Regels voor de begraafplaatsen, de graven en grafbedekkingen 2026Regels voor de begraafplaatsen, de graven en grafbedekkingen 2026 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kaag en Braassem; Gelet op de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Kaag en Braassem 2026; Besluit: Vast te stellen de volgende nadere ‘Regels voor de begraafplaatsen, de graven en grafbedekkingen’ Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1.1Begripsomschrijving: In deze regels wordt verstaan onder: De gemeentelijke begraafplaatsen: Begraafplaats Leimuiden aan Dorpsstraat 49 in Leimuiden Begraafplaats Rijnsaterwoude aan Herenweg 26 in Rijnsaterwoude Begraafplaats Woubrugge aan Kerkweg 58 in Woubrugge Asbus: een omhulsel ter berging van as van een overledene; Urn: een speciale vaas, pot of ander voorwerp waarin as van een overledene wordt bewaard na een crematie; Particulier graf: een graf – grafkelder daaronder begrepen – waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen begraven en begraven houden van lijken; het doen bijzetten of bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; het doen verstrooien van as. Algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken; Particulier urnengraf: een bewaarplaats in de ondergrondse nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van een asbus met of zonder urnen; Algemeen kindergraf: een graf bij de gemeente in beheer, waar lijken van kinderen beneden de 12 jaar begraven kunnen worden; Particuliere gedenkplaats: een plaats waar een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend om overledenen te gedenken; Verstrooiingsplaats: een plaats waarop crematie-as wordt verstrooid; Grafbedekking: gedenkteken en/of grafbeplanting op een graf; Gedenkteken: steen, zerk of ander monument, daaronder begrepen kettingen en hekwerken; Grafbeplanting: winterharde beplanting; Keldergraf: graf dat bestaat uit een betonnen kelder die in de grond is geplaatst; Urnengraf: een plek op een begraafplaats waar een asbus met of zonder urn kan worden bijgezet, waaronder urnenmuur en urnenzuil; Beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaats(en) of degene die hem vervangt; Rechthebbende: een natuurlijk persoon of rechtspersoon (in de vorm van een executeur testamentair) aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier graf, een particulier urnengraf of een particulieren gedenkplaats, dan wel degene die redelijkerwijs geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden; Gebruiker: natuurlijk of rechtspersoon aan wie een recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf of een algemeen urnengraf is verleend, dan wel degene die redelijkerwijs geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden; Gedenkboom: een door de beheerder geplaatste herinneringsboom op de algemene begraafplaats in Woubrugge, bedoeld als symbolische herdenkplek. Nabestaanden kunnen hier een gedenkblaadje laten aanbrengen met de naam en/of geboorte en/of overlijdensdatum van een overledene. Artikel1.2Inrichting register begraafplaatsen In het register wordt opgenomen: naam, geboortedatum, overlijdensdatum en geslacht van degene die is overleden, het soort graf en het vak- en grafnummer of nummer van urnengraf; de datum waarop de termijn van verleende rechten op het graf afloopt; de datum van ruiming; de plaatsing van een gedenkteken; NAW-gegevens en BSN-nummer van de rechthebbende op of gebruiker van een graf. Artikel1.3Openingstijden begraafplaatsen voor bezoekers 1.De begraafplaatsen zijn voor bezoekers geopend van zonsopkomst tot zonsondergang. 2.Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere situaties afwijkende tijden vaststellen. Hoofdstuk2Indeling en uitgifte graven Artikel2.1Indeling begraafplaatsen Elk graf heeft een unieke aanduiding, waarbij: De maten van de plaats welke op het indelingsplan als graf is aangegeven 90 cm breed en 220 cm lang zijn; De maten van een urnengraf door de standaard vormgeving worden bepaald. Artikel2.2Duur uitgifte en indeling van graven De graven worden uitgegeven voor een bepaalde periode: algemene graven voor een periode van 10 jaar; particuliere graven voor een periode van 20 jaar; hierin kunnen maximaal twee overledenen begraven worden; kindergraven voor een periode van 10 jaar; hierin kan een overleden kind beneden de leeftijd van 12 jaar begraven worden; urnengraven voor een periode van 20 jaar; hierin kunnen maximaal twee asbussen met of zonder urn geplaatst worden. Artikel2.3Verlengen termijnen graven en overschrijven van rechten 1.De termijnen van de graven genoemd in artikel 2.2 lid b, c en d kunnen middels schriftelijke aanvraag door rechthebbende worden verlengd met een termijn van 5 of 10 jaar, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende termijn is ingediend. 2.Indien sprake is van bijzetting in een particulier graf, waarvan de resterende termijn van het grafrecht korter is dan 10 jaar, is de rechthebbende verplicht de grafrechttermijn met een periode van 10 jaar te verlengen. 3.Het recht op een graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven ten name van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad. Overschrijven op verzoek van de rechthebbende ten name van een ander dan de hiervoor genoemde personen is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan. Artikel2.4– Uitvoering van begraving bij technische of bodemkundige beperkingen 1.De beheerder kan weigeren een begraving uit te voeren in een uitgegeven graf indien dit wegens technische, bodemkundige, waterhuishoudkundige of andere feitelijke omstandigheden niet verantwoord of niet uitvoerbaar is. 2.Indien een weigering als bedoeld in het eerste lid noodzakelijk is, biedt de beheerder de rechthebbende of nabestaanden een passend alternatief aan, zoals een ander graf van vergelijkbare aard en ligging. 3.Indien het betreffende graf op een later moment alsnog geschikt blijkt voor begraving, wordt slechts tot ingebruikneming overgegaan na voorafgaande, uitdrukkelijke toestemming van de rechthebbende of nabestaanden. 4.De beheerder legt de beslissing, de redenen daarvoor en het aangeboden alternatief schriftelijk vast en deelt deze onverwijld mee aan de rechthebbende of nabestaanden. Artikel2.5Verstrooien van as 1.Verstrooien van as kan op daartoe aangewezen ruimte op de begraafplaats. 2.Verstrooien van as is uitsluitend toegestaan na melding aan de beheerder. De beheerder bepaalt (in overleg met de verzoeker) datum en tijdstip van de verstrooiing. Hoofdstuk3Grafbedekkingen Artikel3.1Aanbrengen van voorwerpen en gedenktekens 1.Voor gedenktekens mogen alleen duurzame materialen worden gebruikt. 2.Het is niet toegestaan buiten de plaatsen die op het indelingsplan als (urnen)graf zijn aangeduid enig voorwerp te plaatsen of weg te nemen. 3.Demontage van voorwerpen moet voor tijdelijke verwijdering redelijkerwijs mogelijk zijn. 4.Het plaatsen of aanbrengen van een bedrijfsnaam, handelsreclame of andere reclame op een graf is verboden. 5.Het plaatsen van aanstootgevende teksten of voorwerpen op een graf is verboden. Artikel3.2Voorwaarden voorwerpen particuliere grondgraven en kindergraven 1.Alle te plaatsen voorwerpen bij een particulier graf of kindergraf mogen gezamenlijk niet groter zijn dan 180 cm lang, 90 cm breed en 90 cm hoog. 2.Een gedenkteken op een particulier graf of kindergraf mag maximaal de volgende afmetingen hebben: voor een gedenkteken staand model 90 cm breed, 90 cm hoog en 20 cm diep; voor een gedenkteken liggend model 180 cm lang, 90 cm breed en 8 cm diep. Artikel3.3Voorwaarden voorwerpen algemene graven 1.Alle te plaatsen voorwerpen bij een algemeen graf mogen gezamenlijk niet groter zijn dan 90 cm lang, 90 cm breed en 90 cm hoog. 2.Op een algemeen graf mag een staand gedenkteken worden geplaatst een maximale afmeting van 90 cm breed, 90 cm hoog en 20 cm diep. 3.Op een algemeen graf mag een liggend gedenkteken worden geplaatst met een maximale afmeting van 90 cm lang, 90 cm breed en 8 cm diep. Artikel3.4Voorwaarden voorwerpen particuliere urnengraven 1.Alle te plaatsen voorwerpen bij een particulier urnengraf mogen gezamenlijk niet groter zijn dan 55 cm lang, 55 cm breed en 75 cm hoog. 2.Een gedenkteken op een particulier urnengraf mag maximaal de volgende afmetingen hebben: 55cm lang, 55 cm breed en 75 cm hoog. Artikel3.5Plaatsen van gedenkteken 1.Plaatsen van een gedenkteken is uitsluitend toegestaan na schriftelijke melding bij de beheerder. De beheerder bepaalt (in overleg met de rechthebbende of gebruiker van het graf) datum en tijdstip van de plaatsing. 2.Alle te plaatsen gedenktekens op grond- en/of keldergraven moeten op zodanige wijze worden gefundeerd dat verzakken of schuinzakken niet mogelijk is d.m.v. een fundering van gewapend beton met een minimale dikte van 8 cm. 3.Op een algemeen grondgraf dient de gedenksteen in de volgende volgorde te worden geplaatst: van het als eerste gedolven graf wordt de steen aan de achterzijde van het graf geplaatst; van het als tweede gedolven graf wordt de steen voor de onder a. vermelde steen geplaatst. Artikel3.6Voorwaarden beplanting 1.Beplanting mag uitsluitend worden aangebracht binnen de begrenzing van het grafdek. 2.Beplanting dient binnen de begrenzing van het grafdek te blijven. 3.De rechthebbende van een particulier graf of de gebruiker van een algemeen graf is verantwoordelijk voor de naleving van het gestelde in de voorgaande leden van dit artikel. Artikel3.7Onderhoud 1.Rechthebbenden en gebruikers zijn verplicht de gedenktekens, grafbedekking, afsluitplaten en grafbeplanting behoorlijk te onderhouden. 2.Onder dit onderhoud wordt begrepen het rechtzetten, herstellen of vernieuwen, het verven van opschriften en het bijkleuren of schilderen van stenen en hekwerken, alsmede het regelmatig snoeien van winterharde gewassen en het verwijderen van dode beplanting. Artikel3.8Opruimen graf en omgeving 1.Alle afval ontstaan door of als gevolg van het aanbrengen van een gedenkteken of beplanting dient onmiddellijk te worden opgeruimd. 2.Beschadigingen aan gedenkteken of beplanting dient zo spoedig mogelijk te worden hersteld. 3.De rechthebbende van een particulier graf of de gebruiker van een algemeen graf is verantwoordelijk voor de naleving van het gestelde in de vorige leden van dit artikel. Artikel3.9Voorschriften gebruik gedenkboom 1.Nabestaanden kunnen via de beheerder een gedenkblaadje laten graveren in bevestigen aan de gedenkboom. De locatie van het blad in de boom wordt in overleg met de nabestaanden bepaald. 2.Het is niet toegestaan om rondom, in of aan de gedenkboom losse voorwerpen te plaatsen zoals beeldjes, knuffels, kaarsen of andere persoonlijke items. Het plaatsen van bloemen is wel toegestaan. 3.De beheerder draagt zorg voor het onderhoud van de gedenkboom en ziet toe op de naleving van dit artikel. Hoofdstuk4Overgangs- en slotbepalingen Artikel4.1Overige bepalingen In alle gevallen waarin deze regels niet voorzien beslissen burgemeester en wethouders. Artikel4.2Intrekking regels Alle eerder vastgestelde regels voor de begraafplaatsen, graven en grafbedekkingen worden ingetrokken. Artikel4.3Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze nadere regels treden in werking op de dag volgende op die van de openbare bekendmaking. 2.Deze nadere regels worden aangehaald als ‘Regels voor de begraafplaatsen, graven en grafbedekkingen 2026’. Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem, gehouden op 3 februari 2026.Burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem,de gemeentesecretaris, J.J. Démoed de burgemeester,A. Heijstee-Bolt
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.