← Nederland

Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing (Graft-De Rijp)

De raad van de gemeente Graft-De Rijp; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 november 2011, nr. 2011-048; gelet op artikel 15.33 van de wet Milieubeheer; B E S L U I T vast te stellen de Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing. Artikel1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  1. stapelbouwwoningen: aanleunwoningen “De Stern” te Graft, woningen aan de Grafterbaan nrs. 3 t/m 9 en 11 t/m 17 te Graft en seniorenwoningen aan de Klipper te De Rijp;
  2. appartementencomplex: woningen “De Dillenburg” te De Rijp;
  3. container: de door of vanwege de gemeente uitgezette ophaalbakken onderverdeeld in verschillende volumes;
  4. vuilnis-of afvalzak: door belastingplichtige aan te schaffen vuilnis-of afvalzak, met een inhoud van maximaal 60 liter, die geschikt is voor huishoudelijke afvalstoffen.
  5. g f t –afval: groene, fruit- en tuinafval;
  6. rest-afval: overige huishoudelijke afvalstoffen. Artikel2Aard van de belasting en belastbaar feit 1Onder de “naam afvalstoffenheffing” wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer (Stb. 1994.80) 2De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het feitelijk gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikel 10.21 en artikel 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel3Belastingplicht 1De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en artikel 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. 2Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt:a. degene die naar omstandigheden beoordeelt al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt recht of persoonlijk recht feitelijk gebruik maakt van het perceel;b. ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruike heeft afgestaan. Artikel4Maatstaf van heffing en belastingtarief 1De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij de verordening behorende tarieventabel met inachtneming van de overige leden van dit artikel. 2Het aantal containers, onderverdeeld naar de verschillende volumes zoals in de tarieventabel is aangegeven, dat periodiek ter lediging wordt aangeboden door een gebruiker van een perceel als bedoeld in artikel 3 wordt aangemerkt als maatstaf van de heffing van de in artikel 1 genoemde belasting. 3Voor de berekening van de verschuldigde belasting wordt uitgegaan van een basisbelastingbedrag vermeerderd met opslagen op basis van het volume van de container en het aantal maal dat een container ter lediging wordt aangeboden en daarbij door de op het inzamelvoertuig aangebrachte registratie-apparatuur wordt geregistreerd. 4Voor de berekening van de verschuldigde belasting wordt uitgegaan van een basisbelastingbedrag vermeerderd met opslagen op basis van het aantal maal dat een vuilnis- of afvalzak wordt gedeponeerd in de (ondergrondse) verzamelcontainers en daarbij door de op de containers aangebrachte registratie-apparatuur wordt geregistreerd. 5Indien tijdens enige inzamelbeurt door een calamiteit of door een technische storing de containerherkenning-apparatuur of de containerregistratie-apparatuur op het inzamelvoertuig of de middelen waarmee de gegevens van de geledigde containers worden opgeslagen niet naar behoren functioneren, wordt overgeschakeld op handmatige registratie van aangeboden en geledigde containers aan de hand van de op de containers aangebrachte visuele herkenningsmiddelen. 6Voor percelen in stapelbouwwoningen, die zijn aangewezen op het gebruik van verzamelcontainers, wordt in afwijking van het in de overige leden van dit artikel gestelde belastingbedrag in rekening gebracht dat is vermeld in Hoofdstuk 1 lid 3 van de tarieventabel. Artikel5Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel6Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel7Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is het basisbelastingbedrag verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar na de aanvraag van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde basisbelastingbedrag als er in dat jaar , na het einde van de belastingschuld, nog volle kalendermaanden overblijven. 4Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt. Artikel8Voorlopige aanslagen Na de aanvang van het belastingjaar kan aan de belastingplichtige een voorlopige aanslag worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag waarop de aanslag over dat jaar vermoedelijk zal worden vastgesteld. Artikel9Termijnen van belasting 1De aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 2In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt ingeval het totaal bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde afvalstoffenheffing of andere heffingen meer is dan € 45,38 doch minder dan € 1.135,-- dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.Dit zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven. 3Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing. 4De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel10Inwerkingtreding en citeertitel 1De “Verordening Afvalstoffenheffing 2006” van 27 oktober 2005, laatstelijk gewijzigd op 8 november 2007 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van bekendmaking. 3De datum van ingang van de heffing is 1 januari
  7. 4Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening afvalstoffenheffing”. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Graft-De Rijp, gehouden op 15 december
  8. de griffier de voorzitter B.A.F.M. Meijland H.R. Oosterop-van Leussen Tarieventabel 20121 Tarieventabel 2012 behorende bij de “ Verordening afvalstoffenheffing” van de gemeente Graft-De Rijp. AlgemeenDe bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting indien deze verschuldigd is. Hoofdstuk
  9. Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffing
  10. Het basisbedrag per perceel en per belastingjaar bedraagt € 126,10.
  11. Voor de berekening van de te betalen belastingbedrag wordt een toeslag berekend die afhankelijk is van het containervolume of het aantal te ledigen vuilnis- of afvalzakken.
  12. Het belastingbedrag voor stapelbouwwoningen als genoemd in artikel 4, lid 6, bedraagt € 162,
  13. Dit bedrag wordt niet vermeerderd met de toeslagen als genoemd onder lid 4.
  14. Het basisbelastingbedrag als genoemd onder lid 1 wordt afhankelijk van het containervolume, vermeerderd volgens onderstaande systematiek:volume tariefin liters per lediging 140 € 3,55240 € 5,90
  15. Voor appartementencomplex “De Dillenburg” bedraagt het basisbedrag per perceel en per belastingjaar € 126,10, vermeerderd met € 1,50 per te ledigen vuilnis- of afvalzak. Hoofdstuk
  16. Maatstaven en overige tarieven afvalstoffen
  17. Indien belastingplichtige gekozen heeft voor een 140 liter-container dan kan 1 maal kosteloos de gekozen container worden omgewisseld in een 240 liter-container.
  18. Indien belastingplichtige gekozen heeft voor een 240 liter-container dan kan 1 maal kosteloos de gekozen container worden omgewisseld in een 140 liter-container.
  19. Onverminderd het bepaalde in de voorgaande leden geldt dat indien een tweede maal omgewisseld wordt de kosten € 45,15 per omwisseling bedragen. Dit bedrag wordt niet in rekening gebracht indien er sprake is van een verhuizing.
  20. Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt de belasting voor het op aanvraag inzamelen van grove huishoudelijke afvalstoffen:a. per aanvraag tot 2 kubieke meter € 30,30b. per aanvraag vanaf 2 kubieke meter, per kubieke meter € 15,15 c. koel- en vriesapparatuur, was- en wasdroogapparatuur, per apparaat € 15,15
  21. Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt de belasting voor het achterhalen van huishoudelijke afvalstoffen op een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats: a. per kubieke meter of gedeelte daarvan € 7,45 Behoort bij raadsbesluit van 15 december
  22. De griffier van de gemeente Graft-De Rijp, B.A.F.M. Meijland

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.