Verordening hondenbelasting 2011 De raad van de gemeente Reimerswaal; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 2 november 2010, nummer 10.038074; gelet op artikel 226, van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de Verordening hondenbelasting 2011 Artikel1Belastbaar feit Onder de naam "hondenbelasting" wordt een directe belasting geheven terzake van het houden van een hond binnen de gemeente. Artikel2Belastingplicht 1Belastingplichtig is de houder van een hond. 2Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is. 3Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden. Artikel3Vrijstellingen 1De belasting wordt niet geheven ter zake van honden: 1die uitsluitend dienen om blinde personen en gehandicapten te leiden; 2waarvan de houder in het bezit is van een geldend diploma der Koninklijke Nederlandse Politiehonden Vereniging, mits de houder zich verbindt zijn hond met een geleider, aan wiens bevelen hij gehoorzaamt, op aanvraag ter beschikking van de politie te stellen; 3die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden. Artikel4Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven per hond, met dien verstande dat meer dan één hond in één aanslag kan worden begrepen. Artikel5Belastingtarief 1De belasting bedraagt per belastingjaar: a. voor een eerste hond € 56,28; b. voor iedere hond boven het aantal van één € 66,
- 2In afwijking in zoverre van de voorgaande leden bedraagt de belasting voor honden, gehouden in kennels die zijn geregistreerd bij de Raad van beheer op kynologisch gebied in Nederland per kennel € 231,00 per jaar. Artikel6Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar Artikel7Wijze van heffing De belasting wordt geheven door middel van aanslag. Artikel8Ontstaan van belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1De belasting is verschuldigd bij de aanvang van het belastingjaar of, indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, bij de aanvang van de belastingplicht. 2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de hogere belasting ter zake van het toegenomen aantal honden, verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten als er in dat jaar, na het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht respectievelijk de toename van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. 3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, wordt geheel of gedeeltelijk ontheffing verleend over zoveel twaalfde gedeelten als er in dat jaar, na het tijdstip van de beëindiging van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel9Termijnen van betaling 1De aanslagen die worden opgelegd in het kalenderjaar waarop zij betrekking hebben, moeten worden betaald binnen drie maanden en wel in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand, volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 100,--, het aanslagbiljet betrekking heeft op een onroerende zaak niet zijnde een bedrijf, de belastingplichtige een natuurlijk persoon is en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingplichtige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het kalenderjaar overblijven met een minimum van drie maanden. De eerste termijn vervalt een maand na dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3Van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen tot € 100,-- worden in twee gelijke termijnen automatisch geïncasseerd. De eerste termijn vervalt een maand na dagtekening van het aanslagbiljet en de tweede termijn vervalt twee maanden na dagtekening. 4Andere aanslagen dan die genoemd in het eerste, tweede en derde lid, moeten worden betaald binnen drie maanden en wel in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand, volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 5De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in lid 1, 2, 3 en 4 gestelde termijnen. Artikel10Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de hondenbelasting. Artikel11Kwijtschelding Bij de invordering van hondenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend vanaf een tweede hond. Artikel12Inwerkingtreding en citeertitel 1De "Verordening hondenbelasting 2010" van 24 november 2009 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking. 3De datum van ingang van de heffing is 1 januari
- 4Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening hondenbelasting 2011". Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Reimerswaal, gehouden op 23 november 2010.De griffier, T. JansenDe voorzitter, A.J. Huisman