← Nederland

Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning (Graft-De Rijp)

Het college van burgemeester en wethouders van Graft-De Rijp; Gelezen het advies d.d. 7 oktober 2010; Gelet op artikel 3 van de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Graft-De Rijp 2011; BESLUIT Vast te stellen het Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Graft-De Rijp

  1. Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Inkomen en peiljaar 1Onder inkomen wordt verstaan:Het inkomen van de persoon met beperkingen en diens echtgenoot of degene die daar op grond van artikel 1, lid 2 en 3 van de Wet maatschappelijke ondersteuning mee gelijk gesteld is. 2Onder peiljaar wordt verstaan: Het tweede kalenderjaarvoorafgaande aan het jaar waarin aan een persoon maatschappelijke ondersteuning is verleend. Hoofdstuk2Bijzondere regels over het Persoonsgebonden budget Artikel2Regels rond verstrekking en verantwoording 1Een persoonsgebonden budget kan alleen worden toegekend indien een individuele voorziening is geïndiceerd. Verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van de aanvrager. 2Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget. 3Van het persoonsgebonden budget bij hulp bij het huishouden is 10% (met een maximum van € 100,00) vrij besteedbaar voor onder meer eigen kosten van werkgeverschap, administratie, inhuren van ondersteuning. Over het vrij besteedbare bedrag hoeft geen verantwoording te worden afgelegd. 4De controle over de verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het college van burgemeester en wethouders ingeval van hulp bij het huishouden vindt steekproefsgewijs plaats, na afloop van de verstrekking dan wel na afloop van enig kalenderjaar. 5De verantwoording van het Persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het college van burgemeester en wethouders ingeval van woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en (sport)rolstoelen vindt altijd plaats. 6Het deel van het toegekende Pgb-budget dat niet wordt besteed aan de geïndiceerde dienst of voorziening, dient te worden terugbetaald aan de gemeente. Hoofdstuk3Eigen bijdragen, eigen aandeel Bij verstrekking van hulp bij het huishouden, een roerende zaak die in eigendom wordt verstrekt of een bouwkundige of woontechnische aanpassing van een woning die eigenaar is van de aanvrager, wordt een eigen bijdrage opgelegd. Artikel3Omvang van de eigen bijdragen en het eigen 1De eigen bijdrage van ongehuwde personen tussen 18 en 65 jaar bedraagt € 17,60 per vier weken.Als het verzamelinkomen meer dan € 22.222,00 bedraagt, dan wordt het bedrag van € 17,60 verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen zijn inkomen en € 22.222,
  2. 2De eigen bijdrage van ongehuwde personen van 65 jaar of ouder bedraagt € 17,60 per vier weken.Als het verzamelinkomen meer dan € 15.265,00 bedraagt, dan wordt het bedrag van € 17,60 verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen zijn inkomen en € 15.256,
  3. 3De eigen bijdrage van gehuwde personen indien een van beiden ouder is dan 18 jaar en jonger is dan 65 jaar bedraagt € 25,20 per vier weken. Als het verzamelinkomen meer dan € 27.222,00 bedraagt, dan wordt het bedrag van € 25,20 verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen zijn inkomen en € 27.222,
  4. 4De eigen bijdrage van gehuwde personen die beiden 65 jaar of ouder zijn bedraagt € 25,20 per vier weken. Als het verzamelinkomen meer dan € 21.058,00 bedraagt, dan wordt het bedrag van € 25,20 verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen zijn inkomen en € 21.058,
  5. 5De eigen bijdrage voor hulp bij het huishouden wordt opgelegd voor de periode dat de hulp is geïndiceerd en wordt afgenomen. 6De eigen bijdrage of het eigen aandeel kan nooit meer bedragen dan de kostprijs van de voorziening of de dienst. 7Voor rolstoelen wordt geen eigen bijdrage gevraagd. Artikel4Roerende zaken en woonvoorzieningen Indien een voorziening bestaat uit een roerende zaak die in eigendom wordt verstrekt of uit een bouwkundige of woontechnische aanpassing van een woning die eigendom is van de aanvrager, wordt gedurende een periode van maximaal 39 maal vier weken (=3 jaar) een eigen bijdrage in rekening gebracht dan wel bij de vaststelling van de hoogte van een financiële tegemoetkoming gedurende die periode een met toepassing van het in artikel 2 vastgesteld bedrag in mindering gebracht. Hoofdstuk4Vervoersvoorzieningen Artikel5Vervoersvoorzieningen Als een voorziening mede een algemeen gebruikelijke voorziening inhoudt, wordt aan een persoon met beperkingen een eigen bijdrage als eigen inbreng gevraagd. Hierbij geldt dat: a. de eigen inbreng voor een aangepaste fiets, driewielfiets, fiets in een bijzondere uitvoering, een handbike € 350,00 bedraagt;b. de eigen inbreng voor een fietszitje, buggy € 80,- en voor een autostoeltje € 140,00 bedraagt; c. de eigen inbreng voor vervoersvoorzieningen voor kinderen tot 6 jaar € 190,00 en voor kinderen van 6 tot 18 jaar € 220,00 bedraagt; d. de eigen inbreng per kind tot 18 jaar nooit meer dan € 410,00 bedraagt en maximaal 2 maal geheven mag worden. Hoofdstuk5Hulp bij het huishouden Artikel6Vaststelling bedrag Persoonsgebonden budget hulp bij het huishouden. 1Het bedrag per klasse dat in de vorm van een Persoonsgebonden budget voor Hulp bij het huishouden wordt verstrekt bedraagt per jaar: HBH 1 HBH 2Klasse 1 € 1.059,00 € 1.162,00Klasse 2 € 2.568,00 € 4.036,00Klasse 3 € 4.683,00 € 7.358,00Klasse 4 € 6.948,00 € 10.918,00Klasse 5 € 9.214,00 € 14.376,00Klasse 6 € 11.480,00 € 18.038,00 2Het Persoonsgebonden budget voor Hulp bij het huishouden is gebaseerd op de tegenwaarde van de voorziening in natura. Bij additionele uren die boven klasse 6 op basis van de hardheidsclausule worden toegekend, wordt een uurbedrag van € 20,08 voor HbH1 en € 24,09 voor HbH2 gehanteerd. De bedragen zullen 1x per halfjaar bij voorschot op rekening van de budgethouder worden overgemaakt. Hoofdstuk6Woonvoorzieningen Artikel7Hoogte financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget woonvoorzieningen 1De financiële tegemoetkoming (minus het eigen aandeel) of het persoonsgebonden budget (minus de eigen bijdrage) voor woonvoorzieningen wordt vastgesteld als tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in de door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurde offerte. 2Het in artikel 21 van de van de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning genoemde afschrijvingsschema luidt als volgt: afschrijving in 10 jaar. 3Het bedrag voor de verhuis- en inrichtingskostenvergoeding als genoemd in artikel 16 onder a van de Verordening Voorzieningen maatschappelijke ondersteuning bedraagt:a. maximaal € 4.000,00 voor alleenstaanden of gehuwden zonder kinderen of voor alleenstaanden of gehuwden met kind of kinderen onder de 18 jaar die genoodzaakt zijn mee te verhuizen;b. € 4.000,00 voor personen die op verzoek van de gemeente een aangepaste woning vrijmaken. 4Het bedrag dat als maximum verstrekt wordt bij het bezoekbaar maken als genoemd in artikel 19, lid 2 van de verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Graft-De Rijp bedraagt € 2.500,
  6. De hoogte van de financiële tegemoetkoming voor woningsanering bedraagt, wanneer het gaat om het vervangen van zachte door harde vloerbedekking, maximaal € 50,00 per strekkende meter. Voor woningsanering gelden de volgende afschrijvingstermijnen: is een artikel nieuwer dan 2 jaar: 100% vergoedingis een artikel 2-4 jaar oud: 75% vergoedingis een artikel 4-6 jaar oud: 50% vergoedingis een artikel 6-8 jaar oud; 25% van de werkelijk gemaakte kostenis een artikel 8 jaar of ouder: geen vergoeding. 5De noodzakelijke kosten voor onderhoud en reparatie van trapliften, plafondliften, elektrische deuropeners, was-föhninstallaties en elektrische verstellingen van keukens of wastafels wordt volledig vergoed aan de eigenaar van de woning. Hoofdstuk7Het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel Artikel8Persoonsgebonden budget voor vervoersvoorzieningen Het persoonsgebonden budget voor vervoersvoorzieningen wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de goedkoopst adequate voorziening in natura bij de door de gemeente gecontracteerde leverancier. Het bedrag kan worden verhoogd met een bedrag voor onderhoud en reparatie, gebaseerd op het bedrag voor onderhoud en reparatie dat de gemeente betaalt voor een dergelijke voorziening die in natura wordt verstrekt. Artikel9Inkomensgrens auto De netto inkomensgrens waarboven een auto, met een auto vergelijkbare voorzieningen en de daarmee samenhangende gebruiks- en onderhoudskosten niet voor verstrekking of vergoeding in aanmerking komen, zoals genoemd in artikel 25 van de verordening Voorzieningen maatschappelijke ondersteuning, bedraagt 1,5 maal het inkomen van de in artikel 2 genoemde inkomensbedragen. Artikel10Hoogte financiële tegemoetkoming vervoersvoorzieningen a. Het bedrag dat per jaar verstrekt wordt voor gebruik van een (eigen) auto bedraagt maximaal € 1.475,00;b. Het bedrag dat per jaar verstrekt wordt voor gebruik van een bruikleenauto bedraagt maximaal € 740,00; c. Het bedrag dat per jaar verstrekt wordt voor gebruik van een taxi bedraagt € maximaal € 1.475,00;d. Het bedrag dat per jaar verstrekt wordt voor gebruik van een rolstoeltaxi bedraagt maximaal € 2.175,
  7. Artikel11Hoogte financiële tegemoetkomingen aanpassing eigen auto 1De vergoeding van de aanpassing aan de eigen auto bedraagt maximaal € 2.500,00, als de medische noodzaak voor het gebruik van de eigen auto aangetoond dan wel geïndiceerd is. 2De vergoeding van de aanpassing van de eigen auto bedraagt maximaal € 2.500,00 indien de gehandicapte geïndiceerd is voor het collectief systeem van aanvullend vervoer maar niet in aanmerking wil komen voor de collectieve voorziening. Deze autoaanpassing kan alleen verstrekt worden in plaats van het collectief vervoer en als deze voor een periode van minimaal 5 jaar adequaat geacht wordt. 3Bij het vaststellen van de hoogte van de bedragen, kan bij een combinatie van verschillende vervoers-voorzieningen, op grond van een afwijkende individuele vervoersbehoefte worden afgeweken van de in artikel 10 genoemde bedragen. 4Indien op grond van lid 2 een autoaanpassing wordt toegekend kan in aanvulling daarop geen financiële tegemoetkoming in de kosten van gebruik eigen auto of (rolstoel)taxi worden verstrekt. 5Het bedrag genoemd in lid 2 is een gemaximeerde vergoeding en wordt niet vaker dan eens per vijf jaar verstrekt. Het geldt tevens als bijdrage voor het onderhoud en reparatie van de autoaanpassing. Hoofdstuk8Verplaatsen in en rond de woning Artikel12Persoonsgebonden budget bij rolstoelen Het persoonsgebonden budget voor een rolstoel wordt vastgesteld als tegenwaarde van de goedkoopst adequate voorziening in natura bij de door de gemeente gecontracteerde leverancier en kan worden verhoogd met het bedrag voor onderhoud en reparatie dat de gemeente betaalt voor een dergelijke voorziening die in natura wordt verstrekt. Artikel13Persoonsgebonden budget bij sportrolstoelen Een sportrolstoel of een of een persoonsgebonden budget te besteden aan een individuele voorziening welke noodzakelijk is bij de uitoefening van een sport wordt uitsluitend verstrekt als financiële tegemoetkoming. Het bedrag van deze tegemoetkoming bedraagt € 2.500,00 welk bedrag bedoeld is als tegemoetkoming in aanschaf en onderhoud van een sportrolstoel of een daarmee vergelijkbare (gehandicapten) sportvoorziening voor een periode van drie jaar. Hoofdstuk9Advisering en samenhangende afstemming Artikel14Samenhangende afstemming Om de verkrijging van individuele voorzieningen samenhangend af te stemmen op de situatie van de aanvrager wordt bij het onderzoek inzake het advies ex artikel 33 van de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning indien van toepassing aandacht besteed aan:a. de algemene gezondheidstoestand van de aanvrager;b. de beperkingen die de aanvrager in zijn functioneren ondervindt als gevolg van ziekte of gebrek;c. de woning en de woonomgeving van de aanvrager;d. de psychisch en sociaal functioneren van de aanvrager;e. de sociale omstandigheden van de aanvrager.Bij de besluitvorming en de motivering van het besluit wordt door het college bij deze bevindingen aangesloten. Hoofdstuk10Slotbepalingen Artikel15Indexering 1 De in dit besluit geldende bedragen kunnen jaarlijks (1 januari of 1 juli) door burgemeester en wethouders aangepast worden conform de ontwikkelingen van de prijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek en de landelijke normen. 2In afwijking van het vorige lid wordt het klanttarief van de aanvullend openbaar vervoerritten aangepast aan de prijsontwikkeling van de Openbaar Vervoertarieven. 3De in dit besluit genoemde bedragen met ingang van 1 januari 2011 zijn vastgesteld. Artikel16Citeerartikel en inwerkingtreding 1Dit besluit kan worden aangehaald als “Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Graft-De Rijp 2011”. 2Dit besluit treedt in werking op 1 januari
  8. Graft-De Rijp, 26 oktober
  9. burgemeester en wethouders van Graft-De Rijp, de secretaris, de burgemeester,

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.