Nota vergunningverlening bij standplaatsen, Gemeente Deurne 1.Inleiding 1.1Aanleiding De gemeente Deurne kent verschillende soorten standplaatsen. Hierbij kan gedacht worden aan de viswagen, de kaaskraam, de Vietnamese etenswarenkraam en de CZ-bus. De Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente Deurne verstaat onder het begrip standplaats het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. Hiermee wordt niet een vaste plek op een markt of evenement bedoeld. Binnen de gemeente is tot op heden geen standplaatsenbeleid opgesteld. Aanvragers kunnen schriftelijk een vergunningaanvraag indienen en dit wordt op basis van de bepalingen in de APV wel of niet verleend. Deze bepalingen zijn erg breed en hierin waren nog geen bestuurlijke keuzes gemaakt. Omdat de bepalingen erg breed zijn en er jaarlijks verschillende standplaatsvergunningen worden verleend is vanuit het bestuur en de gemeentelijke organisatie de vraag naar standplaatsenbeleid ontstaan. Het standplaatsenbeleid moet voor zowel de gemeente als de ondernemers duidelijkheid bieden. 1.2Citeertitel Deze nota wordt aangehaald als: Nota vergunningverlening bij standplaatsen, gemeente Deurne 1.3Doel Het doel van de nota is: Het beschrijven van de procedures rondom standplaatsen zodat voor iedereen duidelijk is binnen welke kaders standplaatsen in de gemeente Deurne mogen worden ingenomen. 1.4Afbakening Deze nota is van toepassing op standplaatsen die worden ingenomen binnen de gemeente Deurne. De begripsomschrijving van een standplaats zoals in deze nota wordt bedoeld staat in paragraaf 2.1 beschreven. 1.5Bestuurlijke visie Het gemeentebestuur van de gemeente Deurne heeft een visie vastgelegd over de positie, taken en verantwoordelijkheden van de gemeente. De kern van deze visie, genaamd ‘Deurne koerst op eigen kracht’, is dat gemeenten de afgelopen decennia heel veel van de burgers hebben overgenomen. De geboden zorg en dienstverlening is in veel gevallen verder gegaan dan de kerntaken die een publiek orgaan in feite zou moeten uitvoeren. De visie dwingt de gemeente om een andere rol te pakken. Onder andere door naar andere manieren van het uitvoeren van de publieke taak te zoeken, duidelijke keuzes te maken in wat we wel en niet doen en taken en verantwoordelijkheden terug te leggen in de samenleving. Uitgangspunt hierbij is dat de kracht van de inwoners zelf niet wordt onderschat en dat er een groter beroep gedaan kan en mag worden op het zelf organiserend vermogen van de inwoners. Bovenstaande visie is ook van invloed bij het innemen van standplaatsen in Deurne. Er moeten namelijk keuzes gemaakt worden over welke taken en verantwoordelijkheid de gemeente wil hebben bij standplaatsen. De gemeente stelt een kader op voor standplaatsen in het centrum van Deurne en daarbuiten wordt het vrijgelaten. Het bestuur ziet standplaatsen binnen de gemeente Deurne als een verlevendiging van het dorp en als een bijdrage aan de aantrekkelijkheid van de openbare ruimte. Het bestuur vindt het belangrijk dat de standplaatsen een aanvulling zijn aan het huidige winkelaanbod, zodat het een verrijking van het voorzieningenaanbod voor de consumenten is. 1.6Draagvlak Bij zowel het centrummanagement Deurne als de dorps- en wijkraden is er draagvlak voor het nieuwe beleid. Het centrummanagement Deurne is betrokken geweest bij de beleidsvorming. De dorps- en wijkraden zijn geïnformeerd over de voornemens van het beleid en hebben ruimte gekregen om te reageren. 1.7Evaluatie Een jaar na vaststelling wordt bekeken hoe de nieuwe werkwijze voor standplaatsen verloopt. Wanneer blijkt dat in de praktijk tegen bepaalde zaken wordt aangelopen, worden deze besproken en waar nodig aangepast. 1.8Leeswijzer Hoofdstuk 2 In dit hoofdstuk is een begripsomschrijving van een standplaats en de soorten standplaatsen gegeven. Hoofdstuk 3 In dit hoofdstuk is de wet- en regelgeving, die bij standplaatsen van toepassing zijn, uitgewerkt. Hoofdstuk 4 In dit hoofdstuk is het beleidskadervoor standplaatsen met daarin de vastgestelde standplaatslocatie en de overige bepalingen uitgewerkt. Hoofdstuk 5 In dit hoofdstuk is de aanvraagprocedure uitgewerkt. De processtappen, vergunningsvoorschriften en handhaving staan hier beschreven. 2.Begripsbepaling In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de betekenis van het begrip ‘standplaats’ en de verschillende soorten standplaatsen. 2.1Standplaats Een standplaats is het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. Onder standplaats wordt niet verstaan: een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid onder h, van de Gemeentewet een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24 van de APV 2.2Soorten standplaatsen De gemeente Deurne maakt onderscheid tussen vier soorten standplaatsen, namelijk vaste, tijdelijke, incidentele en maatschappelijke. Vaste standplaats Een vaste standplaats wordt het hele jaar door gebruikt. De vaste standplaats hoeft niet steeds door dezelfde standplaatshouder te worden gebruikt, het kan dus zo zijn dat de vaste standplaats op verschillende dagen van de week door verschillende standplaatshouders wordt gebruikt. Deze standplaatshouders staan dan wel het gehele jaar op vaste dagen op deze standplaats. Een vaste standplaats kan voor onbepaalde tijd worden aangevraagd. Tijdelijke standplaats Een tijdelijke standplaats wordt gebruikt gedurende een bepaalde aaneengesloten periode in een jaar. Bijvoorbeeld een oliebollenkraam die alleen in het najaar een standplaats inneemt of een ijscokar in de zomermaanden. Een tijdelijke standplaatshouder biedt vaak seizoensgebonden producten aan en heeft daarom slechts een aantal maanden per jaar behoefte aan een standplaats. Een tijdelijke standplaats kan voor maximaal zes maanden aaneengesloten worden aangevraagd. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in tijdelijke standplaatsen gedurende het zomerseizoen en tijdelijke standplaatsen gedurende het winterseizoen. Het zomerseizoen loopt van 1 april tot en met 30 september. Het winterseizoen loopt van 1 oktober tot en met 31 maart. Een tijdelijke standplaats kan voor onbepaalde tijd worden aangevraagd. Incidentele standplaats Een incidentele standplaats wordt een aantal dagen per jaar gebruikt. Deze standplaatsen worden ingenomen door standplaatshouders die producten verkopen of diensten aanbieden waar niet doorlopend vraag naar is. Denk hierbij aan autoruitreparaties en het graveren van kentekens in autoruiten. Per standplaatshouder kan per jaar één incidentele standplaats worden uitgegeven. De standplaats mag zes keer twee dagen of tien afzonderlijke dagen worden ingenomen. Maatschappelijke standplaats Op een maatschappelijke standplaats worden goederen of diensten met een maatschappelijk doel aangeboden. Onder een maatschappelijk doel wordt o.a. verstaan: bevolkingsonderzoek, educatieve doelen en politieke partijen. De standplaatshouder mag geen winst maken op het maatschappelijk doel. Er mogen geen commerciële activiteiten plaatsvinden. 3.Juridisch kader Bij het innemen van een standplaats zijn meerdere wet- en regelgeving van toepassing. In dit hoofdstuk komen de wetten en regels aan de orde die hierbij van belang zijn. 3.1Algemene Plaatselijke Verordening De APV is het belangrijkste juridische kader voor standplaatsen. De APV bevat gronden waarop een standplaatsvergunning geweigerd of ingetrokken kan worden. Ook bevat de APV voorschriften voor vergunningsvrije standplaatsen. Standplaatsvergunningen De weigerings- en intrekkingsgronden voor standplaatsvergunningen worden genoemd in artikel 1:8 en 5:18 van de APV. Vergunningsvrije standplaatsen De voorschriften voor het innemen of houden van een standplaats, waarbij geen vergunning verplicht is, zijn opgenomen in artikel 5:18 van de APV. 3.2Overige regelgeving Onder overige regelgeving valt de wettelijke grondslag voor deze beleidsnota. Ook regelgeving met betrekking tot de invulling van de standplaatsen wordt genoemd. Gemeentewet De bevoegdheid tot regeling en bestuur van de huishouding van de gemeente is gegeven in artikel 108 van de Gemeentewet. Regulering van de concurrentieverhoudingen, oftewel economische inmenging, wordt niet tot de gemeentelijke huishoudelijke belangen gerekend. Winkeltijdenwet en verordening winkeltijden De Winkeltijdenwet heeft betrekking op de opening van een winkel die voor het publiek toegankelijk is. In artikel 2 worden de openingstijden geregeld. Standplaatshouders vallen hier ook onder. In de Verordening winkeltijden Deurne staan eventuele vrijstellingen voor zon- en feestdagen geregeld. Warenwet De Warenwet stelt regels over hygiëne en degelijkheid van waren. De voedsel- en warenautoriteit ziet toe op deze regels. Dit houdt verband met etenswaar die op de standplaatsen aangeboden worden. Wet milieubeheer De Wet milieubeheer stelt regels om het milieu te beschermen. Europese Dienstenrichtlijn De Dienstenrichtlijn staat het regelen van het verzorgingsniveau van de consument voor standplaatsen die diensten verlenen niet toe. Dit wordt beschouwd als een economische belemmering voor het vrij verkeer van diensten. 4.Beleidskader Zoals eerder in deze nota staat beschreven wordt er onderscheid gemaakt tussen standplaatsen in het aangewezen centrumgebied en standplaatsen buiten dit gebied. Dit centrumgebied voor standplaatsen is in bijlage 1 aangegeven. 4.1Standplaatsen binnen het aangewezen centrumgebied Binnen het aangewezen centrumgebied voor standplaatsen is het verplicht een vergunning te hebben voor het innemen van een standplaats. Er is hiervoor gekozen omdat er in dit gebied veel ondernemers en consumenten aanwezig zijn. Hiermee wordt voorkomen dat standplaatsen onbeperkt en op alle locaties worden ingenomen. 4.1.1Vastgestelde standplaatslocaties Het innemen van standplaatsen wordt uitsluitend toegestaan op locaties die daarvoor zijn aangewezen. De standplaatslocaties zijn bepaald op grond van de weigeringsgronden uit artikel 1:8 van de APV. In de tabel hieronder is een totaaloverzicht uitgewerkt met daarin de aangewezen locaties en bijkomende voorwaarden. Locatie Maximaal aantal standplaatsen Soort standplaatsen Elektriciteitsaansluiting aanwezig Maximale afmetingen Martinetplein 2 Vast Ja 7 x 3 m. Anne Terruweplein 1 Vast Nee 6 x 3 m. Hoek Markt – Oude Martinetstraat 1 Vast Ja 4 x 2,5 m. Wolfsberg 1 Tijdelijk ofincidenteel Nee 7 x 3 m. In bijlage 2 is per locatie een situatieschets uitgewerkt, de standplaatsen moeten worden ingenomen op de aangegeven plek in de situatieschets. De markt wordt niet gezien als een geschikte locatie omdat hier jaarlijks veel andere activiteiten plaats vinden. Voorbeelden hiervan zijn de weekmarkt, de kermis en het ijsfestijn. 4.1.2Uitzondering maatschappelijke standplaatsen Maatschappelijke standplaatsen hoeven geen vergunning aan te vragen. Zij kunnen onder een aantal voorschriften een standplaats innemen in het centrumgebied, namelijk: De standplaatshouder moet voldoen aan de voorschriften zoals die gesteld zijn voor het innemen of houden van een standplaats buiten het aangewezen centrumgebied (paragraaf 4.2.1), behalve voorschrift a. De standplaatshouder staat niet op een van de vastgestelde locaties tijdens de dagen dat een standplaatsvergunning voor die locatie is verleend. De standplaats wordt niet ingenomen op vrijdagen De standplaats wordt niet ingenomen op de markt. Maatschappelijke standplaatsen hoeven geen vergoeding voor gemeentegrond te betalen. 4.1.3Overige bepalingen Tarieven Voor het gebruik van de gemeentegrond wordt een vergoeding gevraagd. Deze vergoeding bedraagt €100,00 per dag. Dit is een dagtarief, de standplaatshouder mag binnen de grenzen van de Winkeltijdenwet en de Verordening winkeltijden Deurne de hele dag gebruik maken van de standplaats. De tijden van inname hoeven niet gemeld te worden aan de gemeente. De tarieven voor het gebruik van een elektriciteitsaansluiting zijn vastgesteld in de Regeling vergoedingen voor privaatrechtelijke dienstverlening van de gemeente Deurne. Voor het in behandeling nemen van een standplaatsvergunningaanvraag worden leges gevraagd. Het tarief van de leges is vastgesteld in de Verordening op de heffing en invordering van leges Gemeente Deurne. De tarieven voor het gebruik van de grond en de elektriciteitsaansluiting worden per jaar in rekening gebracht. De factuur wordt in de begin van het jaar of in de beginperiode van de inname toegestuurd. Inname op vrijdag Standplaatsen kunnen niet worden in genomen op vrijdagen, omdat dan de weekmarkt plaatsvindt in het centrum van Deurne. Evenementen Tijdens evenementen op of direct nabij de locatie van de standplaats mag de standplaats niet worden ingenomen. Tenzij de standplaatshouder zelf in overleg met de organisator van een evenement tot afspraken komt over inpassing van de standplaats tijdens het evenement. De standplaatshouder wordt in de gelegenheid gesteld om in geval van een evenement een alternatieve standplaats in te nemen. De standplaatshouder wordt bij een evenement uiterlijk drie weken van tevoren geïnformeerd. De standplaatshouder heeft bij een evenement geen recht op schadevergoeding of nadeelcompensatie. Tijdsbepaling vergunningen Vaste en tijdelijke standplaatsvergunningen worden verleend voor onbepaalde tijd. Bij incidentele standplaatsen wordt de vergunning niet voor onbepaalde tijd verleend. Vanwege het incidentele karakter wordt de vergunning voor maximaal zes keer twee dagen of tien afzonderlijke dagen verleend. Persoonsgebonden vergunningen Een standplaatsvergunning wordt alleen aan natuurlijke (handelingsbekwame) personen van 18 jaar of ouder verleend. De standplaatshouder die staat aangegeven in de vergunning, dient te allen tijde aanwezig te zijn bij de standplaats. Wanneer de standplaats niet kan worden ingenomen door bijzondere omstandigheden (ziekte of vakantie etc.), mag de standplaats ingenomen worden door een vervanger, mits dit gemeld wordt aan de gemeente. In geval van overlijden, of blijvende arbeidsongeschiktheid van de standplaatsvergunninghouder kan de standplaats worden overgenomen door de echtgenoot, de geregistreerde partner, een persoon met wie hij duurzaam samenwoont of woonde of een medewerker van de standplaatshouder die aan de eisen voldoet. Een aanvraag tot overname wordt ingediend binnen twee maanden na het overlijden van de standplaatshouder of nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld. Inname standplaats De standplaats moet worden ingenomen. Voorkomen moet worden dat een vergunning wordt aangevraagd, zodat concurrentie de standplaats niet in neemt. Wanneer de standplaats vier weken niet is ingenomen kan de vergunning worden ingetrokken. Mobiliteit standplaatsen De standplaats moet worden ingenomen met een verplaatsbare verkoopgelegenheid. De auto/vrachtwagen van de standplaatshouder moet worden geplaatst in de daartoe bestemde parkeervakken. Buiten de uren van de Winkeltijdenwet en Verordening winkeltijden moet de standplaats ontruimd zijn. Wagens/kramen laten verwijdering niet altijd toe. Het kan zijn dat deze tijdens de looptijd van de vergunning mag blijven staan. Dit is mogelijk wanneer: Een tijdelijke of incidentele standplaats wordt ingenomen. De standplaats er minder dan 30 dagen staat. Wordt aangetoond dat de aard van de wagen/kraam verwijdering niet toe laat. De ruimte voldoende is om de kar te laten staan. Bakken en braden Standplaatsen waarin wordt gebakken of gebraden moeten minimaal 5 meter van een geven of panden staan in verband met brandveiligheid. Particulier terrein Standplaatsen op particulier terrein zijn vergunningsvrij, zowel binnen het aangewezen centrumgebied voor standplaatsen als daarbuiten. Van het innemen van een standplaats op particulier terrein hoeft geen melding te worden gedaan aan de gemeente. Voor standplaatsen op particulier terrein gelden dezelfde voorschriften als voor vergunningsvrije standplaatsen, met uitzondering van lid a. Deze voorschriften zijn beschreven in paragraaf 4.2.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.