Belangenverstrengeling De wetgever heeft de burgemeester op vier manieren bescherming geboden tegen de verleiding van belangenverstrengeling en tegen de schijn ervan: De wetgever geeft ten eerste aan dat het college van burgemeester en wethouders als bestuursorgaan zijn taak zonder vooringenomenheid moet vervullen. De wetgever geeft het college van B&W de verantwoordelijkheid om ervoor te waken dat persoonlijke belangen van de burgemeester de besluitvorming beïnvloeden. Met persoonlijk belang wordt gedoeld op ieder belang dat niet behoort tot de belangen die de burgemeester uit hoofde van zijn taak behoort te vervullen. Deze waakzaamheid geldt ook als het gaat om de schijn van belangenverstrengeling. Het gaat bij een persoonlijk belang dus niet alleen om – zoals vaak gedacht – ‘persoonlijk gewin’ of ‘persoonlijk voordeel’ of ‘persoonlijke financiële inkomsten’. De burgemeester moet beoordelen of er sprake is van een persoonlijk belang waardoor belangenverstrengeling ontstaat die de besluitvorming onterecht kan beïnvloeden. De wetgever doet een beroep op de verantwoordelijkheid van het college als geheel om ervoor te waken dat persoonlijke belangen van zijn leden de besluitvorming niet beïnvloeden. Deze verplichting geldt gedurende het gehele proces van besluitvorming en niet alleen tijdens de stemming1. Politieke ambtsdragers struikelen soms in gevallen waarin er ‘slechts’ sprake is van de schijn van belangenverstrengeling. Het is dan ook in het belang van politieke ambtsdragers zelf dat dit voorschrift zo expliciet in de gedragscode is opgenomen Een burgemeester die een persoonlijk belang heeft bij een besluit mag niet deelnemen aan de besluitvorming hierover. Dit betekent dat hij of zij zich moet onthouden van het stemmen. Doet een burgemeester dit toch, dan loopt hij of zij het risico dat de stem ongeldig is en het besluit vernietigd kan worden wegens schending van het verbod op belangenverstrengeling (artikel 2:4 en 10:3 Awb, artikel 169 Gemeentewet). In een aantal gevallen vindt de wetgever dat die bescherming door het verbod te stemmen niet ver genoeg gaat. In die gevallen verbiedt de wetgever de burgemeester expliciet bepaalde welomschreven functies te bekleden, rollen te vervullen en (rechts)handelingen uit te voeren. In de artikelen 1.4 en 1.5 van deze gedragscode wordt naar die verboden verwezen. In de bijlage van deze gedragscode treft u een opsomming aan regelgeving die samenhangt met de integriteit van de burgemeester, waaronder een overzicht van verboden combinaties van functies en verboden overeenkomsten en handelingen. We gaan ervanuit dat alle bijlagen nauwkeurig zijn bestudeerd. De wetgever eist van de burgemeester dat hij al zijn functies inclusief de inkomsten uit die functies openbaar maakt. Op die manier wordt het voor andere bestuurders, raadsleden, fractievoorzitters, partijbestuurders, de griffier en de gemeentesecretaris mogelijk de burgemeester te waarschuwen voor kwesties waarin (de schijn van) belangenverstrengeling dreigt. Ook de pers en de burger kunnen zo hun controlerende taak uitoefenen. Daarom is in deze gedragscode ook opgenomen dat de burgemeester alle financiële belangen bekend maakt. Agressie of geweld van burgers tegen politieke ambtsdragers kan de besluitvorming beïnvloeden. Een politieke ambtsdrager mag zich ook door agressie en geweld niet laten beïnvloeden. In voorkomende gevallen wordt aangeraden contact op te nemen met de griffier of de gemeentesecretaris. Artikel 1 Belangenverstrengeling en netwerkbewustzijn De neiging bestaat om per actie van de burgemeester te beoordelen of dit mag op basis van de Gedragscode en de Gemeentewet. Dit is nuttig en zelfs noodzakelijk in de beoordeling of een handeling zelf als een schending te duiden is. Het tegengaan van veelvoorkomende schendingen vraagt echter ook om transparantie over en be wustzijn van de netwerken (zowel formele als informele netwerken) waarin men zich beweegt. Ter bevordering van de transparantie vraagt de Gemeentewet dat nevenfuncties gedeeld worden en vraagt deze code daarbovenop dat substantiële belangen gedeeld worden. Netwerkbewustzijn vraagt daarnaast ook dat de burgemeester zich bewust is van zijn netwerken en de risico’s van sympathieën en loyaliteiten binnen netwerken die tot ‘blinde vlekken’ in het handelen van de burgemeester kunnen leiden. De praktijk van de lokale politiek laat zien dat raadsleden en bestuurders vaker een scheve schaats rijden precies door de aanwezigheid van netwerken waarin normen van wederkerigheid gelden. Deze normen zorgen ervoor dat leden uit het netwerk elkaar bevoordeelden en andere partijen (on)bedoeld uitsluiten. Artikel 1.10 Beperking vervolgfuncties en draaideurconstructie wethouders Om de integriteit van het openbaar bestuur te waarborgen en belangenverstrengeling te voorkomen, is het van belang na beëindiging van het burgemeesterschap terughoudend te zijn in het aanvaarden van functies welke nauw aansluiten op het voormalige ambt en bij twijfel advies vragen aan de Adviseur Integriteit voor aanvaarding. Deze bepaling, geïnspireerd op de landelijke regels voor bewindspersonen, beoogt het publiek vertrouwen te behouden en de schijn van belangenverstrengeling te vermijden. Deze bepaling is niet bedoeld als een algemeen verbod op het verrichten van werkzaamheden binnen de gemeente of de stad, maar als een beperking gericht op het voorkomen van concrete risico’s op belangenverstrengeling of de schijn daarvan. Afkoelperiode Gedurende één jaar na beëindiging van het ambt, aanvaardt de (voormalig) burgemeester geen functie die direct verband houdt met beleidsterreinen of dossiers waarvoor hij als burgemeester verantwoordelijkheid droeg, tenzij er een positief advies van bureau EVI en akkoord van de commissaris van de koning is. Lobbyverbod De burgemeester oefent gedurende de afkoelperiode geen invloed uit op gemeentelijk beleid of besluitvorming namens derden, tenzij met een schriftelijk akkoord van de commissaris van de koning, die ook advies kan inwinnen bij de Adviseur Integriteit. Openbaarheid De aanvaarding van een vervolgfunctie binnen de afkoelperiode, inclusief het advies, wordt openbaar gemaakt. Geheimhouding Ook na de afkoelperiode van 1 jaar blijft de geheimhoudingsplicht in stand. De termijn van één jaar zoals bedoeld in artikel 1 lid 10 kan in bijzondere gevallen worden verkort of verlengd na een gemotiveerd besluit van de commissaris van de koning. Praktijkvoorbeelden Voorbeeld 1 De burgemeester is voorzitter van de vereniging van huiseigenaren van het appartement waar de burgemeester zelf woont. Mag de burgemeester zijn burgemeesterschap combineren met dit voorzitterschap? Antwoord: Ja, dat mag. Artikel 36B van de Gemeentewet verbiedt de combinatie van deze functies niet. Artikel 1.4 van de gedragscode wordt dus niet overtreden door het combineren van deze functies. De nevenfunctie moet wel worden gemeld (zie artikel 1.6) en de gemeentesecretaris moet zorgdragen voor bekendmaking ervan (zie artikel 1.7). Let op: de burgemeester moet alle nevenfuncties melden. Variant 1 De wethouder Bouwen & Wonen bereidt samen met zijn staf een bestemmingswijziging voor die een gebied betreft waar ook het appartement de burgemeester ligt. Mag de burgemeester bij die besprekingen betrokken zijn? Antwoord: Ja. In de voorgestelde bestemmingswijziging worden beslissingen gepresenteerd die het gehele gebied betreffen en niet specifiek zijn woning. Er treedt dus geen verstrengeling van belangen op als de burgemeester meedoet aan de bespreking in de staf. Mag de wethouder deelnemen aan de besluitvorming in het college? Antwoord: Ja, dat mag. Er vindt geen verstrengeling van belangen plaats, dus kan de burgemeester deelnemen aan de besluitvorming in het college. Variant 2 De raad doet voorstellen om precies in het gedeelte waar het appartement van de burgemeester ligt, huizen te slopen. Het appartement van de burgemeester zal in dat geval ook worden gesloopt. Mag de burgemeester meestemmen over dit voorstel? Antwoord Nee, dat mag niet. De aanpassingen betreffen het huis van de burgemeester, waarmee een direct belang ontstaat bij het behandelen van deze bestemmingswijziging. Als de burgemeester het dossier blijft behandelen, is dat in overtreding met artikel 1.3 van de code. Let op: Als het een politiek gevoelig dossier betreft, is het een optie voor de burgemeester om te beslissen al in een eerder stadium niet betrokken te willen zijn bij het dossier, om de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen. Voorbeeld 2 Het college van burgemeester en wethouders heeft besloten de exploitatie van de zwembaden openbaar aan te besteden. De directeur van een zwembad in een nabijgelegen gemeente heeft interesse en zal met zijn voorstel voor exploitatie meedingen in de aanbesteding. Zijn neef is naast eigenaar van een administratiekantoor ook raadslid in de aanbestedende gemeente en daarom vraagt hij hem even mee te kijken naar de offerte. Het raadslid werpt er een blik op en adviseert om in de offerte bepaalde kwaliteiten wat zwaarder aan te zetten. Het raadslid weet dat men hier intern belang aan hecht. Als bedankje voor de tijdsinvestering maakt de directeur een klein bedrag over naar de partijkas van de partij van zijn neef (het raadslid), ook hangt hij een banner op in het zwembad als gratis reclame voor het administratiekantoor. Op een dag is de eigenaar van het cateringbedrijf van het zwembad op bezoek. Bij het zien van de banner vraagt hij aan de directeur van het zwembad of dit kantoor aanbevelingswaardig is. Dat is het geval en dus benadert de eigenaar van het cateringbedrijf het raadslid om te vragen of hij vanuit het administratiekantoor kan ondersteunen bij de administratie van zijn cateringbedrijf. Vanuit de raad ontstaan inmiddels zorgen over de betrokkenheid van het raadslid bij de aanbesteding. De raad vraagt de burgemeester een intern onderzoek in te stellen. De burgermeester spart hierover informeel met een aantal wethouders. Deze wethouders menen dan het onwenselijk is om een intern onderzoek te starten omdat het raadslid naast deze mogelijke misstap, al veel betekent heeft voor de stad. Bovendien draagt de samenleving het raadslid op handen, zo blijkt wel uit de voorkeursstemmen die tijdens de laatste gemeenteraadsverkiezingen voor hem zijn uitgebracht. De burgemeester besluit dat er geen intern onderzoek komt. Welke handelingen van het raadslid, de burgemeester en wethouders zijn aanvaardbaar of onaanvaardbaar? Antwoord De neiging bestaat om per actie te beoordelen of dit mag op basis van de Gedragscodes en de Gemeentewet. Soms is dit nuttig of noodzaak. Zo heb je als raadslid niet externe partijen te adviseren bij vastgoed voor de gemeente. Bovendien verschaf je hiermee familie vertrouwelijke informatie waardoor er een risico bestaat op oneerlijke concurrentie. De schenking aan de partijkas en het ophangen van de banner kunnen hierbij als steekpenningen worden gezien in ruil voor het delen van vertrouwelijke informatie. De burgemeester is als hoeder van de integriteit verantwoordelijk voor het instellen van een onderzoek indien er hiertoe aanleiding is. Tijdens het informele gesprek met wethouders dienen geen oneigenlijke argumenten te worden meegewogen wanneer het aannemelijk is dat er sprake is van serieuze integriteitsschendingen. De burgemeester moet op basis van objectieve afweging besluiten over te gaan tot een onderzoek of niet. Let op: Deze casus laat ziet dat de integriteitkwestie begint bij de warme familie- banden van het raadslid, waarna relaties binnen verschillende informele netwerken op elkaar ingrijpen. Het elkaar bevoordelen, belangenverstrengeling, de verkeerde omgang met informatie en corruptie lopen hier door elkaar heen. Wanneer enkel de individuele handelingen van het raadslid, de wethouders en burgemeester beoordeeld worden, dan doet dat geen recht aan de grote integriteitskwestie die zich kenmerkt door het kluwen aan personen en handelingen die tezamen de integriteit van het lokaal bestuur raken en uiteindelijk maken dat de kwestie niet onderzocht wordt. Zes maanden na zijn vertrek wordt de oud-burgemeester toezichthouder bij een landelijke onderwijsstichting. Deze stichting heeft geen directe relatie met de gemeente, en de burgemeester had onderwijs niet in zijn portefeuille. De vervolgfunctie is gemeld en het adviesorgaan heeft positief geadviseerd. Is dit toegestaan: Ja. Er bestaat geen koppeling met eerdere dossiers, geen belangenverstrengeling en transparant gemeld. Variant 1 Drie maanden na het aftreden wordt de oud-burgemeester strategisch adviseur bij een projectontwikkelaar waarmee hij als burgemeester intensief samenwerkte aan een grote gebiedsontwikkeling. In zijn nieuwe rol onderhoudt de oud-burgemeester contact met ambtenaren en collegeleden over de voortgang van dit project. Is dit toelaatbaar? Nee. Hoewel er (nog) geen wettelijke norm geldt voor burgemeesters, verbiedt de gemeentelijke gedragscode dit expliciet. Er is sprake van lobby op een dossier waar hij eerder bestuurlijk verantwoordelijk voor was. Dit ondermijnt het vertrouwen in onafhankelijke besluitvorming en schendt het striktere lobbyverbod van deze gedragscode. Voorbeeld 4 Er wordt een aanbesteding gedaan voor het plaatsen van zonnepanelen voor een duurzamere werkplek. Bij één van de ondernemingen die een offerte uitbrengt is de vrouw van de burgemeester werkzaam als Financieel Directeur. Kan de burgemeester betrokken zijn bij dit project? Is dit toelaatbaar? Nee. Er is hier sprake van een persoonlijk belang en een (schijn van) belangenverstrengeling. Het kan lijken alsof de burgemeester voorkeur heeft voor deze onderneming omdat zijn vrouw er werkzaam is waardoor er belangenverstrengeling ontstaat. Wat te doen bij twijfel? Twijfel je als burgemeester of er sprake is van belangenverstrengeling, of dat er een schijn daarvan bestaat? Dan kun je het volgende doen: Vraag advies: Neem contact op de CvdK of met de Adviseur Integriteit. Zij kunnen helpen om te beoordelen of er echt een probleem is. Meld het: Wees open over je nevenfuncties en mogelijke belangen. Transparantie helpt vertrouwen houden. Wees terughoudend: Als er twijfel blijft bestaan, kun je ervoor kiezen je niet te mengen in de beraadslaging of niet te stemmen totdat duidelijk is wat juist is. 2.Regels rond (schijn van) corruptie Artikel2 De burgemeester mag zijn invloed en zijn stem niet laten kopen of beïnvloeden door geld, goederen of diensten die hem zijn gegeven of hem in het vooruitzicht zijn gesteld. Artikel2.1 De burgemeester gaat actief en uit zichzelf de schijn van corruptie tegen. Aannemen van geschenken Artikel2.2 De burgemeester neemt geen geschenken aan die hem uit hoofde van of van- wege zijn functie worden aangeboden, tenzij: Het weigeren, teruggeven of terugsturen indruist tegen de gangbare fatsoensnormen, de gever zou kwetsen of deze bijzonder in verlegenheid zou brengen; Het weigeren, teruggeven of terugsturen om praktische redenen onwerkbaar is; Het gaat om een incidentele, kleine attentie (zoals een bloemetje of fles wijn) met een geschatte waarde van maximaal 65 euro, waarbij de schijn van beïnvloeding minimaal is Artikel2.3 Als geschenken om een van de in artikel 2.2 genoemde redenen niet zijn geweigerd, teruggegeven of teruggestuurd, of om andere redenen toch in het bezit zijn van de burgemeester, wordt dit gemeld aan de gemeentesecretaris, tenzij het gaat om het genoemde onder artikel 2.2 onder c. De geschenken worden dan alsnog teruggestuurd of ze worden eigendom van de gemeente. De gemeentesecretaris zorgt voor de registratie van giften en hun gemeentelijke bestemming. Accepteren van faciliteiten en diensten Artikel2.4 De burgemeester accepteert geen faciliteiten en diensten van anderen die hem vanwege zijn functie worden aangeboden, tenzij: Het weigeren ervan het bestuurswerk onmogelijk of onwerkbaar zou maken en; En de schijn van omkoping of beïnvloeding niet aanwezig is. Artikel2.5 De burgemeester gebruikt faciliteiten of diensten van anderen die uit hoofde of vanwege de bestuursfunctie worden aangeboden, niet voor privédoeleinden. Accepteren van uitnodigingen voor werkbezoeken, lunches, diners en recepties Artikel2.6 De burgemeester accepteert uitnodigingen voor werkbezoeken, netwerkbijeenkomsten, voorstellingen, evenementen, lunches, diners en recepties die door anderen worden betaald of georganiseerd alleen als: Dat behoort tot de uitoefening van het bestuurswerk en; De aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel (protocollaire taken, formele vertegenwoordiging van de gemeente, uitnodiging met beschreven doel over de wenselijkheid van de aanwezigheid) en; En de schijn van omkoping of beïnvloeding is niet aanwezig. Accepteren van reizen en verblijven Artikel2.7 De burgemeester accepteert uitnodigingen voor werkbezoeken waarbij reis- en verblijfkosten door anderen worden betaald alleen bij hoge uitzondering. Een dergelijke invitatie dient altijd vooraf te worden besproken in het college. De invitatie mag alleen worden geaccepteerd als het bezoek aantoonbaar van groot belang is voor de gemeente en de schijn van omkoping of beïnvloeding minimaal is. Van een dergelijk werkbezoek wordt altijd verslag gedaan aan het college. Bij buitenlandse werkbezoeken gebeurt dat schriftelijk, met afschrift aan de raad.
(schijn van) Corruptie Het bovenstaande artikel geeft een definitie van corruptie voor burgemeesters. Ging het bij belangenverstrengeling nog om het onterecht laten meewegen van een persoonlijk belang bij de besluitvorming, bij corruptie gaat het om omkoping van een politieke ambtsdrager. Belangenverstrengeling is niet in het wetboek van straf- recht opgenomen, corruptie is dat wel. In de onderliggende artikelen zijn regels opgenomen om de politieke ambtsdrager te helpen om (de schijn van) corruptie te voorkomen. Artikel 2.2 en 2.3 Aannemen van geschenken Geschenken zijn een sluiproute naar corruptie. Ze kunnen worden gebruikt om de besluitvorming te beïnvloeden. Ze kunnen corrumperen of de aanloop daartoe vormen. Ze kunnen daarnaast ook de schijn opwekken. Onderstaande regels zijn geformuleerd als ‘nee, tenzij’: de burgemeester neemt geen geschenken aan, tenzij er goede redenen zijn om hiervan af te wijken, bijvoorbeeld omdat basale fatsoensnormen anders geschonden worden. De afwijkingen dienen vervolgens bekend gemaakt te worden bij de gemeentesecretaris, die bepaalt welke vervolgstappen nodig zijn. Artikel 2.4 en 2.5 Accepteren van faciliteiten en diensten Het accepteren van faciliteiten of diensten van anderen kan leiden tot een afhankelijkheid of dankbaarheid creëren die de zuiverheid van het besluitvormingsproces kan aantasten. Ook met het aannemen van faciliteiten en diensten kan de burgemeester gecorrumpeerd raken. Het kan daarnaast ook de schijn van corruptie opwekken. Artikel 2.6 Accepteren van uitnodigingen voor werkbezoeken, lunches, diners en recepties Werkbezoeken zijn bedoeld om de burgemeester in de gelegenheid te stellen zich inhoudelijk te informeren en noodzakelijke contacten te leggen en onderhouden binnen en buiten de gemeente. De verplichting om actief het ontstaan van de schijn van corruptie tegen te gaan, betekent dat lunchen, dineren of evenementen bijwonen op kosten van anderen moet worden vermeden, tenzij de redenen van artikel 2.6 van de gedragscode van toepassing zijn. De schijn van corruptie is doorgaans kleiner als de uitnodigende partij een andere overheid is. Artikel 2.7 Accepteren van reizen en verblijven Wat voor lunches en diners geldt, geldt in nog sterkere mate voor reizen en overnachten op kosten van derden. Dat wordt in de regel met grote argwaan bekeken. In deze gevallen is het vermijden van alle schijn belangrijk. Praktijkvoorbeelden Voorbeeld 1 De gemeente subsidieert een jaarlijks wielerevenement vanwege haar doelstelling om een sportieve gemeente te zijn en zoveel mogelijk burgers in beweging te krijgen en in aanraking te laten komen met deze populaire sport. Het college vraagt aan de organisatie dertig vrijkaarten voor college- en raadsleden. Zij kunnen dan als ambassadeur van de gemeente aanwezig zijn. Mag dit? Antwoord Nee, dit zou het college niet moeten doen. In feite wordt er een geschenk gevraagd. Voor de organisatie is het moeilijk om nee te zeggen. Een dergelijk verzoek kan worden beschouwd als een oneigenlijke subsidie-eis. Verder is het doel van de subsidie niet het zichtbaar maken van de gemeente. Dit laatste zou in relatie tot dit evenement ook bereikt kunnen worden door de burgemeester of een wethouder bij de opening een rol te laten vervullen. Een andere mogelijkheid is dat de gemeente voor raads- en collegeleden – los van de subsidieverstrekking – een aantal kaartjes aanschaft. Variant 1 De organisatie van het wielerevenement biedt de gemeente dertig vrijkaartjes aan voor college- en raadsleden plus partners. Men geeft daarbij aan dat men graag achtergrondinformatie wil geven over de organisatie van het evenement. Daarnaast zal er een rondleiding zijn inclusief uitleg over de veiligheidsaspecten, wegafzettingen, beperking van de geluidsoverlast en de samenwerking met de hulpdiensten. Na afloop van dit informatieve deel mogen de genodigden onder het genot van een hapje en drankje het evenement bijwonen. Mogen de collegeleden ieder een kaartje aannemen? Antwoord Ja, dat mag. De uitnodiging heeft een duidelijk functioneel karakter. Om zich goed te informeren over het evenement kan het noodzakelijk zijn om een en ander in de praktijk te zien. Dat de genodigden een kleine versnapering aangeboden krijgen, valt binnen de grenzen van het redelijke. Voor partners geldt dit alles niet. Als zij het evenement willen bijwonen, moeten zij een eigen kaartje kopen. Let op: Het is van belang om te bekijken of het accepteren van giften in professionele zin daadwerkelijk noodzakelijk is en of er geen andere manieren zijn om dit doel te bereiken, zonder dat daarbij de schijn van corruptie ontstaat. Voorbeeld 2 Een nieuwe wijk wordt na toespraken van de wethouder Bouwen en Wonen en de directeur van het projectontwikkelingsbureau op ludieke wijze geopend. Alle kersverse bewoners zijn uitgenodigd om dit feestelijke moment bij te wonen en aansluitend te genieten van een hapje en een drankje in een door de projectontwikkelaar speciaal daarvoor neergezette tent. Die heeft ook het college B&W en de gemeenteraad een uitnodiging gestuurd. Mogen de collegeleden deze uitnodiging accepteren? Antwoord Ja, dat mag. De wethouder Bouwen en Wonen bekleedt een expliciete rol bij de opening. Ook andere collegeleden mogen de uitnodiging accepteren, aangezien met de oplevering van de woningen een bredere doelstelling wordt gediend: met hun aanwezigheid onderstrepen de collegeleden tegenover de nieuwe bewoners en andere belangstellenden dat de gemeente zich heeft ingespannen om de nieuwe wijk mogelijk te maken. Voorbeeld 3 De burgemeester wordt uitgenodigd om als eregast de feestelijke jubileumvoorstelling van de plaatselijke fanfare bij te wonen. Ook de partner staat op de uitnodiging vermeld. Mag deze uitnodiging worden aangenomen? Antwoord Ja, dit bezoek is functioneel van aard. De burgemeester maakt hier zijn opwachting in de representatieve, symbolische rol van burgervader. Dit is een aspect dat uniek is voor het burgemeestersvak (voor wethouders is het niet aan de orde). Dat ook de partner van de burgemeester gratis meegaat ligt in het verlengde hiervan; in dit geval wringt dat niet met artikel 2.6 van de code. Uiteraard moet wel in het oog worden gehouden dat de kosten binnen de perken blijven en dat het evenement niet al te extravagant is aangekleed. Voorbeeld 4 De burgemeester heeft een lezing gegeven op een bewonersbijeenkomst. Na afloop wordt een bos bloemen aangeboden. Mag de burgemeester deze aannemen? Antwoord Ja, de bos bloemen kan gezien worden als een geschenk dat uit hartelijkheid wordt gegeven en waarvan het niet accepteren de gever op dat moment ernstig in verlegenheid zou brengen. Het is bovendien niet het type geschenk dat de schijn van corruptie opwekt. Let op: Situaties als die in voorbeeld 4 komen regelmatig voor. Politieke ambtsdragers staan veel op podia en krijgen vaak als dank bloemen, fotoboeken, boekenbonnen, flessen wijn, pennen, t-shirts en petjes met opdrukken, koffiemokken en andere typen kleine geschenken. In veel van dergelijke situaties is het weigeren (hoewel eigenlijk de bedoeling) praktisch onmogelijk zonder de gever in verlegenheid te brengen. Voorbeeld 5 Het college krijgt van een bedrijf met veel korting een videoconferencing-systeem aangeboden. Met dit systeem kunnen collegeleden vanaf een andere locatie toch deelnemen aan een overleg. Zo laat het bedrijf zien goede besluitvorming zeer van belang te vinden en te willen ondersteunen. Mag deze faciliteit worden aangenomen? Antwoord Nee, het aannemen van het systeem, is een overtreding van artikel 2.4 van de gedragscode. Artikel 2.4 aanhef en onder a is niet van toepassing; er is budget om het college te faciliteren. Mocht het noodzakelijk zijn een dergelijk systeem aan te schaffen dan kan dat vanuit gemeentelijke middelen worden betaald. Voorbeeld 6 Het college van B&W nodigt zijn relaties uit voor het bijwonen van een optreden van bekende artiesten tijdens het Stadsfestival. Daartoe zal het college zijn gasten ontvangen in een apart vak van de gemeente vlakbij het podium. Is dit een overtreding van artikel 2.1 van de gedragscode? Antwoord Nee, dit is geen overtreding van de gedragscode. Het is voor de burgers van Eindhoven noodzakelijk dat het college van B&W zijn netwerk onderhoudt. Het college zal in het kader hiervan op gezette tijden zelf initiatieven ontplooien. Het organiseren van bijeenkomsten ter representatie van de stad is geen handeling die de (schijn van) corruptie oproept, in tegenstelling tot het accepteren van een uitnodiging. Wel dient zeker gesteld te worden dat de kosten (moreel) te verantwoorden zijn en dat tijdens het netwerken zelf geen valse verwachtingen worden gewekt of onrechtmatige beloften worden gedaan. Blijft twijfel bestaan, dan kan de Adviseur Integriteit om advies worden gevraagd. 3.Regels rond het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen Artikel3 De burgemeester houdt zich aan het beleid dat is vastgesteld voor het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen. Artikel3.1 De burgemeester houdt zich aan de regelgeving en het beleid met betrekking tot het gebruik van interne voorzieningen als werkkamer, ICT en kopieermachines. Artikel3.2 De burgemeester houdt zich aan de regelgeving en het beleid met betrekking tot onkostenvergoedingen en declaraties. Artikel3.3 Een burgemeester houdt zich aan de richtlijnen en het vastgesteld beleid met betrekking tot het gebruik van Artificial Intelligence (AI)
Gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen De burgemeester kan bij zijn bestuurswerk gebruikmaken van een aantal faciliteiten en financiële middelen van de gemeente. Werkkamer, laptop, tablet en dergelijke worden primair voor zijn bestuurswerk ter beschikking gesteld. Het gebruik hiervan voor privé- of partijdoeleinden is niet toegestaan tenzij het de bruikleen van voorzieningen betreft zoals mogelijk gemaakt in de toepasselijke gemeentelijke verordeningen, die mede voor privédoeleinden mogen worden gebruikt. Toelichting Artikel 3.3 Het gebruik van kunstmatige intelligentie (AI) binnen het openbaar bestuur biedt kansen, maar brengt ook risico’s met zich mee, met name op het gebied van transparantie, gegevensbescherming en de betrouwbaarheid van informatie. De burgemeester dient hier zorgvuldig mee om te gaan. Gebruik van AI mag nooit leiden tot schending van vertrouwelijkheid, belangenverstrengeling of het wekken van de schijn van onbehoorlijk bestuur. Het invoeren van gevoelige of vertrouwelijke informatie in generatieve AI-systemen zonder adequate beveiliging is onwenselijk en kan in strijd zijn met de plicht tot zorgvuldige besluitvorming en informatiebeveiliging. Daarnaast is het belangrijk dat het gebruik van AI niet ten koste gaat van menselijke oordeelsvorming, democratische controle en verantwoordelijkheid die hoort bij het ambt. De burgemeester blijft zelf eindverantwoordelijk voor de inhoud en het proces van besluitvorming. Een transparante en verantwoorde inzet van AI sluit aan bij de normen van professioneel en integer bestuur. In deze code worden hier richtlijnen voor gegeven: Gedragscode Artificiële Intelligentie – Gemeente Eindhoven Praktijkvoorbeelden Voorbeeld 1 De burgemeester heeft een nevenfunctie als lid van een universitaire adviesraad voor technologieontwikkeling. De vergaderingen van deze adviesraad vinden plaats ver buiten de gemeente. Mag de burgemeester een dienstauto gebruiken om naar de vergadering te gaan? Antwoord Nee, een dienstauto staat de burgemeester ter beschikking voor zijn werkzaam- heden als burgemeester. Het inzetten van de auto met chauffeur voor zijn neven- werkzaamheden is in strijd met artikel 3.
Regels rond informatie Het handelen van de overheid, wetten, verordeningen en beleid hebben grote invloed op het leven van burgers. Daaruit volgt dat de burger er recht op heeft over het overheidshandelen goed geïnformeerd te worden. De burger heeft er ook recht op de onderliggende redeneringen en afwegingen te kennen en te weten wie welke positie heeft ingenomen. Dit alles bij elkaar opgeteld schept een verplichting voor het ambtenarenapparaat, het college en de raad om de burger nauwkeurig en op tijd op de hoogte te brengen van wat er wordt besproken, besloten en uitgevoerd. Geheimhouding Dit neemt niet weg dat het ook voorkomt dat informatie rond overheidshandelen niet bekend en verspreid mag worden. Het gaat dan altijd om gevallen waarin het openbaar maken zou leiden tot het schenden van rechten van burgers, tot het onterecht toebrengen van schade aan burgers en/of tot het onterecht toebrengen van schade aan collectieve belangen. Het college dient terughoudend om te gaan met het geheim verklaren van stukken en deze steeds zorgvuldig beredeneren. De raad ziet hierop toe. Het formele etiket ‘geheim’ heeft een expliciete betekenis – ook in strafrechtelijke zin – en dient niet te worden vervangen door ‘vertrouwelijk’. Een ander aandachtspunt betreft de wijze waarop de burgemeester omgaat met niet geheim verklaarde informatie waarover hij wel, maar burgers niet beschikken omdat deze informatie (nog) niet publiek is. Het gaat dan bijvoorbeeld over informatie die in een besloten vergadering is besproken. De burgemeester zorgt ervoor dat hij dergelijke informatie niet gebruikt in zijn eigen voordeel of in het voordeel van personen of organisaties met wie hij verbonden is. In de ‘circulaire geheimhoudingsregeling’ d.d. 29 april 2016 (kenmerk 2016- 0000092386) schrijft de minister van BZK: ‘Omdat het niet op voorhand duidelijk is of het delen van informatie die als ‘vertrouwelijk’ is aangemerkt ook strafrechtelijk consequenties kan hebben, is het voor de onderhavige bestuurlijke praktijk aangewezen de term ‘vertrouwelijk’ niet te gebruiken maar slechts de term ‘geheim’. Informatierecht De raad heeft het recht op informatie. Het college verstrekt de raad alle inlichtingen die hij nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Daarnaast geeft het college de raad mondeling of schriftelijk alle door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. Als grens aan het verstrekken van inlichtingen aan de raad geldt dat het moet gaan om informatie die noodzakelijk is voor het uitoefenen van zijn taak. Er kan discussie ontstaan over de vraag wanneer het punt bereikt is dat ‘de noodzakelijke informatie’ verstrekt is. Daar moeten politieke ambtsdragers samen uitkomen. Praktijkvoorbeelden Voorbeeld 1 De raad heeft het voornemen om de bestemming van een gebied te wijzigen zodat het mogelijk wordt om in dat gebied huizen te bouwen. Verschillende commerciële partijen en andere belanghebbenden hebben hier een stevige lobby voor gevoerd en zijn verheugd dat de raad het serieus in overweging neemt. Het college heeft besloten geheimhouding op te leggen ten aanzien van het dossier dat aan de raad wordt verstrekt. Er wordt in de pers echter regelmatig over het dossier geschreven. Vaak zit men er maar weinig naast, wat er op duidt dat er wellicht door een of meerdere raadsleden gepraat wordt met journalisten. De burgemeester is van mening dat het geheim behandelen van deze kwestie niet langer opportuun is. ‘Alles ligt toch al op straat’. Mag de burgemeester ingaan op het verzoek van een journalist om over het dossier te spreken? Antwoord Nee, het spreken met anderen over deze kwestie is een overtreding van artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht (lekken van geheime informatie) en van artikel 4.2 van de gedragscode. Als er informatie ten aanzien waarvan een verplichting tot geheimhouding geldt aan de raad is verstrekt, kan alleen de raad deze verplichting opheffen. Zolang dat niet is gebeurd, ook al is de meeste informatie in de krant verschenen, is het spreken over de kwestie een schending van de geheimhoudingsplicht, wat zelfs strafbaar kan zijn. Voorbeeld 2 De burgemeester stuurt het volgende twitterbericht: ‘@toneelgroepdeblauwemaandag Ik zit hier in een besloten vergadering over toekenning subsidies. Het is spannend. #bezuinigenaltijd- moeilijk…’ Mag de burgemeester dit doen? Antwoord Nee dit mag de burgemeester niet doen. Op hetgeen dat besproken wordt in de besloten vergadering rust geheimhouding. Een twitterbericht als dit is dus een overtreding van artikel 4.2 van de gedragscode. Voorbeeld 3 Het is nog niet bekend gemaakt wanneer de inschrijving voor de nieuwe huizen in een net ontwikkeld gebied van start zal gaan. De burgemeester schat in dat met een beetje goede wil van politiek en ambtenarij de inschrijving waarschijnlijk midden in de zomer zal plaatsvinden. De zus van de burgemeester wil graag wonen in dat gebied. Mag de burgemeester haar waarschuwen niet in die periode op zomervakantie te gaan, zodat zij als eerste kan inschrijven? Antwoord Nee, het waarschuwen van de zus is een overtreding van artikel 4.3 van de gedragscode. De inschatting over de inschrijving kan alleen worden gemaakt door een persoon met veel voorkennis. De burgemeester beschikt over informatie die andere burgers niet hebben. Deze informatievoorsprong gebruiken in het voordeel van een familielid is een overtreding van artikel 4.3 van de gedragscode en mogelijk een verstrengeling van belangen. Voorbeeld 4 In een overleg met ambtenaren wordt de burgemeester geïnformeerd over een complexe casus van een bijstandsgerechtigde die met de gemeente in aanvaring is gekomen over de sollicitatieplicht. De privacyregels waar zijn ambtenaren aan gebonden zijn, gelden voor de burgemeester niet. Nu wil hij over de kwestie sparren met een ambtsgenoot uit een andere gemeente. Mag hij daarbij details delen over de aard van de klacht van de uitkeringsgerechtigde? Antwoord Nee, persoonsgebonden details mogen niet worden gedeeld. Artikel 4.2 van de code verplicht de burgemeester tot geheimhouding van dergelijke gegevens. Een gedachtewisseling op hoofdlijnen, over hypothetische dan wel geanonimiseerde cases, is uiteraard wel toegestaan. 5.Regels rond de onderlinge omgang en de gang van zaken tijdens vergaderingen Artikel5 Politieke ambtsdragers gaan respectvol met elkaar en met ambtenaren om, zijn open en eerlijk en bevorderen het debat op basis van feiten. Artikel5.1 De burgemeester houdt zich tijdens vergaderingen en bijeenkomsten aan het bestuursreglement van het college van burgemeester en wethouders, het reglement van orde van de gemeenteraad van Eindhoven en de verordening op de voorbereidende bijeenkomst en de meningsvormende vergadering gemeente Eindhoven, zoals die op dat moment gelden. Artikel5.2 De burgemeester onthoudt zich in het openbaar van negatieve uitlatingen over gemeenteambtenaren. Dus ook in vergaderingen en bijeenkomsten zoals genoemd in het bestuursreglement van het college van burgemeester en wethouders, het reglement van orde van de gemeenteraad van Eindhoven en de verordening op de voorbereidende bijeenkomst en de meningsvormende vergadering gemeente Eindhoven. Artikel5.3 De burgemeester bejegent wethouders, raadsleden, de griffie(r) en andere ambtenaren op correcte wijze in woord, gebaar en geschrift. Ook in de media en op sociale media ziet hij af van persoonlijke aanvallen. Artikel5.4 De burgemeester twijfelt niet in het openbaar – in de raad, de media of op de sociale media –aan de integriteit van een raadslid of wethouder. Hij erkent en bevestigt hen proactief in hun ambt als bestuurders of volksvertegenwoordiger die in hun handelen het algemeen belang nastreven en de rechten van individuen beschermen. Artikel5.5 De burgemeester streeft naar de hoogste kwaliteit van besluitvorming. Het is een gezamenlijke opdracht om de feiten op tafel te krijgen en deze niet te verdraaien. De burgemeester is eerlijk over zijn overwegingen, luistert naar de argumenten van anderen, de argumenten ingebracht vanuit de raad en het college en accepteert deze als bijdragen tot de zorgvuldige besluitvorming. Artikel5.6 Bij onenigheid in de onderlinge omgang of de gang van zaken tijdens vergaderingen gaat de burgemeester, mogelijk onder begeleiding, het gesprek aan met een raadslid of wethouder.
Onderlinge omgangsvormen Elk raadslid, elke bestuurder en elke ambtenaar is een medemens en medeburger. Op basis daarvan verdient ieder raadslid, iedere bestuurder en iedere ambtenaar een correcte bejegening. Maar eenieder vervult ook een cruciaal ambt binnen onze democratische rechtstaat, dat zelf ook respect afdwingt. Gezamenlijk staan raadslid, bestuurder en ambtenaar in voor het goed bestuur in de eigen gemeente. Een respectvolle omgang met elkaar en met de waarheid maakt het daarnaast beter mogelijk om met elkaar tot een werkelijke beraadslaging te komen op basis van feiten en (eerlijke) overwegingen. Dat is essentieel voor een zorgvuldige besluitvorming. Bovendien heeft de manier waarop het college en de raad onderling en met elkaar omgaan van invloed op de geloofwaardigheid van de politiek. Praktijkvoorbeelden Voorbeeld 1 Op de Nieuwjaarsborrel zijn de burgemeester en een wethouder met elkaar in gesprek. Het gesprek verandert gaandeweg in een discussie. Die loopt, naarmate de avond vordert en de wijn vloeit, uit de hand. Op een bepaald moment horen de andere aanwezigen de burgemeester tegen de wethouder schreeuwen: ‘Dit dossier is een puinhoop en dat is jouw schuld! Je bent de slechtste wethouder die Eindhoven ooit gekend heeft, dat vindt iedereen. Ik zal er alles aan doen om ervoor te zorgen dat je niet herkozen wordt!’ Is dit aanvaardbaar gedrag? Antwoord Nee, dit gedrag is niet aanvaardbaar en een overtreding van artikel 5.1 van de gedragscode. Een wethouder op deze manier in het openbaar tot de orde roepen is niet correct. Het feit dat ook anderen horen wat de burgemeester zegt, is hierbij mede van belang. Voorbeeld 2 Een raadslid uit de oppositie maakt het leven van de burgemeester al geruime tijd zuur. De persoon in kwestie heeft zich als een pitbull vastgebeten in een aantal dossiers en schuwt de harde confrontatie niet. Daarbij verwijt hij de burgemeester regelmatig niet integer gedrag. Als de burgemeester op een maandagochtend de lokale krant openslaat ziet de burgemeester op pagina 4 in grote letters geschreven dat het raadslid in kwestie aan vriendjespolitiek zou doen. De burgemeester pakt zijn telefoon erbij en schrijft op twitter: ‘Oh ironie! Het kan ook niet anders dat zo’n schreeuwer zelf niet zuiver op de graat is!’ Antwoord Dit is geen aanvaardbaar gedrag. Artikel 5.4 vraagt van de burgemeester niet alleen dat hij zelf de integriteit van raadsleden niet in twijfel trekt maar ook dat hij de integriteit van raadsleden verdedigt in het openbaar. Deze manier van handelen schaadt niet alleen de persoon van het raadslid maar ook het vertrouwen in de lokale politiek. Mocht de burgemeester werkelijk twijfelen aan de integriteit van het raadslid dan bewandelt hij de afgesproken route om een melding te doen van een vermoeden. Voorbeeld 3 In de gemeenteraad wordt een motie ingediend door een vrouwelijk raadslid van niet westerse afkomst, met als doel de veiligheid in het uitgangsleven te verbeteren via betere straatverlichting en gemeentelijke voorlichtingscampagnes. In het debat geeft het raadslid aan dat ze deze motie indient omdat veel jonge vrouwen zich onveilig voelen op straat binnen onze gemeente. Met eenvoudige maatregelen kunnen we dit verbeteren. Een raadslid van een andere fractie spreekt: voorzitter, ik krijg de indruk dat mevrouw hier haar eigen angsten probeert te projecteren op de samenleving. Misschien moet ze zich minder druk maken over de straatverlichting en meer integreren in onze cultuur van weerbaarheid. En als ze zich onveilig voelt, dan is dat misschien eerder haar eigen onzekerheid. Antwoord Nee, dit gedrag is niet toelaatbaar. In plaats van inhoudelijk te reageren op de motie richt de spreker zich op de persoon, haar emoties, achtergrond en vermeend gebrek aan weerbaarheid. Dit ondermijnt de legitimiteit van haar standpunt op basis van haar identiteit. De opmerking bevat daarnaast seksistische elementen en een culturele ondertoon die kunnen worden opgepakt als agressie of discriminerende insinuaties. Dit is een overtreding van artikel 5.3 van deze gedragscode. Als voorzitter van de gemeenteraad ligt een expliciete rol bij de burgemeester om de wethouder aan te spreken inhoudelijk op de motie te reageren. Hierbij neemt de burgemeester geen deel aan de inhoudelijke discussie, maar stuurt wel aan op de gedragsregels hoe wij met elkaar omgaan. 6.Regels rond de vaststelling en de handhaving van de gedragscode Artikel6 De raad stelt de gedragscode vast voor elk van de bestuursorganen – de raad, de wethouders en de burgemeester – en ziet toe op de naleving ervan. Artikel6.1 De raad ziet erop toe dat de gedragscodes van raad, burgemeester en wethouders worden nageleefd. Artikel6.2 Het college van burgemeester en wethouders ziet er in het bijzonder op toe dat het college en de individuele collegeleden de eigen gedragscode naleven. De gemeentesecretaris ondersteunt het college hierbij. Artikel6.3 Minimaal één keer per bestuursperiode evalueert het college de gedragscodes van de wethouders en de burgemeester op actualiteit, functioneren en de mate waarin deze naar behoren worden nageleefd. De burgemeester betrekt de resultaten van deze evaluatie in de periodieke evaluaties van alle gedrags- codes met de raad. Artikel6.4 Indien de burgemeester twijfelt aan een eigen handeling of die van een andere politieke ambtsdrager volgt de burgemeester de processtappen zoals vastgelegd in de Procesafspraken Integriteit.
Vaststelling en handhaving van de gedragscode Minimaal één keer per bestuursperiode wordt de tekst van de drie gedragscodes van Eindhoven – voor raad, wethouders en burgemeester – tegen het licht te houden: voldoen de formuleringen nog? Over welke onderwerpen worden de meeste vragen gesteld? Zijn de praktijkvoorbeelden voldoende herkenbaar? Is er behoefte aan een thema- bijeenkomst of andere vormen van gesprek? Op die manier blijft de gedragscode een levend document. Belangrijk is dat erop wordt toegezien dat de drie gedragscodes daadwerkelijk worden nageleefd. Ze leggen immers de voorwaarden vast waaraan het handelen van politieke ambtsdragers minimaal moet voldoen. Een schending van de gedragscode is een schending van de integriteit van de politiek. Het toezien op de naleving van de drie gedragscodes is niet alleen een verantwoordelijkheid van de raad, maar een gedeelde verantwoordelijkheid van alle betrokkenen. Bijzondere rollen zijn weggelegd voor onder meer de burgemeester als voorzitter van college en raad, de fractievoorzitters, de raadsgriffier en de partij c.q. afdelingsbesturen. Artikel 6.4 Procesafspraken Integriteit In Eindhoven zijn afspraken gemaakt over de processtappen die de raadsleden, wethouders en de burgemeester volgen bij het vermoeden van een integriteitsschending door een politieke ambtsdrager. Deze staan in procesafspraken over de handhaving van de integriteit van het gemeentebestuur. De handhaving van de integriteit kent verschillende fases: Bespreken van lastige integriteitkwesties. Signaleren van vermoedens van schendingen van de gedragscode. Eventueel onderzoeken van vermoedens van schendingen van de gedragscode. Eventueel sanctioneren van schendingen van de gedragscode. Hierbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: onpartijdigheid; terughoudendheid met publiciteit; zorgvuldigheid naar de vermeende schender en; bescherming van het slachtoffer. Praktijkvoorbeeld Voorbeeld De burgemeester houdt een blog bij op internet. De blog wordt veel gelezen. De burgemeester geeft een ongezouten mening over allerlei onderwerpen, ook over onderwerpen die in de raad besproken worden. In de laatste blog suggereert de burgemeester dat een raadslid van een oppositiepartij mogelijk via de raad geld heeft geregeld voor een stichting waar hij zelf bij betrokken is. Is dit in overeen- stemming met het uitgangspunt van zorgvuldige handhaving van de gedragscode? Antwoord Nee, dit is niet de manier waarop je een vermoeden van een schending van de gedragscode meldt. Deze manier van communiceren is in tegenspraak met artikel 5.3 van de gedragscode en de basisprincipes van de Procesafspraken Integriteit. Als de burgemeester vermoedt dat een raadslid zich mogelijk schuldig heeft ge- maakt aan overtreding van de gedragscode, schrijven de procesafspraken voor dat hij het raadslid hierop aanspreekt of, indien dit niet wenselijk is, overgaat tot het instellen van een vooronderzoek waarbij ondersteuning is van de Adviseur Integriteit. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 10 maart 2026J. Jongbloed, griffier.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.