatie bevoegd besluiten te nemen betreffende de verlening en vaststelling van de in artikel 4 genoemde subsidiecategorieën, voor zover de in de gemeentebegroting voor dat doel opgenomen gelden toereikend zijn, en met inachtneming van door de gemeenteraad ter zake gestelde beperkingen. 4Burgemeester en wethouders zijn, krachtens delegatie, ten aanzien van de in artikel 4 genoemde subsidiecategorieën bevoegd besluiten te nemen tot intrekking of wijziging van de subsidiebeschikkingen. Onder subsidiebeschikkingen moet worden begrepen het verlenen van voorschotten, de betaling van voorschotten of subsidiebedragen, betaling van subsidiebedragen in gedeelten, opschorting van de verplichting tot betaling van voorschotten of subsidiebedragen, terugvordering van onverschuldigd betaalde voorschotten en subsidiebedragen en alle overige ter zake van subsidiëring te nemen uitvoeringsbeslissingen, waaronder het beslissen op bezwaarschriften tegen subsidiebesluiten. 5Burgemeester en wethouders doen van hun krachtens het derde en vierde lid genomen besluiten mededeling aan de desbetreffende raadscommissie(s). Artikel6Weigeringsgronden 1Subsidieverlening dan wel subsidievaststelling zonder dat een subsidieverlening is voorafgegaan kan naast de in artikel 4:25 Awb en 4:35 Awb geregelde gevallen in ieder geval ook geweigerd worden indien: a. de activiteiten van de aanvrager niet gericht zijn op of niet aanwijsbaar ten goede komen aan inwoners van de gemeente; b. de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden kan beschikken om de kosten van zijn activiteiten te dekken; c. subsidieverstrekking niet past binnen de op het betreffende beleidsterrein gevoerde beleid, dan wel de betreffende activiteiten in dat kader onvoldoende prioriteit hebben. 2Burgemeester en wethouders zijn krachtens delegatie van verordenende bevoegdheid, dan wel bij beleidsregels, aanvullende criteria voor de verstrekking van subsidie vaststellen. Artikel7Prioriteit Indien een subsidieplafond dreigt te worden overschreden geven burgemeester en wethouders, onverminderd het bepaalde bij of krachtens artikel 6, bij de verdeling van de beschikbare bedragen die aanvragen voorrang, waarvan de inwilliging in vergelijking met andere aanvragen naar verwachting: a. van meer belang is voor het gemeentelijk (welzijns)beleid, en b. meer zal bijdragen aan verwezenlijking van het doel van de subsidie. Artikel8Voorwaarden en verplichtingen 1Burgemeester en wethouders kunnen aan een subsidiebeschikking voorwaarden en verplichtingen verbinden. 2Deze kunnen onder meer verplichtingen bevatten met betrekking tot de verwezenlijking van het doel van de subsidie. 3Verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie kunnen aan de beschikking worden verbonden indien en voor zover deze betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht. 4De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie dat daaruit gedurende zeven jaren na afloop van de gesubsidieerde activiteit de van belang zijnde rechten en verplichtingen, evenals de betalingen en de ontvangsten kunnen worden nagegaan. Artikel9Nadere regels Burgemeester en wethouders kunnen, onverminderd het bepaalde in de artikelen 2, tweede lid, en 6, tweede lid, krachtens delegatie van verordenende bevoegdheid, dan wel bij beleidsregels, regels vaststellen met betrekking tot de wijze van indiening en afhandeling van aanvragen, aan de subsidiebeschikking te verbinden voorwaarden en verplichtingen en de maximaal te verlenen subsidie. Artikel10Toezichthouders Burgemeester en wethouders kunnen een of meer toezichthouders aanwijzen die zijn belast met het toezicht op de naleving van aan de ontvanger van de subsidie opgelegde verplichtingen. Artikel11Rechten van de mens 1Behoudens voor zover er sprake is van een op een specifieke doelgroep gerichte activiteit, dienen de activiteiten van de instelling open te staan voor alle groeperingen zonder onderscheid naar ras, godsdienst, levensovertuiging, sekse of seksuele geaardheid. 2De activiteiten van de instelling mogen in geen enkel opzicht strijdig zijn met de op grond van internationale verdragen erkende rechten van de mens. HoofdstukIIEenjarige subsidies Afdeling1Waarderingssubsidie Artikel12Aanvraag 1Om in aanmerking te komen voor een eenjarige waarderingssubsidie, dient de aanvrager vóór 1 mei van het jaar, voorafgaand aan het subsidiejaar, een aanvraag in, welke tenminste vergezeld gaat van de volgende op het subsidiejaar betrekking hebbende bescheiden: a. Een volledig ingevuld, door burgemeester en wethouders vastgesteld, aanvraagformulier. 2Burgemeester en wethouders kunnen de aanvrager verzoeken aanvullende informatie te verstrekken. Artikel13Subsidieverstrekking 1Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks vóór aanvang van het subsidiejaar de eenjarige waarderingssubsidies vast, middels opneming in het Welzijnssubsidiejaarprogramma. 2Burgemeester en wethouders beslissen gelijktijdig bij de vaststelling van het Welzijnssubsidiejaarprogramma over de aanvragen waarover geen overeenstemming met de aanvrager is bereikt c.q. de aanvragen die worden afgewezen. Artikel14Betaalbaarstelling De waarderingssubsidie wordt bij aanvang van het subsidiejaar betaalbaar gesteld. Afdeling2Activiteitensubsidie of exploitatiesubsidie Artikel15Aanvraag 1Om in aanmerking te komen voor een eenjarige activiteiten- of exploitatiesubsidie, dient de aanvrager vóór 1 mei van het jaar, voorafgaand aan het subsidiejaar, een aanvraag in, welke tenminste vergezeld gaat van de volgende op het subsidiejaar betrekking hebbende bescheiden: a. Een volledig ingevuld, door burgemeester en wethouders vastgesteld, aanvraagformulier. b. de begroting; c. het activiteitenplan; d. een rekening van baten en lasten en een balans met een toelichting daarop, voorafgaand aan het jaar van indiening. 2Voor zover de aanvrager van een eenjarige activiteiten- of exploitatiesubsidie voor dezelfde activiteit tevens subsidie heeft aangevraagd bij een of meer andere bestuursorganen, doet hij daarvan mededeling in de aanvraag, onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag of aanvragen. 3Burgemeester en wethouders kunnen de instelling verzoeken aanvullende informatie te verstrekken. Artikel16Subsidieverstrekking 1Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks vóór aanvang van het subsidiejaar de eenjarige activiteiten- of exploitatiesubsidie vast, middels opneming in het Welzijnssubsidiejaarprogramma. Indien een eenjarige activiteiten- of exploitatiesubsidie wordt verstrekt onder voorwaarden, geschiedt subsidieverstrekking door middel van een verleningsbeschikking. 2Burgemeester en wethouders beslissen gelijktijdig bij de vaststelling van het Welzijnssubsidiejaarprogramma over de aanvragen waarover geen overeenstemming met de aanvrager is bereikt c.q. de aanvragen die worden afgewezen. Artikel17Betaalbaarstelling 1De subsidie wordt bij aanvang van het subsidiejaar betaalbaar gesteld, met dien verstande dat voor bedragen vanaf € 50.000,-- de subsidie in vier termijnen wordt verstrekt. 2Bij die subsidieontvangers waarvan de betaalde subsidie over enige voorgaande periode krachtens onherroepelijke beschikking als bedoeld in artikel 4:57 Awb teruggevorderd wordt, wordt het teruggevorderde bedrag verrekend met de betaalbaar te stellen termijnbedragen. Artikel18Indexering Bij die instellingen, die personeel in vast dienstverband hebben, vindt op de subsidie van het voorafgaande jaar een indexering plaats, gelijk aan de indexering van het gemeentefonds. Artikel19Afrekening 1Indien een afzonderlijke aanvraag tot subsidievaststelling voorgeschreven is, moet deze uiterlijk 1 mei van het jaar, volgend op het subsidiejaar waarover subsidie is verleend, bij burgemeester en wethouders zijn ingediend. 2Burgemeester en wethouders zijn bevoegd van de onder 1 genoemde datum af te wijken, indien hiertoe een met redenen omkleed verzoek om uitstel schriftelijk wordt ingediend. De periode van uitstel kan maximaal vier weken bedragen. 3De aanvraag tot vaststelling gaat in ieder geval vergezeld van: a. een verslag van de verrichte activiteiten in het subsidiejaar; b. een rekening van baten en lasten en een balans met een toelichting daarop. 4Burgemeester en wethouders kunnen aanvullend aan de in de subsidiebeschikking opgenomen voorwaarden nadere voorschriften vaststellen, waaraan de in lid 2 bedoelde gegevens moeten voldoen. 5Burgemeester en wethouders kunnen van een organisatie verlangen dat een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek wordt overlegd. 6Burgemeester en wethouders kunnen, ook ingeval geen afzonderlijke aanvraag tot subsidievaststelling is voorgeschreven, eisen dat de instelling na afloop van het subsidiejaar binnen een door hen te bepalen termijn een financieel verslag en/of een verslag van de activiteiten indient. 7Burgemeester en wethouders beslissen binnen 8 weken op een aanvraag tot vaststelling van de subsidie en doen daarvan mededeling aan de desbetreffende raadscommissie(s). HoofdstukIIIIncidentele subsidies Artikel20Aanvraag 1Een aanvrager die in aanmerking wil komen voor een incidentele subsidie ten behoeve van een eenmalige activiteit, dient daartoe een aanvraag in bij burgemeester en wethouders. De aanvraag dient vergezeld te gaan van een gespecificeerde begroting en een beschrijving van de geplande activiteit. Burgemeester en wethouders kunnen de instelling verzoeken aanvullende informatie te verstrekken. 2Voor zover de aanvrager van een incidentele subsidie voor dezelfde activiteit tevens subsidie heeft aangevraagd bij een of meer andere bestuursorganen, doet hij daarvan mededeling in de aanvraag, onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag of aanvragen. 3Incidentele subsidies kunnen worden verstrekt: a. op basis van een door burgemeester en wethouders vast te stellen verdeelprogramma, of b. door middel van behandeling van subsidieaanvragen op volgorde van binnenkomst. Artikel21Behandeling door middel van verdeelprogramma Indien burgemeester en wethouders besluiten tot het opstellen van een verdeelprogramma, zoals bedoeld in artikel 20, derde lid, onder a, kunnen zij regels vaststellen met betrekking tot de wijze van indiening en afhandeling van subsidieaanvragen, de termijnen voor indiening van subsidieaanvragen en de termijnen voor vaststelling van de subsidie. Artikel22Behandeling op volgorde van binnenkomst Indien burgemeester en wethouders besluiten tot het behandelen van subsidieaanvragen op volgorde van binnenkomst, zoals bedoeld in artikel 20, derde lid, onder b, wordt de aanvraag voor een incidentele subsidie voor de aanvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd ingediend. Artikel23Subsidieverstrekking 1Subsidieverlening krachtens dit hoofdstuk heeft plaats middels een eenmalige subsidievaststelling, tenzij in de subsidiebeschikking uitdrukkelijk anders is bepaald. 2Ingeval een afzonderlijke aanvraag tot subsidievaststelling voorgeschreven is, moet deze binnen 3 maanden na afloop van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend worden ingediend, tenzij de beschikking tot subsidieverlening een andere termijn bepaalt. 3De aanvraag tot vaststelling gaat in ieder geval vergezeld van een financieel verslag en een activiteitenverslag. 4Burgemeester en wethouders kunnen, ook ingeval geen afzonderlijke aanvraag tot subsidievaststelling voorgeschreven is, eisen dat de subsidieontvanger na afloop van de activiteiten binnen een door hen te bepalen termijn een financieel verslag en/of een verslag van de activiteiten indient. HoofdstukIVSlotbepalingen Artikel24Ontheffing Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in individuele gevallen van een of meer bepalingen van deze verordening voor een daarbij bepaalde duur ontheffing te verlenen. Artikel25Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2007. Artikel26Overgangsbepaling Deze verordening is niet van toepassing op subsidies die voor 1 januari 2007 zijn verleend of vastgesteld. Artikel27Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als “Subsidieverordening Welzijn Graft-De Rijp 2007”. In te trekken de navolgende verordening: “Algemene subsidieverordening Graft-De Rijp” en te bepalen dat deze intrekking ingaat op de datum van inwerkingtreding van de Subsidieverordening Welzijn Graft-De Rijp 2007. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Graft-De Rijp, gehouden op 21 december 2006, ,de voorzitter ,griffier

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.