Beleidsregel tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek gemeente Heerlen april 2026HOOFDSTUK1ALGEMENE RICHTLIJNEN Artikel1.Begrippen 1.Huishouden: twee personen die voor het betreffende jaar fiscaal- en toeslagpartner van elkaar zijn. 2.Alleenverdiener: het huishouden dat; een inkomen heeft uit een uitkering, die geen uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet (Pw) is, eventueel aangevuld met een uitkering op grond van de Pw en; vergeleken met een vergelijkbaar huishouden, dat alleen een uitkering op basis van artikel 19 Pw ontvangt, minder toeslagen van de Dienst Toeslagen ontvangt als gevolg van de verschillende afbouwpaden van de dubbele algemene heffingskorting (zoals geregeld in artikel 37 lid 2 Pw en artikel 8.9 Wet inkomstenbelasting 2001) en; een lager totaal netto-inkomen inclusief toeslagen ontvangt, vergeleken met het vergelijkbare huishouden, vanwege de afbouw van de heffingskorting zoals genoemd in punt b. 3.Vaste tegemoetkoming: het bedrag dat over de kalenderjaren 2025, 2026 en 2027 per jaar wordt vastgesteld bij ministeriële regeling in het kader van artikel 78gg Pw. HOOFDSTUK2TOEGANG Artikel2.Toekenning zonder aanvraag over de jaren 2025, 2026 en 2027 1.Het college geeft de vaste tegemoetkoming aan elk huishouden waarvan het burgerservicenummer van de meestverdienende partner voor 2025, 2026 of 2027 is doorgegeven op basis van artikel 78gg lid 5 Pw. 2.Het college geeft de vaste tegemoetkoming over 2025 aan het huishouden als: het huishouden bijzondere bijstand van ons heeft ontvangen over de jaren 2022, 2023 en/of 2024 in verband met te weinig ontvangen toeslagen; het huishouden nog geen vaste tegemoetkoming heeft gekregen over 2025; het burgerservicenummer van de meestverdienende partner voor 2025 niet aan het college is verstrekt op basis van artikel 78gg lid 5 Pw; er geen belangrijke wijzigingen zijn in de situatie van het huishouden of de wetgeving; de meestverdienende partner ingeschreven staat in de gemeente Heerlen. 3.Het college geeft de vaste tegemoetkoming over 2026 aan het huishouden als: het huishouden de vaste tegemoetkoming over 2025 van ons heeft ontvangen; het huishouden nog geen vaste tegemoetkoming heeft gekregen over 2026; het burgerservicenummer van de meestverdienende partner voor 2026 niet aan het college is verstrekt op basis van artikel 78gg lid 5 Pw; er geen belangrijke wijzigingen zijn in de situatie van het huishouden of de wetgeving; de meestverdienende partner ingeschreven staat in de gemeente Heerlen. 4.Het college geeft de vaste tegemoetkoming over 2027 aan het huishouden als: het huishouden de vaste tegemoetkoming over 2026 van ons heeft ontvangen naar aanleiding van een aanvraag (zelfmelder); het huishouden nog geen vaste tegemoetkoming heeft gekregen over 2027; het burgerservicenummer van de meestverdienende partner voor 2027 niet aan het college is verstrekt op basis van artikel 78gg lid 5 Pw; er geen belangrijke wijzigingen zijn in de situatie van het huishouden of de wetgeving; de meestverdienende partner ingeschreven staat in de gemeente Heerlen. Artikel3.Aanvraag zelfmelder 1.Het huishouden kan een aanvraag voor een vaste tegemoetkoming indienen bij het college. 2.Het college beoordeelt of de aanvrager een alleenverdiener is. 3.Het college beoordeelt of de meestverdienende partner in het huishouden op de datum van aanvraag in gemeente Heerlen ingeschreven staat en of het huishouden voor dat jaar nog geen vaste tegemoetkoming heeft ontvangen. 4.Om te bepalen of het huishouden tot de doelgroep van de alleenverdieners behoort, telt (alleen) het inkomen van beide fiscale- en toeslagpartners mee. 5.Bij een vast maandinkomen wordt rekening gehouden met het inkomen van het huishouden over de maand voorafgaand aan de maand waarin de tegemoetkoming is aangevraagd. Het college rekent dit maandinkomen om naar een verwacht jaarinkomen. 6.Als er sprake is van een variabel maandinkomen wordt rekening gehouden met het inkomen van de laatste drie maanden voorafgaand aan de maand waarin de tegemoetkoming is aangevraagd. Het college rekent dit maandinkomen om naar een verwacht jaarinkomen. 7.Als de definitieve aanslag inkomstenbelasting of definitieve beschikking voor toeslagen al bekend is voor het jaar waarvoor de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd, dan wordt in afwijking van lid 5 en lid 6 rekening gehouden met het belastbaar jaarinkomen uit deze aanslag of beschikking. 8.Als de aanvraag over een vorig jaar gaat en lid 7 niet geldt, dan wordt in afwijking van lid 5 en 6 rekening gehouden met het inkomen van dat jaar volgens de jaaropgave(n). 9.Het vermogen wordt buiten beschouwing gelaten bij de beoordeling van het recht op de vaste tegemoetkoming. 10.De vaste tegemoetkoming over de kalenderjaren 2025, 2026 en 2027 moet uiterlijk 31 december 2028 zijn aangevraagd. HOOFDSTUK3TOEKENNING EN VERSTREKKING Artikel4.Toekenning Het college kent de vaste tegemoetkoming één keer per jaar toe en voor het volledige bedrag. Artikel5.Verstrekking Het college verstrekt de vaste tegemoetkoming in één keer. Als het huishouden gedurende het jaar uit de gemeente Heerlen verhuist, heeft dit geen gevolgen voor de verstrekte tegemoetkoming. HOOFDSTUK4AANVULLENDE BIJZONDERE BIJSTAND Artikel6.Aanvullende bijzondere bijstand Als de vaste tegemoetkoming niet toereikend is om het gemiste bedrag aan toeslagen te compenseren, kan het huishouden een aanvraag bijzondere bijstand indienen. Bij de beoordeling van het recht op deze bijzondere bijstand hanteert het college de volgende afwijkende voorwaarden ten opzichte van de Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Heerlen april 2026: Een aanvraag voor te weinig ontvangen toeslagen over de jaren 2025, 2026 of 2027 kan uiterlijk 31 december 2028 worden ingediend. Met het inkomen wordt rekening gehouden volgens de bepaling in artikel 1 lid 2 sub c van deze beleidsregel. Voor zover het netto-inkomen inclusief toeslagen hoger is dan het inkomen van het vergelijkbare huishouden, wordt dit volledig in mindering gebracht op de bijzondere bijstand. De draagkracht uit vermogen blijft buiten beschouwing. Er wordt geen drempelbedrag toegepast. Het recht op bijzondere bijstand over een nog lopend jaar wordt in één termijn uitbetaald en direct definitief vastgesteld. HOOFDSTUK5SLOTBEPALINGEN Artikel7.Hardheidsclausule Het college kan een bepaling geheel of gedeeltelijk buiten toepassing laten als de toepassing ervan leidt tot uitzonderlijk onbillijke of onredelijke gevolgen. Artikel8.Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze beleidsregel wordt aangehaald als ‘beleidsregel tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek gemeente Heerlen april 2026’. 2.Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 april 2026 onder intrekking van de ‘beleidsregel tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek gemeente Heerlen 2026’. Aldus besloten tijdens de vergadering van het college van burgemeester en wethouders der gemeente Heerlen van 14 april 2026.secretaris, a.i. drs. R. van Wuijtswinkel de burgemeester,drs. R. WeverTOELICHTING BELEIDSREGEL TIJDELIJKE REGELING ALLEENVERDIENERSPROBLEMATIEK GEMEENTE HEERLEN APRIL 2026 HOOFDSTUK 2 TOEGANG Artikel 2 lid 2, lid 3 en lid 4 Door de tegemoetkoming over de jaren 2025, 2026 en 2027 ambtshalve te beoordelen voor de betreffende huishoudens, bereikt het college zoveel mogelijk huishoudens en worden zij niet belast met een onnodige gegevensuitvraag. Artikel 2 lid 2 sub d Het college onderzoekt of de woon- en leefsituatie van het huishouden hetzelfde is als bij de toekenning van de bijzondere bijstand. Als dit niet het geval is, komt het huishouden niet in aanmerking voor een ambtshalve toekenning. Artikel 2 lid 3 sub d en lid 4 sub d Het college onderzoekt of de woon- en leefsituatie van het huishouden hetzelfde is als bij de toekenning van de vaste tegemoetkoming over het betreffende jaar. Als dit niet het geval is, komt het huishouden niet in aanmerking voor een ambtshalve toekenning. Artikel 3 lid 5 en 6 Als huishoudens de tegemoetkoming zelf bij het college aanvragen, moet het college op basis van het (netto én bruto) inkomen van beide fiscale- en toeslagpartners beoordelen of het te maken heeft met de alleenverdienersproblematiek en dus behoren tot de doelgroep van de regeling. Uitgangspunt is een actueel en reëel beeld van het daadwerkelijke inkomen van het huishouden. Het college berekent de hoogte van het inkomen van het huishouden daarom als volgt: Bij een vast inkomen; inkomen in de maand voorafgaand aan de maand waarin de aanvraag is ingediend maal 12 maanden. Bij een wisselend inkomen; gemiddelde inkomen in de drie maanden voorafgaand aan de maand waarin de aanvraag is ingediend maal 12 maanden. Artikel 3 lid 7 en 8 Als de tegemoetkoming wordt aangevraagd over een voorafgaand jaar, wordt rekening gehouden met het belastbaar jaarinkomen uit de definitieve aanslag inkomstenbelasting of de definitieve beschikking toeslagen. Als deze aanslag of beschikking nog niet beschikbaar is, dan wordt rekening gehouden met het inkomen van het huishouden over dat jaar volgens de jaaropgave(n). Artikel 3 lid 9 De tegemoetkoming is geen bijstand zoals bedoeld in de Participatiewet. Hierdoor zijn onder andere de bepalingen rondom het vermogen niet van toepassing. Voor huishoudens die de tegemoetkoming jaarlijks ambtshalve krijgen toegekend op basis van de lijst die door de Belastingdienst is samengesteld, is rekening gehouden met de vermogensgrens van de zorgtoeslag. Voor personen met een toeslagpartner is deze grens in 2025 € 179.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.