Beleidsregel Wmo Verplaatsen en Vervoer Hof van Twente 2026 Burgemeester en wethouders van de gemeente Hof van Twente; gelet op het bepaalde in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Hof van Twente 2025; besluiten:
- vast te stellen de BELEIDSREGEL WMO VERPLAATSEN EN VERVOER HOF VAN TWENTE 2026 voor de beoordeling van meldingen en aanvragen om rolstoelen en vervoervoorzieningen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 met inachtneming van het volgende: a. Het Handboek maatschappelijke ondersteuning gemeente Hof van Twente 2015 wordt ingetrokken per 1 april 2026; b. deze beleidsregel wordt aangehaald als: “Beleidsregel Wmo Verplaatsen en vervoer Hof van Twente 2026”; c. deze beleidsregel treedt in werking op 1 april
- dat aanvragen voor een rolstoel en/of een vervoervoorziening die voor 1 april 2026 zijn ingediend, en waarop op 1 april 2026 nog geen besluit is genomen, worden beoordeeld op grond van de dan vigerende Verordening maatschappelijke ondersteuning en deze nieuwe beleidsregel. 1.Inleiding Gemeenten zijn op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verantwoorde-lijk voor het compenseren van beperkingen in zelfredzaamheid en participatie. Dit met de bedoeling dat inwoners zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen. Met beperking bedoelen we een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke, psychische en/of psychosociale beperking. In deze beleidsregel gaat het over zelfredzaamheid en participatie, meedoen in de samen-leving. Zelfredzaamheid houdt (ook) in dat iemand zich in en rondom de woning moet kunnen verplaatsen. Om te kunnen participeren, moet iemand in staat zijn zich te kunnen verplaatsen en vervoeren, in en rondom de woning. Ook een persoon met beperkingen moet in voldoende mate kunnen deelnemen aan activiteiten, winkels kunnen bereiken en sociale contacten kunnen onderhouden. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen verplaatsen en vervoeren. Verplaatsen gaat met name over het overbruggen van kleine afstanden in en rondom de woning. Hulpmiddelen hierbij zijn met name rolstoelen. Vervoer gaat het overbruggen van afstanden buitenshuis, zowel in de directe leefomgeving als over grotere afstanden. Het gaat dan om allerlei vormen van (taxi)vervoer, al dan niet in combinatie met gebruik van een vervoermiddel. Veelvoorkomende vervoermiddelen zijn scootmobielen en driewielfietsen. 2.Andere oplossingen Voordat een maatwerkvoorziening wordt ingezet, wordt onderzocht of en in hoeverre eigen kracht, gebruikelijke hulp, het sociaal netwerk, algemeen gebruikelijke voorzieningen, algemene voorzieningen en welzijnsvoorzieningen een oplossing kunnen bieden. Dit staat in artikel 2.3.5 lid 3 van de Wmo
- De Wmo2015 is een vangnet. 2.
- Eigen kracht De Wmo2015 gaat ervan uit dat iedereen zich zo veel mogelijk inspant om zelf de ondervonden problemen op te lossen. Dit is de eigen kracht. Het kan zijn dat behandeling ertoe leidt dat beperkingen verminderen waardoor geen hulpmiddel meer nodig is. Behandeling gaat voor op een Wmo-maatwerkvoorziening. Onder eigen kracht valt ook dat aanspraak gemaakt wordt op andere wettelijke regelingen. Te denken valt aan de Wet langdurige zorg (Wlz), Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Participatiewet (Pwet). Maar ook gebruik maken van vervoer voor woon werkverkeer (UWV) of leerlingenvervoer (woon-school) hoort bij eigen kracht. Als de cliënt recht heeft op zorg op grond van de Wlz, bestaat in principe geen recht op ondersteuning op grond van de Wmo
- Eigen kracht betekent dat de Wlz-aanspraak te gelde moet worden gebracht. Dit geldt ook als, naar oordeel van het college, er redenen zijn om aan te nemen dat de cliënt aanspraak kan maken op verblijf op grond van de Wlz, maar weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit voor verblijf vanuit de Wlz. Het college kan de cliënt niet dwingen dat hij Wlz-zorg aanvraagt; dat is uiteindelijk de keuze van de cliënt. Wel geldt dat wanneer de cliënt naar verwachting aan de criteria voor de Wlz voldoet, maar geen aanvraag wil doen, hij de gevolgen niet op het college kan afwentelen. 2.
- Uitleen Op grond van de Zorgverzekeringswet bestaat de mogelijkheid om diverse voorzieningen, zoals een rolstoel, te lenen bij een uitleenorganisatie (Medipoint, Vegro). 3.Verplaatsen Zichzelf kunnen verplaatsen is essentieel bij zelfredzaamheid en participatie. Verplaatsen in en om de woning kan op verschillende wijzen plaatsvinden. Lopend met krukken of een rollator, met een trippelstoel, of met een rolstoel. Van deze voorzieningen valt alleen de rolstoel onder de Wmo
- Een rolstoelvoorziening is bedoeld om een persoon met beperkingen in staat te stellen zich zittend in en om rond de woning te verplaatsen zodat het normale gebruik van de woning zoveel mogelijk gewaarborgd is. Het gaat dus om het dagelijks zittend verplaatsen. De persoon heeft dan geen of onvoldoende loopcapaciteit en een loophulpmiddel is ontoereikend. Inwoners die niet dagelijks maar slechts af en toe een rolstoel nodig hebben, komen niet in aanmerking voor deze maatwerkvoorziening. Te denken valt aan inwoners die de rolstoel alleen nodig hebben tijdens een dagje uit, een middagje winkelen of een wekelijkse wandeling met familie of kennissen. In deze situaties kan op grond van de Zorgverzekeringswet een rolstoel worden geleend. Ook kan het zijn dat een leenrolstoel beschikbaar is op de plek van bestemming, zoals een ziekenhuis of openbare instelling. Het college beperkt zich het verstrekken van rolstoelen voor dagelijks en permanent gebruik. We onderscheiden drie soorten rolstoelen, namelijk handbewogen rolstoelen, elektrische rolstoelen en sportrolstoelen. 3.
- Handbewogen rolstoelen Handbewogen rolstoelen zijn bedoeld voor gebruikers die voor de verplaatsing vrijwel volledig afhankelijk zijn van een rolstoel, dus een zeer beperkte loopafstand hebben. De rolstoel is nodig voor nagenoeg elke verplaatsing in huis en buitenshuis. Afhankelijk van de individuele situatie wordt de rolstoel aangepast met bijvoorbeeld een stokhouder, een taxi-fixatieset of zitorthese. Een rolstoel kan worden uitgerust met electrische duwondersteuning. Daarvoor wordt ook onderzocht wie de rolstoel gaat duwen, of er een noodzaak is dat deze persoon de ondersteuning nodig heeft en of die persoon in staat is om de duwondersteuning aan- en af te koppelen. 3.
- Electrische rolstoel Een electrische rolstoel is bedoeld voor gebruikers die zich niet of nauwelijks lopend kunnen voortbewegen en voor wie een handbewogen rolstoel niet passend en toereikend is. Deze voorziening wordt dan veelal zowel binnenshuis als buitenshuis gebruikt. 3.
- Sportrolstoel Een sportrolstoel is primair bedoeld voor sportbeoefening. Sportrolstoelen kenmerken zich door scheefstand van de grote wielen om de stabiliteit te vergroten en te voorkomen dat de handen ingeklemd worden wanneer twee sportende rolstoelers langs elkaar heen rijden. Een sportrolstoel kan worden verstrekt als sporten zonder sportrolstoel onmogelijk is door aantoonbare beperkingen. Het moet wel gaan om frequent en structureel gebruik. Dit om te voorkomen dat er een sportrolstoel wordt aangeschaft die na enkele keren sporten niet meer wordt gebruikt. Een criterium hiervoor is lidmaatschap bij een (gehandicaptensport) vereniging. Een sportrolstoel wordt alleen in de vorm van een financiële tegemoetkoming verstrekt. In het Besluit maatschappelijke ondersteuning worden voorwaarden en hoogte van deze tegemoetkoming vastgelegd. 3.
- Verstrekkingsvormen Rolstoelen kunnen zowel in natura als in de vorm van een persoonsgebonden budget (PGB) worden verstrekt. Uitgangspunt is verstrekking in natura via één van de door het college gecontracteerde leveranciers. Indien de cliënt budgetvaardig is en met een PGB zelf een rolstoel wil aanschaffen, overlegt de cliënt een offerte van de aan te schaffen voorziening. De hoogte van het PGB wordt gebaseerd op die offerte. Er is wel een maximum, namelijk de kostprijs van een vergelijkbare voorziening in natura, zoals het college die met de gecontracteerde leveranciers heeft afgesproken. 3.4.
- Instandhoudingskosten Is een rolstoel verstrekt in de vorm van een PGB, dan kan ook recht bestaan op een budget voor kosten van reparatie en onderhoud, en zo nodig verzekering, van de rolstoel. Ook hier geldt dat de hoogte van het PGB niet meer bedraagt dan de instandhoudingskosten die zijn afgesproken met gecontracteerde leveranciers. In de Wmo-verordening en in het Besluit maatschappelijke ondersteuning is dit verder uitgewerkt. 4.Vervoer De door het college, ter compensatie van beperkingen bij het zich lokaal verplaatsen te verstrekken voorziening kan bestaan uit: a. een algemene vervoervoorziening b. een collectieve vervoervoorziening (Maatwerkvervoer); c. een vervoermiddel in natura of als persoonsgebonden budget d. een financiële tegemoetkoming in kosten van individueel gebruik van een taxi of eigen auto Wanneer een inwoner geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer, niet beschikt over voldoende eigen kracht en geen algemene vervoervoorziening aanwezig of geschikt is, ligt het primaat bij gebruik van het Maatwerkvervoer (Regiotaxi). Het Maatwerkvervoer is een vorm van collectief (rolstoel)taxivervoer. Biedt het Maatwerkvervoer geen passende oplossing, dan komen andere (dus individuele) voorzieningen in aanmerking. Het college onderzoekt de persoonlijke factoren van de persoon met beperkingen en stelt vast op welke gebieden de cliënt problemen ondervindt in het vervullen van zijn vervoerbehoefte. Zij doet dat conform het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep. Vervoerproblemen met enkel een financiële achtergrond of het ontbreken van het openbaar vervoer, vallen niet onder de Wmo. Het moet immers gaan om beperkingen. 4.
- Andere oplossingen Eerst wordt onderzocht of de inwoner zelf, met hulp van huisgenoten of het netwerk, met algemene voorzieningen, algemeen gebruikelijke voorzieningen of op andere wijze zelf het vervoerprobleem kan oplossen. Eigen kracht Ook als het gaat om vervoer, wordt eerst beoordeeld of de cliënt zelf mogelijkheden heeft om de ondervonden problemen op te lossen. Zie ook paragraaf 2.
- Algemeen gebruikelijke voorzieningen Als een algemeen gebruikelijke voorziening een oplossing biedt, is verstrekking van een maatwerkvoorziening niet nodig. Een voorziening is algemeen gebruikelijk als deze: niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking; daadwerkelijk beschikbaar is; een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt tot zelfredzaamheid of participatie in staat is en deze financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau. Dat wil zeggen als deze naar algemeen aanvaarde maatschappelijke opvattingen onder de gehele bevolking gangbaar is te achten. Bezit eigen auto Een auto is algemeen gebruikelijk. Het voldoet aan de vier hiervoor genoemde voorwaarden. Als de cliënt bij de melding al in het bezit is van een auto, dan is het niet onredelijk om voortzetting van het gebruik van die auto te veronderstellen. Er is dan geen reden om een maatwerkvoorziening ter vervanging van die auto of als bekostiging van het gebruik van die auto te verstrekken. De situatie van de cliënt is dan immers niet anders dan toen nog geen beperkingen in het vervoer werden ondervonden. Dit geldt met name voor vervoer over grotere afstanden. Niet uitgesloten is dat voor vervoer over kortere afstanden in de eigen leefomgeving een hulpmiddel wordt verstrekt. Wel moet altijd onderzoek worden gedaan of ook in de individuele situatie van de cliënt het bezit en gebruik van de eigen auto algemeen gebruikelijk is. Automaatje Een andere vervoermogelijkheid waarvan gebruik gemaakt kan worden, is bijvoorbeeld ANWB-Automaatje. Valys Voor vervoer over grotere afstanden dan 25 kilometer kan de inwoner gebruik maken van de mogelijkheden van het bovenregionale vervoer dat Valys in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) uitvoert. 4.
- Reikwijdte compensatieplicht De reikwijdte van gemeente om te compenseren beperkt zich in principe tot de directe leefomgeving van de persoon met beperkingen en richt zich op deelname aan het leven van alledag in de directe leefomgeving. Het gaat dan om het kunnen bereiken van winkels, het onderhouden van sociale contacten en het kunnen deelnemen aan recreatieve of maat-schappelijke activiteiten. Deze compensatieplicht is beperkt tot maximaal 30 kilometer vanaf het woon- of vertrekadres binnen de gemeente. Een andere beperking is het bereik op jaarbasis. Deze is in Hof van Twente beperkt tot 1850 kilometer per kalenderjaar. Uit constante jurisprudentie blijkt dat een vervoers- voorziening of een combinatie van vervoervoorzieningen die neerkomt op een aflegbare afstand van ongeveer 1500 tot 2000 kilometer per jaar in beginsel toereikend wordt geacht om iemand in staat te stellen sociale contacten te onderhouden en deel te nemen aan het leven van alledag. 4.
- Maatwerkvervoer Het Maatwerkvervoer per Regiotaxi is een collectief vraagafhankelijk vervoerssysteem voor vervoer per taxi (personenauto of bus) van deur tot deur. Collectief betekent dat de reiziger samen met andere reizigers vervoerd kan worden. Vanaf het woonadres kan over maximaal 25 kilometer worden gereisd tegen een aangepast, verlaagd tarief per kilometer. Voor de kilometers 26 t/m 30 geldt een commercieel tarief. Het (gereduceerde) tarief voor het Maatwerkvervoer is afgeleid van het tarief van het reguliere openbaar vervoer. Het systeem kent geen voorinzitgarantie. Voor cliënten die volledig rolstoelgebonden zijn, wordt rolstoelvervoer ingezet. Een rolstoel, rollator en/of een blindengeleidehond kunnen worden meegenomen. Een scootmobiel kan slechts bij hoge uitzondering mee in het Maatwerkvervoer. De chauffeur biedt hulp bij het in- en uitstappen; biedt begeleiding naar de taxi en, op de plaats van bestemming, naar de voordeur. Bij wooncomplexen geldt als voordeur de centrale toegangsdeur. Met het Maatwerkvervoer kan per kalenderjaar tegen een gereduceerd tarief 1850 kilometer worden gereisd Het aantal kilometers wordt naar rato toegekend, afhankelijk van de maand waarin de aanvraag wordt gehonoreerd. Dit is het basisbudget. In individuele situaties wordt dit budget bijgesteld. Dit budget wordt met 50% verminderd als er voor het verplaatsen en vervoer in de directe leefomgeving (veelal de eigen woonkern) een vervoermiddel wordt verstrekt. Dan waarborgt de combinatie van het Maatwerkvervoer met het vervoermiddel dat er voldoende mogelijkheden zijn om te kunnen participeren en deelnemen aan het leven van alledag. Er zijn ook situaties dat een inwoner niet voldoende kan participeren met het basisbudget van 1850 kilometer. Het gaat dan met name om de situatie waarin de inwoner een zorg-plicht voor kinderen tot 14 jaar heeft of de situatie van een echtpaar waarbij één van beide partners in een Wlz-instelling verblijft en de thuiswonende partner vanwege het bezoek aan de partner in de instelling een grotere vervoersbehoefte heeft. In het Besluit maatschappelijke ondersteuning zijn individuele situaties beschreven waarin het basisbudget wordt verminderd dan wel verhoogd. Criteria Maatwerkvervoer Maatwerkvervoer is aan de orde als de inwoner geen gebruik kan maken van het reguliere openbaar vervoer. In het algemeen geldt hiervoor als criterium dat de inwoner niet in staat is zelfstandig lopend een afstand van 800 meter af te leggen. Verder kan Maatwerkvervoer passend als zijn als iemand vanwege visuele problemen of verstandelijke handicap belemmerd is om zelfstandig gebruik te maken van het openbaar vervoer, en waarbij het Maatwerkvervoer de zelfstandigheid van de aanvrager vergroot, omdat hiervan gebruik kan worden gemaakt zonder begeleider. Inwoners met een indicatie op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) zijn uitgesloten van maatwerkvoorzieningen (artikel 2.3.
- Wmo2025). Deze uitsluiting geldt niet voor het Maatwerkvervoer. Inwoners die de Wlz-indicatie ontvangen in natura (dus woonachtig zijn in een instelling) zijn voor andere vervoervoorzieningen aangewezen op de Wlz en dus het zorgkantoor. Geen maatwerkvervoer mogelijk Als Maatwerkvervoer niet adequaat is of niet aanwezig is, zal een andere voorziening gekozen moeten worden. Als eerste wordt dan beoordeeld of individueel gebruik van een taxi mogelijk is. Als uit een medisch advies blijkt dat ook individueel gebruik van een taxi niet mogelijk is, worden alternatieven onderzocht. Het kan dan gaan om een voorziening in natura (een vervoermiddel, een autoaanpassing, een gesloten buitenwagen) of een persoonsgebonden budget, als alternatief voor die voorziening in natura of een financiële tegemoetkoming in kosten van de eigen auto. Zie hiervoor paragraaf 4.
- en 4.
- Uitgangspunt is altijd de goedkoopst compenserende voorziening. 4.
- Vervoermiddelen Een vervoermiddel is een individuele voorziening, veelal ter aanvulling op het Maatwerk vervoer of individueel taxivervoer. Het gaat vooral om scootmobielen, driewielfietsen, aangepaste fietsen en handbikes aan een rolstoel. Daar waar het Maatwerkvervoer bedoeld is voor het overbruggen van grotere afstanden, zijn vervoermiddelen vooral bedoeld voor het vervoer in de directe leefomgeving, met name de eigen woonkern. Welk vervoermiddel passend is, is afhankelijk van diverse factoren zoals • het vervoermiddel moet passend zijn bij de vervoersbehoefte. Bijvoorbeeld, in een winkel boodschappen doen, kan vaak wel met een scootmobiel. Een driewielfiets is daarvoor niet of minder passend. • het gebruik van een vervoermiddel moet veilig en verantwoord zijn. Hoewel geen rijbewijs noodzakelijk is, moet wel worden beoordeeld of de persoon voldoende rijvaardig is om te kunnen deelnemen aan het verkeer. Indien twijfel bestaat over de rijvaardigheid of de geschiktheid van een vervoermiddel, kan advies worden gevraagd bij de gecontracteerde medisch adviseur. Als de contract- en werkafspraken met de leverancier daarin voorzien, kan ook een rijles worden gegeven of wordt een proefplaatsing georganiseerd. Een proefplaatsing is bedoeld zodat de inwoner, voordat besluitvorming plaatsvindt, kan oefenen. Een proefplaatsing maakt dus onderdeel uit van het onderzoek. Er wordt geen vervoermiddel verstrekt als op een andere manier in de vervoerbehoefte is of kan worden voorzien. Er wordt dus niet meer dan één middel verstrekt om de inwoner in staat te stellen te participeren. Vervoermiddelen kunnen zowel in natura als in de vorm van een persoonsgebonden budget (PGB) worden verstrekt. De wijze waarop het PGB wordt berekend, is vastgelegd in de Wmo-verordening en in beleidsregels. Stallen en opladen Elk vervoermiddel moet wind- en waterdicht gestald kunnen worden. Dit om de levensduur van het hulpmiddel zo goed mogelijk te waarborgen. Allereerst is het de verantwoordelijk-heid van de cliënt om te zorgen voor een stallingsmogelijkheid. Bijvoorbeeld door de schuur/berging zodanig in te richten dat het hulpmiddel hierin gestald kan worden. Ook wordt onderzocht of het stallen en opladen in de woning mogelijk is, bijvoorbeeld in de gang of bijkeuken. Als de cliënt geen eigen oplossingsmogelijkheden heeft, maakt het toegankelijk maken van een bestaande berging (schuur of garage) deel uit van de vervoervoorziening. In de situatie dat geen (adequaat te maken) stallingsmogelijkheid aanwezig is, zal gezocht worden naar de meest goedkope oplossing. Dit kan zijn: • stallen en opladen in de woning. • een afdakje op een beschutte en af te sluiten (binnen)plaats. • een eenvoudig houten schuurtje (bouwpakket). • een andere vorm van een water- en winddichte stallingsmogelijkheid. • een mobiele scootersafe • een eenvoudige (compacte) elektrische rolstoel die in de woning kan worden gestald en opgeladen, als alternatief voor het gevraagde vervoermiddel 4.
- Individueel taxivervoer Individueel taxivervoer is aan de orde als het Maatwerkvervoer niet (voldoende) passend is. Het komt dan in plaats van het Maatwerkvervoer. Vervoermiddelen kunnen ook aanvullend op deze vervoervoorziening worden verstrekt. Individueel taxivervoer houdt in dat de inwoner zelf het vervoer met een taxibedrijf regelt. De kosten worden dan als financiële tegemoetkoming op declaratiebasis op grond van de Wmo2015 vergoed. Wel gelden hiervoor met het Maatwerkvervoer vergelijkbare voor waarden, zoals de eigen bijdrage (ritbijdrage), de maximale reisafstand (30 kilometer) en het reisbudget (1850 kilometer per kalenderjaar). Dit wordt verder uitgewerkt in de beleids-regel Besluit maatschappelijke ondersteuning Hof van Twente. 4.
- Andere vervoervoorzieningen In de situatie dat geen enkele vorm van taxivervoer mogelijk is, is vervoer per (eigen) auto wellicht mogelijk. Mits gebruik en bezit van de eigen auto in de individuele situatie niet algemeen gebruikelijk wordt geacht, kan een financiële tegemoetkoming worden toegekend om dat vervoer per (eigen) auto mogelijk te maken. Wel gelden hiervoor met het Maatwerk-vervoer vergelijkbare voorwaarden, zoals de eigen bijdrage (ritbijdrage), de maximale reisafstand en het reisbudget (maximale reisafstand per kalenderjaar). Dit wordt verder uitgewerkt in de beleidsregel Besluit maatschappelijke ondersteuning Hof van Twente. Overigens, in individuele situaties kan het zijn dat gebruik van de (eigen, niet algemeen gebruikelijke) auto prevaleert boven individueel taxivervoer. Als vervoer met de (eigen) auto de voorkeur van de inwoner heeft en het is goedkoper voor de gemeente, dan kan deze tegemoetkoming worden toegekend. Het betekent echter niet dat individueel taxivervoer niet passend zou zijn. Als voor dit vervoer ook een aanpassing aan de auto nodig is, kunnen ook die aanpassingen, mits individueel taxivervoer niet mogelijk is en voor zover deze niet algemeen gebruikelijk zijn, voor een persoonsgebonden budget in aanmerking komen. Voorwaarde is wel dat de waarde en technische staat van de auto een aanpassing rechtvaardigen, zodat het aannemelijk is dat nog langere tijd gebruik van de aanpassingen gemaakt kan worden. Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hof van Twente d.d. 24 maart 2026.Burgemeester en wethouders van Hof van Twente,de secretaris,de burgemeester,ir. H.L. Dijksterhuisdrs. H.A.M. Nauta-van Moorsel MPM