← Nederland

Beleidsregels vrijlating giften, schadevergoedingen en erfenissen Avres 2026 (Avres)

Beleidsregels vrijlating giften, schadevergoedingen en erfenissen Avres 2026Het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling Avres in vergadering bijeen d.d. 16 april 2026 Besluit: Vast te stellen de volgende beleidsregels vrijlating giften, schadevergoedingen en erfenissen 2026 Inleiding en aanleiding Deze beleidsregels vormen een nadere invulling van de beoordelingsruimte zoals bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen m en s, en artikel 18 Participatiewet. Per 1 januari 2026 heeft er een wijziging op het giftenbeleid als onderdeel van de Participatiewet (PW) plaatsgevonden. De wijziging betreft een landelijke wijziging waarbij de gemeenten een eenduidige en landelijke uniforme vrijlating van giften en kostenbesparende bijdragen per 1-1-2026 toepassen. De grens aan vrij te laten bedrag aan giften is hiermee voor alle inwoners die een uitkering ontvangen hetzelfde. Hierbij maakt het niet uit of iemand alleenstaand of gehuwd is. Waarom één grens voor iedereen? Er is bewust gekozen voor één bedrag voor alle huishoudtypen, zodat: • Het beleid eenvoudig uitvoerbaar is; • Gelijke behandeling (landelijk) plaatsvindt; • Verschillen in gemeentelijk beleid worden voorkomen; • Het systeem aansluit bij de landelijke ambitie van de PW in Balans: minder complexiteit, meer vertrouwen. Met de aanpassing van het beleid sluit Avres aan bij de geest van de gewijzigde wetgeving en biedt inwoners eenvoud, duidelijkheid en rechtszekerheid. Dit vermindert administratieve lasten voor inwoners en medewerkers en verhoogt het vertrouwen in de menselijke maat binnen de uitvoering. Hoofdstuk

  1. Achtergrond van de wetswijziging 1.1Wat wijzigt er in de wet? Oude wettelijke situatie • “Giften worden niet als middel aangemerkt voor zover verantwoord met het oog op bijstandsverlening.” Dit bood gemeenten ruimte voor maatwerk maar leidde tot verschillen tussen gemeenten en onzekerheid bij inwoners. Nieuwe wettelijke situatie per 1 januari 2026 • Giften en kostenbesparende bijdragen worden niet als middel beschouwd tot (zie artikel 31, tweede lid, onder m, van de Participatiewet), per kalenderjaar per recht op bijstand. • Hogere giften kunnen nog steeds worden vrijgelaten op grond van maatwerk. Hierbij beoordeelt de consulent of de gift verantwoord is vanuit bijstandsverlening. • De vrijlating geldt voor geldelijke giften, giften in natura en kostenbesparende bijdragen. Deze wijziging is vastgelegd in: • zie artikel 31, tweede lid, onder m en s van de Participatiewet • Artikel 18, achtste lid* van de Participatiewet. De wijziging betreft een verplichte aanpassing voor gemeenten. 1.2Waarom deze wijziging? De doelstellingen zijn: • Eenduidigheid: één landelijke norm voorkomt willekeur. • Eenvoud: de inwoner hoeft minder snel te melden, er vinden minder verrekeningen plaats en het zorgt voor minder administratieve complexiteit. • Vertrouwen: Avres geeft met dit beleid aan dat het ontvangen van steun uit het sociale netwerk wordt geaccepteerd. • Rechtszekerheid: inwoners weten vooraf waar ze aan toe zijn. Hoofdstuk2.Doel en uitgangspunten van Avres Met dit beleid bepaalt Avres dat:
  2. Giften tot (zie artikel 31, tweede lid, onder m, van de Participatiewet) per kalenderjaar niet worden aangemerkt als middel.
  3. Deze giften vallen niet onder de inlichtingenplicht en hoeven niet gemeld te worden
  4. Giften kunnen bestaan uit: o Geld; o Goederen (natura); o Kosten die door derden worden betaald.
  5. Avres laat charitatieve bijdragen volledig buiten beschouwing, voor zover deze niet leiden tot structurele financiering van de algemene bestaanskosten.
  6. Bij giften boven de grens wordt gebruikgemaakt van maatwerk, de consulent beoordeeld of de gift verantwoord is vanuit bijstandsverlening, artikel 18 PW. Hoofdstuk3.Begripsbepalingen • De wet: De Participatiewet (PW). • Inwoner: Persoon of gezin dat algemene of bijzondere bijstand ontvangt. • Gift: o Geldbedragen of goederen van waarde (giften in natura) die een inwoner ontvangt, zonder dat daar een wettelijke verplichting, afdwingbare tegenprestatie of arbeid tegenover staat. o Giften kunnen worden aangemerkt als vrij besteedbaar inkomen, vermogen of kostenbesparingen in de zin van artikel 31 van de Participatiewet, tenzij deze op grond van wet of beleid worden vrijgelaten. o Giften kunnen incidenteel of structureel worden ontvangen. • Gift in natura: o Een gift in de vorm van goederen of diensten met een economische waarde, zoals spullen, boodschappen, kleding, meubels of betaalde diensten, die de inwoner anders zelf had moeten bekostigen. De waarde van een gift in natura wordt vastgesteld conform Hoofdstuk 6 van deze beleidsregels. • Kostenbesparing (kostenbesparende bijdrage): Betalingen of aankopen die door derden worden gedaan en waarmee wordt bespaard op de noodzakelijke kosten van het bestaan. Deze betalingen of aankopen kunnen zowel structureel zijn, zoals de betaling van huur, zorgpremie of energielasten, als incidenteel, zoals de betaling van boodschappen, kleding of andere noodzakelijke uitgaven. Kostenbesparende bijdragen worden voor de toepassing van deze beleidsregels gelijkgesteld met giften. • Middel: alle vermogens- en inkomensbestanddelen als bedoeld in artikel 31 van de Participatiewet. • Vrijlaten: het geheel of gedeeltelijk buiten beschouwing laten van middelen bij de vaststelling van het recht op en de hoogte van de bijstand. • Problematische schuld: een schuld die niet binnen 36 maanden kan worden afgelost. Hoofdstuk4.Wat is geen gift? De volgende inkomsten of middelen worden niet aangemerkt als gift: a. partner- of kinderalimentatie; b. loon, inkomsten uit arbeid of uit onderneming. c. uitkeringen op grond van sociale verzekeringswetten (zoals WW, WIA, ZW, Anw); d. ouderdomspensioen, partnerpensioen en nabestaandenpensioen; e. vergoedingen voor vrijwilligerswerk; f. schadevergoedingen; g. erfenissen; h. prijzen of goederen uit loterijen of kansspelen; i. wettelijke verplichtingen of betalingen die voortvloeien uit rechterlijke uitspraken; j. verzekeringsuitkeringen voor materiële schade. Hoofdstuk
  7. Meldplicht en jaarlijkse vrijlating 5.1Meldplicht Geen meldplicht tot artikel 31, tweede lid, onder m, van de Participatiewet per kalenderjaar. Boven deze grens: wel melden. De grens wordt niet verlaagd bij instroom later in het jaar. 5.2 Vrijlating Het bedrag conform artikel 31, tweede lid, onder m, van de Participatiewet geldt per recht op bijstand per kalenderjaar. Dit betekent dat: • een alleenstaande recht heeft op één jaarlijkse vrijlatingsgrens; • een alleenstaande ouder recht heeft op één jaarlijkse vrijlatingsgrens; • gehuwden gezamenlijk recht hebben op één jaarlijkse vrijlatingsgrens. De vrijlating geldt gezamenlijk voor: • Geldelijke giften; • Giften in natura; • Kostenbesparende bijdragen. • De vrijlatingsgrens geldt elk kalenderjaar opnieuw • Niet-benutte ruimte vervalt aan het einde van het kalenderjaar • Er ontstaat geen recht om ongebruikte ruimte op te tellen 5.3Charitatieve bijdragen Avres laat charitatieve bijdragen volledig buiten beschouwing, voor zover deze niet leiden tot structurele financiering van de volledige algemene bestaanskosten. • Voedselbank; • Kledingbank; • Steun van kerken/diaconieën; • Nationaal en Lokaal georganiseerde noodhulp. Deze bijdragen tellen niet mee voor de in artikel 31, tweede lid, onder m, van de Participatiewet benoemde grens. Hoofdstuk
  8. Waardebepaling van natura-giften Nieuw product → waarde = aanschafprijs. Gebruikt product → waarde = redelijke tweedehandswaarde. Boodschappen/voedsel → waarde = winkelwaarde conform de Nibud prijzengids Diensten → waarde = commerciële marktprijs. Bij onduidelijkheid hanteert Avres een redelijk schattingsbedrag. Charitatieve natura-hulp wordt niet gewaardeerd en telt niet mee. 6.1.Ontvangen auto tijdens bijstandsperiode Indien een inwoner tijdens de bijstandsperiode een auto ontvangt als gift, wordt deze aangemerkt als vermogen in de zin van artikel 34 van de Participatiewet. De auto wordt gewaardeerd op de actuele dagwaarde. De in het lokale vermogensbeleid opgenomen vrijlating voor een auto is uitsluitend van toepassing bij de vaststelling van het recht op bijstand of bij reguliere vermogensbeoordeling. Een tijdens de bijstandsperiode ontvangen auto wordt niet automatisch vrijgelaten onder de giftenvrijlating als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onder m, van de Participatiewet. Indien de waarde van de auto leidt tot overschrijding van de toepasselijke vermogensgrens, wordt het recht op bijstand herzien of beëindigd, tenzij op grond van artikel 18 Participatiewet maatwerk aangewezen is. Hoofdstuk7.Giften met specifieke bestemming Avres maakt onderscheid tussen: • Giften met een specifieke, aantoonbare bestemming; • Overige giften. 7.1Giften met specifieke bestemming Indien een gift aantoonbaar is verstrekt met een specifieke bestemming en deze bestemming in lijn is met het doel van de Participatiewet, kan de gift geheel of gedeeltelijk worden vrijgelaten, ook voor zover de totale waarde de vrijlatingsgrens als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onder m, van de Participatiewet overschrijdt. De beoordeling vindt plaats op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel s, in samenhang met artikel 18 van de Participatiewet. Van een specifieke bestemming is in ieder geval sprake indien de gift is bedoeld voor: • kosten waarvoor anders bijzondere bijstand zou kunnen worden verstrekt; • medisch noodzakelijke kosten die niet uit een voorliggende voorziening worden vergoed; • noodzakelijke vervanging van duurzame gebruiksgoederen; • maatschappelijke participatie van minderjarige kinderen (zoals schoolkosten, sport of een laptop); • aflossing van problematische schulden. Voorwaarde is dat de bestemming aannemelijk wordt gemaakt en dat vrijlating niet leidt tot structurele voorziening in de algemene bestaanskosten. De beoordeling vindt altijd plaats op basis van individuele omstandigheden. 7.2Overige giften Giften zonder specifieke bestemming vallen onder de jaarlijkse vrijlatingsgrens als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onder m, van de Participatiewet. Voor zover de totale waarde van deze giften in een kalenderjaar de vrijlatingsgrens overschrijdt, wordt het meerdere in beginsel aangemerkt als middel in de zin van artikel 31 van de Participatiewet. Avres kan op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel s, in samenhang met artikel 18 van de Participatiewet, besluiten het meerdere geheel of gedeeltelijk vrij te laten indien dit, gelet op de individuele omstandigheden, verantwoord wordt geacht met het oog op de bijstandsverlening. Hoofdstuk
  9. 8.
  10. Verantwoordingsplicht en bewijs Voor giften, giften in natura en kostenbesparende bijdragen tot de jaarlijkse vrijlatingsgrens als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onder m, van de Participatiewet geldt: • er is geen meldplicht voor de inwoner; • er geldt geen verantwoordings- of bewijsplicht; • Avres vraagt geen bewijsstukken op. Er vindt geen administratieve verwerking plaats, tenzij er concrete signalen zijn dat de vrijlatingsgrens wordt overschreden. Niet-benutte vrijlatingsruimte vervalt aan het einde van het kalenderjaar. 8.2Giften boven de jaarlijkse vrijlatingsgrens Wanneer de totale waarde van ontvangen giften, giften in natura en kostenbesparende bijdragen in een kalenderjaar de vrijlatingsgrens overschrijdt, is de inwoner verplicht dit onverwijld te melden. In dat geval moet de inwoner aannemelijk maken: • de hoogte van de gift; • de datum van ontvangst; • de aard van de gift (geld, natura of kostenbesparing); • de eventuele specifieke bestemming. Avres beoordeelt vervolgens of en in hoeverre vrijlating mogelijk is op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel s, en artikel 18 van de Participatiewet. 8.3Bewijsmiddelen Bewijs kan onder meer bestaan uit: • bankafschriften; • verklaringen van de gever; • aankoopbonnen; • facturen; • een redelijke waardeschatting. Avres vraagt uitsluitend informatie die noodzakelijk is voor de beoordeling van de melding, conform het evenredigheidsbeginsel. Hoofdstuk9.Schadevergoedingen 9.1Materiële schade Een vergoeding voor materiële schade wordt niet aangemerkt als middel voor zover deze strekt tot herstel of vervanging van het beschadigde goed. Avres beoordeelt of: • de vergoeding naar aard en omvang in redelijke verhouding staat tot de geleden schade; • de vergoeding daadwerkelijk wordt of zal worden aangewend voor herstel of vervanging. Indien sprake is van een vrij besteedbaar restant of overcompensatie, wordt dit aangemerkt als vermogen in de zin van artikel 34 Participatiewet. Avres vraagt uitsluitend nadere informatie indien daar concrete aanleiding voor bestaat. 9.2Immateriële schade Een vergoeding voor immateriële schade (smartengeld) wordt beoordeeld op basis van de persoonlijke omstandigheden van de inwoner. Bij deze beoordeling wordt onder meer gekeken naar: • de aard en ernst van het letsel of de schade; • het doel van de vergoeding; • de financiële situatie en draagkracht van de inwoner; • de gevolgen voor de bestaanszekerheid. Er wordt geen vast bedrag of percentage standaard als inkomen of vermogen aangemerkt. De beoordeling vindt altijd plaats op basis van een individuele belangenafweging, conform de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (ECLI:NL:CRVB:2023:707). 9.3Verlies arbeidsvermogen Een vergoeding die is bedoeld ter compensatie van verlies aan arbeidsvermogen wordt aangemerkt als inkomen. De vergoeding wordt toegerekend aan de periode waarop deze betrekking heeft en verrekend met de bijstand, conform de Participatiewet. Hoofdstuk
  11. Erfenissen Een erfenis moet altijd worden gemeld bij Avres. Een geldelijke erfenis wordt aangemerkt als vermogen in de zin van artikel 34 van de Participatiewet. Het moment van beschikken is bepalend voor de beoordeling. Dit is het moment waarop de inwoner feitelijk over (een deel van) de erfenis kan beschikken. Bij erfenissen in natura wordt de waarde vastgesteld conform de waarderingsregels zoals opgenomen in Hoofdstuk 6 van deze beleidsregels. Indien de waarde van de erfenis leidt tot overschrijding van de vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 Participatiewet, wordt het recht op bijstand herzien of beëindigd conform de wet. Hoofdstuk11.Maatwerk en afwijkingsbevoegdheid Avres kan in individuele gevallen afwijken van de bepalingen in deze beleidsregels. Afwijken is mogelijk wanneer: • strikte toepassing van deze beleidsregels leidt tot onevenredige gevolgen voor de inwoner, gelet op het doel van de Participatiewet (artikel 3:4 en artikel 4:84 Awb), of • toepassing van deze beleidsregels het doel en de strekking van de Participatiewet ondermijnt. Afwijking vindt altijd plaats op basis van een individuele beoordeling en wordt gemotiveerd vastgelegd in het dossier. Hoofdstuk12.Slotbepalingen Deze beleidsregels treden in werking de dag na publicatie en werken terug tot en met 1 januari 2026; Alle eerdere beleidsregels, werkinstructies en uitvoeringsafspraken over (vrijlating) giften, schadevergoedingen en erfenissen worden met ingang van de dag na publicatie van de Beleidsregels vrijlating giften, schadevergoedingen en erfenissen ingetrokken, waarbij deze intrekking terugwerkt tot en met 1 januari
  12. Aldus besloten te Meerkerk op 16-02-2026 in de vergadering van het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling Avres. M. Molengraaf-Vullers Voorzitter, P. Van UitertSecretaris,

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.