Beleidsregels Vrijlating giften gemeente Mook en Middelaar 2026Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Mook en Middelaar, gelet op: Artikel 4:81 eerste lid Awb; Artikel 4:83 Awb; Artikel 1:3 vierde lid Awb Artikel 17, eerste lid Participatiewet; Artikel 31, tweede lid, onderdeel m Participatiewet; Artikel 31, tweede lid, onderdeel s Participatiewet. besluit: vast te stellen de volgende Beleidsregels Vrijlating en giften Participatiewet gemeente Mook en Middelaar
- Artikel1:Begrippen Alle begrippen die in deze Beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht. In deze Beleidsregels wordt verstaan onder: Belanghebbende: persoon of personen met een bijstandsuitkering; Beleidsregels: beleidsregels vrijlating giften Participatiewet gemeente Mook en Middelaar 2026; College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Mook en Middelaar; Gemeente: gemeente Mook en Middelaar; Gift: een bijdrage of meerdere bijdragen met een onverplicht karakter van derden (personen of instellingen) zonder dat hier iets tegenover staat. Er is geen sprake van een terugbetalingsverplichting of enige vorm van tegenprestatie of verplichtend karakter. Een gift kan zowel giraal, contant als in natura zijn. Gift in natura: schenking van goederen, of een andere vorm niet zijnde geld, door een natuurlijk persoon of instelling. Artikel2:Eenmalige giften Een gift, als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel m Participatiewet, met een eenmalig karakter wordt niet tot de middelen gerekend (vrijgelaten) tot het bedrag genoemd in dat artikel per kalenderjaar. Eenmalige giften tot een bedrag, als genoemd in het eerste lid, hoeven niet te worden gemeld. De vrijlating, genoemd in het eerste lid, geldt per uitkering en niet per uitkeringsgerechtigde. Een echtpaar heeft gezamenlijk recht op een vrijlating tot het bedrag genoemd in artikel 31, tweede lid, onderdeel m Participatiewet per kalenderjaar, niet per persoon. De waarde van een gift in natura wordt bepaald op basis van de waarde in het economisch verkeer. Voor het vaststellen van de economische waarde van giften in natura wordt gebruik gemaakt van de NIBUD-prijzengids. De vrijlating wordt toegerekend aan het kalenderjaar (1 januari tot en met 31 december). Wanneer een belanghebbende gedurende een jaar minder dan het maximale bedrag aan giften heeft ontvangen genoemd in artikel 31, tweede lid, onderdeel m Participatiewet, dan mag het restant niet meegenomen worden naar het volgende kalenderjaar. Voor zover de gift hoger is dan het in het eerste lid genoemde bedrag, wordt het meerdere als inkomen of vermogen (afhankelijk van het doel van de gift) aangemerkt. Voor alle giften die een belanghebbende ontvangt waarbij het vrij te laten bedrag als bepaald in het eerste lid, wordt overschreden, geldt de inlichtingenplicht zoals bedoeld in artikel 17, eerste lid Participatiewet. Artikel3:Periodieke giften Een gift, als bedoeld in artikel 31, tweede lid onderdeel m Participatiewet, met een periodiek karakter wordt niet tot de middelen gerekend (vrijgelaten) tot een bedrag genoemd in dat artikel per kalenderjaar. Onder periodiek wordt verstaan: meer dan eenmalig voorkomend in een kalenderjaar. Periodieke giften tot een bedrag, als genoemd in het eerste lid van dit artikel, hoeven niet te worden gemeld. De vrijlating, genoemd in het eerste lid van dit artikel, geldt per uitkering en niet per uitkeringsgerechtigde. Een echtpaar heeft gezamenlijk recht op een vrijlating tot het bedrag genoemd in artikel 31, tweede lid, onderdeel m Participatiewet per kalenderjaar, niet per persoon. De waarde van een gift in natura wordt bepaald op basis van de waarde in het economisch verkeer. Voor het vaststellen van de economische waarde van giften in natura wordt gebruik gemaakt van de NIBUD-prijzengids. De vrijlating wordt toegerekend aan het kalenderjaar (1 januari tot en met 31 december). Wanneer een belanghebbende gedurende een jaar minder dan het maximale bedrag aan giften heeft ontvangen genoemd in artikel 31, tweede lid, onderdeel m Participatiewet, dan mag het restant niet meegenomen worden naar het volgende kalenderjaar. Voor zover de giften hoger zijn dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt het meerdere als inkomen of vermogen (afhankelijk van het doel van de gift) aangemerkt. Voor alle giften die een belanghebbende ontvangt waarbij het vrij te laten bedrag als bepaalde in het eerste lid van dit artikel wordt overschreven, geldt de inlichtingenplicht zoals bedoeld in artikel 17, eerste lid Participatiewet. Artikel4:Giften met een specifieke bestemming Giften met een specifieke bestemming, gelet op artikel 31, tweede lid, onderdeel s Participatiewet, worden niet tot de middelen gerekend (vrijgelaten) als: Deze worden verstrekt voor kosten waarvoor anders bijzondere bijstand, WMO of overige minimaregelingen voor verstrekt had kunnen worden; Deze worden verstrekt voor uit medisch oogpunt noodzakelijke, aantoonbare kosten. Deze worden verstrekt door de (Rijks)overheid ter compensatie van tijdelijke hogere lasten. Deze daadwerkelijk worden besteed aan scholing en opleiding, waaronder het behalen van het rijbewijs; Deze daadwerkelijk worden besteed aan het aflossen van betalingsachterstanden voor huur, energielasten, zorgverzekering of ter beschikking wordt gesteld van een schuldhulpverleningstraject; Deze worden verstrekt door de voedselbank, kledingbank, sponsorwinkel of andere vergelijkbare charitatieve instellingen. Artikel5:Giften aan kinderen Een gift aan ten laste komende kinderen valt ook onder het in artikel 2, eerste lid, of artikel 3, eerste lid van de beleidsregels genoemd bedrag per kalenderjaar. Artikel6:Hardheidsclausule Het College kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen in deze beleidsregels, als strikte toepassing van deze beleidsregels leidt tot onbillijkheden van zwaarwegende aard. Artikel7:Inwerkingtreding Deze beleidsregel treedt in werking met terugwerkende kracht vanaf 1 januari
- Artikel8:Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels Vrijlating giften Participatiewet gemeente Mook en Middelaar’. Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Mook en Middelaar op d.d. 17 maart
- Het college van burgemeester en wethouders van Mook en Middelaar,De secretaris Drs. W. Mariman De burgemeester I.M. van Dijk Toelichting Algemeen Giften worden bij de vaststelling van het recht op, en de hoogte van, de algemene bijstand vrijgelaten voor zover dat deze, gezien de bestemming en de hoogte van de gift, uit het oogpunt van bijstandsverlening verantwoord is. Door giften niet in aanmerking te nemen, wordt voorkomen dat de Participatiewet een ontmoediging vormt voor de vrijgevigheid van instellingen en/of personen. Gezien het minimumbehoeftekarakter van de bijstand kan de vrijlating niet onbeperkt zijn. Een gift kent een onverplicht karakter. Bijdragen die zijn gebaseerd op wederkerige overeenkomsten (zoals leningen) kunnen om die reden niet worden aangemerkt als giften. Bij het vaststellen van deze beleidsregels is geen onderscheid gemaakt tussen uitkeringsgerechtigden van 18 tot 21 jaar die in vergelijking met personen van 21 jaar en ouder een lagere bijstandsnorm ontvangen. De beleidsregels maken helder welke giften niet tot de middelen worden gerekend. Het omgekeerde is niet het geval. Van de giften die binnen het kader van dit model niet vallen onder de giften die ‘vrij’ zijn, mag niet automatisch worden aangenomen dat deze wel een middel zijn dat in aanmerking moet worden genomen. Ten aanzien van deze giften zal altijd nog een specifieke afweging moeten worden gemaakt of de gift uit oogpunt van bijstandsverlening verantwoord is. Ingang uitkering Bij aanvang van de uitkering bekijkt de gemeente al of de inwoner (periodiek) giften of besparingsbijdragen ontvangt en of de uitkering hier mogelijk op moet worden afgestemd op grond van artikel 18 lid 1 Participatiewet. Het is ook mogelijk om pas af te stemmen als tijdens de bijstandsperiode een bedrag aan maximaal genoemd in artikel 31, tweede lid, onderdeel m Participatiewet aan besparingsbijdragen is ontvangen. Inkomen of vermogen De vrijlating geldt zowel door giften die als inkomen als voor giften die als vermogen kunnen worden beschouwd. Wordt een gift aangemerkt als vermogen? En komt de gift, boven de als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel m Participatiewet uit, samen met het al aanwezige vermogen boven de geldende vermogensgrens uit, dan zal de bijstandsuitkering beëindigd moeten worden. Kan de gift, die boven de grens van in artikel 31, tweede lid, onderdeel m Participatiewet als inkomen worden aangemerkt? Dan is dit te beschouwen als inkomen in de maand van ontvangst en moet dit worden verrekend met de bijstandsuitkering. Is het hogere bedrag aan inkomen of vermogen ‘uit het oogpunt van bijstandsverlening verantwoord’, dan heeft de gift geen gevolgen voor de bijstandsuitkering. Meldingsplicht Als de uitkeringsgerechtigde de giften vanaf het drempelbedrag genoemd in artikel 31, tweede lid, onderdeel m Participatiewet meldt, dan doet de gemeente onderzoek naar het totaalbedrag in dat kalenderjaar en informeert de uitkeringsgerechtigde over het vervolg voor dat jaar. De gemeente bekijkt of het hoger bedrag aan giften verantwoord is. Wanneer dit niet het geval is, moet het meerdere in aanmerking genomen worden (als inkomen of als vermogen).