← Nederland

Reglement van orde van de raad Almelo houdende bepalingen over vergaderingen en werkzaamheden van de raad Almelo 2026 (Almelo)

Reglement van orde van de raad Almelo houdende bepalingen over vergaderingen en werkzaamheden van de raad Almelo 2026 De Raad van de Gemeente Almelo; gelezen het voorstel aan de raad van 3 maart 2026;

gelet op de artikelen 16, 82 en 149 van de Gemeentewet; gelet op afdeling 3.1, paragraaf 3, artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers; gelet op artikelen 5 en 8 van de Rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Almelo; overwegende, dat het wenselijk is het reglement van orde gemeenteraad Almelo 2022 op onderdelen te herzien; besluit de volgende verordening vast te stellen: Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad gemeente Almelo

  1. Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen In dit reglement wordt verstaan onder: a.Voorzitter: de voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger; b.Raad: de gemeenteraad van de gemeente Almelo; c.College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almelo; d.Griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; e.Amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbesluit; f.Subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement; g.Motie: korte en gemotiveerde verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; h.Voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering; i.Initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een ander voorstel; j.Raadsvolger: commissielid, zoals bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet; k.Politiek beraad: commissie, zoals bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet; l.Presidium: het presidium van de gemeente Almelo. m.Beeldvormend beraad: onderdeel van de bijeenkomst van de raad waarin men door middel van inspraak en vragen feiten en meningen verzamelt en een beeld vormt over een bespreekstuk. n.Oordeelsvormend beraad: onderdeel van de bijeenkomst van de raad waarin woordvoerders van de fracties in gesprek gaan en hun standpunten bespreken met de portefeuillehouder. Artikel2De voorzitter en de vicevoorzitter De voorzitter is belast met: a.Het leiden van de vergadering; b.Het handhaven van de orde; c.Het doen naleven van het reglement van orde; d.Hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt; e.Op grond van artikel 77, eerste lid, van de Gemeentewet, wordt de voorzitter vervangen door een vicevoorzitter. De vicevoorzitter wordt benoemd door de raad. Indien er geen kandidaten beschikbaar zijn, geschiedt de benoeming op voordracht van de voorzitter van de grootste fractie. De vicevoorzitter wordt in voorkomende gevallen vervangen door een raadslid dat lid is van het presidium. Artikel3De griffier 1.De griffier legt, alvorens zijn functie te aanvaarden dan wel in de eerste raadsvergadering na de aanvaarding, in handen van de voorzitter de volgende eed of verklaring en belofte af: "Ik zweer (verklaar) dat ik om tot griffier aangewezen te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in deze functie te doen of te laten, rechtstreeks nog middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als griffier naar eer en geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God almachtig!" ("Dat verklaar en beloof ik!"). 2.De griffier handelt in opdracht van de raad conform de instructie en is in elke vergadering van de raad aanwezig. 3.De griffier kan, indien hij daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen. 4.Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad aangewezen en daartoe beëdigd plaatsvervanger. Artikel4Het presidium 1.De raad heeft een presidium. 2.De samenstelling van het presidium is geregeld in hoofdstuk 2, paragraaf 3 van dit regelement van orde. 3.De taken, bevoegdheden en werkwijze van het presidium zijn geregeld in hoofdstuk 3 ‘Het presidium’ van dit reglement van orde. Artikel5Het fractievoorzittersoverleg 1.De raad heeft een fractievoorzittersoverleg. 2.Het fractievoorzittersoverleg bestaat uit de voorzitter van de raad en de voorzitters van de fracties in de gemeenteraad. 3.De voorzitter van de raad is tevens voorzitter van het fractievoorzittersoverleg. 4.Het fractievoorzittersoverleg komt in beginsel viermaal per jaar bij elkaar. 5.Het fractievoorzittersoverleg bespreekt huishoudelijke zaken die van belang zijn voor de fracties in de gemeenteraad maar niet altijd besluitvorming in de gemeenteraad behoeven. 6.De vergaderingen van het fractievoorzittersoverleg zijn openbaar toegankelijk op basis van aanmelding, voor zover het fractievoorzittersoverleg niet anders heeft bepaald. Hoofdstuk2Toelating van nieuwe leden en fracties Paragraaf 1 Raadsleden, wethouders en fractie Artikel6Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging 1.De raad stelt een commissie onderzoek geloofsbrieven in, bestaande uit drie raadsleden. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde leden. 2.van de geloofsbrieven advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. 3.Na gemeenteraadsverkiezingen gebeurt het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling. 4.Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5.In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. Artikel6aBenoeming wethouders 1.Bij de benoeming van een wethouder onderzoekt de commissie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de Gemeentewet. 2.De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. 3.De burgemeester kan voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht geven om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad. Artikel7Fractie 1.Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. 2.Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. 3.De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 4.Er wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter als: één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden; twee of meer fracties als één fractie gaan optreden; één of meer raadsleden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie. 5.Een nieuw gevormde fractie als bedoeld in lid 4 onder a., wordt aangeduid als 'fractie' gecombineerd met de naam van zijn fractievoorzitter; 6.Een nieuw gevormde fractie als bedoeld in lid 4 onder b., wordt aangeduid met de gecombineerde namen van de oorspronkelijke fracties. 7.Met de gewijzigde situatie als bedoeld in lid 4 wordt rekening gehouden met ingang van de volgende raadsvergadering of politiek beraad na de mededeling daarvan. Paragraaf2Raadsvolgers Artikel8Raadsvolgers 1.Elke fractie kan maximaal één raadsvolger voordragen, die tijdens de laatste raadsverkiezingen op de kandidatenlijst van de betreffende fractie heeft gestaan. De voordracht geschiedt schriftelijk bij de griffier. 2.De raad benoemt de raadsvolger tot commissielid van het politiek beraad, zoals bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet. 3.De artikelen 10, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet en de gedragscode integriteit gemeenteraadsleden zijn van overeenkomstige toepassing. De (plaatsvervangend) griffier onderzoekt voorafgaand aan de benoeming de door de raadsvolger ingediende gegevens in relatie tot deze artikelen. 4.Alvorens het raadsvolgerschap aan te vangen legt de raadsvolger in handen van de voorzitter van de raad de eed of belofte af. 5.Iedere fractievoorzitter kan maximaal eenmaal per kalenderjaar een raadsvolger voordragen, tenzij een nieuwe voordracht nodig is omdat er geen raadsvolger is. 6.Lid 5 van dit artikel is niet van toepassing indien een nieuwe raadsvolger wordt aangemeld wanneer een fractie geen raadsvolger heeft doordat de vorige raadsvolger lid is geworden van de gemeenteraad. 7.Het raadsvolgerschap eindigt op eigen verzoek of op verzoek van de fractievoorzitter, bij intrekking van de benoeming door de raad indien niet meer aan de vereisten wordt voldaan, of van rechtswege bij het einde van de zittingsperiode van de raad. 8.Een raadsvolger is bevoegd namens de fractie het woord te voeren in politieke beraden van de raad, tenzij anders bepaald in dit Reglement van Orde of door het presidium. 9.Raadsvolgers hebben inzage in stukken waar geheimhouding op rust conform artikel 50 van dit Reglement van Orde. 10.Raadsvolgers krijgen toegang tot het gemeentehuis, digitale informatiesystemen, een e-mailadres, ICT-faciliteiten en ondersteuning gelijk aan die van raadsleden. 11.Het presidium kan in bijzondere gevallen een uitzondering maken op de bepalingen in dit artikel. Paragraaf3Samenstelling van het presidium Artikel9Samenstelling en voordracht 1.Het presidium bestaat uit de voorzitter van de raad, de vicevoorzitter van de raad en maximaal vijf raadsleden. De vijf raadsleden van het presidium en de vicevoorzitter moeten van verschillende partijen zijn. Er wordt gestreefd naar een evenredige vertegenwoordiging van raadsleden van coalitiedragende en niet-coalitiedragende partijen. De raad benoemt de raadsleden die in het presidium zitting hebben. 2.Bij afwezigheid van de voorzitter van het presidium wordt deze vervangen door één van de andere leden van het presidium. 3.De griffier of diens plaatsvervanger is adviseur van het presidium. 4.Het presidium kan zich daarnaast laten adviseren door andere adviseurs. 5.Het secretariaat van het presidium wordt verzorgd door een op de griffie werkzame ambtenaar. Hoofdstuk3Het presidium Artikel10Taken en bevoegdheden 1.Het presidium heeft de volgende taken: Het presidium stelt het conceptvergaderschema van de vergaderingen van de raad op en stelt deze vast. Het presidium kan extra raadsvergaderingen en politieke beraden voor de raad uitroepen. Het presidium kan indien wenselijk en/of noodzakelijk andere bijeenkomsten organiseren dan bedoeld onder b. Het presidium stelt conceptagenda’s op voor de raadsvergaderingen die opgenomen zijn in het vergaderschema van de raad en voor de extra raadsvergaderingen. Het presidium stelt de agenda’s vast voor de politieke beraden. Het presidium coördineert de organisatie van de bijeenkomsten van de raad, het fractievoorzittersoverleg en wijst uit zijn midden voor de politieke beraden voorzitters aan, raadsleden zijnde. Het presidium beoordeelt of initiatiefvoorstellen technisch besluitrijp zijn. Het presidium wijst dan wel stelt een commissie uit de raad aan die klachten, over de gemeenteraad, de voorzitter of individuele leden, onderzoekt overeenkomstig de gemeentelijke klachtenregeling. Het presidium overlegt over de organisatie en werkwijze van de raad en over de huishoudelijke beheerszaken van de raad en bereidt eventueel voorstellen voor en legt deze ter beraadslaging aan het fractievoorzittersoverleg voor. 2.Het presidium vervult andere taken die hem door de raad worden opgedragen. Artikel11Vergaderingen 1.Het presidium stelt een vergaderschema vast voor zijn vergaderingen. 2.Het presidium vergadert verder zo dikwijls als nodig is. 3.De agenda wordt uiterlijk vier dagen voor de reguliere vergadering door de griffier aan de leden van het presidium verstuurd. 4.Het presidium besluit tijdens een vergadering slechts indien een meerderheid van de leden van het presidium aanwezig is. Alle besluiten worden genomen bij meerderheid van stemmen, met uitzondering van de demissionaire periode. 5.Het presidium kan in dringende gevallen buiten de vergadering besluiten nemen, mits alle leden in de gelegenheid zijn gesteld hun mening te uiten. Dit kan mondeling of schriftelijk. Van een aldus genomen besluit maakt de griffier melding in het eerstvolgende conceptverslag dat aan het presidium ter vaststelling wordt aangeboden of komt in de agenda van de eerstvolgende vergadering tot uiting. 6.Het presidium kan voor het nemen van een besluit eerst advies vragen aan de raad, de fractievoorzitters, het college en/of derden. 7.Van de vergadering wordt een besluitenlijst gemaakt die tijdens de volgende vergadering ter vaststelling wordt aangeboden. 8.De vastgestelde besluitenlijst wordt via het raadsinformatiesysteem beschikbaar gesteld aan de raadsleden. 9.De vergaderingen van het presidium zijn openbaar toegankelijk op basis van aanmelding, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om in beslotenheid te vergaderen. Artikel12Benoeming en ontslag 1.De raadsleden die zitting hebben in het presidium, worden benoemd voor de duur van de zittingsperiode van de raad. 2.De raadsleden, die zitting hebben in het presidium, treden af zodra door de raad na de verkiezingen een nieuw presidium is benoemd, of als zij ophouden lid van de gemeenteraad te zijn. 3.Wanneer in de periode tussen de verkiezingen en de benoeming van een nieuw presidium het presidium uit minder dan twee raadsleden bestaat, wordt het aantal raadsleden van rechtswege uitgebreid tot drie door het presidium aan te vullen met de langstzittende raadsleden die nog geen lid zijn van het presidium. 4.Het lidmaatschap van het presidium vervalt door het verlies van de hoedanigheid van raadslid, door ontslagname of door een met redenen omkleed besluit van de raad. 5.Benoemingen geschieden bij raadsbesluit. Hoofdstuk4Vergaderingen Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen Artikel13Vergaderfrequentie 1.Raadsvergaderingen vinden in de regel plaats op een dinsdag en worden gehouden in het gemeentehuis. 2.De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg in het presidium. Artikel14Oproep De voorzitter publiceert ten minste zeven dagen voor een raadsvergadering de raadsleden een schriftelijke oproep met de daarbij behorende stukken. Artikel15Agenda 1.Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt het presidium de voorlopige agenda van de vergadering vast. 2.In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van de raadsvergadering een aanvullende conceptagenda opstellen. 3.Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op voorstel van een raadslid of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. 4.Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar een commissie of aan het college nadere inlichtingen of advies vragen. Daarnaast kan verzocht worden het onderwerp te behandelen in een politiek beraad. Dit gebeurt enkel in het geval van concrete actuele ontwikkelingen. 5.Op voorstel van een raadslid of van de voorzitter kan de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. Artikel16Ter inzage leggen van stukken 1.Digitaal beschikbare stukken worden op het raadsinformatiesysteem van de gemeente geplaatst. 2.Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het gemeentehuis gebracht. 3.Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie, waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier. Artikel17Openbare kennisgeving 1.De vergadering wordt ter openbare kennis gebracht door aankondiging in lokale media door plaatsing op de website van de gemeente. 2.In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs digitale weg plaatsvinden. 3.De openbare kennisgeving vermeldt: de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering alsmede de voorlopige agenda; de wijze waarop en de plaats waar een ieder de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken (digitaal) kan inzien. Paragraaf2Orde der vergadering Artikel18Presentielijst Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder raadslid onmiddellijk de presentielijst. Middels de besluitenlijst van de vergadering wordt deze door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld. Artikel19Zitplaatsen 1.De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste zitplaats, die door de voorzitter bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad wordt aangewezen. 2.Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien. 3.De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders, secretaris en overige personen, die voor de vergadering zijn uitgenodigd. Artikel20Opening vergadering; quorum 1.De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde tijdstip, indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de raad blijkens de presentielijst aanwezig is. 2.Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet. Artikel21Besluitenlijst 1.Van de raadsvergadering wordt een besluitenlijst en een videoverslag gemaakt. 2.Vastgestelde besluitenlijsten, inclusief toezeggingen, worden ondertekend door de voorzitter en de griffier. 3.Digitaal beschikbare besluitenlijsten en videoverslagen worden op de website van de gemeente geplaatst, behoudens de uitzonderingsgronden in artikel
  2. Artikel22Ingekomen stukken 1.Bij de raad ingekomen stukken, waaronder raadsbrieven, worden op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt aan de raadsleden beschikbaar gesteld. 2.Na de vaststelling van de besluitenlijst stelt de raad de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. Raadsleden kunnen voorafgaand aan de behandeling van een ingekomen stuk een politiek beraad verzoeken. Artikel23Aantal spreektermijnen 1.De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 2.Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. 3.Een raadslid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4.Het derde lid is niet van toepassing op: de rapporteur van een commissie; een raadslid dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel indient, ten aanzien van de beraadslaging daarover. 5.Bij de bepaling hoeveel malen een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. Artikel24Spreekregels 1.Raadsleden en overige aanwezigen spreken vanaf het spreekgestoelte, tenzij de voorzitter anders toestaat, en richten zich tot de voorzitter. 2.Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de raadsleden en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken. 3.Een raadslid voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben. 4.De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een raadslid het woord vraagt over de orde van de vergadering. 5.De raad hanteert een spreektijdenregeling. Deze wordt in het fractievoorzittersoverleg vastgesteld. Het presidium kan per vergadering een voorstel doen over de spreektijd van raadsleden en de overige aanwezigen. Artikel25Handhaving orde; schorsing 1.Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren; een raadslid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. 2.Indien een spreker, zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. 3.De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten. Artikel26Beraadslaging 1.De raad kan op voorstel van de voorzitter of een raadslid beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. 2.Op verzoek van een raadslid of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de raadsleden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. Artikel27Deelname aan de beraadslaging door anderen 1.De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige raadsleden de wethouder, de secretaris, de griffier en de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging. 2.Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een raadslid genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen. Artikel28Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder raadslid het recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren. Artikel29Beslissing 1.Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist. 2.Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt na een stemming over eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel, zoals het dan luidt, in zijn geheel tenzij geen stemming wordt gevraagd. 3.Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te nemen beslissing. Paragraaf3Procedures bij stemmingen Artikel30Algemene bepalingen over stemming 1.De stemming is digitaal, tenzij de in de artikelen 31, 32, 33 en 34 bedoelde stemming niet digitaal kan worden georganiseerd. 2.De voorzitter vraagt de raadsleden, of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 3.In de vergadering aanwezige raadsleden kunnen aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich van stemming te hebben onthouden. 4.Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 5.Bij hoofdelijke stemming roept de voorzitter (of de griffier) de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het raadslid dat per loting is bepaald. Vervolgens geschiedt de oproeping op alfabetische volgorde van de leden van de raad. 6.Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig raadslid dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen. 7.Raadsleden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging. 8.Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen tot het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 9.De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen en doet daarbij mededeling van het genomen besluit. Artikel31Stemming over amendementen en moties 1.Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd. 2.Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement. 3.Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht. 4.Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. 5.Bij stakende stemming over een amendement wordt de behandeling van het onderliggende voorstel behandeld bij een volgende vergadering. Artikel32Stemming over personen 1.Wanneer een stemming over personen voor het doen van een voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau. 2.Alle aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de Gemeentewet van deelneming aan de stemming moeten onthouden zijn verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes zijn identiek. 3.Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4.Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal raadsleden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. 5.Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die raadsleden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt in ieder geval verstaan: een blanco ingevuld stembriefje; een ondertekend stembriefje; een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft; een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen; een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. 6.In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de voorzitter. 7.Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes zo spoedig mogelijk na vaststelling van de uitslag vernietigd. Artikel33Herstemming over personen 1.Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. 2.Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben. 3.Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot. Artikel34Beslissing door het lot 1.Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven. 2.Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud. Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen. Hoofdstuk5Rechten van leden Artikel35Amendementen en subamendementen 1.Ieder raadslid kan tot het sluiten van de beraadslagingen amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te wijzigen of te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Alleen beraadslaagd kan worden over ondertekende amendementen die ingediend zijn door raadsleden, die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn. 2.Ieder raadslid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement). 3.Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde - oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan. Artikel36Moties 1.Ieder raadslid kan ter vergadering een motie indienen. 2.Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk, ondertekend bij de voorzitter worden ingediend. 3.De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel, vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats. 4.Een motie over een onderwerp dat niet op de agenda staat wordt voor 09.00 uur op de dag van de raadsvergadering aan de griffier toegezonden, tenzij de actualiteit zich hiertegen verzet. De griffier stelt de motie ter voorbereiding ter beschikking aan de raadsleden en het college. 5.De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp - een motie vreemd aan de orde van de dag - vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld. 6.Intrekking, door de indiener(s), van de motie is mogelijk, tot het moment dat de beraadslaging door de voorzitter wordt gesloten en er tot stemming van de motie wordt overgegaan. Artikel37Voorstellen van orde 1.De voorzitter en ieder raadslid kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. 2.Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. 3.Over een voorstel van orde beslist de raad terstond. Artikel38Initiatiefvoorstel 1.Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij het presidium worden ingediend. 2.Het presidium plaatst het voorstel op de agenda van het eerstvolgende politiek beraad, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is. In dit laatste geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende politiek beraad geplaatst. 3.De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van een voorstel, niet zijnde een voorstel voor een verordening. Artikel39Collegevoorstel 1.Een collegevoorstel aan de raad, dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad. 2.Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden, bepaalt de raad in welke raadsvergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Artikel40Interpellatie 1.Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang van de raadsvergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen. 2.De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders. Bij de behandeling van de ingekomen stukken van de eerstvolgende vergadering, na indiening van het verzoek, wordt het verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de raadsvergadering de interpellatie zal worden gehouden. 3.Het spreken bij de interpellatie geschiedt in twee termijnen in de volgorde: interpellant, overige fracties, college. De interpellant krijgt de gelegenheid tot het afleggen van een slotverklaring. Artikel41Schriftelijke vragen 1.Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier. Vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. 2.De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3.Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen. Indien beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. 4.De antwoorden worden door het college aan de leden van de raad medegedeeld. 5.De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door het college of de burgemeester gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist. Artikel42Vragenhalfuur 1.Aan het begin van de raadsvergadering vindt het zogenaamde vragenhalfuur plaats, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan het presidium bepalen dat het vragenhalfuur op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenhalfuur eindigt. 2.Raadsleden die tijdens het vragenhalfuur vragen willen stellen, melden dit onder aanduiding van het onderwerp, voor 09.00 uur op de dag vóór de raadsvergadering bij de griffier; de griffier zendt de vragen ter voorbereiding van de beantwoording door naar het college of de burgemeester. 3.Het presidium bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenhalfuur aan de orde worden gesteld. Vragen worden slechts toegelaten tot het vragenhalfuur indien schriftelijk, volledig, politiek actueel, kort en bondig geformuleerd. 4.Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. 5.Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. 6.Tijdens het vragenhalfuur kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten. Artikel43Inlichtingen 1.Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld inde artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de Gemeentewet schriftelijk in bij de griffier. 2.De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3.De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk, binnen een streven van 2 weken, in de eerstvolgende of in de daarop volgende raadsvergadering gegeven indien nodig. 4.De gestelde vragen en het antwoord vormen, indien nodig, een agendapunt voor de raadsvergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven. Artikel44Verslag en verantwoording gemeenschappelijke regelingen 1.Een raadslid, een wethouder, de burgemeester of de secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht (om in aansluiting op de behandeling van de lijst van ingekomen stukken of voor het sluiten van de vergadering) verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn. 2.Ieder raadslid kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van schriftelijke vragen, van artikel 36, zijn van overeenkomstige toepassing. 3.Wanneer een raadslid een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen, van artikel 38, zijn van overeenkomstige toepassing. 4.Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties of instituties, waarin de raad één van zijn raadsleden heeft benoemd. Hoofdstuk6:Begroting en rekening Artikel45Procedure begroting Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding, het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting volgens een procedure die het presidium vaststelt. Artikel46Procedure jaarrekening Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel indemniteitsbesluit volgens een procedure die het presidium vaststelt. Hoofdstuk7:Besloten raadsvergadering Artikel47Algemeen Op een besloten raadsvergadering zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering. Artikel48Verslag besloten vergadering 1.Concept verslagen en -besluitenlijsten van een besloten vergadering worden niet verspreid, maar berusten bij de griffier. 2.Deze verslagen en besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op de vastgestelde besluitenlijst. 3.De vastgestelde besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend. Artikel49Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. Artikel50Geheimhouding op aan de raad overlegde stukken 1.Stukken waarop geheimhouding is opgelegd door het college, de burgemeester of een commissie liggen ter inzage voor raadsleden op de griffie. 2.Alvorens stukken waarop geheimhouding is opgelegd kunnen worden ingezien dient te worden geregistreerd welk raadslid inzage heeft gehad in de stukken. 3.Van de stukken die ter inzage liggen op de griffie kunnen geen kopieën worden gemaakt of afschriften worden verstrekt. Hoofdstuk8Toehoorders en pers Artikel51Toehoorders en pers 1.Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare raadsvergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 2.Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden. 3.De voorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de raadsvergadering op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken. 4.De voorzitter is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergaderingen te ontzeggen. Artikel52Geluid- en beeldregistraties 1.Van de openbare raadsvergaderingen worden beeld- en geluidsregistraties gemaakt. 2.Degenen die van een openbare raadsvergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de griffier en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Artikel53Sociale media Tijdens de behandeling van agendapunten wordt niet gecommuniceerd door raadsleden over de raadsvergadering via sociale media over het onderwerp dat op dat moment wordt behandeld. Hoofdstuk9Spreekrecht Artikel54spreekrecht in politieke beraden en raadsvergaderingen 1.Inwoners kunnen inspreken tijdens: het politiek beraad over onderwerpen die niet op de agenda staan en bij onderwerpen die wél op de agenda staan én waarbij is aangegeven dat dit kan; raadsvergaderingen over onderwerpen die op de agenda van die vergadering staan. 2.Insprekers melden zich tot uiterlijk 15.00 uur op de dag vóór de bijeenkomst aan bij de raadsgriffie. 3.Voor het politiek beraad geldt dat inspreken over niet-geagendeerde onderwerpen in het algemeen plaatsvindt aan het begin van het beraad en wordt voorgezeten door een raadslid, gecoördineerd door het presidium. 4.Inspreken kan tijdens het politiek beraad zoals opgenomen in het vergaderschema van de raad. Het presidium kan in uitzonderlijke gevallen bepalen dat tijdens bepaalde politieke beraden geen ruimte wordt opgenomen voor inspreekrecht of meepraten. 5.Een spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. Raadsleden kunnen in totaal maximaal vijf minuten verduidelijkende vragen stellen. De voorzitter kan de spreektijd inkorten indien het aantal insprekers of het vergaderschema dit vereist, of een spreker onderbreken als een onderwerp reeds voldoende aan bod is gekomen. 6.Indien zich voor het politiek beraad meer dan drie sprekers aanmelden, schuiven de overige aanmeldingen in principe door naar het eerstvolgende politiek beraad waar inspreken mogelijk is. Artikel55Uitzonderingen Inspreken is niet mogelijk ten aanzien van: a.een besluit van het college en/of de raad waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; b.een besluit van het college en/of de raad waar zienswijzen voor kunnen of konden worden ingediend; c.benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; d.een gedraging waarover op grond van de Algemene wet bestuursrecht een klacht kan of kon worden ingediend; e.een onderwerp dat naar oordeel van de voorzitter reeds voldoende in een voorgaande vergadering van de raad aan de orde is geweest; f.hamerstukken en de lijst ingekomen stukken. Artikel56Hoorzitting Het presidium kan besluiten een hoorzitting te organiseren indien meer sprekers zich aanmelden voor het spreekrecht over één onderwerp dan het vergaderschema van de raadsvergadering of het politiek beraad toelaat. Artikel57Spreekregels Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem het woord ontzeggen. Hoofstuk 10 Politieke beraden Artikel58Taken en bevoegdheden 1.Het politiek beraad adviseert en overlegt over onderwerpen waarbij de raad betrokken is; De bijeenkomst wordt gebruikt ter voorbereiding op de behandeling van een raadsvoorstel. In dat kader kan inhoudelijk overleg gevoerd worden met de indieners van raadsvoorstellen. De bijeenkomst wordt gebruikt om de raad te betrekken in de oriëntatie op het onderwerp in de verschillende fases van het besluitvormingsproces (beeldvorming, oordeelsvorming, besluitvorming). Het gaat om ontwikkelingen, waarbij de raad is betrokken, maar niet geagendeerd staan voor besluitvorming. In dat kader kan inhoudelijk overleg gevoerd worden met de aanvrager van de bijeenkomst. 2.De voorzitter sluit een beeldvormend beraad af, door na raadpleging van de deelnemers te concluderen of de beeldvorming al dan niet afgesloten kan worden beschouwd. In het geval dat hier geen consensus over bereikt kan worden, zal er een stemming plaatsvinden. Dit gebeurt naar rato van raadszetels. Artikel59Samenstelling van het politiek beraad 1.Het politiek beraad is informeel en laagdrempelig van aard, waarbij inwoners in contact kunnen komen met raadsleden, raadsvolgers, collegeleden en ambtenaren. De bijeenkomst kent geen vaste samenstelling. Het presidium bepaalt wie er recht hebben om te spreken tijdens het politiek beraad. De voorzitter bepaalt de volgorde van sprekers en kan regels stellen ten aanzien van de lengte van bijdragen. 2.De woordvoering en advisering in een oordeelsvormend beraad vindt plaats door één raadslid of raadsvolger namens een fractie. Artikel60Ondersteuning door griffie De ondersteuning van het politiek beraad wordt vervuld door de griffier of een door hem aangewezen op de griffie werkzame ambtenaar. Artikel61Vergaderdag en tijdstip van aanvang 1.Het politiek beraad vindt in principe plaats op een dinsdagavond, tenzij het presidium anders bepaalt. 2.Het tijdstip van aanvang is in principe 19.30 uur of aansluitend op de hamerraad en eindigt om 23:00 uur, tenzij het presidium anders bepaalt. 3.De bijeenkomst vindt plaats in het Stadhuis of op een door het presidium nader te bepalen locatie. 4.De bijeenkomsten zijn opgenomen in het jaarlijkse vergaderschema van de raad. Artikel62Aanvraag en agenda 1.Een aanvraag voor een agendapunt op het politiek beraad kan worden ingediend door een ambtenaar, namens het college, of een aanvrager, ondersteund door minimaal 3 fracties. 2.Een aanvraag voor een agendapunt wordt ingediend bij de griffie op een hiertoe door het presidium vastgesteld aanvraagformulier. Hierop wordt de wijze van interactie en de kring van de bij de interactie betrokkenen aangegeven. 3.Het presidium beslist over de ingediende aanvragen. 4.Het presidium maakt ten minste zeven dagen voor een vergadering de agenda openbaar bekend onder vermelding van de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering. 5.Indien een aanvullende of gewijzigde agenda wordt vastgesteld door het presidium, wordt deze zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering openbaar bekend gemaakt. 6.De aanvrager draagt zorg voor het uitnodigen van degenen waarmee de interactie plaats zal vinden. Artikel63Samenstelling van het besloten politiek beraad Alleen raadsleden, raadsvolgers, de griffier en specifiek genodigden, kunnen deelnemen aan het besloten politiek beraad. Artikel64Geheimhouding 1.Voor de afloop van de besloten vergadering beslist het politiek beraad in overeenstemming met artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet of betreffende de inhoud van eventuele stukken en het besprokene geheimhouding zal gelden. 2.De raad kan op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de Gemeentewet de geheimhouding opheffen, indien het politiek beraad, c.q. haar deelnemers, daarom verzoeken. Het overleg hierover tussen de raad en de deelnemers van het politiek beraad, gebeurt eveneens onder geheimhouding. Eventuele stukken of presentaties worden na opheffing van de geheimhouding openbaar. Hoofdstuk11Slotbepalingen Artikel65Uitleg reglement In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter. Artikel66Intrekking Het reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2022, de Verordening op het spreekrecht, de Verordening politieke beraden gemeente Almelo 2022, de Verordening op de raadsvolgers gemeente Almelo en de Verordening presidium gemeente Almelo 2026 worden ingetrokken. Artikel67Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking. Artikel68Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: 'Reglement van Orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad gemeente Almelo 2026'. Gedaan ter openbare vergadering van 3 maart 2026, de griffier, De voorzitter,

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.