/akn/nl/act/gemeente/2026/CVDR760004 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm1705/2025/Regeling29d0c2cf8a0242c9b8e7af90331ecb53 /join/id/stop/work_019 2026-04-01 2026-04-01 /akn/nl/act/gemeente/2026/CVDR760004/nld@2026-03-17 /join/id/proces/gm1705/2025/procedure0b6d58b63709471792acdbcc45f3c720 2026-03-17 2026-03-17 /akn/nl/act/gm1705/2025/Regeling29d0c2cf8a0242c9b8e7af90331ecb53/nld@2026-03-31;14052202 /akn/nl/act/gm1705/2025/Regeling29d0c2cf8a0242c9b8e7af90331ecb53 /akn/nl/act/gm1705/2025/Regeling29d0c2cf8a0242c9b8e7af90331ecb53/nld@2026-03-31;14052202 /join/id/stop/work_019 1 Warmteprogramma Lingewaard 2026-2035 1 Introductie: waarom een Warmteprogramma? 1.1 Inleiding Het energiesysteem in Lingewaard gaat flink veranderen. We stappen steeds meer over op duurzame bronnen zoals zon, wind, water en restwarmte van de industrie. We bouwen aan een toekomstbestendig en onafhankelijk energiesysteem, zonder aardgas en zonder afhankelijkheid van buitenlandse energie. De manier waarop we onze huizen en bedrijven verwarmen verandert ook en onze vraag naar elektriciteit stijgt. Dit vraagt om nieuwe of zwaardere netwerken. Denk aan nieuwe warmtenetten en het verzwaren en uitbreiden van het elektriciteitsnet. Die benodigde infrastructuur vraagt flinke investeringen. Dit Warmteprogramma richt zich op de toekomst van de warmtevoorziening in de gebouwde omgeving. In het Nationaal Klimaatakkoord
(2021)Warmtenet op aquathermie Vanaf 2028 Ja 2.849 Klappenburg 2026-2030 Warmtenet op aquathermie 2030-2035 Ja 1.313 Lootakkers, Walburgen en Vleumingen 2026-2030 Warmtenet op aquathermie 2030-2035 Ja Ca. 1.500 Nieuwbouw Driegaarden 2 en 3 n.v.t. Per woning/klein collectief (in onderzoek; netbewust bouwen is uitgangspunt) 2027-2030 Nee Ca. 600 Kern Doornenburg Al gestart Ondersteuning bewonersinitiatief 2026 Nee 969 Buitengebieden n.v.t. Elektrische warmtepompen 2026 Nee 2.082 Overige buurten >2035 n.t.b. >2035 Nee Ca. 8.500 Bedrijventerreinen en glastuinbouw n.v.t. n.t.b. 2026 Nee n.v.t. Voor de periode tot en met 2035 is de ambitie om ongeveer 5.700 bestaande woningen (uitgedrukt in WEQ) aardgasvrij te maken. Het gaat om de woningen in de Zilverkamp en 50% van de woningen in Klappenburg, Lootakkers, Walburgen en Vleumingen. De overige 50%, rekening houdend met een reëel aantal woningen dat per jaar kan worden aangesloten op een warmtenet, zal pas na 2035 aardgasvrij worden. Ook voor Doornenburg (bijna 1000 woningen) en het buitengebied (iets meer dan 2000 woningen) gaan we uit van 50% realisatie in de periode tot en met 2035. Als deze aantallen in de planperiode worden behaald, leidt dit tot realisatie van aardgasvrije oplossingen voor iets minder dan een derde van de opgave in de gebouwde omgeving. Die opgave omvat in totaal 17.700 bestaande woningen (uitgedrukt in WEQ). 3.5 Handelingsperspectief voor bewoners en bedrijven Nu we de plannen voor diverse gebieden kennen, is het belangrijk om aan te geven welk handelingsperspectief en ‘doenvermogen’ bewoners en bedrijven in de verschillende gebieden hebben en welke activiteiten de gemeente onderneemt om invulling van dat perspectief mogelijk te maken. Bewoners gaan zelf met hun woning aan de slag. De gemeente ondersteunt hierbij en borgt dat bewoners er in de warmtetransitie niet alleen voor staan en dat iedereen mee kan doen. Basis gemeentebreed: Aardgasvrijgereed maken van bestaande bouw Handelingsperspectief voor bewoners We gaan met bewoners in kernen in gesprek over dit Warmteprogramma, zodat bewoners weten wat er met hun omgeving gebeurt en zich bewust worden van wat de warmtetransitie in houdt; we kunnen hen dan informeren over verduurzamingsmaatregelen en subsidies. We informeren continu over verduurzaming van woningen en subsidies van het Rijk die voor bewoners beschikbaar zijn. In wijken die binnen afzienbare tijd aardgasvrij worden, helpen we bewoners bij tijdige verduurzaming, bijvoorbeeld door samen met bewoners collectieve inkoop van isolatiemaatregelen te organiseren. Bewoners kunnen op basis van dit Warmteprogramma beter inschatten wat zij met hun huidige verwarmingsinstallatie moeten doen, als deze aan het eind van de levensduur is. Verenigingen van Eigenaren vormen een specifieke doelgroep met wie we een maatwerkaanpak zullen ontwikkelen. We maken gebruik van het Energieloket en stimuleren dat bewoners activiteiten met elkaar kunnen ondernemen (informatie delen, collectief inkopen, etc.). Bewoners met lage inkomens helpen we in het kader van bestrijding van energiearmoede (nu is dat concreet de witgoedregeling en Operatie Isolatie). Isoleren is de basis Isolatie vormt de basis voor verduurzaming. We bedoelen hier maatregelen zoals vloer-, spouwmuur- en dakisolatie en dubbelglas met hoog rendement (HR++). We kiezen voor twee strategieën: een gericht op alle inwoners van Lingewaard en een meer wijkgerichte aanpak. In de gehele gemeente gaan we door met de Specifieke Uitkering Lokale Aanpak Isolatie (SPUK-LAI) en blijven we woning- en gebouweigenaren stimuleren om hun pand te isoleren. Dit doen we door het blijven financieren van de activiteiten van het Energieloket Lingewaard. De bestaande subsidieregelingen en duurzaamheidsleningen blijven van kracht. We zetten ons in om de middelen voor het tegengaan van energiearmoede volledig en zo doelmatig te besteden waarbij gestreefd wordt naar een structurele verbetering van de kwaliteit van de woningen. Los van het feit of op korte of langere termijn in een wijk wordt gestart met de route naar aardgasvrij, is isolatie onafhankelijk van de gekozen warmteoplossing. Goed geïsoleerde en geventileerde woningen verlagen de warmtevraag, verbeteren het comfort en maken het mogelijk om over te stappen op aardgasvrije verwarming met lagere temperaturen. Isolatie is niet alleen een technische maatregel, maar ook een sociale: het verlaagt de energierekening, vergroot het wooncomfort en draagt bij aan het draagvlak voor de warmtetransitie. Het gaat erom dat bewoners een handelingsperspectief hebben en weten welke maatregelen ze kunnen nemen, waar ze terecht kunnen en wat de besparingen en kosten van de maatregelen zijn. Accent op prioritaire wijken In de buurten waar realisatie van de alternatieve warmteoplossing binnen vijf jaar start (Zilverkamp en Doornenburg), stimuleren we woning- en gebouweigenaren om hun pand klaar te maken voor de nieuwe en duurzame warmte. We bekijken samen met de wijkbewoners de mogelijkheden om vanuit een collectieve aanpak een isolatieaanbod te doen en streven daarbij naar maximaal gebruik van subsidie- en financieringsmiddelen. We werken samen met organisaties zoals Waardwonen en Verenigingen van Eigenaren (VvE) om te zorgen dat ook huurwoningen en woningen in VvE’s tijdig zijn verduurzaamd. Met maatschappelijke organisaties gaan we in gesprek over een passende aanpak voor hun panden. Ook in overige wijken zijn stappen mogelijk In wijken waar niet op korte termijn met de realisatie van een warmtenet wordt begonnen, gaan we bewoners actief ondersteunen om isolerende maatregelen te nemen. In ieder geval willen we die mensen een concreet handelingsperspectief bieden. . Categorie 1: Buurten geschikt voor collectieve warmteoplossing, start realisatie binnen vijf jaar De uitgevoerde onderzoeken laten voor Zilverkamp zien dat een collectief warmtenet gevoed door aquathermie uit de Nederrijn (TEO) een haalbare, betaalbare en betrouwbare warmteoplossing is. We werken in dit project samen met de gemeente Arnhem, het Gelders Warmtebedrijf (GWB) en Firan (Alliander-dochter). We zien namelijk mogelijkheden voor uitbreiding van het warmtenet naar delen van Arnhem-Zuid. Voor de verdere technische uitwerking van de bron zijn Alliander, Rijkswaterstaat en de Vereniging Nederlandse Riviergemeenten een project gestart (Warmte uit Water). De situatie in Lingewaard is daarin een pilot. In 2027 krijgen bewoners een concreet aanbod om over te stappen naar de alternatieve warmteoplossing en kunnen zij aangeven of ze gebruik maken van de zogenoemde opt-out en zelf een eigen oplossing ontwikkelen. We verwachten te starten met realisatie vanaf 2028. Tot dat moment zorgen we ervoor dat bewoners hun woningen gereed maken voor de overstap; dat betekent dat woningen op dat moment minimaal energielabel C dienen te hebben. Categorie 2: Buurten geschikt voor collectieve warmteoplossing, inzet op verder onderzoek Dit betreft de buurten Klappenburg in Bemmel en de Lootakkers, Walburgen en Vleumingen in Gendt. De komende jaren zetten we in op onderzoek om de haalbaarheid van een collectieve warmteoplossing verder te onderzoeken, en daarbij ook mogelijke alternatieven mee te nemen. In deze buurten gaan we bewoners goed informeren over de opzet van het onderzoek en de activiteiten die zij individueel of gezamenlijk in hun buurt al wél kunnen ondernemen om stapsgewijs hun woningen te verduurzamen. Met de resultaten van onderzoek start het buurtproces Met de opbrengst van de onderzoeken gaan we in gesprek met inwoners, de woningcorporatie en andere gebouweigenaren. Bij de uitwerking van de plannen betrekken we de leerervaringen vanuit Zilverkamp. We verwachten dat als het onderzoek een positief beeld geeft voor een collectieve oplossing en er ook draagvlak is in de buurten, we in de periode 2030-2035 kunnen starten met de realisatie. Als het definitieve plan aan alle voorwaarden uit de Bgiw voldoet (zie paragraaf 3.2), stellen we voor om voor deze buurten de aanwijsbevoegdheid in te zetten. Klappenburg is een buurt uit de jaren ‘60 en omvat ruim 1.000 woningen. De buurt heeft een compacte opzet en er is projectmatig gebouwd. 35% van de woningen is van Waardwonen. Warmte uit de Waalplassen kan mogelijk gebruikt worden als bron. In de buurten Lootakkers, Walburgen en Vleumingen in Gendt staan samen ruim 1.500 woningen. De eerste twee wijken zijn gebouwd in de jaren ‘80. Vleumingen in de jaren ‘60 (behalve de recente nieuwbouw). Alle buurten zijn compact van opzet met relatief veel vergelijkbare woningen. Zo’n 30-40% van de woningen is in bezit van Waardwonen. Met name in Walburgen wonen relatief meer mensen met een lager inkomen. Door de nabijheid van de rioolwaterzuivering (RWZI) en de Waalplassen als bron, zijn er kansen voor een collectief warmtenet. Categorie 3: Buurten geschikt voor oplossingen per woning Driegaarden 2 en 3, nieuwbouw Hier gaat het om nieuwbouw van ongeveer 600 woningen die de komende jaren plaatsvindt. We hebben de voorkeur dat de bouw netbewust wordt uitgevoerd. Een grootschalig (LT-) collectief warmtenet lijkt voor Driegaarden een optie, maar dit is nog in onderzoek. Vanuit het concept van netbewust bouwen gaan we ervan uit dat per woning een warmteoplossing wordt ontwikkeld, of dat een klein collectief net op bepaalde plekken in de wijk kansrijk is. Wat betekent netbewust bouwen? Bij Netbewust bouwen van nieuwbouwwoningen of andere gebouwen, wordt in het ontwerp en de ontwikkeling al rekening gehouden met slimme en flexibele (warmte-)oplossingen. Bij deze oplossingen wordt naast de techniek ook gekeken naar andere manieren van samenwerken tussen betrokken partijen zoals de netbeheerder, de leverancier van installaties en bewoners. Het resultaat moet zijn dat de ontwikkeling het stroomnet zo min mogelijk belast. Driegaarden is het eerste concrete project waarin Netbewust bouwen als uitgangspunt wordt toegepast. Naar de toekomst toe willen we ook in andere nieuwbouwprojecten Netbewust bouwen als uitgangspunt hanteren. Meer informatie is te vinden op https://netbewustbouwen.com. Samen optrekken in de kern van Doornenburg We gaan samen met de Themagroep Duurzaam Doornenburg door om te onderzoeken of voor de inwoners en andere betrokken partijen in de kern, een oplossing mogelijk is die leidt tot zo laag mogelijke belasting van het elektriciteitsnet. Het betekent dat we met de themagroep een aanpak willen ontwikkelen om bewoners te ontzorgen bij de realisatie van een oplossing per woning. Binnen regionaal verband zullen kennis en ervaringen met andere kleinere kernen worden gedeeld. Woningen in buitengebieden volgen natuurlijk momenten In het buitengebied liggen de woningen vaak verspreid en zijn collectieve warmtenetten niet haalbaar. Een overstap naar een warmtepomp ligt meer voor de hand. Daarvoor is een goede isolatie van de woning cruciaal. Voor woningen die voor 1992 zijn gebouwd en niet voldoende zijn geïsoleerd, is verdere isolatie de eerste stap. Woningen van na 1992 kunnen vaak al zonder extra isolatie de overstap maken. We zien in de praktijk dat verduurzaming van de woning vaak plaatsvindt op natuurlijke momenten, zoals na de koop van een woning of bij de vervanging van een cv-ketel. Bewoners kunnen in een natuurlijk tempo hun woning verduurzamen zodat men maximaal gebruik kan maken van deze natuurlijke momenten. Als blijkt dat het tempo te laag ligt en het doel om in 2050 aardgasvrij te zijn niet gehaald dreigt te worden, kunnen we op langere termijn alsnog instrumenten zoals de aanwijsbevoegdheid inzetten om het tempo te versnellen. Categorie 4: Overige buurten en maatwerk In de overige buurten is nog onduidelijk wat de beste warmteoplossing is. De verschillen tussen collectieve warmteoplossingen en oplossingen per woning zijn daar klein. Verder onderzoek is nodig, maar dat pakken we niet op korte termijn op. We willen namelijk gebruik maken van de leerervaringen die we komende jaren gaan opdoen. Daarom gaan we pas na 2035 met de overige buurten aan de slag. We zullen bewoners ondersteunen bij het nemen van energiebesparende maatregelen, zoals we dat gemeente breed doen. We gaan leren van ervaringen Voor de overige buurten in Huissen, Bemmel en Gendt geldt dat de ervaringen in de buurten van categorie 1 en 2 sterk bepalend zijn voor de uiteindelijke keuze. Als aanleg van collectieve warmtenetten slaagt, gaan we die ervaring ook gebruiken in de overige buurten. Echter, mocht de ontwikkeling van warmtenetten niet succesvol zijn, dan is dat ook een belangrijke factor voor de keuze in deze buurten. We verwachten dat tot 2035 een aantal bewoners voor hun woning zal kiezen voor een (hybride) warmtepomp. Oplossingen per woning zetten het slagen van een collectief warmtenet onder druk. Aan de andere kant zijn warmtepompen na 15 tot 20 jaar aan vervanging toe en kan dat een nieuwe afweging zinvol maken en kunnen bewoners alsnog aansluiten op een warmtenet. Daarvoor is het wel nodig om regelmatig, bij het actualiseren van het Warmteprogramma, de warmteoplossingen opnieuw met elkaar te vergelijken en de bewoners het juiste actuele handelingsperspectief te geven. Voor Haalderen geldt min of meer hetzelfde. Hier willen we afwachten welke leerervaringen we opdoen in de voorkeursbuurten in Bemmel. In Haalderen zullen daarnaast de komende jaren plannen worden ontwikkeld voor nieuwbouw. Bij de uiteindelijke keuze voor een warmteoplossing worden deze ontwikkelingen meegenomen. In de komende 10 jaar zal dat stap voor stap duidelijk worden. Voor de nieuwbouw hanteren we het uitgangspunt van Netbewust bouwen. Als basis voor de verduurzaming van bestaande bouw geldt hier het inzetten op besparen en isoleren en het ondersteunen van bewoners. Soms is collectief niet haalbaar Voor Angeren is de situatie anders. Alhoewel de verschillen tussen collectieve oplossingen en oplossingen per woning in theorie klein zijn, mag worden aangenomen dat de kern te klein is om een haalbare en betaalbare collectieve oplossing te kunnen ontwikkelen. In Doornenburg heeft aanvullend onderzoek dat ook laten zien. Het is niet waarschijnlijk dat op lange termijn een collectief warmtenet een kansrijke optie is, en dat voor Angeren een oplossing per woning de voorkeur verdient. Daarmee kunnen bewoners dan zelf aan de slag. Maatwerk bieden aan bedrijven De situatie op de bedrijventerreinen vraagt om maatwerk. Ondernemers die onderzoek doen naar warmteoplossingen (haalbaarheid, betaalbaarheid) ondersteunen we. Dit gaat vaak samen met de verduurzaming van de proceswarmte. Naast het vraagstuk van de ruimteverwarming dienen bedrijven te bekijken welke maatregelen, als onderdeel van de geldende energiebesparingsplicht, mogelijk zijn en zich binnen 5 jaar terugverdienen. 4 Vervolgacties en handelingsperspectief 4.1 Inleiding De vaststelling van het Warmteprogramma markeert een nieuwe periode waarin we als gemeente, samen met bewoners, Waardwonen, de netbeheerder, bedrijven en maatschappelijke organisaties aan de slag gaan om de plannen uit te voeren. 4.2 Activiteiten van de gemeente De gemeente gaat de volgende activiteiten uitvoeren: Tabel 4.1: Uitvoeringsagenda gemeente vanuit dit Warmteprogramma Activiteit Toelichting Termijn Toelichting op Warmteprogramma en handelingsperspectief per kern Vanaf het voorjaar in 2026 organiseren we een ronde langs de kernen om de betekenis van het Warmteprogramma per kern toe te lichten, evenals de manier waarop bewoners ondersteund kunnen worden bij het verduurzamen van hun woning. Voorjaar 2026 Basis: Lingewaard-brede aanpak voor besparing en isolatie Inzet Operatie Isolatie voortzetten. Inzet en financiering Energieloket Lingewaard. Ontwikkelen handelingsperspectief voor bewoners op basis van informatievoorziening, bewustwording en advies. Inzet op bewustwording via ‘Het Stroomt’. Permanent Categorie 1: Specifieke aanpak voor gebieden waar realisatie binnen 5 jaar start Zilverkamp: Voortzetten planvorming richting besluitvorming ontwikkelfase en uitvoeringsplan; wijziging Omgevingsplan door gemeenteraad. Extra inzet op Operatie Isolatie bij woningen met label D en slechter. Inzet Energieloket Lingewaard en ‘Het Stroomt’ bij woningen met label C en slechter. Aanpak voor verduurzaming van gemeentelijk vastgoed zoals scholen, buurtcentra en sportcomplexen. 2026-2030 Categorie 2: Aanpak voor gebieden met inzet op verder onderzoek en realisatie in periode 2030-2035 Klappenburg, Lootakkers, Walburgen en Vleumingen: Starten haalbaarheidsonderzoek naar mogelijk collectieve oplossingen. Handelingsperspectief voor woningeigenaren met aandacht voor generieke besparings- en isolatiemaatregelen. Afspraken met Waardwonen over hun onderhouds- en renovatieprogramma. Vanaf 2026 Permanent Opnemen in prestatieafspraken Categorie 3: Buurten geschikt voor oplossingen per woning Driegaarden 2 en 3: Inzet op realisatie warmteoplossingen binnen het concept van netbewust bouwen. Doornenburg: Samenwerken met Themagroep Duurzaam Doornenburg en ondersteunen bij oplossing die belasting van het net minimaliseert. Ontwikkelen ontzorgingsaanpak voor bewoners in de kern van Doornenburg. Buitengebied: Bewoners informeren en adviseren over hun handelingsperspectief op natuurlijke momenten, samen met het Energieloket Lingewaard. 2026 2026-2030 Permanent Categorie 4: Overige buurten en maatwerk Ondersteunen bewoners bij besparing en isolatie, samen met het Energieloket Lingewaard. Bedrijven informeren over de energiebesparingsplicht, extra communicatie-inzet, afstemmen op regionaal niveau. Permanent Vanaf 2026 Investeren in netwerk met installatiebedrijven, bouwbedrijven en makelaars Beiden groepen zijn aanspreekpunten en intermediairs voor veel bewoners. Doel is delen van kennis en activiteiten uit dit Warmteprogramma. Start in 2026 Samenwerken in GMR In regioverband uitwisselen van leerervaringen en kennisdeling. Permanent Monitoren en evalueren Er vindt een evaluatie plaats van de stand van zaken en wordt gemonitord op basis van indicatoren zoals opgenomen in het Programma KEC. Tweejaarlijks 4.3 Mogelijkheden voor inwoners en bedrijven Dit Warmteprogramma biedt mogelijkheden voor acties die inwoners en bedrijven kunnen uitvoeren. Deze hebben we op een rij gezet in tabel 4.2. Tabel 4.2: Mogelijke acties door inwoners en bedrijven Activiteit Toelichting Termijn Aardgasvrijgereed maken van de woning Inwoners in Lingewaard kunnen gebruikmaken van ondersteuning vanuit het Energieloket Lingewaard en de beschikbare subsidieregelingen. Permanent Aardgasvrijgereed maken van woningen in gebieden waar realisatie binnen 5 jaar start Gebiedsgerichte inzet op communicatie, bewustwording en ondersteuning vanuit Energieloket Lingewaard zet bewoners aan tot actie. Organiseren collectieve inkoopacties vanuit betrokken buurtbewoners of coöperaties. 2026-2030 Aardgasvrijgereed maken van woningen in kern Doornenburg Initiatieven vanuit themagroep Duurzaam Doornenburg. Actieve deelname inwoners aan activiteiten zoals collectieve inkoop en ontzorgingstraject. 2026-2030 Deelname aan bestaande bewonersgroepen of starten van een nieuwe Bewoners kunnen lid worden van de Coöperatie Duurzaam Zilverkamp en/of deelnemen aan de klankbordgroep Zilverkamp Aardgasvrij. Bewoners kunnen deelnemen aan bijeenkomsten van de themagroep Duurzaam Doornenburg. Bewoners kunnen zich verenigingen in een groep, en met de gemeente contact leggen over mogelijkheden. Permanent Subsidie aanvragen Gemeente kent een regeling voor ondersteuning van bewonersinitiatieven. Jaarlijks Maatwerk bedrijven Actief zoeken naar mogelijkheden om energie te besparen en het nemen van maatregelen in het kader van de energiebesparingsplicht. Deze verplicht bedrijven en instellingen met milieubelastende activiteiten en een relatief groot energieverbruik, om alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder, uit te voeren. Permanent 4.4 Monitoring en evaluatie De komende jaren monitoren we de voortgang van de warmtetransitie. Dit is verplicht voor de buurten waar we in de komende jaren van het aardgas af willen gaan. De gemeente wil tegelijkertijd ook leren van de warmtetransitie. Dat betekent dat we onze aanpak regelmatig evalueren en waar nodig bijstellen. Monitoring Om de voortgang van de warmtetransitie in Lingewaard te monitoren, worden een aantal indicatoren bijgehouden. Tabel 4.3: Indicatoren voor de monitoring van dit Warmteprogramma Indicator Uitwerking Frequentie Bron Energieverbruik woningen Gemiddeld gas- en elektriciteitsverbruik per buurt Tweejaarlijks CBS Gebruik van ondersteuningsmiddelen Aantal bewoners dat gebruik heeft gemaakt van de aangeboden ondersteuningsmiddelen Jaarlijks op basis van rapportage Energieloket Lingewaard Energieloket Lingewaard, Gemeente Aantal aansluitingen op warmtenet Aantal aangesloten gebouwen op het warmtenet voor gebieden waar een warmtenet wordt gerealiseerd Jaarlijks WNL Aantal aardgasvrije gebouwen, in gebieden waar de gemeente de aanwijsbevoegdheid inzet Aantal gebouwen zonder aardgasaansluiting Tweejaarlijks Liander/CBS Evaluatie De uitkomsten van de monitoring vormen de basis van het monitoringsverslag, inclusief duiding van de uitkomsten. In dit verslag doen we aanbevelingen voor het uitvoeringstempo in relatie tot de risico's en kansen op het gebied van leefbaarheid, netcongestie en draagvlak. We betrekken dit verslag bij de verantwoording over het Programma Klimaat, Energie en Circulariteit. Bij de vaststelling van het volgende Warmteprogramma (medio 2031) wordt de voortgang van de gebieden beschreven. Als de evaluatie daartoe aanleiding geeft, passen we de plannen aan. Gevolgen voor het budget leggen we aan de gemeenteraad voor. Als aanpassingen gevolgen hebben voor de planning of doelen, wordt hier ambtelijk een besluit over genomen. De evaluatie kan de aanleiding zijn dat het Warmteprogramma gewijzigd moet worden. Voor een dergelijke wijziging is een nieuw besluit van het college van B&W nodig. Bijlage II Overzicht Documentenbijlagen Bijlage B - Data en analyses Ontwerp-Warmteprogramma Lingewaard 2026-2035 /join/id/regdata/gm1705/2025/4c2c378d86654f159e2567b90d46118b/nld@2026-03-31;14052215 Bijlage III Deel A: Toelichting bij het Warmteprogramma Lingewaard 1 Begrippenlijst Aardgasvrij: Woningen en gebouwen die gebruikmaken van een hernieuwbare warmtebron. Deze woningen en gebouwen maken geen gebruik van aardgas. Aquathermie: Aquathermie is de verzamelterm voor duurzaam verwarmen en koelen met water. Het gaat om warmte en koude uit afvalwater (TEA), drinkwater (TED) en oppervlaktewater (TEO). Thermische energie uit Afvalwater (TEA): Het benutten van warmte en koude uit riolering, rioolgemalen, rioolpersleidingen en het effluent van rioolwaterzuiveringsinstallaties. Thermische energie uit Oppervlaktewater (TEO): Het benutten van warmte en koude uit oppervlaktewater. Bijdrage aansluitkosten (BAK): De eenmalige kosten, na aftrek van subsidies, die een gebouweigenaar betaalt voor aansluiting van het gebouw op het warmtenet. Deze kosten bestaan uit een door de ACM gereguleerde Aansluitbijdrage (AB) en, in sommige gevallen, een vrije Kostendekkingsbijdrage (KDB). De BAK is exclusief inpandige aapassingen. Coöperatie Duurzaam Zilverkamp (CDZ): Een bewonerscoöperatie actief binnen de Zilverkamp. Collectieve warmteoplossing: Warmteoplossing die in een keer voor meerdere huishoudens op buurt of wijkniveau genomen worden. Duurzame energie/warmtebronnen: Duurzame energie is opgewekt uit bronnen die niet op kunnen raken. Ook wel: hernieuwbare energie. Duurzame warmtebronnen zijn bronnen die warmte produceren op basis van duurzaam beschikbare energie. Duurzaam inwonersinitiatief: Inwoners die samen met hun buurt of wijk willen werken aan energiebesparing of de overgang naar een alternatieve, duurzame warmtebron voor de buurt of wijk. Elektriciteitsnet: Het stelsel van elektrische leidingen dat wordt gebruikt om elektriciteit te transporteren van elektriciteitscentrales naar de gebruikers. Elektriciteitsneutraal: Alle elektriciteit die in Lingewaard wordt verbruikt, wordt op een duurzame manier opgewekt binnen Lingewaard. Energielabel: Een energielabel laat zien hoe energiezuinig een woning is. Het is een indeling van een woningen/gebouwen op basis van gebouweigenschappen (zoals isolatie, omvang e.d.), aanwezige installaties (cv-ketel, warmtepomp e.d.) en duurzame opwek (zonnepanelen e.d.). Een energielabel is verplicht voor woningen bij verkoop, verhuur en oplevering. Energieneutraal: Energieneutraal betekent dat er niet meer energie verbruikt wordt dan er zelf ter plekke wordt opgewekt. Energiesysteem: Met een energiesysteem bedoelen we de verbinding tussen vraag en aanbod (opwek en gebruik), transport en opslag van verschillende energievormen. Om klimaatneutraal te zijn, moeten die systemen overgaan op hernieuwbare (duurzame) energievormen. Energietransitie: De structurele verandering naar een duurzaam energiesysteem in heel Nederland. Met een transitie wordt bedoeld een maatschappelijk ingrijpende en complexe verandering van het systeem, die vraagt om een langetermijnaanpak. Fossiele brandstoffen: Brandstoffen die niet-hernieuwbaar zijn, wat betekent dat ze opraken en niet op natuurlijke wijze kunnen worden aangevuld. Dit zijn brandstoffen zoals aardgas, aardolie en steenkool. Bij het gebruik van deze brandstoffen komt CO2 en andere vervuilende stoffen vrij. Gebouwde omgeving: Een van de vijf sectoren uit het Nationaal Klimaatakkoord. Met de gebouwde omgeving bedoelen we alle woningen, kantoren, ziekenhuizen, scholen enzovoorts. Het warmteprogramma focust zich op de gebouwde omgeving. Voor de andere sectoren elektriciteit, industrie, landbouw & landgebruik en mobiliteit worden per sector andere plannen voor de reductie van uitstoot van broeikasgassen opgesteld. Geothermie: Ook wel aardwarmte. Geothermie is de vorm van hernieuwbare warmte die van nature in de bodem zit opgeslagen. Geothermie komt van dieper dan 500 meter onder de grond en heeft en temperatuur boven 35 graden. Hoe dieper wordt geboord, hoe hoger de temperatuur van het opgepompte water. Gigajoule (GJ): Een meeteenheid voor warmte. Gigajoule geeft het energieverbruik voor verwarming en warm water en wordt gebruikt bij warmtenetten. Groene Metropool Regio (GMR): Samenwerkingsverband tussen 16 gemeentes in de regio Arnhem-Nijmegen. GWh: Een afkorting van gigawattuur: hoeveelheid energie die op jaarbasis geleverd kan worden. 1 GWh is gelijk aan 1.000 Megawattuur. Hoge Temperatuur Opslag (HTO): Een vorm van energieopslag waarbij warmte in de ondiepe ondergrond wordt opgeslagen. Hybride warmtepomp: Warmtepomp die samenwerkt met een cv-installatie die daarvoor geschikt wel geschikt moet zijn. Individuele warmteoplossing: Warmteoplossing die op het niveau van een huishouden getroffen wordt. Klimaatadaptatie: De manier waarom de samenleving zich aanpast aan het veranderende klimaat, en de schadelijke gevolgen van bijvoorbeeld regenwateroverlast probeert te beperken. Klimaatakkoord van Parijs: In 2015 is er met 195 landen afgesproken dat de CO2-emissies zo snel mogelijk moeten minderen om verdere opwarming van de aarde tegen te gaan. Om de opwarming tot 1,5 graden te beperken. Willen wij is 2050 klimaatneutraal zijn, en moet de uitstoot nu zo snel gaan afnemen. MWh: Een afkorting van Megawattuur: eenheid voor elektrisch vermogen, geleverd gedurende één uur. Nationaal Klimaatakkoord: De Nederlandse invulling (juni 2019) van het Klimaatakkoord van Parijs, bestaande uit meer dan 600 afspraken tussen bedrijven, maatschappelijke organisaties en voerheden om de uitstoot van broeikasgassen in 2030 te halveren ten opzichte van 1990. Het Nationaal Klimaatakkoord is onderverdeeld in vijf sectoren: elektriciteit, gebouwde omgeving, industrie, landbouw & landgebruik en mobiliteit. Per sector worden er plannen opgesteld om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Nationale kosten: De totale directe, financiële kosten van de maatregelen die nodig zijn om een aantal woning(equivalent) de transitie te laten doormaken naar een duurzame warmtevoorziening, afgezet tegen de kosten van de huidige warmtevoorziening. Die kosten zijn inclusief de kosten en baten van energiebesparing, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies. In het Nationaal Klimaatakkoord is afgesproken de warmtetransitie uit te voeren tegen de laagste nationale kosten. Nationaal Isolatieplan (NIP): Het doel van het NIP is om 2,5 miljoen woningen te isoleren tot en met 2030. De nadruk ligt daarbij om de 1,5 miljoen slecht geïsoleerde woningen (energielabel D, E, F en G) Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW): Het NPLW is een interbestuurlijk programma van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO), het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG), de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO) en ondersteund gemeentes in de transitie naar aardgasvrije wijken, buurten en dorpskernen. Netcongestie: Er is sprake van netcongestie als de vraag naar transport van elektriciteit groter is dan de transportcapaciteit van het net. Dat houdt in dat de maximale hoeveelheid elektriciteit die verplaatst kan worden over het net bereikt is. Op dit moment is in grote delen van Nederland sprake van netcongestie. Operationele kosten - De terugkerende kosten die een warmtebedrijf maakt voor het uitvoeren en in stand houden van de kernactiviteiten van het bedrijf, zoals het opwekken, inkopen, distribueren en leveren van warmte. Operationele kosten worden ook wel OPEX (operational expenses) genoemd. Regionale energiestrategieën (RES) - De landelijke afspraken van het Nationaal Klimaatakkoord worden uitgewerkt in 30 Regionale Energiestrategieën. Iedere regio onderzoekt haar vraag naar warmte en elektriciteit en geeft aan hoeveel duurzame warmte en elektriciteit er op eigen grondgebied kan worden gerealiseerd. Lingewaard maakt deel uit van de regio Arnhem-Nijmegen. Participatie – Participatie houdt in dat bewoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en andere betrokken actief meedoen vanuit de samenleving. Dit betekent dat zij mee kunnen denken over projecten, initiatieven en besluiten. Per onderwerp of project kan de manier waarop participatie plaatsvindt, verschillen. Programma Aardgasvrije Wijken (PAW): Een initiatief vanuit het NPLW, waarin wijken aangewezen zijn als proeftuin. Deze proeftuinen ontvangen een bijdrage van de overheid om zo snel mogelijk over te stappen naar hernieuwbare warmtebronnen. De wijk Zilverkamp in Huissen in een PAW-wijk. Restwarmte - Warmte die een onvermijdelijk bijproduct is van industriële of bedrijfsmatige processen. Zonder verbinding met het warmtenet komt deze warmte in de lucht of het water terecht. RWZI - Een afkorting voor een rioolwaterzuiveringsinstallatie. Specifieke Uitkering Lokale aanpak isolatie (SpUk Lai) - Een uitkering die gemeenten en provincies krijgen van de Rijksoverheid om bepaald beleid uit te voeren. In dit geval voor woningisolatie. Naast energielabels wordt er ook gekeken naar de WOZ-waarde van een koopwoning. Met de SpUk Lai heeft Lingewaard de isolatiesubsidie Operatie Isolatie opgezet. Transitievisie Warme (TVW): De voorloper van het warmteprogramma. In de TVW werd vastgelegd op welke termijn wijken aardgasvrij kunnen worden en welke alternatieve warmtevoorziening met de kennis van toen het meest voor de hand lag. TWh: Een afkorting van Terrawattuur: Hoeveelheid energie die op jaarbasis geleverd kan worden. 1 TWh is 1.000 GWh. Warmteaansluiting: Het afleverpunt van warmte vanuit het warmtenet; de koppeling tussen het warmtenet en de verbruiker(
- s)van de warmte. Via één leveringsaansluiting kan aan meerdere adressen warmte geleverd worden. Individuele warmteaansluiting - Een individuele warmteaansluiting is de verbinding tussen de binneninstallatie en het warmtenet of het inpandig leidingstelsel. Bij een individuele warmteaansluiting zit achter de aansluiting één enkele verbruiker. Centrale warmteaansluiting - Een centrale warmteaansluiting is de verbinding tussen het warmtenet en het inpandig leidingstelsel. Bij een centrale warmteaansluiting zitten achter de aansluiting meerdere verbruikers. Soms wordt wel gesproken van blokverwarming. Warmtebedrijf: Een warmtebedrijf is een onderneming die gericht is op het transport, de levering, productie of inkoop van warmte. Publiek warmtebedrijf: Een warmtebedrijf dat direct of indirect voor meer dan 50% eigendom is van de Staat der Nederlanden, provincies, gemeenten en/of andere openbare lichamen. Warmtegemeenschap: Een warmtegemeenschap is een warmtebedrijf van, voor en door de eindgebruikers. Dat betekent dat het eigendom en de zeggenschap over het warmtenet voor 100% liggen bij de eindgebruikers van het warmtenet. Warmtekavel: Een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen, aaneengesloten gebied waarbinnen één warmtebedrijf exclusief actief is in het distribueren en leveren van warmte. Warmtenet: Een warmtenet is het geheel aan leidingen, bijbehorende installaties en overige hulpmiddelen ten behoeve van het transport van warmte in de vorm van water naar een verbruiker. De aanvoertemperatuur van het water, de temperatuur waarmee warmte aan de leveringsaansluiting wordt afgegeven, kan verschillen: Hoogtemperatuur (HT): > 75 °C Middentemperatuur (MT): > 55 ≤ 75 °C Laagtemperatuur (LT): > 30 ≤ 55 °C Zeerlaagtemperatuur (ZLT): ≤ 30 °C Warmtetransitie: De overgang van het gebruik van aardgas naar hernieuwbare alternatieven voor het koken en het verwarmen van woningen en kraanwater. Wcw (Wet collectieve warmte). Vervanger van de huidige Warmtewet. Deze wet regelt de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en borgt tegelijk de publieke belangen duurzaamheid, leveringszekerheid en betaalbaarheid. WEQ: Een afkoritng van warmte-equivalent, een eenheid van warmtevraag die gebruikt wordt om panden met elkaar te kunnen vergelijken. 1 WEQ is gelijk aan 27 GJ per jaar. Wgiw (Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie): Deze wet geeft gemeente de bevoegdheid om wijken, buurten en dorpskernen volledig te voorzien van een duurzaam warmtealternatief. Dit wordt verder uitgewerkt in de Bqiw (Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie) en de Rgiw (regeling gemeentelijke instrumenten warmtetransitie). 2 Evaluatie Transitievisie Warmte 2021 2.1 Inleiding In deze bijlage wordt de Transitievisie Warmte (hierna TVW) uit 2021 uitgebreid geëvalueerd. In dat beleidsstuk werden diverse ambities en doelstellingen beschreven voor 2030. Aan de hand van deze ambities en doelstellingen evalueren we de voortgang. Dit warmteprogramma verschijnt in 2026, in het midden van deze periode. In de TVW worden 3 buurten als startgebieden genoemd. Deze gebieden zijn: NEXTgarden (paragraaf 2.2.2) De Zilverkamp (paragraaf 2.2.3) Doornenburg (paragraaf 2.2.4) We beschrijven de voortgang vanaf 2021 tot en met november 2025 voor deze wijken in paragraaf 2.2.2, 2.2.3 en 2.2.4, waarna de geleerde lessen uit de startgebieden worden beschreven in paragraaf 2.2.5. Verder worden er in de TVW een aantal ambities en doelstellingen beschreven. Deze ambities en doelstellingen evalueren we in paragraaf 2.3. Als laatste worden er in de TVW een aantal startkansen vermeld, dit zijn selecties en acties waarvoor de gemeente Lingewaard zich inzet in de periode tot 2030. De voortgang van deze startkansen worden beschreven is paragraaf 2.4. 2.2 Voortgang startgebieden 2.2.1 Overzicht buurten In de onderstaande tabel staat een overzicht van de buurten die in de TVW zijn aangeduid als gebieden om voor 2030 te starten. Omdat de TVW een andere vorm had dan het huidige warmteprogramma, rapporteren we over de resultaten zoals we die daar formuleerden. Vervolgens wordt er per startbuurt beschreven wat de ontwikkelingen zijn sinds 2021. CBS Buurtcode Buurtnaam Bedrijven/WEQ Beoogde energie infrastructuur Resultaat Toelichting BU17050011 BU17050012 BU17050213 NEXTgarden 14 bedrijven Warmtenet Onderzoek naar uitbreiding loopt. Binnen het LOAN-cluster wordt er onderzoek gedaan naar geothermie. BU17050203 BU17050204 BU17050205 BU17050206 Zilverkamp 2783 WEQ Warmtenet Haalbaarheidsstudie is afgerond. De verdere uitwerking van het warmtenet loopt momenteel. (verdiepingsfase). Aquathermie, gewonnen uit de Neder-Rijn wordt momenteel verder uitgewerkt i.s.m. Rijkswaterstaat, Alliander en Gemeente Arnhem. BU17050500 Doornenburg 1140 WEQ All-Electric Haalbaarheidsstudie naar warmtenet afgerond. All-electric de voorkeursvariant Uit onderzoek van Spectrum/DEP blijkt dat een grootschalige collectieve oplossing in de vorm van een warmtenet niet haalbaar is in Doornenburg. 2.2.2 NEXTgarden Voortraject NEXTgarden is een glastuinbouwontwikkelingsgebied in de gemeente Lingewaard. In NEXTgarden zijn ruim 70 glastuinbouwondernemers actief op een glasareaal van zo’n 180 ha. De ondernemers houden zich bezig met verschillende typen teelten; pot- en perkplanten (bijv. anthurium, fuchsia's), snijbloemen (bijv. fresia’
- s)en groenten/fruit (bijvoorbeeld aardbeien en aubergines). Daarnaast zijn veredelaars actief in NEXTgarden via een eigen vestiging of in samenwerking met een lokaal glastuinbouwbedrijf. In het gebied zijn verschillende koploperbedrijven gevestigd die zich bezighouden met nieuwe (consumenten) concepten, verduurzaming en innovatieve teeltoplossingen (bijv. Royal Berry, Karma Plant, Zandvoort Flowers). Waar in andere glastuinbouwgebieden de (betaalbare) ontwikkelruimte schaars is, zijn er wel mogelijkheden voor bedrijfsvestiging en -ontwikkeling in NEXTgarden. Verschillende kavels worden aangeboden aan glastuinbouwbedrijven die zich willen vestigen. Ondernemers kunnen rekenen op een aantrekkelijk vestigingsklimaat dankzij gemeenschappelijke voorzieningen op het gebied van duurzame energie (o.a. warmtenet) en gietwater, goede ontsluiting (nog beter bij realisatie doortrekking A15), ligging nabij afzetmarkt Duitsland en de korte afstanden tot kennis- en onderwijsinstellingen (o.a. WUR, HAN, HAS en Helicon). Ondernemers, kennisinstellingen en overheid werken bovendien aan versterking van het vestigingsklimaat om ondernemers de kans te bieden om hun bedrijf verder te ontwikkelen. Ontwikkelingen sinds 2021 Eind 2021 verscheen de gebiedsvisie NEXTgarden en de strategische visie NEXTgarden 2030. In deze documenten wordt de rode lijn voor de toekomst van het gebied uiteengezet. Er zijn vier ambities voor het gebied opgesteld, waarbij de volgende ambitie relevant is voor het warmteprogramma “Robuuste en duurzame energiemix: NEXTgarden is in 2030 een energieneutraal glastuinbouwgebied met een rol in energienetwerken voor warmte. Daartoe beschikt het gebied over verschillende vormen van duurzame energieopwekking, opslagmogelijkheden voor energie en een verbonden warmtenet. Op de weg hiernaar toe werkt NEXTgarden samen met (boven)regionale partners omdat het thema robuuste en duurzame energiemix de schaal van de gemeente overstijgt”. De ambitie om energieneutraal te zijn is medio februari 2022 vastgelegd in een intentieverklaring tussen de gemeente en 15 andere partners. De ambitie van NEXTgarden om in 2030 energieneutraal te zijn is een stevige ambitie. NEXTgarden zou in 2030 het eerste glastuinbouwgebied van Nederland moeten zijn wat energieneutraal is. Dit is 10 jaar sneller dan de landelijke ambitie voor glastuinbouwgebieden. Daarnaast het LOAN-cluster (gemeenten Lingewaard, Overbetuwe, Arnhem en Nijmegen) van de RES-regio Arnhem-Nijmegen loopt er een onderzoek naar de winning van geothermie bij Elst. Deze gewonnen warmte kan worden aangesloten op een al bestaand warmtenet in NEXTgarden. 2.2.3 De Zilverkamp Voortraject De wijk Zilverkamp is een wijk in Huissen uit de jaren ’70 en ‘80. In 2017 is er door inwoners in overleg met de gemeente een Wijkontwikkelingsplan (WOP) voor de wijk opgesteld. Duurzaamheid en toekomstbestendige woningen zijn één van de thema’s die in het WOP-traject vanuit inwoners naar voren kwamen. Vanuit actieve wijkbewoners is toen de werkgroep Duurzaam Zilverkamp ontstaan. Hieruit is het idee ontstaan om de mogelijkheden voor aardgasvrij wonen te onderzoeken. In 2018 is door de bewoners(organisatie), gemeente, woningbouwcorporatie, de lokale energiecoöperatie, het waterschap en Alliander gezamenlijk een succesvolle aanvraag ‘Zilverkamp Wijk van de Toekomst’ in het kader van het Gelders Energie Akkoord gedaan. In overleg met en met steun van de Wijk van de Toekomst partijen is een succesvolle aanvraag voor een bijdrage in het kader van het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) gedaan. Deze aanvraag omvatte een plan met business case op basis van een warmtenet vanuit Bergerden, het tuinbouwgebied NEXTgarden. De warmte zou in dit plan geproduceerd worden met een biomassacentrale en gasgestookte WKK’s. In het oorspronkelijke plan was er sprake van hoge-temperatuur opslag in de bodem en oude ketels zouden worden gebruikt als back-up. Ook was er in dit plan sprake van zonthermie vanuit de Zilverkamp zelf. Gemeente Lingewaard is één van de 66 gemeenten in Nederland waaraan deze bijdrage is toegekend. De bijdrage bedraagt 4,15 miljoen euro. Dit geld is hoofdzakelijk bedoeld om de ‘onrendabele top’ voor 500-600 woningen af te dekken bij het aardgasvrij maken van de woningen. Ontwikkelingen sinds 2021 In het voorjaar van 2021 hebben woningcorporatie WaardWonen, werkgroep Duurzaam Zilverkamp (eigenarencoöperatie in oprichting) en gemeente Lingewaard formeel een samenwerking gevormd en intentieverklaring ondertekend, die de invulling van het traject verder samen vormgeven. De werkgroep Duurzaam Zilverkamp heeft een eigenarencoöperatie (Coöperatie Duurzaam Zilverkamp) gevormd om de belangen van inwoners beter te kunnen behartigen. Met deze drie partijen is in december 2021 een samenwerkingsovereenkomst getekend. Na een periode van gezamenlijk overleg en het laten doen van verschillende (technische) onderzoeken, is de samenwerking op 15 april 2024 opgezegd vanuit de Gemeente Lingewaard. Dit had verschillende redenen: De gemeente krijgt met het oog op nieuwe wetgeving de volledige verantwoordelijkheid in het aardgasvrij maken. De gemeente wil die verantwoordelijkheid daarom ook ten volle nemen. En zelf de keuzes kunnen maken die daarbij horen. De samenwerking zorgde voor vertraging van bepaalde processen en juist een verkokering van betrokkenheid en draagvlak in de wijk. De gemeente wil een zo breed mogelijke inspraak en participatie organiseren, verder dan de actieve leden van CDZ. In 2024 is er een haalbaarheidsstudie uitgevoerd door adviesbureau DEP (Duurzaam Energie Perspectief). Hierin werden de verschillende (technische) onderzoeken samengevoegd en uitgewerkt welke bron het meeste geschikt is om warmte uit te winnen. In december 2024 is dit rapport opgeleverd, waaruit blijkt het winnen van warmte vanuit de Neder-Rijn (Thermische Energie uit Oppervlaktewater, hierna TEO), het meest kansrijk is. Met gemeente Arnhem, Rijkswaterstaat en Firan wordt er gekeken naar de kansen voor een bovengemeentelijk warmtenet in een pilotproject van Rijkswaterstaat Warmte uit Water. Hiervoor is in mei 2025 een IOK ondertekend door alle partijen. In 2025 is er ook een vergelijkend onderzoek geweest naar de kosten van een ZTL-net ten opzichte van een MT-net en de individuele oplossing. Er is door de onafhankelijke installateur Hullenaar-Balk een woningschouw gedaan in 5 huizen in de Zilverkamp en doorberekend welke aanpassingen er per huis gedaan moeten worden om over te stappen op een van de drie opties. Dit is doorgerekend naar een gemiddelde prijs per woning. Uit dit vergelijkend onderzoek kwam naar voren dat het MT-net de laagste TCO heeft, gevolgd door de individuele oplossing en de ZLT-oplossing. Het MT-net heeft relatief hoge operationele kosten, maar relatief lage investeringskosten. De individuele oplossing heeft juist lage operationele kosten, maar hoge investeringskosten. Voor het ZLT-net zijn er hoge operationele kosten en ook hoge investeringskosten. Dit komt omdat er zowel een net aangelegd moet worden en er grondig geïnvesteerd moet worden in een goed geïsoleerde woning met bijbehorende apparatuur. 2.2.4 Doornenburg Voortraject De werkgroep Doornenburg is in 2016 in het leven groepen om uitvoering te geven aan een Dorpsontwikkelingsplan dat in 2016 op initiatief van de Stichting Leefbaar Doornenburg was opgesteld. Centraal daarin stond het idee het waardevol te vinden dat burgers zelf keuze kunnen maken over ontwikkelingen in Doornenburg en daarmee ook verantwoordelijkheden kunnen nemen voor hun directe leefomgeving. Het Dorpsontwikkelingsplan uit 2016 kreeg een vervolg in het zogeheten "DOP, DorpOntwikkelingsPlan 2020-2024. Ontwikkelingen sinds 2021 Vanuit het DOP 2.0 2020-2024 zijn zes themagroepen ontstaan, waarbij de themagroep Duurzaamheid (ook wel Duurzaam Doornenburg), zichzelf als opdracht meegegeven heeft om bewoners te stimuleren en te ondersteunen bij het duurzaam omgaan met energie en onze natuurlijke omgeving. Met de ondersteuning van experts (SPECTRUM en DEP) is er nagedacht over hoe Doornenburg op langere termijn van het gas af kan gaan. In 2024 is er onderzoek geweest naar een passende warmteoplossing voor Doornenburg. Dit rapport is op 17 Februari 2025 definitief vastgesteld. In dit rapport is er een longlist opgesteld van 17 warmtetechnieken, 12 hiervan hebben een knock-out gekregen omdat ze niet haalbaar bleken. De volgende 5 technieken zijn op een short-list terecht gekomen voor verdere uitwerking; hybride, lucht/water, water/water warmtepompen, micro-bloknet of een warmtenet met een buurtwarmtepomp (lucht of water). De betaalbaarheid van de oplossing blijkt uit een afgenomen enquête onder bewoners het belangrijkste thema. Om meer inzicht te kijken is er een verdiepingsslag gemaakt aan de hand van een TCO-analyse voor de warmteoplossingen op de shortlist. De collectieve oplossingen (micro-bloknet en warmtenet met buurtwarmtepomp) zijn uitgewerkt aan de hand van deze TCO-analyse. Voor het micro-bloknet bleker er nog te veel onzekerheden rond investerings- als operationele kosten te zijn en kon daardoor niet verder uitgewerkt worden. Voor het warmtenet met buurtwarmtepompen is er wel een verdiepend onderzoek geweest. De totale kosten voor het warmtesysteem met warmtenet en buurtwarmtepompen is uitgerekend en omgezet in euro per aansluiting, de bijdrage aansluitkosten (BAK). De BAK voor dit systeem kwam uit op €25.440 euro per woning. Zoals eerder aangegeven blijkt dat de betaalbaarheid van een warmteoplossing een hoge prioriteit heeft. Zonder externe financiering lijken de warmteoplossingen met warmtenet geen haalbare oplossingen in Doornenburg. Er is hierdoor besloten om in te zetten op individuele oplossingen in Doornenburg. 2.2.5 Belangrijkste lessen uit startgebieden Uit de diverse onderzoeksrapporten die opgesteld voor de verschillende startgebieden kunnen de volgende uniformele lessen getrokken worden: Maak het specifiek: laat inwoners zien wat de warmtetransitie voor hén betekent. Gebruik voorbeelden uit de buurt en geef koplopers een podium. Zoek inwoners op waar ze van nature samenkomen: houd die informatieavonden over inkoop eens bij de voetbalclub of schutterij. Breng ze waar ze om vroegen in enquête: informatie, acties, voorbeelden en stappenplannen. Houd het praktisch; sluit aan op de taal die gesproken wordt aan de keukentafel en in de kantine. Processen kosten veel meer tijd dan van tevoren ingeschat. Uithoudingsvermogen zowel bij de gemeente als bij de bewoners staat hiermee onder druk. Daarnaast zijn er ook bedreigingen in beeld te brengen: Doordat het proces (
- te)traag verloopt, kan de motivatie van inwoners dalen. Het wegvallen van sleutelpersonen heeft een impact op de continuïteit van projecten. Ouderen verduurzamen minder snel omdat zij het niet meer terugverdienen. Door het ontbreken van handelingsperspectief gaan inwoners zelf aan de slag met het verduurzamen van hun woning. Zo kan er minder draagvlak ontstaan voor de komst van een mogelijk warmtenet. 2.3 Doelstellingen uit de Transitievisie Warmte In deze paragraaf wordt er gekeken naar de doelstellingen voor 2030 uit de Transitievisie warmte. Hierin zijn een vijftal doelstellingen geformuleerd. Per doelstelling wordt er beschreven wat de huidige voortgang van de doelstelling is. Momenteel ligt er een warmtenet in het gebied NEXTgarden. Deze wordt beheerd door Lingezegen Energy. De primaire voedingsbron voor dit warmtenet is een biomassacentrale. Op dit warmtenet zijn 14 bedrijven aangesloten. Maar nog geen aansluitingen in de gebouwde omgeving. Warmtenetwerk Lingewaard (WNL) staat aan lat voor de uitbreiding van het warmtenet naar NEXTgarden en eventueel de verdere gebouwde omgeving. Echter blijft de realisatie van een uitbreiding achter door meerdere factoren: Realisatie vraagt voor zekerheid door contracten. Dit vertraagt de aanleg Botsende belangen: tuinders zoeken kortetermijnvoordelen, WNL denkt aan de langere termijn. Nieuwe ontwikkelingen lopen vast door de onzekerheden over de warmtevraag Daarnaast zijn we bezig met het uitwerken van een warmtenet in de wijk Zilverkamp. Als bron van dit warmtenet wordt er gekeken naar warmte uit water, waarbij de Neder-Rijn als bron gaat dienen voor het warmtenet. Onder het kopje Zilverkamp (paragraaf 2.2.3) is de huidige stand van zake rondom dit warmtenet uitgewerkt. 2. Zilverkamp is als wijk van de toekomst voor 2028 van het aardgas of aardgasvrij-ready. Dit houdt in dat de voorzieningen zijn getroffen, maar dat inwoners zelf het moment van de overstap op aardgasvrij bepalen. Zie paragraaf 2.2.3 De Zilverkamp 3. Er zijn 3.000 woningequivalenten voorzien van een individuele duurzame warmteoplossing (combinatie van lucht-, bodem- en hybride warmtepompen) (15%) In 2022 waren er 1172 woningen (6% van de woningvoorraad) voorzien van een individuele duurzame warmteoplossing). Dit is de meest recente data die te vinden in via CBS StatLine. 4. NEXTgarden is energieneutraal in 2030 op gebiedsniveau (Dat wil zeggen dat er binnen het gebied even veel energie duurzaam wordt opgewerkt als er wordt verbruikt). In augustus 2025 heeft Haskoning de energiemonitor NEXTgarden geactualiseerd. De belangrijkste conclusies uit dit rapport zijn hieronder overgenomen. Richting 2030 is de verwachting dat het verbruik ca. 1.206 TJ/jaar is en de duurzame opwek 1.148 TJ/jaar. Daarmee is NEXTgarden nog niet helemaal energieneutraal, maar wel voor bijna 95%. Er is een resterende opgave van 58 TJ op jaarbasis. In de blauwe kolommen is het totale verbruik in TJ te zien, in de groene kolommen de totale duurzaam opgewekte energie in TJ. Hierin is te zien dat in 2024 er 1163 TJ/jaar werd verbruikt binnen NEXTgarden, en hiervan 760 TJ/jaar duurzaam opgewekt is. In 2030 groeit het duurzaam opgewekte energie binnen NEXTgarden naar 1148 TJ/jaar. Dit heeft de volgende redenen: De vergistingsinstallatie Groen Gas Gelderland heeft de ambitie om in 2027 de capaciteit te verdubbelen. Hiermee wordt er nogmaals 246 TJ/jaar bespaard. Zonnepark NEXTgarden met een locatie van ca. 6 ha en reële start van duurzame elektriciteitsproductie van 2025 is een opbrengst van ca. 54 TJ/jaar mogelijk. In het zoekgebied zon is er nog 5 tot 9 ha beschikbaar voor PV-opwek en heeft daarmee een potentiële opbrengst van ca 47 TJ/jaar. Er is meegenomen dat deze voor 2030 gerealiseerd is. 2.4 Startkansen uit de TVW In deze paragraaf kijken we naar een aantal selecties en acties uit de TVW waarvoor de gemeente Lingewaard zich inzet de periode tot 2030, de zogenoemde startkansen. Per startkans geven we een korte update. Een deel van deze startkansen worden uitgevoerd door Energieloket Lingewaard. Gemeentebreed stimuleren van isolatie bij woningen Voor woningen is het van belang om alle natuurlijke momenten aan te grijpen om isolatiestappen te zetten. Dus ga je verbouwen; isoleer de uitbouw. Zo heb je minder aardgas nodig. Ook als een woning zonder aardgas verwarmd gaat worden, is het terugbrengen van de warmtevraag belangrijk. In 2021 heeft de gemeente Lingewaard met de regeling reductie energiegebruik woningen (RREW) diverse acties uitgevoerd. Het doel van deze regeling was het verminderen van CO2-uitstoot en het verlagen van de woonlasten. De huurders en eigenaar-bewoners werden via deze campagne gewezen op de mogelijkheden om energie te besparen. Een van de onderdelen uit het RREW-project was het advies geven aan huiseigenaren en huurders over energiebesparende maatregelen, zoals dak-, raam of gevelisolatie. Een ander onderdeel was het aanbrengen van eenvoudige energiebesparende maatregelen, zoals plaatsing van, ledlampen, radiatorfolie en tochtstrippen, die de eigenaar-bewoners of de huurde zelf aan kon brengen. Verder is heeft er in 2022 een collectieve inkoopactie “winst uit je woning” uit 2022 plaatsgevonden. Met deze actie ontvingen 13.199 bewoners een uitnodigingbrief van de gemeente om deel te nemen aan de gezamenlijk inkoopactie voor vloerisolatie, spouwmuurisolatie, isolatieglas, zonnepanelen en/ of een hybride warmtepomp. 1194 bewoners schreven zich in voor de inkoopactie, waarbij ze interesse toonden in 2406 maatregelen. Daarvoor ontvingen ze 828 offertes. Ook ontvingen 866 bewoners een advies aan huis. Met de SPuK LAI gelden heeft de gemeente Lingewaard Operatie Isolatie opgezet. Via Operatie Isolatie is er de mogelijkheid voor woningeigenaren om een subsidie te ontvangen voor het isoleren van hun woning. Via deze subsidie kunnen woningeigenaren tot €1.250 subsidie (en €3.250 voor de doelgroep energiearmoede) voor het isoleren van hun slecht geïsoleerde woning. Eind 2025 zijn de voorwaardes voor deelname verruimd, de maximale WOZ-waarde sluit nu aan bij de NHG-grens van 2024 van (€477.000), waardoor de doelgroep vergroot is. Op het moment van schrijven zijn er 286 maatregelen genomen aan 164 woningen. Via de campagne "Het stroomt” uit 2024 wordt er verder ingezet op gedragsverandering van inwoners. Via deze weg inspireert de gemeente Lingewaard haar inwoners om na te denken over hun energieverbruik, en waar mogelijk maatregelen, zoals het isoleren van de woning, te treffen om minder energie te gaan verbruiken. Daarnaast kunnen inwoners van de gemeente Lingewaard terecht bij het Energieloket Lingewaard voor advies rondom het verduurzamen van hun woningen. Hieronder is ook advies te ontvangen voor het beter isoleren van hun woning. Ook via het energiesteunproject, uitgevoerd door SWL, is er de mogelijkheid voor inwoners in de doelgroep Energiearmoede om advies en enkele kleine maatregelen te ontvangen. Gemeentebreed stimuleren van alternatieve warmteoplossingen voor woningen vanaf 1990 We willen het ‘vervangingsmoment’ van de CV-ketel bij woningen vanaf 1990, graag onder de aandacht brengen. Dat is een mooi moment om voor deze nieuwere woningen, te bekijken of de overstap haalbaar is naar een alternatieve verwarmingsbron, bv all-electric of hybride warmtepompsystemen te maken. Woningen die gebouwd zijn vanaf 1990 zijn namelijk voldoende geïsoleerd om direct de overstap te kunnen maken naar aardgasvrij. Op deze startkans heeft de gemeente Lingewaard tot nu toe nog niet ingespeeld. Gemeentebreed stimuleren overstappen naar koken op inductie Elektrisch koken helpt ook om de woning of het gebouw voor te bereiden op de overstap naar aardgasvrij. Dus krijg je een nieuwe keuken, neem een inductie-plaat om op te koken. Deze overstap is belangrijk om aardgas te besparen en om alvast voor te breiden op een aardgasvrije gemeente in 2050. Op deze startkans heeft de gemeente Lingewaard tot nu toe nog niet ingespeeld. Zilverkamp aardgasvrij (ready) maken In de Zilverkamp in Huissen zijn we nu enkele jaren aan het verkennen hoe verder verduurzamen kan. In deze wijk zijn we dus al bezig met de eerste stappen in de warmtetransitie. Zie paragraaf 2.2.3 De Zilverkamp Warmtetransitie Doornenburg Zie paragraaf 2.2.4 Doornenburg Andere kernen In de andere kernen gaan we naar verwachting de komende tien jaar dus niet actief aan de slag met collectieve warmteprojecten. Met het opstellen van het Warmteprogramma wordt er in beeld gebracht welke wijken de prioriteit krijgen tot 2035. De realisatie van collectieve warmteprojecten die hieruit volgen zullen naar verwachting niet voor 2035 beginnen. 3 Landelijk beleid en wetgeving Nationale Klimaatwet Op 1 September 2019 is de Nationale Klimaatwet in werking getreden. In deze wet zijn de nationale lange termijn klimaatdoelen wettelijk vastgelegd. De belangrijke doelstellingen daarin zijn: In 2030 vindt er 55% minder uitstoot van broeikasgassen ten opzichte van 1990 plaats In 2050 is de netto-uitstoot van broeikasgassen nul (klimaatneutraal) Na 2050 is het streven naar negatieve emissie van broeikasgassen De klimaatwet zegt dat Nederland klimaatneutraal moet worden, namelijk door het verminderen van uitstoot van broeikasgassen, maar niet hoe dat concreet moet gebeuren. Nationaal Klimaatakkoord In het nationaal Klimaatakkoord hebben overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties afgesproken hoe ze gezamenlijk de opwarming van de aarde gaan beperken. Dit is verdeeld in vijf sectoren: elektriciteit, gebouwde omgeving, industrie, landbouw & landgebruik en mobiliteit. Het doel van het klimaatakkoord is om concreet te maken hoe Nederland de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 55% heeft verminderd. Een van die sectoren is de gebouwde omgeving. Onder de gebouwde omgeving rekenen we alle kantoren, winkels, bedrijfspanden, ziekenhuizen, scholen en hotels in Nederland. Deze sector is in Nederland verantwoordelijk van een derde van de CO2-uitstoot, vanwege het gebruik van aardgas voor het verwarmen van de gebouwde omgeving. Daarom is aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving een van de hoofdpijlers van het Klimaatakkoord. Om dit te bewerkstelligen zijn er voor deze sector een aantal afspraken gemaakt: In 2030 zijn 1,5 miljoen bestaande woningen aardgasvrij of klaar voor de overstap naar aardgasvrij. In 2050 is de gehele gebouwde omgeving aardgasvrij en goed geïsoleerd. Dit houdt in dat ruim zeven miljoen woningen en één miljoen overige gebouwen (utiliteiten) met hernieuwbare energie worden verwarmd in 2050. Transitievisie warmte (TVW) Om deze doelstellingen te bereiken moest elke gemeente in Nederland in kaart brengen wanneer en hoe wijken de overstap van aardgas naar duurzame warmtebronnen maken in een Transitievisie Warmte (TVW). De gemeente Lingewaard heeft haar TVW op 10 Februari 2021 vastgesteld. Dit document bracht in kaart wat de gemeentelijk plannen waren voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving tot 2030. Ook kwam er landelijke ondersteuning voor gemeenten (in de vorm van kennis, handreikingen en programma’s rond subsidies, technieken en innovaties en kaders) via het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie. Warmteprogramma Met ingang van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) wijzigt de Omgevingswet en verandert de naam transitievisie warmte in warmteprogramma. Het warmteprogramma brengt de periode tot en met 2035 in beeld en moet vervolgens elke 5 jaar geactualiseerd worden. Het warmteprogramma is dus uiteindelijk een lokale uitwerking van het Nationale Klimaatakkoord. In het warmteprogramma moet staan: Welke wijken wanneer van het aardgas gaan Welke techniek in deze wijken wordt ingezet In de afgelopen jaren is er gewerkt aan nieuwe wetgeving, zoals de Wet Collectieve Warmte (Wcw) en de Wet gemeentelijke instrumenten Warmtetransitie (Wgiw) om de overstap naar een aardgasvrije gebouwde omgeving te bevorderen. Wet collectieve warmte (Wcw) De Tweede Kamer heeft op 3 Juli 2025 ingestemd met de Wet collectieve Warmte (Wcw). De Wcw gaat op 1 Januari 2026 in werking en vervangt de huidige Warmtewet. Het doel van de nieuwe wet is om de ontwikkeling van nieuwe warmtenetten te vergemakkelijken en zo de energietransitie te bevorderen. Maar ook om de betaalbaarheid, betrouwbaarheid en duurzaamheid van collectieve warmtelevering te waarborgen. Belangrijke onderdelen van de Wcw zijn: a. Verandering in marktordening: 1. De gemeente krijgt de regierol: de gemeente beslist over de verduurzamingsstrategie per wijk. I. De gemeente kan een warmtekavel vaststellen. Dit is een aaneengesloten gebied waar een robuust collectief warmtesysteem kan worden gerealiseerd. II. De gemeente kan van een warmtebedrijf voor een warmtekavel aanwijzen. Het warmtebedrijf krijgt daarmee de taken en verplichtingen van een DAEB (diensten van algemeen economisch belang) en moet een uitgewerkt kavelplan opstellen. III. Het warmtebedrijf is verantwoordelijk voor de aanleg en exploitatie van het warmtenet Inwoners hebben een aansluitrecht, het warmtebedrijf een aansluitplicht. Daarnaast hebben inwoners de keuzevrijheid om wel of niet aan te sluiten op de collectieve oplossing. 2. De marktordening veranderd van overwegend privaat naar overwegend publiek. I. Het voorgestelde warmtebedrijf binnen een warmtekavel moet in meerderheid (meer dan 50%) in publiek eigendom zijn, of moet binnen een overgangsperiode van 7 jaar geregeld zijn. II. Er wordt een uitzondering gemaakt voor kleine systemen van kleiner dan 1500 aansluitingen, deze kunnen aangelegd en geëxploiteerd worden door een privaat bedrijf. b. Veranderingen Tariefregulering: 1. Er komt een tariefregulering met daarin nieuwe regels voor de prijs van warmte en transparantie voor de gebruikers van warmte. I. Er komt een alternatief voor de gasreferentie (niet meer dan anders). II. Er wordt stapsgewijs overgegaan naar kostengebaseerde tarieven per warmtekavel. c. Verduurzaming: 1. Er komt een dwingend pad voor de verduurzaming van bestaande en nieuwe warmtenetten d. Leveringszekerheid en consumentenbescherming: 1. De leveringszekerheid van warmte wordt beter geborgd 2. De consumentenbescherming voor warmte wordt zoveel mogelijk gelijk aan die voor energie en gas en op sommige punten scherper. Dit omdat het gaat om een natuurlijke monopoliepositie. 3. De wet reguleert de derdentoegang, waarmee een warmtebedrijf gebruik kan maken van buizen die een ander bedrijf al heeft aangelegd Warmtekavel De Wcw verbiedt het leveren of transporteren van warmte zonder aanwijzing van het college. Zo'n aanwijzing is gekoppeld aan een specifiek gebied: een warmtekavel. De gemeente heeft regie en kan bepalen waar en wanneer er een collectief warmtesysteem komt. In de Wcw staat dat een warmtekavel ‘een aaneengesloten gebied binnen één of meerdere gemeenten is, waar de mogelijkheid bestaat om een robuust warmtesysteem te realiseren’. De Wcw biedt bewust ruimte om de omvang van een warmtekavel aan te passen aan de lokale en regionale situatie. Een warmtekavel kan dus verschillen in grootte. De Wcw bevat een aantal criteria waar gemeenten rekening mee moeten houden bij het bepalen van de grootte van de warmtekavel: Het warmtebedrijf moet het collectieve warmtesysteem doelmatig aanleggen en exploiteren. Dat betekent dat het warmtesysteem tegen zo laag mogelijke kosten moet worden gerealiseerd en beheerd. Dit is gunstig voor zowel het warmtebedrijf als voor de eindgebruikers. De leveringszekerheid moet worden geborgd. De warmtekavel moet voldoende omvang hebben om in de warmtevraag te voorzien, ook bij piekverbruik of als er sprake is van gedeelde bronnen of infrastructuur. Een bron kan immers in sommige gevallen worden gebruikt voor meerdere kavels, waardoor je de bron en de infrastructuur deelt. De omvang van de warmtekavel moet bijdragen aan een efficiënte warmtetransitie in één of meerdere gemeenten. Dit betekent dat de inzet van warmtebronnen en infrastructuur leidt tot de laagste nationale kosten en een efficiënter energiesysteem. Bij het bepalen van de omvang van een warmtekavel moet de gemeente niet alleen kijken naar haar eigen grondgebied, maar ook rekening houden met ontwikkelingen in nabijgelegen gemeenten. Inzet van een kavelstrategie In het warmteprogramma hebben we gezegd dat bij gelijkwaardige maatschappelijke kosten kiezen we collectieve systemen, omdat deze het elektriciteitsnet minder belasten. Collectieve systemen zorgen ook voor minder ingrijpende werkzaamheden en ruimtegebruik in de woningen. Bij de definiëring van warmtekavels voor collectieve oplossingen, gaan we uit van twee belangrijke uitgangspunten: 1. Per kavel hanteren we één kostensystematiek. De gemeente zet in op een uniforme kostensystematiek per kavel. Binnen een kavel kunnen meerdere systemen worden ingezet. Daarbij gaan we zorgen dat bewoners zoveel mogelijk duidelijkheid en transparantie krijgen in de prijsopbouw per kavel.2. We willen een robuust energiesysteem ontwikkelen Dit systeem is gebouwd voor de langere termijn, waarbij ook de mogelijkheid wordt geboden om toe te groeien naar warmtebedrijven op regionale schaal. Uiteindelijk stellen we kavels vast die zorgen voor een doelmatige aanleg en exploitatie van een collectief warmtesysteem, en leveringszekerheid met inzet van zoveel mogelijk lokale bronnen en kavels die zorgen voor een zo kosteneffectief mogelijk gebruik van bronnen en infrastructuur. Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) Op 23 april 2024 is de Wgiw aangenomen door de Tweede Kamer. De Eerste Kamer heeft op 10 december 2024 ingestemd met de Wgiw. De wet is pas definitief na publicatie in de Staatscourant. Het is de bedoeling dat de wet per 1 juli 2026 van kracht is. De Wgiw is erop gericht om gemeenten bevoegdheden te geven die nodig zijn om regie te kunnen voeren in de wijk- of gebiedsgerichte aanpak van de warmtetransitie. Deze bevoegdheden worden verder toegelicht in het besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw) en de regeling gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Rgiw). Belangrijke onderdelen uit deze wetgeving zijn: De wet zorgt voor een zorgvuldig juridisch kader: het warmteprogramma krijgt een juridische status onder de Omgevingswet. Gemeenten worden verplicht om elke 5 jaar het warmteprogramma te herijken.Met deze wijziging van het juridisch kader, vindt ook de integratie met ruimtelijke wetgeving plaats: een wijziging van de Omgevingswet en Gaswet, zodat woningbouw- en warmtetransitieprocessen juridisch mogelijk worden. De Wgiw stelt eisen aan betaalbaarheid en participatie: de Wgiw stelt dat gemeenten bij het aanwijzen van wijken moeten aantonen dat het alternatief haalbaar en betaalbaar is, en dat bewoners voldoende tijd krijgen om zich voor te bereiden voor de overstap naar een aardgas. Met de Wgiw krijgen gemeenten een aanwijsbevoegdheid: de mogelijkheid om gebieden aan te wijzen die voor een bepaalde datum overgaan op een duurzaam alternatief voor aardgas. Dit leggen ze vast in het Omgevingsplan. Dat geeft inwoners, bedrijven, maatschappelijke instellingen, verhuurders en netbeheerders duidelijkheid over het tijdspad. De aanwijsbevoegdheid is als slotstuk van het proces noodzakelijk, omdat er grote maatschappelijke kosten kleven aan het in stand houden van een of meerdere aansluitingen in een wijk of buurt. Aanwijsbevoegdheid De aanwijsbevoegdheid is een mogelijkheid om gebieden aan te wijzen die voor een bepaalde datum overgaan op een duurzame alternatieve warmtebron ter vervanging van aardgas. Voor het inzetten van de aanwijsbevoegdheid gelden een aantal juridische en niet-juridische waarborgen. Zo moet de gemeente: Rekening houden met de haalbaarheid en betaalbaarheid van de aanpak voor bewoners en gebouweigenaren; Aantonen hoe de gemeente haar inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen heeft betrokken bij de voorbereiding van de wijziging van het omgevingsplan (participatie) en rekening hebt gehouden met het “doenvermogen” van bewoners in de wijk; Zorgen voor een redelijke termijn tussen het aanwijzen van een gebied en het daadwerkelijk overgaan op de duurzame warmtebron. De richtlijn hiervoor is 8 jaar. De termijn wordt opgenomen in het omgevingsplan; Rekening houden met de mogelijkheid dat een gebouweigenaar een eigen aardgasvrij, duurzaam alternatief kan kiezen. Gebouweigenaren zijn immers niet verplicht om de voorkeursoptie van de gemeente te volgen. Het zelfstandi