Beleidsregels Toelating tot de Schuldhulpverlening gemeente Beek 2026Artikel1.Begripsbepaling 1.In deze beleidsregel wordt verstaan onder: Cliënt: persoon aan wie op grond van de Wet schuldhulpverlening wordt gegeven; College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beek; Crisissituatie: er is sprake van een crisissituatie indien een situatie van een gedwongen woningontruiming, beëindiging van levering van gas, elektriciteit of water of opzegging dan wel ontbinding van de zorgverzekering plaatsvindt of dreigt; Financiële gezondheid: het vermogen van een persoon om weloverwogen keuzes te maken die leiden tot een balans in inkomsten en uitgaven op de korte en de lange termijn; Inwoner: een ingezetene van gemeente Beek die op grond van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is ingeschreven. Problematische schulden: er is sprake van problematische schulden als het bedrag dat in 36 maanden kan worden afgelost op de schulden, lager is dan de totale schuldenlast; Schulddienstverlening: het ondersteunen bij het vinden van een adequate oplossing gericht op de aflossing van schulden indien redelijkerwijs is te voorzien dat een natuurlijke persoon niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, alsmede de nazorg; Informatie en advies: sprake van een financieel probleem, waarbij er nog geen sprake is van een problematische schuld. Vroegsignalering: gerichte actie van de gemeente naar een inwoner naar aanleiding van melding(-
- en)van betalingsachterstanden; Wet: de Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening (WGS). 2.Alle begrippen die in deze beleidsregel worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening (WGS), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de NVVK Gedragscode. Artikel2.Doelgroep schulddienstverlening Alle ingezetenen van de gemeente Beek met een schulden van 18 jaar of ouder kunnen zich tot het college wenden voor schulddienstverlening. Hieronder worden ook ingezetenen met een eigen onderneming verstaan. Artikel3.Algemene verplichtingen 1.De cliënt doet aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op de op hem van toepassing zijnde schulddienstverlening, zowel bij de aanvraag als gedurende de looptijd van het Schulddienstverleningstraject. Cliënt heeft tevens toestemming voor in het inwinnen bij en het verstrekken van informatie aan derden voor zover relevant voor de schulddienstverlening. 2.Verzoeker is verplicht om alle medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is gedurende de aanvraagperiode en tijdens het Schuldhulpdienstverleningstraject. De medewerking bestaat in ieder geval uit: Het nakomen van afspraken; Geen nieuwe schulden aangaan; Het, eventueel op aanwijzing van het college, maximaliseren van de beschikbare afloscapaciteit/ aantoonbare inspanningen verrichten om zijn inkomsten te vergroten. Client dient over een basisbankrekening te beschikken. Artikel4.Algemene voorwaarden 1.Het college verleent aan verzoeker Schuldhulpverlening indien het college schulddienstverleningstraject noodzakelijk acht. Indien de noodzaak niet aanwezig wordt geacht door het college, kan een aanvraag worden geweigerd. 2.Bij het besluiten over Schuldhulpverlening neemt het college de volgende omstandigheden in betrekking: er sprake is van niet-regelbare schuldenpakket of een niet regelbare schuldenaar; de totale schuldsituatie van verzoeker niet is vast te stellen; de schuldenaar zijn beschikbare aflossingscapaciteit niet wil gebruiken voor de aflossing van schulden; op grond van onjuiste gegevens Schuldhulpverlening aan belanghebbende is toegekend, terwijl indien dit ten va de besluitvorming bekend was geweest bij het college, een andere beslissing zou zijn genomen; belanghebbende zich ten opzichte van de medewerkers, belast met werkzaamheden die voortkomen uit het Schulddienstverleningstraject, misdraagt. de schuldenaar in staat is om zijn schulden zelf te regelen dan wel in staat de schulden zelfstandig te beheren. de geboden hulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de schuldenaar, niet (langer) passend is. indien de Schuldhulpverlening door het college niet langer noodzakelijk wordt geacht. Artikel5.Vroegsignalering 1.Naar aanleiding van signalen over betalingsachterstanden wordt er binnen 4 weken contact opgenomen met betreffende inwoner, mits er sprake is van een crisissituatie, conform artikel 1 c, dan wordt er binnen 3 dagen contact opgenomen. 2.Indien betreffende inwoner heeft gereageerd, zal er binnen maximaal 4 weken een gesprek plaatsvinden en zal een beschikking en plan van aanpak afgegeven worden, binnen 8 weken na het eerste gesprek. Artikel6.Eerste gesprek 1.Iedere inwoner met schulden en een hulpvraag kan zich in persoon bij de balie van het gemeentehuis of telefonisch, schriftelijk of via email wenden tot het college. Het eerste gesprek vindt plaats binnen vier weken nadat de inwoner zich tot het college heeft gewend; Ingeval sprake is van een acute crisissituatie volgt het eerste gesprek binnen drie werkdagen. 3.Tijdens het eerste gesprek wordt de hulpvraag in kaart gebracht. De cliënt is verplicht om alle gegevens te (doen) verschaffen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de hulpvraag en de verkenning van mogelijkheden voor ondersteuning. 4.Het college is bevoegd nadere regels vast te stellen te stellen met betrekking tot de wijze waarop een de aanvraag tot schuldhulpverlening wordt ingediend (‘aanvraagformulier’) en welke bewijsstukken daarbij dienen te worden overlegd. Artikel7.Beschikking 1.Nadat de inwoner in het eerste gesprek geïnformeerd is over schuldhulpverlening en de consequenties ervan, wordt door het college een beschikking afgegeven binnen acht weken na het eerste gesprek. Onderdeel van de beschikking is een plan van aanpak dan wel een weigering tot schulddienstverlening. 2.Wanneer de inwoner tijdens het eerste gesprek aangeeft af te zien van verdere schulddienstverlening, wordt geen beschikking afgegeven. 3.Bij het afgeven van de beschikking beslist het college over het recht op schulddienstverlening. Het recht op schuldhulpverlening houdt daarbij in dat aanvrager als rechthebbende in de zin van artikel 2 van deze verordening wordt beschouwd en dat een plan van aanpak wordt vastgesteld. Artikel8.Afwijzingsgronden De aanvraag tot schuldhulpverlening wordt in ieder geval afgewezen indien; Als de verzoeker geen rechtmatig verblijf houdt in Nederland in zin van artikel 8 onder a tot en met e en l van de Vreemdelingen wet 2000; Geen ingezetene is van de gemeente Beek. Artikel9.Plan van aanpak 1.Het plan van aanpak beschrijft in ieder geval: de hulpvraag van de inwoner; de beoogde in te zetten schuldhulpverlening om de schulden aan te pakken. 2.Het plan van aanpak bij de beschikking vormt de basis voor de in te zetten schulddienstverlening, maar kan tijdens het traject in overleg met de cliënt aangepast worden als de situatie daar aanleiding toe geeft. Artikel10.Informatie en advies Tot informatie en advies (waaronder begrepen doorverwijzing naar derden) kan worden besloten indien het mogelijk wordt geacht om een duurzaam financieel evenwicht te bereiken voor verzoeker zonder dat een beroep gedaan wordt op herfinanciering, schuldbemiddeling of stabilisatie. Het betreft maximaal drie gesprekken in een korte periode. Ook kan informatie en advies verstrekt worden indien geen recht op schuldhulpverlening bestaat vanwege uitsluiting of recidive. Er wordt dan informatie en advies verstrekt over eventuele andere mogelijkheden tot oplossing van de problematische schuldensituatie. Artikel11.Schuldhulpverlening 1.Het college verleent op verzoek schuldhulpverlening indien het college schuldhulpverlening noodzakelijk acht. 2.De vorm waarin de gemeente schuldhulpverlening aanbiedt, wordt door college bepaald en is van meerdere factoren afhankelijk en kan daardoor dus per situatie verschillen. Bij het nemen van een besluit over de schuldhulpverlening laat het college de volgende omstandigheden meewegen: zwaarte en/of omvang van de schulden, alsmede de regelbaarheid hiervan hoogte en/of omvang van het inkomen psychosociale situatie houding en gedrag van verzoeker (motivatie) een eventueel eerder gebruik van schulddienstverlening 3.Het aanbod van het college bestaat uit een schulddienstverleningstraject met één, of een combinatie, van de volgende producten: Informatie, advies en doorverwijzing Preventie of nazorg in de vorm van budgetbegeleiding en budgetcoaching. Budgetbeheer en/of budgetcoaching Stabilisatie Schuldbemiddeling: (MSNP) Verzoek tot verklaring WSNP Artikel12.Budgetbeheer 1.Het college beoordeelt of de belanghebbende in aanmerking komt voor budgetbeheer. Als budgetbeheer wordt opgestart gaat het college een overeenkomst aan met de belanghebbende, waarin de maximale duur van het budgetbeheer is vastgelegd. 2.Het college beoordeelt wanneer het budgetbeheer beëindigd kan worden. 3.Tot budgetbeheer kan worden besloten indien de schuldenlast zodanig is dat er sprake is van een (problematische) schuldsituatie en hieruit blijkt dat schuldenaar niet of tijdelijk niet in staat is zelfstandig zijn financieel beheer te voeren. Daartoe wordt het volledig beheer van de inkomsten en uitgaven van de schuldenaar middels een budgetbeheerrekening door het college van burgemeester en wethouders verzorgd gedurende de periode van schulddienstverlening. Tevens wordt getracht de problematische schuldsituatie op te lossen door schuldbemiddeling of schuldsanering. 4.Maandelijks zal daarbij door het college aan de rekeninghouder rekening en verantwoording afgelegd worden door het toezenden van een rekeningafschrift. Het rekeningafschrift bevat een overzicht van ontvangsten op en betalingen ten laste van de budgetbeheerrekening. 5.Het college is, als budgetbeheerder, verplicht op verzoek van de rekeninghouder inzage te geven in het verloop van de budgetbeheerrekening anders dan in het kader van de periodieke rekening en verantwoording. 6.Het college is bevoegd een vergoeding in rekening te brengen voor de uitvoering van de werkzaamheden. 7.Naast de algemene verplichtingen vermeld in artikel 3 en de algemene voorwaarde vermeld in artikel 4 van deze verordening, kunnen door het college aanvullende verplichtingen en voorwaarden worden opgelegd. Artikel13.Schuldbemiddeling 1.Voor schuldbemiddeling wordt de aflossingscapaciteit van de schuldenaar gedurende 18 maanden berekend en wordt, op grond daarvan, een bemiddelingsvoorstel aan de schuldeisers gedaan tegen finale kwijting. 2.Indien de totale schuldenlast gedurende de schuldbemiddelingsperiode niet afgelost kan worden, kan een schuldbemiddeling tot stand komen indien alle schuldeisers akkoord zijn gegaan met het bemiddelingsvoorstel tegen finale kwijting. 3.De schuldenaar reserveert afgesproken aflossingscapaciteit. De schuldeisers ontvangen aan het eind van de periode van schuldbemiddeling (18 maanden) een uitkering op basis van de door de schuldenaar ingebrachte middelen. 4.Het is aan te bevelen tussentijds, gedurende de 18 maanden, twee toetsmomenten te plannen om het tussentijdse Vtlb te berekenen. Daarbij wordt rekening gehouden met wijzigingen in de inkomens- en vermogenspositie van de schuldenaar. Er wordt gecontroleerd of de schuldenaar in de verstreken periode zijn aflossingscapaciteit volledig heeft ingebracht en of de schuldenaar voldoende inspanningen verricht heeft om zijn inkomsten te vergroten. 5.Naast de algemene verplichtingen vermeld in artikel 3 en/of artikel 4, kunnen door het college aanvullende verplichtingen en voorwaarden worden opgelegd. Artikel14.Nazorg Binnen 6 maanden nadat het traject integrale schuldhulpverlening is beëindigd, informeert het college bij de belanghebbende of deze financieel stabiel is en biedt zo nodig extra ondersteuning aan. Artikel15.WSNP Indien via schuldbemiddeling geen akkoord kan worden bereikt met alle schuldeisers of indien vanwege een andere reden het minnelijke traject niet kan starten dan wel mislukt, kan een beroep worden gedaan op de Wsnp. Op grond van artikel 285 lid 1 sub e Wsnp verklaart de gemeente daartoe met redenen omkleed dat er geen reële mogelijkheden zijn tot buitengerechtelijke sanering en verklaart tevens over welke aflossingsmogelijkheden schuldenaar beschikt Artikel16.Beëindigingsgronden 1.Indien belanghebbende niet, of in onvoldoende mate zijn verplichtingen uit art. 3 nakomt, kan het college besluiten om een aanbod schuldhulpverlening te weigeren dan wel te beëindigen. 2.Alvorens, ingevolge lid 1 te besluiten tot weigeren dan wel beëindigen, wordt belanghebbende een redelijke hersteltermijn op grond van de Awb geboden om alsnog, binnen de gestelde termijn, de gevraagde medewerking te leveren of informatie te verstrekken en hem gewezen op de gevolgen van niet-nakoming. 3.Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels, kan het college besluiten tot weigering dan wel beëindiging van de schuldhulpverlening als: de belanghebbende in twee eerdere situaties van hetzelfde traject een hersteltermijn heeft ontvangen. De derde maal dat de belanghebbende de verplichtingen niet nakomt, wordt geen hersteltermijn meer geboden, maar wordt het traject direct beëindigd; de belanghebbende in staat is om zijn schulden zelf te regelen dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren; de geboden hulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van belanghebbende, niet (langer) passend is. het college schuldhulpverlening niet (langer) noodzakelijk acht; 4.Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels, kan het college besluiten tot weigering dan wel beëindiging van de schuldhulpverlening als er sprake is van een ontregelende belemmering van het traject: Als gevolg van een lopende behandeling bij verslavingszorg, ggz of andere instelling; als gevolg van persoonlijk faillissement van belanghebbende; als de belanghebbende uitsluitend inkomen heeft uit studiefinanciering; als er geen sprake is van een stabiel inkomen op minimaal de van toepassing zijnde bijstandsnorm; als er geen sprake is van een stabiele situatie; bekend is geworden dat belanghebbende tijdens het schulddienstverleningstraject, fraude heeft gepleegd en in verband daarmee onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld of een onherroepelijke bestuurlijke sanctie is opgelegd, tenzij de opgelegde bestuurlijke sanctie, naar het oordeel van het college, geen belemmering vormt voor de schulddienstverlening 5.Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels, kan het college besluiten tot beëindiging van de schuldhulpverlening als: belanghebbende geen inwoner meer is van de gemeente Beek en er nog geen minnelijke schuldbemiddeling is gestart in de gemeente Beek; het schulddienstverleningstraject succesvol is afgerond; schuldeiser(
- s)hun medewerking weigeren aan een minnelijke schuldbemiddeling; er een WSNP verklaring is afgegeven; Artikel17.Recidive 1.Indien een aanvraag voor schulddienstverlening, inclusief budgetbeheer, gedaan wordt binnen een termijn van 2 jaar na besluit tot beëindiging van een eerder traject schuldhulpverlening mag het college deze aanvraag weigeren. 2.Indien een aanvraag voor schuldhulpverlening gedaan wordt binnen een termijn van 5 jaar na beëindiging van een traject WSNP (met/zonder schone lei), mag deze aanvraag geweigerd worden. 3.Het college mag een nieuwe aanvraag tot schuldhulpverlening weigeren als belanghebbende niet voldoet aan de voorwaarden die in een eerdere afwijzigings- of beëindigingbeschikking zijn gesteld. 4.Er wordt een beoordeling gemaakt waarbij naast bovenstaande redenen ook in de persoon gelegen omstandigheden worden meegenomen in het besluit of recidive verwijtbaar is of niet. 5.Ondanks bovenstaande houdt belanghebbende wel recht op de producten Info, Advies en/of doorverwijzing, behoudens wanneer er sprake is van misdragingen tegenover medewerkers. Artikel18.Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager afwijken van de bepalingen van deze verordening, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel19.Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze beleidsregels treedt in werking met ingang van 1-1-2026 2.Deze beleidsregels kan worden aangehaald als: Toelating tot de Beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Beek 2026. Aldus vastgesteld door het college van de gemeente Beek in zijn vergadering van 10 maart 2026.Het college van burgemeester en wethouders van Beek, Christine van Basten-Boddin, Burgemeester Paul de JongeGemeentesecretaris/ algemeen directeurToelichting Inleiding algemeen De gemeente Beek heeft behoefte aan heldere spelregels: de burger weet wat de voorwaarden zijn voor toelating tot de schuldhulpverlening en waaraan hij zich dient te houden en de gemeente op haar beurt weet welke verplichtingen zij aan de burger mag opleggen en wanneer zij de toegang tot de schuldhulpverlening kan weigeren of beëindigen. Hierbij speelt mee dat de gemeentelijke schuldhulpverleningspraktijk vanaf het moment dat de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening in werking is getreden op 1 juli 2012 onder het regime van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) valt. Vanaf dat moment is het dus van belang om regels m.b.t. toelating tot de schulddienstverlening, het opleggen van verplichtingen en het weigeren van hulp in een juridisch vat te hebben gegoten. Per 1 januari 2021 heeft er een wijziging plaatsgevonden in deze wet. De gemeente Beek is lid van de NVVK. Wij volgen de gedragscode, de modules en convenanten die door het NVVK zijn vastgesteld. Artikel 1. Begripsbepalingen Dit artikel is gebaseerd op artikel 1 van de Wet Gemeentelijke Schulddienstverlening. Artikel 2. Doelgroep gemeentelijke schuldhulpverlening Conform de visie staat schuldhulpverlening in beginsel open voor alle inwoners van Beek van 18 jaar en ouder. Er wordt door de gemeente dus geen specifiek doelgroepenbeleid gevoerd. Artikel 3. Algemene verplichtingen Met dit artikel wordt de eigen verantwoordelijkheid van de hulpvrager vooropgesteld. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van mensen zelf om tijdig de benodigde informatie te geven (lid 1) en medewerking te verlenen (lid 2). Dit zowel in de fase van aanvraag als gedurende de looptijd van een traject. Wat betreft de verplichting tot medewerking is in lid 2 een aantal verplichtingen benoemd. Dit is geen limitatieve opsomming. Het is van belang om de schuldhulpverlening effectief in te zetten, onder andere om recidive te voorkomen. De schuldhulpverlening is niet effectief wanneer de belanghebbende bijvoorbeeld flankerende hulpverlening weigert, terwijl dit door het college wordt gezien als een voorwaarde voor een succesvol traject. Dit moet duidelijk gemotiveerd zijn door het college. Ditzelfde geldt ook voor beschermingsbewindvoering. Wanneer het college voorziet dat belanghebbende niet in staat zal zijn om zijn financiën (op termijn) zelfstandig te kunnen beheren, kan de belanghebbende worden verwezen naar bewindvoering. Artikel 4. Algemene voorwaarden Het college bepaalt of de belanghebbende wordt uitgenodigd voor een intakegesprek. Wanneer de belanghebbende een hulpvraag heeft waar schuldhulpverlening van de gemeente Beek een ondersteunende rol kan hebben wordt een intake ingepland. In de Awb is vastgelegd dat de belanghebbende het recht heeft om een aanvraag in te dienen. Ook als op voorhand duidelijk is dat de aanvraag wordt afgewezen. In zo’n geval kan de afweging worden gemaakt of een intakegesprek noodzakelijk is om verdere informatie te verkrijgen, of dat met de informatie verkregen uit het screeningsgesprek een goed gemotiveerde afwijzing gegeven kan worden. Om een aanvraag in te dienen moet de belanghebbende een aanvraagformulier ondertekenen. Door het ondertekenen van dit formulier gaat de belanghebbende akkoord met de voorwaarden voor schuldhulpverlening en geeft hij toestemming om contact op te nemen met schuldeisers en ketenpartners. In de regel zal een aanvraag van een bewindvoerder leiden tot een schuldbemiddeling. Het voortraject (stabiliseren) heeft de bewindvoerder gedaan. Uitzonderingen hierop gaan altijd in overleg tussen bewindvoerder en consulent. Als de belanghebbende niet op intake komt zonder afmelding neemt de consulent contact op met belanghebbende om te vragen naar de reden. Voorwaarde voor het slagen van een traject schuldhulpverlening is immers dat de belanghebbende gemotiveerd is en medewerking verleent aan het traject. De aanvraag wordt afgesloten met een beschikking en plan van aanpak. De belanghebbende moet akkoord geven op dit plan van aanpak om het traject in te kunnen zetten. Artikel 5. Vroegsignalering Wij zien de volgende situaties in principe niet als crisis: aangekondigde boedelverkoop, verkoop eigen woning, loonbeslag, bankbeslag, aanvraag faillissement. Dit is altijd maatwerk. Als de crisis is verholpen, wordt beoordeeld of de belanghebbende een traject voor de schuldhulpverlening ingaat. Dit is namelijk niet in alle gevallen wenselijk of mogelijk. Artikel 6. Eerste gesprek In dit artikel wordt het proces en voorwaarden voor het innemen van een aanvraag beschreven. In het proces van schuldhulpverlening wordt een onderscheidt gemaakt tussen melding en aanvraag. Het proces start als een afspraak voor screening gemaakt wordt. Dit kan door persoonlijke melding aan de balie van het gemeentehuis, telefonisch, schriftelijk of via email. De consulent bespreekt in de melding samen met de belanghebbende de hulpvraag en wat de belanghebbende vanuit eigen kracht en het eigen sociaal netwerk kan doen. Er zijn geen voorwaarden voor een meldingsgesprek. Soms is het voldoende om informatie en advies te geven, waar de belanghebbende zelf mee verder kan. Deze melding is daarom nog geen aanvraag. Artikel 7. Beschikking Indien er sprake is van een problematische schulden situatie wordt er een beschikking afgegeven. Indien er sprake is van een niet problematische schuld wordt er geen beschikking afgegeven. Artikel 8. Afwijzingsgronden Er is geen specifiek doelgroepenbeleid. Artikel 9. Plan van aanpak Het plan van aanpak wordt samen met de klant opgesteld tijdens de intake. Hierin wordt de te ingezette dienstverlening vermeld. Deze zal samen met de beschikking binnen 8 weken na het eerste gesprek afgegeven worden. Artikel 10. Informatie en advies Het project informatie en advies wordt ingezet ter voorkoming van een problematische schulden situatie/escalatie van schulden. Bij dit project wordt geen beschikking afgegeven. Artikel 11. Schulddienstverlening In lid 1 is aangegeven dat het college schuldhulpverlening verleent indien het college schuldhulpverlening noodzakelijk acht. Op deze manier wordt enerzijds recht gedaan aan het beleidsmatige uitgangspunt van de eigen verantwoordelijkheid. Daar waar de burger in staat moet worden geacht om de (dreigende) schuldenproblematiek zelf aan te pakken en te regelen, kan schuldhulpverlening achterwege blijven. Anderzijds wordt middels dit lid, evenals lid 2, recht gedaan aan het beleidsmatige uitgangspunt dat schuldhulpverlening selectief en gericht ingezet dient te worden. Daar waar sprake is van een schuldenpakket dat zich niet laat regelen of indien er sprake is van een onregelbare verzoeker, kan een aanvraag worden geweigerd. Lid 2: Dit artikel toont de kern van schulddienstverlening: een gerichte en selectieve toepassing van schulddienstverlening. Het gaat om maatwerk. De inzet van producten kan per situatie verschillen. In lid 2 van dit artikel worden 5 factoren genoemd die bepalen in welke mate de gemeente één of meerdere producten schuldhulpverlening aanbiedt: Lid 3: Onder nazorg verstaan wij een extra klantcontact nadat een traject is beëindigd. Aan de hand van een (telefonisch) klantcontact beoordeelt de consulent of de situatie nog stabiel is, of er nieuwe problemen zijn ontstaan, en of de belanghebbende nog vragen heeft. De consulent beoordeelt of het noodzakelijk is om de belanghebbende nogmaals uit te nodigen voor een baliecontact voor het geven van informatie en advies. Nazorg kan eventueel leiden tot het opstarten van een nieuw traject. De contacten die voortkomen uit hercontroles of heronderzoeken voor budgetbeheer en tijdens het minnelijk traject zien wij niet als nazorg, aangezien dit reguliere werkzaamheden zijn die gebeuren tijdens het traject van de belanghebbende. Wanneer het traject is beëindigd omdat de belanghebbende niet aan de verplichtingen heeft voldaan zal geen nazorg plaatsvinden. zwaarte en/of omvang van de schulden, alsmede de regelbaarheid ervan; omvang en/of hoogte van het inkomen psycho-sociale situatie; houding en gedrag van de aanvrager (motivatie); een eventueel eerder gebruik van schulddienstverlening. Artikel 12. Budgetbeheer Het college oordeelt of de belanghebbende in aanmerking komt voor budgetbeheer. Dit is altijd maatwerk. Het college bepaalt het doel dat bereikt moet worden, bijv. een bepaalde mate van duurzame financiële zelfredzaamheid, zoals omschreven in de NVVK Gedragscode.. Budgetbeheer gebeurt op vrijwillige basis. Vóór het starten van het budgetbeheer ondertekent de belanghebbende de overeenkomst voor budgetbeheer. Budget beheer kan een voorwaarde zijn om het creëren van een financiële stabiele situatie voor het starten van een schuldbemiddeling. Ondanks het vrijwillige karakter van budgetbeheer is het ter beoordeling van het college wanneer het budgetbeheer beëindigd kan worden. Als de belanghebbende het budgetbeheer weigert of beëindigt, kan het college besluiten het traject schuldhulpverlening te beëindigen. Artikel 13. Schuldbemiddeling Indien er een voorstel van 100% terugbetaling kan worden gedaan, kan van de 18 maandstermijn worden afgeweken. De duur dient wel een redelijke termijn te zijn. Indien door omstandigheden buiten schuld van klant om, de afgesproken afloscapaciteit niet gereserveerd is, kan aan de schuldeisers voorgelegd worden om de schuldbemiddeling te verlengen. Ook hier dient een redelijke termijn aangehouden te worden. Artikel 14. WSNP Indien blijkt dat er geen reële kans bestaat tot toelating WSNP, is er toch de verplichting om op verzoek van klant een verklaring af te geven. Het college zal aanwezig zijn bij de WSNP zitting. Artikel 15. Beëindigingsgronden Schuldhulpverlening kan worden beëindigd. Het artikel laat de werking van de andere artikelen van de beleidsregels onaangetast. Dit artikel is geformuleerd als een zogenaamde kan-bepaling. Het college heeft de bevoegdheid tot weigering of beëindiging, maar niet de verplichting. Dit geeft het college ruimte om van een beëindiging af te zien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. Dit is altijd maatwerk. Het college moet gemotiveerd beoordelen of er in het schulddienstverleningstraject sprake is van een ontregelende belemmering. Als dat het geval is, kan een traject beëindigd worden. Indien belanghebbende niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt zoals neergelegd in artikel 3, leden 1 en 2, kan het college besluiten om schuldhulpverlening te weigeren dan wel te beëindigen. Alvorens dat te doen wordt, conform artikel 15 lid 2, verzoeker éénmaal een termijn geboden om alsnog, de gevraagde medewerking te verlenen of informatie te verstrekken. De termijn die aan verzoeker wordt gesteld is in dit artikel bewust niet benoemd. De termijn dient een redelijke te zijn conform de Algemene wet bestuursrecht. Wat redelijk is, hangt samen met het type verplichting. Komt verzoeker ook gedurende de herstelperiode zijn verplichting niet na, dan kan het college besluiten tot beëindiging van de schulddienstverlening. In het kader van eigen verantwoordelijkheid vereist het opleggen van een hersteltermijn maatwerk. In dit artikel wordt beschreven wanneer schuldhulpverlening kan worden beëindigd. Het artikel laat in ieder geval de werking van artikel 3 onaangetast. Van de 6 gronden zoals benoemd, verdienen de gronden onder d,e en f, bijzondere aandacht gelet op de visie zoals neergelegd in het beleidsplan Schulddienstverlening. Daar waar Beek wil staan voor een selectieve en gerichte toepassing van schulddienstverlening, kan dat betekenen dat schuldhulpverlening wordt beëindigd indien de vorm van hulpverlening niet langer aansluit bij de persoonlijke omstandigheden van de schuldenaar. Zie in dat licht ook een duidelijke link met artikel 3 lid 2 van deze beleidsregels. Die persoonlijke omstandigheden variëren in aard en duur. Hier is dan ook sprake van maatwerk en dient de gemeente goed te motiveren in de beschikking. Artikel 16. Recidive Wat betreft de bevoegdheid tot weigering van een aanbod schuldhulpverlening in relatie tot eerdere trajecten / contacten schulddienstverlening, zijn in dit artikel regels gesteld. Op basis van het principe van eigen verantwoordelijkheid, wordt een nadrukkelijke grens gesteld aan het kunnen doen van hernieuwde aanvragen. Bij het bepalen of een persoon al eerder gebruik heeft gemaakt van schuldhulpverlening telt de verleende schuldhulpverlening en/of de contacten daaromtrent vóór de inwerkingtreding van deze beleidsregels ook mee. De grote beleidsvrijheid zoals aan de gemeente gegeven om een dergelijke recidivebepaling op te nemen, ontslaat de gemeente niet van de verplichting om, daar waar een onevenredige situatie ontstaat voor de burger, af te wijken van het bepaalde van artikel 15 indien nodig (ingevolge artikel 17: de hardheidsclausule). Uitgangspunt is en blijft evenwel het bepaalde in artikel 15. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen succesvol of niet succesvol beëindigen van een schuldbemiddeling, minnelijk of wettelijk. Aan het doorlopen van een schuldbemiddeling zijn consequenties verbonden. Wanneer een schuldbemiddeling niet succesvol is afgesloten en dit te wijten is aan de cliënt, dan zijn de consequenties ook voor de cliënt. Er wordt wel onderscheid gemaakt naar het moment waarop de schuldbemiddeling is gestopt. Na het beëindigen van een gestarte schuldbemiddeling, kan het college een nieuwe aanvraag 2 jaar weigeren. Artikel 17. Hardheidsclausule en onvoorziene omstandigheden Dit artikel geeft ruimte aan het college om in bijzondere en/of onvoorziene gevallen af te wijken van de regels zoals neergelegd in deze regeling. Deze mogelijkheid dient met de grootste terughoudendheid te worden toegepast. Precedentwerking ligt op de loer. Artikel 18. Inwerkingtreding en citeertitel Deze beleidsregels treden per 1-1-2026 in werking.