, lid 1, sub b 8.2.2, lid 1,
4, lid 3, sub a, b en c 8.2.1, lid 1, sub a en b Art. 5 8.3.3, lid 3 vervallen Art. 6 1.1 (Begripsbepaling) Art. 7 H. 8, Toelichting Algemeen brochure VROM nog niet gereed Art. 8, lid 1 8.3.5, lid 1 en 2 Art. 8, lid 2 Min. Besluit is er nog niet Art. 10, letter a 8.1.1 Art. 10, letter b 8.1.2, lid 3,
10, letter d 8.2.1, lid 7 Art. 10, letter e 8.2.1, lid 8 Art. 10, letter f 8.2.1, lid 9 Art. 10, letter g 8.2.1, lid 8 Art. 10, letter h 8.2.1, lid 12 Art. 10, letter i 8.1.4, lid 2 Art. 10, letter j 8.1.2, lid 4 Art. 10, letters k, l, m en n 8.3.3, lid 1 t/m 4 Art. 11 12.1, lid 1 en 2 Hoofdstuk9WELSTAND Artikel9.1De advisering door de welstandscommissie 1De advisering over redelijke eisen van welstand is opgedragen aan de welstands- en monumentencommissie Weesp die uit haar midden personen voordraagt als lid van de welstandscommissie, hierna gezamenlijk te noemen: de welstandscommissie. 2De welstandscommissie adviseert over de welstandsaspecten van aanvragen voor regulier vergunningplichtige en licht-vergunningplichtige bouwwerken als bedoeld in artikel 44, eerste lid onder d respectievelijk artikel 44, derde lid juncto eerste lid onder d van de Woningwet. 3De welstandscommissie baseert haar advies op de in de welstandsnota genoemde welstandscriteria. Artikel9.2Samenstelling van de welstandscommissie 1De welstandscommissie bestaat ten minste uit een voorzitter en twee leden, waarvan ten minste twee leden deskundig zijn op het gebied van architectuur, ruimtelijke kwaliteit dan wel cultuurhistorie. 2Voor de voorzitter en leden worden twee plaatsvervangers aangewezen die hen bij afwezigheid kunnen vervangen. 3De welstandscommissie kan slechts adviezen uitbrengen indien ten minste drie leden aanwezig zijn en waarvan ten minste twee leden beschikken over deskundigheid op het gebied van welstand. 4De voorzitter en leden van de welstandscommissie zijn onafhankelijk ten opzichte van het gemeentebestuur. 5De welstandscommissie wordt bijgestaan door een secretaris of diens plaatsvervanger. Artikel9.3Benoeming en zittingsduur 1De voorzitter, de secretaris en de overige leden van de welstandscommissie worden op voorstel van burgemeester en wethouders benoemd en ontslagen door de gemeenteraad. 2De leden van de welstandscommissie kunnen ten hoogste voor een termijn van drie jaar worden benoemd. Zij kunnen eenmaal worden herbenoemd voor een periode van ten hoogste drie jaar. 3Het reglement van orde van de welstandscommissie bevat, binnen het gestelde in de voorgaande leden, nadere benoemingsprocedures. Artikel9.4Jaarlijkse verantwoording De welstandscommissie stelt jaarlijks een verslag op van haar werkzaamheden voor de gemeenteraad, waarin ten minste aan de orde komt:- op welke wijze toepassing is gegeven aan de welstandscriteria uit de welstandsnota;- de werkwijze van de welstandscommissie;- op welke wijze uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen;- de aard van de beoordeelde plannen;- de bijzondere projecten.De welstandscommissie kan in haar jaarverslag aanbevelingen doen ten aanzien van het gemeentelijk ruimtelijk kwaliteitsbeleid in het algemeen en de aanpassing van de gemeentelijke welstandsnota in het bijzonder. Artikel9.5Termijn van advisering 1De welstandscommissie brengt het advies over een aanvraag om een lichte bouwvergunning uit binnen drie weken nadat door of namens burgemeester en wethouders daarom is verzocht. 2De welstandscommissie brengt het advies over de aanvraag om een reguliere bouwvergunning uit binnen zes weken nadat door of namens burgemeester en wethouders daarom is verzocht. 3De welstandscommissie brengt het advies over de aanvraag om een reguliere bouwvergunning eerste fase uit binnen drie weken nadat door of namens burgmeester en wethouders daarom is verzocht. 44. Burgemeester en wethouders kunnen in hun verzoek om advies de welstandscommissie een langere termijn dan genoemd in de bovengenoemde leden van dit artikel geven voor het uitbrengen van het welstandsadvies. Een langere termijn kan door burgemeester en wethouders worden gegeven indien de termijn van afdoening van de aanvraag om een lichte bouwvergunning langer is dan de in artikel 46, eerste lid, sub a van de Woningwet bedoelde termijn van zes weken; een reguliere bouwvergunning langer is dan de in artikel 46, eerste lid, sub b van de Woningwet bedoelde termijn van twaalf weken. een bouwvergunning eerste fase langer is dan de in artikel 46, eerste lid,
van de Woningwet bedoelde termijn van zes weken. Artikel9.6Openbaarheid van vergaderen en mondeling toelichting 1De behandeling van bouwplannen door de welstandscommissie is openbaar. Indien burgemeester en wethouders – al dan niet op verzoek van de aanvrager – een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen. 2Indien de aanvrager van de bouwvergunning hierom bij het indienen van de aanvraag om bouwvergunning heeft verzocht, wordt deze door of namens de welstandscommissie in staat gesteld tot het geven van een toelichting op het bouwplan. 3In het geval dat het bouwplan in de vergadering van de commissie wordt behandeld en een verzoek tot het geven van een toelichting is gedaan, dient de aanvrager van de bouwvergunning een uitnodiging te ontvangen voor de vergadering van de commissie, waarin de aanvraag wordt behandeld. 4Belanghebbenden hebben geen spreekrecht. Artikel9.7Afdoening bij mandaat 1De welstandscommissie kan de advisering over een aanvraag om advies mandateren aan een of meerdere daartoe aangewezen leden. De aangewezen leden (voorzitter en/of secretaris) adviseren over bouwplannen waarvan volgens hen het oordeel van de welstandscommissie als bekend mag worden verondersteld. 2In elk geval van twijfel legt de gemandateerde het bouwplan alsnog voor aan de welstandscommissie. 3Behandeling van bouwplannen onder mandaat is openbaar. Indien burgemeester en wethouders – al dan niet op verzoek van de aanvrager – een verzoek doen tot niet¬openbare behandeling, dan dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen. Artikel9.8Vorm waarin het advies wordt uitgebracht 1De welstandscommissie adviseert en motiveert haar advies schriftelijk. 2Zodra het advies wordt uitgebracht, wordt het door of namens burgemeester en wethouders gevoegd bij de aanvraag om een bouwvergunning. Artikel9.9Uitsluiting van gebieden en categorieën bouwwerken of standplaatsen 1Indien de raad op grond van artikel 12 van de Woningwet het voornemen heeft een gebied van de gemeente of een categorie bouwwerken of standplaatsen uit te sluiten van welstandstoezicht, neemt de raad het daartoe strekkende besluit niet dan nadat: op het voornemen inspraak is verleend; het advies van de welstandscommissie is ingewonnen. 2De inspraak als bedoeld in het eerste lid vindt plaats op de wijze voorzien in de krachtens artikel 150 Gemeentewet vastgestelde verordening. Hoofdstuk10OVERIGE ADMINISTRATIEVE BEPALINGEN Artikel10.1De aanvraag om woonvergunning Bij de aanvraag om woonvergunning als bedoeld in artikel 60 van de Woningwet moeten worden vermeld de plaats en de aard van het gebouw en het doel waarvoor het laatstelijk is gebruikt. Artikel10.2De aanvraag om vergunning tot hergebruik van een ontruimde onbewoonbaar verklaarde woning of woonwagen (Vervallen.) Artikel10.3Overdragen vergunningen Door of namens burgemeester en wethouders wordt de bouwvergunning, de woonvergunning als bedoeld in artikel 60 van de Woningwet, de gebruiksvergunning als bedoeld in artikel 6.1.1 dan wel de sloopvergunning als bedoeld in artikel 8.1.1 op aanvraag van zijn rechtverkrijgende overgeschreven op naam van een ander dan degene op wiens naam de vergunning is gesteld. Artikel10.4Overdragen mededeling (Vervallen.) Artikel10.5Het kenteken voor onbewoonbaar verklaarde woningen en woonwagens alsmede onbruikbaar verklaarde standplaatsen (Vervallen.) Artikel10.6Herziening en vervanging van aangewezen normen en andere voorschriften Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om rekening te houden met de herziening en vervanging van de NEN-normen, voornormen, praktijkrichtlijnen en andere voorschriften waarnaar in deze verordening - of in de bij deze verordening behorende bijlagen - wordt verwezen, indien de bevoegde instantie de betrokken norm, voornorm, praktijkrichtlijn of het voorschrift heeft herzien of vervangen en die herziening of vervanging heeft gepubliceerd. Hoofdstuk11HANDHAVING Artikel11.1Bevel tot stilleggen van de bouw ( Vervallen.) Artikel11.2Overtreding van het verbod tot ingebruikneming (Vervallen.) Artikel11.3Onderzoek van het slopen (Vervallen.) Artikel11.4Onderzoek naar een gebrek (Vervallen.) Hoofdstuk12STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel12.1Strafbare feiten (Vervallen.) Artikel12.2Overgangsbepaling bodemonderzoek Indien ten behoeve van de bouw van een bouwvergunningplichtig bouwwerk in enig ander verband dan de aanvraag om bouwvergunning indicatief bodemonderzoek is verricht, geldt dit indicatieve bodemonderzoek als het in artikel 2.1.5 bedoelde verkennende bodemonderzoek, tenzij burgemeester en wethouders van mening zijn dat het indicatieve bodemonderzoek niet meer als een recent onderzoek kan worden gezien. Artikel12.3Overgangsbepaling met betrekking tot de staat van open erven en terreinen Het bepaalde in de artikelen 5.1.2 en 5.1.3 inzake de bereikbaarheid van gebouwen is niet van toepassing op een gebouw, dat gebouwd is of wordt op basis van een bouwvergunning als bedoeld in artikel 47, eerste lid, van de Woningwet van 12 juli 1962, tenzij bij een latere vergunning op grond van artikel 40 van de Woningwet eisen aan de bereikbaarheid van dat gebouw zijn gesteld. Artikel12.4Overgangsbepaling (aanvragen om) gebruiksvergunning 1Een gebruiksvergunning als bedoeld in artikel 54 van de brandbeveiligingsverordening vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 25 september 1985 geldt als gebruiksvergunning als bedoeld in artikel 6.1.1. 2Een ontheffing, toestemming, voorschrift of beperking - hoe ook genaamd - verleend krachtens de brandbeveiligingsverordening, vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 25 september 1985, blijft van kracht totdat de termijn waarvoor zij is verleend, is verstreken of totdat zij is ingetrokken. Artikel12.5Overgangsbepaling sloopmelding (Vervallen.) Artikel12.6Slotbepaling 1Deze verordening treedt in werking op de 8e dag na die waarop zij is afgekondigd. 22. Bij de inwerkingtreding van deze verordening vervallen: de bouwverordening, vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 20 december 2006 en alle daarin aangebrachte wijzigingen; de brandbeveiligingsverordening, vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 25 september 1985 en alle daarin aangebrachte wijzigingen, voor zover deze brandbeveiligingsverordening eisen aan het brandveilig gebruik van bouwwerken stelt. 3Deze verordening kan worden aangehaald als 'Bouwverordening Weesp'. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 25-06-2009 Gegevens en bescheiden aanvraag bouwvergunning1 Bijlage als bedoeld in de artikelen 2.1.1 en 3.1 Artikel 1. De bij de aanvraag om bouwvergunning behorende bescheiden als bedoeld in artikel 2.1.3 van de bouwverordening (Vervallen.)Artikel 2. De bij de aanvraag om bouwvergunning behorende gegevens en bescheiden als bedoeld in artikel 2.1.6 van de bouwverordening (Vervallen.)Artikel 3. Funderingsplan (Vervallen.)Artikel 4. Constructieve en aanverwante gegevens (Vervallen.)Artikel 5. Bouwveiligheidsplan (Vervallen.)Artikel 6. Eisen ten aanzien van tekeningen (Vervallen.)Artikel 7. Eisen ten aanzien van berekeningen (Vervallen.) (Vervallen.)2 (Vervallen.)3 (Vervallen.)4 (Vervallen.)5 (Vervallen.)6 Kwaliteitseisen voor buizen en hulpstukken van de buitenriolering op erven en terreinen7 Bijlage als bedoeld in artikel 2.7.6De NEN-normen, bedoeld in artikel 2.7.6, zesde lid, zijn de volgende:a. NEN 7002, uitgave 1968, 'Centrifugaal gegoten gietijzeren afvoerbuizen' (met correctieblad d.d. december 1979);b. NEN 7003, uitgave 1968, 'Hulpstukken voor gietijzeren afvoerbuizen' (met correctieblad d.d. december 1979);c. NEN 7013, uitgave 1980, 'Expansiestukken van PVC en ABS voor binnen- en buitenrioleringen ';d. NEN-EN 1401-1, uitgave 1998, “kunststofleidingsystemen voor vrij verval buitenriolering –Ongeplastificeerd PVC(PVC-U)-Deel 1. Eisen voor buizen, hulpstukken en het systeem” (Engelstalig: met correctieblad NEN-EN 1401-1/C1, uitgave 1998, Nederlandstali);e. NEN-EN 295-1, uitgave 1992, 'Keramische buizen en hulpstukken, alsmede buisverbindingen voor riolering onder vrij verval, met inbegrip van de aanvullingsbladen A1, uitgegeven 1996, A2, uitgegeven 1997, en A3, uitgegeven 1999 - Deel 1. Eisen (Engelstalig) ';f. NEN-EN 295-2, uitgave 1992, 'Keramische buizen en hulpstukken, alsmede buisverbindingen voor riolering onder vrij verval, met inbegrip aanvullingsbladen A1, uitgegeven 1999 - Deel 2. Kwaliteitscontrole en monstername (Engelstalig);g. NEN-EN 295-3, uitgave 1992, 'Keramische buizen en hulpstukken, alsmede buisverbindingen voor riolering onder vrij verval - Deel 3. Beproevingsmethoden (Engelstalig). (Vervallen.)8 (Vervallen.)9 (Vervallen.)10 (Vervallen.)11 (Vervallen.)12
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.