Beleidsregels opvang ontheemden Oekraïne gemeente Westerkwartier Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westerkwartier, gelet op: artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne, de Regeling opvang ontheemden Oekraïne, overwegende dat het gewenst is om beleidsregels vast te stellen over de toepassing en uitleg van de voornoemde regelgeving. Besluit vast te stellen de Beleidsregels opvang ontheemden Oekraïne gemeente Westerkwartier HOOFDSTUK1.ALGEMEEN Artikel1.Begripsbepalingen 1.Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet tijdelijke opvang ontheemden Oekraïne en de Regeling op-vang ontheemden Oekraïne. 2.In deze beleidsregels wordt verstaan onder: wet: Wet tijdelijke opvang ontheemden Oekraïne; regeling: Regeling opvang ontheemden Oekraïne; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westerkwartier; leefgeld: de financiële toelage zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 onderdeel b van de regeling; eigen bijdrage: een vergoeding in de kosten van de gemeentelijke opvang; gezinsleden: de in artikel 1 onder f van de regeling genoemde gezinsleden en daarnaast twee meerderjarige ontheemden die niet gehuwd zijn maar een langdurige relatie hebben en samenwonen in één kamer als waren zij gehuwd; Gemeentelijke Opvang Oekraïners (GOO): een gemeentelijke locatie waar ontheemden verblijven; Particuliere Opvang Oekraïners (POO): een particuliere locatie waar ontheemden verblij-ven, anders dan een woning van de ontheemde of van een gezinslid van de ontheemde. HOOFDSTUK2.LEEFGELD Artikel2.Doelgroep en voorwaarden leefgeld 1.Het leefgeld is bedoeld voor ontheemden uit Oekraïne waarop de richtlijn 2001/55/EG van toe-passing is en die geen of onvoldoende inkomsten uit arbeid, uit een loondervingsuitkering (uitkering berekend op basis van dagloon van door een werknemer genoten inkomen) of toeslag op grond van de Toeslagenwet ontvangen. 2.De ontheemde moet zich bevinden in een GOO of POO die gelegen is in de gemeente Wester-kwartier. 3.De ontheemde moet zijn ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeente en in het bezit zijn van een Burgerservicenummer (BSN), evenals een verblijfsbewijs RTB (sticker of O-document). 4.Er bestaat geen recht op leefgeld voor de ontheemde: die verblijft in een door hemzelf gehuurde of gekochte woning; die tevens de Nederlands nationaliteit bezit; van wie rechtens de vrijheid is ontnomen; van wie tijdelijke bescherming wordt geweigerd vanwege het bepaalde in artikel 28 van de richtlijn. Artikel3.Aanvraag 1.Het college verstrekt op aanvraag van de ontheemde leefgeld aan de ontheemde en zijn gezinsle-den. 2.De aanvraag wordt met het daartoe bestemde formulier ingediend. 3.Het leefgeld wordt verstrekt met ingang van: de dag van de datum van inschrijving in de BRP of, wanneer dit eerder is, de eerste dag van het verblijf in de GOO ; de eerste van de maand volgend op de maand van aanvraag in het geval de belangheb-bende afkomstig is uit een andere gemeente binnen Nederland en daar leefgeld ontving; de eerste van de maand volgend op de laatste dag waarop door de belanghebbende vol-doende (d.w.z. meer dan het recht op leefgeld) inkomsten uit arbeid of uitkering of toeslag zijn ontvangen. Na verlies van werk ontstaat mogelijk nieuw recht op leefgeld waarvoor een nieuwe aanvraag kan worden gedaan. de eerste van de maand volgend op de maand waarin een minderjarig kind in een gezin de leeftijd van 18 jaar bereikt en waarvoor een aanvraag wordt gedaan. Artikel4.Hoogte leefgeld 1.De hoogte van het leefgeld wordt bepaald conform de regeling. 2.Het leefgeld wordt verstrekt per volledige maand, behoudens in de maand van eerste toekenning van leefgeld, waarbij het leefgeld naar rato van het aantal dagen in de maand waarop de ontheemde aan de voorwaarden voor leefgeld voldoet wordt verstrekt. Artikel5.Uitbetaling Het college keert het leefgeld uit via een Nederlandse betaalrekening die op naam staat van de aan-vrager. Artikel6.Intrekken leefgeld 1.Het college trekt het leefgeld in, in zijn geheel voor alle gezinsleden indien de inkomsten uit ar-beid of loondervingsuitkeringen of toeslagen op grond van de Toeslagenwet, bij elkaar opgeteld, hoger of gelijk zijn dan de hoogte van het leefgeld dat aan het gezin zou worden uitgekeerd. 2.De verstrekking van het leefgeld wordt verder ingetrokken indien de ontheemde geen gebruik meer maakt van opvang, omdat opvang (of onderdak) elders is voorzien; de opvang definitief verlaat of langer dan 28 dagen per kalenderjaar niet in de opvang is verschenen zonder het college hiervan op de hoogte te stellen; gedurende twee weken niet heeft voldaan aan verzoeken van of namens het college om in-formatie te verstrekken over zijn inkomsten en gezinssamenstelling; inkomsten verzwegen heeft en daardoor ten onrechte van de verstrekkingen gebruik heeft gemaakt; ernstig inbreuk maakt op de verplichtingen, genoemd in artikel 6, derde lid van de rege-ling; een ernstige vorm van geweld pleegt jegens medebewoners die in dezelfde opvangvoor-ziening verblijven, aan personen die werkzaam zijn in de voorziening, of aan anderen. 3.Indien de in het eerste lid bedoelde ontheemde meerderjarig is en deel uitmaakt van een gezin, dan eindigt de verstrekking van het leefgeld van het gehele gezin. 4.Indien de in het eerste lid bedoelde ontheemde minderjarig is, dan eindigt uitsluitend de ver-strekking van het leefgeld van die minderjarige. 5.Indien één persoon vertrekt of enkele personen van het gezin vertrekken of langer dan 28 dagen niet in de opvangvoorziening is/zijn verschenen, wordt de hoogte van het leefgeld aangepast naar de situatie van het gezin dat nog wel in de opvangvoorziening verblijft. 6.De beëindiging gaat in vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin van één of meer van de bovengenoemde omstandigheden is gebleken. Artikel7.Inlichtingenplicht 1.De ontheemde is verplicht om onverwijld uit eigen beweging dan wel uiterlijk binnen twee weken nadat het college daarom heeft verzocht mededeling te doen over inkomen, gezinssamenstelling en huisvestingssituatie voor zover deze van belang zijn voor het bepalen van het recht op leefgeld en het vaststellen van de eigen bijdrage zoals bedoeld in de regeling. 2.Onder inkomsten als bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval verstaan: Inkomsten uit arbeid, waaronder begrepen inkomsten uit loondienst, eigen onderneming, of als zelfstandige zonder personeel (zzp), in binnen- of buitenland. Inkomsten uit een loondervingsuitkering zoals beschreven in de regeling en toeslag op grond van de Toeslagenwet. HOOFDSTUK3.Terug- en invordering en verrekenen Artikel8.Terugvordering leefgeld 1.Het college vordert teveel of ten onrechte verstrekt leefgeld van de ontheemde terug. 2.Indien leefgeld is verstrekt aan een gezin, dan vordert het college het aan het gezin teveel of ten onrechte verstrekt leefgeld terug van de meerderjarige ontheemde en/of diens meerderjarige gezins-lid. 3.Het college vordert niet meer terug dan dat er verstrekt is. 4.Er kan worden afgezien van terugvordering wanneer: er sprake is van dringende redenen: als (volledige of gedeeltelijke) terugvordering voor de ontheemde gelet op bijzondere omstandigheden in het individuele geval leidt tot onaan-vaardbare gevolgen op financieel en sociaal-maatschappelijk gebied. terugvorderingen, die niet het gevolg zijn van het schenden van de inlichtingenplicht, die op het moment van nemen van het terugvorderingsbesluit lager zijn dan € 150,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.