Nota Omgevingskwaliteit SmallingerlandDe raad van de gemeente Smallingerland, Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 oktober 2025 Gelezen: artikel 4.19 van de Omgevingswet, waarin de bevoegdheid is geregeld voor de gemeenteraad om beleidsregels vast te stellen over de beoordeling van omgevingskwaliteit. Besluit: De Nota Omgevingskwaliteit vast te stellen als beleidsregel ex artikel 4.19 Omgevingswet; De bestaande welstandsnota 2014 in te trekken; Te bepalen dat de Nota Omgevingskwaliteit in werking treedt op het moment dat het eerste wijzigingsbesluit van het Omgevingsplan Smallingerland in werking treedt, en vanaf dat moment geldt voor het gehele grondgebied van de gemeente. 1Inleiding Reikwijdte De Nota Omgevingskwaliteit Smallingerland (NOS) gaat over omgevingskwaliteit en geeft regels voor het uiterlijk en de plaatsing van bouwwerken. De toe te passen regels voor omgevingskwaliteit hangen af van het type bouwplan en de plek. De NOS bevat onderstaande regels voor omgevingskwaliteit. Regels voor monumenten Regels voor (her)ontwikkelingsgebieden (beeldkwaliteitsplannen) Regels voor reclame Regels voor eenvoudige bouwplannen Regels voor bijzondere bouwplannen Afwijken van de regels De regels in de NOS maken het mogelijk om maatwerk te leveren per gebied. Afwijken van deze regels is soms mogelijk. Basisregels Twee basisregels liggen ten grondslag aan alle andere regels van de NOS. Voor monumenten wordt ook aan de basisregels getoetst. Bij onduidelijkheden in andere regels en wanneer het gewenst is om af te wijken van de regels wordt teruggegrepen op de basisregels. Excessenregeling Daarnaast is de excessenregeling onderdeel van de NOS. Deze kan toegepast worden als een bouwwerk te sterk afwijk van de omgeving, of als een bestaand gebouw in heel slechte staat is. Gebruiksvriendelijke webversie NOS De NOS geeft duidelijk regels, maar kan voor ingewikkeld zijn in gebruik. Met een website zijn de regels op een gebruiksvriendelijke manier toegankelijk gemaakt. 2Basisregels 2.1Reikwijdte Twee basisregels liggen ten grondslag aan alle andere regels van de NOS. Monumenten worden mede aan de basisregels getoetst. Bij onduidelijkheden in andere regels en wanneer het gewenst of noodzakelijk is om af te wijken van de regels, wordt teruggegrepen op de basisregels. De basisregels Een bouwplan past in de bestaande omgeving. Een bouwplan is goed ontworpen. 2.2Basisregel
(240219)G20J – Eilandkavel Saffier, De Burmaniakamers (Burmania) G24g Wonen en werken Susterwei De Tike G25 GB a-j Boornbergum Middelgeast G25a Verlengde lint (Boornbergum Middelgeast) G25b Wonen in de boskamer (Boornbergum Middelgeast) G26 BKP Tussendiepen G27 GBa-k Bedrijvenpark A7 Noord G27a Waterpark (Bedrijvenpark A7 Noord) G27b Hoofdvaarten (Bedrijvenpark A7 Noord) G27c of h Bedrijvenpark A7 Noord (Wijken of Zijstraten) G27 Wijken (Bedrijvenpark A7 Noord) G27d of h Bedrijvenpark A7 Noord (Wegen in de verkavelingsrichting of Zijstraten) G27d Wegen in de verkavelingsrichting (Bedrijvenpark A7 Noord) G27e Werk-woonlocaties (Bedrijvenpark A7 Noord) G27f Representatieve zone A7 (Bedrijvenpark A7 Noord) G27g Representatieve zone N31 (Bedrijvenpark A7 Noord) G27h Zijstraten (Bedrijvenpark A7 Noord) G28 GB a-e Bedrijvenpark Nijtap G28a Bedrijven langs de Noorderhogeweg (deelgebied 1) (Bedrijvenpark Nijtap) G28b Bedrijven in het tussengebied (deelgebied 2) (Bedrijvenpark Nijtap) G28c Bedrijven grenzend aan de bosstrook (deelgebied 3) (Bedrijvenpark Nijtap) G28d Bijzonder gebouw (deelgebied 4) (Bedrijvenpark Nijtap) G28e Bestaand bebouwing (deelgebied 5) (Bedrijvenpark Nijtap) G32g Op 'e Wal 4 Oudega G33 Vrijburgh 2 Beeldrichtlijnen G34 Waterfront Oudega 01-06-2021 6Regels voor eenvoudige bouwplannen 6.1Reikwijdte en toetsing De gemeente heeft voor plannen die veel voorkomen en geen grote veranderingen veroorzaken duidelijke, standaardregels opgesteld. Dit zijn de zogenaamde eenvoudige plannen. De regels voor eenvoudige plannen gelden niet bij monumenten en niet in gebieden waarvoor een beeldkwaliteitsplan geldt (tenzij anders is aangegeven in het beeldkwaliteitsplan). Een aanvraag voor een eenvoudig bouwplan wordt ambtelijk getoetst op basis van deze regels. De benoemde waarden en ambities worden hierbij betrokken. Een bouwplan moet passen in de omgeving. Een plan voldoet aan de regels als aan één van onderstaande voorwaarden wordt voldaan. Een plan betreft een vervanging van een vergund bestaand bouwwerk. Een plan betreft een goedgekeurd ontwerp van het oorspronkelijk bouwproject. Een plan sluit aan bij een trendsetter (een vergelijkbaar plan in de directe omgeving) die voldoet aan de regels voor eenvoudige plannen. Een plan kan niet aansluiten bij een trendsetter, maar wel voldoet aan de overige regels voor eenvoudige bouwplannen. Regels voor eenvoudige bouwplannen De regels voor vergunningplichtige dakkappelen staan in het ‘Omgevingsplan gemeente Smallingerland’. E1. Kapverhogende dakopbouwen bij seriematige woningbouw E2. Erfafscheidingen E3. Technische installaties E4. Kleine grondgebonden zonnepanelenopstellingen E5. Eenvoudige waterbouwkundige werken E6. Paardenbakken, paddocks, longeercirkels en trainingsmolens Afwijken Wanneer een aanvraag niet voldoet aan deze regel voor eenvoudige plannen, wordt eerst gekeken of maatwerk kan worden geleverd. Afwijken is mogelijk als er een functionele en/of bouwkundige noodzaak is. Dit kan alleen als duidelijk geen negatieve invloed is op de waarden en ambities of het bestaande gebouw. De gemeente beoordeelt of dit het geval is en geeft een gemotiveerd positief advies. Wanneer afwijken niet mogelijk is, wordt de aanvraag voorgelegd aan de Adviescommissie Omgevingskwaliteit en worden de regels voor bijzondere bouwplannen toegepast. 6.2E1. Kapverhogende dakopbouwen bij seriematige woningbouw Soms levert een plat afgedekte dakkapel in de nok onvoldoende stahoogte. De oplossing kan zijn om de nok te verhogen. Dat kan. Maar, deze regels gelden alleen voor een dakopbouw bij seriematige bebouwing zoals rijwoningen en twee-onder-een-kapwoningen. Waarden en ambities Een dakopbouw in combinatie met een verhoging van de daknok levert een behoorlijke verandering op van de vorm en het aanzicht van de bebouwing. De invloed op het straatbeeld kan groot zijn. Plaatsing aan de achterzijde heeft dan ook altijd de voorkeur. De dakopbouw en de nieuwe kapvorm moet passen in de omgeving en moet passen bij de bestaande bebouwing. De dakopbouw heeft daarom een kap met een gelijke dakhelling als het bestaande dak. De dakhelling van de oorspronkelijke kapvorm moet worden gehandhaafd. Vanwege de zichtbaarheid van dit type bouwplan wordt het trendsetter-principe gehanteerd. Dit betekent dat aangesloten moet worden op een vergelijkbaar plan in de directe omgeving. Regels MAATVOERING EN PLAATSING De dakopbouw ligt op minimaal 1,0 meter afstand van de kopgevel van de eindwoning, of ligt in de kopgevel van de eindwoning. De dakopbouwen liggen op 2,0 meter afstand van elkaar of vormen een aaneengesloten geheel. Plaatsing aan de achterkant heeft de voorkeur. De dakopbouw heeft een dakvlak met een gelijke dakhelling als het bestaande dak. De dakhelling van het bestaande dak blijft gelijk. De goot van de opbouw is niet hoger dan de nok van de bestaande kap. De hoogte van de onderzijde van de dakopbouw tot bovenzijde van de goot van de dakopbouw is kleiner dan 50% van de (geprojecteerde) hoogte van het dakvlak. Bij bestaande schoorstenen: Schoorstenen bij voorkeur handhaven; Voldoende afstand houden tot schoorstenen of over de volle breedte (tot aan het hart van de bouwmuur) zorgvuldig aansluiten op schoorstenen; De hoogte van de dakopbouw blijft onder de bovenkant van de schoorsteen; Het trendsetter-principe wordt toegepast voor de maatvoering en plaatsing. VORMGEVING Dakopbouwen in een dakvlak zijn identiek vormgegeven. Bij plaatsing in de kopgevel is de dakopbouw in vormgeving zorgvuldig geïntegreerd in de bestaande kopgevel. De gevelindeling van de dakopbouw in schaal en verhouding afstemmen op de onderliggende gevels. De vormgeving van de goten en het lijstwerk is gelijk aan de detaillering van het hoofdgebouw. De zijkant van de dakopbouw (wangen) is niet lichter dan de kleurstelling van het dakvlak. Het trendsetter-principe wordt toegepast voor de vormgeving. VERBEELDING REGELS Onderstaande beelden laten zien hoe de regels uitgelegd moeten worden. Verbeelding kapverhogende dakopbouw 6.3E2. Erfafscheidingen Erfafscheidingen zijn vaak vergunningsvrij, behalve als ze aan openbaar gebied grenzen. Onderstaande regels gelden voor erfafscheidingen die grenzen aan openbaar toegankelijk gebied. Wat is openbaar toegankelijk gebied? Het openbaar toegankelijk gebied kan bestaan uit wegen, parkeervakken, stoepen, paden, groen, water of combinaties hiervan. Het is ruimte die voor iedereen toegankelijk is. Waarden en ambities Erfafscheidingen aan openbaar toegankelijk gebied of openbaar groen zijn van grote invloed op de ruimtelijke kwaliteit. Door erfafscheidingen een (deels) open en groen karakter te geven, creëren we een openbaar gebied waar mensen zich veilig en prettig voelen. Dit kan door het toepassen van hagen of door hekwerken te laten begroeien. Het gebruik van duurzame en/of hoogwaardige materialen is belangrijk. Regels MAATVOERING EN PLAATSING De erfafscheiding ligt tenminste 1,0 meter achter de voorgevellijn. Grenst een zij- of achtergrens aan openbaar groen? De erfafscheiding mag dan tegen de grens van het openbaar toegankelijk gebied liggen. Grenst een zij- of achtergrens aan openbaar toegankelijk gebied? Bestaat dit gebied (deels) uit een weg of een pad? Is de breedte van dit gebied kleiner dan 4,5 meter? Of is deze gelijk aan 4,50 meter? De erfafscheiding ligt dan op minimaal 1,0 meter afstand van erfgrens. Grenst een zij- of achtergrens aan openbaar toegankelijk gebied? Bestaat dit gebied (deels) uit een weg of een pad? Is de breedte van de openbare ruime groter dan 4,50 meter? De erfafscheiding mag dan tegen de erfgrens liggen. Erfscheidingen staan in één lijn met de naastgelegen erfscheidingen. De erfafscheiding is maximaal 2,0 meter hoog. VORMGEVING De erfafscheiding heeft een open en groen karakter. Minimaal 60 % bestaat uit een haag of uit een open, begroeide constructie. Duurzame en/of hoogwaardige materialen toepassen. Gedekte kleuren (houtkleur, zwart, donkergrijs, groen, bruin, etc.) toepassen. VERBEELDING REGELS Onderstaande beelden laten de regels zien. Verbeelding erfafscheiding grenzend aan openbaar toegankelijk gebied van 4,5 meter breed of smaller Verbeelding erfafscheiding grenzend aan openbaar toegankelijk gebied breder dan 4,5 meter Verbeelding erfafscheiding grenzend aan openbaar groen 6.4E3. Technische installaties Het begrip ‘technische installaties’ is een verzamelterm voor bijvoorbeeld airco’s, luchtbehandelingsunits en warmtepompen. U heeft altijd een omgevingsvergunning nodig als een unit hoger is dan 1 meter, of een oppervlakte heeft van meer dan 2 m². Waarden en ambities Installaties zijn meestal niet een mooie toevoeging in het straatbeeld. Vooral aan de voorzijde kunnen technische installaties op een negatieve manier opvallen. We plaatsen technische installaties daarom liever uit het zicht (aan de achterzijde), of opgenomen in de bebouwing. Wanneer dit niet mogelijk is, dan moet de technische installatie worden mee-ontworpen (dat betekent passend bij het ontwerp van het gebouw waar de installatie bij hoort). Regels MAATVOERING EN PLAATSING Plaatsing bij voorkeur aan de achterzijde van de bebouwing of binnen de bebouwing. Op een plat dak liggen technische installaties minimaal 1,5 meter terug ten opzichte van de dakrand. Warmtepompschoorstenen vormen een ondergeschikte toevoeging aan het dak. Technische installaties liggen minimaal 1,0 meter terug ten opzichte van de voor- en zijgevel. Technische installaties aan een zij- of voorgevel vormen een ondergeschikte toevoeging. Bij meerdere elementen in het dak of gevel is sprake van een logische, regelmatige ordening. Het trendsetter-principe wordt toegepast voor de maatvoering en plaatsing. VORMGEVING Technische installaties op een bestaand voor- of zijdakvlak worden ingepast met een omkasting. De kleur van omkasting is afgestemd op de kleur van het dak. Technische installaties aan een bestaande zij- of voorgevel worden ingepaste met een omkasting. De kleur van omkasting is afgestemd op de kleur van de gevel. Het trendsetter-principe wordt toegepast voor de vormgeving. VERBEELDING REGELS Onderstaande beelden geven voorbeelden van omkastingen. Warmtepompschoorsteen (Bron: www.dhps.
- nl)Omkasting warmtepomp (Bron: fenroy.
- nl)6.5E4. Kleine grondgebonden opstellingen voor zonnepanelen Zonnepanelen voor eigen gebruik worden bij voorkeur op gebouwen geplaatst. Soms is dit niet mogelijk en moeten de zonnepanelen op de grond worden geplaatst. Waarden en ambities Zonnepaneelopstellingen hebben een technisch karakter en vallen door de glans en materiaalgebruik vaak erg op. De plaatsing van een zonnepaneelopstelling mag het karakter van de directe omgeving niet aantasten. Het is daarom van belang dat u zonnepanelen zorgvuldig inpast in de omgeving. Regels MAATVOERING EN PLAATSING De zonnepaneelopstelling ligt op het erf, of direct aansluitend op het erf. De zonnepaneelopstelling ligt achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw. De zonnepaneelopstelling ligt bij voorkeur achter het hoofdgebouw. De panelen zijn opgesteld in een logische heldere vorm, in een aaneengesloten vlak of herkenbaar patroon. De hoogte van het de zonnepaneelopstelling is maximaal 1,00 meter. De oppervlakte van de zonnepaneelopstelling is maximaal 100 m2. VORMGEVING Voor zonnepaneelopstelling die zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte en/of het (open) landschap gelden de volgende eisen aan vormgeving: De zonnepaneelopstelling inpassen met een haag of andere beplanting. De hoogte van de haag of beplanting is gelijk aan of groter dan de hoogte van de zonnepanelen. Egale panelen zonder frame, zonder (sterk zichtbare) streep of ruitpatroon. Donkere, monokristal panelen met donkere randen. Voor zonnepaneelopstellingen die niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte en/of het (open) landschap zijn geen verdere eisen aan vormgeving. Voor zonnepaneelopstellingen op een bedrijventerrein kwaliteitsniveau 1 (zie kaart gebiedsindeling) zijn geen verdere eisen aan vormgeving. VERBEELDING REGELS Onderstaande beelden laten zien hoe de regels uitgelegd moeten worden. Donkere panelen met donkere randen (Greenglobal.
- nu)6.6E5. Eenvoudige waterbouwkundige werken Eenvoudige waterbouwkundige werken zijn bijvoorbeeld steigers, kleine fiets- en loopbruggen en kades. Waarden en ambities Eenvoudige waterbouwkundige werken zijn ruimtelijk ondergeschikt. Dat betekent dat ze niet opvallen in het gebied waarin ze liggen. Een waterbouwkundig werk kan dus best groot zijn en toch maar een beperkte invloed hebben op het beeld. De waterbouwkundige werken moeten passen bij de schaal, maat en het karakter van de omgeving. Dat betekent dat in het stedelijk gebied een steiger of kleine brug er anders uit kan zien dan in het buitengebied. Een sobere en doelmatige vormgeving is uitgangspunt. Het kleur- en materiaalgebruik moet passen in de omgeving. De technisch aspecten zijn zeer belangrijk voor de materiaalkeuze. De functie, de levensduur en het onderhoud zijn hierin doorslaggevend. De keuze voor het materiaalgebruik wordt op basis van de technische aspecten gemotiveerd. Regels MAATVOERING EN PLAATSING De waterbouwkundige werken zijn onderschikt in het beeld. Bij meerdere gelijke elementen is sprake van een logische en regelmatige ordening. VORMGEVING De vormgeving is sober en doelmatig en past in de omgeving. Het kleur- en materiaalgebruik past in de omgeving. Het materiaalgebruik past bij de functie. Het materiaalgebruik is geschikt voor de beoogde levensduur Het materiaal is doelmatig te beheren. 6.7E6. Paardenbakken, paddocks, longeercirkels en trainingsmolens In het buitengebied neemt het aantal voorzieningen voor paarden toe. Deze voorzieningen, zoals paardenbakken, paddocks, longeercirkels en trainingsmolens, hebben door het aantal en de verschijningsvorm een steeds nadrukkelijkere impact op de omgevingskwaliteit. Paardenbakken kenmerken zich door een rechthoekige trainingsbodem van maximaal 800 m² met daaromheen een omheining. Paddocks zijn doorgaans eveneens rechthoekig en omheind en worden gebruikt voor het buiten stallen van paarden wanneer er geen wei aanwezig is of de wei (vooral in de herfst en winter) onbegaanbaar is. Longeercirkels en trainingsmolens zijn rond, met een diameter van 15 tot 20 meter. Ook deze trainingsfaciliteiten zijn omheind en hebben een trainingsbodem. De trainingsbodem is doorgaans opgebouwd uit diverse zandlagen, maar kan ook worden bedekt met kunststof materialen of houtvezels. Om ook in de avonduren te kunnen trainen hebben de voorzieningen vaak lichtmasten aan één of meerdere zijden. Waarden en ambities Het buitengebied van Smallingerland bestaat uit coulisselandschap en veengebied. Deze tweedeling is een belangrijke waarde van het buitengebied. De trainingsfaciliteiten/voorzieningen moeten de kenmerken van de landschapstypen respecteren en worden zorgvuldig ingepast. Het coulisselandschap heeft een besloten karakter. De strokenverkaveling en de elzensingels langs de kavels en wegen zijn kenmerkend. Het veengebied heeft een heel open karakter. De aanwezigheid van polders met polderdijken en de opstrekkende verkaveling zijn kenmerkend. In het buitengebied is het landschap dominant; bebouwing is ondergeschikt. Dit is een belangrijke waarde. De trainingsfaciliteiten mogen het landschappelijke karakter niet aantasten en zijn ondergeschikt in het landschappelijke beeld. Regels MAATVOERING EN PLAATSING De trainingsfaciliteit ligt op het erf, of direct aansluitend op het erf. De trainingsfaciliteit ligt achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw. De richting van de paardenbak of paddock is afgestemd op de verkaveling. VORMGEVING De afrastering van paardenbakken en paddocks is rechthoekig. De afrastering van longeercirkels en trainingsmolens is rond. De afrastering omsluit de faciliteit direct. De afrastering is transparant en slank vormgegeven. De afrastering vormgeven met natuurlijke materialen of kunststof. De afrastering en lichtmasten in gedekte donkere kleurstelling of houttint vormgeven. Kleuren afstemmen op de omringende landschappelijke elementen. Felle en/of opvallende contrasterende kleuren zijn niet toegestaan. Reflecterende materialen zijn niet toegestaan. Streven naar landschappelijke inpassing van de trainingsfaciliteiten met streekeigen beplanting. Verlichting is ondergeschikt (in hoogte en lichtsterkte) en is gericht op de voorzieningen. Lichtuitstraling naar de omgeving en/of openbaar gebied is niet toegestaan. VERBEELDING REGELS Onderstaande beelden laten zien hoe de regels uitgelegd moeten worden. 7Regels voor bijzondere bouwplannen 7.1Reikwijdte en toetsing De regels voor bijzondere bouwplannen gelden niet bij monumenten en niet in gebieden waarvoor een beeldkwaliteitsplan geldt (tenzij anders is aangegeven in het beeldkwaliteitsplan). Een aanvraag wordt altijd voorgelegd aan de Adviescommissie Omgevingskwaliteit. De waarden en ambities zijn benoemd per gebied. Het geldende kwaliteitsniveau bepaalt welke regels moeten worden toegepast. De regels worden toegepast op basis van de waarden en ambities van het gebied waarin het bouwplan ligt. Een bouwplan moet passen in de omgeving. De adviescommissie kijkt bij het beoordelen van een bijzonder bouwplan dan ook altijd goed naar de omgeving. Passend bij wat er is Passen in de omgeving betekent dat een bouwplan moet passen bij de waarden van een gebied. Dit betekent dat aangesloten moet worden bij de meest voorkomende kenmerken van de omgeving. Het gaat hierbij niet om de uitzonderingen. Ook moet een plan passen bij de ambities voor een gebied. De gemeente heeft een bepaald beeld voor ogen met een gebied. Een bouwplan moet hierbij aansluiten. Deelgebieden bijzondere plannen De kaart geeft inzicht in de verschillende gebieden. Buitengebied (G1) Centrum en assenkruis Drachten (G2) Linten (G3) Woongebieden (G4) Woonschepen, woonarken en recreatiearken (G5) Woonwagens (G6) Bedrijventerrein (G7) Overige gebieden (G8) Kwaliteitsniveaus De kaart geeft inzicht in de verschillende kwaliteitsniveaus. Kwaliteitsniveau 0. Welstandsvrij Kwaliteitsniveau 1. Voldoende kwaliteit Kwaliteitsniveau 2. Goede kwaliteit Kwaliteitsniveau 3. Hoge kwaliteit 7.2Afwijken van de regels voor bijzondere plannen De NOS is bedoeld om maatwerk te leveren per gebied. Daarom zijn er per gebied regels en ambities voor bouwplannen geformuleerd. Afwijken van deze regels is in onderstaande gevallen soms mogelijk. Dit is geen recht. Beperkte zichtbaarheid De adviescommissie mag afwijken van de regels als uw bouwplan niet of nauwelijks zichtbaar is vanuit de openbare ruimte. De basisregels gelden wel. Deze vorm van afwijken wordt niet voorgelegd aan de college. Duurzaamheid Er is steeds meer aandacht voor duurzaamheid. Dat brengt veranderingen met zich mee in het bebouwingsbeeld. Vooral als het gaat om materiaalgebruik en bouwwijze. Zo wordt bijvoorbeeld circulair bouwen en het gebruik van bio-based materialen meer de norm. De veranderingen en vernieuwingen gaan zo snel, dat deze niet op voorhand te voorspellen zijn. De adviescommissie mag afwijken van de regels voor het gebruik van duurzame materialen of een duurzame manier van bouwen als er geen vergelijkbare, beter in het bebouwingsbeeld passende alternatieven zijn. Omdat er deels wordt afgeweken van de regels, wordt er op andere onderdelen een extra inspanning gevraagd. De adviescommissie past in dergelijke gevallen een hoger niveau regels toe. Deze vorm van afwijken wordt niet voorgelegd aan het college. Eigenzinnig en hoog ontwerpniveau De adviescommissie mag afwijken van de regels, als uw bouwplan op een andere, doordachte, bijzondere of eigenzinnige manier rekening houdt met de waarden en ambities. Bijvoorbeeld door heel bewust op onderdelen een contrast vorm te geven. Of door onderdelen te overdrijven. In zo’n geval moet het niveau van het ontwerp hoog zijn. De adviescommissie zet in dergelijke gevallen in op een hoog kwaliteitsniveau. Deze vorm van afwijken wordt niet voorgelegd aan het college. Hardheidsclausule Het kan in uitzonderlijke gevallen voorkomen dat een bouwplan of een plek dusdanig vernieuwend is, dat de regels niet toereikend zijn. In dergelijke gevallen kan de adviescommissie het college adviseren af te wijken van de regels. Het ontwerp van een dergelijk bouwplan zal een hoge kwaliteit moeten hebben. Het is tenslotte redelijk dat er hogere eisen worden gesteld als een bouwwerk zich sterker van zijn omgeving onderscheidt. Of wanneer er veel waarde aan de omgeving wordt gehecht. Deze vorm van afwijken van de regels noemen we de hardheidsclausule. Het afwijken van de regels voor vernieuwende plannen wordt door de adviescommissie onderbouwd bij de vergunningaanvraag. Ook zal de adviescommissie het college van B&W het advies om af te wijken voorleggen. Burgemeester en wethouders beslissen bij het wel of niet verlenen van de bouwvergunning of zij willen afwijken van de regels en gebruik willen maken van de hardheidsclausule. 7.3Kwaliteitsniveau 0. Welstandsvrij Kwaliteitsniveau 0 staat voor welstandsvrij. Welstandsvrij betekent niet dat alles kan. De gemeente kan bij overtredingen en excessen de excessenregeling toepassen. 7.4Kwaliteitsniveau 1. Voldoende kwaliteit Kwaliteitsniveau 1 betekent dat een ontwerp van een bouwplan (minimaal) van voldoende kwaliteit moet zijn. Bouwplannen verstoren de omgeving niet doordat de waarden en ambities van een gebied moeten zoveel mogelijk worden gerespecteerd. Beperkte veranderingen of beperkte contrasten zijn mogelijk. Omgeving De manier waarop gebouwen op een erf zijn geplaatst past in de omgeving (zie basisregels). De hoofdopzet van de gebouwen op een erf past in de omgeving (zie basisregels). De bouwstijl/architectuur is vrij, mits deze de waarden en ambities niet verstoort. Representatieve voorgevel(s)/gevels met expressie (en functies) naar de weg/openbare ruimte. Het kleur- en materiaalgebruik is vrij, mits deze de waarden en ambities niet verstoort. Erfafscheidingen grenzend aan openbaar gebied verstoren de omgeving niet. Installaties zijn ondergeschikt. Duurzaamheidsmaatregelen zijn ondergeschikt. Vormgeving Het ontwerp past bij de functie. De bouwstijl/architectuur van nieuwbouw of verbouw past bij de bestaande bebouwing op het erf. Reclame Past uw plan voor reclame niet binnen de regels van de snelle route voor reclame? Dan worden de volgende regels toegepast op uw plan: Sommige reclame is verboden (zie paragraaf 4.2). Reclame-uitingen passen in aantal en uitstraling bij het karakter van de omgeving. Reclame is ondergeschikt aan het gebouw en het perceel. Waterbouwkundige werken De waterbouwkundige werken zijn in maatvoering en plaatsing onderschikt in het beeld. Bij meerdere gelijke elementen is sprake van een logische en regelmatige ordening. De vormgeving is sober en doelmatig. Het kleur- en materiaalgebruik past in de omgeving. Het materiaalgebruik past bij de functie. Het materiaalgebruik is geschikt voor de beoogde levensduur Het materiaal is doelmatig te beheren. 7.5Kwaliteitsniveau 2. Goede kwaliteit Kwaliteitsniveau 2 betekent dat een ontwerp van een bouwplan (minimaal) van goede kwaliteit moet zijn. Bouwplannen passen in de omgeving doordat de waarden en ambities van een gebied worden gerespecteerd. Grote veranderingen passen niet. Afwijkende oplossingen kunnen alleen als deze zorgvuldig zijn ontworpen met respect voor de waarden en ambities. Omgeving De manier waarop gebouwen op een erf zijn geplaatst past in de omgeving (zie basisregels). De hoofdopzet van de gebouwen op een erf past in de omgeving (zie basisregels) De bouwstijl/architectuur van een hoofdgebouw past in de omgeving, of vormt hiermee een zorgvuldig ontworpen contrast. Representatieve voorgevel(s)/gevels met expressie (en functies) naar de weg/openbare ruimte. Het kleur- en materiaalgebruik past in de omgeving of vormt hiermee een zorgvuldig ontworpen contrast. Erfafscheidingen grenzend aan openbaar gebied zijn mee-ontworpen en/of hebben een (overwegend) groen karakter. Installaties zijn ondergeschikt. Duurzaamheidsmaatregelen zijn ondergeschikt. Vormgeving Het ontwerp past bij de functie. De bouwstijl/architectuur van nieuwbouw of verbouw past bij de bestaande bebouwing op het erf of vormt hiermee een zorgvuldig ontworpen contrast. Aan- en uitbouwen, bijgebouwen, dakkapellen, dakopbouwen en/of risalieten zijn mee-ontworpen of ondergeschikt. Mee-ontworpen kan ook betekenen dat gekozen wordt voor een zorgvuldig ontworpen contrast. Het kleur- en materiaalgebruik is beperkt in aantal. Reclame Past uw plan voor reclame niet binnen de regels van de snelle route voor reclame? Dan worden de volgende regels toegepast op uw plan: Sommige reclame is verboden (zie paragraaf 4.2). Reclame-uitingen passen in aantal en uitstraling bij het karakter van de omgeving. Reclame is ondergeschikt aan het gebouw en het perceel. Een reclame-uiting aan de gevel dient loodrecht op, of evenwijdig aan en vlak tegen de gevel geplaatst te worden. Reclame-uitingen staan in verhouding tot elkaar, de grootte en architectuur van het bedrijfspand. Het totaal aan reclame-uitingen is in balans. Reclame op bedrijfsgebouwen wordt op elkaar afgestemd. Dit geldt ook als er meerdere ondernemingen in hetzelfde gebouw zijn gehuisvest. Waterbouwkundige werken De waterbouwkundige werken zijn in maatvoering en plaatsing onderschikt in het beeld. Bij meerdere gelijke elementen is sprake van een logische en regelmatige ordening. De vormgeving is sober en doelmatig en past in de omgeving. Het kleur- en materiaalgebruik past in de omgeving. Het materiaalgebruik past bij de functie. Het materiaalgebruik is geschikt voor de beoogde levensduur Het materiaal is doelmatig te beheren. 7.6Kwaliteitsniveau 3. Hoge kwaliteit Kwaliteitsniveau 3 betekent dat een ontwerp van een bouwplan (minimaal) van hoge kwaliteit moet zijn. Bouwplannen passen voegen zich in de hoge kwaliteit van de omgeving of versterken de omgeving doordat de waarden en ambities van een gebied worden gehandhaafd. Afwijkende oplossingen kunnen alleen als deze zorgvuldig zijn ontworpen met respect voor de waarden en ambities, èn kwaliteit toevoegen aan de omgeving. Omgeving De manier waarop gebouwen op een erf zijn geplaatst past zorgvuldig in de omgeving (zie basisregels). De hoofdopzet van de gebouwen op een erf past zeer zorgvuldig in de omgeving (zie basisregels). De bouwstijl/architectuur van een hoofdgebouw past zeer zorgvuldig in de omgeving, of vormt hiermee een zorgvuldig ontworpen contrast. Representatieve voorgevel(s)/gevels met expressie (en functies) naar de weg/openbare ruimte. Het kleur- en materiaalgebruik past in de omgeving of vormt hiermee een zorgvuldig ontworpen contrast. Erfafscheidingen grenzend aan openbaar gebied zijn mee-ontworpen en/of hebben een (overwegend) groen karakter. Installaties zijn ondergeschikt. Duurzaamheidsmaatregelen zijn ondergeschikt en verstoren de omgeving niet. Vormgeving Het ontwerp past bij de functie. De bouwstijl/architectuur van nieuwbouw of verbouw past zeer zorgvuldig bij de bestaande bebouwing op het erf of vormt hiermee een zeer zorgvuldig ontworpen contrast. Aan- en uitbouwen, bijgebouwen, dakkapellen, dakopbouwen en/of risalieten zijn mee-ontworpen. Mee-ontworpen kan ook betekenen dat gekozen wordt voor een zorgvuldig ontworpen contrast. Het kleur- en materiaalgebruik versterkt de bouwstijl/architectuur. Erfafscheidingen grenzend aan openbaar gebied zijn mee-ontworpen en/of hebben een (overwegend) groen karakter. Installaties zijn ondergeschikt of mee-ontworpen in de bouwstijl/architectuur. Duurzaamheidsmaatregelen zijn mee-ontworpen en doen geen afbreuk aan de bouwstijl/architectuur. Waterbouwkundige werken De waterbouwkundige werken zijn in maatvoering en plaatsing onderschikt in het beeld. Bij meerdere gelijke elementen is sprake van een logische en regelmatige ordening. De vormgeving past in de omgeving. Het kleur- en materiaalgebruik past in de omgeving. Het materiaalgebruik past bij de functie. Het materiaalgebruik is geschikt voor de beoogde levensduur Het materiaal is doelmatig te beheren. Details De bouwstijl/architectuur is zorgvuldig afgestemd op de omgeving, met aandacht voor karakteristieke kenmerken. Karakteristieke kenmerken van de bestaande bebouwing worden behouden en versterkt. De bouwstijl/architectuur is consequent uitgewerkt in alle vanuit de openbare ruimte zichtbare gevels. Denk hierbij aan de vormgeving van raamopeningen, dichte vlakken, kleurvlakken, etc. De detaillering (kozijnen, ramen, deuren, boeiplanken, dakranden, daklijsten, daktrimmen, metselverbanden, ornamenten, etc.) versterkt de bouwstijl/architectuur. Aan- en uitbouwen zijn mee-ontworpen. Reclame Past uw plan voor reclame niet binnen de regels van de snelle route voor reclame? Dan worden de volgende regels toegepast op uw plan: Sommige reclame is verboden (zie paragraaf 4.2). Reclame-uitingen passen in aantal en uitstraling bij het karakter van de omgeving. Reclame is ondergeschikt aan het gebouw en het perceel. Een reclame-uiting aan de gevel dient loodrecht op, of evenwijdig aan en vlak tegen de gevel geplaatst te worden. Reclame-uitingen staan in verhouding tot elkaar, de grootte en architectuur van het bedrijfspand. Het totaal aan reclame-uitingen is in balans. Reclame op bedrijfsgebouwen wordt op elkaar afgestemd. Dit geldt ook als er meerdere ondernemingen in hetzelfde gebouw zijn gehuisvest. 7.7G1. Buitengebied Het buitengebied omvat grofweg het gebied rondom de dorpen en Drachten. Het gebied wordt gekenmerkt door twee landschapstypen, het coulisselandschap en het veengebied. De bebouwing heeft een landelijk karakter en bestaat overwegend uit agrarische bedrijven, woonboerderijen en woningen. Waarden en ambities HET LANDSCHAP OVERHEERST In het buitengebied overheerst het landschap. De bebouwing is in schaal en uitstraling ondergeschikt aan het landschappelijk beeld. De bebouwing heeft in principe een hellend dak. Het kleur- en materiaalgebruik van de bebouwing is traditioneel tot modern en niet opvallend. DE KENMERKEN VAN DE TWEE LANDSCHAPSTYPEN ZIJN BEPALEND Het buitengebied bestaat uit coulisselandschap en veengebied. De kenmerken van de landschapstypen bepalen de plaatsing en de vormgeving van de bebouwing. De situering van de gebouwen heeft een sterke relatie met de verkaveling en/of ondergrond. Erven hebben groene erfranden en groene erfafscheidingen passend bij het landschapstype. Coulisselandschap Het coulisselandschap heeft een besloten karakter. De strokenverkaveling en de elzensingels langs de kavels en wegen zijn kenmerkend. Boerenerven en erven van woningen liggen vaak tussen singels. De erven zijn hierdoor sterk verbonden met het landschap. Veengebied Het veengebied heeft een open karakter. De polders met polderdijken en de opstrekkende verkaveling zijn kenmerkend. Boerenerven en erven van woningen zijn vaak beplant. Deze zijn daardoor besloten groene plekken in het open veengebied. Bent u benieuwd naar het ontstaan, de kenmerken en de kwaliteiten van het landschap van Smallingerland? De landschapsbiografie ‘Het verhaal van Smallingerland’ geeft u meer informatie. DE GEVARIEERDE GROENE LANDELIJKE LINTEN ZIJN KENMERKEND Het buitengebied wordt gekenmerkt door lintbebouwing. De linten hebben een groen aanzicht en de relatie met het landschap is voelbaar. De dichtheid van de bebouwing in de linten varieert. De bebouwing bestaat vooral uit vrijstaande woningen, afgewisseld met boerderijen. De woningen zijn in vormgeving vrijwel allemaal verschillend. Ook is er sprake van variatie in de situering. De woningen staan soms in de richting van de verkaveling en in andere gevallen juist haaks op de weg. Ook de afstand tot de weg verschilt. Deze kenmerken geven de linten een gevarieerd aanzicht. BOERENERVEN HEBBEN EEN VOOR– EN ACHTERERF Boerenerven hebben van oorsprong altijd een voor- en een achtererf. Bij schaalvergroting van bedrijven wordt dit principe ook gehanteerd. Bent u van plan uw bedrijf uit te breiden? Dan gelden onderstaande principes bij schaalvergroting: Boerenerven zijn zo compact mogelijk vormgegeven. De vorm is vaak rechthoekig. De rechthoek is in vorm afgestemd op de verkavelingsstructuur. De vormgeving van de erfranden is passend bij het landschapstype. Het voorerf is vooral het woondeel van het erf. De woning of (historische) boerderij en de voortuin bepalen het beeld. Sierbeplanting (bomen, heesters en hagen) draagt bij aan een fraai aanzicht. Het achtererf is het werkdeel van het erf. Het achtererf heeft verschillende zones. De schuren en stallen staan meestal op het voorste deel van het achtererf. Eventuele mestvergistingsinstallaties zijn geclusterd en in samenhang met de aanwezige schuren en stallen. Meer naar achteren is ruimte voor lagere delen zoals sleufsilo’s. En ook opslag is vaak achter op het erf. De ‘Handleiding Erfinrichting Buitengebied’ geeft informatie en aanwijzingen voor de inpassing van ontwikkelingen in het landschap. HISTORISCHE (WOON)BOERDERIJEN De historische boerderijen zijn cultuurhistorisch waardevol en zeer bepalend voor het beeld van het buitengebied. Ze staan symbool voor de agrarische oorsprong van de gemeente. Behoud van de boerderijen is wezenlijk voor de uitstraling van het buitengebied. Bij verbouw is behoud van het bestaande karakter het vertrekpunt. Regels De regels moeten worden toegepast in samenhang met de waarden en ambities. Voor dit gebied gelden verschillende kwaliteitsniveaus. Kijk op de kaart welk niveau geldt voor uw plan. Voor monumenten gelden eigen regels. Foto’s van het deelgebied 7.8G2. Centrum Drachten en assenkruis Dit gebied omvat het centrum van Drachten en het zogenaamde ‘assenkruis’. Dit is het voetgangersgebied Noorderbuurt-Zuiderbuurt-Moleneind-Kades. Het centrumgebied is ontstaan op de kruising van de weg met de gegraven compagnievaart. Deze vaart markeerde de veenkolonie. Doordat de vaart een rechte hoek met de weg maakte ontstond de karakteristieke kruisplattegrond (het assenkruis), waarlangs bebouwing aan het water ontstond. Waarden en ambities DE STRUCTUUR EN HET KLEINSCHALIGE, GEVARIEERDE KARAKTER VAN HET ASSENKRUIS Het assenkruis is beelddrager van het centrum en geeft een goede weergave van de historische groei. De structuur van het assenstelsel is nog grotendeels gaaf. De kleinschaligheid, de historische rooilijnen en de variatie in architectuur geven het gebied een sterke eigen identiteit. De stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit van de nieuwe plannen is hoog. DE STRUCTUUR VAN DE PLEINEN EN WANDEN In de hoeken van het assenkruis en in het zuidelijk deel van het assenkruis wordt het beeld vooral bepaald door pleinen en wanden. De bebouwing heeft een meer complexmatig karakter. In deze gebieden is extra aandacht gewenst voor de schaal en maat van de bebouwing en de oriëntatie op de openbare ruimte. COMPLEXMATIGE EN GROTERE BEBOUWING HEEFT BETEKENIS VOOR DE OPENBARE RUIMTE In het gebied komen meerdere bijzondere functies en grotere gebouwen voor. Grote winkels, De Lawei, het gemeentehuis en het museum zijn voorbeelden. Bij complexmatige bebouwing wordt rekening gehouden met de schaal en maat van de omgeving en menselijke maat. De bebouwing heeft een sterke relatie met de openbare ruimte. Voor de begane grond geldt dit extra. De functies zijn herkenbaar in het ontwerp. Grote gebouwen mogen niet te vlak en strak zijn. WINKELPUIEN PASSEN IN HET GEVEL- EN STRAATBEELD In het gebied komen veel winkels voor. Winkelpuien passen in het gevelbeeld. De architectuur, de pandbreedte, de verdiepingshoogte, de gevelritmiek en het kleur en materiaalgebruik van het betreffende pand wordt nauwkeurig gerespecteerd. Winkelpuien hebben een transparante uitstraling en hebben een sterke relatie met de straat/openbare ruimte. ROLLUIKEN TASTEN HET STRAATBEELD NIET (TE VEEL) AAN In verband met de veiligheid worden vaak rolluiken toegepast. De negatieve invloed van rolluiken op het straatbeeld wordt beperkt. De rolluiken worden op een zorgvuldige manier op of in de gevel aangebracht. De kleur mag niet opvallen en de rolluiken moeten een visueel open karakter hebben. ZONWERINGEN ZIJN ONDERGESCHIKT IN HET STRAATBEELD Zonweringen zijn ondergeschikt en mogen het straatbeeld niet verstoren. Zonweringen zijn afgestemd op de architectuur van het gebouw. Zonwering mag niet een zeer gesloten gevelbeeld opleveren. LUIFELS ZIJN EEN INTEGRAAL ONDERDEEL VAN DE ARCHITECTUUR EN ONDERGESCHIKT IN HET STRAATBEELD Nieuwe luifels zijn ontworpen als integraal onderdeel van de architectuur van de bebouwing. Nieuwe luifels zijn ondergeschikt in het straatbeeld of transparant. Nieuwe luifels mogen de gevels niet in twee delen verdelen en mogen de bovenbouw niet onzichtbaar maken. Regels De regels moeten worden toegepast in samenhang met de waarden en ambities. Voor het hele gebied Centrum en assenkruisen, geldt kwaliteitsniveau 3. Voor monumenten gelden eigen regels. Foto’s van het deelgebied 7.9G3. Linten Linten komen voor in de dorpen en in Drachten. In de linten is de bebouwing sterk gerelateerd aan het beloop van de historische vaarten en wegen. De bebouwingsdichtheid varieert. Vaak is het, hoe verder van de ‘dorpskern’ verwijderd, hoe groter de ruimte tussen de bebouwing is. Het bebouwingsbeeld varieert van dorps tot stedelijk. Waarden en ambities l HISTORISCHE KLEINSCHALIGE DORPSE LINTEN Wonen is de hoofdfunctie in de dorpse linten, maar ook (historische) (woon)boerderijen, bedrijven en winkels komen voor. De linten in de dorpen hebben een historisch karakter. Dit geldt ook voor linten van de Oudeweg, de Dwarsvaarten en deels de Folgeralaan in Drachten. Deze linten volgen het beloop van historische vaarten en wegen. De dorpse linten hebben een kleinschalig, traditioneel tot historisch karakter. Nieuwe ontwikkelingen passen bij dit karakter of vormen hiermee een zorgvuldig contrast. GEVARIEERDE STEDELIJKE LINTEN De Burgemeester Wuiteweg en de Stationsweg zijn de stedelijke linten. Woningen en voorzieningen wisselen elkaar af. In de Stationsweg is een driedeling herkenbaar (noord, midden en zuid). Nieuwbouw of veranderingen mogen geen afbreuk doen aan deze indeling. De stedelijke linten hebben een gevarieerd straatbeeld. Er is variatie in schaal, maat, en vormgeving. Nieuwe ontwikkelingen versterken de stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit van de linten. PARELS IN DE LINTEN In de linten komen verschillende parels voor. Dit zijn panden (en soms ook de erven) met een bijzondere waarde of bijzondere vormgeving. Dit zijn in ieder geval de monumenten en de historische (woon)boerderijen op (voormalige) boerenerven. Op enkele plekken komen ook groepen bijzondere gebouwen voor uit een dezelfde tijdsperiode. Deze zogenaamde ‘ensembles’ zijn ruimtelijk zeer waardevol. Vaak is het voor iedereen duidelijk dat het om bijzondere panden gaat. Het kan ook voorkomen dat de adviescommissie van oordeel is dat een pand bijzonder is. Bijvoorbeeld als een gebouw kenmerkend is voor de bouwperiode of details heel bijzonder zijn. Bij verbouw van de parels is behoud van het waardevolle beeld uitgangspunt ROLLUIKEN TASTEN HET STRAATBEELD NIET (TE VEEL) AAN In verband met de veiligheid worden vaak rolluiken toegepast. De negatieve invloed van rolluiken op het straatbeeld wordt beperkt. De rolluiken worden op een zorgvuldige manier op of in de gevel aangebracht. De kleur mag niet opvallen en de rolluiken moeten een visueel open karakter hebben. ZONWERINGEN ZIJN ONDERGESCHIKT IN HET STRAATBEELD Zonweringen zijn ondergeschikt en mogen het straatbeeld niet verstoren. Zonweringen zijn afgestemd op de architectuur van het gebouw. Zonwering mag niet een zeer gesloten gevelbeeld opleveren. LUIFELS ZIJN EEN INTEGRAAL ONDERDEEL VAN DE ARCHITECTUUR EN ONDERGESCHIKT IN HET STRAATBEELD Nieuwe luifels zijn ontworpen als integraal onderdeel van de architectuur van de bebouwing. Nieuwe luifels zijn ondergeschikt in het straatbeeld. Regels De regels moeten worden toegepast in samenhang met de waarden en ambities. Voor het hele gebied geldt kwaliteitsniveau 3. Voor monumenten gelden eigen regels. Foto’s van het deelgebied 7.10G4. Woongebieden Woongebieden komen in de dorpen en in Drachten voor. In deze gebieden woont het overgrote deel van de inwoners van de gemeente. Waarden en ambities woongebieden HERKENBAAR TIJDSBEELD Bijzonder kenmerk van de woongebieden is dat ze gebouwd zijn volgens een van tevoren bedacht plan. In Smallingerland is het eerste woongebied zelfs al in 1916 ontworpen. In het ontwerp van de woongebieden is te zien wanneer deze zijn ontwikkeld. Dit is een belangrijke waarde. De ideeën over wonen zijn veranderd in de loop van de tijd en dit is terug te zien op straat. Het ontwerp van de openbare ruimte, zoals de straten, het groen en het water, verschilt per wijk. Dit geldt ook voor de positie van de woningen op de kavels en de hoofdopzet van de woningen. Er zijn dan ook grote verschillen tussen de buurten. Vaak liggen de woningen met een duidelijke voorgevel naar de weg. De aan- en uitbouwen en bijgebouwen liggen vaak achter de voorgevel. In andere buurten kan een erker in de voorgevel juist heel kenmerkend zijn. Elke tijd heeft zijn eigen bouwstijl en dat is aan het ontwerp van de woningen en woongebouwen te zien. Door de projectmatige bouw is er veel samenhang in de architectuur en het kleur- en materiaalgebruik. Het behouden van de stijlkenmerken en de architectonische samenhang is belangrijk voor het aanzicht van een woongebied. Veranderingen moeten passen in het straatbeeld en bij de bestaande bebouwing. Ondergeschikte onderdelen mogen afwijken van wat ‘gewoon’ is in een buurt. SAMENHANG IN PROJECTMATIGE BEBOUWING Doordat de woongebieden vooral in projecten zijn gebouwd, zijn er veel straten met dezelfde woningen. Vooral twee-onder-één-kap-, rijwoningen of gestapelde bouw zijn als deelprojecten gebouwd. De opzet met meerdere dezelfde woningen geeft eenheid en rust in het straatbeeld. Ook is er vaak veel samenhang in de vorm en grootte van de bebouwing. Ook de kleinere onderdelen kennen veel samenhang. Vaak is er eenheid in aan- en uitbouwen, bijgebouw en dakkappelen. De samenhang is een belangrijke waarde van de woongebieden. Veranderingen moeten passen in het straatbeeld en bij de bestaande bebouwing. Ondergeschikte onderdelen mogen afwijken van wat ‘gewoon’ is in een buurt. VARIATIE IN WONINGEN In de woongebieden liggen ook straten met vrijstaande woningen. Deze woningen zijn meestal verschillend van elkaar. Deze woningen geven door de lossere structuur variatie in de woonbuurten. Behoud van de variatie in deze gebieden is uitgangspunt. Veranderingen moeten passen in het straatbeeld en bij de bestaande bebouwing. Ondergeschikte onderdelen mogen afwijken van wat ‘gewoon’ is in een buurt. GROTE(RE) GEBOUWEN GEVEN AFWISSELING In de (grotere) woongebieden komen ook grotere gebouwen en voorzieningen voor. Voorbeelden zijn woonzorggebouwen, sportgebouwen, winkels en appartementengebouwen. Deze gebouwen staan vaak op een bijzondere plek. Door de grootte (en soms ook de functie) zijn ze bepalend voor de sfeer van de directe omgeving. In de vormgeving is de functie herkenbaar. De vormgeving heeft een relatie met de plek. Regels De regels moeten worden toegepast in samenhang met de waarden en ambities. Voor dit gebied gelden verschillende kwaliteitsniveaus. Kijk op de deelgebiedenkaart welk kwaliteitsniveau geldt voor uw plan. Voor monumenten gelden eigen regels. Foto’s van het deelgebied 7.11G5. Woonschepen, woonarken en recreatiearken Op enkele plekken in de gemeente komen woonschepen, woonarken en recreatiearken voor. Deze bouwwerken zijn water- en oevergebonden en hebben een geheel eigen verschijningsvorm. Waarden en ambities HET LANDSCHAP, HET WATER EN DE GROENE OEVERS ZIJN DOMINANT Een aantal arken ligt in het buitengebied. In het buitengebied zijn de arken ondergeschikt aan het landschap en het water. De arken mogen niet te veel opvallen. De vormgeving en het kleur- en materiaalgebruik geven hier vorm aan. De oever bij een recreatie- of woonark of woonschip wordt vaak gebruikt door de bewoners. De oevers hebben overwegend een groene, landschappelijke uitstraling. Schuurtjes, parkeerplaatsen en tuintjes zijn ondergeschikt in het beeld. De inrichting van de oevers draagt bij aan de landschappelijke inpassing van de arken. DE ARKEN IN PASSCHIER BOLLEMANHAVEN VALLEN NIET OP De arken aan de Passchier Bollemanhaven zijn zichtbaar vanaf de Drachtstervaart, de weg en het fietspad. De arken hebben een ingetogen vormgeving en vallen door het kleur- en materiaalgebruik niet op. De arken hebben een tuin aan de weg. Met groene erfafscheidingen langs de weg wordt de overgang van openbare ruimte naar tuin vormgegeven. De arken hebben een schuur in de tuin. De schuren worden uitgevoerd in hout in een gedekte kleurtint. EEN RECREATIE – OF WOONARK IS EEN UNIEKE DRIJVENDE (RECRATIE)WONING Een recreatie- of woonark is te omschrijven als een drijvende (recreatie)woning. De vormgeving is ingetogen, waarbij de relatie met het water en de oever centraal staan. EEN WOONSCHIP IS HERKENBAAR ALS SCHIP Een woonschip is een schip waarin wordt gewoond. Het schip is nog goed herkenbaar. Woonschepen moeten ook in de toekomst als schip herkenbaar blijven. Het kleurgebruik is onopvallend, passend bij het schip en passend in de omgeving. Regels De regels moeten worden toegepast in samenhang met de waarden en ambities. Voor dit gebied geldt kwaliteitsniveau 1. Foto’s van het deelgebied 7.12G6. Woonwagens Op enkele plekken in de gemeente komen woonwagens voor. Woonwagenlocaties zijn qua bebouwingtypologie niet te vergelijken met reguliere woonwijken. Een woonwagen is een unieke woonvorm. Waarden en ambities WOONWAGENS ZIJN EEN UNIEKE WOONVORM Een woonwagen, een verplaatsbaar huis, is een unieke woonvorm. Woonwagens staan van oorsprong op wielen. De vorm is vaak rechthoekig en er is één woonlaag. Het dak heeft meestal een flauwe dakhelling. In de loop van de tijd worden de woonwagens steeds meer een ‘gewone’ woning. De wielen zijn vaak niet meer zichtbaar of zelfs verdwenen. En ook wordt de kap steeds hoger om meer woonruimte te maken. De herkenbaarheid van de woonwagens is een belangrijke waarde. WOONWAGENS PASSEN IN VORMGEVING BIJ ELKAAR Een woonwagen is in de basis een verrijdbaar huis. Hierdoor lijken woonwagens op elkaar. De gevels worden vaak met wit hout of steenstrips afgewerkt. Dit geeft eenheid. De samenhang is een belangrijke waarde. Aanbouwen of uitbouwen en schuurtjes zijn ondergeschikt in het beeld. WOONWAGENWONINGEN AAN DE KROMME WYK Aan de Kromme Wijk in Drachtstercompagnie zijn woonwagenwoningen gebouwd. Deze woonwagenwoningen wijken af van de reguliere woonwagens doordat deze projectmatig zijn ontwikkeld. Ook de gevels in naturel hout en donkergrijze accenten zijn afwijkend. Er zijn twee typen woonwagenwoningen. De twee typen vertonen een sterke mate van samenhang. De bijhorende schuurtjes zijn allemaal gelijk. De aanwezige samenhang moet worden behouden. Regels De regels moeten worden toegepast in samenhang met de waarden en ambities. Voor dit gebied geldt kwaliteitsniveau 1. Foto’s van het deelgebied 7.13G7. Bedrijventerreinen In Drachten komen grote bedrijventerreinen voor. In de dorpen is sprake van enkele kleinere bedrijventerreinen. De bedrijventerreinen zijn van groot belang voor de economische vitaliteit van de gemeente. Waarden en ambities DE UITSTRALING VAN EEN GEBIED PAST BIJ DE FUNCTIE De verschillende bedrijventerreinen bedienen verschillende doelgroepen. De inrichting van de kavels en de vormgeving van de bebouwing weerspiegelen dit. De publieksgerichte bedrijven hebben een hoogwaardige uitstraling. Dit geldt voor de gebouwen en een terreininrichting. Deze bedrijven liggen vaak ook op zichtlocaties. Naarmate de bedrijven meer op productie zijn gericht, neemt het functionele karakter toe. Dit geldt ook voor de gebouwen en de terreininrichting. Deze bedrijven liggen vaak ook wat meer ‘achteraf’. Het karakter van het bedrijventerrein is daarmee bepalend voor de vormgeving van nieuwbouw. EENHEID IN BEBOUWING PER STRAAT OF PER GEBIED Per straat of groter gebied is er sprake van een zekere eenheid. Deze moeten worden gerespecteerd. De mate van eenheid verschilt en hangt vaak af van het karakter van het bedrijventerrein. De vorm van de bebouwing heeft vaak samenhang. De basis hiervoor ligt in het omgevingsplan. De mate van samenhang in vormgeving en het kleur- en materiaalgebruik en architectuur verschilt per gebied. Ook de mate waarin een gebouw een relatie heeft met de openbare ruimte verschilt. ELK PAND IS ANDERS Ondernemers kiezen vaak voor een eigen uitstraling. De meeste bedrijfspanden verschillen hierdoor van elkaar. Binnen de samenhang van een gebied wordt ruimte geboden voor het vormgeven van de een eigen uitstraling. ZONERING IN DE INRICHTING VAN DE KAVELS In gebieden met niveau 2 en 3 heeft de inrichting van de percelen een heldere zonering. In gebieden met niveau 1 is dit gewenst, maar niet verplicht. Langs openbare ruimte is een aantrekkelijke, zo groen mogelijke inrichting uitgangspunt. Parkeerplaatsen liggen zoveel mogelijk) achter de voorgevel van de bebouwing of zijn ingepast met hagen. Opslag ligt in ieder geval achter de voorgevel, maar ligt bij voorkeur helemaal achter de bebouwing. Op representatieve locaties is buitenopslag uitgesloten. RECLAME MAG HET BEELD NIET OVERHEERSEN Reclame mag het beeld niet overheersen. Reclame is een ondergeschikt element aan de gebouwen en op de terreinen. Op zichtlocaties (niveau 3) is de reclame duidelijk mee-ontworpen met de bebouwing. Regels Voor dit gebied gelden verschillende kwaliteitsniveaus. Kijk op de deelgebiedenkaart welk kwaliteitsniveau geldt voor uw plan. Foto’s van het deelgebied 7.14G8. Overige gebieden De overige gebieden bestaan uit sportgebieden, parken en groengebieden, begraafplaatsen en campings en recreatieparken. Ook de bijzondere functies crematorium en uitvaartcentrum Wâldhôf, het Leerpark Drachten, het Ziekenhuis Nij Smellinghe en Samen Kansrijk Noorderhogeweg (SBO) vallen binnen dit gebied. Waarden en ambities BEBOUWING LIGT IN/AAN GROEN EN/OF WATER OF IS HIERMEE OMKADERD In de overige gebieden speelt groen en/of water een belangrijke rol. Bebouwing ligt in het groen en/of is hiermee omkaderd. De groene en/of waterrijke omgeving wordt gehandhaafd en versterkt. Bebouwing is ondergeschikt aan het groen en/of water of heeft hiermee juist een sterke relatie. DE FUNCTIE EN DE PLEK BEPALEN DE VORMGEG In de overige gebieden liggen ook gebouwen met bijzondere functies zoals scholen en het ziekenhuis. De vormgeving van de bebouwing past bij de bijzondere functie. Regionale voorzieningen hebben een hoogwaardige uitstraling. Eenvoudige en/of ondergeschikte functie zoals bijvoorbeeld kleedruimten mogen sober worden vormgegeven, maar mogen geen sociaal onveilig situatie opleveren. BIJZONDERE PLEKKEN EN ZICHTLOCATIES VRAGEN EEN ZORGVULDIGE VORMGEVING Op bijzondere en/of goed zichtbare plekken heeft de bebouwing een sterke relatie met de openbare ruimte. Gebouwen die minder goed, of niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, mogen eenvoudig worden vormgegeven. COMPLEXMATIGE BEBOUWING WORDT ZORGVULDIG VORMGEGEVEN In de overige gebieden ligt ook grote complexmatige bebouwing. Bij complexmatige bebouwing wordt rekening gehouden met de menselijke maat. De bebouwing heeft een sterke relatie met de openbare ruimte. Voor de begane grond geldt dit extra. De functies zijn herkenbaar in het ontwerp. Grote gebouwen mogen niet te vlak en strak zijn. Regels De regels moeten worden toegepast in samenhang met de waarden en ambities. Voor dit gebied gelden verschillende kwaliteitsniveaus. Kijk op de deelgebiedenkaart welk kwaliteitsniveau geldt voor uw plan. Foto’s van het deelgebied 8Excessenregeling 8.1Reikwijdte De excessenregeling betekent dat het uiterlijk van een bouwwerk of standplaats niet in ernstige mate in strijd mag zijn (in overtreding) met de regels voor omgevingskwaliteit uit de NOS. De excessenregeling geldt voor alle bouwwerken, dus ook (vergunningsvrije) overkappingen, schuren, bijgebouwen, erfafscheidingen en reclame. De gemeente gebruikt de excessenregeling alleen in ernstige gevallen, waarin het ook voor niet-deskundigen duidelijk is dat er gehandhaafd moet worden. Er zijn twee redenen om op de rem te trappen. Zeer afwijkende vormgeving. Een bouwwerk wijkt deels of geheel enorm (buitensporig) af van de omgeving en/of het oorspronkelijk ontwerp. Ernstige verwaarlozing. Een bouwwerk is deels of geheel ernstig verwaarloosd (verpauperd). 8.2Enkele voorbeelden van excessen Het materiaalgebruik of de kleur van een bouwwerk is armoedig. Het materiaalgebruik of de kleur van een bouwwerk heeft een sterk negatieve invloed op de omgeving (bijvoorbeeld een te felle kleur). De reclame-uiting komt voor op de lijst van verboden vormen van reclame. De reclame-uiting is zeer opvallend, te opdringerig, te groot, wordt te veelvuldig herhaald, of is te zien op plekken die daarvoor niet geschikt zijn. Een bouwwerk of een deel van een bouwwerk is zodanig van de omgeving afgesloten, dat de relatie tussen het bouwwerk en de omgeving ernstig is verstoord of opgeheven. Architectonische bijzonderheden zijn bij aanpassing van een bouwwerk vernietigd of vernield. Het gevelbeeld is ernstig verstoord doordat veranderingen aan de gevel overduidelijk niet zijn afgestemd op het oorspronkelijk gevelbeeld, zodat er onderscheid bestaat in voegwerk, schilderwerk, kleurstelling, materiaalgebruik en details. Een luifel deelt de gevel sterk op, waardoor de bovenverdieping vanaf de straat niet meer zichtbaar is. Een bouwwerk is gedeeltelijk afgebroken, gesloopt, ingestort, verwaarloosd, of aan de buitenzijde geheel of gedeeltelijk in grote mate beschadigd. Een bouwwerk vertoont zeer grote afwijkingen of maakt te grote inbreuk maakt op wat gebruikelijk is. Aldus vastgesteld door de raad voornoemd in zijn vergadering van: 2 december 2025 griffier, Gert-Jan Fokkema voorzitter,Fred Veenstra