Protocol voor de omgang met (vermoedens van) integriteitsschendingen Bloemendaal 2026Inleiding De integriteit van het openbaar bestuur is verankerd in wetgeving en in de door de gemeenteraad vastgestelde gedragscodes. Regels en beginselen die integer gedrag van politieke ambtsdragers borgen liggen daarmee vast en geven richting. Politieke ambtsdragers dragen zowel collectief als individueel verantwoordelijkheid voor de integriteit van het bestuur. Toch kan het gebeuren dat een politieke ambtsdrager gedrag vertoont dat bij anderen vragen oproept over de integriteit van dat gedrag. Op dat moment kan er sprake zijn van een vermoeden van een integriteitsschending. Vertrekpunt van dit protocol is dat politieke ambtsdragers elkaar aanspreken en aanspreekbaar zijn op voorgenomen of getoond gedrag wanneer over dat gedrag vragen of twijfels bestaan. Het maakt daarbij niet uit of het nu gaat om het eigen gedrag of dat van een ander. Zo’n aan-spreekbare en open houding draagt eraan bij dat makkelijker het gesprek kan worden aangegaan over integriteitskwesties. Waar dit mogelijk is, verdient het aanbeveling om dat gesprek ook daadwerkelijk met elkaar aan te gaan. Een reden om niet direct in gesprek te gaan kan zijn dat de onderlinge verhoudingen van dien aard zijn dat aanspreken niet in de rede ligt. Dit protocol, dat als bijlage is opgenomen bij de gedragscode van de raad, beschrijft hoe te kunnen handelen bij een vermoedelijke integriteitsschending van een politiek ambtsdrager. Het benadrukt het belang van zorgvuldigheid en onpartijdigheid. In de gevallen waarin het tot een onderzoek komt staat waarheidsvinding centraal. Individuele of partijpolitieke opvattingen zijn daaraan ondergeschikt. Op deze wijze wordt invulling gegeven aan een proces dat zich kenmerkt als procedureel rechtvaardig. Werkingssfeer van dit protocol Iedereen die in een relatie staat tot de gemeente Bloemendaal kan twijfel hebben over het waargenomen gedrag van een politieke ambtsdrager. Of het nu gaat om inwoners, ondernemers, ambtenaren en andere mede-werkers, leveranciers of politieke ambtsdragers, elk van hen kan twijfel over een schending bespreken met de burgemeester, de gemeentesecretaris of de griffier. Het melden van een vermoeden van een integriteitsschending gebeurt bij de burgemeester. Indien het vermoeden betrekking heeft op de burgemeester kan de melder terecht bij de commissaris van de Koning. Het protocol wordt niet toegepast bij vermoedens van integriteitsschendingen door functionarissen die in een arbeidsverhouding staan tot de gemeente Bloemendaal, zoals de gemeentesecretaris en de griffier. Overgangsrecht Integriteitsmeldingen die zijn ingediend vóór inwerkingtredingsdatum van dit protocol – en nog in behandeling zijn – worden afgehandeld op basis van dit protocol. Definities In dit protocol wordt verstaan onder: Een signaal: een waarneming van een persoon ten aanzien van een bepaalde situatie. Het kan daarbij gaan over twijfel over het eigen handelen of het handelen van een ander. Een melding: een signaal over een vermoedelijke integriteitsschending, met als doel het signaal in behandeling te nemen. De melder: degene die een melding doet. De beschuldigde: de zittende politieke ambtsdrager die niet-integer gedrag wordt verweten. Betrokkenen: personen die kennis hebben van de vermoedelijke integriteitsschending of die uit hoofde van hun functie een rol spelen bij de opvolging van een melding. De politieke ambtsdrager: raadsleden, leden van raadcommissies en wethouders. De integriteitscoördinator: de ambtelijke functionaris die belast is met het coördineren en het actualiseren van het integriteitsbeleid en het bieden van procesondersteuning bij integriteitssignalen en -meldingen. Een integriteitsschending: een gedraging van een politieke ambtsdrager die in strijd is met het handelen als ‘goed bestuurder’ of ‘goed volksvertegenwoordiger’. Het kan gaan om feiten die wettelijk strafbaar zijn, maar ook om handelingen in strijd met ongeschreven of geschreven regels, waaronder de gedragscodes van de gemeente Bloemendaal. Beginselen & uitgangspunten Bij het hanteren van dit protocol gelden de volgende beginselen en uitgangspunten. Beginsel: proportionaliteit, zo groot als nodig, zo klein als mogelijk Een melding van een mogelijke integriteitsschending is ingrijpend voor alle betrokkenen: voor de melder, voor de beschuldigde maar ook voor de organisatie. De stappen die gezet worden moeten daarom steeds in verhouding staan tot het gemelde gedrag. De stappen zijn zo groot als nodig, maar tevens zo klein als mogelijk. Beginsel: onpartijdigheid en onafhankelijkheid Van alle politieke ambtsdragers wordt verwacht dat zij bij de behandeling van een vermeende integriteitsschending het algemeen belang leidend laten zijn en dat zij boven de partijen staan. Bij de behandeling van een melding zorgen betrokkenen ervoor dat er geen sprake is van verstrengeling van belangen. De betrokken functionarissen handelen onbevooroordeeld, neutraal en autonoom en laten zich niet oneigenlijk beïnvloeden door derden. Beginsel: zorgvuldigheid en zorgzaamheid Alle betrokkenen bij een vermeende integriteitsschending hebben recht op een zorgvuldige behandeling ervan. Zorgvuldigheid komt bijvoorbeeld tot uitdrukking door: het toepassen van hoor en wederhoor; een discrete omgang met informatie; de keuze voor een passende onderzoeksmethode; deskundigheid bij de behandeling van een melding; een respectvolle bejegening van en door alle betrokkenen; adequate ondersteuning. Ook zorgzaamheid weegt zwaar bij de behandeling van vermeende integriteitsschendingen. Zorgzaamheid komt tot uiting door oog te hebben voor alle betrokkenen. Melder, beschuldigde maar ook andere betrokkenen hebben in de verschillende fasen van het proces ieder eigen behoeften en mogelijk ook een hulpvraag, of behoefte aan nazorg. Door die behoefte te onderkennen en hier zo goed als mogelijk op in te spelen wordt zorgzaam omgegaan met alle betrokkenen. Uitgangspunt: regierol voor de burgemeester Op grond van artikel 170 lid 2 van de Gemeentewet bevordert de burgemeester de bestuurlijke integriteit van de eigen gemeente. Vanuit deze verantwoordelijkheid vervult de burgemeester een belangrijke rol bij de behandeling van vermeende integriteitsschendingen. De burgemeester geeft regie aan het proces dat volgt op een melding. Uitgangspunt: terughoudendheid bij communicatie Het is van belang dat alle betrokkenen bij een vermeende integriteitsschending terughoudend zijn met het doen van publieke uitspraken. Voorkomen moet worden dat vermoedens afkomstig uit de media en/of van social media als vaststaande feiten worden gepresenteerd voordat aan waarheidsvinding is gedaan. De burgemeester draagt zorg voor de interne en externe communicatie over een melding, een onderzoek en de uitkomsten daarvan. De kring van geïnformeerde personen wordt zo klein als mogelijk gehouden. Uitgangspunt: aangifte is soms een keuze, soms verplicht Als er in enige fase van de behandeling van de melding een redelijk vermoeden is dat een strafbaar feit is begaan, kan de burgemeester hiervan aangifte doen. Gaat het om een redelijk vermoeden van een ambtsmisdrijf, dan is de burgemeester hiertoe verplicht 1Ambtsmisdrijven zijn strafbare feiten die worden gepleegd door een ambtenaar in of met misbruik van zijn ambt. Voorbeelden zijn verduistering van geld of bewijs, omkoping, valsheid in geschrift en het opzettelijk schenden van de geheimhoudingsplicht. Voor ambtenaren die in hun functie van ambtsmisdrijf weten, geldt een aangifteplicht.. Tijdens de afhandeling van de aangifte wordt de werking van dit protocol voor de betreffende melding opgeschort. Uitgangspunt: afwijken van het protocol kan Dit protocol vormt een basis voor het handelen van functionarissen bij de omgang van een vermoeden van een integriteitsschending. Hoewel het protocol richting geeft, vormt het geen vrijbrief om tijdens het te volgen proces niet zelf te reflecteren op wat nodig is. Als dat in het belang is van de gemeente of van een of meer van de betrokkenen, kan de burgemeester dan ook besluiten af te wijken van het protocol. De burgemeester is duidelijk over de argumenten daarvoor en legt hierover achteraf verantwoording af aan de gemeenteraad. Werkwijze Fase 1: Aarzelingen of twijfel over een gedraging bespreken Wat niet-integer handelen is, is niet altijd volstrekt duidelijk. Het kan zijn dat een politieke ambtsdrager twijfels of vragen heeft over de juistheid van (voorgenomen) handelen van zichzelf of van een ander. Het is verstandig die twijfels en vragen zo vroeg mogelijk te bespreken met anderen. Een vermoeden Bij een vermoeden van een integriteitsschending begaan door een ander, spreekt degene die het vermoeden heeft in beginsel eerst zelf de betreffende politieke ambtsdrager aan. Dit om meer duidelijkheid te krijgen over de kwestie. Door zo’n gesprek kan in sommige gevallen al een gezamenlijke oplossing worden gevonden, zonder dat verdergaande stappen zoals een onderzoek nodig zijn. Wellicht was er sprake van onwetendheid of is er sprake van een misverstand. In deze fase is het belangrijk om open en op een respectvolle wijze het gesprek met elkaar aan te gaan. Dat vergt om (eerste) oordelen achterwege te laten, maar ook om de bereidheid te hebben aangesproken te worden. Afhankelijk van de uitkomst van het hierboven beschreven gesprek kunnen twijfels en vragen over een vermoeden van een integriteitsschending ook met de griffier of de gemeentesecretaris besproken worden. Er kunnen overigens zwaarwegende redenen zijn om het gesprek over een vermoeden niet aan te gaan. Bijvoorbeeld omdat de onderlinge verhoudingen van dien aard zijn dat aanspreken niet in de rede ligt. De burgemeester kan een externe integriteitsdeskundige raadplegen om te adviseren over integriteitsvraagstukken en die kan dienen als klankbord. Deze deskundige is bijvoorbeeld het Steunpunt Integriteitsonderzoek Politieke Ambtsdragers (SIPA). Dit steunpunt is onderdeel van de Stichting Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel (CAOP). Fase 2: De melding De feitelijke melding Een melding van een vermoeden van een integriteitsschending wordt gedaan bij de burgemeester. Dit gebeurt vertrouwelijk. Bij meldingen over zowel raadsleden als wethouders ondersteunt de gemeentesecretaris de burgemeester. Bij een melding over een raadslid kan de griffier als adviseur van dat raadslid optreden. Griffiers zijn aangesteld door de gemeenteraad. Voorkomen moet worden dat de neutrale rol van de griffier ten opzichte van de raad in het gedrang komt. Bij een melding over een wethouder mag deze zich laten bijstaan door een externe adviseur. De burgemeester kan ook zelf op basis van eigen waarnemingen of externe berichtgeving een vermoeden van een integriteitsschending hebben. De burgemeester kan dan op eigen initiatief melding doen van het vermoeden. Dit doet hij door tussenkomst van de gemeentesecretaris bij zichzelf. Eisen aan de melding De melding wordt schriftelijk ingediend (per post) en moet over een op redelijke en verifieerbare gronden gebaseerd vermoeden gaan. Een melding van een mogelijke integriteitsschending bevat in ieder geval: de naam en functie van de zittende politieke ambtsdrager op wie de melding betrekking heeft; de naam, functie en contactgegevens van de melder; een beschrijving van de mogelijke schending, met o.a.: de aard van de mogelijke schending; de door de melder waargenomen feiten en omstandigheden van het gebeurde. Als aan deze vereisten niet wordt voldaan, stelt de burgemeester de melder gedurende tien werkdagen in de gelegenheid de melding met de vereiste informatie aan te vullen. Meldingen die na deze periode niet aan de vereisten voldoen, worden door de burgemeester niet in behandeling genomen. De melder wordt hierover schriftelijk geïnformeerd. In dit protocol wordt ervan uitgegaan dat de melder van een vermeende integriteitsschending zich bekend maakt. Anonieme meldingen worden niet in behandeling genomen. Te zetten stappen na een melding: Na ontvangst van een melding stuurt de burgemeester de melder binnen vijf werkdagen een schriftelijke bevestiging van ontvangst. Na ontvangst van de melding wordt deze bij wijze van vooronderzoek door de burgemeester beoordeeld. De burgemeester laat zich bij deze beoordeling bijstaan door de gemeentesecretaris of een daartoe aangewezen ambtelijke functionaris. Wanneer de melding zich richt tegen een raadslid wordt tevens de griffier op de hoogte gesteld. Bij de eerste beoordeling van de melding kijkt de burgemeester naar de volgende toetsingscriteria: Aard van het feit: wat is er aan de hand? Is er wellicht sprake van een integriteitsschending, en zo ja, wat voor soort integriteitsschending is het? Is het een strafbaar feit, is er een geschonden norm aan te wijzen? Is de melding voldoende concreet? Ontvankelijkheid: valt de gedraging binnen de (invloeds-)sfeer van de gemeente? Is de burgemeester in staat om hier een oordeel over te geven of onderzoek naar uit te voeren? Is over het (nagenoeg) zelfde feitencomplex eerder een melding ingediend? Ernst van de zaak: hoe ernstig is het voorval? Hierbij wordt gelet op het feit zelf, de omstandigheden, de (functie van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.