Beleidsregels buitenplanse omgevingsplanactiviteiten Noordwijk 2026Beleidsregels voor de toepassing van artikel 8.0a Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Hoofdstuk1 1.1Inleiding Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. De wettelijke basis voor de Beleidsregels planologische afwijkingen Noordwijk 2023 (wat voorheen het kruimelgevallenbeleid werd genoemd) is daarmee komen te vervallen. De gemeente Noordwijk wil dit beleid voortzetten in de Beleidsregels buitenplanse omgevingsplanactiviteiten Noordwijk 2026. 1.2Situatie vóór 1 januari 2024 Voor 1 januari 2024 golden de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit omgevingsrecht (Bor). In de gemeente golden verschillende bestemmingsplannen. Een bestemmingsplan kende regels voor bouw en gebruik van gronden en opstallen. Voor bepaalde vormen van gebruik en bouw had de wetgever algemene regels opgesteld om op een eenvoudige wijze af te kunnen wijken van het bestemmingsplan. Deze afwijkingsmogelijkheden stonden in artikel 4 van bijlage II van het Bor (het kruimelgevallenbeleid). Het gemeentebestuur had voor bepaalde veel voorkomende afwijkingen (denk aan het bouwen van een bijgebouw bij een woning) beleidsregels geformuleerd, om deze veel voorkomende gevallen efficiënt en op gelijke wijze (voorkomen willekeur en bevorderen rechtsgelijkheid) af te kunnen handelen. 1.3Situatie onder de Omgevingswet De wettelijke basis voor het kruimelgevallenbeleid, artikel 4 van Bijlage II bij het Bor, is met de inwerkingtreding van de Omgevingswet van rechtswege komen te vervallen. De nieuwe wettelijke basis is geregeld in artikel 8.0a van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). In vergelijking met het oude kruimelgevallenbeleid zijn alle onderwerpen waarvoor geen voorwaarden gesteld kunnen worden uit het beleid gehaald. Dit is maatwerk en daarvoor kunnen deze algemene beleidsregels niet gebruikt worden. Ook de onderwerpen waaraan onder het voorheen geformuleerde beleid geen medewerking werd verleend aan afwijkingen zijn uit het beleid gehaald. Voor de overige onderwerpen wordt de beleidslijn van het voorheen geformuleerde beleid grotendeels voortgezet onder de Omgevingswet. De bestemmingsplannen maken nu van rechtswege onderdeel uit van het (tijdelijk deel) omgevingsplan. 1.4Doelstelling en reikwijdte Het doel van deze beleidsregels is het bieden van een duidelijk kader voor inwoners, ondernemers en initiatiefnemers voor en over de wijze waarop binnen de gemeente Noordwijk wordt omgegaan met activiteiten die afwijken van het omgevingsplan. Er moet altijd deugdelijk worden gemotiveerd waarom medewerking wordt verleend. Dit beleid maakt inzichtelijk in welke gevallen en onder welke voorwaarden medewerking verwacht kan worden. Dit is efficiënt en transparant. Een omgevingsvergunning voor het ‘bouwen van een bouwwerk’ of voor het ‘strijdig gebruik van gronden of bouwwerken’ wordt getoetst aan het omgevingsplan (tijdelijk deel). In het omgevingsplan (tijdelijk deel) zijn bouwregels en gebruiksregels opgenomen voor gronden en bouwwerken. Als de aanvraag niet past binnen de regels van het omgevingsplan (inclusief binnenplanse afwijkingsmogelijkheden), kan worden afgeweken van het omgevingsplan (tijdelijk deel) met een ‘buitenplanse afwijking’. Dit is geregeld in artikel 8.0a van het Bkl. Het bevoegd gezag mag een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit alleen verlenen met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (etfal). Hiervan is geen sprake wanneer de activiteit in strijd is met de omgevingsvisie, programma’s of ander relevant gemeentelijk beleid. Deze beleidsregels hebben betrekking op kleine buitenplanse afwijkingen. Per categorie van gevallen geven we aan onder welke voorwaarden we bereid zijn om (buitenplans) af te wijken van het omgevingsplan (tijdelijk deel). Dit wordt gedaan door het stellen van criteria. 1.5Bevoegdheid Medewerking verlenen aan een afwijking van de regels van het omgevingsplan blijft een bevoegdheid van het college van B&W en is geen verplichting. Voordat een besluit genomen wordt om een omgevingsvergunning te verlenen, moet een afweging plaatsvinden van de belangen. Zowel het besluit tot verlening alsmede tot afwijzing moet zorgvuldig worden gemotiveerd. 1.6Toepassingsbereik Deze beleidsregels zijn van toepassing op alle percelen binnen de gemeente Noordwijk voor zover gelegen binnen de bebouwde kom, tenzij anders aangegeven. Hoofdstuk2 2.1Begripsbepalingen In de beleidsregels worden diverse begrippen gehanteerd. In dit beleid zijn geen begripsbepalingen opgenomen. Voor de begripsbepaling verwijzen wij u naar de begrippen zoals opgenomen in de Omgevingswet, Bbl bijlage I en het (tijdelijke) deel van het omgevingsplan. Bij verschillende definities van begrippen gaan de definities van de Omgevingswet en het Bbl bijlage I voor op de definities van het (tijdelijk) deel van het omgevingsplan. 2.2Wijze van meten De bepalingen betreffende de wijze van meten, zoals opgenomen in artikel 2.23 Bbl zijn op de onderhavige beleidsregels van toepassing. 2.3Bebouwde kom/buiten bebouwde kom Vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet werd in artikel 4 onderdelen 1 en 9 van bijlage II Bor onderscheid gemaakt tussen binnen en buiten de bebouwde kom. De Omgevingswet kent geen aparte definitie voor ‘bebouwde kom’. De gemeente Noordwijk wil het gebruik van de definitie van ‘bebouwde kom’ zoals voor de Omgevingswet van toepassing was voortzetten in deze beleidsregel. Voor de uitvoering van deze beleidsregel is het daarom nodig om het begrip ‘bebouwde kom’ te concretiseren. Volgens vaste rechtspraak is het antwoord op de vraag of een perceel in de bebouwde kom is gelegen, van feitelijke aard, waarbij de aard van de omgeving bepalend is en van belang is waar de bebouwing nagenoeg feitelijk ophoudt. De komgrens volgens bijvoorbeeld de Wegenverkeerswet is hierbij niet van belang. Om te spreken van een bebouwde kom moet er sprake zijn van een op korte afstand van elkaar gelegen bebouwing die geconcentreerd is tot een samenhangende structuur. Als indicatie kan hiervoor grofweg gesteld worden dat de bestemmingsplannen (die nu onderdeel zijn van het tijdelijk omgevingsplan) “Landelijk Gebied Noordwijk”, “Buitengebied Noordwijkerhout”, “Zee, Strand en Duin (m.u.v. de jaarrond paviljoens)”, “De Duinrand”, “Oosterduinse Meer” en “Reparatieplan Oosterduinse Meer” buiten de bebouwde kom vallen en de overige bestemmingsplannen de bebouwde kom vormen. Hoofdstuk3Beleidsregels Deze beleidsregels gaan over de volgende categorieën: het realiseren van bijbehorende bouwwerken of uitbreidingen daarvan, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, bij woonfuncties; een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding; een antenne-installatie. Hieronder worden de hierboven genoemde categorieën verder uitgewerkt. 3.1Realiseren van bijbehorende bouwwerken of uitbreidingen daarvan, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, bij woonfuncties 3.1aHerhalingsplan Medewerking wordt verleend aan een herhalingsplan, indien het plan identiek is aan een legaal gerealiseerd bouwplan binnen hetzelfde blok. Grotere afwijkingen worden niet toegestaan. Medewerking kan worden verleend aan een herhalingsplan op een ander blok, indien het plan identiek is aan een legaal gerealiseerd bouwplan op een identiek huis in dezelfde wijk én de Commissie omgevingskwaliteit positief adviseert. Motivering Ad a). Het gaat hierbij om een plan waarvoor een vergunning is verleend bij hetzelfde type woning in hetzelfde bouwblok. Uiteraard moet het wel gaan om legale zaken. Vanuit stedenbouw en de Commissie omgevingskwaliteit gezien is het fraaier als binnen een bouwblok een zekere mate van eenheid aanwezig is. Dat geldt voor dakkapellen, dakopbouwen, maar ook voor tweelaagse uitbreidingen aan de achterzijde en erkers aan de voorzijde. Met identiek wordt in dit geval bedoeld de maatvoeringen. Het advies van de commissie omgevingskwaliteit zal bepalen in hoeverre de vormgeving/kozijnindeling e.d. ook identiek moet zijn. Er is géén sprake van een herhalingsplan in die gevallen waarbij vanuit stedenbouwkundig oogpunt alleen op de hoeken van het blok sprake is van een afwijking, die samenhangt met het feit dat het een hoekpand betreft. Bijvoorbeeld de vormgeving van het (vrijstaande) bijgebouw. Of een bouwhoogte/ goothoogteaccent of de kaprichting van het hoofdgebouw. Huizen in het midden zijn dan geen identieke gevallen. Ad b). Met de regel kan de vergunning worden verleend als het plan identiek is aan een al eerder vergund bouwplan bij een identieke woning, maar deze niet in hetzelfde blok ligt. Maar wel bijvoorbeeld tegenover, of een naastgelegen blok, of een blok verderop in dezelfde wijk. Uiteraard moet het wel gaan om legale zaken. Omdat het niet in hetzelfde blok ligt, is het effect van herhaling van mindere invloed op de ruimtelijke kwaliteit; het betreft immers een bouwplan op een nieuw blok en wordt daarmee bepalend voor de rest van dat blok. Het advies van de commissie omgevingskwaliteit beperkt zich dan niet alleen tot de vormgeving maar zal ook nadrukkelijk moeten ingaan op de vraag of dit herhalingsplan nog steeds past bij die nieuwe woning/ dat nieuwe blok. Medewerking aan zo’n herhalingsplan is dus minder vanzelfsprekend dan een herhalingsplan in hetzelfde blok. *Met blok wordt hier bedoeld een aaneengesloten rij woningen. Twee blokken worden meestal door een straat of brandgang gescheiden. Soms is er echter sprake van twee aaneengebouwde blokken (meestal is er dan sprake van een duidelijke rooilijnverspringing); er is dan sprake van twee blokken. Ook een twee-onder-een-kap valt onder het begrip blok. Links en rechts worden dan identiek (eventueel gespiegeld) behandeld. Voorbeelden van een blok (links) en twee aaneengebouwde blokken (rechts). 3.1bBedrijfswoningen en woningen die vergund en onherroepelijk zijn via een (uitgebreide) omgevingsprocedure, maar nog niet opgenomen zijn in het omgevingsplan (tijdelijk deel) gelegen buiten de bebouwde kom Medewerking wordt verleend, mits geheel wordt voldaan aan de eisen en maatvoeringen van het Bbl en het omgevingsplan (tijdelijk deel) bij een wél bestemde woning. Motivering Bedrijfswoningen zijn formeel gesproken bijbehorende bouwwerken (en dus géén hoofdgebouw). Daarom kan daar veel minder vergunningsvrij. Met behulp van het afwijkingenbeleid worden voor bedrijfswoningen dezelfde zaken mogelijk gemaakt als vergunningsvrij bij woningen kan (dus voldoen aan de maatvoeringen van het Bbl en het omgevingsplan (tijdelijk deel). Als woningen vergund en onherroepelijk zijn (via de uitgebreide procedure of via het planologische afwijkingenbeleid), maar nog niet zijn opgenomen in het omgevingsplan (tijdelijk deel) is vergunningsvrij bouwen niet mogelijk wegens conflict met de definitie erf (Bbl Bijlage I). Met deze regeling kan toch medewerking verleend worden. 3.1cHet bouwen van bijbehorende bouwwerken op aangekocht snippergroen t.b.v. tuin wat nog niet is opgenomen in het omgevingsplan (tijdelijk deel) gelegen buiten de bebouwde kom Medewerking wordt verleend, mits geheel wordt voldaan aan de eisen en maatvoeringen van het Bbl en het omgevingsplan (tijdelijk deel) bij een wél bestemd erf/tuin bij de woning. Motivering Als er van de gemeente snippergroen is aangekocht ten behoeve van de bestemming tuin of wonen, maar het omgevingsplan (tijdelijk deel) daar nog niet op is aangepast, kan nog niet vergunningsvrij gebouwd worden wegens conflict met de definitie erf (Bbl bijlage I). Met deze regeling kan toch medewerking worden verleend. Bij toetsing wordt getoetst alsof het de functie wonen of tuin zou zijn. Dat geldt voor zowel het bepalen van het achtererfgebied, als de m2 erf, als de hoeveelheid toegestane bebouwing. 3.1dOndergrondse uitbreidingen van/onder woningen buiten de bebouwde kom Medewerking wordt verleend aan een kruipruimte onder een woning, mits niet groter dan het hoofdgebouw. Medewerking kan worden verleend aan één ondergrondse bouwlaag onder een woning, indien er geen andere belangen onevenredig geschaad worden. Hierbij dient per concreet geval te worden beoordeeld of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarbij geldt: maximaal één laag; onder én niet groter dan het hoofdgebouw plus aanbouwen/uitbouwen. Ondergeschikte zaken als een ingang en koekkoeken zijn wel toegestaan; Ondergrondse uitbreidingen van/onder appartementencomplexen is maatwerk. Motivering Een regeling voor ondergronds bouwen is niet altijd opgenomen in het omgevingsplan (tijdelijk deel). Uitgangspunt is dat een kruipruimte altijd mag. Een volledige ondergrondse bouwlaag is mogelijk als daardoor geen andere belangen onevenredig geschaad worden, zoals de grondwaterstromen (zie parpalubestemmingsplan Grondwater), archeologie, waterkering of de verkeersveiligheid (bij een in/ uitrit). De grootte van de kelder wordt bepaald door de grootte van het hoofdgebouw plus aan/ uitbouwen (verticale projectie). Wel is er ruimte voor ondergeschikte zaken als daglichtvoorzieningen en voor de voorzieningen die nodig zijn om de ruimte te kunnen bereiken. Ook als de kelder wat uitsteekt (bijv. 0,4m) wegens een technische reden, is dat toegestaan. Voor woningen waarbij de achtertuin één bouwlaag lager ligt dan de voortuin mag deze ondergrondse bouwlaag (souterrain) wel 4m uitgebouwd worden, maar wel volgens de maximale maatvoeringen van het omgevingsplan (tijdelijk deel) en het Bbl. Het is niet de bedoeling dat een perceel voor een groot deel uit kelder bestaat, terwijl het huis aanzienlijk kleiner is. Een ondergrondse ruimte aan de zijkant hoeft niet 1m uit de voorgevel gerealiseerd te worden, maar mag gelijklopen met de voorgevel. Indien de ondergrondse bouwlaag volgens geldende wetgeving of het omgevingsplan (tijdelijk deel) meegerekend dient te worden bij de totale inhoud van de woning, mag de totale inhoud van de woning niet groter zijn dan 750m3. Wordt de totale inhoud groter, dan vraagt dit om een maatwerk beoordeling. 3.2Dakkapellen 3.2.1Dakkapellen Voor die gevallen die afwijken van het omgevingsplan (tijdelijk deel) is medewerking in principe alleen mogelijk als die bouwwerken voldoen aan de criteria van de vigerende nota omgevingskwaliteit of voldoen aan de beleidsregel ten aanzien van het uiterlijk van bouwwerken of wanneer het een herhalingsplan betreft (zie 3.2.2). Uitzonderingen zijn dakkapellen op vrijstaande woningen. Dit is altijd maatwerk. Indien een dakkapel binnen twee meter van een directe zichtlijn geplaatst wordt (privaatrechtelijke beperkingen), dan is dit maatwerk en kunnen deze beleidsregels niet worden toegepast. In principe wordt geen medewerking verleend aan de realisatie van een dakkapel op een bijbehorend bouwwerk, tenzij het bijbehorende bouwwerk een dienstwoning betreft of wanneer het om een herhalingsplan gaat (zie 3.2.2). Motivering In veel gevallen zijn bouwwerken zoals in 3.2 beschreven vergunningsvrij. Voorwaarden voor het vergunningsvrij bouwen van dergelijke bouwwerken staan beschreven in het Bbl. Valt een aanvraag hier niet onder, dan is het in sommige gevallen toch wenselijk medewerking te verlenen. Dan kan medewerking worden verleend indien voldaan wordt aan de criteria gesteld in de nota omgevingskwaliteit of de beleidsregel ten aanzien van het uiterlijk van bouwwerken. Bedoeling is dat ruimtelijke kwaliteit boven de algemene regel gaat. Dakkapellen op bijgebouwen zijn niet wenselijk. Dergelijke gebouwen komen niet in aanmerking en zijn ook niet bedoeld als ruimte voor langdurig verblijf. Een uitzondering is gemaakt voor dienstwoningen en bedrijfswoningen. 3.2.2Herhalingsplan Medewerking wordt verleend aan een herhalingsplan, indien het plan identiek is aan een legaal gerealiseerd bouwplan binnen hetzelfde blok. Grotere afwijkingen worden in principe niet toegestaan. Medewerking kan worden verleend aan een herhalingsplan op een ander blok, indien het plan identiek is aan een legaal gerealiseerd bouwplan op een identiek huis in dezelfde wijk én de Commissie omgevingskwaliteit positief adviseert. Motivering Zie 3.1a. 3.3Een antenne-installatie ten behoeve van telecommunicatie Voor een antenne-installatie kan medewerking verleend worden aan een afwijking van het omgevingsplan als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: De antenne-installatie is niet hoger dan 40 meter; Uit onderzoek, aangeleverd door de aanvrager, moet blijken dat site-sharing bij bestaande antenne-installaties of bestaande hoge(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.