← Nederland

Verordening ambtelijke bijstand Eindhoven 2026 (Eindhoven)

Verordening ambtelijke bijstand Eindhoven 2026De raad van de gemeente Eindhoven; gelet op artikel 33 en hoofdstuk Va. van de Gemeentewet; gelet op artikelen 2.1, 5.1, eerste en tweede lid en artikel 5.4a van de Wet open overheid; besluit: Vast te stellen de navolgende Artikel1.Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: ambtelijke bijstand: bijstand of informatie die een raadslid bij het uitoefenen van zijn taak ontvangt; ambtenaar: ambtenaar werkend onder verantwoordelijkheid van de gemeentesecretaris, niet zijnde een medewerker van de griffie; document: document als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet open overheid; griffier: de griffier van de raad of zijn plaatsvervanger; griffiemedewerker: ambtenaar werkend onder verantwoordelijkheid van de griffier; secretaris: secretaris van de gemeente; Artikel2.Verzoek om feitelijke informatie (technische vragen) 1.Een raadslid kan de griffier of een door de griffier aangewezen medewerker van de griffie verzoeken om feitelijke informatie van geringe omvang of om inzage in of afschrift van bij de raad, burgemeester en wethouders of de burgemeester berustende schriftelijke stukken en ander materiaal dat gegevens bevat. 2.De griffier of een door de griffier aangewezen medewerker verstrekt zo spoedig mogelijk de verzochte informatie, voor zover deze daarover kan beschikken. Voor zover daarmee niet aan het verzoek voldaan is, verzoekt de griffier of een door de griffier aangewezen medewerker de secretaris of een door de secretaris aangewezen ambtenaar die voor zover mogelijk de resterende informatie zo spoedig mogelijk rechtstreeks te verstrekken. 3.Wanneer een door de secretaris aangewezen ambtenaar, zoals bedoeld in het tweede lid, de resterende informatie verstrekt aan het raadslid, verstrekt hij de resterende informatie op datzelfde moment in afschrift aan het collegelid binnen wiens portefeuille de informatie berust. 4.Indien op de verzochte informatie geheimhouding rust wordt deze verstrekt aan de raad en blijft deze informatie onder berusting van de griffier. 5.Indien op de verzochte informatie, berustende bij het college of burgemeester, geheimhouding moet worden opgelegd op basis van een belang zoals genoemd in artikel 5.1, eerste en tweede lid van de Wet open overheid, legt het college, respectievelijk de burgemeester geheimhouding op. Deze informatie wordt verstrekt aan de raad en blijft onder berusting van de griffier. Artikel3.Verzoek om ambtelijke bijstand 1.Een raadslid kan de griffier of een door de griffier aangewezen medewerker van de griffie verzoeken om ambtelijke bijstand. 2.De griffier of een door de griffier aangewezen medewerker van de griffie verleent zo spoedig mogelijk de ambtelijke bijstand, voor zover dit in redelijkheid kan worden gevergd. Voor zover daarmee niet aan het verzoek voldaan is, kan de griffier de secretaris verzoeken om één of meer ambtenaren aan te wijzen die voor zover mogelijk het verzoek zo spoedig mogelijk verder in willigen. 3.De secretaris weigert het verzoek om ambtelijke bijstand als: 4.naar oordeel van de secretaris niet aannemelijk is gemaakt dat de ambtelijke bijstand betrekking heeft op raadswerkzaamheden, of; 5.dit naar het oordeel van de secretaris het belang van de gemeente kan schaden. 6.Als de secretaris het verzoek om ambtelijke bijstand op grond van het derde lid weigert, deelt de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het raadslid door wie het verzoek is ingediend. De griffier of het raadslid kan de burgemeester verzoeken de ambtelijke bijstand alsnog te laten verlenen. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk op het verzoek Artikel4.Geschil over ambtelijke bijstand 1.Een raadslid dat niet tevreden is over de aan hem verleende ambtelijke bijstand, kan de griffier verzoeken hierover in overleg te treden met de secretaris. 2.Als overleg met de secretaris niet leidt tot een ook voor het raadslid bevredigende oplossing, kan deze de burgemeester verzoeken met de griffier en de secretaris en zo nodig het raadslid in overleg te treden over de aan hem verleende ambtelijke bijstand. De burgemeester geeft zo spoedig mogelijk gehoor aan dit verzoek. Artikel5.Verstrekking informatie over verzoeken om ambtelijke bijstand Als het college of één of meer leden van het college informatie wensen over een verzoek om ambtelijke bijstand, wenden zij zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken raadslid. Artikel6.Intrekken oude verordening, citeertitel en inwerkingtreding 1.De Verordening ambtelijke bijstand wordt ingetrokken. 2.Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening ambtelijke bijstand gemeente Eindhoven

  1. 3.Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 10 maart 2026J. Jongbloed, griffier.Toelichting bij Verordening ambtelijke bijstand Eindhoven 2026 Algemeen De ambtenaren van de gemeente die werkzaam zijn onder de verantwoordelijkheid van de gemeentesecretaris werken voor drie bestuursorganen: de raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester. Artikel 33 van de Gemeentewet (hierna: wet) bepaalt dat de raad en elk van zijn leden recht hebben op ambtelijke bijstand. Met betrekking tot de ambtelijke bijstand moet de raad een verordening vaststellen. Met deze verordening wordt hier uitvoering aan gegeven. De formulering van artikel 33 van de wet laat buiten twijfel dat individuele raadsleden recht hebben op ambtelijke bijstand. Op deze verordening kan dus door alle raadsleden een beroep worden gedaan. In deze verordening vervult de griffier een centrale rol. De hoofdverantwoordelijkheid van de griffier is de raad in zijn taken er zijde staan (zie artikel 107a, eerste lid van de wet). De griffier is onder andere het eerste aanspreekpunt als het gaat om verzoeken om informatie en ambtelijke bijstand. De griffier vervult via de secretaris ook de rol van schakel tussen de raadsleden en de reguliere ambtelijke organisatie. Dat de raad over een griffier met griffie beschikt betekent niet dat er geen behoefte is aan ambtelijke bijstand door de ambtelijke organisatie. De griffie is, in vergelijking met de organisatie, beperkt in omvang. Voor specialistische inhoudelijke kennis zal in veel gevallen een beroep op deze organisatie nodig zijn. Dit geldt ook voor specifieke informatie die alleen bij de reguliere ambtelijke organisatie beschikbaar is. Omdat de griffier geen zeggenschap heeft over de reguliere ambtelijke organisatie zal daarom de secretaris in dergelijke gevallen de ambtenaar die de bijstand verleent moeten aanwijzen. Daarom zijn bepaalde aspecten van de rol van de secretaris in deze verordening nader uitgewerkt. In de praktijk is het noch werkbaar, noch wenselijk dat alle afstemming over verzoeken tot informatie en ambtelijke bijstand via de griffier en de gemeentesecretaris verlopen. De griffier en de gemeentesecretaris kunnen voor het behandelen van deze verzoeken respectievelijk medewerkers van de griffie en ambtenaren aanwijzen. Artikelsgewijs In deze artikelsgewijze toelichting worden enkel die bepalingen die nadere toelichting behoeven behandeld. Artikel 1.Begripsbepalingen Hoewel medewerkers van de griffie wel degelijk ambtenaren zijn in de zin van de Ambtenarenwet worden ze in deze verordening uitgezonderd van het begrip ‘ambtenaar’. Hier is voor gekozen om onderscheid aan te kunnen brengen tussen de reguliere ambtelijke organisatie, die onder het gezag van het college valt op grond van artikel 160 van de wet, en de medewerkers van de griffie, die onder het gezag van de raad vallen (artikel 107e van de wet). Artikel
  2. Verzoek om informatie (technische vragen) Raadsleden die feitelijke informatie van geringe omvang nodig hebben, hoeven zich niet via de formele weg van artikel 169, tweede en volgende lid, van de wet tot het college te richten. Dergelijke verzoeken om feitelijke informatie vallen binnen de definitie van ambtelijke bijstand en worden in de praktijk technische vragen benoemd. Verzoeken tot informatie, ook wel technische vragen genoemd, worden door raadsleden naar de griffie gestuurd. Een griffiemedewerker draagt zorg voor het controleren of de gestelde vragen feitelijk zijn en geen politieke vragen bevatten. Vragen met politieke aard vallen wel onder artikel 169 tweede en volgende lid van de wet. De ambtenaar die is aangewezen om in de beantwoording te voorzien stuurt de beantwoording naar het desbetreffende raadslid, met een afschrift aan het collegelid binnen wiens portefeuille het onderwerp van de vragen valt.Indien de vragen gerelateerd zijn aan een dossier wat is geagendeerd op een agenda van de raad verzorgt de griffiemedewerker de publicatie van de antwoorden op die agenda. Artikel
  3. Verzoek om ambtelijke bijstand Ook verzoeken om ambtelijke bijstand moeten aan de griffier gericht worden. Als de griffiemedewerkers de ondersteuning niet kunnen leveren, overlegt de griffier met de secretaris over de inzet van ambtenaren van de reguliere ambtelijke organisatie. Het is aan de secretaris om te beslissen of één van de in het derde lid genoemde ‘weigeringsgronden’ voor het door ambtenaren van de reguliere ambtelijke organisatie verlenen van ambtelijke bijstand zich voordoet (vierde lid). Het vijfde lid regelt dat de uiteindelijke beslissing over het niet verlenen van ambtelijke bijstand is voorbehouden aan de burgemeester; de griffier of het betreffende raadslid kunnen namelijk na weigering de burgemeester verzoeken de ambtelijke bijstand alsnog te laten verlenen. Het ligt in de rede dat de burgemeester hierover overleg voert met de secretaris, de griffier en indien nodig ook het betrokken raadslid. Uiteraard kan de raad via de gebruikelijke weg hierover de burgemeester verzoeken verantwoording af te leggen (op grond van artikel 180 van de wet). Artikel
  4. Geschil over ambtelijke bijstand Net als bij de weigering om ambtelijke bijstand door ambtenaren vanuit de reguliere ambtelijke organisatie te verlenen, kan de burgemeester ook een rol vervullen als een raadslid niet tevreden is over de door een ambtenaar van de reguliere ambtelijke organisatie verleende ambtelijke bijstand. Als er een conflictsituatie ontstaat of dreigt te ontstaan zal de burgemeester ook hier een bemiddelende rol kunnen spelen (tweede lid). De positie van de burgemeester maakt hem bij uitstek geschikt voor deze taak als bruggenbouwer. Collegeleden zijn niet per casus verantwoordelijk voor de kwaliteit van de beantwoording van technische vragen of geleverde ambtelijke bijstand. Deze verantwoordelijkheid ligt bij de ambtelijke organisatie en de gemeentesecretaris. Artikel
  5. Verstrekking informatie over verzoeken ambtelijke bijstand Dit artikel biedt een extra waarborg voor de onafhankelijke behandeling van een verzoek om ambtelijke bijstand. De ambtenaar die ambtelijke bijstand verleent blijft onderdeel van de reguliere ambtelijke organisatie. Het verlenen van ambtelijke bijstand hoort tot de normale uitoefening van zijn taak.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.