t Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad Albrandswaard 2026 HOOFDSTUK1ALGEMEEN Artikel1Begripsomschrijvingen In dit reglement wordt verstaan onder: amendement: voorstel tot wijziging van een conceptbesluit als bedoeld in artikel 147b lid 1 Gemeentewet, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen; burgerlid: niet-raadslid, zoals bedoeld in artikel 96 van de Gemeentewet; Beraad- en Adviesavond : de vergadering, onder leiding van een daartoe aangewezen commissievoorzitter waar binnen een vooraf bepaalde tijd een onderwerp in het bijzonder of in het algemeen wordt behandeld en voorbereid voor de raad (artikel 82 Gemeentewet); griffier: de griffier van de gemeenteraad of diens vervanger; initiatiefvoorstel: een raadsvoorstel als bedoeld in artikel 147a lid 1 Gemeentewet afkomstig van één of meer leden of fracties van de raad; motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; Ontmoeting- en Dialoogavond: de vergadering, onder leiding van een daartoe door de agendacommissie aangewezen gespreksleider, waar binnen een vooraf bepaalde tijd een onderwerp in het bijzonder of in het algemeen informeel wordt besproken met deskundigen en/of inwoners (commissie conform artikel 84 Gemeentewet). subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft; voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering; voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger. Artikel2De voorzitter 1.De voorzitter is belast met: het leiden van de vergadering; het handhaven van de orde; het doen naleven van het reglement van orde; wat de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt. 2.De commissievoorzitter leidt de Beraad- en Adviesavonden en wordt benoemd door de raad, of in spoedeisende gevallen door het presidium. 3.De raad wijst uit zijn midden een plaatsvervangend en tweede plaatsvervangend raadsvoorzitter aan. De plaatsvervangend voorzitter vervangt de raadsvoorzitter bij verhindering(artikel 77 Gemeentewet), is voorzitter van het presidium en is voorzitter van de agendacommissie. Artikel3De griffier De griffier (artikel 107 Gemeentewet) is in elke vergadering van de raad aanwezig. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad daartoe aangewezen plaatsvervangend griffier. De griffier kan, indien daartoe door de voorzitter uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen. Artikel4De secretaris De raad kan het college verzoeken de gemeentesecretaris in de raadsvergadering aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement. HOOFDSTUK2TOELATING VAN NIEUWE (BURGER)LEDEN, BURGERLEDEN; BENOEMING WETHOUDERS; FRACTIES Artikel5Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging; benoeming wethouders 1.Bij elke benoeming van nieuwe (burger)leden van de raad stelt de raad een commissie in bestaande uit drie leden van de raad. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden. 2.De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt. 3.Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste samenkomst van de raad in oude samenstelling na de verkiezingen. 4.Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5.In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 6.Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het eerste lid een commissie ingesteld die onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de eisen van de Gemeentewet. Op de werkwijze van deze commissie is het tweede lid van overeenkomstige toepassing. Artikel6Fractie 1.De leden van de raad die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. 2.Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren. 3.De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 4.Indien één of meer leden van een of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of indien één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. Voor het splitsen dan wel het vormen van nieuwe fracties is geen toestemming vereist van de raad. 5.De nieuwe naam van de fractie moet voldoen aan de eisen uit artikel G 3 van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad. Artikel7Burgerlid 1.Een burgerlid wordt benoemd en beëdigd door de raad. 2.Tot burgerlid zijn alleen benoembaar personen die voorkomen op de kandidatenlijst van de politieke groepering waarbij het burgerlid wil aansluiten, en die voldoen aan de vereisten voor benoembaarheid in de raad. 3.Iedere fractie heeft recht op maximaal twee burgerleden. 4.De raad trekt een benoeming in: op verzoek van de fractie, of op verzoek van het burgerlid zelf, of wanneer er geen raadslid meer voor de fractie actief is in de raad. 5.Een burgerlid mag deelnemen aan de vergaderingen van Beraad- en Advies. 6.Een burgerlid heeft geen stemrecht. HOOFDSTUK3VERGADERINGEN Paragraaf1Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen Artikel8Vergaderfrequentie 1.De raadsvergaderingen vinden plaats volgens een door het presidium vastgesteld vergaderschema. 2.De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen dan regulier het gebruik is. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg in het presidium. 3.De Beraad- en Adviesavonden vinden eveneens plaats volgens een door het presidium vastgesteld vergaderschema. 4.De Ontmoeting- en Dialoogavonden vinden in de regel plaats op een voor het onderwerp relevante locatie, volgens een door het presidium vastgesteld vergaderschema. Artikel9Doel van de vergaderingen van de raad 1.De raad van Albrandswaard vergadert met een Beeldvorming/Oordeelsvorming/ Besluitvorming (BOB) systeem: Beeldvorming vindt plaats in een Ontmoeting- en Dialoogavond en met een beeldvormend raadsvoorstel in de Beraad- en Adviesvergadering. Oordeelsvorming vindt plaats aan de hand van een raadsvoorstel (met een geadviseerde beslissing van het college) in een Beraad- en Adviesvergadering. Besluitvorming vindt plaats in de raadsvergadering. 2.De raadsvergadering heeft tot doel de gemeenteraad de gelegenheid te geven een politiek debat te voeren en besluiten te nemen. 3.De Beraad- en Adviesavond is een voorbereiding op de raadsvergadering en/of heeft tot doel de raadsleden een beeld of een oordeel te laten vormen over geagendeerde onderwerpen. Feitelijke vragen worden vooraf gesteld via de griffie, de Beraad- en Adviesavond is hiervoor niet bedoeld. Bij beeldvormende behandeling van een onderwerp worden aanwezige burgerleden/raadsleden geïnformeerd en kunnen zij vragen stellen aan de portefeuillehouder en aan elkaar over het onderwerp; Bij oordeelsvormende behandeling van een onderwerp kunnen inhoudelijke en politieke vragen worden gesteld aan de portefeuillehouder en worden er (politieke) standpunten en meningen uitgewisseld tussen fracties, ter voorbereiding op het politieke debat in de raadvergadering. Aan het einde van de bespreking van een agendapunt geven de aanwezigen aan wat de vervolgprocedure van een stuk is. 4.De Ontmoeting- en Dialoogavond is bedoeld om meer tijd te kunnen besteden aan een (groter) onderwerp. De aard van de avond is informeel en kan inhoudelijk per keer verschillen. Ook de samenstelling van aanwezigen kan per keer verschillen. De avond is nadrukkelijk bedoeld om meer in contact te komen met inwoners, (ervarings)deskundigen en andere belanghebbenden. Artikel10Oproep 1.De burgemeester zendt ten minste zeven dagen voor een vergadering de leden van de raad een oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. 2.De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden tegelijkertijd met de oproep aan de leden van de raad verzonden. Artikel11Agenda 1.In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen. Deze wordt met de daarbij behorende stukken aan de leden van de raad verzonden, en openbaar gemaakt (met uitzondering van de in artikel 25 lid 1 en 2 Gemeentewet genoemde stukken). 2.Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. Een agendapunt kan slechts worden toegevoegd wanneer het evident niet volgens een andere procedure aan de agenda kan worden toegevoegd en het wel noodzakelijk is dat er in dezelfde raad over het onderwerp wordt gesproken. 3.Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar een Beraad- en Adviesavond of andere commissie, aan het college nadere inlichtingen of advies vragen of het onderwerp van de agenda verwijderen. 4.Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. Artikel12Ter inzage leggen van stukken en verstrekte informatie 1.Verstrekte informatie die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, wordt gelijktijdig met het verzenden van de digitale oproep voor eenieder op het raadsinformatiesysteem geplaatst. Indien na het verzenden van de digitale oproep stukken op het raadsinformatiesysteem worden geplaatst, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk in een openbare kennisgeving. 2.Indien omtrent verstrekte informatie op grond van artikel 87 van de Gemeentewet een verplichting tot geheimhouding is opgelegd, wordt deze informatie op het besloten raadsinformatiesysteem geplaatst. 3.Indien het naar het oordeel van de griffier technisch of praktisch niet mogelijk is om de verstrekte informatie op het raadsinformatiesysteem te plaatsen, bijvoorbeeld door de omvang, is deze informatie bij de griffie in te zien. Artikel13Openbare kennisgeving 1.De raadsvergadering wordt door aankondiging in De Schakel en door plaatsing op de gemeentelijke website in het raadsinformatiesysteem openbaar gemaakt. 2.De openbare kennisgeving vermeldt: de datum, aanvangstijd en plaats, alsmede de voorlopige agenda van de vergadering; wijze waarop en de plaats waar eenieder de bij de vergadering behorende stukken kan inzien. 3.De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden op de website van de gemeente geplaatst, op het raadsinformatiesysteem. Paragraaf2Orde der vergadering OPENBARE ORDE DER BERAAD- EN ADVIESAVOND Artikel14Presentielijst Bij aanvang van de vergadering tekent ieder burgerlid/raadslid een presentielijst. Artikel15Deelnemers Beraad- en Adviesavond Van iedere fractie zitten maximaal twee leden aan de vergadertafel, te weten raadsleden of burgerleden, evenals de commissievoorzitter en de (commissie)griffier. Op uitnodiging van de agendacommissie zit ook de portefeuillehouder aan tafel. De portefeuillehouder kan zich aan tafel laten ondersteunen door een adviseur. De agendacommissie kan voor een Beraad- en Adviesavond anderen aan tafel uitnodigen, die de behandeling van het onderwerp kunnen ondersteunen. Artikel16Commissievoorzitter 1.Naast het genoemde in artikel 2 lid 1 en 2 van dit Reglement van Orde geldt voor de commissievoorzitters dat zij met hun inbreng stimuleren dat de deelnemers aan de vergadering het onderwerp op de vooraf bepaalde wijze behandelen en op hoofdlijnen blijven. 2.De aanwezigen bij een Beraad- en Adviesavond zijn verplicht de aanwijzingen van de commissievoorzitter gegeven ter bevordering of de handhaving van de orde der vergadering, op te volgen. De commissievoorzitter kan een toehoorder, bij verstoring van de orde, uit de vergadering doen laten verwijderen. Bij herhaling van de verstoring is artikel 26, lid 2 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Artikel17Inspreken Personen die het woord willen richten tot de aanwezige burgerleden/raadsleden geven uiterlijk tot vijf minuten voor aanvang van de vergadering aan bij de griffie. De commissievoorzitter kan ook zelf informeren of er insprekers zijn aan het begin van de vergadering. De commissievoorzitter beoordeelt op welk moment hij insprekers op de publieke tribune het woord geeft en hoeveel tijd daarvoor beschikbaar is. Tevens doet de commissievoorzitter een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de inspreker. Inwoners kunnen niet het woord voeren over: een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep bij de rechter openstaat, of heeft opengestaan; benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; een klacht die ex artikel 9:1 van de Awb kan of kon worden ingediend. Artikel18Vervolg Beraad en Advies De burgerleden/raadsleden die aan tafel zitten bij de Beraad- en Adviesavond geven aan het einde van de behandeling van een agendapunt aan wat de vervolgprocedure voor het onderwerp zal zijn. Als het gaat om een voorbereidend besluitvormende bespreking geven de aanwezigen aan of een stuk besluitrijp is en door kan naar de raad en of het dan een hamerstuk of bespreekstuk wordt. Dit gebeurt met ruim draagvlak. A. ORDE DER RAADSVERGADERING Artikel19Presentielijst Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld. Artikel20Zitplaatsen 1.De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg in het presidium aangewezen. 2.De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders, secretaris en overige personen, die voor de vergadering zijn uitgenodigd. Artikel21Opening vergadering; quorum 1.De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de raad volgens de presentielijst aanwezig is. 2.Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet. Artikel22Primus bij hoofdelijke stemming Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen deelt de voorzitter mede, bij welk lid van de raad, de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming. Artikel23Verslag 1.De griffier draagt zorg voor het bijhouden van een presentielijst en een beknopt verslag van de raadsvergadering 2.Het conceptverslag van de voorgaande raadsvergadering wordt, zo mogelijk, aan de leden van de raad toegezonden gelijktijdig met de oproep. 3.De leden, de voorzitter, de wethouders en de griffier en de secretaris (indien hij op basis van artikel 4 RvO het woord heeft mogen voeren) hebben het recht een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien het conceptverslag onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft wat gezegd of besloten is. 4.Het verslag bevat tenminste: de namen van de voorzitter, de griffier, de ter vergadering aanwezige leden, alsmede van de leden die afwezig waren, de wethouders en overige personen die het woord hebben gevoerd; een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen; bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 25 en/of 30 van dit Reglement door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 5.Het verslag wordt in de eerstvolgende vergadering vastgesteld, waarna deze door de voorzitter en de griffier wordt ondertekend. Artikel24Ingekomen stukken Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt geagendeerd op de raadsvergadering met afdoeningsvoorstellen per ingekomen stuk. Artikel25Inspreken 1.Personen die het woord willen richten tot de raad melden zich vijf minuten voor aanvang van de raadsvergadering bij de griffier. Zij geven hierbij hun naam en adresgegevens, het onderwerp waarover zij willen inspreken en hun hoedanigheid. 2.Het inspreken geschiedt voorafgaand aan de behandeling van het betreffende agendapunt. Wanneer ingesproken wordt over een onderwerp dat niet op de agenda staat, dan gebeurt dit vóór de behandeling van de inhoudelijke agenda. De maximale spreektijd per inspreker is vijf minuten, de voorzitter mag richting een inspreker een andere spreektijd aangeven. 3.De leden van de raad kunnen verduidelijkende vragen stellen aan de inspreker. Na afloop van de spreektijd vraagt of geeft de voorzitter aan, hoe om wordt gegaan met de bijdrage(n). 4.Er wordt niet ingesproken over: een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep bij de rechter openstaat, of heeft opengestaan; benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; een klacht die ex artikel 9:1 van de Awb kan of kon worden ingediend. Artikel26Aantal spreektermijnen 1.De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 2.Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. 3.Een raadslid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4.Het derde lid is niet van toepassing op: de rapporteur van een commissie; het raadslid dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, ten aanzien van de beraadslaging over hetgeen door het raadslid ingediend is. 5.Bij de bepaling hoeveel malen een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. Artikel27Spreektijd De voorzitter en leden van de raad kunnen een voorstel doen over de spreektijd van de leden en de overige aanwezigen. Artikel28Handhaving orde/schorsing 1.Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het in acht nemen van dit reglement te herinneren; een raadslid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. 2.Indien een spreker zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaat, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker hieraan geen gevolg geeft kan de voorzitter hem gedurende de vergadering waarin dat plaats heeft over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. 3.De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten. 4.Ter ondersteuning van de voorzitter worden huisregels kenbaar gemaakt tijdens de raadsvergadering. Artikel29Beraadslaging 1.De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen 2.Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. Artikel30Deelname aan de beraadslaging door anderen 1.De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden van de raad, de wethouder, de secretaris, de griffier en de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging. 2.Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een van de raadsleden voordat de raad start met de beraadslaging van het betreffende agendapunt. Artikel31Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder raadslid het recht zijn stemgedrag te motiveren, als dit onvoldoende heeft kunnen blijken in de bespreking in termijnen. Artikel32Beslissing 1.Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is besproken, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist. 2.Nadat de beraadslaging is gesloten vindt, na een stemming over even amendementen, de stemming plaats over het voorstel zoals het dan luidt, in zijn geheel. Paragraaf3Procedures bij stemmingen Artikel33Procedure (hoofdelijke) stemming 1.De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2.Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd. 3.Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 4.Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid. Vervolgens geschiedt de oproeping op alfabetische volgorde. 5.Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezig raadsleden hun stem uit door 'voor' of 'tegen' uit te spreken, zonder enige toevoeging. 6.Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen totdat het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 7.De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. Artikel34Volgorde stemming over amendementen en moties 1.Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt, in zijn geheel. 2.Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement. 3.Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht. 4.Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. Artikel35Stemming over personen 1.Wanneer een stemming over personen voor het doen van een voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter drie leden tot stembureau. 2.leder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn. 3.Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4.Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. 5.Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. 6.In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van het stembureau. 7.Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes na vaststelling van de uitslag vernietigd. Artikel36Herstemming over personen 1.Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. 2.Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben. 3.Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot. Artikel37Beslissing door het lot 1.Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven. 2.Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembus gedeponeerd en omgeschud. 3.Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembus. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen. HOOFDSTUK4RECHTEN VAN LEDEN Artikel38Amendementen 1.leder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen amendementen indienen. Er kan alleen beraadslaagd worden over amendementen die ingediend zijn door leden van de raad die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn. 2.leder raadslid dat in de raadsvergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement). 3.Elk amendement of subamendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde -oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan. 4.Intrekking, door de indiener(s), van het amendement of subamendement is mogelijk, totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden. Artikel39Moties 1.leder lid van de raad kan ter raadsvergadering een motie indienen. 2.Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. 3.De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats 4.De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld. 5.Intrekking, door de indiener(s), van de motie is mogelijk totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden. Artikel40Voorstellen van orde 1.De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. 2.Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. 3.Over een voorstel van orde beslist de raad terstond. Artikel41Initiatiefvoorstel 1.Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden door een raadslid schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. 2.De voorzitter zendt het initiatiefvoorstel terstond naar het college om hem in de gelegenheid te stellen wensen en bedenkingen kenbaar te maken. 3.De voorzitter zendt het initiatiefvoorstel terstond naar de agendacommissie. Deze commissie bepaalt vervolgens het behandeltraject in overleg met de indiener. Wil de indiener het initiatiefvoorstel op enig moment terugnemen, dan overlegt hij dit met de agendacommissie. Artikel42Raadsvoorstel 1.Een voorstel van het college aan de raad dat vermeld staat op de agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad. 2.Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid terug aan het college moet worden gezonden, bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Artikel43Interpellatie 1.Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste twee werkdagen voor de aanvang van de vergadering (dus bij vergadering op maandagavond indiening uiterlijk vrijdagochtend 9 uur) schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd evenals de te stellen vragen. 2.De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college. Bij de vaststelling van de agenda van de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. Een betekenende minderheid (1/5 van de stemmen) is voldoende om het verzoek te honoreren. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden. 3.De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige leden van de raad, de burgemeester en de wethouders niet meer dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft. Artikel44Recht van onderzoek 1.Elk raadslid kan een voorstel doen om een onderzoek ex artikel 155a Gemeentewet in te stellen. 2.Het onderzoek gaat alleen door als een meerderheid van de raad voor stemt. 3.Het onderzoek wordt uitgevoerd door een onderzoekscommissie, waarvan de leden door de raad worden benoemd. 4.Een onderzoekscommissie bestaat uit ten minste drie raadsleden. 5.In een separate verordening zijn nadere regels uitgewerkt. Artikel45Schriftelijke vraag 1.Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd. Vragen die niet voldoen aan het hiervoor gestelde worden per omgaande aan de indiener teruggestuurd. 2.De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college of de burgemeester worden gebracht. 3.Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het college de vragensteller via de griffie per ommegaande hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. 4.De antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffier aan de leden van de raad toegezonden. 5.De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen over het door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist. Artikel46Vragenhalfuur 1.Aan het begin van de raadsvergadering is er een vragenhalfuur. In bijzondere gevallen kan het presidium bepalen dat het vragenhalfuur op een ander tijdstip wordt gehouden. 2.Het lid van de raad dat tijdens het vragenhalfuur vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste één werkdag voor aanvang van het vragenuur bij de voorzitter (dus bij vergadering op maandagavond uiterlijk die maandagmorgen om 9 uur). De voorzitter kan na overleg met het presidium weigeren een onderwerp tijdens het vragenhalfuur aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of indien het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde dag aan de orde komt. 3.De gestelde vraag moet actueel zijn en gaan over een belangrijk onderwerp. Doel van het vragenhalfuur is het nagaan van feiten. 4.Tijdens het vragenhalfuur kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten. Artikel47Inlichtingen 1.Indien een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de Gemeentewet verlangt, wordt een verzoek daartoe door tussenkomst van de griffier schriftelijk ingediend bij het college of de burgemeester. 2.De griffier draagt er zorg voor dat de overige leden van de raad een afschrift van dit verzoek krijgen. 3.De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de eerstvolgende of in de daaropvolgende vergadering gegeven. 4.De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven. HOOFDSTUK5BEGROTING EN REKENING Artikel48Procedure begroting Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding, het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting volgens een procedure die de raad, op voorstel van het presidium, vaststelt. Artikel49Procedure jaarrekening Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, evenals de vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel indemniteitsbesluit volgens een procedure die de raad, op voorstel van het presidium, vaststelt. HOOFDSTUK6LIDMAATSCHAP VAN ANDERE ORGANISATIES Artikel50Verslag en verantwoording 1.Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een gemeenschappelijk orgaan ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen of in een andere organisatie of institutie, heeft het recht om in aansluiting op de behandeling van de lijst van ingekomen stukken of voor het sluiten van de vergadering verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur of gemeenschappelijk orgaan aan de orde zijn. Door de raad gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar de desbetreffende commissie. 2.leder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid, schriftelijke vragen stellen. Artikel 45 is van overeenkomstige toepassing. 3.Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. Artikel 47 is van overeenkomstige toepassing. HOOFDSTUK7BESLOTEN RAADSVERGADERING Artikel51Algemeen Op een besloten raadsvergadering zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering. Artikel52Besluitenlijst 1.De besluitenlijst van een besloten raadsvergadering wordt niet verspreid, maar is uitsluitend voor de raadsleden en andere aanwezigen raadpleegbaar. 2.De besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van de besluitenlijst en het besprokene. De vastgestelde besluitenlijst wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend. Artikel53Geheimhouding 1.Een besloten vergadering wordt belegd, wanneer het college een voorstel heeft aangeboden aan de raad, waarvan hij gemotiveerd heeft aangegeven dat in het licht van de Wet open overheid (Woo) het opleggen van geheimhouding naar zijn oordeel prevaleert boven het algemene en zwaarwegende belang van de openbaarheid, bepaalt de raad of respectievelijk de Beraad & Advies dat er over deze stukken in beslotenheid wordt vergaderd. 2.Van geheimhouding wordt op de stukken melding gemaakt. 3.De raad/ Beraad- en Adviesavond beslist overeenkomstig artikel 25, eerste lid, respectievelijk artikel 86 van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. 4.De geheimhouding dient in acht te worden genomen door eenieder die bij de vergadering aanwezig is en door een ieder die op een andere wijze kennis heeft van de stukken. 5.De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen. Artikel54Opheffing geheimhouding Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55, tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd (met in achtneming van artikel 23 lid 2 en 3 van de Gemeentewet). HOOFDSTUK8.TOEHOORDERS EN PERS Artikel55Toehoorders en pers Toehoorders en pers dienen zich te gedragen naar de aanwijzingen van de voorzitter. HOOFDSTUK9SLOTBEPALINGEN Artikel56Uitleg reglement In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter. Artikel57Inwerkingtreding 1.Het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente, vastgesteld bij raadsbesluit van 30 maart 2022 (kenmerk 483658), wordt ingetrokken. 2.Dit Reglement treedt in werking op 1 april 2026. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 1 april 2026.De griffier, drs. Leendert Groenenboom De voorzitter,drs. Cees PilleTOELICHTING REGLEMENT VAN ORDE VOOR DE VERGADERINGEN EN ANDERE WERKZAAMHEDEN VAN DE RAAD VAN ALBRANDSWAARD 2026 HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 begripsomschrijvingen Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 2 De voorzitter Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 3 De griffier Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 4 De secretaris Dit artikel behoeft geen toelichting. HOOFDSTUK 2 TOELATING VAN NIEUWE LEDEN; BENOEMING WETHOUDERS; FRACTIES Artikel 5 Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging; benoeming wethouders Met de geloofsbrief geeft de voorzitter van het centraal stembureau aan de benoemde kennis van zijn benoeming (artikel V1 Kieswet). Voor dit benoemingsbesluit is bij ministeriële regeling een model vastgesteld. De benoemde geeft schriftelijk aan of hij de benoeming aanneemt (artikel V2 Kieswet). Tegelijk met de mededeling dat hij zijn benoeming aanneemt worden aan de raad stukken overlegd waaruit blijkt dat de benoemde voldoet aan de eisen om als lid van de raad toegelaten te worden. Dit omvat de volgende stukken: een ondertekende verklaring met de openbare betrekkingen die hij bekleedt, een uittreksel uit de GBA met zijn woonplaats, geboorteplaats en -datum, en (indien niet Nederlander) stukken waaruit blijkt dat hij voldoet aan de vereisten van artikel 10, lid 2 Gemeentewet (artikel V3 Kieswet). Het onderzoek van de geloofsbrieven moet in een openbare vergadering gebeuren. Bij het onderzoek zal ook de gedragscode (artikel 15, derde lid Gemeentewet) betrokken worden. In deze code zijn onder meer bepalingen opgenomen over al dan niet toegestane nevenfuncties. De commissie welke de geloofsbrieven onderzoekt brengt verslag uit. Dit kan zowel mondeling als schriftelijk. De formulering van het eerste lid benadrukt dat de raad en niet de voorzitter een commissie instelt, die het zogenaamde geloofsbrievenonderzoek verricht nadat de voorzitter van het centraal stembureau nieuwe leden heeft benoemd. Het onderzoek van het proces verbaal (onderzoek naar het verloop van de verkiezing of de vaststelling van de uitslag) gebeurt alleen in de laatste samenkomst van de raad in oude samenstelling na de gemeenteraadsverkiezingen. Het onderzoek van de geloofsbrief strekt zich niet uit tot de geldigheid van de kandidatenlijsten en van de lijstverbindingen. Ingevolge artikel V4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn leden. Daarbij is er een verschil in de procedure bij de samenstelling van een nieuwe raad of bij de vervulling van een tussentijdse vacature. Na een raadsverkiezing kunnen de raadsleden op de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling de eed of verklaring en belofte afleggen. De voorzitter zal hen hiervoor oproepen. Bij tussentijdse vacaturevervulling kan de eed of verklaring en belofte aansluitend aan de beslissing van de raad over de toelating van het betrokken raadslid plaatsvinden. De tekst van de eed of verklaring en belofte die een raadslid bij het aanvaarden van het raadslidmaatschap moet afleggen, is in artikel 14 van de Gemeentewet vastgelegd. De mogelijkheid van beroep bij de Raad van State tegen de beslissing tot toelating als lid van de raad is vervallen door inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur in 2002. Na de gemeenteraadsverkiezingen heeft de commissie voor het geloofsbrievenonderzoek een extra taak, zij adviseert de raad ook over het verloop van de verkiezingen (of dit op wettige wijze is gebeurd) en het vaststellen van de uitslag (is deze juist vastgesteld). Zij doet dit op basis van het proces verbaal van het centraal stembureau. De raad dient op basis van dit advies een besluit te nemen over het verloop van de verkiezingen en de vaststelling van de uitslag. De raad heeft dus de bevoegdheid om te besluiten tot het hertellen van de stemmen en zelfs de bevoegdheid om te besluiten tot een herstemming, beide eventueel in een deel van de gemeente bij een aantal specifieke stembureaus. Het proces-verbaal vormt de aanleiding tot een besluit tot hertelling of herstemming. Dit dient concrete aanwijzingen te bevatten waarop de raad tot een dergelijk besluit over gaat. Het feit dat een fractie een klein aantal (bijv. 3) stemmen te weinig heeft om een extra zetel te behalen is geen valide motivering om tot hertelling over te gaan. Een proces-verbaal waaruit blijkt dat kiezers bezwaar hebben gemaakt over de onzorgvuldige wijze waarop het stembureau na sluiting de stemmen heeft geteld, kan dit wel zijn. Het zesde lid geeft invulling aan een leemte in de Gemeentewet. Uit de Kieswet vloeit het geloofsbrievenonderzoek van raadsleden voort. Aangezien de wethouder geen gekozen volksvertegenwoordiger is, is hierover niets in de Kieswet geregeld. De Gemeentewet geeft wel aan welke formele eisen gesteld worden aan een wethouder maar niet op welk moment deze getoetst worden. De formele eisen voor het wethouderschap zijn grotendeels vergelijkbaar met de vereisten voor het raadlidmaatschap (Gemeentewet artikel 36a, 36b, 41b en 41c). Het ligt voor de hand om voor het benoemen van wethouders ook een commissie voor het onderzoek naar de geloofsbrieven in te stellen. Vandaar dat er een vijfde lid aan dit artikel is toegevoegd. Dit artikel is ook van toepassing als er geen wethouder van buiten maar uit de raad wordt benoemd, de incomptabiliteiten en nevenfuncties dienen immers opnieuw beoordeeld te worden. Bij de benoeming van een wethouder zal er een integriteitstoets plaatsvinden. De gedragscode politieke ambtsdragers speelt hierbij een rol. Daarnaast kan een verklaring omtrent het gedrag (VOG) worden gevraagd. De raad kan aangeven dat zij deze procedure wil volgen bij de benoeming van wethouders. De VOG kent een screeningsprofiel voor politieke ambtsdragers. Bij dit profiel staat de integriteit van de aspirant bestuurder centraal. Het is mogelijk om deze VOG via een spoedprocedure uit te laten voeren. Een raadslid dat benoemd wordt tot wethouder mag raadslid blijven totdat de geloofsbrieven van zijn opvolger zijn goedgekeurd (artikel 36b, lid 2 Gemeentewet). In het geval de coalitie in de raad een meerderheid heeft van één stem kan het verstandig zijn eerst als raadslid ontslag te nemen en een nieuw raadslid te benoemen. Het vooraf ontslag nemen als raadslid is een risico. Het kan immers gebeuren dat deze persoon of niet tot wethouder wordt benoemd of dat de geloofsbrieven niet worden goedgekeurd. Artikel 6 Fractie De Kieswet en de Gemeentewet kennen het begrip fractie niet. In de Gemeentewet in artikel 33, tweede lid, wordt wel uitgegaan van het bestaan van in de raad vertegenwoordigde groeperingen (recht op fractie-ondersteuning). Bij de aanvang van de eerste zitting van de nieuwe raad na de verkiezingen, worden de leden die op dezelfde lijst hebben gestaan, als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. De fractie gebruikt in de vergadering van de raad de aanduiding die zij boven de kandidatenlijst had staan. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in de raad en de fractie op de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. Het kan echter voorkomen dat een fractie geen aanduiding boven de kandidatenlijst heeft staan. In een dergelijk geval deelt de fractie in de eerste vergadering de aanduiding mee. In de loop van een zittingsperiode kan het voorkomen dat leden de raad verlaten. Het beëindigen van de zitting in de raad kan verschillende oorzaken hebben. Raadsleden kunnen ongeneeslijk ziek zijn, een conflict met hun fractie hebben, te weinig tijd hebben voor het raadswerk en zo zijn er nog vele redenen denkbaar. In een dergelijk geval vindt er een verandering in de samenstelling van de fractie plaats. Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de voorzitter mede. Het is ook mogelijk dat een raadslid zijn lidmaatschap niet opzegt maar uit een fractie stapt. Hij kan als zelfstandige fractie verdergaan of zich aansluiten bij een bestaande fractie. Ook andere wijzigingen zijn mogelijk, bijvoorbeeld een fusie van twee fracties. Een andere (tijdelijke) wisseling in een fractie kan het gevolg zijn van ziekte of zwangerschap van een raadslid. Voor deze gevallen is in de Kieswet een vervangingsregeling opgenomen. Uitgangspunt van ons kiesstelsel is dat volksvertegenwoordigers op persoonlijke titel worden verkozen en benoemd (dit laatste door de voorzitter van het stembureau). Dit uitgangspunt is gebaseerd op artikel 27 van de Gemeentewet, waarin is bepaald dat elk bindend mandaat van een lid van de raad nietig is. De volksvertegenwoordiger handelt naar eigen overtuiging en is bij stemmingen niet gebonden aan een lastgeving. Geen andere persoon of instantie kan hem rechtens bindende instructies opleggen met betrekking tot zijn stemgedrag. Het is de individuele volksvertegenwoordiger die een mandaat van de kiezer heeft gekregen. De volksvertegenwoordiger heeft daardoor ook de mogelijkheid om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan. Ook de Kieswet gaat niet uit van politieke partijen, een zetel 'hoort' dan ook niet bij een partij maar is verbonden aan de volksvertegenwoordiger die daardoor ook de mogelijkheid heeft om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan. Ook kan een fractie besluiten om haar naam te veranderen. Dit staat de fractie vrij om te doen. Op grond van deze bepalingen heeft de raad geen zeggenschap over wijzigingen in de samenstelling, fusies en splitsingen van fracties en de naamvoering. De raad kan hier dus geen besluit over nemen. Een mededeling aan de voorzitter van de raad is voldoende. De raad is gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering nadat hiervan mededeling is gedaan rekening te houden met de nieuwe situatie. Dit betekent ook dat: kandidaten die van een kandidatenlijst deel uitmaken en binnen die lijstpartij een onderlinge schriftelijke (en soms notariële) afspraak maken, bijvoorbeeld dat men onder bepaalde voorwaarden zal afzien van aanvaarding van het raadslidmaatschap, zich dienen te realiseren dat dergelijke afspraken nietig zijn, vanwege strijd met de Gemeentewet en de Kieswet; personen die tussentijds van partij veranderen hun raadslidmaatschap niet verliezen; als men uit een partij stapt en als eigen partij verder gaat, de verlatende partij geen middelen heeft om het raadslid uit de raad te weren. In de praktijk levert een nieuwe naamvoering van een fractie soms problemen op, bijvoorbeeld doordat een naam wordt gekozen die sterk lijkt op de naam van een al bestaande fractie. Bij de wijziging van het modelreglement in 2010 is daarom bepaald dat de naam getoetst dient te worden aan de afwijzingsgronden uit artikel G 3 van de Kieswet. Dit is een logische voorwaarde. Indien de nieuwe fractie wil meedoen aan de eerstvolgende raadsverkiezingen zal dit ook gebeuren. Bij registratie als politieke groepering wordt getoetst aan hoofdstuk G van de Kieswet, waarin staat aangegeven in welke gevallen deze registratie geweigerd wordt. Fractieafsplitsing en het ontstaan van een nieuwe fractie kunnen diverse praktische gevolgen hebben, te denken valt aan: fractievergoedingen en - faciliteiten, fractievoorzitterschap dan wel vertegenwoordiging in het presidium, zo nodig andere zitplaatsen in de raadszaal en bezetting in raadscommissies. Als moet worden voorzien in de vacature van een raadslid dat zich heeft afgesplitst, wordt teruggegrepen op de lijst waarop betrokkene oorspronkelijk was gekozen (artikel P19 Kieswet). Artikel 7 Burgerlid De term of functie van 'burgerlid' heeft geen wettelijke grondslag. De Gemeentewet (art.96) kent wel de term commissielid. Het burgerlid fungeert onder meer als commissielid en is als zodanig ook benoemd. Het burgerlid wordt ook beëdigd door de raad, omdat hij dan ook toegang heeft tot geheime stukken en verstrekte informatie. Onze gemeente kiest voor deze burgerleden, omdat het raadsleden meer ruimte geeft voor de voorbereiding van onderwerpen. Zeker voor kleinere fracties is het waardevol om extra ondersteuning te hebben, ook in de aanwezigheid bij bijeenkomsten. In verband met de kiezerslegitimiteit is ervoor gekozen, dat kandidaat-burgerleden op de kandidatenlijst van de politieke groepering hebben gestaan waarbij ze willen aansluiten en dat ze moeten voldoen aan de benoemingsvereisten die ook voor een raadslid gelden. Denk daarbij aan het wonen in de gemeente zelf. HOOFDSTUK 3 VERGADERINGEN Paragraaf 1 Tijd van vergaderen; voorbereidingen Artikel 8 Vergaderfrequentie Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 9 Doel van de vergaderingen van de raad Het systeem van beeldvorming - oordeelsvorming - besluitvorming (BOB) is ingevoerd, om ervoor te zorgen dat leden van de raad voldoende gelegenheid hebben om een onderwerp optimaal te bespreken. Het verkrijgen van een beeld door vragen te stellen en met het college en elkaar van gedachten te wisselen is soms - zeker bij complexe onderwerpen - nodig. Dat is dan ook de reden dat sommige onderwerpen 'beeldvormend' geagendeerd worden in een Beraad- en Adviesvergadering. Soms is dit voorlopig voldoende en weten college en fracties daarna waar ze staan op dat onderwerp. Soms is het een opmaat naar een oordeelsvorming over een onderwerp en een raadsbesluit. Een oordeel vormen over een voorstel, mogelijke afwegingen delen als fracties onderling en van daaruit bekijken hoe de kaarten verdeeld zijn binnen de raad, is het onderdeel 'oordeelsvorming' in de Beraad- en Adviesavond. Tijdens de avond moet duidelijk zijn of fracties in principe 'voor' of 'tegen' zijn en eventueel onder welke voorwaarden (voor, mits..../ tegen, tenzij... ) Dit gebeurt bij voorbereidend besluitvormende voorstellen. De besluitvorming tot slot geschiedt in de raad zelf. Het zal in de raad geen verrassing meer zijn hoe fracties erin zitten, maar het politieke debat wordt gevoerd om aan de kiezers te laten zien waar fracties staan, waar overeenkomsten zijn en waar de verschillen. Feitelijke vragen horen hoe dan ook bij voorkeur niet thuis is een vergadering. Deze kunnen vooraf gesteld worden en bij voorkeur ook beantwoord worden door het college (informeel), zodat de fracties de antwoorden kunnen betrekken bij hun afwegingen en hun bijdrage in de vergaderingen. Inhoudelijke, politiek gekleurde vragen, kunnen wel gesteld worden in een Beraad- en Adviesvergadering, daar dit de discussie verder kan vormen. In een raad gaat het echt om de politieke discussie tussen fracties en het uiteindelijk te nemen besluit. Artikel 10 Oproep Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 11 Agenda Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 12 Ter inzage leggen van stukken en verstrekte informatie Op basis van de Wet open overheid is een document een door een orgaan, persoon of college als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, opgemaakt of ontvangen schriftelijk stuk of ander geheel van vastgelegde gegevens dat naar zijn aard verband houdt met de publieke taak van dat orgaan, die persoon of dat college; Onder documenten vallen niet alleen de door de overheidsorganen gecreëerde stukken of ander materiaal. Ook alle van buiten komende stukken en ander voor overheidsorganen bestemd materiaal zoals agenda’s, verslag, (concept)adviezen en magneetbanden verkrijgen de status van document in de zin van de Woo. Indien het gaat om geheime of vertrouwelijke stukken, waarop voorlopige geheimhouding is opgelegd door het bestuursorgaan dat het document aanbiedt aan de raad, dient dit duidelijk op het stuk te zijn aangegeven. Deze stukken worden geplaatst op het besloten raadsinformatiesysteem, dat alleen raadpleegbaar is via een inlogcode. De griffier vervult de secretariaatsfunctie ten dienste van de raad. Wanneer de griffier het praktisch of technisch niet mogelijk acht om stukken op het (besloten) ris te plaatsen, legt hij/zij stukken fysiek ter inzage. Artikel 13 Openbare kennisgeving Dit artikel behoeft geen toelichting. PARAGRAAF 2 ORDE DER VERGADERING A. ORDE DER BERAAD- EN ADVIESAVOND Artikel 14 Presentielijst Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 15 Deelnemers Beraad- en Adviesavond Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 16 Commissievoorzitter Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 17 Inspreken Dit artikel behoeft geen toelichting. Om de drempel tot inspreken zo laag mogelijk te houden, is ervoor gekozen insprekers zich aan te laten melden tot vlak voor aanvang van de vergadering. Artikel 18 Vervolg Beraad en Advies Dit artikel behoeft geen toelichting. Het is niet zo dat aanwezigen een bindend advies geven of een beslissing nemen over de voortgang van stukken. Wel geven fracties aan wat zij denken dat een effectief vervolg is van een onderwerp. Een raad kan dit nog anders bepalen. B. ORDE DER RAADSVERGADERING Artikel 19 Presentielijst De verplichting tot het hebben van een presentielijst vloeit voort uit artikel 20 Gemeentewet. In dit artikel wordt de procedure vastgelegd. De handtekeningen op de presentielijst zijn bedoeld om formeel vast te stellen, dat het vergaderquorum aanwezig is. De lijst kan niet dienen om het stemquorum vast te stellen; daarvoor geldt artikel 29 van de Gemeentewet. De griffier geeft de ambtelijke ondersteuning die de raad nodig heeft. Daarom stelt hij samen met de voorzitter de presentielijst vast en ondertekent deze. Deze ondertekening dient te waarborgen dat de lijst volledig is en het quorum aanwezig was. Artikel 20 Zitplaatsen Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 21 Opening vergadering, quorum Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 22 Primus bij hoofdelijke stemming Praktisch gezien verdient het aanbeveling de volgorde van stemmen te bepalen aan het begin van de vergadering; deze volgorde geldt dan voor de gehele vergadering, ook na een eventuele schorsing. Uiteraard is ook hier afwijking mogelijk, bijvoorbeeld door te bepalen dat pas op het moment van stemming de primus wordt bepaald. Artikel 23 Verslag Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 24 Ingekomen stukken Over de (aan de raad gerichte) ingekomen stukken worden alleen voorstellen gedaan en besluiten genomen van procedurele aard, bijvoorbeeld ter kennisneming, steunen, afwijzen, in behandeling nemen, doorsturen naar een raadscommissie, doorsturen naar het college etc. Inhoudelijke discussie over de stukken kan de voorzitter buiten de orde verklaren. Wanneer een ingekomen stuk leidt tot inhoudelijke discussie en besluitvorming, dient dit op de gebruikelijke wijze te worden voorbereid. De schriftelijke mededelingen van het college aan de raad komen in principe ook bij de raad binnen. De mededelingen zijn dan ook een ingekomen stuk. Artikel 25 Inspreken Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 26 Aantal spreektermijnen Indien de raad van mening is, dat na de tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan hij daartoe uitdrukkelijk besluiten. Het tweede lid benadrukt dat de voorzitter elke spreektermijn afsluit. Dit behoeft overigens niets te veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng van de raadsleden in de eerste en tweede termijn. Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een verzoek van een raadslid na afloop van de tweede termijn om nog een korte reactie te geven, dient de voorzitter niet te honoreren. De beraadslaging over een motie vindt niet plaats in afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het betreffende, aan de orde zijnde onderwerp. Artikel 27 Spreektijd Het artikel strekt ertoe te benadrukken dat de raad ook uit eigen initiatief regels kan stellen over de spreektijd van de leden. De voorzitter hoeft dit niet voor te stellen. De voorzitter kan in het kader van zijn taak tot het handhaven van de orde tijdens de vergadering wel wijzigingen voorstellen in de omvang van de spreektijd. Artikel 28 Handhaving orde; schorsing Het eerste lid verzekert dat raadsleden vrijelijk kunnen spreken. Wel zijn interrupties toegestaan voor zover de voorzitter bij een overvloed aan interrupties of in het belang van de voortgang van de beraadslagingen niet bepaalt dat een spreker zijn betoog zonder verdere interrupties afrondt. Om te bevorderen dat leden van de raad zich niet belemmerd voelen om hun mening te uiten, is in artikel 22 Gemeentewet bepaald dat zij niet in rechte vervolgd kunnen worden, aan te spreken zijn of verplicht zijn getuigenis af te leggen over wat zij in de vergadering zeggen of schriftelijk overleggen. Het tweede lid heeft naast de leden die het woord voeren, ook betrekking op de wethouders, de secretaris, de griffier of andere personen, die het woord voeren. De voorzitter kan hen tot de orde roepen. Indien zij hieraan geen gehoor geven, kan hen het woord worden ontzegd. De bevoegdheid die in het tweede lid aan de voorzitter wordt gegeven om een spreker over een aanhangig onderwerp het woord te ontzeggen, gaat minder ver dan de mogelijkheid die artikel 26, derde lid, van de Gemeentewet biedt om aan dat lid, dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, de toegang tot de vergadering te ontzeggen. De laatstgenoemde bevoegdheid van de voorzitter blijft echter onverlet. Het artikel is slechts een aanvulling op de Gemeentewet. Een besluit van de voorzitter om iemand het woord te ontnemen is een op feitelijk handelen gerichte beslissing met een intern karakter. Dit is geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb. (JB 9
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.