← Nederland

Gedragscode raads- en burgercommissieleden gemeente Landgraaf 2026 (Landgraaf)

Gedragscode raads- en burgercommissieleden gemeente Landgraaf 2026De raad van de gemeente Landgraaf; gehoord het Seniorenconvent; besluit: vast te stellen de Gedragscode raads- en burgercommissieleden

Praktijkvoorbeelden Regels rond informatie

Praktijkvoorbeelden Regels rond (de schijn van) belangenverstrengeling

Praktijkvoorbeelden Regels rond (de schijn van) corruptie

Praktijkvoorbeelden Regels rond het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen

Praktijkvoorbeelden Regels rond de vaststelling en de handhaving van de code

Praktijkvoorbeelden Bijlagen Verwijzingen naar de wet per artikel uit de gedragscode Specifiek uitgesloten combinaties van/onverenigbare functies Specifiek verboden overeenkomsten / handelingen Enkele formele sancties Relevante regelgeving gemeente Landgraaf Deze gedragscode is opgesteld in samenwerking met Governance & Integrity in 2024/2025. Voorwoord burgemeester Als gemeente hebben wij een bijzondere verantwoordelijkheid. Burgers vertrouwen erop dat wij eerlijk, zorgvuldig en in het algemeen belang handelen. Dat vertrouwen is geen vanzelfsprekendheid. Het ontstaat door wat we dagelijks doen, hoe we met elkaar omgaan en hoe we onze besluiten nemen. Integer gedrag vormt daarbij de kern. Voor u liggen de nieuwe gedragscodes voor de gemeenteraad, burgercommissieleden, wethouders en burgemeester van Landgraaf. Het opstellen van de nieuwe gedragscodes is een gezamenlijk proces geweest. Tijdens het Bosberaad in Venlo

(2023)hebben gemeenteraad en college stilgestaan bij de vraag: “Hoe willen we samenwerken?” De gedragsregels die daaruit naar voren kwamen, heeft de raad ingedikt tot een aantal heldere vuistregels, die als vertrekpunt hebben gediend. Deze nieuwe gedragscodes helpen ons om het vertrouwen te versterken. Ze biedt houvast in situaties waarin belangen botsen, druk wordt ervaren of de juiste keuze niet altijd direct duidelijk is. Maar bovenal onderstreept zij dat integriteit geen document is, maar een gezamenlijke opdracht. We zetten ons in voor een cultuur waarin openheid, aanspreekbaarheid en professionaliteit centraal staan. Waar politici zich gesteund voelen om dilemma’s te bespreken en waar we ons bewust zijn van de voorbeeldfunctie die we allemaal vervullen: ieder met zijn eigen positie, maar altijd in dienst van de samenleving. Ik nodig u uit om deze gedragscodes niet alleen te lezen, maar vooral te omarmen. Laten we met elkaar blijven werken aan een overheid die betrouwbaar, transparant en rechtvaardig is. Een overheid waar onze inwoners op kunnen bouwen. Met hartelijke groet, mr. R. (Richard) de Boer Burgemeester van Landgraaf Regels voor de lokale politiek Een bijgewerkte gedragscode voor een democratie in zwaar weer Een

Gedragscodes archiveren. Ze verbieden de handelingen die de institutie of organisatie kwijt wil, wil voorkomen, uit wil bannen. Ze markeren derhalve de morele paniek, de morele crises en gevaren waar de institutie of organisatie mee te maken heeft of gehad heeft. Gedragscodes normeren. Ze scheppen helderheid. Ze verwoorden welke handelingen verboden zijn. Dat geeft houvast, ontlast het individuele morele oordeel, maakt onderlinge correctie makkelijk. Ze bevestigen indirect de onderliggende beginselen. Gedragscodes beschermen. Ze definiëren schendingen, dat wil zeggen handelingen die strafwaardig zijn. Daarmee maken ze het opheffen van straffeloosheid, vergelding en afschrikking mogelijk. Dat beschermt huidige en toekomstige slachtoffers. Belangenverstrengeling door lokale politici was in het recente verleden de grootste zorg. De gedragscodes van de laatste twee decennia leggen daar getuigenis van af. Ze zijn steeds nauwkeuriger gaan omschrijven wat verboden is. De bestuursrechter en de wetgever hebben aan die preciesheid steeds weer een bijdrage geleverd. In deze nieuwste versie van de gedragscode voor de lokale politiek wordt de kwestie nog weer iets verder verfijnd en verhelderd. Corruptie is en blijft zeldzaam in het Nederlandse lokale bestuur. Het staat de laatste tijd in gedragscodes vooral vanwege de noodzaak consistent te zijn. Het zou vreemd zijn belangenverstrengeling en de schijn te verbieden, maar corruptie en de schijn niet. De omgang met informatie waarover lokale politici vanwege hun ambt de beschikking krijgen blijft een lastig punt. Er gebeuren nogal eens ongelukken mee, die niet uit kwade bedoelingen maar uit onachtzaamheid voortkomen. Soms wordt vertrouwelijkheid verbroken uit politieke motieven. Af en toe wordt informatie voor eigen voordeel of dat van bevriende anderen gebruikt. In de samenleving zijn de afgelopen jaren de normen rond de omgang van mensen met elkaar aangescherpt. Seksuele intimidatie, seksisme, racisme en intimiderend of vernederend leidinggeven worden niet meer geaccepteerd, mogen niet meer verontschuldigd of gedoogd. In deze gedragscode zijn ter bescherming voor het eerst verhelderende bepalingen daaromtrent opgenomen. Het opzettelijk verspreiden van onjuiste informatie is enorm toegenomen. Het succes daarvan ook. Dat ondermijnt de politieke openbaarheid en het vermogen van burgers zich een oordeel te vormen over ontwikkelingen in de samenleving en de wereld. Dat maakt het voor het eerst nodig de verplichting van de politicus aan de waarheid, die er altijd al was, te expliciteren. Iedere politicus in een democratie verdient respect van andere politici vanwege het ambt. De politicus is een vertegenwoordiger van alle burgers. Als politici dat respect naar elkaar niet opbrengen, schaadt dat het aanzien van en het vertrouwen in de democratie en haar instituties. Om tegenwicht te bieden aan respectloosheid wordt nader uitgewerkt hoe politici elkaar niet mogen bejegenen en wat ze van elkaar mogen verwachten. Aan de politiek wordt de staatsmacht toevertrouwd. Haar verplichting is die in te zetten ter bescherming van individuele rechten en ter bevordering van de algemene belangen. De grondsteen van de democratie is dat de overheid bij het inzetten van de staatsmacht geen onderscheid maakt, alle burgers gelijk, als gelijkwaardig behandelt, geen enkele groep of gemeenschap achterstelt en degradeert tot tweederangs. Niet eerder was het nodig die verplichting in een code onder woorden te brengen. Doel gedragscode Deze gedragscode heeft als doel de politieke ambtsdragers weerbaarder te maken in de huidige politieke context. Dit doet de code in eerste instantie door in heldere taal duidelijkheid te geven over wat de wet van hen verlangt, zodat raadsleden, wethouders en burgemeester beschermd zijn tegen onnodige misstappen en ongelukjes. De code biedt daarmee ook de basis voor het onderlinge gesprek over integriteit. Integriteit krijgt uiteindelijk pas betekenis in het handelen en de beschouwing daarvan. De gedragscode biedt bovendien een basis om op zorgvuldige wijze op te kunnen treden tegen (mogelijke) schendingen. Het stelt namelijk de voorwaarden vast waaraan het handelen van politieke ambtsdragers minimaal moet voldoen. Een schending van de gedragscode is een schending van de zuiverheid van de politieke en bestuurlijke besluitvorming. Kortom, de voorliggende gedragscode heeft een aantal kenmerken: ontlast de morele oordeelsvorming van individuen; legt de basis voor een zinvol gesprek over het handelen conform wet- en regelgeving; stelt de norm; definieert specifieke handelingen als schendingen; maakt zorgvuldig optreden tegen schendingen mogelijk. Deze gedragscode De gedragscode bevat: bepalingen die verplichtingen die conform wetgeving zijn; bepalingen die verplichtingen vastleggen die gebaseerd zijn op de wet maar waarover op vrijwillige basis aanvullende afspraken zijn gemaakt; bepalingen waarin overige vrijwillige onderlinge afspraken zijn vastgelegd; Op vier plekken gaat de code vrijwillig verder dan de wet voorschrijft: deze code bepaalt dat raadsleden ten aanzien van informatie ook open en transparant moeten zijn over hun beslissingen en de afwegingen daarvoor; deze code verplicht raadsleden ertoe niet alleen belangenverstrengeling en corruptie te voorkomen, maar ook de schijn daarvan tegen te gaan waar dat kan; deze code verplicht raadsleden om hun financiële belangen op te geven; deze code hanteert een ‘nee, tenzij’-beleid ten aanzien van het aannemen van geschenken. De vrijwillige onderlinge afspraken die van belang zijn met het oog op de kwaliteit van besluitvorming en het versterken van het vertrouwen in het lokaal bestuur gaan over: de onderlinge omgangsvormen en het gebruik van sociale media tijdens een raadsvergadering; het spreken van de waarheid; het zich houden aan beleid rondom het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen. In de bijlagen vindt u specifieke verwijzingen naar alle relevante wetsartikelen per artikel van deze code. Bij een (vermoedelijke) schending van een regel uit de gedragscode is het van belang steeds goed in ogenschouw te nemen wat de onderliggende aard is van die regel. Als de schending van een regel uit de code een in de wet vastgelegde verplichting betreft, is een andere vorm van handhaving en sanctionering (mogelijk en) aan de orde, dan wanneer het gaat om een schending van een vrijwillige afspraak. Niet elke schending zal, kan en mag leiden tot het doen van onderzoek en/of het opleggen van een formele sanctie. Dat laat onverlet dat er in sommige gevallen wel een politieke uitspraak kan worden gedaan ten aanzien van het niet handelen conform de gedragscode en de daarin verwoorde norm die raadsleden met elkaar hebben afgesproken. In de

bij de hoofdstukken 1 en 2 – waar de meeste onderlinge afspraken zijn vastgelegd - en in hoofdstuk 6 die specifiek gaat over handhaving van de code, is aan dit aspect aandacht besteed. Het is noodzakelijk om naast deze code met elkaar heldere procesafspraken te maken ten aanzien van de handhaving van de gedragscode. Hierdoor kan voorkomen worden dat regels die bedoeld zijn om de integriteit te bevorderen worden gebruikt voor politieke doeleinden en om alle betrokkenen te beschermen door te garanderen dat er op een zorgvuldige manier wordt omgegaan bij vermoedelijke schendingen van de gedragscode. Drie (bestuurs)organen, 3 gedragscodes Het gemeentebestuur bestaat uit raad, college en burgemeester. Dit zijn de drie bestuursorganen. Voor elk van de drie bestuursorganen schrijft de wet een door de raad vast te stellen gedragscode voor. De voorliggende modelcode is bestemd voor raadsleden en burgercommissieleden. De bepalingen die gelden voor de raadsleden gelden ook voor de burgercommissieleden, tenzij de bepalingen gaan over zaken die specifiek voor raadsleden gelden, bijvoorbeeld het kunnen stemmen. 1. Regels rond de (onderlinge) omgang Artikel 1 Raadsleden gaan in hun ambt respectvol met elkaar, collegeleden, ambtenaren en burgers om. Zij gedragen zich op een manier die past bij het ambt. Artikel 1.1 Interpersoonlijke schendingen Raads- en burgercommissieleden maken zich niet schuldig ten opzichte van elkaar, collegeleden, ambtenaren en burgers aan interpersoonlijke schendingen zoals agressie, geweld, (seksuele) intimidatie, discriminatie en pesten. Artikel 1.2 Reglement van orde Raads- en burgercommissieleden houden zich tijdens vergaderingen en bijeenkomsten aan het reglement van ordeen verordeningen. Aanwijzingen van de voorzitter volgen zij op. Artikel 1.3 Onthouden negatieve uitlatingen Raads- en burgercommissieleden onthouden zich in het openbaar van negatieve uitlatingen over elkaar, gemeenteambtenaren en bestuurders. Dit geldt ook in vergaderingen en bijeenkomsten zoals genoemd in het reglement van orde of in/op (sociale) media. Artikel 1.4 Correcte bejegening Raads- en burgercommissieleden bejegenen elkaar, bestuurders, de griffie(r) en andere ambtenaren, maar ook insprekers en andere betrokkenen op correcte wijze in woord, gebaar en geschrift (ook op social media). Raads- en burgercommissieleden vallen elkaar en anderen niet persoonlijk aan. Artikel 1.5 Integriteit niet in openbaar in twijfel trekken Raads- en burgercommissieleden twijfelen niet in het openbaar – in de raad, de media of op de sociale media – aan elkaars integriteit of aan de integriteit van een bestuurder. Artikel 1.6 Met elkaar, niet over elkaar, in gesprek Bij onenigheid in de onderlinge omgang of de gang van zaken tijdens vergaderingen gaan raads- en burgercommissieleden, mogelijk onder begeleiding (van bijvoorbeeld de griffier), onderling het gesprek aan met elkaar.

Artikel 1

Onderlinge omgangsvormen Elk raadslid, elke bestuurder en elke ambtenaar is een medemens en medeburger. Op basis daarvan verdienen zij allen een correcte bejegening. Maar eenieder vervult ook een cruciaal ambt binnen onze democratische rechtstaat, dat zelf ook respect afdwingt. Gezamenlijk staan raadslid, bestuurder en ambtenaar in voor het goed besturen van de gemeente. Een respectvolle omgang met elkaar en met de waarheid (zie hoofdstuk 2) maakt het daarnaast beter mogelijk om met elkaar tot een werkelijke beraadslaging te komen op basis van feiten en (eerlijke) overwegingen. Dat is essentieel voor een zorgvuldige besluitvorming. Bovendien is de manier waarop het college en de raad onderling en met elkaar, maar ook in relatie tot ambtenaren en burgers omgaan, van invloed op de geloofwaardigheid van de politiek. Als het opnemen van deze vrijwillige afspraken ertoe zou leiden dat bij (elke mogelijke) regelovertreding wordt opgeroepen tot het doen van onderzoek en/of het opleggen van een sanctie, dan schiet dit het doel van de reden van de onderlinge afspraken op dit gebied voorbij. Het opleggen van een formele sanctie is gelet op de vrijheid van meningsuiting die gekozen volksvertegenwoordigers hebben, bij deze specifieke gedragsregels over onderlinge omgangsvormen ook grotendeels uitgesloten. Dit laat onverlet dat Raads- en burgercommissieleden een motie van treurnis of afkeuring kunnen uitspreken. Aan de vrijheid van meningsuiting zijn uiteraard ook formele grenzen gesteld in het strafrecht. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het geval een raadslid door uitspraken zou aanzetten tot haat en/of geweld. De verplichting van Raads- en burgercommissieleden om geen interpersoonlijke schendingen te plegen zoals deze voor ‘gewone werknemers’ verwoord zijn in de Arbowet en de Wet Gelijke Behandeling, moet gezien worden als een minimum waar ook Raads- en burgercommissieleden aan moeten voldoen. Gezien het feit dat de laatste jaren duidelijk wordt dat in veel uiteenlopende organisaties sprake is van interpersoonlijke schendingen (ook wel ongewenst of grensoverschrijdend gedrag genoemd met grote gevolgen voor betrokkenen), maakt dat het nodig is de verschillende vormen hiervan expliciet in de gedragscode te benoemen. Praktijkvoorbeelden rond de omgang met elkaar Voorbeeld 1 Op de Nieuwjaarsborrel zijn twee Raads- en burgercommissieleden in gesprek. Het gesprek verandert gaandeweg in een discussie. Die loopt, naarmate de avond vordert en de wijn vloeit, uit de hand. Op een bepaald moment horen de andere aanwezigen het ene raadslid tegen het andere schreeuwen: ‘Die commissie loopt totaal niet en dat is jouw schuld! Je bent de slechtste voorzitter die onze raad ooit gekend heeft, dat vindt iedereen. Ik zal er alles aan doen om ervoor te zorgen dat je niet herkozen wordt!’ Is dit aanvaardbaar gedrag? Antwoord Nee, dit gedrag is niet aanvaardbaar en een overtreding van artikel 1.4 van de gedragscode. Een collega-raadslid op deze manier in het openbaar tot de orde roepen is niet correct. Het feit dat ook anderen horen wat het raadslid zegt, is hierbij mede van belang. Voorbeeld 2 Op een bewonersavond legt een ambtenaar uit wat de plannen zijn ten aanzien van het herinrichten van een winkelstraat. De veranderingen zijn fors, de straat zal een half jaar openliggen, en de winkeliers zijn boos. ‘Wat u zegt klopt helemaal niet. U zegt ons dat het een half jaar zal duren, maar wij hebben van ambtenaren gehoord dat dit wel een zéér optimistische inschatting is en dat de straat wel eens veel langer open kan blijven liggen. Dat kost ons onze klanten. We pikken het niet!’ In de zaal zitten ook twee Raads- en burgercommissieleden. Tijdens de eerstvolgende raadsvergadering neemt één van hen het woord en zegt verontwaardigd dat de ambtenaar gewoon zat te liegen tegen bewoners. Dat we dit soort ambtenaren toch zeker niet willen in de gemeente en of de portefeuillehouder P&O met spoed een beoordelingsgesprekje met deze man wil voeren. Is dit aanvaardbaar gedrag? Antwoord Nee, dit is geen aanvaardbaar gedrag. Het is niet de bedoeling dat in het openbaar ambtenaren persoonlijk worden aangevallen. Dit gedrag is dus in overtreding met artikel 1.3 van de gedragscode. In beslotenheid moet een raadslid dat sterke twijfels heeft ten aanzien van individuele ambtenaren dit natuurlijk kunnen bespreken. Daartoe kan het raadslid zich het beste wenden tot de griffier/gemeentesecretaris of de portefeuillehouder. Voorbeeld 3 In het café wordt een raadslid aangesproken door een burger. Deze geeft aan dat hij alle vertrouwen in de politiek heeft verloren. Nou ja, zo stelt hij: niet in de partij van het raadslid maar wel in de anderen. Vooral de wethouder Sociaal Domein is een groot crimineel die alleen de eigen zakken probeert te vullen. De burger weet uit goed geïnformeerde bronnen dat de wethouder het op een 1-2tje heeft gegooid met een aantal gesubsidieerde instellingen! Het raadslid hoort het aan. Bij thuiskomst deelt het raadslid het volgende bericht via verschillende sociale media: ‘Wethouder Sociaal Domein houdt er zijn eigen netwerkjes op na zo meldt mij een betrouwbare bron. Subsidies ter (zelf)verrijking?’ Is dit aanvaardbaar gedrag? Antwoord Nee, dit is geen aanvaardbaar gedrag. Artikel 1.4 vraagt van Raads- en burgercommissieleden dat zij niet alleen zelf de integriteit van een wethouder niet in twijfel trekken maar ook dat zij de integriteit van de wethouder verdedigen in het openbaar. Deze manier van handelen schaadt niet alleen de persoon van de wethouder maar ook het vertrouwen in de lokale politiek. Mocht het raadslid werkelijk twijfelen aan de integriteit van de wethouder dan bewandelt het raadslid de afgesproken route om een melding te doen van zijn vermoeden. 2. Regels rond informatie Artikel 2 Raads- en burgercommissieleden gaan zorgvuldig om met informatie die zij in het kader van de uitvoering van hun taak ter beschikking krijgen. Artikel 2.1De waarheid spreken Raads- en burgercommissieleden zijn verplicht om in hun rol van volksvertegenwoordiger de waarheid te spreken tegenover burgers, andere raads- en burgercommissieleden, collegeleden en derden. Artikel 2.2 Raad goed informeren De raad ziet erop toe dat het college van burgemeester en wethouders, en haar afzonderlijke leden, de raad goed informeert. Het college en de burgemeester verstrekken alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft, tenzij dit in strijd is met het openbaar belang. De raad, het college, de burgemeester en (raads)commissies kunnen geheimhouding opleggen overeenkomstig de wet. Artikel 2.3 Transparant handelen Raads- en burgercommissieleden zijn open en transparant over de informatie waarover zij in hun rol beschikken, evenals over hun eigen beslissingen en de overwegingen daarbij, tenzij er een verplichting tot geheimhouding geldt. Artikel 2.4 Geheimhouding Raads- en burgercommissieleden die (mondeling) de beschikking krijgen over informatie waarvan zij het geheime karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden, zijn verplicht tot geheimhouding van die informatie, behalve als de wet hen tot mededeling verplicht. Geheimhouding van informatie geldt in ieder geval voor (mondelinge) informatie die raads- en burgercommissieleden verkrijgen tijdens een besloten vergadering. Artikel 2.5 Drie maanden uitsluiting bij overtreding geheimhouding Een raadslid of commissielid dat in strijd handelt met de geheimhoudingsplicht kan bij besluit van de raad ten hoogste drie maanden worden uitgesloten van het ontvangen van informatie waarop een verplichting tot geheimhouding rust. Artikel 2.6 Zorgvuldige omgang met informatie Raads- en burgercommissieleden gaan zorgvuldig om met mondelinge en schriftelijke informatie die zij van anderen ontvangen. Zij maken die niet openbaar c.q. delen die niet met anderen zonder instemming van de afzender. Bij twijfel over de bedoeling van de afzender informeren zij hier eerst naar. Artikel 2.7 Informatie niet voor persoonlijk belang gebruiken Raads- en burgercommissieleden maken niet ten eigen bate of ten bate van een ander waarbij een raadslid een persoonlijke betrokkenheid heeft, gebruik van in de uitoefening van het ambt, verkregen informatie.

Regels rond informatie Het handelen van de overheid, wetten, verordeningen en beleid hebben grote invloed op het leven van burgers. Daaruit volgt dat de burger er recht op heeft over het overheidshandelen goed geïnformeerd te worden. Goede informatie verstrekken aan de burger begint ermee dat Raads- en burgercommissieleden in hun rol van volksvertegenwoordiger de waarheid spreken. Deze verplichting om de waarheid te spreken geldt tegenover burgers, maar ook tegenover andere Raads- en burgercommissieleden, collegeleden en ambtenaren. De waarheid spreken als raadslid betekent concreet dat Raads- en burgercommissieleden die weten dat feiten vaststaan – bijvoorbeeld omdat de feiten blijken uit zorgvuldig (wetenschappelijk) onderzoek – hierover geen onwaarheden mogen vertellen. Het is een hardnekkig misverstand dat liegen in de politieke arena mag of zelfs onderdeel is van het politieke spel – bijvoorbeeld omdat dit kiezerswinst oplevert. In werkelijkheid ondermijnt liegen het democratische proces omdat dit een negatief effect heeft op de politieke verhoudingen waardoor de Raad als geheel niet de best mogelijke beslissingen kan nemen voor burgers. Door onwaarheden te vertellen verliest de burger het vertrouwen dat zij in Raads- en burgercommissieleden zou moeten kunnen hebben. Het is zinvol om vrijwillige onderlinge afspraken op te nemen in de gedragscode over de waarheid en het gebruik van sociale media, omdat hierdoor de norm wordt gesteld ten aanzien van de wijze waarop Raads- en burgercommissieleden met elkaar en anderen willen omgaan. Dit kan er bijvoorbeeld toe leiden dat een raadslid een schending van die afspraken erkent en excuus aanbiedt, waardoor de onderlinge verhoudingen worden hersteld. Als het opnemen van deze vrijwillige afspraken ertoe zou leiden dat bij (elke mogelijke) regelovertreding wordt opgeroepen tot het doen van onderzoek en/of het opleggen van een sanctie, dan schiet dit het doel van de reden van de onderlinge afspraken op dit gebied voorbij. Het opleggen van een formele sanctie is gelet op de vrijheid van meningsuiting die gekozen volksvertegenwoordigers hebben, bij deze specifieke gedragsregels ook grotendeels uitgesloten. Dit laat onverlet dat Raads- en burgercommissieleden een motie van treurnis of afkeuring kunnen uitspreken. Aan de vrijheid van meningsuiting zijn uiteraard ook formele grenzen gesteld in het strafrecht. Aan de vrijheid van meningsuiting zijn uiteraard ook formele grenzen gesteld in het strafrecht. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het geval een raadslid zich schuldig zou maken aan smaad of laster. Regels rondom (geheime) informatie De raad heeft recht op informatie. Het college is verplicht de raad alle informatie te verstrekken die zij nodig heeft voor de uitoefening van haar taak. Daarnaast geeft het college de raad mondeling of schriftelijk alle door een of meer leden gevraagde informatie, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. Als grens aan het verstrekken van inlichtingen aan de raad geldt dat het moet gaan om informatie die noodzakelijk is voor het uitoefenen van zijn taak. Er kan discussie ontstaan over de vraag wanneer het punt bereikt is dat ‘de noodzakelijke informatie’ verstrekt is, mede doordat Raads- en burgercommissieleden het gevoel kunnen hebben dat wethouders zich niet voldoende kwijten van hun informatieplicht door bijvoorbeeld ontwijkend te antwoorden. De politieke ambtsdragers moeten hier samen uitkomen. Van leden van het college mag worden verwacht dat gevraagde informatie helder en volledig wordt aangeleverd en van Raads- en burgercommissieleden mag worden verwacht dat zij hun vragen stellen met het doel het raadswerk goed uit te voeren. Open zijn over informatie is het uitgangspunt, geheimhouden de uitzondering. De raad, de burgemeester, het college en een commissie kan bij wijze van uitzondering informatie geheim verklaren. In artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Wet open overheid, staan de belangen genoemd op grond waarvan een verplichting tot geheimhouding opgelegd mag worden door de Raad. De burger heeft er recht op dat Raads- en burgercommissieleden open en transparant zijn over informatie die zij als raadslid ontvangen. Dit neemt niet weg dat het ook voorkomt dat informatie rond overheidshandelen (nog) niet bekend en verspreid mag worden en besloten wordt om informatie geheim te verklaren Het moet dan gaan om gevallen waarin het openbaar maken van informatie zou leiden tot het schenden van rechten van burgers, tot het onterecht toebrengen van schade aan burgers en/of tot het onterecht toebrengen van schade aan collectieve belangen. De raad moet erop toezien dat een besluit tot geheimhouding (van een ander bestuursorgaan) zorgvuldig is onderbouwd. Het principe is ‘openbaar, tenzij’, wat betekent dat informatie openbaar is, tenzij er geheimhouding is opgelegd. Zodra informatie als geheim is bestempeld, is een raadslid verplicht deze geheim te houden. Om verwarring te voorkomen is het van belang dat het formele etiket ‘geheim’ -dat ook in strafrechtelijk zin expliciete betekenis heeft, niet wordt vervangen door termen als ‘vertrouwelijke informatie’. Informatie die in een besloten raadsvergadering is verstrekt is voortaan van rechtswege geheim. Dit laatste geldt voortaan ook voor mondelinge informatie die hier wordt verstrekt. Nieuw is dat de wetgever – in artikel 89 lid 5 Gemeentewet - bij wijze van sanctie de mogelijkheid aan de raad heeft gegeven te beslissen om Raads- en burgercommissieleden of commissieleden die geheime informatie lekken, tot drie maanden de toegang tot geheime informatie te ontzeggen. Raads- en burgercommissieleden zorgen ervoor dat zij dergelijke informatie niet gebruiken in hun eigen voordeel of in het voordeel van personen of organisaties met wie zij verbonden zijn. Een ander – overigens niet in de wet vastgelegd – recht van de burger en gaat om informatie, is dat Raads- en burgercommissieleden open zijn over de onderliggende redeneringen en afwegingen van hun beslissingen zodat de burger kan zien wie welke positie heeft ingenomen. Op basis van deze informatie kan de burger bepalen op wie hij bij de volgende verkiezingen zijn stem uitbrengt. Dit alles bij elkaar opgeteld schept een verplichting voor het ambtenarenapparaat, het college en de raad om de burger nauwkeurig en op tijd op de hoogte te brengen van wat er wordt besproken, besloten en uitgevoerd. Praktijkvoorbeelden informatie Voorbeeld 1 De raad heeft het voornemen om de bestemming van een gebied te wijzigen zodat het mogelijk wordt om in dat gebied huizen te bouwen. Verschillende commerciële partijen en andere belanghebbenden hebben hier een stevige lobby voor gevoerd en zijn verheugd dat de raad het serieus in overweging neemt. Het college heeft besloten het dossier geheim te verklaren. Er wordt in de pers echter regelmatig over het dossier geschreven. Vaak zit men er maar weinig naast, wat er op duidt dat er wellicht door één of meerdere Raads- en burgercommissieleden gepraat wordt met journalisten. Een raadslid is van mening dat het geheim behandelen van deze kwestie niet langer opportuun is. ‘Alles ligt toch al op straat’. Mag het raadslid ingaan op het verzoek van een journalist om over het dossier te spreken? Antwoord Nee, het spreken met anderen over deze kwestie is een overtreding van artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht (lekken van geheime informatie) en van artikel 2.4 van de gedragscode. Alleen de raad kan, in een besloten vergadering, het geheime karakter van de stukken opheffen. Zolang dat niet is gebeurd, ook al is de meeste informatie in de krant verschenen, is het spreken over de kwestie een schending van de geheimhoudingsplicht, wat zelfs strafbaar kan zijn. Voorbeeld 2 Een raadslid stuurt het volgende bericht op X: ‘@toneelgroepdeblauwemaandag Ik zit hier in een besloten vergadering over de toekenning subsidies. Het is spannend. #bezuinigenaltijdmoeilijk…’ Mag het raadslid dit doen? Antwoord Nee dit mag het raadslid niet doen. Op hetgeen besproken wordt in de besloten vergadering rust geheimhouding. Een bericht op X als dit is dus een overtreding van artikel 2.4 van de gedragscode. Voorbeeld 3 Het is nog niet bekend gemaakt wanneer de inschrijving voor de nieuwe huizen in een net ontwikkeld gebied van start zal gaan. Een raadslid schat in dat met een beetje goede wil van politiek en ambtenarij de inschrijving waarschijnlijk midden in de zomer zal plaatsvinden. De zus van het raadslid wil graag wonen in dat gebied. Mag het raadslid haar waarschuwen niet in die periode op zomervakantie te gaan, zodat zij zich als eerste kan inschrijven? Antwoord Nee, het waarschuwen van de zus is een overtreding van artikel 2.7 van de gedragscode. De inschatting over de inschrijving kan alleen worden gemaakt door een persoon met veel voorkennis. Dit raadslid beschikt over informatie die andere burgers niet hebben. Deze informatievoorsprong gebruiken in het voordeel van een familielid is een overtreding van artikel 2.7 van de gedragscode en mogelijk een verstrengeling van belangen. Voorbeeld 4 Een raadslid stelt in de raad keer op keer vragen over het opheffen van parkeerplaatsen in de gemeente. Hiertoe vraagt het raadslid meermaals onderliggende stukken, iedere keer van andere aard. De stukken zijn verstuurd en de andere Raads- en burgercommissieleden menen dat zij voldoende geïnformeerd zijn. Maar daar neemt dit raadslid geen genoegen mee en hij geeft de wethouder geërgerd mee zich er te makkelijk van af te maken, waarna het raadslid opnieuw aanvullende verzoeken doet voor het verkrijgen van achterliggende informatie omtrent de opheffing van de parkeerplaatsen. Antwoord Het uitgangspunt is dat Raads- en burgercommissieleden informatie mogen vragen en dat het college deze dient te verstrekken. Daar zit een grens aan. De wet stelt als grens dat het gaat om inlichtingen die de raad voor zijn taak nodig heeft. Er geldt zogezegd een moreel appel op Raads- en burgercommissieleden om alleen vanuit de oprecht gevoelde behoefte verder te worden geïnformeerd vragen te blijven stellen. Daarbij komt dat de ambtelijke organisatie beperkt capaciteit heeft en dat van Raads- en burgercommissieleden niet wordt verwacht dat zij het werk van ambtenaren en college opnieuw doen. 3. Regels rond (de schijn van) belangenverstrengeling Artikel 3 Raads- en burgercommissieleden gebruiken hun invloed en stem niet om een persoonlijk belang of het belang van een ander of van een organisatie waarbij een raadslid een persoonlijke betrokkenheid heeft veilig te stellen. Artikel 3.1 Voorkomen schijn Raads- en burgercommissieleden dienen actief de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen. Artikel 3.2 Onthouden van deelname aan beraadslaging en stemming Raads- en burgercommissieleden onthouden zich van deelname aan de beraadslaging en stemming als er sprake is van een beslissing waarbij belangenverstrengeling kan optreden. Het kan dan gaan om de volgende situaties: het betreft een kwestie waarbij het raadslid zelf een persoonlijk belang heeft; het betreft een kwestie waarbij het gaat om een belang van een individu of organisatie waarbij het raadslid een substantiële betrokkenheid heeft. Raads- en burgercommissieleden houden zich in dergelijke gevallen ook anderszins afzijdig van beïnvloeding gedurende het gehele besluitvormingsproces. Artikel 3.3 Verboden combinaties Raads- en burgercommissieleden mogen de in artikel 13 Gemeentewet opgesomde functies niet uitoefenen (bijlage 2). Raads- en burgercommissieleden mogen wel als ambtenaar werken voor een gemeenschappelijke regeling waarin de eigen gemeente deelneemt. Maar alleen als zij daar geen werkzaamheden verrichten voor de eigen gemeente en er geen gezagsverhouding bestaat met het gemeentebestuur waar het raadslid werkt. Artikel 3.4 Verboden overeenkomsten en handelingen Raads- en burgercommissieleden mogen bepaalde in de Gemeentewet genoemde overeenkomsten en handelingen niet aangaan (bijlage 3). Artikel 3.5 Raads- en burgerleden leggen schriftelijke afspraken vast die een duidelijk handelingskader bieden voor situaties waarin de uitoefening van hun nevenfuncties ongewenst is of kan worden. Dit gebeurt met het oog op een goede vervulling van het raadslidmaatschap en de handhaving van onpartijdigheid, onafhankelijkheid en het vertrouwen dat in een raadslid gesteld moet kunnen worden. De afspraken zijn erop gericht eventuele nadelige gevolgen van de uitoefening van nevenfuncties te voorkomen of weg te nemen. Artikel 3.6 Openbaar maken nevenfuncties Raads- en burgercommissieleden maken openbaar welke betaalde en onbetaalde functies zij vervullen naast het raadslidmaatschap. Dit doen zij direct na het aanvaarden dan wel de benoeming van een nieuwe functie. De griffier draagt zorg voor een geactualiseerde lijst met functies van alle Raads- en burgercommissieleden en maakt de lijst op elektronische wijze en op een fysieke locatie openbaar. Tevens wordt vermeld of de werkzaamheden al dan niet bezoldigd zijn. De griffier houdt de lijst doorlopend bij. Artikel 3.7 Opgaaf substantiële financiële belangen Raads- en burgercommissieleden doen opgaaf van hun substantiële financiële belangen – bijvoorbeeld in de vorm van aandelen, opties en derivaten – in ondernemingen waarmee de gemeente zaken doet of waarin de gemeente een belang heeft. Ook een tussentijds ontstaan substantieel financieel belang dient direct opgegeven te worden.

In een aantal gevallen is het mogelijk hiervoor dispensatie te vragen bij Provinciale Staten (zie hiervoor Handreiking integriteit van politieke ambtsdragers bij provincies, gemeenten en waterschappen). Een eventueel dispensatieverzoek wordt altijd in overleg met de griffier en de Burgemeester gedaan. Voorkomen van belangenverstrengeling Het gaat bij een persoonlijk belang niet alleen om – zoals vaak gedacht – ‘persoonlijk gewin’ of ‘persoonlijk voordeel’ (ook niet-financieel) of ‘persoonlijke financiële inkomsten’. Het kan ook gaan om iets als een belang van een familielid of vriend(in). Raads- en burgercommissieleden moeten zelf beoordelen of er sprake is van een persoonlijk belang. De wetgever heeft Raads- en burgercommissieleden op verschillende manieren bescherming geboden tegen de verleiding van belangenverstrengeling en tegen de schijn ervan: De wetgever verbiedt individuele Raads- en burgercommissieleden om te stemmen als om mee te doen aan beraadslagingen indien er sprake is van een aangelegenheid waarbij een raadslid een persoonlijk belang heeft. De wetgever probeert daarmee uit te sluiten dat een raadslid meestemt als sprake is van een persoonlijk belang. Het gaat bij een persoonlijk belang niet alleen om – zoals vaak gedacht – ‘persoonlijk gewin’ of ‘persoonlijk voordeel’ (ook niet-financieel) of ‘persoonlijke financiële inkomsten’. Het kan ook gaan om iets als een belang van een familielid of vriend(in). Raads- en burgercommissieleden beoordelen in eerste instantie of er sprake is van een persoonlijk belang. In een aantal gevallen vindt de wetgever dat de bescherming door het bovenstaande niet ver genoeg gaat. In die gevallen verbiedt de wetgever Raads- en burgercommissieleden expliciet bepaalde welomschreven functies te bekleden (onverenigbare betrekkingen), rollen te vervullen en (rechts)handelingen uit te voeren. Het is Raads- en burgercommissieleden verboden om bepaalde overeenkomsten aan te gaan en/of handelingen te verrichten. In sommige gevallen kan hiervoor overigens dispensatie worden gevraagd bij Provincale Staten (zie hiervoor Handreiking integriteit voor politieke ambtsdragers bij provincie, gemeenten en waterschappen). De wetgever eist van Raads- en burgercommissieleden dat zij alle functies, terstond, openbaar maken die zij vervullen naast het raadslidmaatschap. De beslissing om een nevenfunctie te aanvaarden of aan te houden is primair de verantwoordelijkheid van de politieke ambtsdrager zelf, maar hij moet er wel open over zijn en zich erover verantwoorden. Op die manier wordt het voor andere Raads- en burgercommissieleden, bestuurders, fractievoorzitters, partijbestuurders, de griffier en de gemeentesecretaris mogelijk een raadslid te waarschuwen voor kwesties waarin (de schijn van) belangenverstrengeling dreigt. Ook de pers en de burger kunnen zo hun controlerende taak uitoefenen. Daarom is in deze gedragscode ook bepaald dat Raads- en burgercommissieleden tevens al hun substantiële financiële belangen bekendmaken bij ondernemingen die zakendoen met de gemeente. Politieke ambtsdragers struikelen soms in gevallen waarin er ‘slechts’ sprake is van de schijn van belangenverstrengeling. Bij de ‘schijn’ is er in strikte zin geen sprake van het behartigen van een persoonlijk belang, maar gedraagt een ambtsdrager zich op dusdanige wijze dat deze de schijn oproept (in de jurisprudentie is er dan sprake van ‘bijkomende omstandigheden’). Dit kan in de context van de gemeenteraad bijvoorbeeld het geval zijn door het inbrengen door een raadslid van amendementen op een dossier dat dichtbij komt voor dit raadslid. Het is in het belang en ter bescherming van politieke ambtsdragers zelf dat dit voorschrift zo expliciet in de gedragscode is opgenomen. Bij vragen of - en in hoeverre - er sprake is van een substantiële betrokkenheid of persoonlijk belang, kan hierover contact worden opgenomen met de griffier. De raad heeft geen instrumenten om een individueel raadslid vooraf van beraadslaging of stemming uit te sluiten, maar wanneer er sprake is van een vermoeden van een persoonlijk belang kan de raad met in achtneming van hoofdstuk 6 van deze code (Regels rond de vaststelling en de handhaving van de gedragscode) stappen ondernemen en eventueel achteraf onderzoek laten doen of sprake is geweest van een schending van de wet en/of code. Dit kan in het uiterste geval leiden tot vernietiging van het besluit. (Neven)werkzaamheden De beslissing om een (neven)functie te aanvaarden of aan te houden is primair de verantwoordelijkheid van een raadslid zelf, maar hij/zij moet er wel open over zijn en zich erover verantwoorden. Vanaf april 2023 geldt een wettelijke aanscherping met betrekking tot Raads- en burgercommissieleden die naast hun werk in de raad werkzaam zijn voor een zogenaamde gemeenschappelijke regeling (denk aan GGD, Vervoersregio, Regionale Uitvoeringsdiensten, etc.). Raads- en burgercommissieleden mogen als ambtenaar werkzaam zijn voor een gemeenschappelijke regeling, waarin de eigen gemeente deelneemt, maar alleen als zij daar geen werkzaamheden voor de eigen gemeente verrichten en tevens onder de voorwaarde dat er geen sprake is van een gezagsverhouding met het gemeentebestuur waar het raadslid werkzaam is. Werkgever en werknemer dienen hierover afspraken te maken. In de bijlage van deze gedragscode treft u een opsomming aan van regelgeving die samenhangt met de integriteit van Raads- en burgercommissieleden, waaronder de verboden combinaties van functies, onverenigbare betrekkingen en verboden overeenkomsten en handelingen en de sancties die hierop kunnen volgen In de kieswet artikel X1 En X

  1. Het wordt dringend aangeraden de bijlagen nauwkeurig te bestuderen. Netwerkbewustzijn Netwerkcorruptie is een (vaker voorkomend en soms wat verborgen gebleven) vorm van belangenverstrengeling. Het gaat dan om een netwerk van meerdere personen waarbinnen sprake is van onderlinge wederkerigheid, waardoor leden uit het netwerk elkaar bevoordelen en andere partijen (on)bedoeld uitsluiten. Leden van het netwerk gunnen elkaar dus niet zo zeer een-op-een, maar eerder in een kring verschillende voordelen, gunsten of bijvoorbeeld functies. De bestrijding ervan steunt op dezelfde artikelen als die bij algemene belangenverstrengeling horen. Raads- en burgercommissieleden moeten zich bewust zijn van hun netwerken en de risico’s van sympathieën en loyaliteiten binnen hun netwerken, omdat die tot ‘blinde vlekken’ in het handelen van Raads- en burgercommissieleden kunnen leiden. Financiële belangen Er kan ook een risico op belangenverstrengeling ontstaan als een raadslid substantiële financiële belangen (de Autoriteit Financiële Markten houdt bijvoorbeeld 3% aan voor deelnemingen) heeft bij organisaties of ondernemingen die een relatie met de gemeente hebben of kunnen krijgen en waarover een raadslid mede besluiten neemt. Raads- en burgercommissieleden zouden in de verleiding kunnen komen om zich bij het nemen van functionele beslissingen mede te laten leiden door persoonlijk financieel belang. Ook negatieve financiële belangen, zoals bijvoorbeeld schulden uit bij ondernemingen waarmee de gemeente zakendoet, kunnen overigens in verband met mogelijke belangenverstrengeling relevant zijn. Het melden van financiële belangen is wettelijk niet verplicht., maar het is wel verstandig hier in de gedragscode afspraken over te maken waardoor Raads- en burgercommissieleden zich hieraan verbinden zodat het voor een ieder duidelijk is hoe en waar Raads- en burgercommissieleden verbindingen hebben waardoor zij ook beschermd kunnen worden tegen mogelijke misstappen. Praktijkvoorbeelden (schijn van) belangenverstrengeling Voorbeeld 1: Een raadslid is voorzitter van een voetbalvereniging. Mag het raadslid zijn raadslidmaatschap combineren met dit voorzitterschap? Antwoord: Artikel 13 van de Gemeentewet verbiedt de combinatie van deze functies niet. Artikel 3.3 van de gedragscode wordt dus niet overtreden door het combineren van deze functies. De functie moet wel worden gemeld (zie artikel 1.5 van de gedragscode) en de griffier moet online en op een fysieke locatie zorgdragen voor bekendmaking van deze nevenactiviteit (artikel 3.5 van de gedragscode). Let op: een raadslid moet al zijn nevenfuncties melden. Bij het aannemen van een nieuwe functie of een benoeming meldt hij dit direct bij de griffier. Variant 1: De Sportnota wordt behandeld in de raad. Mag dit raadslid meestemmen? Antwoord: Ja. In de Sportnota worden beslissingen voorgelegd die alle sport betreffen. Er treedt dus a priorigeen verstrengeling van belangen op als dit raadslid mee doet aan de besluitvorming in de raad. Kennis bij Raads- en burgercommissieleden over sport is van groot belang om kwalitatief goede besluiten over sport te nemen voor de stad. Het is dus van belang dat hij meedoet in de besluitvorming. Let op: De redenatie ‘bij twijfel niet meestemmen’ (en niet deelnemen aan de beraadslaging) gaat niet altijd op. Het ligt in de kern van de taak van een politieke ambtsdrager om te stemmen. Hij mag dus slechts in een beperkt aantal – in de wet genoemde gevallen – niet meestemmen en dan ook niet deelnemen aan de beraadslaging. Meestemmen en niet deelnemen aan de beraadslaging mag niet als het belang van een raadslid ('of een individu of organisatie waarbij hij een persoonlijke betrokkenheid heeft') wordt verstrengeld met het algemeen belang. In alle andere gevallen is het devies om te stemmen. Er kan een schijn van belangenverstrengeling ontstaan in een situatie waardoor een raadslid overweegt niet mee te stemmen (en niet deel te nemen aan de beraadslaging). Natuurlijk dient het raadslid waar hij kan de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen. Maar vaak zijn er in specifieke situaties nog andere mogelijkheden om actief de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen, anders dan niet meestemmen. Variant 2: De raad moet besluiten over uitbreiding van voetbalvelden. Ook de club waar het raadslid voorzitter van is wordt genoemd. Mag hij meestemmen? Antwoord: Nee, artikel 3.2 van de gedragscode verbiedt het raadslid mee te stemmen (en deel te nemen aan de beraadslaging). De club is één van de (duidelijke) belanghebbenden in dit besluit, dus een verstrengeling van belangen is aan de orde: het belang van de club dat hij geacht wordt te dienen als voorzitter enerzijds en het belang van de stad voor de uitbreiding van voetbalvelden. Variant 3: Mag dit raadslid een ander lid van de fractie het woord laten voeren op dit dossier? Antwoord: Dat mag. Maar het gaat bij de mogelijkheid om de besluitvorming te beïnvloeden om meer dan alleen het overdragen van het woordvoerderschap op dit dossier. Het raadslid dat voorzitter is van de voetbalclub mag op grond van artikel 3.2 van de gedragscode ook intern het standpunt van de fractie niet beïnvloeden over de uitbreiding van de voetbalvelden. Omdat de burger niet kan controleren of hij dat ook daadwerkelijk niet heeft gedaan, is het zaak dat alle fractieleden erop toezien dat ook in de interne oordeels- en besluitvorming de activiteiten van dit raadslid gescheiden blijven. Variant 4: Als het raadslid dat voorzitter van de voetbalclub is, tegen de uitbreiding van velden van zijn eigen club zou stemmen, dan is toch voor de burger te zien dat hij zijn raadswerk en zijn voetbalwerk scheidt? Dan kan hij toch meestemmen? Antwoord: Nee, ook dan mag hij op grond van de artikelen 3.1 en 3.2 van de gedragscode niet meestemmen (en niet deelnemen aan de beraadslaging). Stemgedrag is ook niet relevant in deze situatie. Variant 5: De raad moet besluiten over uitbreiding van voetbalvelden. Voetbalclub X wordt genoemd als kandidaat. Het kind van een raadslid (niet zijnde de voorzitter van de voetbalclub) zit op voetbalclub X. Mag het raadslid meestemmen? Antwoord: Ja, het raadslid moet gewoon meestemmen (en mag ook deelnemen aan de beraadslaging). De relatie tussen het raadslid en de voetbalclub is niet van dien aard dat er sprake of dreiging is van een onwenselijke verstrengeling van een persoonlijk belang met het algemeen belang. Zie ook de opmerking onder variant 1 van bovenstaand voorbeeld. Voorbeeld 2: Een raadslid is tevens zzp’er. Hij verzorgt als trainer onder meer trainingen 'De klant is koning'. De afdeling Burgerzaken van de gemeente X vraagt hem deze training te verzorgen voor medewerkers Burgerzaken. Mag hij de opdracht aannemen? Antwoord: Nee, hij mag deze opdracht niet aannemen. De Gemeentewet verbiedt Raads- en burgercommissieleden in artikel 15 bepaalde overeenkomsten aan te gaan en bepaalde handelingen te verrichten. In bovenstaande situatie is artikel 15 lid 1 onder d onderdeel 1e van de Gemeentewet van toepassing. Dat betekent dat het aannemen van de klus een overtreding van de Gemeentewet en daarmee van artikel 3.4 van de gedragscode zou zijn. Variant 1: En als hij nu niet zelf voor de groep staat, maar iemand inhuurt die dat namens zijn eenmansbedrijf doet? Antwoord: Ook dan mag hij de klus niet aannemen, op grond van artikel 15 lid 1 onder d onderdeel 1e van de Gemeentewet. Het feit dat zijn bedrijf de overeenkomst rechtstreeks aangaat, maakt dat dit artikel van toepassing is. Het aannemen van de klus is een overtreding van de Gemeentewet en daarmee van artikel 3.4 van de gedragscode. Variant 2: En als hij de opdracht nu vrijwillig doet, dus zonder daarvoor een betaling te krijgen? Antwoord: Ook dan geldt dat hij de opdracht niet mag aannemen. Het gaat in dit artikel om het aangaan van een overeenkomst; of daarvoor betaald wordt doet niet ter zake. Dat het raadslid niet wordt betaald is voor derden (waaronder ‘de burger op straat’) niet zichtbaar; daardoor kan het aannemen van de opdracht toch de schijn van belangenverstrengeling opleveren. Het aannemen ervan is een overtreding van de Gemeentewet en artikel 3.4 van de gedragsode. Variant 3: Een trainingsbureau heeft de opdracht van de gemeente gekregen om de training 'De klant is koning' te verzorgen voor de medewerkers van Burgerzaken. Dit bureau vraagt het raadslid, dat zzp’er is, de training te verzorgen. Mag dit raadslid de klus aannemen? Antwoord: Nee. De overeenkomst met de gemeente wordt weliswaar niet rechtstreeks aangegaan, maar via het trainingsbureau. 'Middellijk' verricht het raadslid dus wel (betaald) werk voor de gemeente. Het aannemen van de klus is een overtreding van de gemeentewet en van artikel 3.4 van de gedragscode. Voorbeeld 3: Een raadslid is naast zijn raadslidmaatschap leerlingbegeleider en weet om die reden veel over jeugdzorg. Mag hij woordvoerder in de raad zijn op dit onderwerp? Antwoord: Ja, dat mag. Het is van belang dat Raads- en burgercommissieleden kennis hebben over wat zich afspeelt in het maatschappelijk middenveld. Mede daarom wordt een combinatie van functies slechts zelden uitgesloten bij wet. Het raadslid mag alleen niet het standpunt van de fractie (en de raad) dusdanig beïnvloeden dat het onterecht positief uitpakt voor zijn eigen werkgever. Let op: In de praktijk komen veel verschillende situaties voor waarin een raadslid in zijn andere functie betrokken kan zijn bij het verrichten van werk in opdracht voor de gemeente. Het is verstandig iedere situatie goed te analyseren en bij twijfel hierover advies in te winnen bij bijvoorbeeld de griffier.
  2. Regels rond (de schijn van) corruptie Artikel 4 Raads- en burgercommissieleden laten hun invloed en stem niet kopen of beïnvloeden door geld, goederen of diensten die hen zijn gegeven of in het vooruitzicht zijn gesteld. Artikel 4.1 Voorkomen schijn Raads- en burgercommissieleden dienen actief de schijn van corruptie tegen te gaan. Artikel 4.2 Aannemen van geschenken Raads- en burgercommissieleden nemen geen geschenken aan die hem uit hoofde van of vanwege de functie worden aangeboden, tenzij wordt voldaan aan één van de volgende drie voorwaarden: Het weigeren, teruggeven of terugsturen indruist tegen de gangbare fatsoensnormen, het zou de gever ernstig kwetsen of deze bijzonder in verlegenheid zou brengen; Het weigeren, teruggeven of terugsturen om praktische redenen onwerkbaar is; Het gaat om een incidentele, kleine attentie (zoals een bloemetje of fles wijn) ter waarde van maximaal € 50,- waarbij de schijn van beïnvloeding minimaal is. Artikel 4.3 Aanbieden geschenken De gemeente biedt geen geschenken aan, tenzij er goede redenen zijn om hiervan af te wijken. Afwijkingen worden besproken met de Burgemeester en, met redenen omkleed, vastgelegd door de griffie. Indien Raads- en burgercommissieleden uit eigener beweging een geschenk wil aanbieden komen de kosten daarvan ten laste van het budget fractieondersteuning. Verantwoording vindt plaats via de jaarlijkse fractieverantwoording. Artikel 4.4 Accepteren van faciliteiten en diensten Raads- en burgercommissieleden accepteren geen faciliteiten en diensten van anderen die hen uit hoofde van of vanwege hun functie worden aangeboden, tenzij: Het weigeren ervan het raadswerk onmogelijk of onwerkbaar zou maken en Tegelijkertijd de schijn van omkoping of beïnvloeding minimaal is. Artikel 4.5 Privégebruik faciliteiten Raads- en burgercommissieleden gebruiken faciliteiten of diensten van anderen die uit hoofde of vanwege de raadsfunctie worden aangeboden, niet voor privédoeleinden. Artikel 4.6 Accepteren van uitnodigingen voor werkbezoeken, lunches, diners en recepties Raads- en burgercommissieleden accepteren uitnodigingen voor werkbezoeken, netwerkbijeenkomsten, lunches, diners en recepties die niet door de gemeente zijn georganiseerd en/of betaald alleen als: Dat behoort tot de uitoefening van het raadswerk en De aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel (protocollaire taken, formele vertegenwoordiging van de gemeente, uitnodiging met beschreven doel omtrent de wenselijkheid van de aanwezigheid) en Tegelijkertijd de schijn van omkoping of beïnvloeding minimaal is. Artikel 4.7 Accepteren van reizen en verblijven Raads- en burgercommissieleden accepteren geen werkbezoeken waarvan de reis- en verblijfkosten door anderen worden betaald. Uitzonderingen gelden voor: gezamenlijke reizen met andere overheden met gedeelde kosten en uitnodigingen van organisaties waarbij de gemeente is aangesloten of waarmee zij samenwerkt, zoals de VNG en regionale samenwerkingsverbanden. Een uitnodiging voor een dergelijk werkbezoek wordt altijd eerst besproken in het seniorenconvent en mag alleen worden geaccepteerd als het bezoek aantoonbaar van groot belang is voor de gemeente. Van elk werkbezoek wordt achteraf verslag uitgebracht aan de raad.

Artikel 4

(schijn van) Corruptie Ging het bij belangenverstrengeling nog om het onterecht laten meewegen van een persoonlijk belang bij de besluitvorming, bij corruptie gaat het om een vorm van omkoping van een raadslid. Belangenverstrengeling is niet in het wetboek van strafrecht opgenomen, corruptie is dat wel. In de onderliggende artikelen (4.1 t/m 4.7) zijn regels opgenomen om een raadslid te helpen om de (schijn van) corruptie te voorkomen. Aannemen van geschenken Geschenken zijn een sluiproute naar corruptie. Ze kunnen worden gebruikt om de besluitvorming te beïnvloeden. Ze kunnen corrumperen of de aanloop daartoe vormen. Ze kunnen daarnaast ook de schijn opwekken. De regels voor het aannemen van geschenken zijn daarom geformuleerd als ‘nee, tenzij’: Raads- en burgercommissieleden nemen geen geschenken aan, tenzij er goede redenen zijn om hiervan af te wijken – bijvoorbeeld omdat basale fatsoensnormen anders geschonden worden. De afwijkingen dienen vervolgens bekend gemaakt te worden bij de griffier, die bepaalt welke vervolgstappen nodig zijn. Het komt ook voor dat een bestuurder een geschenk aan derden aanbiedt of dat de gemeenteraad, vertegenwoordigd door één van de Raads- en burgercommissieleden of fractievolgers, in naam van de gemeente dat doet. Ook hier kan de schijn van oneigenlijke beïnvloeding dan wel misbruik van middelen optreden. Accepteren van faciliteiten en diensten Het accepteren van faciliteiten of diensten van anderen kan leiden tot het gevoel iets terug te moeten doen, tot wederkerigheid. Dat kan de zuiverheid van het besluitvormingsproces aantasten. Ook met het aannemen van faciliteiten en diensten kan een raadslid gecorrumpeerd raken. Het kan daarnaast ook de schijn van corruptie opwekken. Accepteren van uitnodigingen voor werkbezoeken, lunches, diners en recepties Werkbezoeken zijn bedoeld om Raads- en burgercommissieleden in de gelegenheid te stellen zich inhoudelijk te informeren en noodzakelijke contacten te leggen en onderhouden binnen en buiten de gemeente. De verplichting om actief het ontstaan van de schijn van corruptie tegen te gaan, betekent dat lunchen, dineren of naar recepties gaan op kosten van anderen waar mogelijk moet worden vermeden, tenzij de redenen van artikel 4.7 van de gedragscode van toepassing zijn. Accepteren van reizen en verblijven Reizen en overnachtingen op kosten van derden kunnen de schijn van corruptie wekken en zijn daarom niet toegestaan. Deze kosten worden altijd betaald uit het gemeentebudget en nooit door derden, met uitzondering van organisaties waar de gemeente deel van uitmaakt of gezamenlijke reizen met andere overheden waarbij de kosten worden gedeeld. Praktijkvoorbeelden (schijn van) corruptie Voorbeeld 1 Raads- en burgercommissieleden krijgen van een theater uit de gemeente een gratis jaarkaart voor alle voorstellingen aangeboden. Mag deze kaart worden geaccepteerd? Antwoord Nee, het aannemen van de kaart, is een overtreding van artikel 4.2 van de gedragscode. Een dergelijke kaart is een gericht geschenk voor de politieke ambtsdragers van de gemeente. Variant 1 Alleen de Raads- en burgercommissieleden die Kunst en Cultuur in hun portefeuille hebben, krijgen de kaart aangeboden. Het is voor het raadswerk goed om te weten hoe het reilt en zeilt bij het theater. Mag deze kaart worden geaccepteerd? Antwoord Nee, het aannemen van de kaart is ook nu een overtreding van artikel 4.2 van de gedragscode. Het is ‘om te weten hoe het reilt en zeilt’ bij het theater voor deze Raads- en burgercommissieleden niet noodzakelijk een kaart te hebben en het accepteren van een dergelijke gift roept mogelijk wel de schijn van corruptie op. De raad kan zich op een andere manier op de hoogte stellen omtrent het theater of de theaterbranche, zoals het afleggen van een werkbezoek met een duidelijk werkprogramma. De kaarten dienen dus terug te worden gestuurd conform artikel 4.2 van de gedragscode. Voorbeeld 2 De gemeente subsidieert een jaarlijks wielerevenement vanwege haar doelstelling om een sportieve gemeente te zijn en zoveel mogelijk burgers in beweging te krijgen en in aanraking te laten komen met deze populaire sport. Het college vraagt aan de organisatie dertig vrijkaarten voor college- en Raads- en burgercommissieleden. Zij kunnen dan als ambassadeur van de gemeente aanwezig zijn. Mag dit? Antwoord Nee, dit zou het college niet moeten doen. In feite wordt er een geschenk gevraagd. Voor de organisatie is het moeilijk om nee te zeggen. Een dergelijk verzoek kan worden beschouwd als een oneigenlijke subsidie-eis. Verder is het doel van de subsidie niet het zichtbaar maken van de gemeente. Dit laatste zou in relatie tot dit evenement ook bereikt kunnen worden door de burgemeester of een wethouder bij de opening een rol te laten vervullen. Een andere mogelijkheid is dat de gemeente voor raads- en collegeleden – los van de subsidieverstrekking – een aantal kaartjes aanschaft. Variant 1 De organisatie van het wielerevenement biedt de gemeente dertig vrijkaartjes aan voor college- en Raads- en burgercommissieleden plus partners. Men geeft daarbij aan dat men graag achtergrondinformatie wil geven over de organisatie van het evenement. Daarnaast zal er een rondleiding zijn inclusief uitleg over de veiligheidsaspecten, wegafzettingen, beperking van de geluidsoverlast en de samenwerking met de hulpdiensten. Na afloop van dit informatieve deel mogen de genodigden onder het genot van een hapje en drankje het evenement bijwonen. Mogen de Raads- en burgercommissieleden ieder een kaartje – eventueel via het college – aannemen? Antwoord Ja, dat mag. De uitnodiging heeft een duidelijk functioneel karakter; om zich goed te informeren over het evenement kan het noodzakelijk zijn om één en ander in de praktijk te zien. Dat de genodigden een versnapering aangeboden krijgen valt binnen de grenzen van het redelijke. Voor partners geldt dit alles niet. Als zij het evenement willen bijwonen, moeten zij zelf een kaartje kopen. Let op: Het is van belang om te bekijken of het accepteren van giften in professionele zin daadwerkelijk noodzakelijk is en of er geen andere manieren zijn om dit doel te bereiken, zonder dat daarbij de schijn van corruptie ontstaat. Voorbeeld 3 Een raadslid heeft een lezing gegeven op een bewonersbijeenkomst. Na afloop wordt een bos bloemen aangeboden. Mag het raadslid die aannemen? Antwoord Ja, de bos bloemen kan gezien worden als een geschenk dat uit hartelijkheid wordt gegeven en waarvan het niet accepteren de gever op dat moment ernstig in verlegenheid zou brengen. Het is bovendien niet het type geschenk dat de schijn van corruptie opwekt. Let op: Situaties als die in voorbeeld 3 komen regelmatig voor. Politieke ambtsdragers staan veel op podia en krijgen vaak als dank bloemen, fotoboeken, boekenbonnen, flessen wijn, pennen, T-shirts en petjes met opdrukken, koffiemokken en andere typen kleine geschenken. In veel van dergelijke situaties is het weigeren (hoewel eigenlijk de bedoeling) praktisch onmogelijk zonder de gever in verlegenheid te brengen. Voorbeeld 4 De gemeenteraad krijgt van een bedrijf met veel korting een videoconferencing-systeem aangeboden. Met dit systeem kunnen Raads- en burgercommissieleden vanaf een andere locatie toch deelnemen aan een overleg. Zo laat het bedrijf zien goede besluitvorming zeer van belang te vinden en te willen ondersteunen. Mag deze faciliteit worden aangenomen? Antwoord Nee, het aannemen van het systeem, is een overtreding van artikel 4.4 van de gedragscode. Artikel 4.4 aanhef en onder a van de gedragscode is niet van toepassing; er is budget om de raad te faciliteren. Mocht het noodzakelijk zijn een dergelijk systeem aan te schaffen dan kan dat vanuit gemeentelijke middelen worden betaald. Voorbeeld 5 De raad krijgt van de directie van een lokale toeristische attractie een uitnodiging om de presentatie bij te wonen van hun nieuwe plannen. Daarbij zal ook een diner plaatsvinden met ondernemers uit de gemeente. Mag de raad de uitnodiging accepteren? Antwoord Ja, de Raads- en burgercommissieleden mogen in principe ingaan op dit verzoek. Het is noodzakelijk voor het raadswerk dat de Raads- en burgercommissieleden geïnformeerd worden. Niet alleen door gesubsidieerde organisaties, ook door commerciële partijen of andere belanghebbenden. Dergelijke uitnodigingen bieden Raads- en burgercommissieleden de mogelijkheid geïnformeerd te worden. Vaak gaat een dergelijk bezoek gepaard met een luxere aankleding van het werkbezoek, zoals een georganiseerde lunch of diner en door de organisatie geregeld vervoer. Doorgaans levert het accepteren hiervan geen overtreding van de gedragscode op. Aan de mate van luxe die acceptabel is, zitten uiteraard grenzen. Alvorens op het verzoek in te gaan, is het verstandig dat de raad zich hiervan rekenschap geeft. Voorbeeld 6 De Raads- en burgercommissieleden van de fractie van partij X krijgen een werkruimte ter beschikking gesteld door een ondernemer van meerdere vergaderlocaties in de gemeente. De ondernemer wil de fractieleden van partij X – in voorbereiding op de komende gemeenteraadsverkiezingen – hiermee een helpende hand uitreiken omdat hij weet dat de financiële middelden van de fractie gering zijn. Bovendien vergadert de fractie in de avonduren, een tijdstip waarop het betreffende vergadercentrum normaal gesproken al gesloten is. Is dit volgens deze code toegestaan? Antwoord Nee dit is niet toegestaan. Het accepteren van faciliteiten of diensten van anderen kan leiden tot een afhankelijkheid, of dankbaarheid creëren die de zuiverheid van het besluitvormingsproces kan aantasten. Ook met het aannemen van faciliteiten en diensten kan een raadslid gecorrumpeerd raken. Het kan daarnaast ook de schijn van corruptie of belangenverstrengeling opwekken. 5. Regels rond gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen Artikel 5 Raads- en burgercommissieleden houden zich aan het vastgestelde beleid voor het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen. Artikel 5.1 Gebruik interne voorzieningen Raads- en burgercommissieleden houden zich aan de regels met betrekking tot het gebruik van interne voorzieningen van algemene aard, zoals vergaderruimtes en kopieermachines. Artikel 5.2 Onkostenvergoedingen en declaraties Raads- en burgercommissieleden houden zich aan de verordeningen van de gemeente met betrekking tot onkostenvergoedingen, declaraties en de aanschaf van ICT.

Artikel 5

Gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen Raads- en burgercommissieleden krijgen voor hun raadswerk de beschikking over een aantal faciliteiten en over financiële middelen van de gemeente. Raads- en burgercommissieleden beschikken bijvoorbeeld over voorzieningen als vergaderruimtes, een tablet en een kopieermachine die primair voor hun raadswerk ter beschikking zijn gesteld. Het gebruik hiervan voor privé- of partijdoeleinden is niet toegestaan tenzij het de bruikleen van voorzieningen betreft zoals mogelijk gemaakt in de toepasselijke gemeentelijke verordeningen, die mede voor privédoeleinden mogen worden gebruikt. Praktijkvoorbeelden gebruik gemeentelijk faciliteiten en financiële middelen Voorbeeld 1 Het is campagnetijd. Een raadslid staat op het punt om met fractiegenoten de markt op te gaan om in gesprek te gaan met potentiële kiezers. Op een kopieermachine in het gemeentehuis vermenigvuldigt het raadslid duizend flyers en tweehonderd exemplaren van het verkiezingsprogramma om uit te delen. Mag dit? Antwoord Nee. Dit is een overtreding van artikel 5.1 van de gedragscode. In dit geval beschermt deze regelgeving het ‘eerlijke speelveld’ voor alle partijen en kandidaten die meedingen naar een zetel in de raad. Als zittende partijen hun campagnemateriaal gratis verkrijgen, hebben zij een voorsprong ten opzichte van nieuwkomers. Voorbeeld 2 Een raadslid gaat met de trein naar een partijbijeenkomst van zijn politieke partij. Mag het treinkaartje vergoed worden uit het fractiebudget? Antwoord Nee, het declareren bij de fractie is in overtreding met artikel 5.2 van de gedragscode. Hoewel het van belang is voor het raadswerk dat een raadslid op de hoogte is van de standpunten van zijn partij, wordt het bijwonen van partijbijeenkomsten niet gezien als raadswerk voor de gemeente. Het fractiebudget is bedoeld voor het tegemoetkomen in de kosten die nauw verbonden zijn met het raadswerk voor de gemeente. 6. Regels rond de vaststelling en de handhaving van de gedragscode Artikel 6 Raads- en burgercommissieleden dienen in overeenstemming te handelen met de wet, de gedragscode en de overige interne regelgeving (verordeningen en procesafspraken) die op hen van toepassing is. Artikel 6.1 Vaststelling en evaluatie gedragscodes De raad stelt de gedragscode vast voor elk van de bestuursorganen – de raad, het college en de burgemeester – en ziet toe op de naleving ervan. Minimaal één keer per bestuursperiode evalueert de raad de gedragscodes op actualiteit, functioneren en de mate waarin de regels naar behoren worden nageleefd. Artikel 6.2 Naleven van de gedragscode Elk raadslid heeft de individuele verantwoordelijkheid om te handelen in overeenstemming met de gedragscode. In het geval een raadslid mogelijk niet zal gaan handelen in overeenstemming met de gedragscode dan is het aan collega Raads- en burgercommissieleden, de burgemeester en/of de griffier om het raadslid daarvoor te waarschuwen. Dit gebeurt in beslotenheid en buiten de raadsvergadering. Op een (vermoedelijke) regelovertreding van de gedragscode zal handhavend kunnen worden opgetreden. Artikel 6.3 Procesafspraken De Raad legt de processtappen die worden gevolgd in het geval er sprake is van een (vermoeden van) een overtreding van de gedragscode en die zien op een zorgvuldige handhaving, vast in een procedure of convenant. Artikel 6.4 Twijfel of vermoeden Indien een raadslid twijfelt of zijn/haar eigen handeling of die van een andere politieke ambtsdrager, in overeenstemming is met de gedragscode, volgt het raadslid de processtappen zoals vastgelegd in het daartoe vastgestelde protocol of convenant. Artikel 6.5 Sancties en maatregelen Als (na een zorgvuldig proces) is komen vast te staan dat een raadslid een regel van de gedragscode heeft overtreden, dan kan dit leiden tot een proportionele sanctie of andere vorm van passende opvolging.

Ten minste eenmaal per bestuursperiode wordt de tekst van de drie gedragscodes – voor raad, wethouders en burgemeester – tegen het licht te houden: voldoen de formuleringen nog? Over welke onderwerpen worden de meeste vragen gesteld? Zijn de praktijkvoorbeelden voldoende herkenbaar? Is er behoefte aan een themabijeenkomst of andere vormen van gesprek? Op die manier blijven de gedragscodes een levend document. Naleven Belangrijk is dat erop wordt toegezien dat de drie gedragscodes daadwerkelijk worden nageleefd en er wordt gehandhaafd als er niet in overeenstemming met de code wordt gehandeld. Ze leggen immers de voorwaarden vast waaraan het handelen van politieke ambtsdragers minimaal moet voldoen. Een schending van de gedragscode is een schending van de integriteit van de politiek. De naleving begint bij de Raads- en burgercommissieleden zelf. Zij zijn in eerste instantie individueel verantwoordelijk voor het volgen van de gedragsregels zoals die neergelegd zijn in de code. Een raadslid aanspreken en waarschuwen als deze dreigt te handelen in strijd met de wet of gedragscode is wat gevraagd mag worden van collega Raads- en burgercommissieleden, de burgemeester en de griffier. Zo worden ‘'per ongelukjes’ voorkomen. Het kan zijn dat een raadslid niet weet dat hij mogelijk een regel gaat overtreden dan wel daarvan de risico’s of consequenties niet overziet. Ook loopt het raadslid een gedragsregel overtreedt het risico van een (bij wet geregelde) sanctie of kan het raadslid politieke consequenties ondervinden van zijn of haar handelingen. Proces bij vermoeden van een schending Voor het geval er toch een vermoeden ontstaat dat de code is geschonden zijn er afspraken over de processtappen die de Raads- en burgercommissieleden, wethouders en de burgemeester volgen nodig. Hierin is tevens aandacht besteed aan de aard van de (vermoedelijk) geschonden regel. Gaat het hier om een schending van een wettelijke bepaling, een bepaling die strenger is dan de wet of een geheel vrijwillige onderlinge afspraak? Dit om een zorgvuldige opvolging van signalen en meldingen mogelijk te maken, alle betrokkenen te beschermen en ervoor te waken dat een beschuldiging van een integriteitschending niet uit politiek gewin doeleinden wordt gemaakt Deze zijn vastgelegd in een protocol/convenant. In de handhaving van de regels rondom integriteit zijn verschillende fasen te onderscheiden: het bespreken van lastige integriteitkwesties; het signaleren van vermoedens van schendingen van de gedragscode; het eventueel onderzoeken van vermoedens van schendingen van de gedragscode; het eventueel sanctioneren van schendingen van de gedragscode. Hierbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: onpartijdigheid; terughoudend met publiciteit; zorgvuldigheid richting de vermeende schender, en; beschermend richting het slachtoffer te zijn. Een signaal van of een melding over mogelijke regelovertreding leidt dus zeker niet automatisch tot een opvolging die bestaat uit het doen van onderzoek en/of het opleggen van een sanctie. Bij elke (vermoedelijke) regelovertreding vindt een beredeneerde vorm van opvolging plaats die passend en proportioneel moet zijn met oog voor onder meer de zwaarte van de schending en de context waarin een en ander zich heeft afgespeeld. Mogelijke (formele) sancties en maatregelen De wet kent slechts een beperkt aantal formele sancties voor specifieke overtredingen, bijvoorbeeld de mogelijkheid om een raadslid voor 3 maanden uit te sluiten van informatie waarop geheimhouding rust. In bijlage 4 is een overzicht opgenomen van formele sancties en de schendingen waarvoor ze zijn bestemd. In de meeste gevallen gaat het echter niet om schendingen waar dergelijke formele sancties voor zijn geformuleerd en zijn de sanctiemogelijkheden door de wetgever beperkt gehouden. Raads- en burgercommissieleden kunnen elkaar in de eerste plaats aanspreken en eventueel oproepen tot (al dan niet publieke) excuses. Daarnaast kan een motie van treurnis of afkeuring worden ingediend. Partijgebonden sancties zijn bijvoorbeeld het uit de fractie verwijderen of royement van lidmaatschap van de eigen partij. Sommige overtredingen van de gedragscode leveren daarnaast ook een strafbaar feit op waarvan aangifte kan of moet worden gedaan en die kunnen leiden tot strafrechtelijke vervolging. Praktijkvoorbeelden vaststelling en handhaving gedragscode Voorbeeld Tijdens een privé-etentje verneemt een raadslid van de grootste coalitiepartij dat een lid van de oppositie nauwe banden heeft met een lokale ondernemer. Niet toevallig, zo lijkt het, dat precies dit raadslid een amendement indiende op een voorstel tot een verkeersaanpassing in het centrum waarmee deze ondernemer bevoordeeld zou worden. Bij de eerstvolgende fractievergadering legt het raadslid de kwestie voor. Is dit verstandig? Antwoord Nee. De keuze van het raadslid om het vermoeden in de fractievergadering in te brengen gaat in tegen het tweede principe: terughoudendheid met publiciteit. Het belang van zorgvuldige procesafspraken ligt mede daarin dat vermeende schenders niet in de publiciteit komen vooraleer vastgesteld is dat er ook werkelijk een schending plaats heeft gevonden. Er is niets gewonnen bij het delen van het vermoeden in de fractie terwijl er tegelijkertijd een veel hoger risico ontstaat dat het vermoeden in de publiciteit komt. Aldus besloten in de openbare raadsvergadering, gehouden op 5 februari 2026.De griffier, De voorzitter,Bijlage1:Verwijzingen naar de wet per gedragscode-artikel Algemeen Grondwet, artikel 1 Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur (Stb. 2022,444) Over informatie Artikel 2.2 (informatieverstrekking door bestuur) Gemeentewet artikel 169 Gemeentewet artikel 180 Artikel 2.4 geheimhouding) Algemene wet bestuursrecht artikel 2:5 Gemeentewet artikel 87, 88 en 89 Wetboek van Strafrecht artikel 272 Wet open overheid artikel 5.1 eerste en tweede lid Over belangenverstrengeling Gemeentewet, artikel 27 (Raads- en burgercommissieleden stemmen zonder last) Artikel 3.2 (onthouden van beraadslaging en stemming) Gemeentewet artikel 28 Artikel 3.3 (verboden combinaties van functies) Gemeentewet artikel 13, zie ook bijlage 2 Artikel 3.4 (verboden overeenkomsten/handelingen) Gemeentewet artikel 15, zie ook bijlage 3 Artikel 3.5 (over andere (neven)functies) Gemeentewet artikel 12 Artikel 3.6 (over financiële belangen) Basisnorm 14, Modelaanpak basisnormen integriteit openbaar bestuur en politie Over corruptie Artikel 4 t/m 4.7 Gemeentewet artikel 14 Over gebruik van gemeentelijke faciliteiten en middelen Artikel 5, 5.1 en 5.2 Gemeentewet artikel 95-99 Verordening rechtspositie Raads- en burgercommissieleden en fractievolgers gemeente X Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning gemeente X Over de vaststelling en handhaving van de gedragscode Artikel 6 (vaststellen voor een gedragscode voor de raad, de wethouders en de burgemeester). Gemeentewet artikel 15, lid 3, artikel 41c, lid 2 en artikel 69, lid 2 Artikel 6.1 en 6.2 (naleving van de code) Over de rol van de burgemeester: Gemeentewet artikel 170, lid 2 Kieswet artikel X1, zie bijlage 4 Kieswet artikel X8, zie bijlage 4 Gemeentewet artikel 46, 47 en 49 Schending van de gedragscode kan een strafbaar feit opleveren (bijvoorbeeld het schenden van de geheimhoudingsplicht Wetboek van Strafrecht artikel 272). Als de schending een misdrijf is, geldt een aangifteplicht (Wetboek van Strafrecht artikel 162). Bijlage2:Specifiek uitgesloten combinaties van functies Gemeentewet artikel 13: 1. Een lid van de raad is niet tevens: a. minister; b. staatssecretaris; c. lid van de Raad van State; d. lid van de Algemene Rekenkamer; e. Nationale ombudsman; f. substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman; g. commissaris van de Koning; h. gedeputeerde; i. secretaris van de provincie; j. griffier van de provincie; k. burgemeester; l. wethouder; m. lid van de rekenkamer; n. ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 81p, eerste lid; o. ambtenaar of ambtenaar van politie, in dienst van die gemeente of uit anderen hoofde aan het gemeentebestuur ondergeschikt of werkzaam ten behoeve van die gemeente. 2 In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder l, kan een lid van de raad tevens wethouder zijn van de gemeente waar hij lid van de raad is gedurende het tijdvak dat: a. aanvangt op de dag van de stemming voor de verkiezing van de leden van de raad en eindigt op het tijdstip waarop de wethouders ingevolge artikel 42, eerste lid, aftreden, of b. aanvangt op het tijdstip van zijn benoeming tot wethouder en eindigt op het tijdstip waarop de goedkeuring van de geloofsbrief van zijn opvolger als lid van de raad onherroepelijk is geworden of waarop het centraal stembureau heeft beslist dat geen opvolger kan worden benoemd. Hij wordt geacht ontslag te nemen als lid van de raad met ingang van het tijdstip waarop hij zijn benoeming tot wethouder aanvaardt. Artikel X 6 van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing. 3 In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder o, kan een lid van de raad tevens zijn: a. ambtenaar van de burgerlijke stand; b. vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verricht. Bijlage3:Specifiek verboden overeenkomsten / handelingen Gemeentewet, artikel 15 Een lid van de raad mag niet: als advocaat of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de gemeente of het gemeentebestuur dan wel ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur; als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur; als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het met de gemeente aangaan van: overeenkomsten als bedoeld in onderdeel d; overeenkomsten tot het leveren van onroerende zaken aan de gemeente; rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan betreffende: het aannemen van werk ten behoeve van de gemeente; het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de gemeente; het leveren van roerende zaken anders dan om niet aan de gemeente; het verhuren van roerende zaken aan de gemeente; het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de gemeente; het van de gemeente onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen; het onderhands huren of pachten van de gemeente. Van het eerste lid, aanhef en onder d, kunnen gedeputeerde staten ontheffing verlenen. De raad stelt voor zijn leden een gedragscode vast. Bijlage4:Enkele formele sancties Kieswet, artikel X1 Zodra onherroepelijk is komen vast te staan dat een lid van een vertegenwoordigend orgaan een van de vereisten voor het lidmaatschap niet bezit of dat hij een met het lidmaatschap onverenigbare betrekking vervult, houdt hij op lid te zijn. De voorzitter van het vertegenwoordigend orgaan geeft hiervan onverwijld kennis aan de voorzitter van het centraal stembureau. Een overeenkomstige kennisgeving vindt plaats, indien door het overlijden van een lid een plaats in het vertegenwoordigend orgaan is opengevallen. Kieswet, artikel X8 Het lid van de gemeenteraad dat in strijd met artikel 15, eerste lid, van de Gemeentewet handelt, kan in zijn betrekking worden geschorst door de voorzitter van de gemeenteraad. De voorzitter onderwerpt de zaak aan het oordeel van de raad in zijn eerstvolgende vergadering. De raad kan, na de geschorste in de gelegenheid te hebben gesteld zich mondeling te verdedigen, hem van zijn lidmaatschap vervallen verklaren. Indien hij daartoe geen aanleiding vindt, heft hij de schorsing op. De raad kan ook ambtshalve het lid dat in strijd met artikel 15, eerste lid, van de Gemeentewet handelt, na hem in de gelegenheid te hebben gesteld zich mondeling te verdedigen, van zijn lidmaatschap vervallen verklaren. Van de beslissing van de raad, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt terstond aan de belanghebbende mededeling gedaan. De werking van een besluit, inhoudende de vervallenverklaring, wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist. Ingeval de vervallenverklaring ambtshalve heeft plaatsgevonden, is het lid van de raad gedurende deze periode in zijn betrekking geschorst. Indien een lid van de raad op grond van dit artikel onherroepelijk van zijn lidmaatschap vervallen is verklaard, doet de burgemeester daarvan mededeling aan de voorzitter van het centraal stembureau Gemeentewet artikel 89 lid 2 Een verplichting tot geheimhouding wordt in acht genomen door allen die van de informatie kennis dragen. Gemeentewet artikel 89 lid 5 Een lid van de raad of van een door de raad ingestelde commissie als bedoeld in hoofdstuk V dat in strijd handelt met het tweede lid (van artikel 89 GW) kan bij besluit van de raad ten hoogste drie maanden worden uitgesloten van het ontvangen van informatie ten aanzien waarvan een verplichting tot geheimhouding geldt. Reglement van orde: motie van afkeuring of treurnis. Bijlage5:Relevante regelgeving binnen gemeente X Denk aan: Over gebruik van gemeentelijke faciliteiten en middelen Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2019 Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2018 Fractiekostenverordening Over omgang met elkaar Denk aan: Reglement van orde gemeenteraad Over handhaving van de gedragscode Denk aan: Procesafspraken over handhaving Reglement van orde gemeenteraad Over regels rond informatie Denk aan: Reglement van orde gemeenteraad Protocol geheimhouding

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.