Beleidsregel bepalen locaties inzamelvoorzieningen AmsterdamHet college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikelen 4, tweede en derde lid, 10, vierde lid van de Afvalstoffenverordening Amsterdam 2023, artikel 7 van het Uitvoeringsbesluit afvalstoffenverordening Amsterdam 2023 en artikel 6 van de Participatieverordening gemeente Amsterdam, gezien de inspraakreacties en de nota van beantwoording hierop van 10 maart 2026 en de adviezen van de dagelijkse besturen van de stadsdelen en de bestuurscommissie van stadsgebied Weesp, besluit de volgende regeling vast te stellen: Beleidsregel bepalen locaties inzamelvoorzieningen Amsterdam Artikel1.Algemeen 1.Deze beleidsregel geldt voor het aanwijzen, wijzigen en opheffen van locaties voor inzamelvoorzieningen en bevat zowel algemene als specifieke criteria. 2.De criteria zijn onderverdeeld in: vereisten, waaraan moet worden voldaan en waar geen concessies en afwijkingen mogelijk zijn; en richtlijnen, waarnaar wordt gestreefd en bij het zoeken naar de meest geschikte plaats zoveel mogelijk rekening mee wordt gehouden. 3.In deze beleidsregel wordt aangesloten bij de definities uit de Afvalstoffenverordening Amsterdam 2023 en het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Amsterdam 2023. Artikel2.Gemotiveerd afwijken van richtlijn Gelet op de schaarse openbare ruimte en diverse stedelijke belangen in Amsterdam kan niet verwacht worden dat een locatie aan alle richtlijnen voldoet. Als niet alle richtlijnen gevolgd zijn, dan zal bij het locatiebesluit worden gemotiveerd waarom afwijking van een richtlijn in die specifieke situatie gerechtvaardigd is vanuit het algemeen belang. Artikel3.Algemene vereisten voor alle inzamelvoorzieningen 1.Voor alle inzamelvoorzieningen gelden de volgende vereisten ten aanzien van de goede bereikbaarheid en toegankelijkheid van bewoners en het beperken van overlast voor de omgeving: Bij aanleg van de inzamelvoorziening wordt de afwatering zo ingericht dat er geen water in de inzamelvoorziening kan stromen. Er mogen geen problemen ontstaan op dit gebied bij het legen en gebruik van de inzamelvoorziening; De inzamelvoorziening bevindt zich niet voor een inrit, carport of garage; De inzamelvoorziening mag een brandgang niet belemmeren; De inzamelvoorziening moet zodanig bereikbaar zijn dat het inzamelvoertuig niet achteruit hoeft te rijden; en De inzamelvoorziening is toegankelijk voor rolstoelgebruikers. 2.Voor alle inzamelvoorzieningen geldt de volgende vereiste ten aanzien van de doelmatige inrichting van de openbare ruimte: De inzamelvoorziening bevindt zich op een locatie waarvan de gemeente kadastraal eigenaar is. 3.Voor alle inzamelvoorzieningen gelden de volgende vereisten ten aanzien van de veiligheid: De inzamelvoorziening is zodanig gesitueerd dat het inzamelvoertuig daar veilig kan komen en zonder extra verkeersmaatregelen ook veilig kan stoppen en werken; De inzamelvoorziening is zodanig gesitueerd dat het zicht op verkeersborden, bewegwijzering en verkeerslichten niet wordt belemmerd; De te plaatsen inzamelvoorziening mag geen gevaar veroorzaken voor de veiligheid, bijvoorbeeld door zichthinder; en Er ligt geen vrij liggend fietspad tussen de inzamelvoorziening en het inzamelvoertuig. 4.Voor alle inzamelvoorzieningen gelden de volgende vereisten ten aanzien van de inzamel-logistiek: De locatie van een inzamelvoorziening dient bereikbaar te zijn voor het inzamelvoertuig; en De inzamelvoorziening is zodanig gesitueerd dat het inzamelvoertuig bij het legen van de container geen hinder ondervindt van aanwezige objecten. Artikel4.Algemene richtlijnen voor alle inzamelvoorzieningen 1.Voor alle inzamelvoorzieningen gelden de volgende richtlijnen ten aanzien van de goede bereikbaarheid en toegankelijkheid van bewoners en het beperken van overlast voor de omgeving: De afstand van de inzamelvoorziening tot de gevel van een gebouw is minimaal 1,8 meter; De inzamelvoorziening bevindt zich bij voorkeur bij een blinde muur; De afstand tussen een inzamelvoorziening en een speelplaats is minimaal 20 meter; De inzamelvoorziening wordt zodanig gesitueerd dat bij de aanleg en bij het legen geen schade ontstaat aan bomen, waarbij er rekening wordt gehouden met de uiteindelijke grootte van de boom; De inzamelvoorziening is zodanig gesitueerd dat voetgangers en mindervaliden zoveel mogelijk ongehinderd gebruik kunnen maken van looproutes op het trottoir; De inzamelvoorziening is zodanig gesitueerd dat sociale controle op het gebruik van de voorziening mogelijk is. 2.Voor alle inzamelvoorzieningen gelden de volgende richtlijnen ten aanzien van de doelmatige inrichting van de openbare ruimte: In gevallen waarin de inzamelvoorziening zich niet kan bevinden op een locatie waarvan de gemeente kadastraal eigenaar is, moet een overeenkomst met de eigenaar worden afgesloten in verband met het recht van overpad en opstal- dan wel eigendomsrecht; De inzamelvoorziening, met uitzondering van de tuinkorf, bevindt zich in een verhard gebied. Als dat niet mogelijk is, moet zoveel als mogelijk worden voorkomen dat een groenstrook wordt opgebroken, oftewel het ontstaan van snippergroen; en Er worden in principe geen bomen gekapt en trekwortels afgehakt, om bomen te ontzien. 3.Voor alle inzamelvoorzieningen gelden de volgende richtlijnen ten aanzien van de veiligheid: De inzamelvoorziening ligt niet aan een drukke doorgaande weg, waaronder mede begrepen een druk fietspad; Er worden geen locaties aangewezen op hoeken van drukke verkeerskruisingen; De inzamelvoorziening bevindt zich niet naast of 20 meter voor een bushalte of naast een busbaan; en De inzamelvoorziening is zodanig gesitueerd dat gebruikers zo weinig mogelijk drukke doorgaande weg, waaronder mede begrepen een druk fietspad, hoeven over te steken om hun afval aan te bieden. 4.Voor alle inzamelvoorzieningen gelden de volgende richtlijnen ten aanzien van de inzamel-logistiek: De inzamelvoorziening is zodanig gesitueerd dat de container bij het legen hiervan niet over geparkeerde auto's getild moet worden; De inzamelvoorziening bevindt zich niet op een laad- en losplaats; en De locatie van een inzamelvoorziening is dusdanig dat bij het legen of vervangen van de container geen veiligheidsrisico’s voor derden en eigen medewerkers ontstaan. Artikel5.Specifieke richtlijnen voor locaties van verzamelcontainers 1.Voor alle locaties van verzamelcontainers gelden de volgende richtlijnen ten aanzien van de goede bereikbaarheid en toegankelijkheid van bewoners en het beperken van overlast voor de omgeving: Een inzamelvoorziening voor restafval, gft, papier heeft een loopafstand van maximaal 150 meter; en Een inzamelvoorziening voor glas en textiel heeft een loopafstand van maximaal 300 meter. 2.Voor alle locaties van verzamelcontainers geldt de volgende richtlijnen ten aanzien van de doelmatige inrichting van de openbare ruimte: Verzamelcontainers worden bij voorkeur bij elkaar geplaatst; Bij onderlossende verzamelcontainers is de afstand tot straatmeubilair en tot parkeerplaats minstens 1 meter en tot rijbaan en fietspad minstens 0,45 meter; De locatie is zodanig gesitueerd dat zo min mogelijk kabels en/of leidingen moeten worden verlegd; De locatie is zodanig gesitueerd dat er zo min mogelijk graafwerkzaamheden nodig zijn in vervuilde grond; en De vrije ruimte rondom de locatie van de inzamelvoorziening is minimaal 2 meter en de hijshoogte, rekening houdend met draaibeweging van de kraan, minimaal 10 meter en bij 7m³ containers minimaal 12 meter. Artikel6.Specifieke richtlijnen voor locaties van aanbiedplaatsen 1.Voor alle locaties van aanbiedplaatsen gelden de volgende richtlijnen ten aanzien van de goede bereikbaarheid en toegankelijkheid van bewoners en het beperken van overlast voor de omgeving: Een aanbiedplaats wordt niet direct naast een andere inzamelvoorziening gesitueerd met een tussenruimte minimaal 2 meter; Een aanbiedplaats voor grof huishoudelijk afval bevindt zich in de buurt, maar ten minste op 2,5 meter afstand, van een inzamelvoorziening voor restafval; Een aanbiedplaats voor grof huishoudelijk afval heeft een loopafstand van maximaal 150 meter, mits er voldoende openbare ruimte is; Een aanbiedplaats voor rolcontainers heeft een loopafstand van maximaal 150 meter; en Een aanbiedplaats voor rolcontainers en een aanbiedplaats voor grof huishoudelijk afval worden bij voorkeur gescheiden van elkaar aangelegd. 2.Voor alle locaties van aanbiedplaatsen gelden de volgende richtlijnen ten aanzien van de doelmatige inrichting van de openbare ruimte: Bij een aanbiedplaats is de vrije ruimte minimaal 1 meter en, indien van toepassing, de hijshoogte, rekening houdend met draaibeweging van de kraan, minimaal 6 meter; Bij een aanbiedplaats is de afstand tot straatmeubilair minstens 1 meter, tot fietspad minstens 1 meter, tot rijbaan minstens 0,45 meter, tot parkeerplaats minstens 1 meter; en Een aanbiedplaats voor tuinkorven bevindt zich op onverhard gebied. 3.Voor alle locaties van aanbiedplaatsen gelden de volgende richtlijnen ten aanzien van de inzamel-logistiek: De afstand tussen de aanbiedplaats en het inzamelvoertuig is maximaal 3 meter; en Een aanbiedplaats voor het aanbieden van rolcontainers heeft geen stoeprand of ander obstakel tussen aanbiedplaats en inzamelvoertuig. Artikel7.Procedure bij besluitvorming rondom het bepalen van een locatie 1.Bij het aanwijzen, wijzigen en opheffen van locaties van inzamelvoorzieningen is de communicatie met en inbreng van belanghebbenden van groot belang. 2.Voor een locatie waar nog géén inzamelvoorziening staat en waar niet eerder een participatietraject of inspraak over een inzamelvoorziening heeft plaatsgevonden, wordt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure, als bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, gevolgd. 3.Voor locaties waar al een inzamelvoorziening is gerealiseerd of waarvoor recent in verband met een planvorming voor de openbare ruimte een participatie- of inspraaktraject is doorlopen, wordt geen zienswijzeprocedure georganiseerd. Uiterlijk binnen twee weken na besluitvorming door het bevoegde gezag, worden omwonenden per brief geïnformeerd over het besluit voor aanpassingen rondom de inzamelvoorziening. De brief bevat het aanbod van persoonlijk contact en uitleg hoe tegen het besluit bezwaar kan worden gemaakt. Artikel8.Aanpassing bestaande locatie 1.Als op een locatie al een inzamelvoorziening staat en deze locatie niet wezenlijk wordt gewijzigd, wordt geen dan wel niet opnieuw een locatiebesluit genomen. Hiervan is sprake als: een bovengrondse container wordt vervangen door een (semi) ondergrondse container; een inzamelvoorziening wordt aangepast ten behoeve van gebruik door een andere fractie; bijvoorbeeld een container restafval wordt geschikt gemaakt voor papier en karton; een locatie wordt uitgebreid met een container voor een nieuwe afvalstroom of, bij een aanbiedplaats voor bijvoorbeeld minicontainers, wordt vergroot; en een locatie wordt minder dan 5 meter verschoven. 2.Bij het plaatsen van een glascontainer is de procedure in het eerste lid niet van toepassing. In verband met mogelijke geluidshinder zal de procedure als bedoeld in artikel 7, tweede of derde lid, gevolgd worden. 3.In het geval zwaarwegende reacties worden ingediend, kan alsnog worden besloten om de procedure voor het vaststellen van een locatiebesluit, als bedoeld in artikel 7, tweede of derde lid, te starten. Artikel9.Intrekken van beleidsregel Het Stedelijk kader bepalen locaties inzamelvoorzieningen wordt ingetrokken. Artikel10.Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking. Artikel11.Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Beleidsregel bepalen locaties inzamelvoorzieningen Amsterdam. Aldus vastgesteld in de vergadering van 10 maart 2026.De burgemeesterFemke HalsemaDe gemeentesecretarisCatrien LenstraToelichting Algemeen deel Inleiding De gemeente beoogt het bewoners (en ondernemers) zo gemakkelijk mogelijk te maken om afval te scheiden door een goede infrastructuur (locatienetwerk) van inzamelvoorzieningen te bieden. Ook wil de gemeente de locaties van de inzamelvoorzieningen met de juiste betrokkenheid van bewoners (en ondernemers) bepalen. Dit document bevat de beleidsregels voor het bepalen van locaties voor inzamelvoorzieningen voor fijn- en grof (huishoudelijk) afval in de gemeente Amsterdam. In deze beleidsregel wordt eerst ingegaan op de criteria die gehanteerd worden bij het bepalen van de locaties. Deze locatiecriteria, criteria op grond waarvan het bestuursorgaan vooraf vastlegt en kenbaar maakt dat zij deze zal hanteren bij het uitoefenen van zijn bevoegdheid, zijn beleidsregels op grond van artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht. Hoofdlijnen van de modernisering Het Stedelijk kader bepalen locaties inzamelvoorzieningen is sinds 14 april 2021 ongewijzigd. Met deze modernisering zijn alle vereisten en richtlijnen opnieuw tegen het licht gehouden. Hierbij zijn een aantal wijzigingen doorgevoerd, waardoor deze beleidsregel beter aansluit op de dagelijkse praktijk. Ook is de vormgeving en titel van de beleidsregel gewijzigd om beter aan te sluiten bij andere gemeentelijke regelgeving. De inhoudelijke aanpassingen en toevoegingen worden hieronder uiteengezet. Toegankelijkheid en bereikbaarheid De criteria voor toegankelijkheid en bereikbaarheid van de inzamelvoorzieningen zijn verbeterd. Zo is een richtlijn opgenomen dat bij het bepalen van een locatie van een inzamelvoorziening het moeten oversteken van drukke doorgaande wegen, waaronder mede begrepen een druk fietspad, om een inzamelvoorziening te bereiken zoveel als mogelijk moet worden vermeden. De richtlijn voor de maximale loopafstand naar een glascontainer is gewijzigd van 150 meter naar 300 meter. Zie voor meer toelichting paragraaf advies en consultatie. Twee andere richtlijnen over de maximale loopafstand zien op de aanbiedplaatsen van grof huishoudelijk afval en rolcontainers. Voor beide is een richtlijn opgenomen met hierin de maximale loopafstand van 150 meter. Veiligheid In deze beleidsregel is het vereiste opgenomen dat inzamelvoorzieningen ook zonder achteruit te hoeven rijden bereikbaar moeten zijn voor de inzameldienst. Hiermee is deze bepaling veranderd van een richtlijn naar een eis. Verder is de nieuwe richtlijn opgenomen dat de locatie van een inzamelvoorziening zo wordt bepaald dat bij het legen of vervangen van de container ervan geen veiligheidsrisico’s voor derden en eigen medewerkers ontstaan. Omgeving Voor de omgeving zijn twee nieuwe richtlijnen opgenomen. De eerste richtlijn ziet erop toe dat meer rekening gehouden moet worden met de grootte van bomen en het voorkomen van schade aan bomen door inzamelvoorzieningen. De tweede richtlijn bepaalt dat de aanbiedplaats van tuinkorven op onverhard gebied plaatsvindt. Verhouding tot nationale en lokale regelgeving en gemeentelijk beleid Bij het opstellen van de beleidsregel is rekening gehouden met de volgende wet- en regelgeving en het gemeentelijke beleid op de volgende gebieden: inzameling/verwerking van grondstoffen en afvalstoffen (Artikel 10.26 Wet milieubeheer), Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Amsterdam 2023 en Uitvoeringsprogramma Afval & Grondstoffen 2020-2025, 17 december 2020 (UPA 2020-2025) openbare ruimte (zoals Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR), Handboek Rood, Standaard voor het Amsterdamse Straatbeeld (Puccinimethode)
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.