VERORDENING OP DE RAADSCOMMISSIES 2026Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: lid: lid van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; voorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens vervanger; griffier: griffier van de raad of diens vervanger; vergadering: vergadering van een raadscommissie; college: het college van burgemeester en wethouders secretaris: de gemeentesecretaris. Hoofdstuk 2 Instelling, taken en samenstelling Artikel 2 Instelling raadscommissies
- De raad stelt de volgende raadscommissies in: commissie algemeen bestuur en middelen (ABM); commissie economie, ruimtelijke ordening en milieu (EROM); commissie maatschappelijke aangelegenheden (MA); De raadscommissie ABM adviseert en overlegt over de volgende onderwerpen: algemeen bestuurlijke zaken; financiële zaken; openbare orde, veiligheid en handhaving; informatie en automatisering; grondbedrijf; gemeente-archief; intergemeentelijke samenwerking; zaken rondom de accountantscontrole. De raadscommissie EROM adviseert en overlegt over de volgende onderwerpen: fysieke woon- en leefomgeving; milieu- en klimaatbeleid; riolering/reiniging; groen en wegen; verkeer en vervoer; beheer gemeentelijke gebouwen. ruimtelijke ordening; volkshuisvesting (bouwen en wonen); economische zaken; stedelijke vernieuwing; reconstructie/revitalisering platteland; toerisme en recreatie; energietransitie. monumentenbeleid. De raadscommissie MA adviseert en overlegt over de volgende onderwerpen: sociale en maatschappelijke ontwikkelingen; welzijn, onderwijs en cultuur; sport en recreatie; volksgezondheid; Indien een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat, wordt het onderwerp in de afzonderlijke raadscommissies besproken, tenzij de voorzitters van de betrokken raadscommissies in overleg beslissen dat een gezamenlijke vergadering van de raadscommissies wordt belegd of de raadscommissie die het onderwerp het meest aangaat, het onderwerp behandelt.
- Indien een gezamenlijke vergadering van raadscommissies wordt belegd, vervult de voorzitter van de raadscommissie die het onderwerp het meest aangaat, de taken van de voorzitter. Artikel 3 Taken
- Een raadscommissie heeft de volgende taken: a. het uitbrengen van advies aan de raad over een voorstel of onderwerp dat betrekking heeft op de in artikel 2, tweede, derde of vierde lid, genoemde onderwerpen; b. het uitbrengen van advies aan de raad uit eigener beweging; c. voeren van overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval door het college of de burgemeester verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de in artikel 2, tweede, derde of vierde lid, genoemde onderwerpen. Artikel 4 Samenstelling Een raadscommissie bestaat uit een voorzitter en een maximaal aantal leden van driemaal het aantal partijen dat in de raad verkozen is ten tijde van de laatstgehouden verkiezingen. De raad benoemt de leden op voordracht van de fracties. De fractie kan raadsleden en niet-raadsleden voordragen voor benoeming. Niet-raadsleden dienen de eerste twee jaar van de lopende bestuursperiode voor te komen op de kandidatenlijst van de betreffende fractie bij de laatstgehouden gemeenteraadsverkiezing. Na twee jaar mogen ook andere kandidaten worden voorgedragen, mits zij lid zijn van de betreffende politieke partij ten tijde van de voordracht. Indien een partij geen verenigingsstructuur met leden heeft, is het lidmaatschapsvereiste niet van toepassing. De raadsleden worden benoemd per commissie. Bij verhindering of ontstentenis kunnen zij zich door elk raadslid van de betreffende fractie laten vervangen. De niet-raadsleden worden benoemd tot commissielid en aangeduid als burgerlid. De fractie bepaalt welk burgerlid aan welke commissievergadering deelneemt. De raad benoemt niet-raadsleden tot plaatsvervangende burgerleden op voordracht van de fracties. Het aantal plaatsvervangende burgerleden bedraagt maximaal 1 per fractie. Bij verhindering of ontstentenis kan het burgerlid zich laten vervangen door een raadslid, een burgerlid of een plaatsvervangend burgerlid van de betreffende fractie. Een fractie kan bij afwezigheid van raadsleden ook vertegenwoordigd worden door enkel de burgerleden (maximaal 2). Bij de verdeling van de zetels gelden de volgende regels: alle fracties vullen in iedere commissie één zetel in door een raadslid en één zetel door een burgerlid; fracties met tenminste vier raadszetels mogen aanvullend elk één extra zetel per commissie invullen; indien 1 of meer raadsleden zich gedurende een bestuursperiode afscheiden van een fractie kan de nieuw ontstane fractie geen burgerleden afvaardigen tijdens deze bestuursperiode. De fractie waarvan afgescheiden wordt, behoudt haar aantal commissiezetels zoals dat was voor de afscheiding. Indien een afscheiding bij een fractie leidt tot een raadszetelaantal van 3 (of minder), mag toch de extra commissiezetel, zoals bedoeld in lid b, behouden worden. De artikelen 10 t/m 15 van de Gemeentewet en de bestuurlijke gedragscode van de gemeente Rucphen zijn van overeenkomstige toepassing op een burgerlid of plaatsvervangend burgerlid, met dien verstande dat het afleggen van de eed of de verklaring en belofte uitzonderlijk ook buiten de vergadering mag plaats vinden. Artikel 5 Voorzitter De raad benoemt uit zijn midden een voorzitter per commissie; iedere voorzitter is tevens plaatsvervangend voorzitter van de andere raadscommissies. Ook de plaatsvervangend raadsvoorzitters en de voorzitter van de auditcommissie kunnen fungeren als voorzitter. De voorzitter is geen lid van de raadscommissie. De voorzitter is belast met: het leiden van de vergadering; het handhaven van de orde; het doen naleven van deze verordening; hetgeen deze verordening hem verder opdraagt. Artikel 6 Zittingsduur en vacatures De zittingsperiode van een lid, een plaatsvervangend lid en de voorzitter eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad. Een lid en plaatsvervangend lid houden op lid te zijn van een raadscommissie indien hij niet meer voldoet aan de in artikel 4 gestelde eisen. De raad kan een lid of plaatsvervangend lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens voordracht het lid is benoemd. De raad kan de voorzitter ontslaan. Een lid, plaatsvervangend lid en de voorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming van artikel 4 en
- Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die fractie is benoemd, van rechtswege.\ Artikel 7 Griffier Ter ondersteuning en advisering van iedere raadscommissie fungeert de griffier. De griffier is in iedere vergadering aanwezig. Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door de waarnemend griffier. De griffier kan in iedere vergadering het woord voeren. Hoofdstuk 3 Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris Artikel 8 Burgemeester en wethouders De voorzitter kan de burgemeester en/of één of meer wethouders uitnodigen in de vergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te nemen. De leden van de commissie kunnen tot de maandag voor de vergadering uiterlijk 09.00 uur bij de griffie kenbaar maken alsnog de burgemeester en een of meer wethouders uit te nodigen in de vergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te nemen bij die agendapunten waarvoor eerder geen portefeuillehouders zijn uitgenodigd. Indien een burger zich heeft gemeld om in te willen spreken, kunnen, in afwijking van het tijdstip in het tweede lid, commissieleden een of meer collegeleden uitnodigen om in de vergadering aanwezig te zijn. Eveneens in afwijking van het tijdstip in het tweede lid kunnen commissieleden een of meer collegeleden uitnodigen om in de vergadering aanwezig te zijn als de antwoorden op ingediende vragen (of het ontbreken van antwoorden) daar een dringende aanleiding toe geven. Indien de burgemeester of een wethouder bij een vergadering aanwezig wil zijn en wil deelnemen aan de beraadslagingen, doet hij hiertoe een verzoek aan de voorzitter. De voorzitter neemt zo spoedig mogelijk een voorlopige beslissing op het verzoek. De raadscommissie kan bij aanvang van de vergadering beslissen dat de burgemeester en/of één of meer wethouders niet in de vergadering aanwezig mogen zijn of aan de beraadslagingen mogen deelnemen. Artikel 9 Ambtelijke of deskundige ondersteuning Een collegelid of de burgemeester kan zich in de commissievergadering laten bijstaan door een ambtenaar of een deskundige. Hij meldt dit vooraf aan de voorzitter van de commissie. Hoofdstuk 4 Vergaderingen Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen en voorbereidingen Artikel 10 Vergaderfrequentie In de regel vinden de vergaderingen van de raadscommissie plaats volgens het door het presidium vastgestelde vergaderschema en vinden plaats in het gemeentehuis. Een raadscommissie vergadert voorts indien de voorzitter het nodig oordeelt of indien tenminste drie fracties schriftelijk met opgaaf van redenen daarom verzoeken. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover overleg met de griffier. Artikel 11 De agenda De voorzitter stelt op voordracht van de griffier de agenda van de vergadering voorlopig vast. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen. Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de agenda vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende voor de beraadslaging voorbereid acht, kan hij aan het college of de burgemeester nadere inlichtingen of advies vragen. De raadscommissie bepaalt in welke vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. Artikel 12 Oproep en beschikbaar stellen agenda en stukken aan leden De voorzitter zendt ten minste tien kalenderdagen voor een vergadering de leden een oproep onder vermelding van de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, worden tegelijkertijd met de oproep aan de leden digitaal beschikbaar gesteld. Indien na het verzenden van de oproep stukken worden toegevoegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden. Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 11, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden beschikbaar gesteld. Indien een stuk schriftelijk ter inzage wordt gelegd, wordt het origineel niet buiten het gemeentehuis gebracht. Informatie van de raadscommissie of aan de raadscommissie verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het tweede lid onder berusting van de griffier. Artikel 13 Inzien van stukken De agenda en de openbare stukken worden gelijktijdig met het verzenden van de oproep voor een ieder op de gemeentelijke website geplaatst. Indien een belangstellende niet in staat is de website te raadplegen, kan hij/zij contact opnemen met de griffier voor het op een andere wijze kunnen inzien van de vergaderstukken en/of verkrijgen van de gewenste informatie. Artikel 14 Openbare kennisgeving De openbare vergadering wordt tenminste 5 kalenderdagen voor de vergadering aangekondigd in het gemeentelijk informatieblad en/of op de website van de gemeente. De openbare kennisgeving vermeldt: de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering; de wijze waarop een ieder de agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien; de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in artikel
- Paragraaf 2 Orde der vergadering Artikel 15 Presentielijst De griffier draagt zorg voor het bijhouden van een presentielijst. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid of diens plaatsvervanger onmiddellijk de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld. Artikel 16 Opening vergadering; quorum De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter onder verwijzing naar dit artikel, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering. In afwijking van artikel 12 lid 1 worden de leden tenminste 24 uur voor aanvang van deze volgende vergadering opgeroepen. Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing. De raadscommissie kan echter over andere aangelegenheden alleen beraadslagen of besluiten, indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. Artikel 17 Spreekrecht burgers Na de opening van de vergadering kunnen andere aanwezige burgers gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over geagendeerde onderwerpen. Het woord kan niet gevoerd worden over: een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. de ingekomen stukken, de lijst van vragen en toezeggingen en de vragen aan het college. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit tenminste 24 uur voor de aanvang van de vergadering aan de griffie. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer of emailadres alsmede het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend en vanaf de plaats die de voorzitter daartoe aanwijst. De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger. De voorzitter kan de deelnemers aan de commissievergadering toestaan aan insprekers een korte verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en een deelnemer aan de vergadering. Bij omstandigheden rondom het spreekrecht waarin deze verordening niet voorziet, besluit de voorzitter. Hij kan daartoe eerst de raadscommissie raadplegen. Artikel 18 Geluidregistratie ten behoeve van besluitenlijst De griffier draagt zorg voor een geluidregistratie van een vergadering. De geluidregistratie wordt onder meer aangewend ten behoeve van het opstellen van een besluitenlijst van de betreffende vergadering. De geluidregistratie wordt weergegeven via de gemeentelijke website. Artikel 19 Besluitenlijst
- De griffier draagt zorg voor het opstellen van een besluitenlijst van de vergadering.
- De besluitenlijst van de voorgaande vergadering wordt, zo mogelijk, aan de leden van de commissie toegezonden gelijktijdig met de schriftelijke oproep. Het concept wordt gelijktijdig aan de overige personen die het woord gevoerd hebben, toegezonden.
- De leden, de voorzitter, de burgemeester en wethouders, de griffier en de secretaris hebben het recht een voorstel tot verandering aan de commissie te doen, indien de concept-besluitenlijst onjuistheden bevat. Een voorstel tot verandering dient voor de aanvang van de vergadering bij de griffier te worden ingediend.
- De besluitenlijst bevat tenminste: a. de namen van de voorzitter, de griffier en de ter vergadering aanwezige leden, alsmede van de leden die afwezig waren en van de aanwezige burgemeester en wethouders en overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; c. het advies dat door de commissie is uitgebracht.
- De besluitenlijst wordt in de eerstvolgende vergadering vastgesteld.
- Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de vergadering openbaar gemaakt op de in de gemeente gebruikelijke wijze. Artikel 20 Spreekregels De leden van de commissie en overige aanwezigen spreken vanaf hun plaats of van de spreekplaats en richten zich tot de voorzitter. Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de in het eerste lid genoemde personen vanaf een andere plaats spreken. Artikel 21 Volgorde sprekers Een lid van de commissie voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben. De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer het woord wordt gevraagd over de orde van de vergadering. Artikel 22 Aantal spreektermijnen De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders beslist. Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. Artikel 23 Spreektijd Een lid kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden. Artikel 24 Voorstellen van orde De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie terstond. Artikel 25 Handhaving orde; schorsing
- Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: a. de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van deze verordening te herinneren; b. een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog kan afronden.
- Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.
- De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.
- De voorzitter kan een raadscommissie voorstellen aan een lid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd. Artikel 26 Beraadslaging De raadscommissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie beslissen de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. Artikel 27 Deelname aan de beraadslaging door anderen De raadscommissie kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een lid genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen. Insprekers nemen niet deel aan de beraadslagingen, tenzij zij daar uitdrukkelijk toe worden uitgenodigd door de voorzitter met instemming van de raadscommissie. Artikel 28 Advies Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raadscommissie anders beslist. Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de raadscommissie of er een advies aan de raad wordt uitgebracht. Indien de raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt beslissen de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud van het advies. In het advies worden de standpunten van alle fracties opgenomen. Hoofdstuk 5 Besloten vergadering Artikel 29 Algemeen Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering. Artikel 30 Bijwonen door raadsleden Besloten commissievergaderingen mogen door alle raadsleden worden bijgewoond, doch enkel de raadsleden die een zetel in die commissie invullen, mogen deelnemen aan de beraadslagingen. Artikel 31 Verslag besloten vergadering Het verslag of de besluitenlijst van de besloten vergadering wordt niet op de gebruikelijke wijze verspreid, maar is uitsluitend voor de leden ter inzage. Het verslag of de besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raadscommissie een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op het verslag of de besluitenlijst. Het vastgestelde verslag of de vastgestelde besluitenlijst wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend. Artikel 32 Geheimhouding Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raadscommissie overeenkomstig artikel 87 van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De raadscommissie kan besluiten de geheimhouding op te heffen. Artikel 33 Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt daarover, als de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd. Hoofdstuk 6 Toehoorders en pers Artikel 34 Toehoorders en pers De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen. Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden. De voorzitter is bevoegd, toehoorders die op enigerlei wijze de orde van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren kan hij voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen. Het presidium kan een handelingskader vaststellen inzake het verstoren van een raadscommissievergadering. Artikel 35 Geluid- en beeldregistraties Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Artikel 36 Gebruik mobiele telefoons In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de vergadering het gebruik van mobiele telefoon, tablets of andere communicatiemiddelen enkel toegestaan voor zover dit geen hinder veroorzaakt of inbreuk maakt op de orde van de vergadering, zulks ter beoordeling van de voorzitter. Hoofdstuk 7 Slotbepalingen Artikel 37 Uitleg verordening In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel van de voorzitter. Artikel 38 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking de dag nadat het door de raad is vastgesteld. Op dat tijdstip vervalt de ‘Verordening op de raadscommissies 2022’, vastgesteld bij besluit van 9 maart
- Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Rucphen in zijn openbare vergadering van 11 maart 2026, de griffier, J.J.H. Lahaije. de voorzitter, mr. M. van der Meer Mohr.