De raad van de gemeente Graft-De Rijp; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 november 2010, nr. 2010-055; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; BESLUIT vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten. Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: begraafplaatsen: de algemene begraafplaatsen in de gemeente Graft-De Rijp; eigen graf: een graf/kindergraf, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: - het doen begraven en begraven houden van lijken; - het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken; eigen urnengraf: een graf, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: - het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; eigen urnen-nis; een nis, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet worden van asbussen; eigen urnenhouder: een houder waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet worden van asbussen met of zonder urnen; urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen; asbus: een bus ter berging van as van een overledene; verstrooiingsplaats: een door burgemeester en wethouders aangewezen plaats waar as wordt verstrooid; asbezorging: het bijzetten van een asbus met of zonder urn; asverstrooiing: het verstrooien van as; grafbedekking: gedenkteken en/of grafbeplanting op een graf of gedenkplaats; gedenkplaats: een plaats ingericht om overledenen te gedenken; beheerder: de ambtenaar die belast is met het dagelijks beheer van de begraafplaatsen of degene die hem vervangt; rechthebbende: de rechthebbende op een eigen graf. Artikel2Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door of vanwege de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. Artikel3Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel4Maatstaf van heffing en belastingtarief 1De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel5Belastingjaar 1Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. 2Met betrekking tot de rechten genoemd in hoofdstuk 4.2 van de tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor wordt afgekocht. Artikel6Wijze van heffing 1De onderhoudsrechten, bedoeld in hoofdstuk 4.1.1 t/m 4.1.5 van de tarieventabel, worden geheven bij wege van aanslag. 2De overige rechten van de tarieventabel worden geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Artikel7Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten 1De onderhoudsrechten, als bedoeld in hoofdstuk 4.1.1 t/m 4.1.5 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt zijn de rechten bedoeld in hoofdstuk 4.1.1 t/m 4.1.5 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten De overige rechten van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel9Termijnen van betaling 1De rechten moeten worden betaald binnen 30 dagen na de dagtekening van het aanslagbiljet of de schriftelijke kennisgeving. 2De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn. Artikel10Kwijtschelding Bij de invordering van de lijkbezorgingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel11Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de rechten. Artikel12Inwerkingtreding en citeertitel 1De “Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten”, vastgesteld bij raadsbesluit van 16 november 2000, laatstelijk gewijzigd op 12 november 2009, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van bekendmaking. 3De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2011. 4Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening lijkbezorgingsrechten”. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Graft-De Rijp, gehouden op 23 december 2010 de griffier de voorzitter B.A.F.M. Meijland H.R. Oosterop-van Leussen Tarieventabel Lijkbezorgingsrechten 20131 Tarieventabel Lijkbezorgingsrechten 2013.pdf (23,4 Kb)
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.