← Nederland

Procedureregeling tegemoetkoming planschade (Oirschot)

Procedureregeling tegemoetkoming planschade De raad van de gemeente Oirschot ; gelet op artikel 6.7 Wet ruimtelijke ordening en artikel 6.1.3.3 Besluit ruimtelijke ordening; besluit: vast te stellen de ‘Procedureregeling tegemoetkoming planschade’. Artikel1Begripsbepalingen De regeling verstaat onder: a. planschade: schade als bedoeld in artikel 6.1, eerste lid Wet ruimtelijke ordening; b. planologische maatregel: oorzaak als bedoeld in artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening; c. aanvrager: degene die een aanvraag indient om tegemoetkoming in de schade als bedoeld in artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening; d. college: het college van burgemeester en wethouders; e. gemeente: de gemeente Oirschot; f. belanghebbende: belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2 Algemene wet bestuursrecht; g. adviseur: de door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen persoon als bedoeld in artikel 6.1.1.1, onder c Besluit ruimtelijke ordening; h. adviescommissie: schadebeoordelingscommissie als bedoeld in artikel 6, eerste lid van deze procedureregeling; i. drempelbedrag: recht als bedoeld in artikel 6.4, eerste lid Wet ruimtelijke ordening, zijnde €500,00; j. wet: Wet ruimtelijke ordening; k. besluit: Besluit ruimtelijke ordening; l. Awb: Algemene wet bestuursrecht; m. derde-belanghebbende: De verzoeker als bedoeld in artikel 6.4a Wet ruimtelijke ordening. Artikel2Indiening van de aanvraag en mededeling van ontvangst 1Een aanvraag om vergoeding van planschade wordt bij het college ingediend met gebruikmaking van een door het college vastgesteld formulier. 2Het college tekent de datum van ontvangst van de aanvraag als bedoeld in het eerste lid onverwijld aan op het formulier waarmee de aanvraag is ingediend. De ontvangst wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk medegedeeld aan aanvrager. Van de aanvraag wordt een afschrift toegezonden aan de derde-belanghebbende. 3In de mededeling van ontvangst wijst het college de aanvrager erop dat voor het behandelen van de aanvraag een drempelbedrag verschuldigd is en deelt hem mede dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de dag van verzending van de mededeling op de rekening van de gemeente dan wel op een aangegeven plaats moet zijn gestort. Artikel3Besluit tot het niet-ontvankelijk verklaren van de aanvrager Indien het drempelbedrag van € 500,00 niet binnen de in artikel 2, derde lid genoemde termijn is bijgeschreven of gestort, verklaart het college de aanvrager niet-ontvankelijk, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat aanvrager in verzuim is geweest. Artikel4Besluit tot afwijzing van de aanvraag wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid, kennelijke ongegrondheid of buiten behandeling stelling Het college wijst de aanvraag af indien sprake is van kennelijke niet-ontvankelijkheid of kennelijke ongegrondheid van de aanvraag als omschreven in artikel 6.1.3.1 van het besluit of in artikel 4:5 van de Awb. Artikel5Besluit tot opdrachtverstrekking Binnen twaalf weken na het verstrijken van de termijnen als bedoeld in artikel 6.1.3.1 van het besluit verstrekt het college aan één of aan meerdere adviseurs gezamenlijk opdracht om terzake van een aanvraag advies uit te brengen, tenzij toepassing wordt gegeven aan artikel 4 van deze procedureregeling. Artikel6Adviseur of adviescommissie 1Voor de advisering over de op de aanvraag te nemen beschikking wordt door het college een adviseur aangewezen die beschikt over voldoende deskundigheid inzake advisering op het gebied van planschade. 2Indien het college, na advies te hebben ingewonnen van de in het eerste lid bedoelde adviseur, van oordeel is dat de aanvraag betrekking heeft op planschade vanwege inkomstenderving en er, gezien de complexiteit, aard en omvang van de aanvraag, behoefte bestaat aan extra deskundigheid wordt door het college een tweede adviseur aangewezen die deskundig is op het gebied van accountancy of van financieel economische bedrijfsvoering. 3Indien het college, na advies te hebben ingewonnen van de in het eerste lid bedoelde adviseur, van oordeel is dat de aanvraag betrekking heeft op planschade vanwege waardevermindering van een onroerende zaak en er, gezien de complexiteit, aard en omvang van de aanvraag, behoefte bestaat aan extra deskundigheid wordt door het college een tweede adviseur aangewezen die deskundig is ter zake van de waardering van onroerende zaken en van waardevermindering daarvan als gevolg van een planologische verslechtering. 4Bij aanwijzing van meerdere adviseurs vormen deze gezamenlijk een adviescommissie, waarvan de in het eerste lid bedoelde adviseur voorzitter is. Artikel7Deskundigheid en onafhankelijkheid 1Voordat iemand als adviseur wordt aangewezen, kan het college verlangen dat deze aantoont op grond van opleiding en ervaring deskundig te zijn met betrekking tot de in artikel 6, eerste, tweede en derde bedoelde aspecten waarop deze persoon de aanvraag moet beoordelen. 2Een adviseur mag niet werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van de raad. Eveneens mag een adviseur niet betrokken zijn, of zijn geweest, bij de planologische maatregel waarop de aanvraag betrekking heeft. Artikel8Betrokkenheid aanvrager en andere belanghebbenden bij aanwijzing adviseur of adviescommissie 1Voordat het college de opdracht tot advisering zoals bedoeld in artikel 2 verstrekt, stelt het college de aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen, alsmede de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid van de wet schriftelijk op de hoogte van:a. een adviseur als bedoeld in artikel 6, eerste lid van deze regeling, ofb. meerdere adviseurs als bedoeld in artikel 6, vierde lid van deze regeling. 2De aanvrager, eventueel andere betrokken bestuursorganen, alsmede de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid van de wet kunnen binnen twee weken na de mededeling als bedoeld in het eerste lid schriftelijk en voldoende gemotiveerd een verzoek tot wraking van één of meerdere adviseurs bij het college indienen. 3Het college beslist binnen vier weken na het verstrijken van de in het tweede lid bedoelde termijn over een ingediend verzoek tot wraking van één of meerdere adviseurs. Artikel9Werkwijze adviseur of adviescommissie 1Het college stelt aan de adviseur of de adviescommissie alle op de aanvraag betrekking hebbende informatie, alsmede de voor de beoordeling daarvan naar het oordeel van de adviseur of van de adviescommissie noodzakelijke bescheiden ter beschikking. 2Het college wijst uit de ambtelijke organisatie één of meer personen aan die de adviseur of de adviescommissie bij de uitvoering van de adviesopdracht de nodige informatie verstrekt. 3De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie organiseert één of meerdere hoorzittingen, waar de aanvrager alsmede de in het tweede lid bedoelde ambtelijke vertegenwoordiger(s) in de gelegenheid worden gesteld de aanvraag toe te lichten, onderscheidenlijk de voor de advisering relevante informatie te verschaffen, danwel een standpunt van de gemeente over de aanvraag aan de adviseur of de adviescommissie kenbaar te maken. 4Eventuele andere betrokken bestuursorganen, alsmede belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid van de wet, worden eveneens in de gelegenheid gesteld hun standpunt kenbaar te maken. 5Na afloop van de hoorzitting als bedoeld in het derde lid, zal een plaatsopneming worden gedaan. 6Voor de in het derde lid bedoelde hoorzitting wordt door, danwel onder verantwoordelijkheid van de adviseur of de voorzitter van de adviescommissie een verslag gemaakt dat onderdeel uitmaakt van het uit te brengen advies. 7Alvorens een advies uit te brengen zendt de adviseur of de adviescommissie binnen zestien weken na de dagtekening van de opdracht tot advisering een conceptadvies aan de gemeente, de aanvrager, eventueel andere betrokken bestuursorganen en aan de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid van de wet.De adviseur kan deze termijn onder opgaaf van redenen met een daarbij aan te geven termijn met ten hoogste acht weken verlengen. 8De aanvrager, eventueel andere betrokken bestuursorganen, alsmede de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid van de wet, worden in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na de toezending van het conceptadvies schriftelijk hierop te reageren. 9In het geval tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur of de adviescommissie binnen vier weken na het verstrijken van de in het achtste lid bedoelde termijn een advies uit aan het college, waarbij de betreffende reacties zijn betrokken. 10In het geval geen of niet tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur of de adviescommissie binnen twee weken na het verstrijken van de termijn als bedoeld in het achtste lid aan advies uit aan het college. Artikel10Beschikking van het college 1Het college beslist overeenkomstig artikel 6.1.3.6 van het besluit binnen acht weken na ontvangst van het advies op het verzoek en maakt dit besluit ook binnen deze week bekend aan de aanvrager. 2Het college kan deze termijn een keer met ten hoogste vier weken verdagen. Artikel11Uitbetaling Indien het college een vergoeding van planschade vaststelt, vindt uitbetaling plaats op een door aanvrager op het aanvraagformulier aangegeven rekening direct na het onherroepelijk worden van deze beschikking. Artikel12Slotbepalingen Deze regeling wordt aangehaald als ‘Procedureregeling tegemoetkoming planschade’. Vastgesteld op 24 november 2009 door burgemeester en wethouders van de gemeente Oirschot. secretaris, burgemeester,mr. P.S.M. Perriëns mr. R.A.L. Severijns

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.