Mandaatbesluit 2026 MedemblikHet college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Medemblik, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft; gelet op de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht; b e s l u i t e n: vast te stellen het navolgende Mandaatbesluit 2026 Medemblik Artikel1Definities In dit besluit wordt verstaan onder: de gemeentesecretaris: de gemeentesecretaris van Medemblik. het college: het college van burgemeester en wethouders van Medemblik. strategisch manager: de leidinggevende van een afdeling. teamleider: de leidinggevende van meerdere teams. medewerker: eenieder werkzaam bij de gemeente Medemblik, overeenkomstig eerste artikel van de Ambtenarenwet 2017, waaronder mede hen die werkzaam zijn op grond van bijvoorbeeld een detacherings-, inhuur of overeenkomst van opdracht niet zijnde directie, strategisch manager of teamleider. mandaat: de bevoegdheid om namens het college of de burgemeester besluiten te nemen, als bedoeld in afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht. Het mandaterende bestuursorgaan blijft verantwoordelijk voor de uitgeoefende bevoegdheid en houdt hierover ook zeggenschap. mandaathouder: degene aan wie mandaat is verleend. machtiging: de bevoegdheid om namens het bevoegde bestuursorgaan feitelijke handelingen te verrichten. Portefeuillehouder: wethouder verantwoordelijk voor bepaalde beleidsgebieden. volmacht: de bevoegdheid om in naam van een rechtspersoon privaatrechtelijke handelingen te verrichten zoals ondertekening van overeenkomsten. Artikel2- Inhoud mandaat In deze regeling omvat het verlenen van mandaat ook het verlenen van: een volmacht tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen zoals ondertekening van overeenkomsten; en een machtiging om namens het college of de burgemeester handelingen te verrichten die geen besluit en ook geen privaatrechtelijke rechtshandeling zijn. Artikel3Mandaat gemeentesecretaris 1.Het college en de burgemeester verlenen aan de gemeentesecretaris het algemeen mandaat om namens hen beslissingen te nemen ten aanzien van aangelegenheden die hen toebehoren. 2.De gemeentesecretaris is bevoegd om mandaten die bij dit besluit aan onder zijn verantwoordelijkheid vallende medewerkers zijn verleend, geheel of gedeeltelijk en al dan niet tijdelijk, in te trekken. Een dergelijk besluit wordt schriftelijk vastgelegd en bekendgemaakt, tenzij het om een concrete, individuele en eenmalige aangelegenheid gaat. 3.De in bijlage 1 genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden aan het college of burgemeester. 4.Het college respectievelijk de burgemeester kan instructies geven over de wijze waarop de gemandateerde bevoegdheden worden uitgeoefend. Artikel4Mandaat strategisch managers 1.De aan de gemeentesecretaris gemandateerde bevoegdheden worden gemandateerd aan strategisch managers. 2.De in bijlage 2 genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden aan de gemeentesecretaris. 3.Aan de gemeentesecretaris blijven de bevoegdheden voorbehouden die bij of krachtens de wet aan deze functie zijn toegekend. 4.De strategisch managers maken van het aan hen verleende mandaat slechts gebruik ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot hun werkterrein binnen het betreffende taakveld en binnen de toegekende budgetten vallen. 5.Een strategisch manager is bevoegd om mandaten die bij dit besluit aan onder zijn verantwoordelijkheid vallende medewerkers zijn verleend, geheel of gedeeltelijk en al dan niet tijdelijk, in te trekken. Een dergelijk besluit wordt schriftelijk vastgelegd en bekendgemaakt, tenzij het om een concrete, individuele en eenmalige aangelegenheid gaat. Artikel5Mandaat teamleiders 1.De aan de strategisch manager gemandateerde bevoegdheden worden gemandateerd aan de teamleiders. 2.De in bijlage 3 genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden aan de strategisch managers. 3.De teamleider maken van het aan hen verleende mandaat slechts gebruik voor zover het aangelegenheden betreft die behoren tot het taakveld van de betreffende teamleider en binnen de toegekende budgetten vallen. Artikel6Mandaat medewerkers 1.De aan de teamleider gemandateerde bevoegdheden worden gemandateerd aan de medewerkers. 2.De in bijlage 4 genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden aan de teamleiders. 3.De medewerkers maken van het aan hen verleende mandaat slechts gebruik voor zover het aangelegenheden betreft die behoren tot het werkterrein van de betreffende medewerker en binnen de toegekende budgetten. Artikel7Algemene uitzonderingen van mandaat 1.Geen mandaat wordt verleend indien de aard van de bevoegdheid zich tegen mandaat verzet danwel bij wettelijk voorschrift anders is bepaald (artikel 10:3 Awb). 2.Bij het toepassen van dit mandaatbesluit wordt de geldende nota Budgetbeheer nageleefd. Artikel8Terugkoppeling en intrekking mandaat1Zie toelichting 1.De mandaathouder informeert het bestuursorgaan/ portefeuillehouder en stemt af of van het mandaat gebruik gemaakt kan worden voordat een besluit wordt genomen, indien: het een aangelegenheid betreft waarover door de raad in een eerder stadium vragen aan het college of de burgemeester zijn gesteld; het bestuursorgaan, dan wel de portefeuillehouder dit heeft kenbaar gemaakt; het besluit ingrijpende financiële consequenties heeft, zoals budgetoverschrijding of het aangaan van meerjarige verplichtingen; bij een besluit meerdere afdelingen zijn betrokken, wier standpunt niet gelijkluidend is; het besluit of (rechts)handeling als politiek, bestuurlijk of anderszins gevoelig wordt aangemerkt; het een besluit op bezwaar betreft: wat politiek, bestuurlijk of anderszins gevoelig ligt en/of wat ingrijpende financiële consequenties heeft en/ of waarbij het te nemen besluit tegenstrijdig is aan het advies van de bezwarencommissie. De portefeuillehouder kan bij bovengenoemde omstandigheden aangeven dat het besluit op bezwaar genomen moet worden door het college tenzij het college het primaire besluit heeft genomen. In dat geval wordt het besluit op bezwaar altijd door het college genomen; de aangelegenheid tot kritische berichtgeving in de media heeft geleid dan wel in verband met de aard van de aangelegenheid redelijkerwijs moet worden aangenomen dan dit zal gebeuren. het een beslissing tot aanvaarding of afwijzing van erfstellingen/legaten/schenkingen betreft. Als de portefeuillehouder redelijkerwijs verwacht dat de aanvaarding ingrijpende financiële consequenties heeft, geeft hij aan dat het college de beslissing tot aanvraagding moet nemen. 2.De mandaathouder maakt geen gebruik van het mandaat als het college respectievelijk de burgemeester, dan wel de portefeuillehouder heeft aangegeven dat het bestuursorgaan zelf beslist. Artikel9Intrekken mandaat door portefeuillehouder 1.Het college mandateert de portefeuillehouder, ieder voor de onder zijn verantwoordelijkheid vallende beleidsgebieden, om een verleend mandaat, geheel of gedeeltelijk en al dan niet tijdelijk, in te trekken. 2.De portefeuillehouder informeert het college hierover. Artikel10Ondertekening 1.De stukken worden als volgt ondertekend: Namens burgemeester en wethouders Gevolgd door functieaanduiding en naam of Namens de burgemeester van Medemblik Gevolgd door functieaanduiding en naam 2.De ondertekening bevat een handtekening of, bij ontbreken van de handtekening, wordt onder de tekst van lid 1 vermeld dat het stuk in een geautomatiseerd proces is vervaardigd en daarom niet is ondertekend. 3.Als er sprake is van omstandigheden zoals benoemd in het agressieprotocol kan de naam in de ondertekening geval achter wege blijven. Artikel11Ondertekeningsmandaat burgemeester De burgemeester machtigt een portefeuillehouder om, ter uitvoering van collegebesluiten, namens hem overeenkomsten te ondertekenen die betrekking hebben op onder zijn verantwoordelijkheid vallende beleidsgebieden. Artikel12Vervanging mandaathouder 1.Bij afwezigheid van een medewerker kan een medewerker van hetzelfde team deze vervangen. 2.Bij afwezigheid van een teamleider kan een andere teamleider deze vervangen. Hierbij gaat vervanging door een teamleider binnen de afdeling voor op vervanging vanuit een andere afdeling. 3.Bij afwezigheid van een strategisch manager kan deze worden vervangen door een andere strategisch manager. 4.Bij afwezigheid van de gemeentesecretaris wordt deze vervangen door de door het college aangewezen functionaris. Artikel13Mandaat aan externen Het verlenen van een derde mandaat aan personen en organisaties buiten onze organisatie als bedoeld in artikel 10:4 Awb blijft voorbehouden aan het College en/of de Raad. Artikel14Wijzigingen 1.Wijzigingen in het mandaatbesluit worden gemeld aan de juridisch adviseurs van de afdeling Bedrijfsvoering. 2.De juridisch adviseurs zorgen voor een actuele samengevoegde versie van het mandaatbesluit en de publicatie hiervan. Artikel15Inwerkingtreding en citeertitel 1.Dit Besluit treedt in werking op de dag nadat dit Besluit is gepubliceerd. 2.Op het moment van inwerking treden van dit Besluit wordt het Mandaatbesluit 2023 Medemblik ingetrokken. 3.Dit Besluit wordt aangehaald als: “Mandaatbesluit 2026 Medemblik”. Vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders van de gemeente Medemblik, gehouden op 17 maart 2026.De secretaris,Chantal MinnaertDe burgemeester,Michiel PijlBijlage1voorbehouden aan het college van B&W of de burgemeester Aangelegenheden die ingevolge artikel 3, derde lid van dit mandaatbesluit blijven voorbehouden aan het college respectievelijk de burgemeester. A. Bestuurlijk-Juridische aangelegenheden Publiekrecht Het verlenen van mandaat aan externen (artikel 10:4 Awb). Het doen van voorstellen aan de raad (inclusief informatienota’s) en de afhandeling van raadsvragen, die politiek van aard zijn. Het vaststellen van ontwerp bestemmingsplannen, wijzigings- of uitwerkingsplannen, met dien verstande dat de portefeuillehouder ruimtelijke ordening, bevoegd is tot besluiten tot vaststelling van het voorontwerp, het nemen van het besluit over noodzaak MER, het starten van overleg en inspraak, het toesturen van de betreffende informatienota aan de raad, het vaststellen van de reactienota “Inspraak en overleg”, het starten van de vaststellingsprocedure door het vaststellen en ter inzage leggen van het ontwerp en het toesturen van de betreffende informatienota aan de raad. Het nemen van besluiten op bezwaarschriften, gericht aan het college dan wel de burgemeester: tegen een besluit dat niet krachtens mandaat is genomen, of voor zover het besluit politiek, bestuurlijk of anderszins gevoelig ligt en/of ingrijpende financiële consequenties heeft, het te nemen besluit tegenstrijdig is aan het advies van de bezwarencommissie, en de portefeuillehouder heeft aangegeven dat het college het besluit moet nemen Dit is alleen niet het geval als het college het primaire besluit heeft genomen. In dat geval wordt het besluit op bezwaar altijd door het college genomen; Het nemen van een besluit op klachten over de gemeentesecretaris blijft voorbehouden aan de burgemeester. Het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften en beleid(sregels), voor zover deze niet door de raad worden vastgesteld. Het nemen van een besluit om bezwaar of (administratief) beroep aan te tekenen, of een verzoek om (wijziging of opheffing van) een verzoek om voorlopige voorziening in te dienen namens de gemeente. De senior beleidsmedewerker belastingen is wel bevoegd beroep in cassatie in te stellen in procedures over gemeentelijke belastingen. Het college in bestuursrechtelijke procedures, te vertegenwoordigen. Het nemen van besluiten waarbij wordt afgeweken van door het college dan wel de burgemeester vastgesteld beleid of waarbij gebruik wordt gemaakt van de uitzonderingsbepaling/hardheidsclausule in gemeentelijke verordeningen of de wet, tenzij het een besluit is met een individueel rechtsgevolg2Zie toelichting. Vorenstaande geldt niet voor het toepassen van de hardheidsclausule op grond van artikel 63 Algemene wet rijksbelastingen en het geheel of gedeeltelijk kwijtschelden van de bestuurlijke boete op grond van artikel 66 Algemene wet rijksbelastingen. Het nemen van besluiten op verzoeken om informatie op grond van de Wet open overheid, die betrekking hebben op een ramp als bedoeld in de Wet Veiligheidsregio’s. Aan de burgemeester blijft voorbehouden het nemen van een besluit op grond van de Wet tijdelijk huisverbod, het geven van bevelen op grond van artikel 172 Gemeentewet en het geven van een noodbevel op grond van artikel 175 Gemeentewet. Aan de burgemeester blijft voorbehouden het besluit inhoudende een last tot inbewaring stelling (psychiatrisch ziekenhuis) in het kader van de Wet bijzondere opneming in psychiatrische ziekenhuizen. Privaatrecht Aanbestedingen Het nemen van besluiten om af te wijken van de vastgestelde Beleidsregels Inkoop en aanbesteden overeenkomstig artikel 5 van de Beleidsregels Inkoop en aanbesteden. Bij Europese aanbestedingen stelt het college de door de inkoper inkoopstrategie vast overeenkomstig artikel 6 van de Beleidsregels Inkoop en aanbesteden. Deze inkoopstrategie moet (aantoonbaar) in samenspraak met de inkoopadviseur zijn opgesteld. Deze verplichting geldt niet voor reeds bestaande diensten met een repeterend karakter die periodiek – bijvoorbeeld eens in de vier jaar – worden aanbesteed en waarbij de huidige inkoopstrategie niet fundamenteel wijzigt. Contracten Het besluit tot het aangaan van PPS-constructies, convenanten, intentieverklaringen en bestuursovereenkomsten. Het besluit tot het aangaan van overeenkomsten met een financiële waarde buiten de toegekende budgetten. Het college de Raad op basis van artikel 169, vierde lid van de Gemeentewet vooraf over het besluit tot het aangaan van overeenkomsten moet informeren omdat: of, de Raad daarom heeft verzocht; de Raad in de gelegenheid moet worden gesteld zijn wensen en bedenkingen ten aanzien van de overeenkomst aan te geven bij het college omdat deze overeenkomst ingrijpende gevolgen voor de gemeente kan hebben. Hieronder verstaan wij in ieder geval gevolgen die politiek, bestuurlijk of anderszins gevoelig liggen en/of ingrijpende financiële consequenties hebben. Het afgeven van garanties. Civiele procedures Het besluit tot het aangaan van een civiele procedure. Het college in civiele procedures te vertegenwoordigen. Het besluit hoger beroep of cassatie aan te tekenen namens de gemeente of het gemeentebestuur in civiele procedures. Het nemen van besluiten t.a.v. alternatieve geschillenbeslechting, niet zijnde arbitrage of het voorleggen van geschillen aan scheidslieden voor zover afspraken daarover vooraf schriftelijk zijn vastgelegd. Overige privaatrechtelijke rechtshandelingen Het besluit tot de oprichting van of de deelneming in rechtspersonen. Het besluit tot aanvaarding of afwijzing van erfstellingen/legaten/schenkingen met ingrijpende financiële consequenties. Het aanvaarden van een aanbod tot sponsoring. Het aanvragen van surseance van betaling en faillissement. Het nemen van besluiten over verzoeken om schadevergoeding boven een bedrag van € 50.000,- voor zover dergelijke verzoeken op grond van de verzekeringspolis niet aan de verzekeraar moeten worden overgedragen. B. Personeelsaangelegenheden Alle personeelsaangelegenheden met betrekking tot de gemeentesecretaris. Het verlenen van toestemming tot het vervullen van nevenfuncties door de secretaris. Het vaststellen van functieniveaus, voor zover dit de gemeentesecretaris betreft. C. Overige aangelegenheden Het benoemen van personen als vertegenwoordiger van de gemeente Medemblik in bestuurs- en toezichthoudende organen van publiekrechtelijke- en privaatrechtelijke rechtspersonen. Het benoemen van personen in adviesorganen van het college, uitgezonderd de benoeming van een planschade-adviseur. Het benoemen van personen in (bestuurs)commissies als bedoeld in artikel 83 en 84 van de Gemeentewet. Bijlage2voorbehouden aan de gemeentesecretaris Aangelegenheden welke ingevolge artikel 4, tweede lid van dit mandaatbesluit blijven voorbehouden aan de gemeentesecretaris. A. Bestuurlijk-Juridische aangelegenheden Publiekrecht Het nemen van een besluit op klachten met betrekking tot de strategisch manager. Privaatrecht Aanbestedingen n.v.t. Contracten n.v.t. Civiele procedures n.v.t. Overige privaatrechtelijke rechtshandelingen n.v.t. Machtiging n.v.t. B. Personeelsaangelegenheden Alle personeelsaangelegenheden (inclusief aanstelling) met betrekking tot de strategisch managers (voor zover niet opgenomen in bijlage 1). Het vaststellen van functieniveaus, voor zover dit niet de gemeentesecretaris betreft. Het toepassen van hardheidsclausules met betrekking tot personeelsaangelegenheden. Het opleggen van een schorsing als ordemaatregel. Het verlenen van ontslag wegens reorganisatie of verminderde behoefte aan arbeidskrachten. Het verlenen van strafontslag. Het verlenen van (deeltijd) ontslag op basis van een vaststellingsovereenkomst. Het openstellen van een vacature buiten de functieschaal. Het ondertekenen van een arbeidscontract en arbeidsvoorwaarden buiten functieschaal en cao/ personeelshandboek. Het uitvoeren van de regeling Melden vermoeden misstanden en onregelmatigheden. Het vaststellen van het personeelshandboek. C. Overige aangelegenheden Vaststellen van de functie-indeling en waardering. Het besluit nemen tot een reorganisatie. Het toepassen van een sociaal statuut. Bijlage3voorbehouden aan een strategisch manager Aangelegenheden welke ingevolge artikel 5, tweede lid van dit mandaatbesluit blijven voorbehouden aan een strategisch manager. A. Bestuurlijk-Juridische aangelegenheden Publiekrecht Het nemen van een besluit op klachten met betrekking tot de onder zijn verantwoordelijkheid vallende teamleiders. Privaatrecht Aanbestedingen n.v.t. Contracten n.v.t. Civiele procedures n.v.t. Overige privaatrechtelijke handelingen n.v.t. Machtiging n.v.t. B. Personeelsaangelegenheden Alle personeelsaangelegenheden met betrekking tot de teamleiders (voor zover niet opgenomen in bijlage,1 en 2). Het besluiten over maatregelen in verband met agressie tegen teamleiders of bezoekers van gemeentelijke gebouwen. Het openstellen van een vacature buiten de vaste formatie. C. Overige aangelegenheden n.v.t. Bijlage4voorbehouden aan een teamleider Aangelegenheden die ingevolge artikel 5, derde lid van dit mandaatbesluit blijven voorbehouden aan een teamleider. A. Bestuurlijk-Juridische aangelegenheden Publiekrecht Het nemen van een besluit op klachten met betrekking tot de onder zijn verantwoordelijkheid vallende medewerkers. Privaatrecht Aanbestedingen n.v.t. Contracten n.v.t. Civiele procedures n.v.t. Overige privaatrechtelijke handelingen n.v.t. Machtiging n.v.t. B. Personeelsaangelegenheden Alle personeelsaangelegenheden met betrekking tot medewerkers van het betreffende team (voor zover niet opgenomen in bijlage 1, 2 en 3). Besluiten overeenkomstig lid 1 die niet overeenkomstig de geldende regelgeving van de CAO of het personeelshandboek zijn, moeten vooraf worden afgestemd met de strategisch manager. Het aanwijzen van toezichthouders en/of buitengewone opsporingsambtenaren (BOA) tenzij de wet anders voorschrijft. Het toekennen van de jaarlijkse verhoging met de volgende periodiek van de functieschaal (artikel 3.4 van de Cao) of vergoedingen uit de artikelen 3.17, 3.19 – 3.25 van de Cao. Het aanstellen en ontslaan van onbezoldigde ambtenaren ten behoeve van het betreffende team. Het besluiten over maatregelen in verband met agressie tegen medewerkers. Goedkeuring voor cursussen en opleidingen. Het voeren van beoordelingsgesprekken met een slechte of uitmuntende beoordeling en het instellen van een beheers-beslissing met een onder zijn verantwoordelijkheid vallende medewerker. Het toekennen van een incidentele extra periodiek. Gratificatie wegens een uitstekend functioneren of bijzondere prestaties (artikel 3.18 Cao). Het toekennen van de salaristoelagen uit de artikelen 3.8 – 3.16 Cao. Het verlenen van (deeltijd) ontslag vanwege arbeidsongeschiktheid met uitzondering van een vaststellingsovereenkomst C. Overige aangelegenheden n.v.t. Toelichting op het Mandaatbesluit Medemblik Inleiding Voor u ligt het mandaatbesluit van de gemeente Medemblik. In artikel 10:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt mandaat omschreven als de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen. Het kan een ambtenaar zijn, een bestuurder zelf, of zelfs iemand van buiten de gemeentelijke organisatie (bijv. politie). De bevoegdheid in mandaat wordt uitgeoefend onder verantwoordelijkheid van het oorspronkelijke bevoegde orgaan. De gemandateerde kan namens de mandaatgever besluiten nemen. Deze besluiten worden toegerekend aan het bestuursorgaan zelf. Het bestuursorgaan verliest de bevoegdheid om zelf het besluit te nemen niet en kan dit ook te allen tijde doen. Ook betekent dit dat bezwaar en beroep tegen een in mandaat genomen besluit wordt ingesteld tegen het bestuursorgaan zelf en niet tegen de medewerker die het besluit feitelijk heeft genomen. In de bijlagen 1, 2,3 en 4 worden de bevoegdheden benoemd die niet worden doorgemandateerd. Machtiging en volmacht In deze mandaatregeling worden publiekrechtelijke en privaatrechtelijke bevoegdheden aan ambtenaren toegekend. Dat betekent dat mandaat en volmacht wordt verleend om beslissingen te nemen en machtiging om handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn (artikel 10:12 Awb). Beslissings- en ondertekeningsmandaat Uitgangspunt van het mandaatbesluit is dat alle bevoegdheden beslissingsmandaten betreffen. Met beslissingen worden hier zowel beslissingen gericht op rechtsgevolg bedoeld (besluiten in de zin van de Awb) als beslissingen die niet zijn gericht op rechtsgevolg. Een voorbeeld van een beslissing gericht op rechtsgevolg is een vergunning of een subsidiebesluit. Een voorbeeld van een beslissing die niet is gericht op rechtsgevolg is de vooraankondiging van een handhavingsbesluit. De bevoegdheid om in mandaat beslissingen te nemen omvat tevens de bevoegdheid tot ondertekening namens het bestuursorgaan. Methodiek In deze mandaatregeling wordt de omgekeerde methodiek toegepast. Alle college- dan wel burgemeesterbevoegdheden worden gemandateerd tot op medewerkerniveau, tenzij de bevoegdheid expliciet wordt voorbehouden. Deze voorbehouden zijn opgenomen in de bijlagen 1 tot en met 4. Binnen de gemeentelijke praktijk is het gebruikelijk dat beslissingsbevoegdheden zo laag mogelijk in de organisatie worden uitgeoefend. De omgekeerde methodiek sluit hier goed op aan. Terugkoppeling en intrekking mandaat (artikel 8 en 9) In bepaalde gevallen zal het bevoegde bestuursorgaan of een portefeuillehouder een terugkoppeling wensen voor er gebruik wordt gemaakt van de gemandateerde bevoegdheid. In het mandaatbesluit is een aantal begrenzingen opgesteld t.a.v. het gebruik van gemandateerde bevoegdheden. Dit is opgenomen in artikel 8. Artikel 9 geeft de portefeuillehouder altijd de mogelijkheid een verleend mandaat voor besluiten binnen de onder zijn verantwoordelijkheid vallende beleidsgebieden in te trekken. Een ambtenaar3Noot bij uitspraak RvS 14-09-2005, ECLI:NL:RVS:2005:AU2635 door N. Verheij is en blijft altijd ondergeschikt aan het politiek gezag. Daarom zijn ambtelijke organisaties hiërarchisch ingericht. Daaruit volgt dat een ambtenaar, of hij nu mandaat heeft of niet, bij iedere beslissing altijd moet overwegen of de beslissing niet door een ambtelijke superieur zelf moet worden genomen. Een mandaatregeling kan daar niet aan toe- of afdoen. De genoemde terugkoppeling in deze mandaatregeling verleent de ambtenaar dan ook geen bevoegdheid om zijn mandaat naar eigen inzicht uit te breiden. Het herinnert hem slechts aan een aan zijn ambtelijke status inherente begrenzing van zijn mandaat. Individueel rechtsgevolg (Bijlage A publiekrecht onder 9) In Bijlage A publiekrecht onder 9 wordt gesproken over “een individueel rechtsgevolg”. Een besluit heeft een individueel rechtsgevolg als het alleen gevolgen heeft voor de aanvrager zelf. Dit is met name het geval bij “sociaal”. Bijvoorbeeld een aanvraag bijzondere bijstand voor een speciale kosten. De speciale individuele omstandigheden van de aanvrager kunnen tot gevolg hebben, dat met gebruik van de hardheidsclausule, wordt afgeweken van het beleid om toch de bijzondere bijstand te verstrekken. Dit kan bijvoorbeeld ook het geval zijn bij een subsidie voor een hele speciale activiteit die verder niet in de gemeente voorkomt. Bij een individueel rechtsgevolg is dus (vrijwel) geen kans precedentwerking. Let op: ook bij een individueel rechtsgevolg geldt de verplichte terugkoppeling uit artikel 8 van dit mandaatbesluit, als er sprake is van de omstandigheden zoals deze vermeld zijn in artikel 8. Grondslag mandatering In dit mandaatbesluit worden de bevoegdheden die bij het college en de burgemeester berusten, gemandateerd aan de gemeentesecretaris. De gemeentesecretaris is het hoofd van de ambtelijke organisatie. Daarom worden alle bevoegdheden van het college en de burgemeester “via” de gemeentesecretaris aan de overige in de regeling genoemde functionarissen gemandateerd. De gemeentesecretaris is dus feitelijk het centrale punt van waaruit alle bevoegdheden in de organisatie worden verspreid. Het uitgangspunt van deze regeling is dat de bevoegdheden zodanig in de organisatie zijn neergelegd dat het slechts in uitzonderingssituaties nodig moet zijn om terug te vallen op een hoger bevoegdhedenniveau. De in bijlage 1 opgesomde bevoegdheden worden niet doorgemandateerd aan het niveau van gemeentesecretaris en lager In een aantal artikelen van de Gemeentewet (bijvoorbeeld 103, 104, 59a) wordt een aantal taken aan de gemeentesecretaris opgedragen. Dit is opgenomen in artikel 4 derde lid om er geen misverstand over te laten bestaan dat de bevoegdheid die uit die taken voortvloeien niet onder het mandaat vallen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de bevoegdheid om stukken die van het college uitgaan mede te ondertekenen. Mandaat aan externen Van de mandaten aan externen is een overzicht opgenomen in zaak Z-24-520804 in Decos. Wijzigingen van het mandaatbesluit Wijziging van het mandaatbesluit wordt gecoördineerd door de juridisch adviseurs van Juridische Zaken van het taakveld Bedrijfsvoering. Alle taakvelden zelf verantwoordelijk zijn voor het aanleveren van informatie die nodig is om tot mandatering te komen. Het taakveld Juridische Zaken is verantwoordelijk voor een goede verwerking in het mandaatbesluit.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.