Beleidsregels toezicht en handhaving sociaal domein gemeente Coevorden 2026Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Coevorden; Gelet op: De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna: Wmo), de daarbij aanverwante regelingen en de geldende gemeentelijke verordening, nadere regels en beleidsregels; De Jeugdwet, de daarbij aanverwante regelingen en de geldende gemeentelijke verordening, nadere regels en beleidsregels; De Participatiewet, de daarbij aanverwante regelingen en de geldende gemeentelijke verordening, nadere regels en beleidsregels; De Algemene wet bestuursrecht; Het advies van de Adviesraad Sociaal Domein d.d. 16 januari 2026. Overwegende, dat: Het college het wenselijk acht regels vast te stellen waarin is opgenomen hoe toezicht en handhaving in het sociaal domein is vormgegeven; Het college streeft naar veilige, integere jeugdhulp en ondersteuning voor inwoners; Deze beleidsregels bijdragen bij het voorkomen en aanpakken van kwetsbaarheden bij het gebruik van onze (maatwerk) voorzieningen vanuit de Jeugdwet, de Wmo en de Participatiewet; Met het preventief toezicht het college zich richt op het voorkomen van onwenselijke situaties; Het college wil voorkomen dat budgetten vanuit de Jeugdwet, de Participatiewet en de Wmo oneigenlijk worden gebruikt; Het college inwoners die gebruik maken van voorzieningen beschermen tegen aanbieders die kwalitatief onvoldoende en/of onveilige ondersteuning leveren, misbruik maken van cliënten en/of frauderen met gemeenschapsgeld; Wanneer toezicht en handhaving noodzakelijk is, dit op zorgvuldige en weloverwogen wijze dient te gebeuren, waarbij de gevolgen in redelijke verhouding staan tot de overtreding; Het doel van deze beleidsregels is dat inwoners van de gemeente Coevorden met goed vertrouwen een beroep kunnen doen op de Jeugdwet, de Wmo en/of de Participatiewet en dat de daarvoor beschikbare gelden juist worden besteed; Er landelijk toenemende aandacht is voor toezicht en handhaving in het sociaal domein; Het college deze ontwikkelingen om de kwaliteit van jeugdhulp en ondersteuning voor onze inwoners te waarborgen volgt; B E S L U I T: Vast te stellen de “Beleidsregels toezicht en handhaving sociaal domein gemeente Coevorden 2026”. Artikel1.Definitiebepalingen 1.De begrippen, vermeldt in deze beleidsregels, die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Wmo en de Jeugdwet. 2.In deze beleidsregels wordt verstaan onder: aanbieder: aanbieder zoals bedoeld in de Wmo, jeugdhulpaanbieder zoals bedoeld in de Jeugdwet en de pgb-aanbieder; boete: bestuurlijke boete bedoeld in artikel 18a Participatiewet, artikel 20a eerste lid van de IOAW/IOAZ; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Coevorden; fraude: het opzettelijk onjuist handelen in strijd met de wet- en regelgeving met het oogmerk op eigen of andermans (financieel) gewin; signaal: een melding over de kwaliteit, veiligheid of rechtmatigheid van de voorziening; oneigenlijk gebruik: het onbedoeld onjuist handelen en daarmee verkeerd gebruikmaken van (maatwerk)voorzieningen; Participatiewet: onder de Participatiewet wordt mede verstaan IOAW, IOAZ en Bbz 2004 en aanverwante regelingen; pgb: persoonsgebonden budget; voorziening: ondersteuning op grond van de Wmo; jeugdhulpvoorzieningen op grond van de Jeugdwet; inkomensvoorziening op grond van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en aanverwante regelingen gebaseerd op de Participatiewet. Artikel2.Toezicht: principes en vormen 1.Bij toezicht wordt er gewerkt vanuit de principes van goed toezicht: onafhankelijk, transparant, selectief, slagvaardig, samenwerkend, professioneel en reflectief. 2.Er wordt uitvoering gegeven aan toezicht en handhaving binnen het Sociaal Domein volgens het concept van “Hoogwaardig Handhaven”, zoals beschreven door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. De vier fasen vormen samen de cirkel van naleving: Vroegtijdig informeren: We zetten vooral in op preventie. Preventie begint met het verstrekken van juiste, tijdige en begrijpelijke voorlichting en informatie in helder taalgebruik aan inwoners en aanbieders. Hierbij houden we rekening met verschillende doelgroepen. Optimalisering van de dienstverlening: Bij het versterken van de preventie is de samenwerking in de keten die de cirkel van naleving vormt van essentieel belang. Het vraagt om een integrale samenwerking. Controle op maat: Toezicht vindt plaats om de kwaliteit te verbeteren, onrechtmatigheden te voorkomen en te voorkomen dat inwoners de dupe worden van misstanden bij het gebruik van voorzieningen. Bij de controle wordt rekening gehouden met alle bekende feiten en omstandigheden van de inwoner. Sanctioneren op maat: Aan inwoners en aanbieders die zich bewust niet aan de afspraken houden, kunnen sancties opgelegd worden, waarbij bij de besluitvorming van de sancties alle bekende feiten en omstandigheden worden meegewogen. 3.Het college ziet toe op de naleving van de bij of krachtens deze beleidsregels gestelde regels. Het college houdt toezicht op de rechtmatigheid, de kwaliteit en bij calamiteiten van de verstrekte Wmo-voorzieningen. Op grond van de Jeugdwet houdt het college toezicht op de rechtmatigheid van de verstrekte voorzieningen. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) ziet toe op de kwaliteit van de jeugdhulpvoorzieningen en kan onderzoek doen naar aanleiding van calamiteiten binnen de jeugdhulp. Het college houdt toezicht op de rechtmatigheid op grond van de Participatiewet. 4.Er zijn verschillende vormen van toezicht; Rechtmatigheidstoezicht is het toezicht op het rechtmatig handelen volgens de geldende wet- en regelgeving; Kwaliteitstoezicht is het toezicht op het handelen volgens de eisen en voorschriften die zijn gesteld bij of krachtens de Wmo over de kwaliteit van de voorzieningen; Calamiteitentoezicht vindt plaats na de melding van de calamiteit bij de toezichthouder. Bij calamiteitenonderzoek wordt onderzocht hoe de aanbieder heeft gehandeld voorafgaand aan en tijdens de calamiteit. 5.Er wordt onderscheid gemaakt tussen preventief, proactief en repressief toezicht. Preventief toezicht vindt plaats voorafgaand of tijdens de toekenning van een voorziening. Met als doel het tijdig voorkomen van fouten, oneigenlijk gebruik, misbruik en fraude. Proactief toezicht vindt meestal plaats op basis van thema’s of onderzoeken op basis van een steekproef. Repressief toezicht start naar aanleiding van een signaal waarbij er zorgen zijn of de rechtmatigheid of kwaliteit van lopende voorzieningen. Of op grond van de Wmo naar aanleiding van calamiteiten. Signaalgestuurd toezicht richt zich op signalen die bij de gemeente binnenkomen, gemeld door aanbieders, inwoners en andere betrokkenen. Artikel3.De Toezichthouder 1.Het college heeft toezichthouders aangewezen als bedoeld in artikel 6.1 van de Wmo en artikel 76a van de Participatiewet die zijn belast met het houden van toezicht op de naleving van het gestelde in of krachtens de Wmo en de Participatiewet. 2.Voor de Jeugdwet zijn toezichthouders aangesteld voor rechtmatigheid. 3.De toezichthouder onderzoekt of de geleverde ondersteuning/voorziening vanuit de Wmo, Participatiewet en de Jeugdwet. Een overeenstemming is met de geldende wet- en regelgeving. Artikel4.Onderzoek 1.De toezichthouder kan als daar aanleiding toe is, onderzoek verrichten naar de levering van de ondersteuning/voorziening vanuit de Wmo en de Jeugdwet op basis van de geldende wet- en regelgeving. 2.De toezichthouder communiceert met de betrokkene(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.