Protocol openbaarmaking Wmo-toezichtIngangsdatum: 1 januari 2026 Met dit protocol legt GGD regio Utrecht vast hoe toezichtrapporten in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) openbaar worden gemaakt. Het protocol is gebaseerd op de Wet open overheid (Woo), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), en borgt een zorgvuldige, transparante en eenduidige werkwijze. Belangrijkste wijziging per 1 januari 2026: naast de bestaande actieve openbaarmaking van rapporten uit het reguliere kwaliteitstoezicht worden voortaan ook rapporten uit signaalgestuurd onderzoek actief gepubliceerd. Deze uitbreiding vergroot de transparantie, versterkt de lerende functie van het toezicht en geeft burgers, gemeenten en aanbieders inzicht in urgente kwaliteitskwesties. 1.Grondslag en uitgangspunten De Woo vormt de primaire basis voor openbaarmaking van toezichtrapporten, met als uitgangspunt dat overheidsinformatie in beginsel openbaar is, met enkele uitzonderingsgronden (artikel 5 Woo). Openbaar gemaakte informatie dient actueel, nauwkeurig en vergelijkbaar te zijn. De Awb stelt dat het besluit tot actieve openbaarmaking een formeel besluit is (artikel 1:3 Awb), waartegen bezwaar en beroep mogelijk is. De beginselen van behoorlijk bestuur zijn van toepassing, waaronder het vertrouwensbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel. Zo moet de toezichthouder gerechtvaardigde verwachtingen bij aanbieders honoreren, en dient het proces zorgvuldig te worden voorbereid, onder meer door belanghebbenden vooraf te informeren over het voornemen tot openbaarmaking en hen de gelegenheid te bieden een zienswijze te geven (artikel 4:8 Awb). De AVG vereist zorgvuldige verwerking van persoonsgegevens. Persoonsgegevens mogen alleen worden verwerkt indien dit strikt noodzakelijk is; bedrijfsnamen en andere openbare gegevens mogen in de regel worden opgenomen. Transparant toezicht Goed toezicht voldoet aan zes principes: selectief, slagvaardig, samenwerken, onafhankelijk, professioneel en transparant. Actieve openbaarmaking valt onder het principe van transparantie en heeft meerdere doelen: Inzicht geven aan gemeenten en burgers rondom de kwaliteit van Wmo-voorzieningen, bijvoorbeeld ten behoeve van de aanvraag en inkoop van ondersteuning. Het bieden van een (mogelijke) stimulans voor aanbieders om de vereiste verbetering in de kwaliteit van de ondersteuning aan te brengen. Publicatie kan de reputatie van een aanbieder positief of negatief beïnvloeden. Lerend effect creëren voor andere aanbieders, door inzicht te bieden in de toetsingscriteria en –procedures. Ondersteunen van andere toezichthouders en partijen die eigen onderzoek overwegen. Dit kan op het gebied van kwaliteit, rechtmatigheid, ketensamenwerking of arbeidsrecht, de landelijke inspecties en zorgkantoren. Het rapport kan bijdragen in de beeldvorming of informatie voorziening van een dergelijke partij. Verantwoording afleggen over de effectiviteit van het toezicht. Actieve en passieve openbaarmaking Toezichtrapporten kunnen zowel actief als passief openbaar worden gemaakt. Bij actieve openbaarmaking maakt het bestuursorgaan uit eigen beweging informatie openbaar. Dit betreft eindrapporten waarin de aanbieder de gelegenheid heeft gehad om feitelijke onjuistheden aan te geven en een zienswijze aan te leveren. Deze rapporten bevatten de uitkomsten van onderzoek waarin de Wmo-toezichthouder een oordeel geeft over de kwaliteit van de geboden voorziening. Wanneer een inwoner een verzoek indient tot openbaarmaking, is er sprake van passieve openbaarmaking (artikel 4 Woo). In dergelijke gevallen wordt vaak om meer documenten gevraagd dan alleen het toezichtrapport. Actieve openbaarmaking in Regio Utrecht Sinds 2021 publiceert regio Utrecht actief toezichtrapporten uit het reguliere kwaliteitstoezicht. Met ingang van 1 januari 2026 worden ook rapporten uit signaalgestuurd onderzoek actief openbaar gemaakt. 2.Voorwaarden en procedure Voorwaarden voor actief openbaar maken Mandaat De gemeenten hebben middels een mandaatbesluit de openbaarmaking van de toezicht- rapporten bij de GGDrU belegd. Toetsingskader Het Kader toezicht Wmo GGDrU 2021, met daarin een toetsingskader, is door de werkgroep Wmo is vastgesteld. De normen in het toetsingskader zijn een concrete uitwerking van de Wmo 2015. Handhavingskader Het Regionaal kader handhaving Wmo (geldend vanaf 12-10-2021 tot heden) bevat informatie over openbaarmaking Vaststellen Protocol openbaarmaking Het Algemeen Bestuur van GGDrU stelt dit protocol vast. Elk college van B&W stelt daarna het protocol (met terugwerkende kracht) vast middels een besluit. Informeren aanbieders GGDrU en gemeenten informeren de Wmo-aanbieders over openbaarmaking van rapporten. Per onderzoek volgt GGDrU het volgende proces: De toezichthouder brengt de aanbieder bij de start van het toezicht, schriftelijk op de hoogte van het voornemen tot openbaarmaking. De toezichthouder inventariseert de cliëntaantallen die worden aangedragen door de gemeenten waarvoor het toezicht wordt uitgevoerd. De gemeente met het grootst aantal cliënten, behandelt in beginsel de eventuele bezwaren op openbaarmaking af. GGDrU meldt dit bij de betreffende gemeente. De toezichthouder stelt na het onderzoek een conceptrapport op. Deze wordt intercollegiaal gecontroleerd op tekstuele en inhoudelijke beschrijving. De aanbieder ontvangt het conceptrapport en kan tot uiterlijk 2 weken na verzending van het conceptrapport een schriftelijke reactie geven. Dit betreft: Feitelijke onjuistheden/onvolledigheden die in het conceptrapport aangepast worden indien ondersteunend bewijs is aangeleverd; Een schriftelijke reactie waarin de aanbieder kan reageren op de inhoud van het rapport. In de schriftelijke reactie mogen niet voorkomen: (bijzondere) persoonsgegevens; bedrijfsnamen of bedrijfsgegevens van derden; strafbare of aanstootgevende teksten; reclame-uitingen. Een zienswijze op het voornemen tot openbaarmaking van het rapport. Hierin kan een aanbieder onderbouwen waarom (een specifiek onderdeel van) het rapport niet openbaar gemaakt dient te worden. De toezichthouder Wmo beoordeelt of de schriftelijke reactie op de inhoud van het rapport van de aanbieder aan deze eisen voldoet en past deze waar nodig aan. Dit kan door woorden onleesbaar te maken. Een reactie die te laat is ingediend, wordt niet verwerkt. De schriftelijke reactie wordt na ontvangst zo spoedig mogelijk verwerkt. De schriftelijke reactie is een bijlage van het rapport, waarna het rapport definitief wordt gemaakt. De toezichthouder Wmo, die op grond van ondermandatering van de Directeur Publieke Gezondheid GGDrU bevoegd is, beoordeelt de binnengekomen zienswijze(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.