Gedragscode voor Burgemeester en wethouders Helmond 2024Inleiding In Helmond onderschrijven we het belang van een integere overheid, zijn we bereid verantwoordelijkheid te nemen en kijken we om naar elkaar. Daarmee vinden wij integriteit niet alleen een verantwoordelijkheid van de individuele politieke ambtsdragers, maar een gezamenlijk belang dat de hele organisatie en het hele bestuur in al zijn geledingen aangaat. Ons democratische systeem en de democratische processen kunnen niet zonder integer functionerende organen en functionarissen. In het borgen van bestuurlijke integriteit zijn bijzondere rollen weggelegd voor de burgemeester als bevorderaar van bestuurlijke integriteit (artikel 170 lid 2 Gemeentewet), de griffier en de secretaris als eerste adviseur van de raad respectievelijk het college van B&W. Niet alleen de vraag wat is toegestaan is relevant, maar ook hoe we vinden dat het hoort. In Helmond streven we naar een bestuur, waar onze inwoners en bedrijven vertrouwen in mogen stellen. Wij onderkennen daarbij dat integriteit van politieke ambtsdragers verwijst naar de rol die wij spelen in de democratische rechtsstaat. Dat betekent dat we verantwoordelijkheid nemen en bereid zijn verantwoording af te leggen. Van politieke ambtsdragers wordt het goede voorbeeld verwacht. Zonder dat zal het vertrouwen in de democratische rechtsstaat worden ondermijnd en het draagvlak voor de naleving van de wetten en regels verdwijnen. Vertrekpunt is de eed of belofte die de politieke ambtsdrager bij de ambtsaanvaarding aflegt. Integriteit is niet alleen een kwestie van zakelijke afspraken, maar ziet ook op de onderlinge omgangsvormen. Een respectvolle omgang met inwoners en organisaties, tussen collegeleden onderling en tussen collegeleden, raadsleden en medewerkers, met behoud van eigen politieke inhoud en stijl, is van groot belang – binnen en buiten het gemeentehuis. Integriteit is een thema dat betekenis krijgt in het handelen. Een integriteitsbeleid dat alleen op papier bestaat is slechts een dode letter. Daarom moet het handelen van politieke ambtsdragers regelmatig onderwerp van gesprek zijn, juist ook onderling, en ook daarbij geeft de gedragscode ondersteuning. Deze gedragscode heeft betrekking op de collegeleden van Helmond. De wettelijke grondslag voor deze gedragscode is te vinden in artikel 41c lid 2 en 69 lid 2 Gemeentewet. Als nadere invulling en concretisering van wettelijke regels is deze gedragscode opgesteld. De gedragscode is een interne regeling. De gedragscode bevat kernbegrippen en afspraken die bedoeld zijn als houvast en toetssteen. Zij vormt een beoordelingskader bij twijfel, vragen en discussies. De gedragscode is niet vrijblijvend. Politieke ambtsdragers kunnen daarop worden aangesproken en zij dienen zich over de naleving ervan te verantwoorden. Om die reden heeft de raad van Helmond ook een handhavingsprotocol opgesteld, hoe te handelen bij twijfel of vermoedens. Als blijkt dat de integriteit is geschonden, kan dat consequenties hebben voor de rechtmatigheid van besluiten (artikel 58 en 28 Gemeentewet) of overeenkomsten (artikel 41c, 69 en 15 Gemeentewet) en voor de positie van de betrokken politieke ambtsdrager. Kernwaarden In Helmond onderschrijven we het belang van een integere overheid. We zijn op de hoogte van de wettelijke integriteitsnormen. We gaan zorgvuldig om met de bevoegdheden die wij als overheid hebben. We begrijpen dat we een voorbeeldfunctie hebben richting inwoners en bedrijven. We beseffen dat dilemma’s inherent zijn aan het werk en dat we ruimte moeten bieden voor bespreking. We organiseren ten minste jaarlijks een moment om samen te reflecteren op en stil te staan bij integriteitsnormen. In Helmond zijn we bereid verantwoordelijkheid te nemen. We zijn open en transparant over onze keuzes en afwegingen. We tonen ons bereid verantwoording af te leggen als het om onze integriteit gaat. We respecteren het samenspel tussen de democratische organen. In Helmond kijken we om naar elkaar. We richten de ogen op de bal, niet op de persoon. We geven elkaar feedback en tonen ons ontvankelijk voor de feedback van anderen. We beseffen dat integriteit geen inzet van politiek spel moet zijn. We proberen elkaar te behoeden voor een misstap, in plaats van achteraf af te rekenen. 1.AFSPRAKEN OVER HET VOORKOMEN VAN BELANGENVERSTRENGELING WETTELIJK KADER Artikel 41b en 67 Gemeentewet (nevenfuncties) Artikel 36b en 68 Gemeentewet (onverenigbare functies) Artikel 41c, 69 en 15 Gemeentewet (verboden handelingen en overeenkomsten) Artikel 58 en 28 Gemeentewet (onthouden deelname aan beraadslaging en stemming) KERN Collegeleden mogen hun invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen van zichzelf, van een ander, of van een organisatie waarbij zij persoonlijk betrokken zijn. Collegeleden moeten altijd het algemeen belang voor ogen houden en actief en uit zichzelf belangenverstrengeling tegengaan. ARTIKEL1.1MELDEN VAN FUNCTIES NAAST HET COLLEGELIDMAATSCHAP 1.Collegeleden leveren de secretaris bij aanvang van het collegelidmaatschap de informatie aan over functies die zij bekleden, die op grond van artikel 41b en artikel 67 Gemeentewet openbaar gemaakt moeten worden. Als zij gedurende het collegelidmaatschap nieuwe functies aanvaarden of de omstandigheden met betrekking tot bestaande functies wijzigen, wordt de informatie die hierop betrekking heeft direct aangeleverd bij de secretaris. Ook toekomstige functies worden gemeld, op het moment dat het collegelid er kennis van heeft. 2.Een voornemen tot aanvaarding van een betaalde of onbetaalde nevenfunctie maakt het collegelid kenbaar aan de raad. 3.Collegeleden vervullen geen nevenfuncties waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van hun burgemeester- of wethouderschap. De raad bepaalt of de combinatie van functies wenselijk is. 4.De informatie betreft in ieder geval: de omschrijving van de functie; de organisatie waarvoor de functie wordt verricht; per wanneer de functie wordt verricht; of het al dan niet een functie betreft die voortvloeit uit het wethouderschap of burgemeester; en of de functie bezoldigd of onbezoldigd is; hoe hoog de bezoldiging is, indien de wet dit verlangt. 5.De secretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar. ARTIKEL1.2MELDEN VAN FINANCIËLE BELANGEN 1.Collegeleden doen bij aanvang van het collegelidmaatschap bij de secretaris opgave van hun substantiële financiële belangen (zoals >5% aandelen, opties en derivaten) in ondernemingen waarmee de gemeente zakendoet of waarin de gemeente een belang heeft en van hun financiële belangen die relevant zijn voor besluitvorming die in de raad, in het college van B&W, of als burgemeester aan de orde is. Ook een tijdens het collegelidmaatschap ontstaan financieel belang dient opgegeven te worden. 2.De informatie betreft in ieder geval: een omschrijving van het belang (aard en omvang); indien aan de orde: de organisatie waarin het financiële belang bestaat; de aanvangsdatum van het financiële belang. 6.De secretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is niet openbaar, maar uitsluitend voor politieke ambtsdragers in te zien. Indien de belangen relevant zijn met het oog op de bestuurlijke besluitvorming kan de betreffende informatie worden gebruikt in de beraadslaging. ARTIKEL1.3AFSPRAKEN BIJ VERBODEN HANDELINGEN EN VERBODEN OVEREENKOMSTEN 1.Collegeleden die voornemens zijn een handeling te verrichten of een overeenkomst aan te gaan als bedoeld in artikel 15 lid 1 Gemeentewet, bespreken dit voornemen in het college. 2.Als het collegelid het nodig acht ontheffing te vragen als bedoeld in artikel 15 lid 2 Gemeentewet, dan ondersteunt de secretaris bij het aanvragen van de ontheffing. ARTIKEL1.4ONTHOUDEN DEELNAME BERAADSLAGING EN STEMMING 1.Collegeleden onthouden zich van deelname aan de beraadslaging en stemming als er sprake is van een situatie die strijd met artikel 58 en artikel 28 Gemeentewet oplevert. 2.Als collegeleden ingevolge het eerste lid niet deelnemen aan de beraadslaging en de stemming, melden zij dit voorafgaand aan of bij aanvang van de vergadering bij het vaststellen van de agenda en vermelden zij op welke wijze de besluitvorming hun in het bijzonder aangaat. Collegeleden beïnvloeden de besluitvorming in dat geval ook niet op andere manieren en momenten. In de notulen wordt aangetekend dat het betreffende collegelid niet heeft deelgenomen aan de beraadslaging en stemming. 3.Collegeleden die ter vergadering aanwezig zijn en voor wie artikel 58 en artikel 28 Gemeentewet niet van toepassing is, kunnen zich in onderling overleg onthouden van beraadslaging en/of stemming, indien deelname ongewenste effecten zou hebben. ARTIKEL1.5TEGENGAAN VAN EEN DRAAIDEURCONSTRUCTIE 1.Voormalig collegeleden mogen gedurende een jaar na het eind van het burgemeester- of wethouderschap niet als externe partij betaalde werkzaamheden verrichten voor of ten behoeve van de gemeente. Uitzondering hierop is het raadslidmaatschap. 2.Het college draagt voormalig collegeleden niet eerder dan een jaar na aftreden voor als kandidaat voor benoeming tot commissaris dan wel bestuurslid van een verbonden partij. 2.AFSPRAKEN OVER DE OMGANG MET GESCHENKEN EN UITNODIGINGEN WETTELIJK KADER Artikel 41a en 65 Gemeentewet (eed of belofte) KERN Collegeleden leggen een eed of belofte af: zij mogen hun invloed en stem niet laten kopen of beïnvloeden door gekregen of in het vooruitzicht gesteld geld, goederen, diensten of uitnodigingen. ARTIKEL2.1OMGANG MET GESCHENKEN, FACILITEITEN EN DIENSTEN Collegeleden melden de secretaris als zij door of vanwege hun werk als collegelid geschenken ontvangen of faciliteiten of diensten accepteren van derden met een geschatte waarde van € 50 of meer. De secretaris legt hiervoor een openbaar register aan. ARTIKEL2.2UITNODIGINGEN 1.Collegeleden melden lunches/diners met derden, excursies, evenementen, recepties en andere uitnodigingen als deze behoren tot de uitoefening van het werk als burgemeester respectievelijk wethouder. 2.Bij twijfel over de vraag of uitnodigingen behoren tot het werk als collegelid, overleggen collegeleden in het college. 3.Deelname aan werkbezoeken, excursies en evenementen die verband houden met de functie van bestuurder en voor rekening van anderen dan de gemeente komen, melden de collegeleden bij de secretaris binnen één week nadat de excursie, dan wel het evenement heeft plaatsgevonden. Daarbij wordt ook melding gemaakt wie de kosten voor zijn rekening heeft genomen indien de kosten niet zijn betaald door de gemeente. Melding kan achterwege blijven, indien er sprake is van andere overheidsorganisaties. ARTIKEL2.3(BUITENLANDSE) DIENSTREIZEN 1.Collegeleden leggen een uitnodiging tot een (buitenlandse) dienstreis, met uitzondering van een dienstreis naar een Europese instelling, ter goedkeuring voor in het college. Zij geven daarbij informatie over het doel en de duur van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap dat meereist, de kosten voor de gemeente, welke kosten voor rekening van anderen komen en de manier waarop van de reis verslag wordt gedaan. 2.Een uitnodiging voor een (buitenlandse) dienstreis wordt alleen geaccepteerd als het bezoek aantoonbaar van belang is voor de gemeente. 3.Het college informeert de gemeenteraad zo spoedig mogelijk over het genomen besluit. 4.Collegeleden maken openbaar wat het doel, de bestemming en de duur van de (buitenlandse) dienstreis is geweest. Daarbij maken de collegeleden ook openbaar wat de kosten waren voor de gemeente en welke kosten voor rekening van anderen zijn gekomen. De secretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is via internet beschikbaar. 3.AFSPRAKEN OVER DE OMGANG MET GEMEENTELIJKE VOORZIENINGEN WETTELIJK KADER Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers KERN De gemeente werkt met belastinggeld. Collegeleden gaan op een behoedzame manier om met gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen die hun ter beschikking staan en gebruiken die alleen waar ze voor zijn bedoeld. ARTIKEL3.1GEMEENSCHAPPELIJKE RUIMTES Collegeleden houden zich aan de regels voor het gebruik van algemene interne voorzieningen, zoals vergaderruimtes. Collegeleden dragen daarbij zorg voor het schoon achterlaten van deze ruimtes. ARTIKEL3.2ONKOSTENVERGOEDINGEN EN DECLARATIES Collegeleden houden zich aan de regels die gelden voor onkostenvergoedingen en declaraties. Zij declareren geen zaken die door de onkostenvergoedingen worden gedekt. ARTIKEL3.3GEBRUIK ICT- MIDDELEN Collegeleden houden zich bij gebruik van de ICT-middelen van de gemeente aan het automatiseringsprotocol. Daarbij is van belang dat: usb-sticks met informatie niet onbeveiligd en onbewaakt worden achtergelaten; wachtwoorden niet worden gedeeld; collegeleden hun iPad niet uitlenen aan anderen, ook niet tijdelijk; werkmails met gevoelige informatie niet naar privémail worden doorgestuurd. 4.AFSPRAKEN OVER DE OMGANG MET INFORMATIE WETTELIJK KADER Artikel 54 Gemeentewet (beslotenheid) Artikel 87, 88, 89 en 292 Gemeentewet (geheimhouding) Artikel 169 Gemeentewet (informatieplicht) KERN Collegeleden gaan zorgvuldig en correct om met de informatie waarover zij beschikken. Daar hoort ook bij dat zij niet met opzet een onjuiste voorstelling van zaken geven over gebeurtenissen in en rond de gemeente. ARTIKEL4.1TRANSPARANTIE Collegeleden zijn artikel 169 Gemeentewet indachtig, open en transparant over de eigen beslissingen en de beweegredenen daarvoor. Collegeleden handelen in overeenstemming met letter en de geest van de wet, in het bijzonder de informatieplicht die volgt uit de Gemeentewet en de Wet open overheid. ARTIKEL4.2GEHEIMHOUDINGSPLICHT 1.Geheime informatie wordt door collegeleden veilig gebruikt en bewaard. 2.Het gebruik van het predicaat ‘vertrouwelijk’ wordt zoveel mogelijk vermeden, heeft geen formele status en wordt uitsluitend gebruikt bij wijze van informele afspraak. ARTIKEL4.3GEBRUIK INFORMATIE VOOR EIGEN GEWIN 1.Collegeleden maken niet voor eigen gewin of voor het gewin van een ander gebruik van (nog) niet-openbare informatie waar zij als collegeleden over beschikken. 2.In uitlatingen in/op (sociale) media houden collegeleden de eer en het aanzien van de gemeente, de ambtelijke organisatie en de bestuursorganen hoog. 5.AFSPRAKEN OVER OMGANGSVORMEN WETTELIJK KADER Artikel 52 Gemeentewet (reglement van orde) KERN Collegeleden gaan binnen en buiten het gemeentehuis op respectvolle wijze om met elkaar, raads- en commissieleden, ambtenaren en inwoners. Zij onthouden zich, ook in de privésfeer, van gedragingen die schadelijk zijn of kunnen zijn voor de eer en het aanzien van de gemeente. Met elkaar borgen collegeleden de onderlinge fysieke en sociale veiligheid. ARTIKEL5.1OMGANGSVORMEN ALGEMEEN 1.Binnen en buiten het gemeentehuis bejegenen collegeleden elkaar, raads- en commissieleden, de griffier, de gemeentesecretaris en andere ambtenaren op correcte wijze zowel mondeling, schriftelijk als in de (sociale) media. Zij onthouden zich van pestgedrag, seksuele intimidatie, discriminatie, agressie en geweld. Ook ‘op de persoon spelen’, grof taalgebruik en ongefundeerde beschuldigingen van strafbaar gedrag aan het adres van politieke ambtsdragers of hun fracties zijn ongewenste omgangsvormen. 2.Vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid bewaken en bevorderen collegeleden actief de sociale veiligheid. Dat doen collegeleden door zelf het goede voorbeeld te geven en elkaar aan te spreken op ongewenst gedrag. Collega-collegeleden kunnen elkaar hierbij ondersteunen. 3.Als collegeleden ongewenst gedrag van collega-politieke ambtsdragers ervaren hebben, kunnen zij zich wenden tot de betreffende ambtsdrager of – indien dit redelijkerwijs niet mogelijk of wenselijk is – tot de secretaris of de burgemeester voor advisering en ondersteuning. ARTIKEL5.2OMGANGSVORMEN IN VERGADERING 1.Collegeleden houden zich tijdens de college-, raads- en commissievergaderingen aan het toepasselijke Reglement van Orde en de Verordening op de raadscommissies en volgen de aanwijzingen van de voorzitter op. 2.Optreden tegen een (mogelijk) grensoverschrijdende bejegening tijdens vergaderingen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de burgemeester en de wethouders. 3.Collegeleden kunnen de voorzitter wijzen op een (mogelijk) grensoverschrijdende bejegening met een punt van orde of een persoonlijk feit. 6.OVERIGE AFSPRAKEN ARTIKEL6.1EENDUIDIGE INTERPRETATIE De gemeenteraad en het college bevorderen de eenduidige interpretatie van deze gedragscode. Bij leemtes en onduidelijkheden in de gedragscode voorziet de raad daarin op voorstel van de voorzitter. ARTIKEL6.2TOEZICHT OP NALEVING 1.Het college ziet erop toe dat burgemeester en wethouders de gedragscode naleven en legt zo nodig verantwoording af aan de raad. 2.Bij vermoedens van een integriteitsschending of van ervaren ongewenst gedrag, geldt het handhavingsprotocol van de gemeente Helmond. 7.TOT SLOT ARTIKEL7.1INTREKKING De huidige gedragscode zoals vastgesteld in 2018 wordt ingetrokken. ARTIKEL7.2INWERKINGTREDING Deze gedragscode treedt in werking met ingang van de dag na datum van bekendmaking. ARTIKEL7.3CITEERTITEL Deze regeling wordt aangehaald als “gedragscode voor burgemeester en wethouders Gemeente Helmond
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.