Uitvoeringsprogramma VTH gemeente Vlissingen 2026 Het college van B en W besluit: 1.Het Uitvoeringsprogramma Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) 2026 vast te stellen.
(0)Ontwikkeling van klachten/meldingen t.o.v. eerdere edities (suggestie: -50%) Hoe gaat het nu? In de gemeente Vlissingen zijn evenementen in 2025 veilig en ordelijk verlopen; ernstige incidenten hebben zich niet voorgedaan. Tijdens evenementen is toezicht gehouden op de naleving van vergunningsvoorschriften. Daarbij is met name aandacht geweest voor een veilige en ordelijke openbare ruimte. De inzet bij evenementen is goed geborgd en draagt bij aan een beheersbaar en voorspelbaar verloop van evenementen. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? We blijven inzetten op effectief en risicogericht toezicht tijdens evenementen, in goede afstemming met organisatoren. De aandacht blijft gericht op de naleving van vergunningsvoorschriften, de Alcoholwet en een veilige en toegankelijke openbare ruimte. Door vooraf duidelijke aandachtspunten te bepalen, kan het toezicht ook in de toekomst doelgericht en efficiënt worden ingezet. 8.6.Gescheiden afvalinzameling particulieren Regionale prioriteit Subdoel Indicatoren (streefwaarde) Gebruik – Scheiden van huishoudelijk afval Verminderen van huishoudelijk restafval en verbeteren van de kwaliteit van herbruikbare afvalstromen (met name bij hoogbouw) - Vervuilingspercentage herbruikbare afvalstromen - Kilo’s per inwoner per jaar (restafval, gft en PMD) - Gebruik per maand van de restafvalcontainer per huishouden - Aantal containers dat als restafval wordt afgevoerd Huishoudelijk afval wordt op juiste wijze aangeboden (conform Afvalstoffenverordening Vlissingen 2022 en Uitvoeringsbesluit) Huishoudelijk afval wordt correct en volgens de regels aangeboden. Dumpingen en bijplaatsingen nemen af. Zwerfafval in de openbare ruimte neemt af. Huishoudens gebruiken ondergrondse containers bewuster en correcter Hoe gaat het nu? In de gemeente Vlissingen worden vrachten met herbruikbare afvalstromen slechts beperkt afgekeurd door de verwerker. Wel komt het voor dat met name verzamelcontainers bij hoogbouw, waarin herbruikbare afvalstromen worden ingezameld, vanwege vervuiling alsnog als restafval worden afgevoerd. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? We voeren het nieuwe afval inzamelsysteem omgekeerd inzamelen in en zorgen voor voldoende inzamelvoorzieningen. Daarnaast informeren we inwoners actief en duidelijk over het juist scheiden van afval. Op vrachtniveau controleren we de kwaliteit van onder andere PMD- en gft-afval. Dit wordt ondersteund door een integrale en gestructureerde aanpak waarin communicatie, handhaving en stadsbeheer aan schonere, en daarmee goed herbruikbare afvalstromen. 8.7.Geluidhinder openbare ruimte Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Regionale prioriteit Subdoel Indicatoren (streefwaarde)
- Geluidhinder openbare ruimte Beperken van geluidhinder door activiteiten in de openbare ruimte Het aantal overlastmeldingen neemt af Percentage inspecties met geconstateerde overtredingen per LHSO-categorie (Zwaar: 0%, Midden: 10%, Licht: 25%) Hoe gaat het nu? Er zijn een aantal klachten binnen gekomen van geluidsoverlast in de openbare ruimte. Deze klachten zijn in behandeling genomen en met de klager besproken. De input wordt, waar het kan, meegenomen bij de vergunningverlening. Duidelijke en tijdige communicatie vooraf bij o.a. evenementen heeft bijgedragen aan deze vermindering van geluidsklachten. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? De huidige werkwijze wordt doorgezet in
- Geluid bij evenementen hebben een grote invloed op de geluidsbeleving in de openbare ruimte. Bij de vergunningverlening wordt hier zoveel mogelijk rekening mee gehouden. Het opstellen van locatie profielen en toetsing hierop zal een bijdrage aan gaan leveren. Begin 2026 deed zich een situatie voor met aanzienlijke overlast door werkzaamheden in de nachtelijke uren. Door een complexe bevoegdheidsverdeling kon niet direct worden opgetreden. Inmiddels is duidelijk welke bestuurslaag bevoegd gezag is en wordt gewerkt aan een aanpak om in vergelijkbare situaties voortaan tijdig en adequaat te kunnen handelen. 8.8Huisvesting arbeidsmigranten (welzijn/overlast) Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Regionale prioriteit Subdoel Indicatoren (streefwaarde)
- Huisvesting arbeidsmigranten (welzijn/overlast) Beperken van overlast door arbeidsmigranten Aantal klachtmeldingen (afname) Verminderen van arbeidsuitbuiting van arbeidsmigranten Percentage inspecties met geconstateerde overtredingen per LHSO-categorie (Zwaar: 0%, Midden: 10%, Licht: 25%) Hoe is het nu? De aanpak van welzijn en overlast bij de huisvesting van arbeidsmigranten is momenteel pro actief. Tijdens reguliere controles wordt hier aandacht aan besteed en bij signalen van uitbuiting, onduidelijke huurconstructies of slechte woonomstandigheden, wordt actie ondernomen. De aandacht, nodig voor de inhoud van huurcontracten en de rol van tussenpersonen, vraagt om een structurele en preventieve aanpak. Naast deze serieuze issues, vervuilt de directe leefomgeving van deze woonlocaties, onder andere door extra bijplaatsingen van huishoudelijk afval. Wat we gaan doen? De huidige aanpak, die nu nog projectmatig is ingericht, wordt structureel ondergebracht binnen VTH en geborgd in de reguliere lijnorganisatie. Hiermee wordt gezorgd voor continuïteit en samenhang in toezicht en handhaving. Daarnaast is het van belang dat het beleid voor arbeidsmigranten uitvoerbaar wordt gemaakt voor de praktijk van toezicht, controle en handhaving. Dit begint bij een zorgvuldige en duidelijke vergunningverlening, zodat vanaf de voorkant heldere en handhaafbare kaders worden gesteld. 8.9.Lokale prioriteit 1 - Veiligheid en leefbaarheid in de oude binnenstad Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Lokale prioriteit Subdoel Indicatoren (streefwaarde) Veiligheid en leefbaarheid oude binnenstad Verbeteren van de leefbaarheid in het oude centrum en de Scheldebuurt Aantal toezichtmomenten per week Verbeteren van de leefbaarheid in het oude centrum en de Scheldebuurt Aantal meldingen over overlast Integrale aanpak van dak- en thuislozen en verwarde personen Aantal interventies in samenwerking met zorgpartners Integrale aanpak van dak- en thuislozen en verwarde personen Aantal meldingen over overlast Regels in het voetgangersgebied Handhaven op grensoverschrijdend gedrag Regels in het voetgangersgebied Aantal controles op verkeersregels Hoe gaat het nu? De Binnenstad en met name de Scheldebuurt, vragen blijvende aandacht binnen het toezicht, onder andere door de aanwezigheid van dak- en thuislozen en verwarde personen. Een actieve en zichtbare inzet draagt bij aan de veiligheid en leefbaarheid van het gebied. Preventie, signalering en samenwerking spelen hierbij een belangrijke rol. Daarnaast vraagt het kernwinkelgebied in het centrum, wat een voetgangersgebied is, specifieke aandacht binnen het toezicht. Wat gaan we doen om ons doel te bereiken? We blijven ons in de oude binnenstad, met extra aandacht voor de Scheldestraat en het voetgangersgebied, inzetten voor een veilige en prettige openbare ruimte. Door zichtbare aanwezigheid, gerichte inzet en samenwerking met zorg- en veiligheidspartners beperken we overlast en versterken we de leefbaarheid. Deze aandacht blijft structureel onderdeel van de inzet. 8.10.Lokale prioriteit 2 – Zichtbaarheid en bereikbaarheid in de wijk Lokale prioriteit Subdoel Indicatoren (streefwaarde) Zichtbaarheid en bereikbaarheid in de wijk Vergroten van de aanspreekbaarheid van boa’s Regelmatige en zichtbare aanwezigheid in de wijk Laagdrempelig en herkenbaar contact met inwoners Versterken van het contact met ketenpartners en inwoners Structurele samenwerking met ketenpartners Actieve deelname aan wijkoverleggen Versterken van de signaalfunctie Tijdig signaleren en delen van wijkproblemen Actieve opvolging van meldingen Hoe gaat het nu? De boa’s zijn zichtbaar aanwezig in de wijken en fungeren als laagdrempelig aanspreekpunt voor inwoners en ondernemers. Zij onderhouden actief contact met ketenpartners, zoals wijkteams, politie en zorginstanties, en spelen een belangrijke signalerende rol in de leefomgeving. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? We blijven inzetten op een dagelijkse zichtbare aanwezigheid van boa’s in de wijken. Door structureel overleg en deelname aan wijktafels met ketenpartners wordt informatie gedeeld en gezamenlijk gewerkt aan een veilige en leefbare wijk. De signalerende rol van boa’s blijft daarbij een belangrijk instrument voor een effectieve en preventieve aanpak van overlast en veiligheidsvraagstukken. Agressieve bejegening richting boa’s en toezichthouders wordt nadrukkelijk begrensd. De bescherming van medewerkers met een publieke functie, zoals hulpverleners, boa’s en ambtenaren, krijgt prioriteit binnen de aanpak van politie en Openbaar Ministerie in het kader van de Veilige Publieke Taak. 8.11.Lokale prioriteit 3 – Overlast Lokale prioriteit Subdoel Indicatoren (streefwaarde) Overlast Beperken van jeugdoverlast Preventieve gesprekken met jongeren Signalering en opvolging van meldingen Actieve betrokkenheid van de jeugdboa in netwerken Naleving APV (honden, evenementen, alcohol) Toezicht op en handhaving van APV-regels Voorlichting en optreden bij overtredingen Terugdringen parkeeroverlast Toezicht op parkeergedrag Opvolging van parkeermeldingen Verkeershandhaving met ANPR (boulevard) Inzet van ANPR voor verkeerscontrole Signalering en afhandeling van overtredingen Beperken van overlast horeca Toezicht op geluid en leefbaarheid Handhaving bij openbare dronkenschap Hoe gaat het nu? In de openbare ruimte is sprake van verschillende vormen van overlast, zoals jeugdoverlast, parkeeroverlast en overtredingen van de APV. Door gerichte inzet van toezicht, samenwerking met partners en het gebruik van ANPR op de boulevard wordt actief gewerkt aan het verbeteren van de leefbaarheid. Wat gaan we doen om ons doel te bereiken? De boa’s blijven zich dagelijks inzetten om overlast in de openbare ruimte te beperken. Zij houden toezicht op de naleving van de APV, voeren gerichte parkeercontroles uit en spreken mensen aan waar nodig. Op de boulevard wordt ANPR ingezet om verkeersovertredingen effectief aan te pakken. Met deze integrale aanpak dragen we bij aan een veilige en prettige leefomgeving voor inwoners en bezoekers. Kanttekening hierbij is dat voor een effectieve en structurele aanpak van deze overlast extra juridische handhavingscapaciteit (een extra jurist) noodzakelijk is. We blijven dit in 2026 monitoren en betrekken de bevindingen bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma
- 8.12.Lokale prioriteit 4 - Alcoholgebruik onder jongeren Lokale (en ambtelijke) prioriteit Subdoel Indicatoren (streefwaarde) Alcoholgebruik jongeren Terugdringen van alcoholverstrekking aan minderjarigen in de horeca Afname van signaleringen en meldingen Versterken van naleving van leeftijdsgrenzen Aantal uitgevoerde leeftijdscontroles Vergroten van bewustwording bij horecaondernemers Aantal voorlichtingsmomenten / gesprekken Versterken van toezicht bij evenementen Aantal controles bij evenementen Verbeteren van samenwerking met partners (o.a. GGD, jeugdwerk) Aantal gezamenlijke acties Hoe gaat het nu? De cijfers rondom alcoholgebruik onder jongeren zijn zorgelijk. Uit onderzoek blijkt dat er sprake is van veel signaleringen en onvoldoende naleving van de leeftijdsgrenzen in horeca en bij evenementen. Wat gaan we doen om ons doel te bereiken? Het preventiebeleid vanuit ‘Laat ze niet verzuipen’ wordt uitgerold, met focus op bewustwording en samenwerking met partners. Hoofdstuk9.Veiligheid en samenwerking In de probleem- en risicoanalyse zijn enkele thema’s van veiligheid en samenwerking opgenomen. In de volgende paragrafen geven we aan hoe de gemeente Vlissingen bijdraagt aan deze samenwerkingsthema’s. 9.1Woonfraude Prioriteit 2026 Subdoel Indicatoren (streefwaarde) Integrale aanpak woonfraude structureel versterken Structurele borging van de integrale aanpak binnen de gemeentelijke organisatie Structurele capaciteit beschikbaar binnen VTH Versterken van risicogericht toezicht op woonfraude en woninggebruik Aantal risicopanden dat jaarlijks wordt gecontroleerd Verhogen van naleving en effectiviteit van handhaving Aantal herhaalde overtredingen Naleving van de Huisvestingsverordening, de Wet betaalbare huur, de Wet goed verhuurderschap en de Wet toeristische verhuur Aantal geconstateerde overtredingen woninggebruik per jaar Gerichte aanpak huisvesting arbeidsmigranten Aantal controles waarbij arbeidsmigranten zijn aangetroffen Evaluatie en doorontwikkeling van de aanpak Oplevering evaluatierapport (Q3–Q4 2026) Hoe gaat het nu? De integrale aanpak van woonfraude is nodig en effectief. Controles laten zien dat overtredingen zoals illegale bewoning, ongewenste kamerverhuur, onrechtmatige woningsplitsing en bouwtechnische gebreken nog voorkomen. Dit vraagt om blijvende inzet om veiligheid, leefbaarheid en betaalbaarheid te borgen. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? In 2026 zetten we de integrale aanpak voort en versterken we risicogericht toezicht en opvolging van overtredingen om herhaling te voorkomen. We vergroten de inzet op preventie en voorlichting aan verhuurders en bewoners. Samenwerking met ketenpartners (politie, brandweer, Belastingdienst en Arbeidsinspectie) blijft daarbij essentieel. In Q3–Q4 2026 evalueren we de aanpak en nemen we dit mee in de kadernota om het structureel te borgen. We gaan de resultaten uit de pandcontroles intensiever en gerichter delen in het kader van de aanpak van ondermijning, zodat dit handhavingsknelpunt Vastgoed van het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum (RIEC) effectiever kan worden aangepakt. 9.2Ondermijning Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Regionale prioriteit Subdoel Indicatoren (streefwaarde) Tegengaan van ondermijnende activiteiten Versterken van signalering binnen de organisatie bij de verschillende clusters Bewustwording bij verschillende afdelingen Verbeteren van informatie-uitwisseling Structureel gemeentelijk signalenoverleg (GSO) ingericht Vergroten van deskundigheid Trainingen voor boa’s en toezichthouders Verhogen van meldingsbereidheid Meldingen via Meld Misdaad Anoniem Gerichte handhaving Integrale controles met focus op ondermijning Frequentie horecacontroles van 6 naar 4 voor meer zicht op personele wisselingen. Aantal horecabedrijven dat binnen 4 jaar is gecontroleerd Extra ingezet op de toepassing van het Bibob-instrument bij risicovolle vergunningen en besluiten. Bibob toetsing conform Bibob beleid Vlissingen Hoe gaat het nu? De uitvoering vindt plaats conform de bestaande afspraken en werkwijze, zoals hierboven beschreven. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Om de aanpak verder te versterken, wordt een gemeentelijk signalenoverleg (GSO) ingericht. Daarnaast wordt gewerkt met een ondermijningsmatrix in combinatie met gerichte controles. Er blijft structurele aandacht voor ondermijning binnen de reguliere werkzaamheden, waarbij boa’s en toezichthouders verder worden opgeleid in het herkennen en melden van signalen. Onder andere met gerichte communicatiecampagnes wordt ingezet op het vergroten van de meldingsbereidheid onder inwoners, zodat bijvoorbeeld via Meld Misdaad Anoniem meer signalen worden ontvangen. In 2026 wordt de aanpassing van de controlefrequentie voor horecabedrijven voorbereid. De voorgenomen wijziging betreft een verlaging van zes naar vier controles per jaar, met als doel beter zicht te houden op personele wisselingen. Daarbij wordt tevens een monitoringssystematiek uitgewerkt, waarmee inzichtelijk wordt gemaakt hoeveel horecabedrijven binnen een periode van vier jaar zijn gecontroleerd.. Daarnaast wordt extra ingezet op de toepassing van het Bibob-instrument bij risicovolle vergunningen en besluiten, om te voorkomen dat er misbruik gemaakt wordt van gemeentelijke voorzieningen. 9.3Integrale controles Regionale prioriteit Subdoel Indicatoren (streefwaarde) Integrale controles Uitvoeren van themagerichte en integrale controles Aantal uitgevoerde controles per thema per jaar Versterken van samenwerking tussen partners Aantal gezamenlijke controles met ketenpartners Verbeteren van informatie-uitwisseling Structureel overleg met betrokken diensten Gerichte aanpak van risicogebieden Aantal controles in aangewezen aandachtsgebieden Verhogen van naleving van regelgeving Afname van geconstateerde overtredingen Hoe gaat het nu? De integrale controles zijn uitgesplitst naar verschillende thema’s, waaronder ondermijning, horeca, bouw- en woningtoezicht, prostitutie, vuurwerk, verkeer, woonfraude en bedrijventerreinen. Deze thematische aanpak zorgt voor een gerichte inzet van toezichtcapaciteit. Met betrekking tot toezicht werken we samen met verschillende ketenpartners. Deze integrale controles vinden voornamelijk plaats met Veiligheidsregio Zeeland (VRZ), politie, douane, arbeidsinspectie. In mindere mate vinden ook integrale controles plaats met het RUD Zeeland. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? De huidige werkwijze wordt voortgezet. Zoals hierboven beschreven blijven de integrale controles themagericht en afgestemd op de prioriteiten per beleidsterrein. 9.4.Lokale prioriteit 1 – Jeugd De onderstaande lokale prioriteiten sluiten aan bij de prioriteiten die zijn vastgesteld in het uitvoeringsprogramma 2025 en 2026 van het cluster Veiligheid van de gemeente Vlissingen. Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Het beperken van jeugdoverlast en het creëren van een veilige en gezonde leefomgeving voor jongeren. Lokale prioriteit Subdoel Indicatoren (streefwaarde) Jeugd Beperken van jeugdoverlast Aantal klachten jeugd gerelateerde meldingen (afname) Creëren van veilige en gezonde omgeving voor jeugd Percentage inspecties met geconstateerde overtredingen per LHSO-categorie (Zwaar: 0%, Midden: 10%, Licht: 25%) Voorkomen van criminele aanwas Lokaal Persoonsgerichte Aanpak (LPGA), casuïstiek Hoe gaat het nu? Binnen het veiligheidsbeleid zijn locaties waar jeugdoverlast voorkomt in kaart gebracht. Jongeren met verhoogd risico worden aangemeld voor de lokale persoonsgerichte aanpak (LPGA). Daarnaast wordt jeugd- en jongerenwerk ingezet, waaronder de inzet van een jeugdboa. Er is structurele aandacht voor het voorkomen van criminele aanwas. Ook wordt gewerkt aan het vergroten van de cyberweerbaarheid van jongeren. Dit traject loopt door tot en met 2026 en wordt onder andere uitgevoerd via scholen. Deze activiteiten maken onderdeel uit van het programma Preventie met gezag. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? De huidige aanpak wordt voortgezet en waar nodig versterkt. De focus blijft liggen op: Het actualiseren en benutten van overzichtslocaties waar jeugdoverlast voorkomt; Het inzetten van de LPGA voor jongeren die extra begeleiding nodig hebben; Verdere inzet van jeugd- en jongerenwerk, inclusief de jeugdboa; Het voorkomen van criminele aanwas door vroegtijdige signalering; Het versterken van cyberweerbaarheid onder jongeren via onderwijs en voorlichting; Voortzetting van de inzet binnen Preventie met gezag. Met deze integrale aanpak wordt gewerkt aan een veilige, gezonde en kansrijke omgeving voor jongeren. 9.5Lokale prioriteit 2 – Schoolveiligheid Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Het versterken van de veiligheid op en rondom scholen door het vergroten van de meldingsbereidheid en het verbeteren van de samenwerking tussen scholen en de gemeente. Lokale prioriteit Subdoel Indicatoren (streefwaarde) Schoolveiligheid Vergroten van de meldingsbereidheid Toename van het aantal signalen en meldingen vanuit scholen Verbeteren van samenwerking Structureel overleg tussen scholen en gemeente Uitvoeren van het Walchers schoolveiligheidsconvenant Uitvoering van de afgesproken maatregelen in het Walchers schoolveiligheidsconvenant Hoe is het nu? Er is contact tussen scholen en de gemeente over veiligheidsthema’s, maar de meldingsbereidheid kan verder worden versterkt. Het Walchers schoolveiligheidsconvenant vormt de basis voor de samenwerking. De uitvoering hiervan vraagt blijvende aandacht om de afspraken goed te borgen in de praktijk. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Om de schoolveiligheid verder te verbeteren, wordt ingezet op: Het intensiveren van het contact tussen scholen en de gemeente; Het stimuleren van scholen om signalen en zorgen actief te melden; Het structureel uitvoeren en evalueren van het Walchers schoolveiligheidsconvenant; Het versterken van de onderlinge samenwerking en informatie-uitwisseling. Met deze aanpak wordt gewerkt aan een veilige schoolomgeving voor leerlingen en medewerkers. 9.6Lokale prioriteit 3 – Veilige en leefbare wijken Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Het versterken van de veiligheid en leefbaarheid in wijken door het terugdringen van overlast, het aanpakken van problematiek rondom zorg en veiligheid en het voorkomen van excessief geweld. Lokale (en ambtelijke) prioriteit Subdoel Indicatoren (streefwaarde) Veilige en leefbare wijken Tegengaan van (straat)overlast Afname van meldingen van overlast Aanpak van personen met onbegrepen gedrag Aantal casussen in zorg- en veiligheidsoverleggen Terugdringen van drugsoverlast Aantal meldingen en interventies Aanpak van dak- en thuisloosheid Aantal begeleide trajecten Tegengaan van wapenbezit Aantal controles en inleveracties Voorkomen van schiet- en steekincidenten Aantal incidenten per jaar Versterken van zorg en veiligheid Aantal multidisciplinaire overleggen Hoe gaat het nu? Binnen de gemeente wordt op meerdere thema’s gewerkt aan veilige en leefbare wijken. Overlast, drugshandel, woonproblematiek en situaties met personen met onbegrepen gedrag worden in samenwerkingsverbanden opgepakt, waarbij zorg- en veiligheidspartners nauw samenwerken. Ook is er aandacht voor dak- en thuisloosheid en het voorkomen van geweldsincidenten. De inzet is breed, maar vraagt blijvende prioritering en afstemming vanwege de diversiteit en complexiteit van de problematiek. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? De huidige integrale aanpak wordt voortgezet en waar nodig versterkt. Daarbij ligt de focus op: Het intensiveren van de samenwerking tussen zorg, handhaving en veiligheidspartners; Gerichte inzet op overlastlocaties en probleemgebieden; Het vroegtijdig signaleren en begeleiden van personen met onbegrepen gedrag; Verdere aanpak van drugsoverlast en wapenbezit; Het terugdringen van woonoverlast en dak- en thuisloosheid; Het voorkomen van schiet- en steekincidenten door preventieve en repressieve maatregelen; Structureel overleg binnen zorg- en veiligheidsnetwerken. Met deze integrale aanpak wordt gewerkt aan veilige, leefbare en veerkrachtige wijken. 9.7Lokale prioriteit 4 – Coffeeshops en seksinrichtingen Lokale prioriteit Subdoel Indicatoren (streefwaarde) Coffeeshops Naleven van vergunningsvoorwaarden gecontroleerde coffeeshops zonder overtredingen Seksinrichtingen Integrale controles op onvergund sekswerk - Aantal uitgevoerde integrale controles conform jaarplanning - Aantal overtredingen Hoe gaat het nu? Voor coffeeshops en seksinrichtingen zijn vergunningen verleend en vindt toezicht plaats volgens de geldende kaders. Bibob-toetsing wordt toegepast bij relevante aanvragen en wijzigingen. Dit vraagt blijvend aandacht. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Er wordt ingezet op het actualiseren van het beleid en het zorgvuldig blijven uitvoeren van vergunningverlening en Bibob-toetsing. Hiermee wordt de integriteit, veiligheid en rechtmatigheid binnen deze sectoren geborgd. 9.8Lokale prioriteit 5 – Zorg en veiligheid Prioriteit Subdoel Indicatoren Zorg en veiligheid Terugdringen van overlast en veiligheidsrisico’s door mensen met verward gedrag - Aantal overlastmeldingen mensen met verward gedrag (trend) - Aantal casussen per jaar waarbij de integrale procescoördinatie wordt uitgevoerd vanuit het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland. Versterken van de samenwerking op het snijvlak van zorg en veiligheid - Deelname aan overlegstructuur buurtteam en beleidsvelden zorg & veiligheid - Deelname aan Walchers OGGZ-netwerk - Deelname aan ambtelijke werkgroepen en bestuurlijke overleggen Realiseren van passende (regionale) huisvestings- en zorgvoorzieningen - Realisatie van minimaal één alternatieve huisvestingsmogelijkheid indien regionaal niet aanwezig - Deelname aan werkgroep Beschermd Wonen - Adviesrol bij ontwikkeling ‘Skaeve Huse’-woonvorm op Walcheren Hoe gaat het nu? Binnen het thema zorg en veiligheid zien we al meerdere jaren een stijgende trend in meldingen van overlast door mensen met verward gedrag. De druk op de zorg- en veiligheidsketen blijft hierdoor hoog en casuïstiek wordt steeds complexer. Tegelijkertijd is de zorgsector kwetsbaar gebleken voor ondermijning en zorgfraude. De bestaande overlegstructuren functioneren, maar vragen blijvende inzet en afstemming om effectief te blijven. Wat gaan we doen om ons doel te bereiken? Wij blijven structureel deelnemen aan het Zorg- en Veiligheidshuis, het Walchers OGGZ-netwerk en andere relevante overlegstructuren om integrale samenwerking te versterken. We zetten in op vroegsignalering, een persoonsgerichte aanpak en het voorkomen van escalatie en herhaling. Daarnaast werken we aan de realisatie van passende (alternatieve) huisvestingsvoorzieningen, waaronder de ontwikkeling van een ‘Skaeve Huse’-woonvorm. Tot slot versterken we de signalering en aanpak van zorgfraude binnen de bredere ondermijningsaanpak. Hoofdstuk10.Ontwikkelingen en risico’s Ontwikkelingen en risico's Omgevingswet Na een lang voorbereidingstraject en veel uitstel, is de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking getreden. Hoewel het doel is om hiermee de dienstverlening op ruimtelijk gebied voor iedereen duidelijker en simpeler te maken is er nog een grote slag nodig om dit uiteindelijk te bereiken. De uitdaging blijft om de dienstverlening op hetzelfde niveau te houden. De extra benodigde formatie zetten we in waar deze het hardst nodig is. Ons doel in 2026 is om de basis op orde te houden zodat we onze inwoners zo goed mogelijk van dienst kunnen blijven zijn. De wet kwaliteitsborging voor het bouwen Per 1 januari 2024 is de Wkb gelijktijdig met de Omgevingswet deels in werking getreden, waarbij de gemeente voor bouwwerken in gevolgklasse 1 niet langer de technische bouwvoorschriften toetst of daarop toezicht houdt (dit ligt bij de kwaliteitsborger), maar wel bevoegd gezag blijft voor de ruimtelijke toets, welstand en handhaving; de legesinkomsten zijn nog onzeker en mogelijk worden per 2026 ook verbouwingen en renovaties onder het stelsel gebracht. Duurzaam bouwen Energieneutraal bouwen wordt steeds meer de norm. Is het niet door de steeds strenger wordende regelgeving hieromtrent, dan is het wel dat mensen bewust kiezen voor een energieneutraal gebouw. Hierbij worden steeds meer nieuwe materialen toegepast. Dit vraagt van de vergunningverleners en toezichthouders meer kennis en kunde over deze nieuwe materialen. Goed verhuurderschap De wet goed verhuurderschap (Wgv) is op 1 juli 2023 in werking getreden. Dit betekent dat de gemeente moet handhaven als er niet voldaan wordt aan de basisnorm voor goed verhuurderschap. Dit is een ontwikkeling die het nodige werk kan opleveren voor VTH. Als er meldingen gedaan worden bij het meld- en informatiepunt moet de gemeente handhavend optreden op basis van de melding. Dit gaat dan vaak over ongewenste verhuurpraktijken misstanden op de huurmarkt. Wet regie versterking volkshuisvesting De Wet regie versterking volkshuisvesting brengt belangrijke ontwikkelingen met zich mee. Door de versterkte regierol van het Rijk en de provincie wordt een grotere inzet gevraagd op het versnellen van woningbouwprocedures en het bewaken van ruimtelijke kwaliteit. Dit vraagt om tijdige afstemming tussen beleid en uitvoering, evenals voldoende capaciteit en deskundigheid binnen de VTH-organisatie. Een risico is dat de toegenomen complexiteit en versnelling van procedures kan leiden tot hogere werkdruk en druk op de zorgvuldigheid van vergunningverlening en toezicht. Daarnaast kunnen wijzigingen in regelgeving en prioriteiten leiden tot extra administratieve lasten en aanpassingen in werkprocessen. Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer De Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) treedt op 1 juli 2026 in werking. Hiermee krijgen inwoners en ondernemers het recht om officiële berichten digitaal aan gemeenten en andere overheidsorganisaties te versturen. Deze wet kent echter ook verplichtingen voor ons als gemeente. In 2025 hebben we al onze producten van VTH in kaart gebracht en per product onderzocht of deze Wmebv-proof is. Dit is voor mee dan 80% het geval. De gemeente bereidt zich verder voor met de nodige aanpassingen in de informatie-uitwisseling met inwoners en bedrijven. Vuurwerkverbod jaarwisseling 2026/2027 Met ingang van de jaarwisseling 2026/2027 treedt naar een landelijk vuurwerkverbod voor consumenten in werking. Consumenten mogen dan, met uitzondering van categorie F1-vuurwerk, geen vuurwerk meer bezitten of afsteken. Het professioneel afsteken van vuurwerk blijft toegestaan. Daarnaast wordt het bezitten en afsteken van verboden vuurwerk strafbaar gesteld. Onder voorwaarden blijft er ruimte voor georganiseerde groepen inwoners (zoals dorps- of buurtverenigingen) om, na toestemming van de burgemeester, op een aangewezen locatie vuurwerk af te steken. De inwerkingtreding van het verbod is gekoppeld aan een landelijk handhavingsplan, nadere uitvoeringsregels en een compensatieregeling voor de vuurwerkbranche. Voor de gemeente betekent dit een verschuiving in inzet en prioriteiten. Waar voorheen de nadruk lag op voorlichting en voorbereiding van de jaarwisseling, verschuift de focus vanaf 2026 naar: handhaving van het verbod het tegengaan van illegaal vuurwerk; duidelijke communicatie richting inwoners over de nieuwe regels, toegestane alternatieven en consequenties bij overtredingen; intensieve samenwerking met politie, jongerenwerk en onderwijs om overlast en onrust te voorkomen. Hoofdstuk11.Eindconclusie Eindconclusie Met dit uitvoeringsprogramma geven wij richting aan onze inzet op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving binnen de fysieke leefomgeving. Wij baseren ons op het Zeeuwse U&H-beleid 2025–2028 en werken volgens de uitgangspunten van de Omgevingswet: integraal, risicogericht, professioneel en transparant. Wij spelen actief in op actuele maatschappelijke opgaven zoals ondermijning, vergunningverlening bouwen, milieu, overlast, (school)veiligheid, woninggebruik en handhaving in de openbare ruimte. Daarbij werken wij nauw samen met onze partners, waaronder de RUD Zeeland, GGD, Veiligheidsregio Zeeland, en de provincie Zeeland. Onze inzet is afgestemd op zowel regionale als lokale prioriteiten, met oog voor effectiviteit en maatschappelijke impact. Met het opstellen van de lokale prioriteiten voor Vlissingen in combinatie met de regionale Zeeuwse prioriteiten leggen we de basis voor een goed uitvoeringsprogramma voor de komende jaren. In dit uitvoeringsprogramma VTH ligt de nadruk op het benoemen van de inhoudelijke prioriteiten per onderwerp, zodat inzichtelijk wordt waar onze focus ligt binnen vergunningverlening, toezicht en handhaving en hoe deze aansluit bij bestuurlijke doelen, maatschappelijke risico’s en wettelijke taken. Voor 2027 zetten wij in op een verdere professionalisering door per prioriteit ook de benodigde inzet in uren en FTE inzichtelijk te maken, zodat de relatie tussen ambitie en uitvoerbaarheid wordt versterkt. Dit vraagt om een doorontwikkeling van onze werkwijze, waarbij werkprocessen eenduidiger worden gekoppeld aan prioriteiten en de registratie van uren betrouwbaarder en consistenter plaatsvindt. In aanloop naar 2027 werken wij toe naar een systematiek waarin beleidsprioriteiten, uitvoering en capaciteitsinzet logisch met elkaar verbonden zijn, zodat wij beter kunnen sturen, monitoren en verantwoorden. Vlissingen, 10 maart 2026Burgemeester en wethouders van Vlissingen,de secretaris,drs. R.D.A. Wiskerkede burgemeester,drs. A.R.B. van den Tillaar