← Nederland

Beleidsregel Uiterlijk Bouwwerken Zoetermeer Binnenstad (noordelijk deel) - Gemeente Zoetermeer (Zoetermeer)

Obsah (11)Artikel 1Artikel 2Artikel 3Artikel 4Artikel 5Artikel 6Artikel 7Artikel 8Artikel 9Artikel 10Artikel 11

Beleidsregel Uiterlijk Bouwwerken Zoetermeer Binnenstad (noordelijk deel) - Gemeente Zoetermeer Deze beleidsregel heeft als doel bij te dragen aan de omgevingskwaliteit in de Binnenstad van Zoetermeer

Artikel 1

- Werkingsgebied In dit artikel is benoemd dat deze beleidsregel uitsluitend van toepassing is voor bouwwerken in het gebied dat is opgenomen in bijlage 1 van deze beleidsregel.

Artikel 2- Begripsbepalingen Voor de uitleg van begrippen wordt aangesloten bij de begrippen onder de Omgevingswet, Amv

B’s, Omgevingsregeling en het omgevingsplan Zoetermeer, tenzij er een dringende, noodzaak is om een andere definitie te hanteren. Komt een begrip nog niet voor in voornoemde regelgeving 8, dan kan ook een eigen begrip worden geformuleerd. Als in de Omgevingswet en de onderliggende Amvb’s en regeling(en) een definitie van een begrip staat, dan geldt deze definitie ook voor deze beleidsregel. Hierin staan die begrippen: Bijlage bij artikel 1.

  1. van de Omgevingswet Bijlage bij artikel 1.1 van het Omgevingsbesluit Bijlage bij artikel 1.
  2. van het Besluit kwaliteit leefomgeving Bijlage bij artikel 1.
  3. van het Besluit activiteiten leefomgeving Bijlage bij artikel 1.
  4. van de Omgevingsregeling Via deze link kunt u de teksten van de Omgevingswet, Omgevingsbesluit, Besluit kwaliteit leefomgeving, Besluit activiteiten leefomgeving, Besluit bouwwerken leefomgeving en Omgevingsregeling vinden: https://wetten. overheid.nl/zoeken Aanvulling begrippen In artikel 2 van deze beleidsregel staat een aantal aanvullende begrippen, die belangrijk zijn voor de uitleg van de regels, bijvoorbeeld ‘plint’ en ‘stedelijke laag’.

Artikel 3

Oogmerken en reikwijdte In dit artikel is het oogmerk van de beleidsregel uitgelegd. Daarnaast is uitgelegd dat de beleidsregel in dit beeldkwaliteitsplan een aanvullend kader is voor het huidige welstandsbeleid zoals vastgelegd in de Welstandsnota Zoetermeer. Deze geldt voor nieuwe initiatieven die gaan over bouwwerken in een (al dan niet samengesteld) bouwblok.

Artikel 4

Criteria voor het uiterlijk van bouwwerken – omgeving en het samengestelde bouwblok In dit artikel zijn de regels geformuleerd waar de bebouwing - bestaande uit (al dan niet samengestelde) bouwblokken - in relatie tot de omgeving aan moet voldoen. Uit het beeldkwaliteitsplan volgt dat het wenselijk is om de basis beeldkwaliteit op orde moet worden gebracht met 1) een fijnmazig netwerk van goede openbare ruimte, met 2) bouwblokken die zich daaraan oriënteren en 3) stevige, kloeke gebouwen die van gevel tot kroon zorgvuldig en hoogwaardig zijn ontworpen. Daarvoor zijn zeven leidmotieven opgesteld. Beoogd is bijzondere aandacht te besteden aan de plint, de benedenwereld, de parkeergarages en fietsparkeervoorzieningen, die allen op een eigen manier onderdeel zijn van de Zoetermeerse identiteit. Een van de regels die hier uit voortvloeit is dat gebouwen zijn opgebouwd uit een plint, een stedelijke laag en – indien toegestaan – een bovenbouw.

Artikel 5

Criteria voor het uiterlijk van bouwwerken – benedenwereld In dit artikel zijn regels gesteld waaraan een gebouw of bouwdeel in de benedenwereld qua vormgeving, detaillering, materialisering en kleur moet voldoen. De beleidsregel hebben tot doel om richting te geven aan ontwikkeling van de benedenwereld in de binnenstad van Zoetermeer van een donkere en onprettige plek naar een levendige en experimentele benedenwereld. De ruimte zou gebruikt kunnen worden voor het tentoonstellen van kunst, sport of een club. Er wordt blijvend ruimte geboden aan tijdelijke initiatieven. Natuurlijke materialen, kunst- en lichtexperimenten en royale entrees zorgen voor een prettige verblijfsplek.

Artikel 6

Criteria voor het uiterlijk van bouwwerken – plint In dit artikel zijn regels gesteld waaraan een gebouw of bouwdeel in de plint qua vormgeving, detaillering, materialisering en kleur moet voldoen. De plint is het belangrijkste deel van de bebouwing in een samengesteld bouwblok. Hier vindt de interactie tussen het openbaar gebied en de privéruimte plaats. Daarom is het beleid gericht op extra aandacht voor het ontwerp met robuuste materialen en extra oog voor detail. Details in het gevelbeeld geven daarnaast uiting aan de rijkdom aan voorzieningen.

Artikel 7

Criteria voor het uiterlijk van bouwwerken – stedelijke laag In dit artikel zijn regels gesteld waaraan een gebouw of bouwdeel in de stedelijke laag qua vormgeving, detaillering, materialisering en kleur moet voldoen. De stedelijke laag is bepalend voor de menselijke schaal en maat van zowel de bebouwing als de openbare ruimte. In de stedelijke laag vindt interactie tussen binnen en buiten plaats. Daarom moet het ontwerp van de stedelijke laag bijdragen aan de levendigheid en leesbaarheid van de openbare ruimte.

Artikel 8

Criteria voor het uiterlijk van bouwwerken – bovenbouw In dit artikel zijn regels gesteld waaraan een gebouw of bouwdeel in de bovenbouw qua vormgeving, detaillering, materialisering en kleur moet voldoen. De bovenlaag is het meest private deel van de bebouwing. De uitstraling bepaalt mede de herkenbaarheid en identiteit van de binnenstad en bepaalt de skyline. De vormgeving draagt bij aan een prettig klimaat op de begane grond.

Artikel 9

Criteria voor het uiterlijk van bouwwerken – parkeergages en fietsparkeervoorzieningen In dit artikel zijn regels gesteld waaraan een parkeergarage en een fietsparkeervoorziening qua vormgeving, detaillering, materialisering en kleur moet voldoen.

Artikel 10

Ernstig ontsierende bouwwerken In dit artikel is aangegeven in welke gevallen sprake is van ‘ernstig ontsierende’ bouwwerken. Van bestaande bouwwerken of van bouwwerken waarvoor geen omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken is vereist, mag het uiterlijk niet ernstig ontsierend zijn. Dit geldt zowel voor het bouwwerk zelf, als voor het bouwwerk in relatie tot de omgeving. Ernstig ontsierend is een ‘evidente en ook voor niet-deskundigen duidelijk kenbare buitensporigheid van het uiterlijk van een bouwwerk’. Het Rijk noemt een aantal activiteiten die vergunningsvrij zijn. Deze omgevingsplanactiviteiten staan in artikel 2.29 Besluit bouwwerken leefomgeving. Bijvoorbeeld een dakkapel in het achterdakvlak. Voorwaarde is dat de activiteit niet in ernstige mate in strijd is met geldende regels over het in stand houden van een bouwwerk die betrekking hebben op de ernstige ontsiering van het uiterlijk van dat bouwwerk. Ook mogen bestaande bouwwerken, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, niet ernstig ontsierend zijn. Deze regels over repressief toezicht op het uiterlijk van bouwwerken komen via de bruidsschat uit het Invoeringsbesluit in het tijdelijk deel van het omgevingsplan Zoetermeer, in artikel 22.

  1. Om repressief toezicht op het uiterlijk van bouwwerken te kunnen houden, moeten de beleidsregel over het uiterlijk van bouwwerken regels bevatten die duidelijk maken wanneer sprake is van ernstige ontsiering. In dit artikel staan de (gebiedsgerichte) regels met betrekking tot ernstige ontsiering van het uiterlijk van bouwwerken. Nadat is vastgesteld dat het uiterlijk van een bouwwerk mogelijk ernstig ontsierend is, vraagt het College van burgemeester en wethouders aan de stadsbouwmeester advies. Bij cultureel erfgoed vraag het college van burgemeester en wethouders advies aan de erfgoedcommissie. Dit volgt uit artikel 2 van de Verordening CRK, Zoetermeer 2022 in combinatie met het besluit van de raad van 13 juni
  2. In de besluitpunten 9 en 10 van dit besluit heeft de raad op basis van artikel 2 lid 5 en lid 6 van de Verordening CRK aan de stadsbouwmeester en aan de erfgoedcommissie de taken gegeven om bij repressief toezicht op het uiterlijk van bouwwerken te adviseren. Als er sprake is van een ernstig ontsierend bouwwerk, dan kan de gemeente een last onder dwangsom inzetten of bestuursdwang toepassen (art. 125 Gemeentewet en artikel 5:32 lid 1Awb).

Artikel 11

Overgangsregel Het proces van afhandelen van aanvragen omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken vraagt een zekere tijd. Op het moment van inwerkingtreding van deze beleidsregel zullen er dan ook zeker aanvragen in behandeling zijn. Met het oog op de rechtszekerheid van onder andere de aanvrager is het van belang te bepalen hoe met deze aanvragen wordt omgegaan in het licht van de inwerkingtreding van de Beleidsregel uiterlijk van bouwwerken Binnenstad Zoetermeer (noordelijk deel). Daartoe dient deze overgangsregel. De overgangsregeling zoals opgenomen in artikel 10 van deze beleidsregel houdt in dat op een aanvraag omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken, die is ingediend vóór het tijdstip waarop deze beleidsregel in werking treedt, en waarop op dat tijdstip nog niet is beschikt, de bepalingen uit deze beleidsregel NIET van toepassing zijn. Er wordt dan nog getoetst aan het beleid dat van toepassing was op het moment van indienen van de aanvraag.

artikel 12 Intrekken beeldkwaliteitsplan Upgrade Stadshart Het beeldkwaliteitsplan is een aanvullend kader voor het huidige welstandsbeleid zoals vastgelegd in de Welstandsnota Zoetermeer. Met dit artikel wordt bepaald dat het aanvullende beeldkwaliteitsplan Upgrade Stadshart voor het werkingsgebied ingetrokken, omdat deze met het nieuwe beeldkwaliteitsplan overbodig is geworden. Bijlagen Bijlage 1:Afbeeldingen Afbeelding 1. Werkingsgebied beleidsregel Afbeelding 2. Benedenwereld Bijlage 2:Referentiebeelden

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.