Beleidsregel dwangsommen en bestuurlijke boetes Moerdijk 2026Het college van burgemeester en wethouders, in zijn vergadering van 31 maart 2026 alsmede de burgemeester, zulks ieder voor zover het hun eigen bevoegdheid betreft; overwegende dat, de aan hen toegekende wettelijke bevoegdheden en taken om al dan niet handhavend op te treden tegen overtredingen van wet- en regelgeving gebaat is bij rechtszekerheid en rechtsgelijkheid; deze beleidsregel voor de hierin genoemde overtredingen bepaalt welke dwangsomhoogten en hoogten voor bestuurlijke boetes zij hanteren in handhavingszaken gelet op de relevante wettelijke grondslagen van onder andere: de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht; artikel 125 Gemeentewet; Hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht, in het bijzonder Titels 4.4. Bestuursrechtelijke geldschulden, 5.3 Herstelsancties en 5.4 bestuurlijke boete; Overige specifieke bij of krachtens wet gestelde en opgedragen handhavende taken en bevoegdheden van het college van burgemeester en wethouders en/of de burgemeester; Alsmede De uitvoerings- en handhavingsstrategie Moerdijk 2024-2027 de uitgangspunten van de Landelijke Handhavingsstrategie omgevingsrecht (LHSO), behoudens de hierna in deze beleidsregel gestelde uitzonderingen en/of aanvullingen; b e s l u i t vast te stellen de volgende beleidsregel: Beleidsregel dwangsommen en bestuurlijke boetes Moerdijk 2026 Hoofdstuk1.Algemeen Paragraaf1.1Algemeen Artikel1:1Begrippen en definities In het kader van deze beleidsregel en bijlagen, wordt onder de volgende begrippen en definities verstaan: Burgemeester: de burgemeester van de gemeente Moerdijk College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk Gemeente: de gemeente Moerdijk; Omgevingsdienst: het Openbaar Lichaam Omgevingsdienst Midden-en West-Brabant, bedoeld in artikel 2, van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant; Artikel1:2Toepassingsbereik en algemene voorwaarden Voor het opleggen van een last onder dwangsom of bestuurlijke boete gelden de volgende algemene voorwaarden: De prioritering van (soorten) overtredingen wordt bepaald in uitvoerings- en handhavingsstrategie Moerdijk 2024-2027. Deze voorliggende beleidsregel is een verdere uitwerking van de genoemde uitvoerings- en handhavingsstrategie; Het college en de burgemeester houden bij de uitvoering van hun handhavingstaken, waar mogelijk rekening met de inhoud van deze beleidsregel; De in deze beleidsregel gegeven dwangsomhoogtes en hoogtes van bestuurlijke boetes, modaliteiten en begunstigingstermijnen zijn slechts indicatief. Er kunnen geen rechten aan worden ontleend door derden. Afwijking per individuele situatie is altijd mogelijk en afhankelijk van de specifieke feiten, omstandigheden en belangenafweging van dat specifieke geval; De in deze beleidsregel genoemde voorbeelden, waaronder de in bijlage I en II opgenomen tabellen, zijn niet uitputtend. Voor zover bepaalde overtredingen en/of wettelijke grondslagen niet expliciet zijn genoemd, worden de hoogtes van dwangsommen (en waar van toepassing bestuurlijke boetes), de modaliteiten en begunstigingstermijnen bepaalt naar redelijkheid en de specifieke feiten, omstandigheden en belangen van een situatie; Deze beleidsregel is niet van toepassing op de volgende taakvelden of situaties: Handhaving van de (directe) Openbare orde; Bestuursrechtelijke strafbeschikkingen; Handhaving Opiumwet, behoudens voor zover in de Algemene plaatselijke verordening aanvullende regels voor het voorkomen van drugsoverlast zijn opgenomen; Illegale vuurwerkopslag of bezit; Wet Kinderopvang ISPS/Havenbeveiligingswet; Voor de lengte van begunstigingstermijnen en hoogte van dwangsommen voor milieuovertredingen gelden primair de voorwaarden en uitgangspunten voor milieuovertredingen, zoals neergelegd in de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht en daar bijbehorende leidraad dwangsombedragen en begunstigingstermijnen (laatste versie); Hoofdstuk2.Dwangsommen Paragraaf2.Dwangsommen algemeen Artikel2:1Uitgangspunten last onder dwangsom 1)De in bijlage I bij deze beleidsregel opgenomen tabellen geven de vooraf bepaalde dwangsomhoogten, modaliteiten (=vormen) en begunstigingstermijnen bij veel voorkomende overtredingen weer; 2)De gehanteerde dwangsomhoogtes zijn onder andere gebaseerd op 1 of meer van de volgende uitgangspunten: De (maximum) dwangsomhoogte moet voldoende afschrikwekkend voor de overtreder zijn om een overtreding te stoppen, te voorkomen of te herhalen of in de oude toestand te herstellen; De (maximum) dwangsomhoogten staan in redelijke verhouding tot de aard, ernst en omvang van de overtreding; Verwachte herstelkosten van de overtreding; De (maximum) dwangsomhoogte is gebaseerd op het te verwachten economische voordeel dat een overtreder heeft bij het laten voortbestaan van de overtreding; De (maximum) dwangsomhoogte moet hoger zijn dan de geschatte kosten om een overtreding te beëindigen; Onrechtmatig verkregen en toekomstig voordeel moet worden weggenomen; Normbevestiging: herstel van de geschonden wettelijke normen en waarden; De financiële draagkracht van een overtreder is in beginsel niet bepalend voor de hoogte van de dwangsom; 3)Aanvullend en in afwijking van de tabellen van Bijlage I kunnen onder andere de volgende uitgangspunten een rol spelen om in een individueel geval een hogere dwangsomhoogte op te leggen; Algemeen naleefgedrag van de overtreder in het verleden, waaronder eerdere andersoortige overtredingen; Herhaling van dezelfde (soort) overtreding; De specifieke feiten en omstandigheden van het geval; De mate van gevaarzetting De mate van calculerend, crimineel of roekeloos gedrag van de overtreder; De mate van (mogelijke) overlast en andere negatieve effecten en gevolgen van de overtreding voor de omgeving en omwonenden; 4)Wanneer een opgelegde last onder dwangsom volledig is verbeurd en de overtreding ook niet is opgeheven, of dat sprake is van recidive dan worden de in de tabellen genoemde dwangsomhoogten met een factor 2 verhoogd wanneer er gekozen wordt voor een (nieuwe) last onder dwangsom in plaats van bestuursdwang; 5)In uitzondering op lid 5 kan het college of de burgemeester ook een nog niet volledig verbeurde eerdere lastgeving onder dwangsom intrekken en ter vervanging tussentijds in een nieuw besluit een verhoogde dwangsom opleggen, als uit feiten en omstandigheden blijkt dat de eerdere lastgeving onder dwangsom niet of niet snel genoeg het beoogde effect heeft; 6)Voor zover de in lid 5 genoemde deeldwangsommen van de eerdere (ingetrokken) dwangsom al zijn verbeurd, worden deze wel ingevorderd; 7)Heeft ook de in lid 5 of 6 genoemde (al dan niet verhoogde) last onder dwangsom niet het beoogde effect, dan volgt na intrekking of volledige verbeuring van die eerdere dwangsom(men) een last onder bestuursdwang; 8)Wanneer het college of de burgemeester afwijkt van de in tabellen van Bijlage I gehanteerde richtbedragen, modaliteiten of begunstigingstermijnen, dan motiveren zij dat in het te nemen besluit zelf; Artikel2.2Vormen van een last onder dwangsom 1)Waar mogelijk, kiest het college en de burgemeester in de tabellen van Bijlage I vanuit efficiëntieoverwegingen en beschikbare toezichtscapaciteit voor zo min mogelijk controlemomenten. Een dwangsom ineens heeft daarbij de voorkeur; 2)Het college of de burgemeester kiest aanvullend voor een dwangsom ineens bij gemakkelijk vast te stellen overtredingen; 3)In afwijking van lid 1 en 2 kan het college of de burgemeester, als de dwangsom primair gericht is op het voorkomen van herhaling van dezelfde (soort) overtreding, een dwangsom ineens of per overtreding opleggen om zo effectiever meerdere toekomstige overtredingen te voorkomen; 4)In afwijking van lid 1 kan het college of de burgemeester een dwangsom per tijdseenheid opleggen als de hoogte van een dwangsom ineens niet proportioneel is, of bij bepaalde duurovertredingen, zoals gebruik, waarbij een langere financiële prikkel of meerdere controlemomenten om de overtreding op te heffen, noodzakelijk of wenselijk is of kunnen zijn; 5)Na toepassing van spoedbestuursdwang, bijvoorbeeld stillegging van bouwwerkzaamheden, volgt altijd gelijk een aanvullende last onder dwangsom om verdere toekomstige overtreding te voorkomen. Artikel2:3Begunstigingstermijnen voor een last onder dwangsom 1)De in de tabellen van bijlage I gehanteerde begunstigingstermijnen staan in redelijke verhouding tot de aard, ernst en omvang van de overtreding en zijn voldoende lang om de overtreding op te heffen zonder dat de overtreder een dwangsom verbeurt; 2)De in de tabellen van bijlage I gehanteerde standaard begunstigingstermijn voor overtredingen is 8 weken na verzendatum van het definitieve besluit, behoudens voor overtredingen, waarvoor in de tabellen zelf expliciet al een kortere termijn of langer termijn wordt gehanteerd of waarbij afwijking (zowel langer, als korter) noodzakelijk is op basis van de specifieke feiten, omstandigheden en belangen van een bepaalde situatie; 3)De volgende redenen kunnen aanleiding zijn om een afwijkende langere begunstigingstermijn te hanteren, behoudens de overtreder dit in zijn zienswijze tegen het voorgenomen besluit voldoende concreet en objectief kan onderbouwen en aantonen: De belangenafweging van alle feiten en omstandigheden van het individuele geval maken een langere termijn noodzakelijk; schaarste van bouwmaterialen, afhankelijkheid en beschikbaarheid van aannemers of levertijden voor specialistische goederen en diensten. Derden of het algemeen belang hebben geen onevenredige gevolgen van een langere begunstigingstermijn; 4)In afwijking van de vorige leden kan ook een afwijkende kortere begunstigingstermijn dan 8 weken geboden worden als: in de tabellen van Bijlage I standaard een kortere begunstigingstermijn is aangegeven; er al voor dezelfde overtreding een eerdere last onder dwangsom is opgelegd, en die overtreding niet is opgeheven; er sprake is van misbruik/uitbuiting (bijvoorbeeld arbeidsmigranten) van derden, waarbij deze directe derden gebaat zijn bij zo snel mogelijke beëindiging van een overtreding; de verwachte negatieve gevolgen voor de omgeving, omwonenden, de (brand)veiligheid en/of de leefbaarheid, dit noodzakelijk maken; het algemeen belang, dat gebaat is bij een kortere termijn, zwaarder weegt dan het belang van de overtreder om een standaard of langere begunstigingstermijn te bieden; 5)Wanneer het college of de burgemeester afwijkt van de in tabellen van Bijlage I gehanteerde begunstigingstermijnen, dan motiveren zij dat in het te nemen besluit zelf. Hoofdstuk3.Bestuurlijke boetes Paragraaf3.1Algemene bepalingen voor het opleggen van bestuurlijke boetes Artikel3:1Algemene uitgangspunten bestuurlijke boetes 1.Het college of de burgemeester legt slechts een bestuurlijke boete op wanneer: deze bevoegdheid expliciet bij of krachtens een wet aan hen is toebedeeld. een boete geschikt, noodzakelijk en evenwichtig is in verhouding tot het beoogde doel van het opleggen van een bestuurlijke boete; de overtreder verwijtbaar heeft gehandeld of nagelaten op juiste manier te handelen. 2.De maximale hoogte van een op te leggen bestuurlijke boete wordt bij of krachten de wet bepaald. Daarbij geldt aanvullend voor de toepassing en het bereik van deze beleidsregel het volgende: De in Bijlage II van deze beleidsregel opgenomen bestuurlijke boetes zijn slechts een illustratie van eventuele mogelijke grondslagen voor het opleggen van deze variabele boetes. Ook voor (nog) niet in Bijlage II genoemde grondslagen, bijvoorbeeld omdat de bevoegdheid of situatie pas na totstandkoming van deze beleidsregel is ontstaan, gelden de voorwaarden van deze beleidsregel. Artikel3:2Criteria voor geschiktheid, noodzakelijkheid en evenwichtigheid en verwijtbaarheid 1.Het college of de burgemeester acht het opleggen van een bestuurlijke boete een geschikt en noodzakelijk middel indien: bij wet oplegging van een bestuurlijke boete verplicht is voorgeschreven; eerder opgelegde bestuursrechtelijke herstelmaatregelen geen herhaling van de overtreding voorkwamen; het opleggen van een normale bestuursrechtelijke herstelmaatregel naar verwachting onvoldoende is om nieuwe overtredingen te voorkomen gelet op de aard, ernst en omvang van de huidige of eerdere overtreding; de gevolgen van de overtreding niet meer hersteld kunnen worden (onherroepelijk feit); er sprake is van (eerder) calculerend gedrag door dezelfde overtreder ongeacht de aard van de overtreding; er sprake is van algemeen slecht (eerder) naleefgedrag, waarbij de overtreder dezelfde of andersoortige overtredingen (mede)pleegde; andere factoren aanwezig zijn, waaruit blijkt dat het opleggen van een onvoorwaardelijke sanctie gewenst is in dit specifieke geval. Artikel3:3Opleggen van bestuurlijke boetes 1.Het college of de burgemeester legt bij een wettelijk vastgestelde boetehoogte (zoals bijvoorbeeld de Alcoholwet) deze volledig op, tenzij de overtreder zelf aannemelijk maakt de vastgestelde boete wegens bijzondere omstandigheden te hoog is; 2.Het college of de burgemeester stemt bij een niet wettelijk vaste =(variabele) boetehoogte (zoals bedoeld in artikel 23, lid 4 Wetboek van Strafrecht) de hoogte van de boete ambtshalve af op de ernst van de overtreding en houdt daarbij rekening met de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan en de mate van verwijtbaarheid; 3.Bij een niet vaste (variabele) boetehoogte, zoals bedoeld in lid 2, kan het college of de burgemeester de hoogte van de op te leggen boete op grond van o.a. de volgende criteria matigen: De overtreder heeft aantoonbaar redelijkerwijs alles eraan gedaan om de overtreding te voorkomen; Persoonlijke of medische omstandigheden maken matiging noodzakelijk; Andere belangen verzetten zich tegen het maximaal opleggen van de boete; 4.Het college of de burgemeester kan de hoogte van een niet vaste (variabele) boetehoogte, zoals bedoeld in lid 2 en 3, ambtshalve beperken afhankelijk van de feiten, omstandigheden en belangen van een specifieke situatie. 5.Het college of de burgemeester maakt geen gebruik van de in lid 3 of 4 genoemde matigingsmogelijkheden, wanneer sprake is van de volgende feiten of omstandigheden; Herhaling van dezelfde soort overtreding; Eerder opgelegde bestuurlijke herstelsancties of bestuurlijke boetes voor dezelfde soort overtreding waren niet effectief; De overtreder heeft een algemeen slecht nalevingsgedrag; De overtreder heeft calculerend gedrag vertoond bij het begaan van de te beboeten overtreding of anderszins; Er was bij het begaan van de te beboeten overtreding sprake van bijkomende gebruik van geweld en/of bedreiging of andere zwaarwegende strafrechtelijke overtredingen of ander onwenselijk niet te tolereren gedrag; Hoofdstuk4Invordering van verbeurde dwangsommen en bestuurlijke boetes Paragraaf4.1Algemeen Artikel4:1Algemene uitgangspunten bij invordering van bestuurlijke geldschulden 1)Het college en de burgemeester vorderen verbeurde dwangsom of opgelegde bestuurlijke boetes, alsmede de daarbij verschuldigde wettelijke rente en invorderingskosten, altijd geheel in, omdat: invordering van deze geldbedragen het sluitstuk van handhaving is; financiële gevolgen van het niet opheffen of beëindigen van overtredingen voor risico van de overtreder dienen te blijven; niet of slechts gedeeltelijke invordering van deze geldbedragen: niet afschrikwekkend genoeg is voor de overtreder om de overtreding op te heffen of voor derden om van toekomstige overtredingen af te zien; de effectiviteit van het handhavingsbeleid en/of -programma ondermijnt; kan leiden tot calculerend gedrag van de overtreder, waardoor de overtreding langer blijft voortduren dan strikt noodzakelijk of wenselijk is; in geval van een bestuurlijke boete er juist sprake is van een onvoorwaardelijke bestraffende sanctie; 2)In uitzondering op lid 1 kan het college of de burgemeester de hoogte van een in te vorderen dwangsom eventueel matigen, indien de overtreder in zijn zienswijze tegen het voorgenomen invorderingsbesluit concreet en objectief aantoont dat: er sprake is van een blijvende of tijdelijke niet voorzienbare overmachtssituatie; de gevolgen van volledige invordering andere dan in sub c genoemde bijzondere omstandigheden niet in redelijke verhouding staan tot het bij die invordering gebate doel; er sprake is van dusdanige bijzondere persoonlijke omstandigheden en gevolgen of belangenafweging, dat gehele invordering niet proportioneel en evenredig is in dit specifieke geval; 3)Het college en de burgemeester besluiten nooit tot gehele kwijtschelding van een verbeurde dwangsom of opgelegde bestuurlijke boete in de volgende situaties; Er is sprake van een wettelijk vastgesteld boetebedrag; Er is sprake van (eerder) calculerend gedrag van de overtreder; Er is sprake van bijkomend crimineel gedrag; Er is sprake van voorkoming van herhaling van dezelfde soort overtreding in de toekomst; Er is sprake van voortzetting van een bestaande niet opgeheven overtreding, en waarbij al een eerdere dwangsom was opgelegd zonder resultaat; Er zijn meerdere/verschillende overtredingen, waartegen meerdere aparte lastgevingen zin opgelegd; De overtreder heeft eerder anderszins een aantoonbaar onvoldoende naleefgedrag getoond; Het afzien van invordering in een specifiek geval schept een ongewenst negatief precedent voor toekomstige handhaving- of invorderingsmogelijkheden in andere of gelijksoortige situaties; Het afzien van invordering leidt tot ongelijke behandeling van gelijke gevallen; Handhaving vloeit voort uit een verzoek om handhaving door derden; Het algemeen belang, waaronder de gevolgen van niet invordering voor de omgeving of omwonenden weegt zwaarder dan het individuele belang van de overtreder om wel af te zien van (gedeeltelijke) invordering en/of matiging; 4)Wanneer de overtreder een verbeurde dwangsom of opgelegde bestuurlijke boete niet ineens kan betalen, dan kan hij de gemeente schriftelijk verzoeken om een betalingsregeling te treffen of betaling tijdelijk op te schorten, waarbij wel als uitgangspunt geldt, dat hij het verschuldigde bedrag, inclusief wettelijke rente, binnen 1 jaar na verzenddatum van de invorderingsbeschikking of kostenverhaalbeschikking door middel van periodieke aflossingen volledig afbetaalt; Hoofdstuk5.Slotbepalingen Artikel5:1Overgangsbepaling 1)De uitgangspunten en voorwaarden van deze beleidsregel zijn van toepassing op situaties die ontstaan na bekendmaking van deze beleidsregel; 2)Aanvullend op lid 1 zijn de uitgangspunten en voorwaarden van deze beleidsregel met terugwerkende kracht overeenkomstig van toepassing op situaties, die zijn ontstaan voorafgaand aan de bekendmaking van deze beleidsregel, tenzij op basis van een eerder doorlopen individuele besluitvormings- of andere procedure expliciet afwijkende rechten en plichten gelden; Artikel5:2Intrekking oude beleidsregels De volgende beleidsregels worden ingetrokken met ingang van de datum, waarop deze beleidsregel in werking treedt Beleidsregel dwangsommen Moerdijk 2015; Artikel5:3Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze beleidsregel treedt in werking op daags na de bekendmaking van deze beleidsregel 2.Deze beleidsregel wordt aangehaald als: [Beleidsregel dwangsommen en bestuurlijke boetes Moerdijk 2026] van de gemeente Moerdijk. Aldus vastgesteld door college van burgemeester en wethouders, en burgemeester van de gemeente Moerdijk in de vergadering van 31 maart 2026De secretaris, S. Elseman, De burgemeesterA.J. MoerkerkeAlsmede de burgmeesterA.J. MoerkerkeBijlageI Dwangsomhoogten en begunstigingstermijnen Gebruikte afkortingen In de hiernavolgende tabellen worden de volgende afkortingen gebruikt: APV: Algemene plaatselijke verordening Bbl: Besluit bouwwerken leefomgeving Ow: Omgevingswet; Opmerking: De in de tabellen genoemde dwangsommen zijn niet bedoeld om het volledige handhavingstraject (zie stroomschema hieronder) weer te geven. Alleen de hoogtes van dwangsommen en bestuurlijke boetes worden genoemd. Voordat bijvoorbeeld overgegaan wordt tot een last onder dwangsom, kan eerst gekozen zijn voor een waarschuwing. Bovendien kan er ook bij ernstige gevaarzetting en/of overlast al voor gekozen zijn om eerst spoedbestuursdwang toe te passen en aanvullend en gelijktijdig een last onder dwangsom op te leggen om verdere herhaling of hervatting van de stilgelegde activiteiten te voorkomen. Deze overige stappen zijn dus niet altijd zichtbaar in de tabellen, nu het doel van deze beleidsregel is om alleen de hoogte van de dwangsommen en de eventuele invordering daarvan weer te geven. I. A) Dwangsomhoogten technische bouwactiviteiten en bouwkundige eisen Tabel I.A.1 Besluit bouwwerken leefomgeving, categorie: meldingsplichtigen technische bouw- en sloopactiviteiten In deze tabel worden de meldingsplichten van het Besluit bouwwerken leefomgeving opgenomen. Ten aanzien van de meldingsplichten voor gevolgklasse bouwwerken op grond van de Wet kwaliteitsborging Bouwen (Wkb) zijn alleen de meldplichten voor gevolgklasse I bouwwerken opgenomen voor bouw en verbouw. (deze laatste vorm moet overigens ten tijde van het opstellen van dit beleid nog in werking treden maar naar verwachting zal dat binnen de looptijd van dit beleid wel worden ingevoerd. Ten aanzien van gevolgklasse II en III bouwwerken is dat niet de verwachting. Overtreding Onderwerp Herstelmaatregel Begunstigingstermijn Wie? Niet indienen van bouwmelding of afwijken van een bouwmelding (artikel 2.18 Bbl) voor meldingsplichtig gevolgklasse I bouwwerk (zoals bedoeld in artikel 2.17 Bbl) Geen (complete) bouwmelding of afwijken bij verbouwen of oprichten van een meldingsplichtig gevolgklasse I bouwwerk (bijvoorbeeld eengezinswoning, eenvoudige bedrijfsgebouwen) Minimaal € 5000,- ineens bij verbouw Minimaal € 10.000,- ineens bij oprichten 4 weken College In gebruik nemen van een gevolgklasse I bouwwerk (zoals bedoeld in artikel 2.17 Bbl) zonder voorafgaande gereedmelding bouw (2.21 Bbl) Ingebruiknemen van een gevolklasse bouwwerk zonder of in afwijking van een voorafgaande (complete) gereedmelding bouw, maar waarbij acceptatie van een gereedmelding alsnog mogelijk is na aanpassing of indiening. Gevolgklasse I minimaal € 10.000,- ineens 2 tot 4 weken bij niet-woningen voor staken in gebruik nemen en/ of alsnog indienen melding 8 weken bij woningen voor staken in gebruik nemen en/of alsnog indienen melding College In gebruik nemen van een gevolgklasse I bouwwerk (zoals bedoeld in artikel 2.17 Bbl) zonder voorafgaande gereedmelding bouw (2.21 Bbl) Niet in kunnen dienen van een (complete) gereedmelding bouw als gevolg van het niet kunnen afgeven door de kwaliteitsborger van eenverklaring (zoals bedoeld in artikel 3.86, lid 2 Bkl) Aanschrijven op niet in gebruik nemen en/of op opheffen feitelijke overtredingen/gebreken, die verhinderen dat de kwaliteitsborger de verklaring af kan geven Dwangsomhoogte en termijn afhankelijk van aard, ernst en omvang van gebreken/overtredingen College Het niet melden van het gewijzigd uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden, zoals bedoeld in artikel 7.5c, lid 2 Bbl van een vergunningsplichtig bouwwerk Gewijzigde uitvoering van bouw- en sloopwerkzaamheden wordt niet gemeld Minimaal € 5000,-- 4 weken voor alsnog indienen melding Het niet informeren van het begin of beëindigen bouwwerkzaamheden, zoals bedoeld in artikel 7.7 Bbl van een vergunningsplichtig bouwwerk De start of de afronding van bouwwerkzaamheden aan een vergunningsplichtig bouwwerk wordt niet gemeld aan het bevoegd gezag Minimaal € 5000,- ineens bij verbouw Minimaal € 10.000,:ineens bij oprichten 4 weken voor alsnog indienen melding Tabel I.A.2 Besluit bouwwerken leefomgeving, categorie: technische bouwactiviteit In deze tabel zijn de algemene vergunningsplichtige bouwwerken opgenomen die vergunningsplichtig zijn voor de bouwactiviteit. Daarbij wordt de dwangsomhoogte bepaald door factor oppervlakte en de aard (bedrijfsmatig of particulier) van het bouwwerk Overtreding Onderwerp Herstelmaatregel Begunstigingstermijn Wie? Vergunningsplichtig bouwwerk met dak (artikel 2.25 Bbl) Oprichten vergunningsplichtig bijgebouw of ander bouwwerk met dak (niet zijnde hoofdgebouw of meldingplichtig) (Particulier) Minimaal € 5.000,- ineens of 10 % van de geschatte bouwsom 8 weken College Vergunningsplichtig bouwwerk met dak (artikel 2.25 Bbl) Oprichten vergunningsplichtig bijgebouw of ander bijbehorend bouwwerk met dak (niet zijnde hoofdgebouw of meldingplichtig) (bedrijfsmatig) Minimaal € 10.000, ineens of 10 % van de (geschatte) bouwsom ineens 8 weken College Vergunningsplichtig bouwwerk zonder dak (artikel 2.26 Bbl) Oprichten van een vergunningsplichtig bouwwerk zonder dak (particulier) Sport-of speeltoestel, Constructie voor terrein, schotelantenne, erf- of perceelafscheiding: € 1.000,- ineens per object of per 5 strekkende meter 8 weken College Vergunningsplichtig bouwwerk zonder dak (artikel 2.26 Bbl) Oprichten van een vergunningsplichtig bouwwerk zonder dak (bedrijfsmatig) antenne of antennedrager voor bedrijfsmatige telecomdiensten: €10.000,- ineens. 8 weken College Tabel I.A.3 Besluit bouwwerken leefomgeving, categorie uitzonderingen vergunningsplichtig bouwwerk In deze tabel zijn de algemene vergunningsplichtige (qua bouwactiviteit) bouwwerken opgenomen, die in principe vergunningsvrij zijn voor de bouwactiviteit zijn maar die bijvoorbeeld niet voldoen aan de, waar van toepassing, gegeven maatvoering. De dwangsomhoogte wordt bepaald aan de ernst, aard en omvang (licht, middel, zwaar) van de overtreding. Overtreding Onderwerp Herstelmaatregel Begunstigingstermijn Wie? Het niet voldoen aan de criteria voor vergunningsvrije bouwwerken, zoals bedoeld in artikel 2.26 of 2.27 Bbl Een bouwwerk voldoet niet aan de criteria of maatvoering voor het soort bouwwerk en wordt daarom niet beschouwd als vergunningsvrije technische bouwactiviteit. minimaal € 2.500,- ineens +maatwerk 8 weken College Het niet voldoen aan de criteria voor vergunningsvrije omgevingsplanactiviteiten voor bouwwerken, zoals bedoeld in artikel 2.29 Bbl Een bouwwerk voldoet niet aan de criteria of maatvoering voor het soort bouwwerk en wordt daarom niet beschouwd als vergunningsvrije omgevingsplanactiviteit minimaal € 5.000,- ineens + maatwerk 8 weken College Tabel I.A.4 Besluit bouwwerken leefomgeving, categorie: specifieke zorgplichten en algemene zorgplicht Deze tabel geeft dwangsom hoogten weer voor de algemene zorgplicht op grond van de Omgevingswet (Ow) en de specifieke zorgplichten van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Afhankelijk van de aard, ernst en omvang van de overtreding wordt een dwangsom bepaald. Overtreding Onderwerp Herstelmaatregel Begunstigingstermijn Wie? Het niet voldoen aan de algemene zorgplicht van artikel 1.6 Ow. Het niet voldoen aan de algemene zorgplicht van de omgevingswet Minimaal € 5.000 ineens + maatwerk bij lichte of middelovertreding Zwaar en/of indien gevaarzetting: spoedbestuursdwang+ € 10.000,- ineens 2 tot 4 weken +afhankelijk van soort overtreding College Het niet voldoen aan een specifieke zorgplicht van artikel 2.6 (zorgplicht bouwwerkinstallaties) artikel 3.5 (bestaande bouw), artikel 6.4 (brandveiligheid), artikel 7.4 Bbl (bouw- en sloopwerkzaamheden en artikel 7.31Bbl ( mobiel puinbreken) Niet voldoen aan een specifieke zorgplicht van het Besluit bouwwerken Minimaal € 5.000,- ineens +maatwerk bij lichte of middelovertreding Zwaar en/of indien gevaarzetting: spoedbestuursdwang+ € 20.000,- ineens 2 tot 4 weken + afhankelijk van soort overtreding College Tabel I.A.5 Besluit bouwwerken leefomgeving, categorie technische eisen bestaande bouw, hoofdstuk 3 In deze tabel worden hieronder dwangsommen aangegeven voor veel voorkomende overtredingen van technische eisen voor bestaande bouwwerken (hoofdstuk 3 van het BBL). De hoogte van de dwangsommen voor nieuwbouw (hoofdstuk 4) en verbouw (hoofdstuk 5) gaan uit van deze dwangsomhoogten voor bestaande bouw maar kunnen, (waar wenselijk en noodzakelijk) worden vermeerderd met 50%. De reden is dat de technische eisen voor nieuwbouw en verbouw vaak hoger zijn dan voor bestaande bouw en dat nieuwbouw en verbouw vanaf het begin (bouw) af aan al moeten voldoen aan die zwaardere eisen. Uiteraard zijn de grondslagen voor de overtredingen zelf dan te vinden in hoofdstuk 4 en 5. Aanvullend gelden er voor nieuwbouw en verbouw specifieke normen die niet voor bestaande bouw gelden. De dwangsomhoogten van die aanvullende eisen worden weergegeven in Tabel I.6 Overtreding Onderwerp Herstelmaatregel Begunstigingstermijn Wie? Het niet (meer) voldoen van een bestaand bouwwerk aan de technische eis van constructieve (brand)veiligheid van afdeling 3.2 van het Bbl Een bestaand bouwwerk voldoet niet meer aan enig voorschrift voor constructieve (brand) veiligheid Minimaal € 15.000,- ineens +maatwerk 2 tot 4 weken bij alleen dwangsom College Het niet (meer) voldoen van een bestaand bouwwerk aan een andere technische eis dan constructieve veiligheid van afdeling 3.2 van het Bbl Een bestaand bouwwerk voldoet niet meer aan enig ander veiligheidsvoorschrift Afscheiding vloer/trap/hellingbaan: € 2.500,- ineens per onderdeel Veilig overbruggen hoogteverschil: € 2.500, ineens per onderdeel; Bewegend constructieonderdeel: € 2.500,- ineens 4 tot 6 weken College Het niet (meer) voldoen van een bestaand bouwwerk aan een brandveiligheidsvoorschrift van afdeling 3.2 van het Bbl Een bestaand bouwwerk voldoet niet meer aan een brandveiligheidsvoorschrift Beperking en ontwikkeling brandgevaarlijke situatie Stookplaats:€ 5.000,- ineens per stookplaats; Rookgasafvoer: € 2.500,- per afvoer Beperking en uitbreiding van brand: Brandcompartiment en/of WBDBO en/of rookontwikkeling € 15.000, ineens Verdere beperking en uitbreiding van brand en beperking en verspreiding van rook Beschermd Subbrandcompartiment en/of WBDBO/rookontwikkeling: € 20.000,- ineens Vluchtroute verloop of inrichting:€ 5.000,- ineens per vluchtroute 4 tot 6 weken College Het niet (meer) voldoen van een bestaand bouwwerk aan een gezondheidsvoorschrift van afdeling 3.3 van het Bbl Een bestaand bouwwerk voldoet niet meer aan een gezondheidsvoorschrift Afvoer van rookgas en toevoer van verbrandingslucht:per afvoer/toevoer € 2.500,- ineens 4 tot 6 weken College Het niet (meer) voldoen van een bestaand bouwwerk aan een duurzaamheidsvoorschrift van afdeling 3.4 van het Bbl Een bestaand bouwwerk voldoet niet meer aan een duurzaamheidsvoorschrift Maatregel verduurzaming energiegebruik/energielabel € 2.500,- ineens Geen laadinfrastructuur elektrische voertuigen € 5.000,- ineens per laadpaal 8 weken College Het niet (meer) voldoen van een bestaande bouwwerkinstallatie aan een voorschrift van afdeling 3.7 van het Bbl Een bouwwerkinstallatie voldoet niet meer aan een voorschrift Noodverlichting: € 250,- ineens per armatuur; Tijdig vaststellen van brand: Brandmeldinstallatie (BI), al dan in combinatie met AOI (aanwezigheid en werking): minimaal € 15.000,- ineens (mede afhankelijk van aantal m² en complexiteit systeem) Brandmeldinstallatie meldt niet door: € 5.000,- ineens Rookmelder (losse unit): € 250,- ineens individuele rookmelder Rookmelder (gekoppeld aan BI) € 500,- ineens per gekoppelde rookmelder Vluchten bij brand: Ontruimingsalarminstallatie (OAI) al dan niet in combinatie met BI (aanwezigheid en werking): minimaal € 15.000,- ineens (mede afhankelijk van aantal m² en complexiteit systeem); Vluchtrouteaanduiding: € 250 ineens per aanduiding Deur in vluchtroute (draairichting of weerstand bij openen): € 500,- ineens per deur; Bestrijden van brand: Droge blusleiding (aanwezigheid en werking) € 12.500,- ineens per blusleiding Blustoestellen (aanwezigheid en werking) € 500,- per blustoestel; 4 tot 6 weken College Het niet meer voldoen van een bestaand bouwwerk aan de voorschriften van afdeling 3.8 van het Bbl voor toegankelijkheid voor hulpverleningsdiensten Een bestaand bouwwerk voldoet niet aan de eisen voor toegankelijkheid voor hulpdiensten Brandweeringang (aanwezigheid en werking) : € 10.000,- ineens per ingang Mobiele radiocommunicatie hulpverleningsdiensten (aanwezigheid en werking): € 15.000,- ineens 4 tot 6 weken College Tabel I.A.6 Besluit bouwwerken leefomgeving, categorie aanvullende technische eisen nieuwbouw (hoofdstuk 4) en verbouw, (hoofdstuk 5) In deze tabel worden in aanvulling op tabel I.5 (bestaande bouw) technisch eisen weergegeven die expliciet alleen gelden voor verbouw en/of nieuwbouw. Overtreding Onderwerp Herstelmaatregel Begunstigingstermijn Wie? Het niet voldoen aan de technische eisen voor hulpverlening bij brand, zoals bedoeld in afdeling 4.2.12. van het Bbl Een nieuw te bouwen of te verbouwen bouwwerk voldoet niet aan de eisen voor hulpverlening bij brand Brandweerlift (aanwezigheid en werking): € 10.000,- ineens; Loopafstanden trappenhuis of brandweerlift: € 5000,- ineens 4 tot 6 weken College Het niet voldoen aan de technische eisen voor brand-en explosievoorschriften gebieden, zoals bedoeld in afdeling 4.2.14 van het Bbl. Een nieuw te bouwen of te verbouwen bouwwerk voldoet niet aan de brand- en explosievoorschriften Brandwerendheid uitwendige scheidingsconstructie € 20.000.- ineens per constructie/gevel; Brandklasse Buitenoppervlak: € 20.000,- ineens per gevel; Brandklasse dak: € 30.000,- ineens Vluchtroute € 10.000,- ineens Scherfwerking: € 10.000,- ineens 4 tot 6 weken College Het niet voldoen aan de eisen voor bouwwerkinstallaties, zoals bedoeld in afdeling 4.7 van het Bbl, in het bijzonder brandveiligheid Een nieuw te bouwen of te verbouwen bouwwerk voldoet niet aan de eisen voor bouwwerkinstallatie op het gebied van brandveiligheid Tijdig vaststellen van brand: Inspectiecertificaat brandmeldinstallatie (BI): € 5.000,- ineens Vluchten bij brand Inspectiecertificaat ontruimingsalarminstallatie (OAI) € 5.000,- ineens 4 tot 6 weken College Tabel I.A.7 Besluit bouwwerken leefomgeving, gebruik van bouwwerken (hoofdstuk 6) In deze tabel worden de eisen voor het (brand)veilig gebruiken van een bouwwerk weergegeven zoals bedoeld in hoofdstuk 6 van het Besluit bouwwerken leefomgeving Overtreding Onderwerp Herstelmaatregel Begunstigingstermijn Wie? Het niet beschikken over een gebruiksmelding, zoals bedoeld in artikel 7.7 van het Bbl. Het brandveilig gebruik van een bouwwerk met meer dan het aantal per functie toegestane personen, is niet gemeld. Minimaal € 5.000,- ineens+ aanvullend: € 250,-ineens per aangetroffen persoon boven het toegestane aantal personen per functie van tabel 6.6. van het Bbl,. 2 tot4 weken college Het niet voorkomen van brandgevaar en ontwikkeling van brand, zoals bedoeld in afdeling Paragraaf 6.2.1 van het Bbl Het gebruik van een bouwwerk voorkomt brandgevaar of ontwikkeling van brand niet of niet voldoende. Vastzetten constructieonderdeel: € 500, ineens per constructieonderdeel; Aankleding van een ruimte is brandgevaarlijk; Minimaal € 2.000 ineens per ruimte + maatwerk per m² Onvoldoende onderhoud van een constructieonderdeel dat vanwege brandveiligheid een aanvullende behandeling behoeft € 5.000 ineens + maatwerk 2 tot 4 weken; College Het niet veilig kunnen vluchten bij brand, zoals bedoeld in paragraaf 6.2.2 van het Bbl. Het gebruik van een bouwwerk is niet zodanig dat veilig vluchten mogelijk is. Onvoldoende personen aangewezen om een gebouw te ontruimen; €10.000,-- ineens Deuren in vluchtroutes sluiten niet: € 500, ineens per deur Opstelling en zitplaatsen; Per 10 zitplaatsen € 500,- ineens Gangpaden: € 1000,-ineens per gangpad 2 tot 4 weken College Het niet beschikken over of onjuiste energielabels voor bouwwerken, zoals bedoeld in afdeling 6.4 van het Bbl Een bouwwerk heeft geen of een onjuist energielabel € 2.500 ineens per ontbrekend of onjuist energielabel 8 weken College Een bouwwerkinstallatie voor brandveiligheid voldoet niet aan de inspectienormen zoals bedoeld in paragraaf 6.5.1 van het Bbl Een bouwwerkinstallatie voor brandveiligheid wordt niet naar behoren beheerd, gecontroleerd of onderhouden of beschikt niet over een voorgeschreven inspectiecertificaat BMI/OAI € 2.500,- ineens per al dan niet gecombineerde brandmeldinstallatie (BMI ) en/of ontruimingsalarminstallatie (OAI); Droge blusleiding: € 2.500,- ineens Blustoestel en brandslanghaspels € 250,- ineens per blustoestel € 500,- ineens per brandslanghaspel; Automatische blussystemen en rookbeheersingssystemen: € 2.500,- ineens 8 weken voor BMI/OAI, blusleiding/systeem of rookbeheerssysteem 2-4 weken voor blustoestel of brandslanghaspels College Een stookinstallatie voldoet niet aan de inspectienormen zoals bedoeld in paragraaf 6.5.3. van het Bbl Een stookinstallatie wordt niet naar behoren beheerd, gecontroleerd of onderhouden of beschikt niet over een voorgeschreven inspectiecertificaat Dwangsom: Niet gekeurde stookinstallatie: € 2.500,- ineens; Afstellen, onderhoud, rapportage, verslag van keuring voldoet niet of geen certificering: € 500,- ineens 8 weken College Een gasverbrandings-installatie voldoet niet aan de inspectienormen zoals bedoeld in paragraaf 6.5.5. van het Bbl Een gasverbranding wordt niet naar behoren beheerd, gecontroleerd of onderhouden of beschikt niet over een voorgeschreven inspectiecertificaat Zie stookinstallaties 8 weken College Tabel I.A.8 Besluit bouwwerken leefomgeving, Bouw en sloopwerkzaamheden en mobielpuinbreken (hoofdstuk 7) In deze tabel worden de eisen voor het sloopwerkzaamheden en mobiel-puinbreken weergegeven, zoals genoemd in hoofdstuk 7 van het Besluit bouwwerken leefomgeving Overtreding Onderwerp Herstelmaatregel Begunstigingstermijn Wie? Het niet hebben of afwijken van een verplichte risicomatrix, zoals bedoeld in artikel 7.5a Bbl Op locatie wordt niet gehandeld conform, danwel beschikt men over een vooraf opgestelde risicomatrix Dwangsom € 2,500,- ineens 4 weken College Het niet hebben of niet aanwezig zijn van een veiligheidscoördinator directe leefomgeving, zoals bedoeld in artikel 7.5b Bbl Op locatie beschikt men niet over een Veiligheidscoördinator directe leefomgeving Dwangsom: € 5.000,- ineens 4 weken College Het niet aanwezig hebben van bescheiden en gegevens stikstofemissie en risicomatrix, zoals bedoeld in artikel 7.5c Bbl Op locatie zijn geen of niet alle bescheiden en documenten voor stikstofemissie en risicomatrix aanwezig. Dwangsom; € 500,- ineens 4 weken College Het niet vooraf melden vanaanvang of einde van bouwwerkzaamheden, zoals bedoeld in artikel 7.7 Bbl. Of sloopwerkzaamheden, zoals bedoeld in artikel 7.12 Bbl De aanvang van of het einde van Bouw- of sloopwerkzaamheden worden niet of niet juist gemeld Dwangsom € 2.500,- ineens (afhankelijk van omvang en impact) 4 weken College Het niet aanwezig hebben van verplichte gegevens en bescheiden voor bouwwerkzaamheden, zoals bedoeld in artikel 7.8 Bbl, of sloopwerkzaamheden, zoals bedoeld in artikel 7.13 Bbl Op locatie zijn geen of niet alle bescheidden en gegevens voor bouw- of sloopwerkzaamheden aanwezig € 500,- ineens 4 weken College Het slopen zonder sloopmelding, zoals bedoeld in artikel 7.10 Bbl Er wordt gesloopt zonder voorafgaande melding Minimaal € 5.000,- ineens + maatwerk per m² 4 weken College Het niet voldoen aan de inhoudelijke regels voor veiligheid in de directe omgeving (artikel 7.15 Bbl), Grondwaterstand (artikel 7.16 Bbl), Geluidshinder (7.17 Bbl) , trillinghinder 7.18 Bbl), stofhinder (7.19 Bbl) Door bouw- of sloopwerkzaamheden ontstaat hinder of ontstaan onveilige situaties € 1.500 per overtreding met een maximum totaalbedrag van € 7.500,- 2-4 weken College Het onjuist bedrijfsmatig inventariseren van asbest (artikel 7.9 Bbl) en/of verwijderen van asbest (artikel 7.20 Bbl) Een bedrijf inventariseert of verwijderd onjuist asbest € 5.000,- ineens voor onjuist bedrijfsmatig inventariseren minimaal € 25.000 ineens + maatwerkper m² bij verwijderen Geen (voorkomen van herhaling) Aanhaken Arbeidsinspectie. College Het niet voldoen aan de vereisten voor het scheiden van niet-gevaarlijk bouw- en sloopafval, zoals bedoeld in paragraaf 7.1.5 van het Bbl Niet-gevaarlijk afval wordt niet of niet op de juiste manier gescheiden € 2.500 per overtreding met een maximum totaalbedrag van € 12.500,-- 4 weken College Het niet voldoen aan de vereisten voor het scheiden van gevaarlijk bouw- en sloopafval, zoals bedoeld in paragraaf 7.1.5 van het Bbl Gevaarlijk afval wordt niet of niet op de juiste manier gescheiden Minimaal 5.000,- ineens +maatwerk afhankelijk van hoeveelheid en soort afval 4 weken College Mobiel puinbrekenzonder voorafgaande melding, zoals bedoeld in artikel 7.33 van het Bbl Er is geen voorafgaande melding voor toestemming van mobiel puinbreken ingediend € 5.000,- ineens 1 week College Niet informeren aanvangmobiel puinbreken, zoals bedoeld in artikel 7.35 van het Bbl Het beginnen met het feitelijke mobiele puinbreken is niet gemeld. € 2.500, ineens 1 week College II. B) Dwangsomhoogten omgevingsplanactiviteiten Tabel I.B.1 Omgevingsplanactiviteiten, gebruik, bewoning In deze tabel worden aan bewoning of huisvesting gerelateerde gebruiksactiviteiten omschreven die op basis van het omgevingsplan gezien worden als strijdig gebruik. Overtreding Onderwerp Herstelmaatregel Begunstigingstermijn Wie? Woongebruik (niet zijnde huisvesting groepen of kamergewijze verhuur of logiesfunctie) in een niet voor bewoning bestemd bouwwerk. Men gebruikt of laat een bouwwerk of perceel gebruiken als woning voor 1 huishouden in strijd met de bestemming. € 20.000,- ineens 16 weken College Huisvesting groepen en/of kamergewijze verhuur/logiesfunctie men gebruikt of laat een bouwwerk of perceel gebruiken in strijd met de bestemming voor de huisvesting van groepen personen en/of meer dan 1 huishouden, kamergewijze verhuur of logies. Rekenmethode: Indien sprake is van individuele contracten per persoon: Feitelijke of geschatte huurprijs per maand per persoon x aantal personen x factor 2 (=financiële prikkel opheffen overtreding); Ineens Indien sprake is van huurcontract per groep personen; Feitelijke of geschatte huuropbrengst per groep/contract x factor 2 (=financiële prikkel opheffen overtreding) ineens 4 weken met mogelijkheid tot kortere termijn in geval van gevaarlijke situaties en/of uitbuitingssituatie College Tabel I.B.2 Omgevingsplanactiviteiten, gebruik, agrarische activiteiten In deze tabel worden agrarische gerelateerde gebruiksactiviteiten omschreven die op basis van het omgevingsplan gezien worden als strijdig gebruik. Het kan daarbij gaan om een agrarische bestemming zelf, maar ook om agrarisch gebruik op andere bestemmingen, zoals wonen of natuur etc. Overtreding Onderwerp Herstelmaatregel Begunstigingstermijn Wie? Strijdig agrarisch gebruik bouwwerken en gronden Een particulier of bedrijf gebruikt g een (agrarisch) bouwwerk of perceel voor (buiten)opslag van al dan niet agrarische producten in strijd de bestemming minimaal € 1.000,- ineens per soort goederen + maatwerk afhankelijk van aard ernst en omvang opgeslagen goederen 8 weken College Strijdig agrarisch gebruik bouwwerken en gronden (algemeen) door een agrarisch bedrijf Een agrarisch, agrarisch aanverwant, agrarisch loonbedrijf, agrarisch bedrijf bij wijze van deeltijd, agrarisch hulp-of nevenbedrijf of anderszins agrarisch bedrijf gebruikt agrarische (bedrijfs)gronden in strijd met de bestemming Minimaal € 2.000,- per week met een maximum totaal-bedrag van € 10.000,- 8 weken College Strijdig agrarisch gebruik bouwwerken en gronden (algemeen) door een niet agrarisch bedrijf, Een niet-agrarisch bedrijf of al dan niet agarische groothandel gebruikt een bouwwerk of perceel met agrarische bestemming voor niet-agrarisch activiteiten (algemene Bedrijfsactiviteit) Minimaal €3.000,- per week met een maximum totaalbedrag van € 15.000 8 weken College Strijdig gebruik bouwwerken en gronden als teeltondersteunende en andere agrarische voorzieningen Er worden teeltondersteunende voorzieningen, andere agrarische voorzieningen van ondergeschikte betekenis zoals mestplaat, sleufsilo, of andere agrarische voorziening gebruikt of geplaatst op een bestemming waar dat niet is toegestaan Minimaal € 2.000 ineens per voorziening + maatwerk 8 weken College Strijdig gebruik of plaatsen hobbymatige schuilgelegenheid Er wordt een schuilstal geplaatst en/of gebruikt op al dan niet agrarische gronden € 2.500,- ineens per schuilstal 8 weken College Strijdig gebruik of plaatsen paardenbak/rijbak Er wordt een paardenbak, rijbak of gelijksoortige voorziening geplaatst op al dan niet agrarische gronden Minimaal€ 5000,- ineens + maatwerk per m² en uitvoering/materiaal 8 weken College Strijdig gebruik of plaatsen lichtmasten Er wordt een lichtmast op agrarische gronden geplaatst € 500,- ineens per lichtmast 8 weken College Tabel I.B.3 Omgevingsplanactiviteiten, gebruik, detail-of groothandelsactiviteiten en handel in volumineuze goederen In deze tabel worden aan commerciële gerelateerde gebruiksactiviteiten omschreven, die op basis van het omgevingsplan gezien worden als strijdig gebruik. Het kan daarbij gaan om zowel bestemmingen die deze activiteiten toestaan, maar ook voor andersoortige bestemmingen, zoals wonen, agrarisch etc. Overtreding Onderwerp Herstelmaatregel Begunstigingstermijn Wie? Strijdig gebruik van gronden en bouwwerken voor webshop of afhaalpunt pakketbezorgdiensten Een bedrijf of particulier gebruikt een bouwwerk of perceel voor een webshop (inclusief opslag) of afhaalpunt voor pakketbezorgdiensten in strijd met de bestemming of de bestemming overschrijdend gebruik € 1.500 per week met een maximaal totaalbedrag van € 7.500,- + maatwerk naar aard en omvang en overlast 8 weken College Strijdig gebruik van gronden en bouwwerken voor detailhandel Een bedrijf gebruikt een bouwwerk of perceel bedrijfsmatig voor detailhandelsdoeleinden in strijd met een bestemming (inclusief opslag) € 2.500,- per week met een maximaal totaalbedrag van € 12.500,- 8 weken College Strijdig gebruik van gronden en bouwwerken voor groothandel Een bedrijf gebruikt een bouwwerk of perceel voor groothandelsdoeleinden in strijd met een bestemming. (inclusief opslag) € 5.000,- per week met een maximaal totaalbedrag van € 25.000,- 8 weken College Strijdig gebruik van gronden en bouwwerken voor handel in volumineuze goederen Een bedrijf gebruikt een bouwwerk of perceel voor handelsdoeleinden voor volumineuze goederen (auto’s, caravans, boten etc.) € 7.500,- per week met een maximum totaalbedrag van € 37.500,- 8 weken College Tabel I.B.4 Omgevingsplanactiviteiten, gebruik, horeca-activiteiten In deze tabel worden aan horeca gerelateerde gebruiksactiviteiten omschreven, die op basis van het omgevingsplan gezien worden als strijdig gebruik. Het kan daarbij gaan om zowel bestemmingen die deze activiteiten toestaan, maar ook voor andersoortige bestemmingen, zoals wonen, agrarisch etc. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in lichte, middelzware en zware horeca-activiteiten. De indeling is o.a. afhankelijk van openingstijdstip, verwachte overlast en aantrekkende werking en bezoekeraantallen. Overtreding Onderwerp Herstelmaatregel Begunstigingstermijn Wie? Strijdig gebruik bouwwerken en gronden lichte horeca-activiteiten Er worden bedrijfsmatig lichte horecaactiviteiten (beperkte hinder, alleen overdag en ‘s avonds open, gering aantrekkende werking) in strijd met de bestemming aangeboden. Te denken valt aan Bar bistro, klein restaurant (minder dan 10 tafels), snackbar, pizzeria etc. € 2.000 per week met een maximum totaalbedrag van € 10.000,- 8 weken College Strijdig gebruik van bouwwerken en gronden voor middelzware horeca-activiteiten Er worden middelzware horecaactiviteiten (aanzienlijke hinder, ook s nachts open) aangeboden. Te denken valt aan biljartcentrum; proeflokaal; middelgroot restaurant minder dan 50 tafels zalenverhuur (zonder regulier gebruik ten behoeve van feesten en muziek-/dansevenementen) etc. € 2.500 ,- per week met een maximum totaalbedrag van € 12.500,- 8 weken College Strijdig gebruik van bouwwerken en gronden voor zware horeca-activiteiten Er worden zware horecaactiviteiten (aanzienlijke hinder, ook s nachts open, grote aantrekkende werking) aangeboden. Te denken valt aan Groot restaurant ( 50 of meer tafels) dancing; discotheek; nachtclub; partycentrum (regulier gebruik ten behoeve van feesten en muziek-/dansevenementen) etc. € 3000,- per week met een maximum totaalbedrag van € 15.000,- 8 weken College Tabel I.B.5 Omgevingsplanactiviteiten, gebruik, kantoorfunctie en dienstverlening In deze tabel worden aan kantoor en dienstverlenende gebruiksactiviteiten, daaronder begrepen vervoersdiensten, omschreven, die op basis van het omgevingsplan gezien worden als strijdig gebruik. Het kan daarbij gaan om zowel bestemmingen die deze activiteiten toestaan, maar ook voor andersoortige bestemmingen, zoals wonen, agrarisch etc. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in hinder, openingstijden, aantrekkende werking en aantal medewerkers. Algemeen hebben deze activiteiten gemeen dat er geen fysieke productie van goederen of producten plaatsvindt, maar dat zij gericht zijn op (al dan niet zakelijke) dienstverlening (inclusief gezondheidszorg en onderwijs.) Overtreding Onderwerp Herstelmaatregel Begunstigingstermijn Wie? Strijdig gebruik bouwwerken en gronden lichte kantoorfunctie en/ of dienstverlening Er worden in strijd met de bestemming lichte kantooractiviteiten of dienstverlening uitgevoerd (beperkte hinder, alleen overdag open, geringe aantrekkende werking, minder dan 10 medewerkers) aangeboden. Te denken valt aan: Vrije beroepen (klein) Adviesbureau (klein); Advocatenkantoor (klein); Architecten; Notarissen Belastingadviseurs Verzekeringsadviseurs Huisartsen(posten) Computerservicebureau, IT; Dierenasiels en pensions; Kinderopvang; € 3.000,- per week met een maximum totaalbedrag bedrag van € 15.000,- 8 weken College Strijdig gebruik van bouwwerken en gronden voor middelzware kantoorfunctie en/of dienstverlening Er worden in strijd met de bestemming middelzware kantoor activiteiten of dienstverlening uitgevoerd (aanzienlijke hinder, alleen overdag open, middelmatige aantrekkende werking, minder dan 25 medewerkers) Te denken valt aan: Adviesbureau, maar dan middelzwaar scholen/universiteiten; € 5.000,- per week met een maximaal totaalbedrag van € 25.000,-- 8 weken College Strijdig gebruik van bouwwerken en gronden voor zware kantoorfunctie en of dienstverlening Er worden in strijd met de bestemming zware kantoorfunctie activiteiten of dienstverlening uitgevoerd (aanzienlijke hinder, ook s avonds/’s nachts open, grote aantrekkende werking), 25 of meer medewerkers. Te denken valt aan: Grote adviesbureaus Gemeentehuis; Ziekenhuizen; € 7.000- per week met een maximum totaalbedrag van € 35.000,- 8 weken College Tabel I.B.6 Omgevingsplanactiviteiten, gebruik, industriefuncties en aanverwante activiteiten In deze tabel worden industrie gerelateerde gebruiksactiviteiten omschreven, die op basis van het omgevingsplan gezien worden als strijdig gebruik. Het kan daarbij gaan om zowel bestemmingen die deze activiteiten toestaan, maar ook voor andersoortige bestemmingen, zoals wonen, agrarisch etc. Typerend voor deze activiteiten is dat zij gericht zijn op het fysiek maken van goederen en producten, (daaronder begrepen voedsel) of ten dienste hiervan staan bijvoorbeeld door opslag en of transport. Bepalend voor de hoogte van de dwangsom voor industriefuncties en transportbedrijven is de categorie, waarin een bedrijf volgens de staat van bedrijfsactiviteiten van het omgevingsplan te plaatsen is danwel wat de impact op de omgeving is. Zo zal bijvoorbeeld een transportbedrijf met minder vrachtwagen een minder grote impact hebben op de omgeving dan als er meer vrachtwagens zijn. Idem voor bijvoorbeeld de aard van het transportbedrijf (gevaarlijke stoffen versus niet gevaarlijke stoffen) Overtreding Onderwerp Herstelmaatregel Begunstigingstermijn Wie? Strijdig gebruik bouwwerken en gronden lichte industriefunctie Er worden in strijd met de bestemming lichte industriële activiteiten Bedrijven in categorie 1-2 van de staat van bedrijfsactiviteiten van het omgevingsplan; Te denken valt aan; € 10.000,- per week met een maximum totaalbedrag van € 50.000,-- 8 weken College Strijdig gebruik van bouwwerken en gronden voor middelzware industriefunctie Er worden in strijd met de bestemming middelzware industriële activiteiten Bedrijven in categorie 3-4 van de staat van bedrijfsactiviteiten van het omgevingsplan Te denken valt aan: Cementfabrieken Autosloperijen € 15.000,- per week met een maximum totaalbedrag van € 75.000,-- 8 weken College Strijdig gebruik van bouwwerken en gronden voor zware industriefunctie Er worden in strijd met de bestemming zware tot zeer zware industriële activiteiten uitgevoerd Bedrijven in categorie 5-6 van de staat van bedrijfsactiviteiten van het omgevingsplan Te denken valt aan Energiecentrales Chemische fabrieken € 20.000,- per week met maximum totaalbedrag van € 100.000 8 weken College Koeriersbedrijf tot en met 5 voertuigen Een koeriersbedrijf gebruikt een locatie in strijd met de bestemming € 5.000, per week met een maximum van € 25.000 8 weken College Koeriersbedrijf met meer dan 5 voertuigen Een koeriersbedrijf gebruikt een locatie in strijd met de bestemming € 6.000, per week met een maximum van € 30.000,- 8 weken College Personenvervoer, taxi met minder tot en met 5 voertuigen Een bedrijf voor personenvervoer gebruikt een locatie in strijd met de bestemming € 7.000 per week met een maximum van € 35.000 8 weken College Personenvervoer, Taxi met meer dan 5 voertuigen Een bedrijf voor personenvervoer gebruikt een locatie in strijd met de bestemming € 8.000,- per week met een maximum van € 40.000,- 8 weken College Transportbedrijf voor bulkgoederen/of niet gevaarlijke vloeistoffen met uitzondering van chemische transporten met minder dan 10 vrachtwagens Een transportbedrijf gebruikt een locatie in strijd met de bestemming € 10.000,- per week met een maximum van € 50.000,- 8 weken College Transportbedrijf voor bulkgoederen of niet gevaarlijke vloeistoffen met uitzondering van chemische transporten met meer dan 10 vrachtwagens Een transportbedrijf gebruikt een locatie in strijd met de bestemming € 12.000,- per week met een maximum van € 60.000,- 8 weken College Transportbedrijf voor chemische of gevaarlijke goederen, ongeacht aantal vrachtwagens Een transportbedrijf gebruikt een locatie in strijd met de bestemming € 14.000 per week met een maximum van € 80.000,- 8 weken College Tabel I.B.7 Omgevingsplanactiviteiten, omgevingsvergunningsplichtige werkzaamheden In deze tabel worden aan werkzaamheden omschreven, die op basis van het omgevingsplan gezien worden als vergunningsplichtige omgevingsplanactiviteit. Het gaat dan bijvoorbeeld om ontgravingen, verharden, ophogen, rooien van houtopstanden, herplanten etc. Overtreding Onderwerp Herstelmaatregel Begunstigingstermijn Wie? werkzaamheden zonder of in afwijking van een verleende omgevings vergunning Er worden werkzaamheden, niet zijnde bouwwerkzaamheden uitgevoerd waarvoor op grond van het omgevingsplan een omgevingsvergunning nodig is Minimaal € 2.500,- ineens + maatwerk naar aard, ernst en omvang 4 weken College I
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.