Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Enkhuizen 2026Het college van burgemeester en wethouders van Enkhuizen; Gelet op de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Enkhuizen 2026; [De grondslag bevat een kennelijke verschrijving. Hier wordt bedoeld:de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Enkhuizen 2025.] Besluit: In te trekken: Het Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Enkhuizen 2025 En met ingang van 1 januari 2026 met terugwerkende kracht vast te stellen: Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Enkhuizen 2026 HOOFDSTUK1ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1Begripsbepalingen 1.In dit besluit wordt verstaan onder: Dagdeel: aaneengesloten periode van 3 tot 4 uur; Gekwalificeerde Zzp-er: een persoon met een passende afgeronde opleiding en ervaring, die voldoet aan de basiseisen en die geen eerste- of tweedegraads bloed- of aanverwant is van degene aan wie hij ondersteuning biedt: zonder gezagsverhouding met degene voor wie het Pgb wordt verstrekt; die zich aan de buitenwereld als ondernemer presenteert; met minimaal drie verschillende opdrachtgevers per kalenderjaar; die bedrijfsmatig op lange termijn een positief financieel resultaat behaalt; en die in het bezit is van een “Verklaring Arbeidsrelatie Winst uit Onderneming”, afgegeven door de Belastingdienst. Instelling: Organisatorisch verband dat als een eigenstandige, juridische entiteit naar derden optreedt. De leiding hiervan berust bij een (raad van) bestuur of directie; Pgb: Persoonsgebonden budget; Professionele zorgverlener: een zorgverlener die gekwalificeerd is om specifieke zorg te verlenen en werkt volgens de kwaliteitsstandaarden; Verordening: de Verordening maatschappelijke ondersteuning Enkhuizen 2025; Wet: de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. 2.Alle begrippen die in dit besluit worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, de verordening maatschappelijke ondersteuning 2025, de beleids- en uitvoeringsregels maatschappelijke ondersteuning 2025 en de Algemene wet bestuursrecht. HOOFDSTUK2EIGEN BIJDRAGE MAATWERKVOORZIENINGEN Artikel2Eigen bijdrage voorzieningen 1.De eigen bijdrage voor maatwerkvoorzieningen bedragen per maand, de inkomensbedragen en de percentages die gelden voor de berekening van de eigen bijdrage zijn gelijk aan die genoemd in hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 2.Er wordt geen eigen bijdrage voor een maatwerkvoorziening opgelegd aan cliënten die voldoen aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 6.1 lid 3 van de verordening. 3.Voor het collectief vraagafhankelijk vervoer geldt een ritbijdrage die geïnd wordt door de vervoerder. De ritbijdrage is een gereduceerd tarief en bestaat uit een opstaptarief en een tarief per kilometer. De hoogte van de ritbijdrage is vergelijkbaar met het tarief dat geldt in het openbaar vervoer. Deze bijdrage wordt per geïndexeerd op basis van de door de Provincie vastgestelde openbaar vervoertarieven. Het college draagt zorg voor de kenbaarheid van de tarieven c.q. ritbijdrage. Er wordt een opstaptarief van € 1,10 en een bijdrage per kilometer € 0,15 gehanteerd. Na 1 april bedraagt het opstaptarief € 1,15 en de bijdrage per kilometer € 0,20. 4.Een inwoner met een Wmo-indicatie voor het collectief vraagafhankelijk vervoer kan tot maximaal 2.000 kilometer per kalenderjaar tegen een gereduceerd tarief reizen. 5.De ritbijdrage voor collectief vervoer wanneer meer dan 2.000 kilometers gereisd is binnen een kalenderjaar bedraagt € 1,10 opstaptarief en aanvullend en het kilometertarief van € 0,50 per gereden kilometer. Na 1 april 2026 bedraagt het opstaptarie € 1,15 en het kilometertarief € 0,55. Artikel3Omvang en duur eigen bijdrage voor zorg in natura De verschuldigde eigen bijdrage voor een maatwerkvoorziening, niet zijnde collectief vervoer, wordt afgestemd op de financiële draagkracht als bedoeld in artikel 2 en de kosten van de voorziening zoals hieronder uitgewerkt. Voor een voorziening die door het college wordt gehuurd en in bruikleen wordt verstrekt, is belanghebbende gedurende de gebruiksperiode van de voorziening per maand een eigen bijdrage verschuldigd die is gebaseerd op de huurprijs die de gemeente betaalt voor de voorziening. Voor een voorziening die door het college wordt gekocht en in bruikleen wordt verstrekt is belanghebbende gedurende de gebruiksperiode van de voorziening per maand een eigen bijdrage verschuldigd, gebaseerd op de kostprijs van de voorziening, inclusief eventueel kosten voor onderhoud, reparatie en verzekering gedurende de gebruiksperiode. Voor een voorziening die door het college wordt gekocht en in eigendom wordt verstrekt, is belanghebbende gedurende de gebruiksperiode per maand een eigen bijdrage verschuldigd, die is gebaseerd op de totale kostprijs van de voorziening. Voor huishoudelijke ondersteuning, begeleiding individueel en begeleiding groep of dagbesteding vallend binnen een arrangement die door het college als zorg in natura wordt verstrekt is belanghebbende gedurende de gebruiksperiode van de ondersteuning per maand een eigen bijdrage verschuldigd die is gebaseerd op de prijs die de gemeente heeft aanbesteed. Voor kortdurend verblijf die door het college als zorg in natura wordt verstrekt is belanghebbende gedurende de gebruiksperiode van de ondersteuning per maand een eigen bijdrage verschuldigd die per etmaal is gebaseerd op de prijs die de gemeente heeft aanbesteed voor kortdurend verblijf. In situaties waarin dit besluit niet voorziet, stelt het college de omvang en duur van de eigen bijdrage vast, waarbij wordt aangesloten bij het bepaalde in dit artikel. Artikel3aOmvang en duur eigen bijdrage voor pgb 1.Voor een voorziening die door het college in de vorm van een pgb wordt verstrekt, is belanghebbende gedurende de gebruiksperiode per maand een eigen bijdrage verschuldigd gebaseerd op het totaalbedrag van het toegekende pgb. 2.Voor huishoudelijke ondersteuning, begeleiding individueel, begeleiding groep of kortdurend verblijf die door het college als pgb wordt verstrekt is belanghebbende gedurende de gebruiksperiode van de ondersteuning per maand een eigen bijdrage verschuldigd die is gebaseerd op de hoogte van het pgb. Artikel4Uitzonderingen eigen bijdrage In aanvulling op artikel 3.8, vierde lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 wordt geen eigen bijdrage opgelegd bij de verstrekking van: voorzieningen in algemene ruimten; voorzieningen die verstrekt worden en die gebruikt kunnen worden door meer cliënten; Individueel vervoer per taxi of rolstoeltaxi als bedoeld in artikel 7 lid 2 van dit besluit; Een tegemoetkoming in de kosten voor een sportvoorziening als bedoeld in artikel 9 van dit besluit. Artikel4a Minimabeleid De brutobedragen voor het vaststellen van het minimabeleid zoals genoemd in artikel 8 lid 3 van de verordening zijn bepaald op: Eenpersoonshuishouden, AOW-gerechtigd € 27.328,93 Eenpersoonshuishouden, niet-AOW gerechtigd € 23.987,69 Meerpersoonshuishouden, AOW-gerechtigd € 34.791,16 HOOFDSTUK3OMVANG PGB Artikel5Dienstverlening Het Pgb voor diensten wordt per 1 januari 2026 vastgesteld op basis van de volgende uurtarieven inclusief vakantietoeslag: Huishoudelijke ondersteuning uitgevoerd door zorginstelling (Verordening art. 5.10 lid 2 sub
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.