Reglement van Orde voor de raad van de gemeente Assen 2026Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Assen 2026. De raad van de gemeente Assen, gelet op a
rtikel 16 van de Gemeentewet, besluit de volgende verordening vast te stellen: Reglement van orde houdende bepalingen over de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Gemeente Assen, 2026. HoofdstukI. Algemene bepalingen Artikel1.Begripsomschrijvingen In dit reglement wordt verstaan onder: Agendacommissie de commissie die een procedurele rol vervult bij de voorbereiding van de raadsvergadering als bedoeld in art. 84 Gemeentewet; Amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen; Conformstuk: Een raadsvoorstel waarover geen beraadslaging plaatsvindt; Consulterende raadsbijeenkomst: Een formele vergadering gericht op oordeelsvorming door de raad, gelijkgesteld aan een commissievergadering zoals bedoeld in art. 82 Gemeentewet; Fractie: een georganiseerde groep raadsleden die een politieke partij of een combinatie van partijen vertegenwoordigt in de raad; Fractievoorzittersoverleg: Commissie zoals bedoeld in art. 84 gemeentewet, die belangen van huishoudelijke aard behartigt die het functioneren van de raad betreffen. Geheim document:een document of informatie waar krachtens de gemeentewet geheimhouding op rust. Griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger Hij: Waar ‘hij’ is vermeld wordt ook ‘zij’ bedoeld. Initiatiefvoorstel: Raadsvoorstel dat door een raadslid wordt ingebracht, zoals bedoelt in art. 147a gemeentewet Motie vreemd aan de orde: een motie over een onderwerp dat niet op de agenda staat Motie: korte en gemotiveerde verklaring over een geagendeerd onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; Parallel-bijeenkomst: Consulterende raadsbijeenkomsten en/of -activiteiten die op hetzelfde tijdstip plaatsvinden. Raadsactiviteit: Een openbare bijeenkomst of activiteit van de raad zonder formele status, gericht op informatievoorziening aan en beeldvorming door de raad; Raadsvergadering: Een (besluitvormende) vergadering als bedoeld in art. 17 Gemeentewet; RIS: Openbaar digitaal raadsinformatiesysteem van de gemeenteraad van Assen; BIS: Besloten digitaal raadsinformatiesysteem van de gemeenteraad van Assen (waarop vertrouwelijke en geheime documenten worden geplaatst); Subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft; Vicevoorzitter: door de raad uit zijn midden benoemde waarnemend voorzitter, zoals bedoeld in art. 77 de leden 1 en 2 gemeentewet. Voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering; Voorzitter: de voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger; Artikel2.De voorzitter De voorzitter is belast met: het leiden van de vergadering; het handhaven van de orde; het doen naleven van het reglement van orde; wat de wet of dit reglement hem verder opdraagt. De raad benoemt de vicevoorzitter uit zijn midden. Bij ontstentenis van zowel de voorzitter als de vicevoorzitter wordt diens plaatsvervanger aangewezen uit de leden bedoeld in artikel 37 eerste lid. Artikel3.De griffier De griffier is in elke raadsvergadering aanwezig. Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door zijn plaatsvervanger die door de raad is aangewezen. De griffier of zijn plaatsvervanger is in elke consulterende raadsbijeenkomst aanwezig. De griffier kan, als hij daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen. Artikel4.Agendacommissie De raad heeft een agendacommissie. De agendacommissie bestaat naast de vicevoorzitter uit 2 leden uit de coalitiepartijen en 2 leden uit de niet-coalitiepartijen. De leden kunnen zich laten vervangen door een ander raadslid uit de coalitie, dan wel niet-coalitie geleding. De agendacommissie wordt voorgezeten door de voorzitter van de raad of bij diens afwezigheid door de vicevoorzitter. De griffier of zijn plaatsvervanger is in elke vergadering van de agendacommissie aanwezig. Elk lid heeft één stem in de agendacommissie. De voorzitter van de raad en de griffier hebben geen stemrecht in de agendacommissie. De agendacommissie beslist bij meerderheid van stemmen. De agendacommissie heeft tot taak de raadsvergaderingen, consulterende raadsbijeenkomsten en raadsactiviteiten procesmatig voor te bereiden; de voorlopige agenda’s van de raadsvergaderingen, consulterende raadsbijeenkomsten en raadsactiviteiten voor te bereiden en vast te stellen; de zaken van procedurele aard te behartigen die het functioneren van de raad betreffen. Er wordt geen verslag gemaakt, het resultaat van de vergadering bestaat uit de concept agenda’s aangevuld met een beknopte actiepuntenlijst. Artikel5.Fractievoorzittersoverleg De raad heeft een fractievoorzittersoverleg. De samenstelling van het fractievoorzittersoverleg is als volgt: de fractievoorzitters dan wel hun plaatsvervangers vormen gezamenlijk het fractievoorzittersoverleg; de voorzitter van de raad of bij diens verhindering de vicevoorzitter is voorzitter van het fractievoorzittersoverleg; de griffier of bij diens verhindering zijn plaatsvervanger treedt op als secretaris. Het fractievoorzittersoverleg heeft als taak: het behartigen van belangen van huishoudelijke aard die het functioneren van de raad betreffen; het uitwisselen van informatie, c.q. politieke afstemming, c.q. het adviseren van de voorzitter; het bevorderen/borgen van het functioneren van de raad. De vergaderingen zijn niet openbaar. De verslagen zijn uitsluitend beschikbaar voor raadsleden. Het fractievoorzittersoverleg wordt bij elkaar geroepen door de voorzitter of op verzoek van een of meer van de leden in overleg met de voorzitter. Het fractievoorzittersoverleg beslist over de eigen zaken met een meerderheid van stemmen. De voorzitter van de raad heeft geen stemrecht. De leden van het fractievoorzittersoverleg kunnen anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. Het fractievoorzittersoverleg kan (inhoudelijke) voorstellen aan de raad doen. HoofdstukII. Toelating van nieuwe leden; wethouders; fracties Artikel6.Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging raadsleden De griffier stelt namens de raad bij elke benoeming van nieuwe leden of plaatsvervangend raadsleden een commissie in bestaande uit drie leden. De commissie geloofsbrieven kiest een voorzitter uit zijn midden. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuwbenoemde leden, de processen-verbaal van het stembureau en overige wettelijke vereisten die verbonden zijn aan het raadslidmaatschap. De commissie brengt na haar onderzoek bij monde van de voorzitter van de commissie verslag uit aan de vergadering en doet daarbij een voorstel voor een besluit. Indien van toepassing, wordt in het verslag van een minderheidsstandpunt melding gemaakt. De voorzitter roept een toegelaten lid op om in de eerste vergadering, waarin hij zijn functie volgens de Kieswet kan aanvaarden, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. Artikel7.Benoeming wethouders De griffier stelt namens de raad bij elke benoeming van een wethouder een commissie in bestaande uit drie leden. De commissie onderzoekt of benoeming van de kandidaat voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de Gemeentewet en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. De (kandidaat)-wethouder verstrekt aan de gemeenteraad een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) en verleent alle medewerking aan een door de burgemeester, namens de raad, opgedragen integriteitsonderzoek, voorafgaand aan zijn benoeming. De conclusies en aanbevelingen van het integriteitsonderzoek worden gedeeld door de burgemeester met de commissie zoals bedoeld is het eerste lid. Artikel8.Fracties De leden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. Wanneer boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie binnen de raad deze aanduiding als naam. Wanneer geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, voert deze fractie de naam van zijn fractievoorzitter. De namen van degenen die als voorzitter van de fractie of als zijn plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. Artikel9.Samenvoeging fracties Fracties kunnen besluiten samen te gaan en aldus een nieuwe fractie te vormen. Hiervan wordt de voorzitter zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte gesteld. De naam van de nieuwe fractie bestaat uit de namen van de samengevoegde fracties, in de door hen gewenste volgorde. Artikel10.Splitsing fracties Vindt in een fractie een splitsing plaats, dan wordt dit zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de voorzitter gemeld. De melding geschiedt: bij een afscheiding: door het lid of de leden die zich hebben afgescheiden. bij een verwijdering uit de fractie: door de fractie die een of meerdere leden uit de fractie heeft gezet. Leden die zich hebben afgescheiden of uit de fractie zijn gezet kunnen afzonderlijk of gezamenlijk nieuwe fracties vormen. Hiervan geven zij zo spoedig mogelijk schriftelijk kennis aan de voorzitter. De nieuwe fracties als bedoeld in het tweede lid kunnen uitsluitend de naam van hun fractievoorzitter voeren. Indien bij een splitsing in een fractie naar het oordeel van de voorzitter onduidelijk is welk deel van de leden als voortzetting van de oorspronkelijke fractie moet worden beschouwd, voeren beide nieuwe fracties de naam van de gesplitste fractie, voorzien van de naam van hun fractievoorzitter. Artikel11.Ingangsdatum wijziging fracties Een wijziging zoals bedoeld in de artikelen 9 en 10 gaat in bij de eerstvolgende besluitvormende vergadering, nadat deze bij de voorzitter schriftelijk is gemeld. Artikel12.Plaatsvervangend raadslid Een raadsfractie kan twee plaatsvervangers als deelnemer aan de consulterende raadsbijeenkomsten en raadsactiviteiten namens de betreffende fractie aanwijzen op basis van artikel 82 van de gemeentewet. Deze plaatsvervanger moet tijdens de laatste verkiezingen van de raad geplaatst zijn op de kandidatenlijst van de fractie. De fracties doen van een voordracht tot benoeming of ontslag van een plaatsvervangend raadslid schriftelijk mededeling bij de voorzitter. De raad beslist hier in de eerstvolgende raadsvergadering over. Alvorens een plaatsvervangend raadslid zijn functie kan aanvaarden legt hij in handen van de voorzitter van de raad de eed of belofte af zoals bedoeld is artikel 14 gemeentewet, met de toevoeging ‘plaatsvervangend’ <lid>. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op een plaatsvervanger. De plaatsvervanger krijgt de beschikking over alle benodigde stukken inclusief geheime stukken. De functie van het plaatsvervangend raadslid houdt op te bestaan wanneer hij: ontslag neemt, niet langer lid is van de fractie die hem heeft voorgedragen, de raad hiertoe besluit, de fractie die hem heeft voorgedragen niet langer als zelfstandige fractie bestaat. In afwijking van wat gesteld wordt in dit artikel kunnen fracties zoals bedoeld in art 10 lid 2 geen plaatsvervangend raadsleden voordragen. HoofdstukIII. Vergaderingen van de raad Paragraaf1.Raadsvergadering; tijd van vergaderen; voorbereidingen; Artikel13.Tijd van vergaderen De raadsvergaderingen vinden in de regel eens per vier weken plaats op donderdag om 19.00 uur en eindigen als regel niet later dan 23.00 uur. Wanneer de vergadering na 23.00 uur dreigt te eindigen zonder dat alle agendapunten zijn behandeld, doet de voorzitter een ordevoorstel voor verdere behandeling van die punten. Wanneer een vergadering eindigt zonder dat alle agendapunten zijn behandeld, gaat de vergadering verder op de eerstvolgende dinsdag om 19:00 uur, tenzij de raad anders beslist. De voorzitter kan na overleg met de agendacommissie een andere dag en/of een ander aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Artikel14.Oproep; agenda. De voorzitter van de raad zendt via de griffier tenminste 10 dagen voor een raadsvergadering de leden van de raad een oproepingsbrief in de vorm van een agenda. Deze agenda wordt op het RIS en het BIS geplaatst. Dit is tevens de openbare kennisgeving. Voordat de agenda wordt verzonden, stelt de agendacommissie deze voorlopig vast. De agenda vermeldt de onderwerpen van de vergadering in de volgorde waarin deze aan de orde zullen worden gesteld. De agendacommissie bepaalt de volgorde van de agendapunten bij raadsvergaderingen Omwille van de continuïteit van de vergadering kan tevens op voorstel van de voorzitter worden afgeweken van de in artikel 13 lid 1 genoemde aanvangstijdstippen. De raad stelt aan het begin van de vergadering de agenda vast. De raad kan besluiten de volgorde van behandeling te wijzigen, dan wel onderwerpen aan de agenda toe te voegen of van de agenda af te voeren. De raad kan besluiten in spoedeisende gevallen, op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter, onderwerpen die niet in de oproepingsbrief zijn vermeld, terstond in behandeling te nemen. De voorzitter kan in spoedeisende gevallen na het verzenden van de oproepingsbrief zo nodig een aanvullende agenda doen uitgaan. De daarop vermelde voorstellen worden zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk twee maal 24 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden gezonden. Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij besluiten tot terugzending naar het college van burgemeester en wethouders om nadere inlichtingen, wijziging of om advies. Een eenmaal geagendeerd onderwerp kan niet meer door het college worden gewijzigd of ingetrokken zonder instemming van de raad al dan niet via de agendacommissie. In uitzonderlijke (spoedeisende) omstandigheden kan de voorzitter in afstemming met de fractievoorzitters een vergadering bijeenroepen in afwijking van de gestelde termijnen in dit reglement. De agenda wordt eveneens verzonden aan het college, dat hiermee uitgenodigd is in de vergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te nemen. Artikel15.Beschikbaarstelling van stukken De ingekomen stukken worden door de griffie op een lijst geplaatst met een advies voor afdoening. De lijst en de daarop vermelde stukken zijn beschikbaar via het RIS en het BIS: ingekomen stukken worden conform de wettelijke voorschriften geanonimiseerd geplaatst op het RIS; ingekomen stukken worden volledig (niet geanonimiseerd) geplaatst op het BIS; de raad ontvangt een afschrift van de collegereactie bij alle ingekomen stukken van de raad die ter beantwoording in handen van het college worden gesteld. De raadsvoorstellen en de toelichtende stukken worden tegelijk met de oproepingsbrief op het RIS en het BIS geplaatst. Wanneer ná dit tijdstip stukken worden geplaatst, wordt hiervan in het BIS mededeling gedaan. In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid worden geheime stukken die vallen onder de beschrijving van artikel 87 van de Gemeentewet uitsluitend beschikbaar gesteld aan leden van de raad en plaatsvervangend raadsleden, via het BIS, dan wel blijven onder berusting van de griffier die de leden van de raad inzage verleent. Artikel16.Openbaarheid De vergaderingen zijn openbaar. In bijzondere gevallen kan, in aanvulling op hetgeen gesteld is in art. 23 gemeentewet, ook de agendacommissie aan de raad voorstellen dat de vergadering in beslotenheid plaatsvindt. Paragraaf2.Orde van de raadsvergadering Artikel17.Presentielijst Ieder aan de raadsvergadering deelnemend lid tekent in de vergaderzaal de presentielijst. De leden die vóór de sluiting de vergadering verlaten geven daarvan kennis aan de voorzitter. De leden die de vergadering tijdelijk verlaten geven daarvan kennis aan de voorzitter, alsook het moment dat zij weer aan de vergadering deelnemen. Artikel18.Zitplaatsen De voorzitter wijst na overleg met het fractievoorzittersoverleg aan het begin van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad vaste zitplaatsen aan voor de raadsleden, collegeleden, voorzitter en griffier. De voorzitter kan de indeling herzien na mededeling aan het fractievoorzittersoverleg. Artikel19.Besluitenlijst Van iedere raadsvergadering wordt een besluitenlijst gemaakt onder de zorg van de griffier. Van het besprokene wordt tevens een videoverslag gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld. De besluitenlijst wordt als regel binnen een week in ontwerp aan de raads- en collegeleden via het BIS ter beschikking gesteld. Zij kunnen de door hen gewenste aanvullingen en correcties aan de griffier meedelen, die nagaat of deze in overeenstemming zijn met hetgeen is geregistreerd. Bij het begin van de vergadering wordt de besluitenlijst van de vorige vergadering vastgesteld. De leden, de voorzitter, de collegeleden, de griffier en de gemeentesecretaris hebben het recht een voorstel tot verandering aan de raad te doen als de besluitenlijst onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen besloten is. Een voorstel tot verandering volgt de in het tweede lid beschreven procedure. De besluitenlijst moet tenminste inhouden: de namen van de ter vergadering aanwezige raads- en collegeleden, voorzitter en de griffier alsmede van de leden die afwezig waren en overige personen die het woord gevoerd hebben; een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; de conclusies van de besluitvorming, met vermelding van de namen van de fracties die voor of tegen hebben gestemd, dan wel de unanimiteit van het besluit; de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen en burgerinitiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen; de toezeggingen die de portefeuillehouders in de vergadering doen. De vastgestelde besluitenlijst wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering openbaar gemaakt op de in de gemeente gebruikelijke wijze. Artikel20.Spreekregels De leden en overige aanwezigen spreken tot de voorzitter vanaf de spreekplaats tenzij de voorzitter toestaat dat zij vanaf hun zitplaatsen spreken. Artikel21.Volgorde sprekers Een lid voert slechts het woord na toestemming van de voorzitter. De voorzitter bepaalt de volgorde van de sprekers. Artikel22.Algemene spreektermijnen De beraadslaging over een onderwerp gebeurt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. De spreektijd van elke fractie bedraagt maximaal 6 minuten per agendapunt, inclusief het plaatsen van interrupties. Een lid van de raad kan per onderwerp een voorstel doen over een afwijkende spreektijd van de leden en de overige aanwezigen. De raad kan op voorstel van de agendacommissie in afwijking van het tweede lid andere spreektijden vaststellen van de raad en/of andere sprekers. De voorzitter sluit elke spreektermijn af. Een lid mag in een termijn niet meer dan eenmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel tenzij de voorzitter anders bepaalt. Artikel23.Spreektermijnen bij de behandeling van moties en amendementen Bij de behandeling van moties over een geagendeerd onderwerp en amendementen beperken fracties hun eventuele aanvullende bijdrage over de motie of het amendement tot een stemverklaring waarin zij kort aangeven waarom zij voor of tegen zullen stemmen. Bij de behandeling van moties vreemd aan de orde geldt een totale spreektijd van maximaal 3 minuten per fractie. Artikel24.Handhaving orde Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord tenzij: de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren; een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. De voorzitter roept een spreker tot de orde als hij zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort. Wanneer de betreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering waarin zulks plaats heeft over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. De voorzitter kan, ter handhaving van de orde van de vergadering, de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen of, bij herhaalde verstoring van de orde, de vergadering sluiten. Artikel25.Schorsing Op verzoek van een lid of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde raads- en collegeleden de gelegenheid te geven tot nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode is verstreken. Artikel26.Opsplitsing van de beraadslaging De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid besluiten over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. Artikel27.Stemverklaring Na afronding van de beraadslagingen en vóór de stemming over een onderwerp kan ieder lid een stemverklaring uitbrengen. Een stemverklaring bevat slechts een korte toelichting op de uit te brengen stem. Artikel28.Besluit Na de beraadslaging en stemming over de eventuele amendementen wordt over het voorstel in zijn geheel, zoals het dan luidt, een besluit genomen. Paragraaf3.Procedures bij stemmingen. Artikel29.Stemming over zaken Na sluiting van de beraadslagingen of wanneer niemand het woord verlangt, brengt de voorzitter het voorstel tot besluitvorming in stemming. De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Wanneer geen stemming wordt gevraagd, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. Wanneer stemming gewenst is vindt dit plaats door middel van het digitale stemsysteem, tenzij de voorzitter beslist dat wordt gestemd door middel van handopsteken. De voorzitter vraagt welke leden voor en welke leden tegen het voorstel stemmen en noemt de fracties die voor dan wel tegenstemmen bij naam. Hij doet daarna mededeling van het genomen besluit. Wanneer door een of meer leden hoofdelijke stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling. Voordat hoofdelijke stemming plaatsvindt, bepaalt de voorzitter bij loting een volgnummer van de presentielijst. Bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming tijdens de vergadering. De voorzitter of de griffier roept de leden bij naam op hun stem uit te brengen naar de volgorde van de presentielijst. Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden overeenkomstig het bepaalde in artikel 28 van de Gemeentewet, in alle voorkomende gevallen verplicht (digitaal) zijn stem voor of tegen uit te brengen zonder enige toevoeging. Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Merkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee en meldt het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. Artikel30.Stemming over amendementen en moties Wanneer een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd. Wanneer op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waar dit betrekking op heeft. Wanneer twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de basisregel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht. Eerst wordt gestemd over een amendement, dan over het raadsvoorstel en tenslotte over een motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken. Artikel31.Stemming over personen Voor ieder te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen persoon vindt een schriftelijke stemming plaats tenzij de raad unaniem instemt met besluitvorming bij acclamatie. Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van art. 28 Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje in te leveren. Te gebruiken stembriefjes zijn identiek. De stembriefjes worden dichtgevouwen in een stembus verzameld. De stembriefjes worden door de voorzitter en de griffier geopend en geteld. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet telt alleen een naar behoren ingevuld stembriefje mee. Onder een niet naar behoren ingevuld stembriefje wordt verstaan: een blanco ingevuld stembriefje; een ondertekend stembriefje; een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft; een stembriefje waarbij, wanneer het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen; een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de voorzitter. De griffier draagt zorg voor vernietiging van de stembriefjes na vaststelling van de uitslag. Artikel32.Stemopneming door commissie De raad kan beslissen dat in afwijking van de bepalingen in het voorgaandeartikel de stemopneming geschiedt door een commissie van drie leden uit de raad. De voorzitter van de commissie leest de inhoud van elk stembriefje voor. Eén van de overige leden controleert de inhoud en het derde lid tekent deze op. De voorzitter van de commissie doet mondeling verslag van de uitslag van de stemming en overlegt de stembriefjes aan de voorzitter van de raad. Artikel33.Herstemming over personen Een tweede stemming volgt als bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft behaald. Een derde stemming volgt als na de tweede stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft behaald. Deze derde stemming gaat tussen de twee personen die bij de tweede stemming de meeste stemmen hebben behaald. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben. Wanneer bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot. Artikel34.Beslissing door het lot Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven. Deze briefjes worden, nadat zij door de voorzitter zijn gecontroleerd, op gelijke wijze in vieren gevouwen, in de daarvoor bestemde bus gedeponeerd en omgeschud. Vervolgens neemt de voorzitter één briefje uit de stembus. Degene wiens naam op dit briefje is vermeld, is gekozen. Paragraaf4.Consulterende raadsbijeenkomsten en raadsactiviteiten Artikel35.Consulterende raadsbijeenkomsten en raadsactiviteiten Behalve een raadsvergadering kan er ook een consulterende raadsbijeenkomst of raadsactiviteit worden belegd. Op deze vergaderingen zijn de artikelen 13, 14 de leden 1 t/m 5, 15,16, 21,24,25 en 26 van overeenkomstige toepassing. Van zowel consulterende raadsbijeenkomsten als raadsactiviteiten kunnen meerdere vergaderingen tegelijkertijd plaatsvinden. Deze vergaderingen zijn gericht op informatievergaring, beeldvorming en/of meningsvorming en bereiden de besluitvorming van de raad voor of dragen anderszins bij aan de volksvertegenwoordigende, kaderstellende of controlerende rol van de raad. Een consulterende raadsbijeenkomst geldt als commissievergadering als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet. Collegeleden kunnen zich ambtelijk laten ondersteunen bij consulterende raadsbijeenkomsten. Ambtenaren voeren in de regel niet het woord. Tijdens raadsactiviteiten kunnen onderwerpen ambtelijk worden toegelicht, tijdens raadsactiviteiten voeren collegeleden in de regel niet het woord. Artikel35a.Verslag consulterende raadsbijeenkomsten Van iedere consulterende raadsbijeenkomst wordt een verslag gemaakt onder de zorg van de griffier. Van het besprokene wordt tevens een videoverslag gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld. Het verslag wordt als regel binnen een week in ontwerp aan de raads- en collegeleden via het BIS ter beschikking gesteld. Zij kunnen de door hen gewenste aanvullingen en correcties aan de griffier meedelen, die nagaat of deze in overeenstemming zijn met hetgeen is geregistreerd. Het verslag van de consulterende raadsbijeenkomst wordt vastgesteld in de eerstvolgende besluitvormende raadsvergadering. Artikel36.Spreektermijnen consulterende raadsbijeenkomsten De leden en overige aanwezigen spreken tot de voorzitter vanaf hun zitplaats tenzij de voorzitter anders besluit. De woordvoering in eerste termijn dient zich te beperken tot benoemen van de debatpunten, eventueel voorzien van een korte en bondige inleiding ter duiding van het debatpunt. Na eventuele consultatie door het college heeft elke fractie gelegenheid om zo nodig kort nadere verduidelijking te vragen. Nadat de debatpunten door de fracties zijn ingebracht krijgt het college desgewenst gelegenheid hier kort op te reflecteren. In de tweede termijn worden de ingebrachte debatpunten stuk voor stuk behandeld. De voorzitter kan besluiten ingebrachte debatpunten samen te voegen. Artikel37.Voorzitter consulterende raadsbijeenkomsten De raad kiest de voorzitters voor consulterende raadsbijeenkomsten en raadsactiviteiten uit zijn midden. De voorzitter van een consulterende raadsbijeenkomst draagt zorg voor behandeling van een agendapunt conform het behandelvoorstel. Artikel 2 lid 1 is van overeenkomstige toepassing. Aan het eind van de door hem voorgezeten vergadering formuleert de voorzitter een conclusie met betrekking tot het eventuele vervolgproces zoals bedoeld in art. 40. Artikel38.Raadsleden en hun plaatsvervangers Een plaatsvervangend raadslid kan uitsluitend deelnemen aan de beraadslagingen tijdens consulterende raadsbijeenkomsten en raadsactiviteiten. Een fractie kan bij de beraadslagingen in een consulterende raadsbijeenkomst niet door meer (plaatsvervangend) leden worden vertegenwoordigd dan in de raadsvergadering het geval is. Een fractie die niet bij een consulterende raadsbijeenkomst aanwezig kan zijn, kan samenwerking zoeken met een gelijkgestemde fractie die namens beide partijen het woord voert of kan zijn bijdrage bij de griffier inleveren, die zorgt voor verspreiding onder de bij de bespreking aanwezige leden. Artikel39.Presentielijst Plaatsvervangend raadsleden tekenen de presentielijst indien zij bij één of meerdere agendapunten van een consulterende raadsbijeenkomst aanwezig zijn. Uitsluitend plaatsvervangende raadsleden die de presentielijst getekend hebben kunnen aanspraak maken op de commissievergoeding conform hetgeen daarover in de verordening rechtspositie raads- en commissieleden is opgenomen. Artikel40.Uitkomst bespreking Iedere consulterende raadsbijeenkomst leidt tot een concrete uitkomst aangaande de vervolgbehandeling van een voorstel. Mogelijke uitkomsten van een bijeenkomst zijn: een voorstel is besluitrijp voor behandeling in de raad en wordt geagendeerd als bespreekstuk; een voorstel is besluitrijp voor behandeling in de raad en wordt geagendeerd als conformstuk een voorstel gaat voor verdere informatie of aanpassing terug naar het college; een voorstel behoeft verdere behandeling tijdens een consulterende raadsbijeenkomst of raadsactiviteit. HoofdstukIV. Instrumenten raadsleden Artikel41.Amendementen en subamendementen Ieder raadslid kan tot het sluiten van de beraadslagingen amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Alleen over amendementen die ingediend zijn door raadsleden, die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn, kan worden beraadslaagd. Ieder in de vergadering aanwezig raadslid is bevoegd op een amendement een wijziging voor te stellen (subamendement). Een (sub)amendement en een voorstel tot splitsing van een geagendeerd voorstel moet schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend om in behandeling genomen te kunnen worden, tenzij de voorzitter -met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde -oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan. Intrekking door de indiener(
- s)van het (sub)amendement is mogelijk tot het moment van besluitvorming door de raad. Artikel42.Moties Ieder raadslid kan ter vergadering een motie indienen. In beginsel worden moties vreemd aan de orde uiterlijk 12.00 uur op dag voorafgaand aan de dag waarop wordt vergaderd, aangekondigd door toezending aan de griffier. De griffier zorgt ervoor dat op de dag voorafgaand aan de dag waarop wordt vergaderd aan einde van de dag de aangekondigde moties schriftelijk bij alle raadsleden en het college worden bekendgemaakt. De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging daarover plaats. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld. Intrekking van de motie door de indiener(
- s)ervan is mogelijk tot het moment van besluitvorming door de raad. Artikel43.Voorstellen van orde Tijdens de vergadering kan de voorzitter en ieder raadslid mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. Een voorstel van orde heeft uitsluitend de orde van de vergadering tot onderwerp. Over een voorstel van orde beslist de raad terstond. Artikel44.Initiatiefvoorstel Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de griffier worden ingediend door een raadslid. Conform artikel 147a vierde lid van de gemeentewet wordt het college van B&W in de gelegenheid gesteld om wensen en bedenkingen kenbaar te maken op dit voorstel. In aanvulling op het tweede lid van dit artikel krijgt het college hiervoor 14 dagen de tijd. De reactie van het college geschiedt schriftelijk. De voorzitter plaatst het voorstel op de agenda van de eerstvolgende vergadering, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is. In dit laatste geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende vergadering geplaatst. De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad oordeelt dat het voorstel met het oog op de orde van de vergadering tezamen met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp dient te worden behandeld of voor advies naar het college dient te worden gezonden. In het laatste geval bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Artikel45.Interpellatie Elk raadslid heeft de mogelijkheid een collegelid ter verantwoording te roepen over een actueel onderwerp dat niet op de agenda staat in de vorm van een interpellatiedebat. Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behalve in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, tenminste 48 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk door het raadslid bij de griffier ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd, alsmede de te stellen vragen. De griffier brengt de inhoud van het verzoek ter kennis van de overige (raads)leden en het college. Bij het vaststellen van de agenda van de eerstvolgende vergadering wordt het verzoek ingebracht. Het interpellatiedebat wordt toegevoegd aan de agenda als tenminste 20% van het aantal raadsleden dat mag deelnemen aan de stemming hiermee instemt. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden. Het interpellatiedebat verloopt als volgt: het raadslid dat het debat heeft aangevraagd (de interpellant) krijgt als eerste het woord en kan zijn vragen voorzien van een toelichting; het betreffende collegelid krijgt gelegenheid op de gestelde vragen te antwoorden; de interpellant kan op het gegeven antwoord reageren; vervolgens hebben alle raadsleden de mogelijkheid aan het debat deel te nemen. Artikel46.Schriftelijke vragen Ieder (raads)lid kan het college schriftelijke vragen stellen als bedoeld in artikel 155 van de gemeentewet. De vragen als bedoeld in lid 1 zijn kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze zendt de vragen zo spoedig mogelijk door naar het college en draagt er zorg voor dat de vragen ter kennis van de overige leden van de raad worden gebracht. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen na de dag van ontvangst. Wanneer beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, zendt het college de vragensteller daarvan gemotiveerd bericht, waarbij aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording plaats zal vinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. Artikel47.Technische vragen Ieder lid of plaatsvervangend lid kan technische vragen stellen aan de ambtelijke organisatie. Technische vragen voldoen aan de volgende kenmerken: er wordt geen politiek oordeel of stellingname gevraagd, de vragen kunnen feitelijk beantwoord worden, de benodigde informatie is bij of onder verantwoordelijkheid van de gemeentelijke organisatie beschikbaar. Technische vragen worden bij de griffier ingediend. Deze zendt de vragen zo spoedig mogelijk door naar de ambtelijke organisatie. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen drie werkdagen na de dag van ontvangst. Wanneer beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, ontvangt de vragensteller door of namens het college gemotiveerd bericht, waarbij aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording plaats zal vinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. Zowel de vragen als de antwoorden worden met de voltallige raad gedeeld, tenzij de vragensteller uitdrukkelijk anders verzoekt. Wanneer technische vragen worden gesteld over een geagendeerd onderwerp worden zowel de vragen als de antwoorden tevens toegevoegd aan de betreffende openbare agenda. Artikel48.Vraagrecht voor raadsleden Elk raadslid kan aan het begin van de besluitvormende vergadering aan het college een vraag stellen over een actueel onderwerp. Het raadslid dient de vraag onder vermelding van het onderwerp uiterlijk 24 uur voor aanvang van een besluitvormende raadsvergadering schriftelijk in bij de griffier. De behandeling van de ingediende vraag vindt plaats tijdens het vraagrecht voor raadsleden en inwoners. De spreektijd voor de vragensteller is maximaal vijf minuten. In afwijking hiervan bepaalt de voorzitter zo nodig per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor het college en voor de overige leden. De vragensteller krijgt het woord om kort en bondig één of meer vragen aan het college of aan de raad te stellen en een toelichting daarop te geven. Na de beantwoording van de vraag krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. Vervolgens kan de voorzitter zo nodig andere leden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college, vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. Het vraagrecht kan niet worden gebruikt voor onderwerpen die op de betreffende agenda terugkomen. Artikel49.Inlichtingen Een verzoek om inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid van de Gemeentewet wordt schriftelijk door een lid ingediend bij het college, respectievelijk bij de burgemeester. De indiener zendt via de griffier een afschrift van dit verzoek aan de raad. De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk met de raad gedeeld. HoofdstukV. Besloten vergadering Artikel50.Algemeen Op een besloten vergadering is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. De besloten vergadering vindt plaats op een locatie die recht doet aan het geheime karakter, in de regel de commissiezaal, tenzij de agendacommissie, al dan niet op voorstel van de voorzitter, anders beslist. Als toehoorder bij een besloten vergadering zijn uitsluitend personen aanwezig die hiervoor expliciet toestemming hebben ontvangen. Artikel51.Verslag van de besloten vergadering Onder toezicht van de griffier wordt het verslag opgemaakt en in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van dit verslag. Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend. Van een besloten vergadering wordt geen videoverslag gemaakt Artikel52.Geheimhouding Conform artikel 23 van de Gemeentewet rust geheimhouding op alle informatie die in de geheime vergadering ter kennis van de aanwezigen komt. Schenden van deze geheimhouding wordt op grond van de wet gekwalificeerd als een misdrijf. Artikel53.Opheffing geheimhouding Wanneer de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt in een besloten vergadering overleg gevoerd met het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd, wanneer dit orgaan daarom verzoekt. HoofdstukVI. Lidmaatschap van andere organisaties Artikel54.Verslag; verantwoording Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de gemeentesecretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht, eventueel in aansluiting op de behandeling van de lijst van ingekomen stukken óf voor het sluiten van de vergadering, verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn. Door de raad gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar de desbetreffende bijeenkomst. Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 46, zijn van overeenkomstige toepassing. Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel 49, zijn van overeenkomstige toepassing. Wanneer een uitspraak van de raad inhoudende de opzegging van zijn vertrouwen in een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of gemeentesecretaris, als lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, er niet toe leidt dat betrokkene zijn ontslag daartoe indient, kan de raad besluiten tot ontslag als lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan. HoofdstukVII; Rechten van inwoners Artikel55.Vraagrecht voor inwoners Inwoners van de gemeente Assen en ondernemers kunnen hun vraag aan de raad en of het college onder vermelding van het onderwerp tot uiterlijk 24 uur voor aanvang van een besluitvormende raadsvergadering schriftelijk indienen bij de griffier. De behandeling van de ingediende vraag vindt plaats tijdens het vraagrecht voor raadsleden en inwoners. Het vraagrecht kan niet worden gebruikt voor onderwerpen die op de betreffende agenda terugkomen. De spreektijd voor de vragensteller is maximaal vijf minuten. In afwijking hiervan bepaalt de voorzitter zo nodig per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor het college en voor de overige leden. Het vraagrecht voor inwoners is maximaal 30 minuten. Wanneer er meer dan 6 afzonderlijke aanmeldingen voor het vraagrecht zijn gedaan wordt de spreektijd evenredig verdeeld over de aangemelde vragensteller. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan de raad, raadsleden of aan het college te stellen en een toelichting daarop te geven. Na de beantwoording van de vraag door de raadsleden en/of het college krijgt de vragensteller desgewenst kort het woord om eventuele vervolgvragen te stellen. Vervolgens kan de voorzitter aan de raadsleden en/of het college het woord verlenen om hier kort en bondig op te reageren. Artikel56.Inspreekrecht In consulterende raadsbijeenkomsten met een open uitnodiging en in besluitvormende vergaderingen kunnen inwoners of ondernemers het woord voeren over op de agenda geplaatste onderwerpen. Degene die van het inspreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk om 12 uur ’s middags op de dag van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres, woonplaats, telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. Daarbij gelden de volgende bepalingen: de voorzitter meldt bij aanvang van de vergadering wie gebruik willen maken van het spreekrecht over geagendeerde onderwerpen; de voorzitter geeft de aangemelde inspreker(
- s)het woord bij het betreffende onderwerp; de aanwezige leden kunnen vervolgens verduidelijkende vragen stellen die door de inspreker worden beantwoord; in consulterende raadsbijeenkomsten krijgt de inspreker na afloop van de tweede termijn nogmaals de gelegenheid kort het woord te voeren; in besluitvormende vergaderingen krijgt de inspreker na behandeling van een onderwerp in eerste termijn en voorafgaande aan de tweede termijn nogmaals de gelegenheid kort het woord te voeren; de spreektijd van een inspreker bedraagt maximaal 5 minuten in eerste termijn en maximaal 3 minuten in tweede termijn, de voorzitter is bevoegd de spreektijd in bijzondere gevallen te verlengen of in te korten; de totale inspreektijd per onderwerp in eerste termijn bedraag 30 minuten, wanneer er meer dan 6 afzonderlijke insprekers bij één onderwerp zijn aangemeld wordt de beschikbare inspreektijd gelijkmatig over hen verdeeld. Het is een inspreker, behoudens uitzonderlijke situaties, niet toegestaan om in het behandelproces van één raadsvoorstel op meerdere momenten in te spreken. De voorzitter kan in bijzondere omstandigheden inspreekrecht toestaan indien niet voldaan wordt aan de in lid 2 aanhef gestelde termijn. De agendacommissie kan in bijzondere gevallen bepalen dat er bij een vergadering of onderwerp geen inspreekrecht is. Het inspreekrecht geldt niet ten aanzien van: besluiten van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; moties vreemd aan de orde van de dag. Hoofstuk VIII. Toehoorders en pers Artikel57.Toehoorders en pers De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen. De voorzitter bepaalt zo nodig het maximum aantal toehoorders en zorgt voor de handhaving van de orde onder de toehoorders. Wanneer de ruimte op de tribune ontoereikend is, neemt de voorzitter de nodige maatregelen om de overige toehoorders voor zover mogelijk in de gelegenheid te stellen het verloop van de vergadering elders te volgen. Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden. De voorzitter kan toehoorders die het bepaalde in lid 4 overtreden, dan wel op andere wijze de orde verstoren, laten verwijderen. Hij kan zo nodig de publieke tribune laten ontruimen. Artikel58.Maatregelen van orde Als de voorzitter dit nodig oordeelt, kan hij de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen ter handhaving van de orde op de publieke tribune. HoofdstukIX. Slotbepalingen Artikel59.Uitleg reglement In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter. Artikel60.Intrekken oude reglement en inwerkingtreding nieuw reglement Het Reglement van Orde van 2019 wordt ingetrokken per 1 april 2026 Dit reglement van Orde treedt in werking met ingang van 1 april 2026 Artikel61.Citeertitel Dit reglement kan worden aangehaald als “Reglement van Orde voor de raad van de gemeente Assen 2026”. OndertekeningAldus vastgesteld in de openbare vergadering van 19 februari 2026de voorzitterdhr. M.L.J. Outde griffier,dhr. J.de JongeTOELICHTING Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen en Artikel 2. De voorzitter De burgemeester is voorzitter van de raad. Artikel 125, derde lid, van de Grondwet en artikel 9 van de Gemeentewet schrijven dit dwingend voor. In artikel 77, eerste lid, geeft de ruimte om een raadslid aan te wijzen dat het voorzitterschap van de raad waarneemt bij ontstentenis van de burgemeester, daarin wordt met art 2 lid 2 voorzien. Met lid drie wordt geregeld dat bij afwezigheid van zowel de voorzitter als de vicevoorzitter, een plaatsvervangend voorzitter uit de pool voor de consulterende raadsbijeenkomsten, als voorzitter in de besluitvormende raadsvergadering fungeert. Artikel 3. De griffier De raad is verplicht een griffier te benoemen (artikel 100 van de Gemeentewet). De griffier is in eerste instantie verantwoordelijk voor de bijstand aan de raad. Hij is in principe in elke vergadering van de raad aanwezig. Daarnaast is de griffier en/of zijn plaatsvervanger aanwezig in elke consulterende raadsbijeenkomst. De Gemeentewet eist dat de raad de vervanging van de griffier regelt (artikel 107d, eerste lid). In het tweede lid is daarover een bepaling opgenomen. In verband met artikel 22 van de Gemeentewet (verschoningsrecht) is in het vierde lid een bepaling opgenomen met betrekking tot het deelnemen van de griffier aan de beraadslaging. Artikel 4. De agendacommissie De agendacommissie behartigt namens de raad zaken van procedurele aard. De agendacommissie is een a-politiek orgaan dat bestaat uit vijf leden. De vicevoorzitter van de raad, 2 leden namens de coalitie en 2 leden namens de niet-coalitiepartijen. Het verdient de voorkeur dat raadsleden die een rol hebben als commissievoorzitter (ex art. 37 lid 1 van dit reglement) zitting nemen in de agendacommissie. Bij het vaststellen van de voorlopige agenda's (lid 7b) toetst de agendacommissie het advies dat de griffie heeft uitgebracht over de voorbereiding van te agenderen onderwerpen. Wanneer de agendacommissie van oordeel is dat een raadsvoorstel inhoudelijk van onvoldoende kwaliteit is kan zij besluiten tot terugzending aan het college. Bij het bepalen van de volgorde van de agenda houdt de agendacommissie rekening met insprekers en reistijd van eventuele externe sprekers. Bij de splitsing in parallelsessies wordt rekening gehouden met toegankelijkheid voor publiek (in de raadzaal is meer ruimte voor publiek dan in de commissiezaal). Tot ‘zaken van procedurele aard’ (lid 7c) behoren in elk geval de Lange Termijn Agenda (LTA) en de planning donderdagavonden. De agendacommissie komt in de basis één keer per maand bijeen. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter de agendacommissie vaker bijeenroepen, dan wel een besluit via een schriftelijke ronde aan de agendacommissie voorleggen. Artikel 5. Fractievoorzittersoverleg De ervaring leert dat het erg zinvol is dat de fractievoorzitters op regelmatige basis bijeenkomen. Ook het fractievoorzittersoverleg komt daarom in principe één keer per maand bijeen. Het fractievoorzittersoverleg bespreekt zaken die van politieke aard kunnen zijn, maar die niet per definitie geschikt zijn om in de openbaarheid of in een officiële besloten vergadering te bespreken. Het kan hierbij bijvoorbeeld gaan om zaken die betrekking hebben op personeelszaken, integriteitskwesties of zaken op het gebied van veiligheid en openbare orde. In het overleg kan politieke afstemming plaatsvinden. Het fractievoorzittersoverleg is niet openbaar. Daarmee kunnen in dit gremium ook (politiek) gevoelige onderwerpen besproken worden. Bijvoorbeeld afstemming over de wens van één of meer leden om een (politiek gevoelig) thema te agenderen en evaluatie van recente raadsbijeenkomsten. Het fractievoorzittersoverleg kan inhoudelijke voorstellen aan de raad doen. Bijvoorbeeld hetbenoemen van plv raadsleden of voorstellen tot vaststelling of wijziging van een verordening die de huishouding van de raad betreffen. Denk hierbij aan het reglement van orde, de verordeningen waarmee commissies worden ingesteld, rechtspositionele verordeningen etc. De burgemeester heeft de mogelijkheid om in dit overleg de fractievoorzitters bij te praten over actuele situaties in de stad. Er wordt voor gewaakt dat het geen ‘kleintje raad’ wordt. Uitgangspunt blijft dat onderwerpen in een openbare dan wel besloten voltallige raad moet worden besproken. Vanwege het niet openbare karakter van het overleg kunnen in het fractievoorzittersoverleg geen besluiten genomen worden op rechtsgevolg gericht. Hoofdstuk II; Toelating nieuwe leden, wethouders, fracties Artikel 6. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden De geloofsbrieven omvatten: de brief waarin de voorzitter van het centraal stembureau de benoemde in kennis stelt van zijn benoeming (artikel V 1 van de Kieswet, het benoemingsbesluit naar landelijk voorgeschreven model): de brief waarin benoemde schriftelijk aangeeft dat hij de benoeming aanneemt (artikel V 2 van de Kieswet); een door benoemde ondertekende verklaring met de openbare betrekkingen die hij bekleedt; een uittreksel uit de basisregistratie personen met de woonplaats, geboorteplaats en –datum van benoemde; (indien niet-Nederlander) stukken waaruit blijkt dat benoemde voldoet aan de vereisten van artikel 10, tweede lid, van de Gemeentewet (artikel V 3 van de Kieswet). Het verdient de voorkeur dat voor alle kandidaat raadsleden een Verklaring Omtrent Gedrag wordt opgevraagd. Hierbij moet worden opgemerkt dat een VOG geen vereiste is die uit de wet voortvloeit. Het ontbreken van een VOG mag er daarom niet toe leiden dat een kandidaat raadslid niet wordt toegelaten tot de raad. Het onderzoek van de geloofsbrieven moet in een openbare vergadering gebeuren. Bij het onderzoek zal ook de gedragscode (artikel 15, derde lid, van de Gemeentewet) betrokken worden. In deze code zijn onder meer bepalingen opgenomen over al dan niet toegestane nevenfuncties. De commissie welke de geloofsbrieven onderzoekt brengt verslag uit. Dit kan zowel mondeling als schriftelijk. De formulering van het eerste lid benadrukt dat de raad (via de griffier) en niet de voorzitter een commissie instelt, die het zogenaamde geloofsbrievenonderzoek verricht nadat de voorzitter van het centraal stembureau nieuwe leden heeft benoemd. De griffier kan er ook voor kiezen met een vaste commissie geloofsbrieven te werken. Het onderzoek van het proces verbaal (onderzoek naar het verloop van de verkiezing of de vaststelling van de uitslag) gebeurt door de oude raad vlak voor de eerste samenkomst van de nieuwe raad na de gemeenteraadsverkiezingen. Het onderzoek van het proces-verbaal strekt zich niet uit tot de geldigheid van de kandidatenlijsten en van de lijstverbindingen. Dit ziet op de specifieke taak die de raad heeft na de raadsverkiezingen. Na de gemeenteraadsverkiezingen heeft de commissie voor het geloofsbrievenonderzoek een extra taak, zij adviseert de raad ook over het verloop van de verkiezingen (of dit op wettige wijze is gebeurd) en het vaststellen van de uitslag (is deze juist vastgesteld). Zij doet dit op basis van het proces-verbaal van het centraal stembureau. De raad dient op basis van dit advies een besluit te nemen over het verloop van de verkiezingen en de vaststelling van de uitslag. Dit besluit is van belang om dat de raad de bevoegdheid heeft om te besluiten tot het hertellen van de stemmen en zelfs de bevoegdheid om te besluiten tot een herstemming, beide eventueel in een deel van de gemeente bij een aantal specifieke stembureaus. Het proces-verbaal vormt de aanleiding tot een besluit tot hertelling of herstemming. Dit dient concrete aanwijzingen te bevatten waarop de raad tot een dergelijk besluit over gaat. Het feit dat een fractie een klein aantal (bijv. 3) stemmen te weinig heeft om een extra zetel te behalen is geen valide motivering om tot hertelling over te gaan. Een proces-verbaal waaruit blijkt dat kiezers bezwaar hebben gemaakt over de onzorgvuldige wijze waarop het stembureau na sluiting de stemmen heeft geteld, kan dit wel zijn. Ingevolge artikel V 4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn leden. Daarbij is er een verschil in de procedure bij de samenstelling van een nieuwe raad of bij de vervulling van een tussentijdse vacature. Na een raadsverkiezing kunnen de raadsleden op de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling de eed of verklaring en belofte afleggen. De voorzitter zal hen hiervoor oproepen. Bij tussentijdse vacaturevervulling kan de eed of verklaring en belofte aansluitend aan de beslissing van de raad over de toelating van het betrokken raadslid plaatsvinden. De tekst van de eed of verklaring en belofte die een raadslid bij het aanvaarden van het raadslidmaatschap moet afleggen, is in artikel 14 van de Gemeentewet vastgelegd. Artikel 7. Benoeming wethouders Uit de Kieswet vloeit het geloofsbrievenonderzoek van raadsleden voort. Aangezien de wethouder geen gekozen volksvertegenwoordiger is, is hierover niets in de Kieswet geregeld. De Gemeentewet geeft wel aan welke formele eisen gesteld worden aan een wethouder maar niet op welk moment deze getoetst worden. De formele eisen voor het wethouderschap zijn grotendeels vergelijkbaar met de vereisten voor het raadlidmaatschap (Gemeentewet artikelen 36a, 36b, 41b en 41c). Het ligt voor de hand om voor het benoemen van wethouders ook een commissie voor het onderzoek naar de geloofsbrieven in te stellen. Dit artikel is ook van toepassing als er geen wethouder van buiten maar uit de raad wordt benoemd, de incompatibiliteiten en nevenfuncties dienen immers opnieuw beoordeeld te worden. Een raadslid dat benoemd wordt tot wethouder mag raadslid blijven totdat de geloofsbrieven van zijn opvolger zijn goedgekeurd (artikel 36b, tweede lid, van de Gemeentewet). Artikel 8. Fracties De Kieswet en de Gemeentewet kennen het begrip fractie niet. In de Gemeentewet in artikel 33, tweede lid, wordt wel uitgegaan van het bestaan van in de raad vertegenwoordigde groeperingen (recht op fractie-ondersteuning). Bij de aanvang van de eerste zitting van de nieuwe raad na de verkiezingen, worden de leden die op dezelfde lijst hebben gestaan, als één fractie beschouwd. Een fractie gebruikt in de vergadering van de raad de aanduiding (partijnaam) die zij boven de kandidatenlijst had staan. Fracties die geen naam boven hun kandidatenlijst hadden staan (blanco lijst) voeren de naam van hun fractievoorzitter. Artikel 9. Samenvoegen fracties Wanneer fracties samengaan voeren zij de namen van hun oude fracties in de door hen gewenste volgorde. Er is ook een situatie denkbaar dat een of meerdere leden van een fractie uit hun partij stappen en lid worden van een andere partij die in de raad vertegenwoordigd is. In dergelijke gevallen is geen sprake van een gecombineerde naam. Artikel 10. Splitsing fracties Regelt de procedure wanneer leden zich afsplitsen of uit een partij worden gezet. Fracties die ontstaan door een afsplitsing voeren (ongeacht de reden van afsplitsing) de naam van hun fractievoorzitter. Er zijn situaties denkbaar dat een fractie in gelijke delen uit elkaar valt. In dergelijke gevallen kan onduidelijk zijn welk deel als voortzetting van de oorspronkelijke fractie gezien moet worden. Wanneer dit aan de orde is kan de voorzitter beslissen dat beide delen de oorspronkelijke naam houden aangevuld met de naam van hun fractievoorzitter. Artikel 12. Plaatsvervangend raadslid Consulterende raadsbijeenkomsten gelden als commissievergadering als bedoeld in artikel 82 Gemeentewet (artikel 35 RvO). Niet-raadsleden, hier genoemd plaatsvervangend raadsleden, kunnen ook lid zijn van een dergelijke commissie. Dit artikel regelt aan welke voorwaarden een plaatsvervanger moet voldoen. Zij hebben dezelfde rechten en plichten als in de wet en verordeningen opgenomen rechten en plichten van commissieleden ex. artikel 82 Gemeentewet. Zij hebben de beschikking over alle benodigde stukken, inclusief de vertrouwelijke en geheime stukken. Daarmee hebben zij ook toegang tot raadsvergaderingen die achter besloten deuren plaatsvinden, met uitzondering van de vergadering waarin besloten wordt over de voordracht voor (her)benoeming van de burgemeester. Elke fractie kan maximaal 2 plaatsvervangend raadsleden voordragen. De commissie geloofsbrieven toetst of plaatsvervangend raadsleden voldoen aan alle vereisten die krachtens dit reglement aan hen worden gesteld voldoen. In lid 6 wordt benadrukt dat de raad kan beslissen over benoeming en ontslag. Ook wordt hier geregeld dat het plv raadslidmaatschap eindigt wanneer een fractie ophoudt te bestaan als zelfstandige fractie. Dit is bijvoorbeeld aan de orde bij een fusie ex art 9 van dit reglement. In dergelijke gevallen kan de nieuwe, gefuseerde fractie 2 plv raadsleden voordragen. Dit voorkomt een situatie dat een gefuseerde fractie 4 plv raadsleden heeft en vervolgens 2 moet voordragen voor ontslag. Fracties die zijn ontstaan door een afsplitsing (ex art 10) kunnen géén plv raadsleden voordragen. In de uitzonderlijke situatie zoals beschreven in art 10 lid 4 is het uitgangspunt dat dit niet kan leiden tot meer dan 2 plaatsvervangers. De benoemde plv raadsleden van de betreffende fractie kunnen kiezen bij welk deel van de oorspronkelijke fractie zij zich aansluiten. Hoofdstuk III; Vergaderingen van de raad Artikel 13 & 14. Oproep en voorlopige agenda In artikel 19, eerste lid, van de Gemeentewet is bepaald dat de burgemeester de leden van de raad schriftelijk uitnodigt voor de vergadering. De burgemeester doet dit vanuit zijn rol als voorzitter van de raad. Bij ontstentenis van de burgemeester, zal de uitnodiging door zijn vervanger als voorzitter van de raad worden verstuurd. Het eerste lid van dit artikel bepaalt dat de voorzitter minimaal tien dagen vóór een vergadering de leden een oproep stuurt door plaatsing van de agenda in het RIS/BIS. De oproep vermeldt de dag, tijdstip en plaats van de vergadering. Dit is tevens de openbare kennisgeving. Daarnaast wordt de agenda als extra service aan de burger ook gepubliceerd in Berichten van de Brink, in het daarvoor gecontracteerde lokale huis-aan-huis-blad. Individuele raadsleden kunnen bij de agendacommissie onderwerpen voor de agenda voordragen. Ook kunnen zij bij aanvang van de raadsvergadering een voorstel doen om onderwerpen aan de agenda toe te voegen of van de agenda af te voeren. Daarmee kan het individuele raadslid in ieder geval op twee momenten invloed uitoefenen op de vaststelling van de agenda. De agendacommissie bepaalt hoe de voorlopige agenda er uit ziet. In de dagelijkse praktijk van de gemeente zal het niet altijd mogelijk zijn om ruim voor de vergadering een agenda op te stellen, die ook zicht heeft op de actualiteiten. In een dergelijke situatie kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep zo nodig een aanvullende agenda en stukken rondsturen. De raad stelt steeds aan het begin van de vergadering de agenda vast. Voor wijziging van de agenda is een meerderheid van stemmen agenda ongewijzigd; artikel 32, vierde lid, van de Gemeentewet is dan niet van toepassing. Artikel 15. Beschikbaar stellen van stukken De ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst met daarop een afdoeningsadvies. De stukken van organisaties en instellingen zijn beschikbaar op het RIS/BIS. Brieven van inwoners worden geanonimiseerd openbaar geplaatst. De volledige (niet geanonimiseerde) brief wordt gedeeld met de raad. Over aan de raad gerichte inkomende stukken worden alleen voorstellen gedaan en besluiten genomen van procedurele aard, bijvoorbeeld ter kennisneming, steunen, afwijzen, in behandeling nemen, doorsturen naar een raadscommissie, doorsturen naar het college, etc. Inhoudelijke discussie over de stukken kan de voorzitter buiten de orde verklaren. Wanneer een ingekomen stuk leidt tot inhoudelijke discussie en besluitvorming, dient dit op de gebruikelijke wijze te worden voorbereid. De schriftelijke mededelingen van het college aan de raad komen in principe ook bij de raad binnen. De mededelingen zijn dan ook een ingekomen stuk. Het RIS is openbaar en kan door alle inwoners en andere geïnteresseerden worden bekeken. Op het BIS worden de vertrouwelijke en geheime documenten geplaatst, die alleen door (plv)raadsleden en het college kunnen worden ingezien. Het presidium heeft op 22 november 2018 besloten dat ook geheime stukken via het BIS ter beschikking moeten worden gesteld aan de raad. Hierbij is expliciet aandacht gevraagd voor de eigen verantwoordelijkheid van raadsleden ten aanzien van het beveiligen van hun device. Behoudens uitzonderlijke gevallen zullen geheime stukken digitaal worden ontsloten. Mocht sprake zijn van een uitzonderlijke situatie dan worden de geheime stukken bij de griffier ter inzage gelegd. Artikel 17. Presentielijst De verplichting tot het hebben van een presentielijst vloeit voort uit artikel 20 van de Gemeentewet. In dit artikel wordt de procedure vastgelegd. De handtekeningen op de presentielijst zijn bedoeld om formeel vast te stellen dat het vergaderquorum bereikt is. De lijst kan niet dienen om het stemquorum vast te stellen; daarvoor geldt artikel 29 van de Gemeentewet. Het is daarom van belang dat leden die de vergadering verlaten dit melden. Artikel 18. Zitplaatsen Aan het begin van elke zittingsperiode wordt in afstemming met het fractievoorzittersoverleg een zaalindeling vastgesteld waarbij elk lid een vaste zitplaats heeft. De voorzitter beslist op voordracht van de griffier over tussentijdse aanpassing van de zaalindeling. Dit kan aan de orde zijn bij afsplitsingen en fusies, waarbij het wenselijk kan zijn dat leden (ook) optisch op afstand van elkaar staan, dan wel als leden van een gefuseerde fractie bij elkaar zitten. Artikel 19. Besluitenlijst Dit artikel regelt de verslagleggende taak van de griffier en de wijze waarop de besluitenlijst wordt vastgesteld. Het maken van een verslag is niet verplicht. In de Gemeentewet wordt alleen gesproken over de verplichting een besluitenlijst openbaar te maken (artikel 23, vijfde lid, van de Gemeentewet). De griffier verleent de ambtelijke ondersteuning aan de raad. Daarom is de griffier aangewezen om de besluitenlijst op te stellen en deze, tezamen met de voorzitter, te ondertekenen. De besluitenlijst wordt doorgaans binnen een week toegevoegd aan de vergaderstukken van de eerstvolgende raadsvergadering. Met ingang van 1 april 2026 bevat de besluitenlijst geen samenvatting van de beraadslaging meer, daar er digitale tools beschikbaar zijn waarmee het videoverslag woordelijk kan worden doorzocht. Artikel 20 en 21. Spreekregels Leden en overige aanwezigen spreken tot de voorzitter vanaf de spreekplaats, behoudens gevallen waarin de voorzitter hiervoor toestemming geeft om vanaf hun zitplaats te spreken. Behoudens gevallen waarin de voorzitter hiervoor toestemming geeft, zijn interrupties alleen toegestaan na verkregen toestemming. Wanneer een ander raadslid het lid dat een interruptie pleegt (interruptor) wenst te onderbreken, richt hij zich daarvoor tot de voorzitter. Het fractievoorzittersoverleg kan in bijzondere gevallen bepalen dat deze spreekregels niet van toepassing zijn. Artikel 22. Algemene spreektermijnen Indien de raad van mening is dat na de tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan hij daartoe uitdrukkelijk besluiten. Het vijfde lid benadrukt dat de voorzitter elke spreektermijn afsluit. Dit behoeft overigens niets te veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng van de raadsleden in de eerste en tweede termijn. Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een verzoek van een raadslid na afloop van de tweede termijn om nog een korte reactie te geven, dient de voorzitter niet te honoreren. Alle fracties hebben in totaal 6 minuten spreektijd per fractie. Tot deze spreektijd behoren zowel de eigen bijdrage als ook de geplaatste interrupties in eerste en tweede termijn gezamenlijk. Het plaatsen van (uitvoerige) interrupties gaat daarmee ten koste van de ruimte die een fractie heeft voor een eigen bijdrage. De beantwoording van interrupties telt niet mee in de spreektijd aangezien dit er toe zou kunnen leiden dat het een fractie met een groot aantal interrupties onmogelijk wordt gemaakt een eigen bijdrage te houden. Artikel 23. Spreektermijnen bij moties en amendementen Dit artikel is ingevoegd vanwege de praktijk dat de behandeling van moties en amendementen een onevenredig deel van de beschikbare vergadertijd vergt. Aangezien amendementen en reguliere moties over een geagendeerd onderwerp gaan, hebben alle fracties in hun reguliere spreektijd gelegenheid hun standpunten over dit onderwerp naar voren te brengen. Wanneer de beraadslaging over een amendement of motie over een geagendeerd onderwerp een aanvullende bijdrage (3e termijn of een korte aanvulling op de spreektijd van 6 minuten) van een fractie vergt wordt deze beperkt tot een stemverklaring waarin kort wordt aangegeven waarom een fractie voor of tegen stemt. Moties vreemd aan de orde van de dag gaan over een onderwerp dat niet op de agenda staat en vormen daarmee een eigenstandig agendapunt. Voor moties vreemd aan de orde van de dag geldt een totale spreektijd van 3 minuten per fractie, inclusief vragen/interrupties en exclusief de beantwoording van die vragen/interrupties. Artikel 27. Stemverklaring Stemverklaringen zullen kort moeten zijn en mogen niet het karakter krijgen van een derde termijn, als laatste reactie op de vorige spreker. Een stemverklaring bevat hooguit enkele zinnen toelichting op de stem voor of tegen een voorstel. De stemverklaringen worden gegeven vóór de hoofdelijke oproep van de leden dat de stemming begint. Artikel 28. Besluit De voorzitter kan de beraadslaging sluiten als hij vaststelt dat een onderwerp voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist. De voorzitter formuleert daarna de te nemen eindbeslissing. Indien geen stemming wordt gevraagd, is het voorstel aangenomen op grond van artikel 32, derde lid, van de Gemeentewet. Artikel 29. Stemming over zaken Lid 6 e.v.: Indien een lid te kennen geeft een hoofdelijke stemming te wensen, moet de stemming plaatsvinden. De raad heeft niet de bevoegdheid om van deze bepaling van artikel 32 van de Gemeentewet af te wijken. Vraagt niemand stemming, dan wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen. Wellicht ten overvloede wordt hierbij nog verwezen naar artikel 209, tweede lid, van de Gemeentewet, welke een hoofdelijke stemming verplicht. Een raadslid kan zich alleen onthouden van stemming op grond van artikel 28 van de Gemeentewet. In alle andere gevallen is een raadslid verplicht standpunt in te nemen en te stemmen. Stemmingen zijn in principe ook openbaar. Een volksvertegenwoordiger dient duidelijk te zijn in zijn of haar rol. Door de openbaarheid is het voor de achterban (kiezers) duidelijk hoe ze vertegenwoordigd worden. In dit artikel wordt tevens geregeld dat bij stemmingen in principe gebruik wordt gemaakt van het digitale stemsysteem. Bij staking van stemmen is het bepaalde in artikel 32 van de Gemeentewet van toepassing. Indien de vergadering voltallig is, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Is de vergadering niet voltallig, dan wordt het nemen van het besluit tot een volgende vergadering uitgesteld. Als ook dan de stemmen staken, wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen. Artikel 30. Stemming over amendementen en moties Voor alle duidelijkheid wordt hier een verschil in procedure aangegeven tussen een motie en een amendement. Een amendement komt in stemming voorafgaande aan de stemming over het onderliggende voorstel. Een motie strekt niet tot wijziging van een voorgesteld besluit; over een motie die over een aanhangig voorstel is ingediend wordt een apart besluit genomen. Dit gebeurt nadat de besluitvorming over het aanhangige voorstel is afgerond. Bij een motie over een afzonderlijk onderwerp geldt dit uiteraard niet en is het vierde lid niet van toepassing. Artikel 31. Stemming over personen Artikel 31, eerste lid, van de Gemeentewet geeft aan dat de stemming over personen geheim dient te zijn. Een blanco stembriefje wordt niet aangemerkt als een naar behoren ingevuld stembriefje (Kamerstukken II 1985/86, 19 403, nr. 3, blz. 86). In geval van een schriftelijke stemming wordt dan ook geen rekening gehouden met blanco stembriefjes. Een blanco of verkeerd ingevuld stembriefje telt wel mee bij de bepaling van het quorum. Wat onder een (niet) naar behoren ingevuld stembriefje moet worden verstaan, is in de wet niet geregeld. In dit RvO worden hiervoor nadere criteria opgenomen. Indien raadsleden genomineerd worden voor de functie van wethouder is er sprake van een vrije stemming. Er is geen sprake van een voordracht. De beoogd wethouder mag dus meestemmen over zijn eigen benoeming. Een voorstel tot benoeming gaat hem persoonlijk aan "wanneer hij behoort tot de personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt" (artikel 28, eerste lid, onder a, en derde lid, van de Gemeentewet). Dat is echter in casu niet aan de orde, omdat er ook op een ander persoon kan worden gestemd. De aard van de stemming is derhalve van belang. Artikel 35,36 en 37. Consulterende raadsbijeenkomsten en raadsactiviteiten, doel en werkwijze De gemeente Assen kent in haar vergaderstructuur geen aparte commissievergaderingen. De consulterende raadsbijeenkomsten gelden formeel wel als een commissievergadering in de zin van artikel 82 Gemeentewet. Consulterende raadsbijeenkomsten kunnen qua vorm verschillen, maar onder deze categorie vallen in elk geval: rondetafelgesprekken hoorzittingen vragenrondes/discussiebijeenkomsten met het college voorbereidende, onderlinge bespreking t.b.v. oordeelsvorming. Consulterende raadsbijeenkomsten worden in principe in twee termijnen behandeld. De raad kan hiervan afwijken indien een bijeenkomst zich hier niet voor leent. In de eerste termijn worden de debatpunten geïnventariseerd. De woordvoering is beperkt tot een korte en bondige inleiding ter duiding van het debatpunt dat wordt ingediend. Nadat alle fracties gelegenheid hebben gehad debatpunten in te dienen krijgt het college desgewenst gelegenheid te reflecteren op de ingebrachte debatpunten. De reflectie vanuit het college dient ertoe te voorkomen dat de raad uitgebreid beraadslaagt over iets dat al geregeld is of praktisch onuitvoerbaar is vanuit gemeentelijk perspectief. Bijvoorbeeld omdat uitvoering van een bepaalde wens niet bij de gemeente ligt of iets juridisch, financieel of praktisch onmogelijk is. Uiteraard kan een portefeuillehouder ook aangeven dat een bepaald vraagstuk al onder schot is en beraadslaging door de raad daarmee van minder toegevoegde waarde. In de tweede termijn debatteren de raadsleden over de ingebrachte debatpunten. De voorzitter bepaalt de volgorde en kan ervoor kiezen om debatpunten samen te voegen als die bijvoorbeeld veel overlap hebben. Van consulterende raadsbijeenkomsten wordt een verslag gemaakt. Dit verslag bevat evenals de besluitenlijst geen samenvatting van de beraadslaging aangezien ook van consulterende raadsbijeenkomsten doorgaans een videoverslag wordt gemaakt. Uitzonderingen hierop zijn consulterende raadsbijeenkomsten op een andere locatie waarbij het niet mogelijk is een video-opname te maken. Parallelsessies Bij een erg volle agenda van een consulterende raadsbijeenkomst en/of raadsactiviteit kan de agendacommissie besluiten de onderwerpen te verdelen over (maximaal) twee parallelsessies. Zie ook de toelichting op Artikel 4. Agendacommissie. Artikel 38. Raadsleden en hun plaatsvervangers In dit artikel is geregeld dat een plaatsvervangend raadslid kan deelnemen aan de beraadslagingen tijdens consulterende raadsbijeenkomsten. Openbare besluitvormende vergaderingen zijn vanzelfsprekend toegankelijk voor plaatsvervangend raadsleden. Zij kunnen daar echter niet het woord voeren. Het is de raad die bepaalt wie aanwezig mag zijn tijdens een besloten vergadering. In de regel zijn besloten vergaderingen toegankelijk voor plv raadsleden, met uitzondering van de vergadering waarin besloten wordt over de voordracht tot (her)benoeming van de burgemeester. Artikel. 39. Presentielijst Plaatsvervangend raadsleden ontvangen een vergoeding per bijgewoonde Consulterende raadsbijeenkomst. Aanwezigheid op de publieke tribune geldt ook als bijwonen. In dit artikel wordt gemarkeerd dat het betaalbaar stellen van deze vergoeding uitsluitend plaatsvindt als het betreffende lid de presentielijst heeft getekend. Artikel 40. Uitkomst bespreking Elk agendapunt dat tijdens een Consulterende raadsbijeenkomst behandeld wordt, wordt afgesloten met een conclusie: 1. Het voorstel wordt geagendeerd als bespreekstuk. Deze conclusie wordt door de voorzitter getrokken wanneer 1 of meer (plv) raadsleden hierom verzoeken. 2. Wanneer geen enkel (plv) raadslid verdere bespreking vraagt bij besluitvormende behandeling wordt het voorstel geagendeerd als conformstuk. Deze wijze van agendering kan door de raad worden herzien bij het vaststellen van de agenda van de besluitvormende vergadering. Daarmee staat het elk raadslid vrij alsnog het woord te voeren over een onderwerp dat als conformstuk geagendeerd is. De andere 2 mogelijke uitkomsten komen in de praktijk slechts sporadisch voor: 3. Een voorstel gaat voor verdere informatie of aanpassing terug naar het college. Wanneer een meerderheid van de (plv) raadsleden die deelnemen aan de Consulterende raadsbijeenkomst van mening is dat een voorstel niet besluitrijp is kan dit worden teruggezonden aan het college. Daarmee wordt het voorstel verwijderd van de conceptagenda van de besluitvormende raadsvergadering. Deze uitkomst kan aan de orde zijn wanneer er belangrijke informatie mist in het voorstel of er vanuit de fracties zoveel politieke vragen zijn dat het wenselijk is dat het college zich nog een keer op het voorstel beraadt. 4. Een voorstel wordt nogmaals consulterend geagendeerd. Ook voor deze uitkomst is een absolute meerderheid van de aan de Consulterende raadsbijeenkomst deelnemende leden nodig. Deze uitkomst kan aan de orde zijn wanneer (al dan niet door een fractie) dermate cruciale informatie over het voorliggende voorstel naar voren wordt gebracht dat fracties zich opnieuw willen bezinnen over hun voorlopige standpunten. Hoofdstuk IV; instrumenten van raadsleden Artikel 41. Amendementen en subamendementen Het recht van amendement is neergelegd in artikel 147b van de Gemeentewet. Dit artikel verplicht de raad nadere regels te stellen. Deze nadere regels staan in dit artikel. Op basis van artikel 147b van de Gemeentewet is de raad verplicht een amendement te behandelen. Leden van de raad kunnen aan de raad wijzigingen op het voorstel van het college of op initiatiefvoorstellen indienen, de zogenaamde amendementen. Wanneer een amendement is ingediend, kan dit voor een ander raadslid aanleiding zijn, op dit amendement nog weer een wijziging voor te stellen, het subamendement. Een (sub)amendement kan ingediend worden op een voorgesteld besluit, dat aanhangig is. De beraadslaging over het (sub)amendement vindt plaats in ten hoogste één afzonderlijke extra termijn, waarin fracties zich beperken tot een stemverklaring (zie art. 23). Artikel 42. Moties In het eerste artikel van dit reglement is de definitie van het begrip motie gegeven. Een motie is een voorstel tot het doen van een uitspraak. Het kan gaan om het uitspreken van een wens (van inhoudelijke, politieke, procedurele aard), het uitspreken van instemming dan wel afkeuring over bepaalde ontwikkelingen of om het doen van een verzoek. Een motie betreft dus niet een concreet besluit dat op rechtsgevolg is gericht; een motie heeft geen juridische, maar een politieke betekenis. Daarom zijn burgemeester en wethouders formeel niet aan een motie gebonden of tot uitvoering ervan verplicht. Wel kan het naast zich neerleggen van een motie door het college leiden tot een vertrouwensbreuk tussen raad en college en hieruit kan het college dan zijn conclusie trekken. Voor wat betreft de besluitvormingsprocedure omtrent een motie wordt opgemerkt dat over een motie een apart besluit wordt genomen. Voor de beraadslaging over een motie over een aanhangig onderwerp geldt dat deze niet plaatsvindt in afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het onderwerp waarop de motie betrekking heeft. Een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp moet uiterlijk om 12.00 uur op de dag vóór de raadsvergadering bij de griffier zijn aangekondigd. De griffier maakt deze moties aan het einde van die dag schriftelijk bekend bij alle raadsleden en het college. In de Gemeentewet wordt één specifieke motie uitgewerkt. Dit betreft de motie van wantrouwen waarbij de raad aangeeft het vertrouwen in een wethouder te hebben verloren. Indien hij zelf niet opstapt, dient de raad vervolgactie te ondernemen.Beraadslaging over moties (zie ook art. 23) De beraadslaging over een motie bij een geagendeerd onderwerp vindt plaats in ten hoogste één afzonderlijke extra termijn, waarin fracties zich beperken tot een stemverklaring. De beraadslaging over moties vreemd aan de orde van de dag (die gaan over een niet geagendeerd onderwerp) vindt plaats aan het einde van de vergadering als laatste onderwerp op de agenda. Wanneer er meerdere moties vreemd zijn beslist de raad op voorstel van de voorzitter over de volgorde bij het vaststellen van de agenda. De spreektijd voor moties vreemd bedraagt in totaal 3 minuten per fractie. Binnen deze spreektijd vallen zowel verduidelijkende vragen aan de indiener, het plaatsen van interrupties als de eigen termijn. De beantwoording van vragen en het reageren op interrupties vallen buiten de spreektijd. Artikel 44. Initiatiefvoorstel Het is de taak van het college aan de raad de nodige voorstellen te doen. Maar raadsleden kunnen ook zelf een voorstel voor een verordening of beslissing ter behandeling bij de raad indienen. Hiervoor is het recht van initiatief toegekend. In artikel 147a, eerste lid, van de Gemeentewet is dit uitgewerkt. Het tweede en derde lid van dit artikel bepalen dat de raad regelt op welke wijze een initiatiefvoorstel voor een verordening of beslissing wordt ingediend en behandeld. Daar wordt in deze bepaling uitvoering aan gegeven. De Gemeentewet (art. 147a) maakt onderscheid tussen initiatiefvoorstellen voor verordeningen en overige initiatiefvoorstellen. Ieder raadslid kan een initiatiefvoorstel voor een verordening indienen. De verdere wijze van behandeling moet de raad zelf regelen. De raad moet ook regelen op welke wijze en onder welke voorwaarden overige initiatiefvoorstellen (voorstellen die betrekking hebben op iets anders dan een verordening) in behandeling worden genomen. Ook dit initiatiefrecht komt toe aan individuele raadsleden, hetgeen inhoudt dat geen drempels mogen worden opgeworpen. Wel kan de raad voorzien in een zekere inhoudelijke toets. Daarbij kan worden gedacht aan het beantwoorden van de vraag of het voorstel wel de uitoefening van een raadsbevoegdheid betreft (en niet een collegebevoegdheid). De leden 2 en 3 zijn toegevoegd naar aanleiding van een wijziging in de gemeentewet. Deze wijziging is blijkens de Memorie van Toelichting ingegeven vanwege het feit dat de betrokkenheid van het college bij initiatiefvoorstellen een belangrijk aspect is voor de verhouding tussen raad en college. De gekozen formulering ten aanzien van de inspraak van het college (‘wensen en bedenkingen’), maakt duidelijk dat initiatiefnemer niet gehouden is iets met de inbreng van het college te doen alvorens het voorstel wordt geagendeerd voor de raad. Het vierde lid houdt in dat de voorzitter het initiatiefvoorstel zo spoedig mogelijk op de agenda plaatst, maar de voorzitter plaatst het voorstel echter niet meer op de agenda, nadat de oproep verzonden is. Dit laat de mogelijkheid onverlet voor het individuele raadslid om op grond van artikel 14 zevende lid, het initiatiefvoorstel toch aan de agenda toe te voegen. Het is aan de raad om vervolgens te bepalen hoe het initiatiefvoorstel verder wordt behandeld nu het op de agenda staat. Artikel 46. Interpellatie Dit artikel stelt nadere regels bij artikel 155 van de Gemeentewet. Het interpellatierecht ligt in het verlengde van het mondelinge vragenrecht en is een zwaarder politiek middel om een portefeuillehouder ter verantwoording te roepen over zijn (niet) handelen in relatie een actueel onderwerp. Een aanvraag voor een interpellatiedebat moet, met uitzondering van spoedeisende omstandigheden, 48 uur voor aanvang van de vergadering door een raadslid worden ingediend bij de griffie. De aanvraag voor een interpellatiedebat bevat tenminste: Het onderwerp De vragen die interpellant wil stellen De portefeuillehouder die ter verantwoording wordt geroepen De griffier vermeldt de aanvraag van het interpellatiedebat in de openbare raadsagenda en deelt de te stellen vragen met het college. Een aanvraag wordt ingewilligd als tenminste 20% van de raadsleden dat deel mag nemen aan de stemming hiermee instemt. Deze bepaling regelt dat er, in afwijking van reguliere besluitvorming in de raad geen absolute meerderheid nodig is om een interpellatiedebat te agenderen in een raadsvergadering. Anderzijds werpt deze bepaling ook een drempel op voor een enkel lid dat (veelvuldig) gebruik wil maken van dit instrument zonder dat een bepaalde zorg breder in de raad gedeeld wordt. De interpellant krijgt als eerste gelegenheid om zijn vragen te stellen voorzien van een toelichting/inleiding. Na beantwoording door de portefeuillehouder kan de interpellant aangeven in hoeverre hij tevreden is met de gegeven antwoorden. Aansluitend krijgen de andere raadsfracties gelegenheid aan het debat deel te nemen. Alle raadsleden hebben tijdens het interpellatiedebat de mogelijkheid moties in te dienen. De voorzitter ziet toe op een ordelijk verloop van het interpellatiedebat. Gezien het karakter van een interpellatiedebat geldt geen vooraf bepaalde spreektijd. Wanneer het interpellatiedebat zich richt tot de burgemeester wordt het voorzitterschap waargenomen door de vicevoorzitter. Artikel 46. Schriftelijke vragen Dit artikel bevat een nadere duiding van de mogelijkheid die raadsleden hebben om schriftelijk (politieke) vragen te stellen. Aangezien deze vragen gaan over de politieke positionering van het college met betrekking tot een bepaald vraagstuk verloopt de beantwoording via een collegebesluit. Gezien de procedure die hiermee samenhangt geldt een beantwoordingstermijn van maximaal 30 kalenderdagen. Artikel 47. Technische vragen Raadsleden hebben ook de mogelijkheid om informatie op te vragen die geen politieke lading heeft - in de volksmond de technische vragen. In de praktijk kan het onderscheid tussen schriftelijke (politieke) vragen en technische (feitelijke) vragen ingewikkeld zijn. In dit artikel wordt een nadere duiding gegeven wanneer een vraag kan worden aangemerkt als technische vraag. De vraag moet over feitelijke (harde) gegevens gaan. Er mag geen politiek oordeel gevraagd worden en de vragen moeten daarmee door een ambtenaar kunnen worden beantwoord. Technische vragen kunnen zich richten op informatie die bij de gemeente zelf of een verbonden partij die bepaalde taken voor of namens de gemeente uitvoert beschikbaar is voor zover het deze gemeentelijke taak betreft. Een technische vraag kan daarmee niet gaan over informatie die los staat van een gemeentelijke verantwoordelijkheid en/of bij een organisatie met een eigenstandige taak/bevoegdheid berust. Naar aanleiding van technische vragen wordt geen nieuwe informatie gegenereerd. Bijvoorbeeld: als er een (tussen)rapportage wordt gevraagd die (nog) niet bestaat, kan de technische vraag geen opdracht behelzen deze alsnog op te stellen. Als een technische vraag gaat over informatie die niet beschikbaar is zal dit het antwoord zijn. Naar aanleiding van een dergelijk antwoord kan een raadslid besluiten hier een politiek punt van te maken. Als vragen ingeleid worden met politieke statements, zullen deze door de griffie als schriftelijke vraag worden uitgezet. Ambtenaren kunnen immers een gepresenteerde politieke context niet weerspreken, maar ook niet negeren in het geven van een antwoord. Technische vragen worden binnen 3 werkdagen beantwoord. Er zijn uiteraard situaties denkbaar dat deze termijn niet haalbaar is. Bijvoorbeeld als (een deel) van de informatie bij een verbonden partij moet worden opgevraagd. In dergelijke gevallen wordt de vragensteller hier door de ambtenaar over geïnformeerd. Artikel 48. Vraagrecht voor raadsleden Het vraagrecht van raadsleden is eveneens afgeleid van art 155 gemeentewet waar naast de mogelijkheid om schriftelijke vragen te stellen ook de mogelijkheid wordt geschapen om mondelinge vragen te stellen. Deze vragen moeten uiterlijk 24 uren voor de start van de vergadering bij de griffie worden ingediend. De griffie zorgt dat de vragen ter kennis van het college komen en vermeldt in de openbare agenda de naam van degene die zich heeft aangemeld onder vermelding van het onderwerp. Artikel 49. Inlichtingen In dit artikel wordt een procedurele uitwerking gegeven van de inlichtingenplicht die het college en de burgemeester hebben ten opzichte van de raad. Naast een ingewikkelde inrichting van de bestuursbevoegdheden bevat de Gemeentewet ook naar behoren aangescherpte regels over de inlichtingenplicht van het college ten opzichte van de raad. Deze regels beogen de politieke verantwoordelijkheid van het college te activeren en de eindverantwoordelijkheid van de raad te bevestigen. Hoofdstuk V; Besloten vergadering Artikel 50, 51, 52 en 53. Toepassing reglement op besloten vergaderingen Deze artikelen bepalen dat de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing zijn op een raadsvergadering achter gesloten deuren. Hierbij kan onder meer gedacht worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het recht van amendement, het recht van motie, het maken van het verslag. De bepalingen van het reglement zijn echter niet van toepassing, voor zover het toepassen van die bepalingen strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. In artikel 23 van de Gemeentewet zijn procedurevoorschriften opgenomen voor 'het sluiten van de deuren', de wijze waarop een vergadering een besloten vergadering wordt. Artikel 51. Verslag besloten vergadering In dit artikel wordt uitwerking gegeven aan artikel 23, derde lid, van de Gemeentewet. In overeenstemming met de bepaling over het verslag van de raadsvergadering is de griffier ook verantwoordelijk voor het verslag van een besloten vergadering. Artikel 53. Opheffing geheimhouding Sinds de invoering van de wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur (01-04-2023) hoeft de raad opgelegde geheimhouding niet meer te bekrachtigen. Stukken die onder geheimhouding aan de raad worden verstrekt blijven geheim tot de periode van geheimhouding is verstreken dan wel de raad besluit de geheimhouding op te heffen. Wanneer het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd het niet eens is met het voornemen van de raad om geheimhouding op te heffen wordt hierover overleg gevoerd in een besloten vergadering, waardoor recht wordt gedaan aan het principe van hoor en wederhoor. Hoofdstuk VII Rechten van inwoners In dit hoofdstuk wordt gesproken over inwoners en ondernemers. Dit impliceert dat terughoudend wordt omgegaan met de aanmelding van personen die niet in Assen wonen of ondernemen. Zowel het vraagrecht als het inspreekrecht wordt regelmatig gebruikt door inwoners of ondernemers die minder gelukkig zijn met een bepaalde situatie of ontwikkeling binnen de gemeente en dat met de gemeenteraad willen delen. Zowel voor het vraagrecht of het inspreekrecht geldt dat emotie begrijpelijk is, maar een en ander wel binnen de algemene fatsoensnormen dient plaats te vinden. Deze fatsoensnorm wordt in elk geval overschreden: Wanneer er ambtenaren (met naam en toenaam) genoemd worden Er sprake is van belediging, smaad, laster, majesteitsschennis, godslastering, opruiing of het aanzetten tot haat of discriminatie. Wanneer een inspreker/vragensteller zich hieraan schuldig maakt zal hij hier door de voorzitter of de aanwezige raadsleden op aangesproken worden en kan hem door de voorzitter het woord ontnomen worden. In dit kader moet benadrukt worden dat vragenstellers/insprekers niet worden gezien als ‘deelnemer aan de beraadslaging’. Daarmee vallen zij niet onder de immuniteit ex art 22 gemeentewet en kunnen onder andere strafrechtelijk vervolgd worden voor wat zij tijdens de vergadering zeggen of inbrengen. Het vraagrecht en inspreekrecht lopen in de volksmond regelmatig door elkaar: Het vraagrecht kan worden gebruikt voor elk willekeurig onderwerp. Belangrijk is dat door de vragensteller één of meerdere vragen worden geformuleerd voor de raad en/of het college. Het inspreekrecht geldt uitsluitend voor onderwerpen die op de raadsagenda staan. Belangrijk is dat de inspreker een mening of standpunt overbrengt aan de raad. Dat meegewogen kan worden in het besluitvormingsproces. Voor zowel het vraagrecht als het inspreekrecht geldt dat geen debat/discussie wordt toegestaan tussen de inwoner/ondernemer enerzijds en raad/college anderzijds. Artikel 55. Het vraagrecht voor inwoners Aanmeldingen voor het vraagrecht moeten minimaal 24 uren voor de start van de vergadering binnen zijn bij de griffie. De aanmelding moet tenminste de naam en contactgegevens van de aanvrager bevatten als ook de vragen die hij wil stellen. De naam van degene die zich heeft aangemeld voor het vraagrecht wordt vermeld in de openbare agenda van de raadsvergadering, inclusief het onderwerp van de vraag. De griffie toetst bij de aanmelding zo mogelijk op welke manier de inwoner/ondernemer zijn zorgen of suggesties al richting gemeente of portefeuillehouder bespreekbaar heeft gemaakt. Het uitgangspunt is dat het gebruik van het vraagrecht het sluitstuk en niet de start is van een (overleg)proces. Het vraagrecht kan niet worden gebruikt voor onderwerpen die op de agenda staan. Dat houdt in dat een persoon tijdens een vergadering geen gebruik kan maken van zowel het vraagrecht als het inspreekrecht over hetzelfde onderwerp. De spreektijd voor het vraagrecht bedraagt 5 minuten. Wanneer er meer dan 6 aanmeldingen van inwoners of ondernemers zijn voor het vraagrecht wordt de spreektijd ingekort zodat deze niet meer bedraagt dan 30 minuten. Aanmeldingen nav het vraagrecht voor raadsleden worden hierbij buiten beschouwing gelaten. Artikel 56. Inspreekrecht Er zijn twee momenten dat inwoners/ondernemers gelegenheid hebben in te spreken. Tijdens de consulterende raadsbijeenkomst (áls een onderwerp consulterend geagendeerd wordt) of tijdens de raadsvergadering. In lid 3 wordt aan insprekers de opening geboden in uitzonderlijke situaties op meerdere momenten in het besluitvormingsproces over 1 onderwerp in te spreken. Van deze uitzonderlijke omstandigheden kan sprake zijn wanneer er (veel) tijd zit tussen één of meer consulterende behandelingen en besluitvorming, met dien verstande dat in de tussentijd nieuwe informatie aan het licht is gekomen die een tweede inspraakreactie rechtvaardigt. Het is aan de voorzitter om te bepalen of van een dergelijke uitzonderlijke situatie sprake is. In lid 6 wordt benadrukt dat het inspreekrecht niet toegepast kan worden voor besluiten waartegen bezwaar of beroep openstaat of heeft opengestaan. De achtergrond van deze bepaling is dat elke belanghebbende op grond van de wet rechtsmiddelen kan inzetten tegen besluiten van het gemeentelijk bestuur. Het inspreekrecht is bedoeld voor besluiten waartegen geen rechtsmiddel openstaat. Daarbij kan in een openbare vergadering niet gesproken worden over zaken die onder de rechter zijn. Daarnaast is het niet mogelijk in te spreken over benoeming/voordracht/aanbeveling van personen en moties vreemd aan de orde van de dag. Degene die gebruik wil maken van het inspreekrecht meldt zich vóór 12:00 uur op de dag van de betreffende vergadering aan bij de griffie, onder vermelding van zijn contactgegevens en de strekking van zijn bijdrage. De naam van de aangemelde inspreker wordt vermeld in de openbare agenda van de betreffende vergadering. De spreektijd voor insprekers bedraagt 5 minuten in de eerste termijn. Wanneer meerdere insprekers een gezamenlijke inspraakreactie verzorgen kan coulant omgegaan worden met de spreektijd, met dien verstande dat de totale spreektijd van het inwonerscollectief fors minder bedraagt dan 5 minuten per spreker. Ook bij het inspreekrecht geldt dat dit (in eerste termijn) niet meer kan bedragen dan 30 minuten. Wanneer er meer dan 6 (afzonderlijke) insprekers zijn wordt de spreektijd per inspreker evenredig ingekort. Wanneer er zeer veel insprekers zijn kan de voorzitter rekening houden met de volgorde van aanmelding bij het beschikbaar stellen van spreektijd. De korte inspraakreactie in 2e termijn is facultatief. In de praktijk maken insprekers daar lang niet altijd gebruik van. Wanneer er veel insprekers zijn heeft de voorzitter in het kader van de continuïteit van de vergadering de mogelijkheid om de spreektijd voor insprekers in 2e termijn te begrenzen. Hoofdstuk VIII Toehoorders en pers Artikel 57. Toehoorders en pers De hier aangegeven bepalingen worden wat betreft het handhaven van de orde aangevuld door artikel 26 van de Gemeentewet. De voorzitter heeft de bevoegdheid om toehoorders die de orde verstoren, te doen vertrekken en bij volharding in hun gedrag de toegang te ontzeggen. Artikel 58. Maatregelen van orde Aangezien de vergaderingen van een de raad in principe openbaar zijn, kunnen radio- en tvstations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft. Wel dient rekening gehouden worden met de privacy van insprekers of publiek. Raadsleden daarentegen hebben een publieke functie. Het is mogelijk om een aanwijzing te geven dat publiek slechts van af een bepaalde afstand in beeld mag worden gebracht. De voorzitter heeft de bevoegdheid deze aanwijzingen te geven. Als deze aanwijzingen niet worden opgevolgd heeft de voorzitter de bevoegdheid de vergadering te schorsen.