← Nederland

Coördinatieverordening Gemeente Haarlem 2026 (Haarlem)

Coördinatieverordening Gemeente Haarlem 2026De raad van de gemeente Haarlem; Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders met kenmerk 2026/5869, Gelet op artikel 147 van de Gemeentewet en artikel 3:20 sub a van de Algemene wet bestuursrecht; Gehoord de commissie Ontwikkeling, Besluit vast te stellen: De Coördinatieverordening Gemeente Haarlem 2026 Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: aanvrager: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die een aanvraag om een omgevingsvergunning heeft ingediend en/of een aanvraag om een wijziging van het omgevingsplan heeft ingediend; coördineren: het gelijktijdig en in samenhang voorbereiden van besluiten in één gezamenlijke procedure volgens de coördinatieregeling van afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met artikel 16.14a van de Omgevingswet; coördinatiebesluit: coördinatiebesluit als bedoeld in artikel 3:20 onder b van de Algemene wet bestuursrecht; omgevingsvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet; omgevingsplan: plan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet; omgevingsplanactiviteit: omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1 eerste lid onder a van de Omgevingswet. Artikel2Reikwijdte van de verordening 1.Deze verordening is van toepassing op het coördineren van in ieder geval een wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Haarlem en een daarmee samenhangende omgevingsvergunning voor een of meerdere omgevingsplanactiviteiten; 2.Besluiten waarvoor Gedeputeerde Staten en/of een Minister het bevoegd gezag is, vallen buiten de reikwijdte van deze verordening; 3.Besluiten waarvoor instemming nodig is van Gedeputeerde Staten en/of een Minister vallen buiten de reikwijdte van deze verordening. Artikel3Gevallen waarin besluiten kunnen worden gecoördineerd Het college van burgemeester en wethouders kan, al dan niet op verzoek, de besluiten als bedoeld in artikel 2 lid 1 coördineren indien: het college heeft vastgesteld dat zich geen belemmeringen als bedoeld in artikel 4 voordoen; en de aanvrager tevens een schriftelijk verzoek om de toepassing van coördinatie heeft ingediend, dan wel zich schriftelijk akkoord heeft verklaard met de gecoördineerde voorbereiding en met de gevolgen die dat voor de aanvrager heeft, tenzij de aanvrager het college betreft. Artikel4Gevallen waarin geen coördinatie op grond van deze verordening plaatsvindt In de volgende gevallen is een gecoördineerde voorbereiding op grond van deze verordening niet mogelijk: indien op grond van artikel 16.43 van de Omgevingswet een milieueffectrapport opgesteld moet worden en het geen deelrapport betreft van een grotere ontwikkeling waarvoor al een milieueffectrapport is opgesteld; indien geen overeenkomst in de zin van artikel 13.13 van de Omgevingswet is aangegaan ter zake van het project of de projecten waarop de besluiten betrekking hebben, en in (het besluit over) de wijziging van het omgevingsplan geen regels zijn opgenomen over kostenverhaal als bedoeld in afdeling 13.6 van de Omgevingswet; indien het verhaal van schade niet verzekerd is door middel van een overeenkomst als bedoeld in artikel 13.3c van de Omgevingswet. Artikel5Procedureregeling 1.Op de coördinatie van besluiten is afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing; 2.Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem is het aangewezen coördinerend bestuursorgaan als bedoeld in artikel 3:21 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel6Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking in het Gemeenteblad. Artikel7Intrekking De Coördinatieverordening Gemeente Haarlem (Gemeenteblad, nr. 334465, d.d. 16 dec. 2020) wordt ingetrokken per datum van de inwerkingtreding van deze verordening. Artikel8Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Coördinatieverordening Gemeente Haarlem 2026 Toelichting bij de Coördinatieverordening Gemeente Haarlem 2026 Algemeen Afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gaat over coördinatie van de behandeling van samenhangende besluiten. Het regelt één uniforme procedure voor de voorbereiding, totstandkoming en rechtsbescherming (bezwaar en beroep) van besluiten. De procedures voor de wijziging van het omgevingsplan en voor de omgevingsvergunning(

  1. en)worden dus gecombineerd tot één procedure. Tegen de besluiten die met de wijziging van het omgevingsplan gecoördineerd worden voorbereid kan rechtstreeks beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De gecoördineerde besluiten worden in beroep als één besluit aangemerkt. Op basis van artikel 16.8 van de Omgevingswet (Ow) kan vrijwillig een coördinatiebesluit worden genomen waarbij afdeling 3.5 van de Awb van toepassing wordt verklaard op de voorbereiding van (onder andere) een wijziging van het omgevingsplan. Artikel 16.14a van de Ow geeft in het bijzonder voor het omgevingsrecht een voorziening voor het coördineren van de wijziging van het omgevingsplan met een omgevingsvergunning. Dit artikel bewerkstelligt dat voor beslissingen op aanvragen om een omgevingsvergunning voor een activiteit die in strijd is met het omgevingsplan, waarvan de voorbereiding samengaat met de wijziging van het omgevingsplan, het dan gewijzigde omgevingsplan geldt als beoordelingskader (de inwerkingtreding van het omgevingsplan hoeft dus niet afgewacht te worden). In artikel 16.7 van de Ow is een aantal situaties opgenomen waarin de toepassing van coördinatie verplicht is gesteld. Deze verordening ziet uitsluitend toe op de coördinatie van specifieke gevallen waar dit vanuit de wet niet verplicht is. Om te voorkomen dat voor ieder individueel geval een coördinatiebesluit als bedoeld in artikel 3:20 onder b van de Awb moet worden genomen, voorziet deze verordening als zijnde een wettelijk voorschrift als bedoeld in artikel 3:20 onder a van de Awb in een algemeen afwegingskader waarbinnen gebruik mag worden gemaakt van de mogelijkheid tot het coördineren van de wijziging van het omgevingsplan en een daarmee verband houdende omgevingsvergunning. Op grond van artikel 149 van de Gemeentewet kan de gemeenteraad een coördinatieverordening vaststellen voor het coördineren van een wijziging van het omgevingsplan met omgevingsvergunning(en). Artikelsgewijs Artikel 1 Begripsbepalingen In artikel 1 worden de gehanteerde begrippen omschreven. Onder het begrip ‘aanvrager’ wordt ook het bevoegd gezag zoals het college van burgemeester en wethouders verstaan. Ook in dat geval kan een gecoördineerde procedure worden toegepast. Artikel 2 Reikwijdte van de verordening Artikel 2 benadrukt dat de coördinatieregeling in ieder geval ziet op het coördineren van de procedure van een wijziging van het omgevingsplan met een daarmee samenhangende omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken (‘het ruimtelijk bouwen’) op grond van artikel 5.1. lid 1 sub a van de Omgevingswet. Alleen omgevingsvergunningen waarvoor geen instemming nodig is van Gedeputeerde Staten en/of de Minister kunnen op basis van deze coördinatieverordening gecoördineerd worden. Hiervoor is gekozen om de toepassing van de coördinatieverordening minder ingewikkeld te maken en om de vaart in de procedure te kunnen houden. Dit betekent dat wanneer instemming nodig is, coördinatie alleen op basis van een apart coördinatiebesluit mogelijk is. Ook wanneer de wijziging van het omgevingsplan via een delegatiebesluit is gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders, kan deze verordening toegepast worden. Artikel 3 Gevallen waarin besluiten kunnen worden gecoördineerd In dit artikel is bepaald onder welke omstandigheden het college een coördinatiebesluit kan nemen. De daarin genoemde voorwaarden zijn cumulatief. In de eerste plaats is voor het nemen van een coördinatiebesluit vereist dat sprake is van besluiten als bedoeld in artikel 2 lid1 van deze verordening. Daarnaast dient geen sprake te zijn van een geval waarin coördinatie is uitgesloten, genoemd in artikel 2 lid 2 en lid 3 van deze verordening. Artikel 4 Gevallen waarin geen coördinatie op grond van deze verordening plaatsvindt In dit artikel staat in welke gevallen coördinatie niet mogelijk is. Lid 1 sub a en b sluiten uit dat besluiten gecoördineerd worden voorbereid, terwijl de uitkomst van de voorbereiding nog onzeker is. Zolang nog een milieueffectrapport opgesteld moet worden is niet duidelijk welk alternatief de voorkeur heeft. Het gaat hier specifiek om een MER die uitgevoerd moet worden bij de wijziging van het omgevingsplan of ten behoeve van de te coördineren omgevingsvergunning. Dit artikel heeft geen betrekking op bij- voorbeeld een planMER die is uitgevoerd bij een bovenliggende omgevingsvisie. Ook heeft dit artikel geen betrekking op het uitvoeren van een mer-beoordeling. Ook de noodzaak tot het opstellen van een wijze van kostenverhaal langs publiekrechtelijke weg maakt de procedure ingewikkelder. Het feit dat een wijze van kostenverhaal langs publiekrechtelijke weg nodig is, betekent dat met partijen geen overeenstemming is over de financiering, wat geen goede basis is voor een gecoördineerde voorbereiding. Er is tijd nodig om in zo’n geval te proberen om alsnog met partijen overeenkomsten te sluiten, wat niet past bij de voortvarendheid waarmee via de coördinatie- regeling uitvoering kan worden voorbereid. Bij mogelijke nadeelcompensatie moet de aanvrager zich bereid verklaren (lid 1 sub
  2. c)de kosten voor zijn rekening te willen nemen. Als de aanvrager dat niet wil, dan zou het financiële risico van het vast- stellen van de wijziging van het omgevingsplan bij de gemeente liggen. De gemeente is in beginsel niet bereid tot een dergelijk risico. Gecoördineerde besluitvorming is in zo’n geval dan ook niet wenselijk Artikel 5 Procedureregeling In artikel 5 lid 1 is bepaald welke procedure van toepassing is op de te coördineren besluiten. Dit betreft de algemene coördinatieprocedure van afdeling 3:5 van de Awb. Het college van burgemeester en wethouders is als coördinerend orgaan als bedoeld in artikel 3:21 lid 1 van de Awb aangewezen. Artikel 6 Inwerkingtreding Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 7 Intrekking Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 8 Citeertitel Dit artikel behoeft geen toelichting.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.