Beleidsregels gebiedsontzegging gemeente Smallingerland 2026De burgemeester van de gemeente Smallingerland, gelet op artikel 2:78 van de Algemene plaatselijke verordening Smallingerland 2013, artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht; B E S L U I T vast te stellen: Beleidsregels gebiedsontzegging gemeente Smallingerland 2026 Artikel1Opleggen gebiedsontzegging 1.De burgemeester kan aan een persoon een gebiedsontzegging opleggen, inhoudende zich gedurende een bepaalde periode niet te bevinden in een aangewezen gebied. 2.Een gebiedsontzegging kan worden opgelegd in het belang van de openbare orde, waaronder het voorkomen of beperken van structurele overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- en leefklimaat of het waarborgen van de veiligheid van personen en goederen. 3.De gebiedsontzegging wordt niet eerder opgelegd, dan nadat er voor de tweede keer een overtreding van de in artikel 4 van deze beleidsregels genoemde feiten wordt geconstateerd of voor de tweede keer een andere gedraging wordt geconstateerd, waarbij de openbare orde in het geding is, tenzij vereiste spoed zich verzet tegen een waarschuwing vanwege directe vrees van verdere verstoring van de openbare orde. 4.De duur van de gebiedsontzegging en de omvang van het gebied waarvoor het verbod geldt, worden bepaald aan de hand van de aard van de gedraging. 5.De gebiedsontzegging kan hoogstens voor de duur van 12 weken worden opgelegd. 6.Het besluit tot het opleggen van een gebiedsontzegging wordt door de politie aan de betrokkene uitgereikt en wordt tevens per post verzonden. 7.Een afschrift van het besluit wordt verzonden naar de teamchef van de politie. 8.Een gebiedsontzegging is een herstelsanctie en sluit strafrechtelijke vervolging door het Openbaar Ministerie tegen de gepleegde strafbare feiten niet uit. Artikel2Waarschuwing 1.De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een schriftelijke waarschuwing opleggen om niet, in een of meer bepaalde delen van de gemeente, op een openbare plaats aanwezig te zijn. 2.Na constatering van een eerste overtreding van de in artikel 5 genoemde feiten of een eerste andere gedraging waarbij de openbare orde in het geding is , krijgt de betrokkene een schriftelijke waarschuwing met de mededeling dat de burgemeester bij een volgende overtreding of andere gedraging waarbij de openbare orde in het geding is, een gebiedsontzegging kan opleggen. 3.De politie informeert de burgemeester zo spoedig mogelijk na de eerste geconstateerde gedraging. 4.In geval van een directe vrees voor een verdere verstoring van de openbare orde, waarbij de vereiste spoed zich verzet tegen het waarschuwen, kan worden afgezien van een waarschuwing en kan onmiddellijk een gebiedsontzegging worden opgelegd voor de duur van maximaal 72 uur. 5.In het geval van excessen, waaronder geweld tegen hulpverleners of een overtreding van de onder het derde lid van artikel 4 opgesomde strafbare feiten, kan worden afgezien van een waarschuwing en kan onmiddellijk een gebiedsontzegging worden opgelegd voor de duur van maximaal twaalf weken. Artikel3Vooraankondiging besluit gebiedsontzegging 1.Indien er binnen 6 maanden na een waarschuwing of een eerste gebiedsontzegging zoals genoemd onder het vorige artikel , een tweede overtreding van de in artikel 4 genoemde feiten of een tweede andere gedraging waarbij de openbare orde in het geding is, wordt geconstateerd, kan de burgemeester besluiten om een (tweede) gebiedsontzegging op te leggen. 2.De betrokkene krijgt een schriftelijke kennisgeving van het voornemen tot het opleggen van de gebiedsontzegging. 3.De betrokkene wordt in de gelegenheid gesteld om binnen drie dagen na de datum van de kennisgeving van het voornemen, een schriftelijke of mondelinge zienswijze kenbaar te maken. Van deze termijn kan in spoedeisende situaties worden afgeweken. 4.De politie informeert de burgemeester zo spoedig mogelijk nadat een tweede gedraging zoals genoemd in het eerste lid van dit artikel, is geconstateerd. Artikel4Strafbare feiten en duur gebiedsontzegging 1.Overtreding van de onder het derde lid van dit artikel opgesomde strafbare feiten, wordt in ieder geval aangemerkt als een gedraging waarbij de openbare orde in het geding is, zoals bedoeld in artikel 1, tweede lid van deze beleidsregels. 2.In het derde lid van dit artikel wordt met de afkorting APV de Algemene plaatselijke verordening Smallingerland 2026 aangeduid en wordt met afkorting Sr het Wetboek van Strafrecht bedoeld. 3.Overtreding van de volgende feiten kan leiden tot het opleggen van een gebiedsontzegging met de daarbij horende maximale duur: Categorie 1: drie weken Artikel 2:1 APV Artikel 2:47; 2:49; 2:50 APV Artikel 2:26 APV Artikel 2:48 APV Artikel 4:8 APV Artikel 426 en 453 Sr Artikel 424 Sr Samenscholing en ongeregeldheden Hinderlijk gedrag Ordeverstoring bij evenementen Verboden drankgebruik Natuurlijke behoefte doen Openbare dronkenschap en het verstoren van de openbare orde in staat van dronkenschap Straatschenderij Categorie 2: zes weken Artikel 2:1B APV Artikel 2:74 APV Artikel 350 Sr Artikel 141 Sr Artikel 138 Sr Artikel 170 Sr Artikel 300 Sr Artikel 310 Sr Artikel 311 Sr Artikel 285 Sr Artikel 267 Sr Artikel 184 Sr Artikel 180 t/m 182 Sr Artikel 13 Wet wapens en munitie Artikel 3 Opiumwet Messenverbod Drugshandel op straat Vernieling of beschadiging Openlijke geweldpleging tegen goederen Huisvredebreuk besloten lokaal Vernieling gebouw/publiek toegankelijke plaats Eenvoudige mishandeling Diefstal Diefstal in vereniging Bedreiging Belediging van ambtenaar in functie Negeren bevoegd gegeven ambtelijk bevel Wederspannigheid Wapens, zoals boksbeugels en steekwapens Verkopen, verstrekken, etc. van softdrug Categorie 3: twaalf weken Artikel 141 Sr Artikelen 302/303 en 287 j° 45 Sr Artikel 312 Sr Artikelen 317 en 318 Sr Artikel 2:1A APV Artikelen 26 en 27 Wet wapens en munitie Artikel 2 Opiumwet Openlijke geweldpleging tegen personen Zware mishandeling en poging tot doodslag Diefstal met geweld Afpersing en afdreiging Overtreding van eerder opgelegd verblijfsverbod Wapens, zoals vuurwapens, traangas en wapenstokken Verkopen, verstrekken, etc. van harddrugs Artikel5Persoon woonachtig of werkzaam in aangewezen gebied 1.Indien de betrokkene aan wie de gebiedsontzegging wordt opgelegd, woont of werkt in het gebied waarvoor de ontzegging geldt, wordt dat aangewezen gebied zodanig aangepast dat er een aanlooproute is van en naar zijn woning of werklocatie of naar de middelen van openbaar vervoer. 2.Indien de betrokkene aan wie het besluit wordt opgelegd in het aangewezen gebied werkzaam is, dient hij zijn werkrooster schriftelijk bij de teamchef van de politie kenbaar te maken. Artikel6Recidive 1.Indien een betrokkene binnen zes maanden na de datum van een tot hem gericht besluit tot het opleggen van een gebiedsontzegging, opnieuw een overtreding van de in artikel 4 genoemde feiten begaat of er sprake is van een andere gedraging waarbij de openbare orde in het geding is, kan er wegens recidive wederom en zonder waarschuwing vooraf een gebiedsontzegging worden opgelegd. 2.Ingeval van recidive zoals bedoeld in het vorige lid, zijn artikel 2 en artikel 3, eerste lid van deze beleidsregels, niet van toepassing. Artikel7Administratieve afhandeling Het team Concern is verantwoordelijk voor de administratieve afhandeling van een gebiedsontzegging. Artikel8Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als: beleidsregels gebiedsontzeggingen gemeente Smallingerland
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.