Nadere regels Maatschappelijke ondersteuning gemeente Midden-Delfland 2026Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Delfland, gelet op artikel 30 van de Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Midden-Delfland 2026; besluit vast te stellen: Nadere regels Maatschappelijke ondersteuning gemeente Midden-Delfland 2026 Inleiding In de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 is vastgelegd dat gemeenten zorgdragen voor maatschappelijke ondersteuning en de kwaliteit en continuïteit van voorzieningen. Hiervoor moet de gemeenteraad bij verordening regels vaststellen. De Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning Midden-Delfland 2026 geeft uitvoering aan de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna: Wmo 2015). De wet, verordening en nadere regels vormen een onlosmakelijk samenhangend geheel, waarbij de één voortborduurt op de ander en nader concretiseert. De wet staat boven de verordening. De gemeentelijke verordening is een op gemeentelijk niveau door de raad vastgesteld algemeen verbindend voorschrift. Het is een wetgevende regeling op gemeentelijk niveau die in de nadere regels verder wordt geconcretiseerd. De Wmo 2015 en de Verordening Wmo regelen de bevoegdheden van de raad en het college. De uitvoering van de wet en Verordening zal echter in de regel namens het college, in mandaat, gedaan worden door het Wmoteam. De Verordening en nadere regels zijn richtlijnen, die dienen als basis bij het maken van een afwegingskader bij het eventueel toekennen van een maatwerkvoorziening. Er moet sprake zijn van beperkingen in de zelfredzaamheid en participatie en deze moeten het gevolg zijn van een beperking (somatisch, lichamelijk, verstandelijk) of chronische psychische of psychosociale problemen. Er wordt bekeken wat redelijkerwijs verwacht mag worden van de inwoner en zijn sociaal netwerk (eigen kracht). Biedt het sociaal netwerk geen soelaas, dan kan een andere of algemeen gebruikelijke voorziening wellicht uitkomst bieden. Daarna wordt gekeken of algemene voorzieningen hen in staat stellen om deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer en zelfstandig te functioneren in de maatschappij. Algemene voorzieningen zijn vrij toegankelijke voorzieningen waarvan iedereen gebruik kan maken, daarvoor is geen indicatie en dus geen beschikking nodig. Algemene voorzieningen kunnen ook welzijnsvoorzieningen zijn. De voorziening is uitsluitend in natura beschikbaar en de eigen bijdrage regeling via het Centraal Administratie Kantoor (CAK) is hier niet van toepassing. Algemene voorzieningen maken het mogelijk om medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan. Een voorwaarde voor een algemene voorziening is dat deze voorziening binnen de directe woon- en leefomgeving plaatsvindt. Daarmee bieden deze voorzieningen een snelle en adequate compensatie voor de beperkingen die iemand ervaart. Indien deze oplossingen nog onvoldoende zijn wordt gekeken of een maatwerkvoorziening verstrekt kan worden. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening ligt de focus op de te bereiken resultaten van de ingezette voorzieningen. Indien een inwoner niet beperkt is in zijn zelfredzaamheid en mogelijkheden tot participatie, is ondersteuning niet nodig (Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1, artikel 1.2.1, artikel 2.3.2 lid 4 sub b, artikel
(2x)€ 31,44 € 25,15 Toeleiding naar passende dagbesteding (I.p.v. trede 4 bij geen locatie) Per maand € 289,35 € 231,48 14.4Tarief algemene voorziening was- en strijkservice Dit tarief staat opgenomen in artikel 16 lid 10 van de Verordening. Deze algemene voorziening wordt alleen ingezet indien dit voor de inwoner een passende en toereikende oplossing biedt. 14.5Vervoersvoorziening Indien de maatwerkvoorziening bestaat uit het reizen met het collectief vervoer (Regio Taxi pas), betaalt de inwoner voor een rit een tarief dat bestaat uit een opstaptarief en een bedrag per gereden km. Regiotaxi met Wmo-vervoerspas €1,16 (opstaptarief) en€ 0,201 per gereden kilometer Regiotaxi zonder Wmo-vervoerspas (als OV-reiziger) € 2,65 (opstaptarief) en€ 0,903 per gereden kilometer Artikel15.Kwaliteitseisen pgb 1.Het pgb dient ingezet te worden voor het bereiken van de vastgestelde resultaten. Dit betekent in ieder geval dat het budget niet gebruikt mag worden voor bemiddelingskosten of betaling van kosten van de dienstverlener die niet direct gerelateerd zijn aan zorginzet (zoals reis- en vervoerskosten, overheadkosten, kosten voor het opstellen van een zorg- en/of werkplan). Ook eventuele eigen vervoerskosten kunnen niet betaald worden vanuit het pgb. 2.Een inwoner kan een bewindvoerder of wettelijk vertegenwoordiger inzetten als pgb vertegenwoordiger als: de pgb-vertegenwoordiger aan dezelfde voorwaarden voldoet als de budgethouder en kan verantwoorden dat de zorg feitelijk en kwalitatief goed wordt verleend; de pgb-vertegenwoordiger niet de aanbieder van zorg is, of in dienst heeft; er geen sprake is van mogelijke belangenverstrengeling door de vertegenwoordiging van de inwoner; de kosten van het beheer niet vanuit het pgb worden betaald. 3.Als een inwoner de levering van een maatwerkvoorziening in een pgb wenst te ontvangen, en deze een vertegenwoordiger inzet voor het beheer ervan, is het nodig dat de vertegenwoordiger voldoet aan de volgende voorwaarden: de pgb-vertegenwoordiger heeft een aantoonbare relatie met de inwoner; de pgb-vertegenwoordiger voldoet aan dezelfde voorwaarden als de budgethouder en kan verantwoorden dat de zorg feitelijk en kwalitatief goed wordt verleend; de pgb-vertegenwoordiger is niet de aanbieder van zorg. Artikel16.Eigen bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen Jaarlijks bepaalt de Minister de maximale eigen bijdrage die gemeenten kunnen vragen bij de verstrekking van een maatwerkvoorziening. De eigen bijdrage wordt berekend per periode van een maand. De eigen bijdrage wordt berekend en geïnd door het centraal administratiekantoor (CAK). De eigen bijdrage mag niet worden betaald uit het PGB. Zie Verordening Wmo 2026, artikel 16 Bij een maatwerkvoorziening in bruikleen (natura verstrekking) berekent het college de eigen bijdrage op de prijs die de gemeente heeft betaald bij aanschaf van de voorziening, en/of de prijs die de gemeente betaalt per maand indien de voorziening in bruikleen is betrokken dan wel als er bijkomende maandelijkse servicekosten zijn. Voor het bepalen van een verplicht te betalen eigen bijdrage gaat het college, met inachtneming van hetgeen door het CAK is bepaald uit van een gezamenlijk huishouden als: inwoner met partner of huisgenoot het grootste deel van de tijd samen in een woning verblijft, ook al beschikken de huisgenoten over een eigen woning. De Wet BRP is hierin leidend; inwoner en partner of huisgenoot zorgen voor elkaar, financieel en/of bij de dagelijkse gang van zaken zoals het halen van de boodschappen of koken voor elkaar en bij ziekte; inwoner en partner of huisgenoot hebben een gezamenlijke bankrekening of zijn fiscale partners; inwonende volwassen kinderen en ouders tellen niet mee bij de vaststelling van een gezamenlijk huishouden voor het bepalen van een eventueel verplichte eigen bijdrage. 16.1 Specifieke regels voor de eigen bijdrage bij materiële voorzieningen Bij overname van een voorziening van een andere gemeente, vanwege verhuizing van de inwoner, is voor het overnamebedrag een eigen bijdrage verschuldigd. Het overnamebedrag wordt gebaseerd op de restwaarde van de voorziening. De eigen bijdrage wordt berekend over de aanschafwaarde/overnamewaarde en de onderhoudskosten. Dit geldt ook voor een voorziening verstrekt vanuit een PGB. Hoofdstuk5Kwaliteit van de zorgverleners in natura Artikel17.Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning in natura 1.Het college hanteert ten behoeve van het toezicht op de kwaliteit als kwaliteitsstandaard het Kwaliteitsstandaard Wmo5https://www.ggdhaaglanden.nl/professional/professionals/toezicht-en-inspectie/toezicht-wmo/. 2.Het college laat het toezicht op de kwaliteit van de Wmo-voorzieningen en Wmo-ondersteuning van zorgaanbieders waarmee het college een contract heeft, uitvoeren door de GGD Haaglanden. 3.Dit toezicht richt zich vooral op de vraag of de Wmo-voorziening voldoet aan de kwaliteitseisen. De toezichthouder past afhankelijk van de situatie verschillende vormen van toezicht toe. Dit varieert van calamiteiten- en signaalonderzoek tot preventieve bezoeken. Artikel18.Meldingsregeling calamiteiten en geweld Geen nadere regel Hoofdstuk6Herziening van de besluitvorming Artikel19.Wijzigingen, voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen maatwerkvoorzieningen en pgb's en misbruik of oneigenlijk gebruik van de Wmo 2015 1.Indien de situatie van de inwoner wijzigt heeft deze de plicht het College hiervan zo snel mogelijk op de hoogte te stellen als hij/zij kan vermoeden dat dit invloed kan hebben op de verstrekte voorziening. Zo zal bij overlijden de voorziening stopgezet worden en dienen de erven dit zo snel mogelijk te melden. 2.Een besluit, genomen op basis van de Verordening en deze nadere regels, kan in bepaalde omstandigheden geheel of gedeeltelijk ingetrokken worden. In die situatie bestaat ook de mogelijkheid tot terugvordering, indien de situatie zich daartoe leent. 3.Indien een besluit is ingetrokken kan eventueel tot terugvordering worden overgegaan. Voorwaarde is dat het recht op de voorziening is ingetrokken. Een voorziening in natura of een Pgb kan worden teruggevorderd. Artikel20.Opschorting betaling uit pgb Geen nadere regel Artikel21.Onderzoek naar kwaliteit, rechtmatigheid en doelmatigheid maatwerkvoorzieningen en pgb's Geen nadere regel Artikel22.Rechtmatigheid en doelmatigheid Bij het verzamelen en verwerken van persoonsgegevens wordt de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in acht genomen. De privacywetgeving heeft betrekking op de hele procedure. Wanneer de gegevens niet kunnen worden verwerkt op de grondslagen anders dan toestemming, zal waar nodig en gepast om toestemming in de zin van de AVG worden gevraagd. Hoofdstuk7Overige bepalingen Artikel 23. Blijk van waardering mantelzorgers Geen nadere regel Artikel23a.Tegemoetkoming meerkosten 1.Binnen de Wmo is een tegemoetkoming in de meerkosten als maatwerkvoorziening in de vorm van een eenmalig pgb mogelijk. Voor deze voorziening geeft de gemeente een beschikking af. Dit heeft onder andere als doel om administratieve handelingen te beperken. 2.Indien de maatwerkvoorzienig bestaat uit het gebruik van een taxi of auto voor het lokale vervoer, dan kan een eenmalig pgb in de meerkosten worden verstrekt. De hoogte van deze dit eenmalig pgb bedraagt op jaarbasis:€ 1.602,- per volledig jaar voor het gebruik van een taxi, rolstoeltaxi of (eigen)auto; 3.Indien de maatwerkvoorziening bestaat uit een eenmalig pgb voor verhuizing en herinrichting, kan een vergoeding worden verstrekt van maximaal€ 2.500,-. 4.Het college kan in geval van huurbeëindiging van een aangepaste woning een eenmalig pgb toekennen aan de woningeigenaar in verband met derving van huurinkomsten voor de duur van maximaal vijf maanden, gerekend vanaf de tweede maand van huurderving. Deze periode van vijf maanden kan met ten hoogste drie maanden worden verlengd indien vaststaat dat binnen deze periode een belanghebbende voor de woning in aanmerking komt. Het eenmalige pgb is gelijk aan de kale huur van de woonruimte, zoals bedoeld in de Wet op de huurtoeslag, en is ten hoogste de maximumhuurgrens van de Wet op de huurtoeslag. 6.lndien een woning ten gevolge van het realiseren van een woningaanpassing voor een nieuwe bewoner leeg staat, kan het college een eenmalig pgb verlenen aan de eigenaar van de woonruimte voor de duur van maximaal vijf maanden, gerekend vanaf de tweede maand van huurderving. Het eenmalig pgb is gelijk aan de kale huur van de woonruimte, zoals bedoeld in de Wet op de huurtoeslag, en is ten hoogste de maximumhuurgrens van de Wet op de huurtoeslag. Artikel24.Verhouding prijs en kwaliteit levering dienst door derden Geen nadere regel Artikel25.Klachtenregeling Geen nadere regel Artikel26.Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning Geen nadere regel Artikel27.Inwonerparticipatie Geen nadere regel Artikel28.Evaluatie 1.Het college benoemt als dat nodig is in de beschikking de momenten waarop evaluatie plaatsvindt. 2.Het college kan ook steekproefsgewijs de situatie op grond van de Wmo geboden ondersteuning onderzoeken op geschiktheid. Artikel29.Hardheidsclausule Het College kan in bijzondere gevallen ten gunste van de inwoner afwijken van de bepalingen van de verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Midden-Delfland 2026 indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Wel dient gemotiveerd te worden waarom in een specifiek geval toepassing van het beleid leidt tot gevolgen voor een inwoner die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de nadere regels te dienen doelen. Artikel30.Nadere regels Geen nadere regel Artikel31.Intrekking oude verordening en overgangsrecht 1.Dit besluit wordt aangehaald als "Nadere regels Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Midden-Delfland 2026”. 2.Deze Nadere regels Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Midden-Delfland 2026 treden in werking na publicatie. 3.Met vaststelling van deze nadere regels worden de Beleidsregels Maatschappelijke ondersteuning Midden-Delfland 2022 en het Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Midden-Delfland 2026 ingetrokken bij inwerkingtreding van de Nadere regels Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Midden-Delfland 2026. Aldus vastgesteld in de vergadering van 7 april 2026M.A.I. Born Gemeentesecretaris F.I. Noordermeer – van SlagerenburgemeesterBijlage1Lijst met afkortingen ADL Algemeen Dagelijkse Levensverrichtingen AVG Algemene Verordening Gegevensbescherming Awb Algemene wet bestuursrecht BRP Basisregistratie Personen GAK Centraal Administratie Kantoor CIZ Centraal Indicatiestelling Zorg Ov Openbaar Vervoer Pgb Persoonsgebonden budget PvE Programma van Eisen SVB Sociale Verzekeringsbank VNG Vereniging Nederlandse Gemeenten Wlz Wet langdurige zorg Wmo Wet maatschappelijke ondersteuning ZIN Zorg in Natura Zvw Zorgverzekeringswet ZRM Zelfredzaamheidmatrix ZZP Zorg Zwaarte Pakket Zzp-er zelfstandige zonder personeel Bijlage 2Schema proces toewijzing Wmo Ondersteuning Bijlage3Resultatenmatrix Resultaat-gebied Trede 1 Ernstige problematiek De situatie is onhoudbaar Trede 2 Niet zelfredzaam Situatie is slecht en niet toereikend Trede 3 Beperkt zelfredzaam Situatie is (nog) niet stabiel Trede4 Grotendeels zelfredzaam Situatie is (deels) stabiel Trede 5 Volledig zelfredzaam (m.u.v. Ondersteunin gen regie bij huishouden) Sociaal en persoonlijk functio-neren Cliënt is niet vaardig om met fysieke, emotionele en sociale levensuitdaginge nom te gaan, heeft weinig inzicht in zijn problematiek en accepteert niet of moeilijk ondersteuning. Er is geensprake van structuur in het dagelijks leven. Erkan sprake zijn van huiselijk geweld, (kinder)mishande ling of verwaarlozing. Cliënt is niet vaardig om met fysieke, emotionele en sociale levensuitdaging en om te gaan, heeft weinig inzicht in zijn problematiek maar accepteert wel ondersteuning. Cliënt kan niet zelfstandig structuur aanbrengen in het dagelijks leven. Er is dreiging van een onveilige situatie, zoals huiselijk geweld of verbaal geweld. Cliënt is niet vaardig om met fysieke, emotionele en sociale levensuitdaging en om te gaan, heeft weinig inzicht in zijn problematiek maar accepteert wel ondersteuning. Cliënt kan niet zelfstandig structuur aanbrengen in hetdagelijks leven. Er is dreiging van een onveilige situatie, zoals huiselijk geweld of verbaal geweld. Cliënt is niet vaardig om met fysieke, emotionele en sociale levensuitdagin gen om te gaan, heeft weinig inzicht in zijn problematiek maar accepteert wel ondersteuning. Cliënt kan niet zelfstandig structuur aanbrengen in het dagelijks leven. Er is dreiging van een onveilige situatie, zoals huiselijk geweld of verbaal geweld. Cliënt is niet vaardig om met fysieke, emotionele en sociale levensuitdagin gen om te gaan, heeft weinig inzicht in zijn problematiek maar accepteert wel ondersteuning. Cliënt kan niet zelfstandig structuur aanbrengen in het dagelijks leven. Er is dreiging van een onveilige situatie, zoals huiselijk geweld of verbaal geweld. Financiën Geen inkomsten (ook niet structureel van naasten), hoge en groeiende schulden. Onvoldoende inkomsten en/of ongepast uitgavepatroon. Groeiende schulden. Inkomen zou aan basisbehoeften tegemoet moeten komen, echter is er ondersteuning nodig bij een gepast uitgavepatroon. Evt. schulden zijn aanwezig maar stabiel of kunnen met ondersteuning snel stabiel worden. Inkomen komt aan basisbehoefte n tegemoet. Evt. Schulden zijn stabiel en deze verminderen. Inkomen ruim voldoende, goed financieel beheer, mogelijkheid om te sparen. Huisvesting Dakloos of in nachtopvang. Geen veilige, stabiele en/of toereikende huisvesting. Client woont op een plaatswaar hij niet gewenst is, zijn woning niet kan betalen of uithuiszetting dreigt. En/of de woonvaardighe den ontbreken. Veilige en stabiele huisvesting maar slechts beperkt toereikend, in onderhuur en/of geen autonome huisvesting. En of woonvaardighe den zijn (nog) niet voldoende ontwikkeld. Veilige en toereikende huisvestiging, huurcontract met bepalingen, gedeeltelijke autonome huisvesting. Veilige en toereikende huisvestiging, regulier (huur)contract en autonome huisvesting. Daginvulling Het vrijwel dagelijks bieden van een passende daginvulling. Het vrijwel dagelijks bieden van een passende daginvulling. Het vrijwel dagelijks bieden van een passende daginvulling. Hetwekelijks bieden van een passende daginvulling. In staat om zelfstandig te komen tot een deels zinvolle en passende daginvulling. Client heeft een passende daginvulling. Ondersteun ingen regie bij het huishouden Client heefteen passende daginvulling. Client heefteen passende daginvulling. Cliënt is in staat om regie te voeren over het huishouden. Voor het verrichten van de huishoudelijke taken en de wasverzorging en/of andere extra's is ondersteuning nodig. Betreft overname van het volledige huis en overnamewas en/of andere extra's. Cliënt is in staat om regie te voeren over het huishouden. Voor het verrichten van de huishoudelijke taken (zwaar en licht) is ondersteuning nodig. Hetbetreft overname van het volledige huis, met uitzondering van de was en/of andere extra's. Client is in staat om regie tevoeren over het huishouden. Voor het verrichten van zwaar huishoudelijk werk is hulp nodig. Betreft overname van de zwaar huishoudelijke taken waarbij cliënt (of netwerk) zelf de licht huishoudelijke taken (en was of andere extra's uitvoert. Gezondheid Er is sprake van gevaar voor eigen gezondheid en/of dat van anderen ten gevolge van lichamelijke, verstandelijke en/of mentale complexe problematiek (waaronder verslavingen). Er is sprake van ernstige belemmeringen in de zelfredzaamhei d ten gevolge van lichamelijke, verstandelijke en/of mentale complexe problematiek (waaronder verslaving). Cliënt komt zonder ondersteuning geen afspraken met professionals in de gezondheidszor gna. Cliënt ervaart belemmeringen in de zelfredzaam hei d ten gevolge van lichamelijke, verstandelijke en/of mentale complexe problematiek (waaronder verslaving). Er is een stimulans en begeleiding nodig bij (basale) zelfzorg (inclusief eten), ofbehandeling. Er is sprake van een belemmering in het lichamelijk, verstandelijk of mentale functioneren (waaronder verslavingen). Cliënt heeft enige ondersteuning nodig bij het voeren van regie in het licht van deze belemmeringe n. Cliënt is in staat om zich zelfstandig aan te passen en een eigen regie te voeren in het licht van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven. Bijlage4Keuzehulp Pgb voor informele zorgverleners Bijlage5Strandgoed Ter Heijde Aanmelding Potentiële cliënt en/of verwijzer neemt contact op met Strandgoed (via mail, telefoon, website) voor aanmelding. Bij de aanmelding vraagt de coördinator aan de potentiële cliënt of de cliënt nog andere Wmo voorzieningen heeft. Intake Er vindt een intake plaats door de coördinator van het Strandgoed op basis van een intakeformulier dat goedgekeurd is door de H4 gemeenten en DSW. Het ingevulde intakeformulier wordt binnen 24 uur na het gesprek naar de Klantmanager Wmo gestuurd. Indien er spoed is, neemt de coördinator contact op met de Klantmanager Wmo. Indien er vragen zijn, zal de Klantmanager Wmo (telefonisch) contact opnemen met de coördinator van het Strandgoed. Binnen 5 dagen na ontvangst van het intakeformulier zal de Klantmanager Wmo een beschikking afgeven op basis van de gegevens uit het intakeformulier. Het Strandgoed wordt hiervan gelijktijdig per mail geïnformeerd (mail wordt gestuurd naar: strandgoed@pietervanforeest.nl Bij spoed worden er nadere afspraken gemaakt. Verblijf De cliënt neemt zijn/haar intrek in het Strandgoed. Als blijkt dat de cliënt langer moet blijven, geeft de coördinator van het Strandgoed dit door aan de Klantmanager Wmo, waarbij de indicatie (wanneer nodig) wordt verlengd. Vervolg Indien nodig zal de Klantmanager Wmo, zo snel mogelijk, na thuiskomst van de cliënt een keukentafelgesprek inplannen. Declaratie Declaratie van het product 'Kortdurend verblijf' wordt door Strandgoed in IWmo gedaan. Bijlage610 punten Pgb-vaardigheid Bijlage7Meerkosten bij een bouwkundige woningaanpassing Bij het vaststellen van de hoogte van het financiële tegemoetkoming/persoonsgebonden budget in de kosten van een bouwkundige woningaanpassing wordt rekening gehouden met de volgende kostensoorten: De aanneemsom (waarin begrepen de loon- en materiaalkosten) voor het treffen van de voorziening; De risicoverrekening van loon- en materiaalkosten, met inachtneming van het bepaalde in de risicoregeling woning- en utiliteitsbouw 1991; In gevallen dat het noodzakelijk wordt is een architect in te schakelen: het architectenhonorarium tot ten hoogste tien procent van de aanneemsom, met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald in SR 1997 van de Bond van Nederlandse Architecten; De kosten van het toezicht op de uitvoering, indien dit noodzakelijk is, tot een maximum van twee procent van de aanneemsom; De leges voor zover deze betrekking hebben op het treffen van de voorziening; De verschuldigde en niet verrekenbare of terugvorderbare omzetbelasting; Renteverlies in verband met het verrichten van noodzakelijke betaling aan derden voordat de bijdrage is uitbetaald, voor zover dit verband houdt met de bouw dan wel het treffen van de voorziening; De kosten van het verwerven van extra bouwrijpe grond indien noodzakelijk als niet gebouwd kan worden binnen de oorspronkelijke kavel; De door burgemeester en wethouders schriftelijk goedgekeurde kostenverhogingen die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen zijn; De kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing; De kosten van heraansluiting op de openbare nutsvoorziening. Bijlage8HHM Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2025 1.Normen onderliggend aan toekenning De volgende normen zijn onderliggend bij de toekenning van huishoudelijke ondersteuning: Huishoudelijke ondersteuning wordt alleen toegekend voor noodzakelijke activiteiten. Er wordt in principe niet meer geïndiceerd dan nodig is om verantwoorde huishoudelijke ondersteuning te bieden in de essentiële woonfuncties van de aanvrager en de andere inwoners (partner/kinderen). Alleen de ruimtes die door de bewoner(
- s)in gebruik zijn worden schoongemaakt/gehouden. Hieronder verstaan we limitatief de volgende ruimtes: sanitaire ruimte(s), keuken, woonkamer, de door de bewoner(
- s)gebruikte slaapkamer(s), de hal/trap die leidt naar bovengenoemde ruimtes. Periodieke werkzaamheden (zoals het aan de binnenkant wassen van ramen) in andere ruimten dan hierboven omschreven, mogen bij uitzondering geïndiceerd worden. Hier wordt rekening gehouden met een lagere schoonmaakfrequentie. Van de cliënt wordt verwacht dat deze bijdraagt aan het efficiënt uitvoeren van de ondersteuningsactiviteiten. Activiteiten die de cliënt niet zelf (volledig) uit kan voeren, lukken misschien wel als activiteiten op een andere manier worden uitgevoerd. Het zogenaamde 'elimineren, volgorde veranderen, simplificeren, combineren van activiteiten'. 1.2lnrichtingvan de woning Een extreem bewerkelijke inrichting van de woning leidt in principe niet tot de toekenning van extra ondersteuning. Dit heeft bijvoorbeeld betrekking op extra veel beeldjes of fotolijstjes in de woonkamer of een groot aantal meubelstukken in de ruimte. Het gaat in dit geval om de extreme situaties waarin de inrichting een aanzienlijke extra ondersteuning vergt. De cliënt wordt geacht zelf bij te dragen aan het efficiënt kunnen uitvoeren van de ondersteuningsactiviteiten. De inrichting van de woning is namelijk een keuze waar de cliënt invloed op kan uitoefenen. 1.3Tuinonderhoud Tuinonderhoud wordt niet meegenomen bij het vaststellen van de ondersteuning die noodzakelijk is inzake huishoudelijke ondersteuning (CRvB 22-02-2017, ECLl:NL:CRVB:2017:885). Huishoudelijke ondersteuning beperkt zich tot de binnenzijde van de wooneenheid. 1.4Ramen wassen buitenkant Het aan de buitenkant wassen van ramen wordt niet meegenomen bij het vaststellen van de ondersteuning die noodzakelijk is inzake huishoudelijke ondersteuning (CRvB, 29-03-2017, ECLl:NL:CRVB:2017:1302). Voor het aan de buitenkant wassen van de ramen is een adequaat alternatief beschikbaar in de vorm van een glazenwasser. Gezien de lage frequentie van het ramenwassen aan de buitenkant, in combinatie met de beperkte kosten voor het inzetten van een glazenwasser, geeft de Centrale Raad van Beroep aan dat deze kosten ook door inwoners met een minimuminkomen gedragen kunnen worden. 1.5Huisdieren Heeft de cliënt huisdieren dan hanteert het college het volgende uitgangspunt. In het algemeen geldt dat het hebben van huisdieren niet leidt tot meer inzet van huishoudelijke ondersteuning. Het ligt ook niet voor de hand dat een cliënt dit van het college verwacht. Immers, het hebben van huisdieren brengt nu eenmaal (wat) meer vervuiling van de woning met zich mee. Als uitzondering kan gelden indien de cliënt is aangewezen op een blinde geleide hond of een zogeheten hulphond die is verstrekt op grond van de Zvw of aan de jeugdige op grond van de Jeugdwet. De Centrale Raad van Beroep heeft in 2019 nog bevestigd dat beleid dat inhoudt dat de aanwezigheid van gewone huisdieren (niet zijnde hulphonden) geen aanleiding is voor het toekennen van aanvullende uren huishoudelijke ondersteuning, de rechterlijke toetsing kan doorstaan (ECLl:NL:CRVB:2019:2585). 2.Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2025 2.1.Context normenkader In het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2025 wordt per onderdeel de frequentie en/of de benodigde tijd genoemd die/dat toegekend kan worden. Het gaat hierbij nadrukkelijk om een richtlijn, met als doel om uniformiteit na te streven. Iedere individuele situatie wordt separaat onderzocht en als die situatie erom vraagt dan wordt van onderstaande richtlijn afgeweken. Het college kan afwijken met zowel op- als neerwaartse bijstellingen. Dit kan alleen als gemotiveerd aangegeven wordt waarom de verhoging of verlaging noodzakelijk is. Voor alles geldt dat als maatwerk vraagt om hiervan af te wijken, dit voorgaat op de richtlijn. 2.2.Gemiddeld huishouden Het normenkader is van toepassing op een gemiddeld huishouden. Door uit te gaan van een gemiddelde situatie krijgen de normtijden een algemeen karakter en wordt voorkomen dat op alle mogelijk denkbare uitzonderingen apart beleid moet worden ontwikkeld. In het normenkader is naast de directe tijd ook indirecte tijd opgenomen. Dit is tijd die nodig is voor binnenkomen, afspraken maken, interactie met de cliënt en bijvoorbeeld het pakken en opruimen van schoonmaakmiddelen. Deze indirecte tijd is even noodzakelijk als de directe tijd om de beoogde resultaten te behalen. Onder een gemiddelde situatie wordt verstaan: een huishouden met 1 of 2 volwassenen zonder thuiswonende jeugdigen; wonend in een zelfstandige huisvestingssituatie, gelijkvloers of met een trap; er zijn geen huisdieren aanwezig die extra inzet van ondersteuning vragen;. de cliënt kan de woning dagelijks op orde houden (bijvoorbeeld aanrecht afnemen, algemeen opruimen) zodat deze gereed is voor de schoonmaak; de cliënt heeft geen mogelijkheden om zelf bij te dragen aan de activiteiten die moeten worden uitgevoerd; er is geen ondersteuning vanuit mantelzorgers, netwerk en vrijwilligers bij activiteiten die moeten worden uitgevoerd; er zijn geen beperkingen of belemmeringen aan de orde bij de cliënt die maken dat de woning extra vervuilt of dat de woning extra schoon moet zijn; de woning heeft geen uitzonderlijke inrichting en is niet extra bewerkelijk of extra omvangrijk. 2.3.Niet-gemiddeld huishouden Een aantal factoren kan maken dat een situatie niet gemiddeld is, maar dat een andere inzet nodig is door een andere frequentie van activiteiten of een andere tijdbesteding. Het gaat dan om de onderstaande factoren. Kenmerken cliënt Mogelijkheden cliënt zelf. Hier wordt gekeken naar de fysieke en de psychische mogelijkheden van de cliënt om bij te dragen aan de uit te voeren activiteiten. Wanneer deze zeer beperkt zijn, kan meer inzet nodig zijn dan in de norm is opgenomen. Dit hangt af van het kunnen bewegen, lopen, bukken en omhoog reiken, het vol kunnen houden van activiteiten, het kunnen overzien wat moet gebeuren en daadwerkelijk tot actie kunnen komen. Ook speelt hier de trainbaarheid en leerbaarheid van de cliënt mee. Beperkingen en belemmeringen van de cliënt. Hier wordt gekeken naar de beperkingen en belemmeringen van de cliënt die gevolgen hebben voor de benodigde inzet. Naarmate een cliënt meer beperkingen en belemmering heeft, kan meer inzet nodig zijn dan in de norm is opgenomen. Leidend is de hoeveelheid extra ondersteuning die nodig is; niet de problematiek als zodanig. Voorbeelden zijn Huntington, ALS, Parkinson, dementie, visuele beperking, revalidatie, bedlegerig, psychische aandoeningen, verslaving/alcoholisme e.d. Dit kan op twee manieren uitwerken: Het kan nodig zijn extra vaak schoon te maken of te wassen, doordat meer vervuiling optreedt. Bijvoorbeeld als gevolg van rolstoelgebruik, ernstige incontinentie, overmatig zweten, (ernstige) tremoren, besmet wasgoed (bijvoorbeeld bij chemokuur of Norovirus). Het kan nodig zijn de woning extra goed schoon te maken ter voorkoming van problemen bij de cliënt voortkomend uit bijvoorbeeld allergie, astma, longemfyseem, COPD. Ondersteuning vanuit mantelzorgers, netwerk en vrijwilligers. Hier wordt gekeken naar of er ondersteuning wordt geboden vanuit mantelzorgers, het netwerk van de cliënt en eventuele vrijwilligers. Afhankelijk van de hoeveelheid ondersteuning die wordt geboden kan minder professionele inzet vanuit de gemeente noodzakelijk zijn omdat een deel activiteiten door niet-professionals wordt gedaan. Kenmerken huishouden Samenstelling van het huishouden. Hier wordt gekeken naar het aantal personen en leeftijd van leden in het huishouden. Als sprake is van een huishouden van twee personen, is niet per se extra inzet nodig. Dit is bijvoorbeeld wel het geval als zij gescheiden slapen, waardoor een extra slaapkamer in gebruik is. Het kan ook betekenen dat er minder ondersteuning nodig is, omdat de partner een deel van de activiteiten uitvoert (gebruikelijke hulp). De aanwezigheid van een kind of kinderen kan leiden tot extra noodzaak van inzet van ondersteuning. Dit is mede afhankelijk van de leeftijd en leefstijl van de betreffende kinderen en van de bijdrage die het kind levert in de huishouding (leeftijdsafhankelijk). Als er kinderen zijn, zijn er vaak ook meer ruimtes in gebruik. Een kind kan eventueel ook een bijdrage leveren in de vorm van mantelzorg en daarmee de benodigde extra inzet beperken of opheffen. Bij een kind kan ook sprake zijn van bijzonderheden (ziekte of beperking) die maken dat extra inzet van ondersteuning nodig is. Huisdieren Door de aanwezigheid van een blinde geleide hond of een zogeheten hulphond die is verstrekt op grond van de Zvw of aan de jeugdige op grond van de Jeugdwet, kan door meer vervuiling extra inzet nodig zijn dan in de norm is opgenomen. In voorkomende gevallen wordt 15 minuten extra inzet per week toegekend. Kenmerken woning Inrichting van de woning. Er kan extra inzet nodig zijn doordat er bijvoorbeeld extra veel beeldjes of fotolijstjes in de woonkamer staan of een groot aantal meubelstukken in de ruimte. Het gaat in dit geval om de extreme situaties, waarbij de inrichting een aanzienlijke extra ondersteuning vergt. Zie hiervoor ook 11.2.5. 'Inrichting woning' over wat hierin van een cliënt verwacht wordt. Bewerkelijkheid van de woning. Er kan extra inzet nodig zijn door bouwkundige en externe factoren, bijvoorbeeld de ouderdom van het huis, de staat van onderhoud, de aard van de wand-of vloerafwerking, de aard van de deuren, schuine wanden, hoogte van de plafonds, tocht en stof, eventuele gangetjes en hoekjes. Omvang van de woning. Een grote woning kan, maar hoeft niet per se meer inzet te vragen. Een extra grote oppervlakte van de in gebruik zijnde ruimtes kan meer tijd vergen om bijvoorbeeld stof te zuigen, maar kan het stofzuigen ook makkelijker maken omdat je makkelijk overal omheen kunt werken. Een extra slaapkamer die daadwerkelijk in gebruik is als slaapkamer vergt wel extra tijd. 2.4.Normenkader huishoudelijke ondersteuning 2.4.1.Schoonmaakactiviteiten Activiteiten benodigd voor een schoon en leefbaar huis 2.4.2.Frequentie basisactiviteiten benodigd voor een schoon en leefbaar huis 2.4.3.Frequentie incidentele activiteiten benodigd voor een schoon en leefbaar huis 2.4.4.Aanvullende activiteiten 2.4.4.1.Wasverzorging Iedere burger dient te beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding evenals schoon en gedroogd textiel (handdoeken en beddengoed). Ondersteuning bestaat uit wassen en strijken. Naast de algemene voorziening Was- en Strijkservice zijn strijkvrije kleding en een wasmachine/droger algemeen gebruikelijk/voorliggend. Mocht in uitzonderlijke situaties toch een maatwerkvoorziening nodig zijn dan betreft het strijken van kleding alleen de bovenkleding en alleen het aantal stuks dat redelijkerwijs verwacht mag worden en maatschappelijk aanvaardbaar is.. Bij de beoordeling van de noodzaak voor wasverzorging, wordt beoordeeld of er een algemene was- en strijkservice beschikbaar is, of de kosten van de was- en strijkservice door de klant financieel gedragen kunnen worden en of de voorziening voor de klant adequate compensatie biedt. Wordt wasverzorging geïndiceerd dan wordt verkend welk aandeel mantelzorgers en cliënt verwacht mag worden in de was- en droogcyclus (dit in verband met de praktische haalbaarheid voor wat betreft de aanwezigheid van de hulp in relatie tot de draaitijd van machines). Het hebben van strijkvrije kleding is algemeen gebruikelijk/voorliggend. Mocht in uitzonderlijke situaties toch een maatwerkvoorziening nodig zijn, dan betreft het strijken van kleding alleen bovenkleding en alleen het aantal stuks dat redelijkerwijs verwacht mag worden en maatschappelijk aanvaardbaar is. Meerfactoren: Aantal kinderen jonger dan 16 jaar: + 30 min. per kind per week. Bedlegerige patiënten:+ 30 min. per week. Extra bewassing i.v.m. overmatige transpiratie, incontinentie, speekselverlies etc.:+ 30 min. per week. Activiteiten en frequentie Activiteit Frequenties* Wasverzorging Wasgoed sorteren 1 x per week Behandelen van vlekken 5 x per 2 weken (indien nodig) Was in de wasmachine stoppen (incl. wasmachine aanzetten) 5 x per 2 weken Wasmachine leeghalen 5 x per 2 weken Sorteren naar droger of waslijn 5 x per 2 weken Was in de droger stoppen 5 x per 2 weken Droger leeghalen 5 x per 2 weken Was ophangen 5 x per 2 weken Was afhalen 5 x per 2 weken Was opvouwen 5 x per 2 weken Was strijken 1 x per week Was opbergen/opruimen 5 x per 2 weken * In een tweepersoonshuishouden wordt uitgegaan van een frequentie van Sx per 2 weken voor de was, in een eenpersoonshuishouden is dat 2x per week. 2.4.4.2.Boodschappen In beginsel wordt deze activiteit niet geïndiceerd, omdat hiervoor gebruik kan worden gemaakt van een boodschappendienst. Aan een boodschappendienst kunnen kosten verbonden zijn. Er wordt geen rekening gehouden met eigen voorkeuren van de cliënt (bv. voor speciaal voedsel dat beperkt verkrijgbaar is zodat extra gereisd moet worden). Er wordt alleen rekening gehouden met extra inspanningen die geleverd moeten worden vanwege aantoonbare medische redenen. Voor alle geïndiceerde zorg geldt dat algemeen (gebruikelijke) voorzieningen voor de hand liggen. We noemen het hier echter nadrukkelijker omdat de ervaring leert dat het in huis halen van boodschappen vaak voldoende gecompenseerd wordt middels algemeen gebruikelijke voorzieningen. Factoren meer hulp: Indien het cliëntsysteem bestaat uit meer dan 4 personen of er zijn kinderen aanwezig van jonger dan 12 jaar, dan kan er 2x per week boodschappen geïndiceerd worden. Indien de afstand tot de winkels groot is, kan er 30 minuten per week extra geïndiceerd worden. Activiteiten en frequentie Onderdeel Activiteit Frequentie Tijdsbesteding (min/dag) Boodschappen Het opstellen van boodschappenlijst 1 x per week 6,5 min Boodschappen doen 1 x per week 39,4 min Het opruimen van boodschappen 1 x per week 4,9 min Totaal 50,9 min 2.4.4.3.Maaltijden Het gaat om het klaarzetten van de broodmaaltijd(
- en)en het opwarmen van de warme maaltijd. Bij hoge uitzondering kan sprake zijn van het bereiden van de warme maaltijd. Het aansporen tot het nuttigen van een maaltijd valt niet onder de huishoudelijke ondersteuning, maar respectievelijk onder begeleiding (Wmo) en persoonlijke verzorging (Zorgverzekeringswet). Komt de algemeen gebruikelijke voorziening niet tegemoet aan de eisen die aan de maaltijd worden gesteld (bv. bij een dieet dat voorgeschreven is door een arts) dan kan de warme maaltijd wel geïndiceerd worden. Als er jonge kinderen woonachtig zijn in het huishouden, kan het bereiden van de warme maaltijd geïndiceerd worden. Uit jurisprudentie (Rechtbank 's Hertogenbosch 25-10-2012, nr. AWB 12/1795) blijkt dat twee broodmaaltijden en één warme maaltijd per dag adequaat kan worden geacht. Activiteiten en frequentie Onderdeel Activiteit Frequentie Tijdsbesteding (min/dag) Maaltijden Broodmaaltijden: tafel dekken, eten en drinken klaarzetten (1 maaltijd op tafel, 1 maaltijd in de koelkast), afruimen, afwassen of vaatwasser inruimen/uitruimen. 1 x per dag 20 min Opwarmen maaltijd: maaltijd opwarmen, tafel dekken, eten en drinken klaarzetten, afruimen, afwassen of vaatwasser inruimen/uitruimen. 1 x per dag 20 min 2.4.4.4.Verzorging kinderen De verzorging van gezonde kinderen die tot het gezin behoren vallen onder de verantwoordelijkheid van de ouders zelf. Zijn ouders hier niet volledig toe in staat en kunnen zij niet terugvallen op hun sociale omgeving of algemeen gebruikelijke voorzieningen, dan kan de gemeente tijdelijke (maximaal 3 maanden) ondersteuning (niet: volledige overname) bieden totdat een andere oplossing gevonden is. Het gaat om dagelijkse, gebruikelijke hulp voor gezonde kinderen in geval van ontwrichting of calamiteiten. Het betreft activiteiten als wassen en aankleden, hulp bij eten en/of drinken, een maaltijd voorbereiden en toezicht houden. Ook problemen op het gebied van mobiliteit, zoals het begeleiden van kinderen naar school vallen eronder. Hierbij wordt altijd uitgegaan van het waar mogelijk combineren van activiteiten. Dit betekent dat als een activiteit plaatsvindt voor meerdere personen en dit te combineren valt (bv. maaltijd bereiden, kinderen naar bed of school brengen), het aantal minuten eenmaal telt en niet per persoon. Het gaat hier om verzorging van gezonde kinderen, waarbij de ouder door beperkingen de verzorging/opvang niet uit kan voeren. Onder 'verzorging van de kinderen' valt ook: sfeer scheppen, spelen en opvoedingsactiviteiten. Factoren voor meer hulp kunnen hier nog bovenop komen. Deze ondersteuning wordt, gedurende maximaal 3 maanden, ingezet om de ouder(s)/verzorger(
- s)de gelegenheid te bieden om eigen oplossingen te vinden buiten de Wmo. Waar mogelijk worden activiteiten gecombineerd. Dit betekent dat als een activiteit plaatsvindt voor meerdere personen en dit te combineren valt (bv. kinderen in bad doen of naar bed of school brengen), dan wordt het aantal minuten eenmaal geïndiceerd en niet per persoon. Opvang wordt alleen bij uitzondering geïndiceerd. Specifiek voorliggende voorzieningen zijn: zorgverlof, crèche, kinderopvang, BSO, tussenschoolse opvang, gastouder, etc. Het is mogelijk om taken te combineren. Als kinderen op hetzelfde tijdstip naar bed gaan, telt dat voor 1 keer en niet per kind. De frequentie is gerelateerd aan de leeftijd en ontwikkelingsfase van het kind. Factoren meer hulp: Aantal kinderen; Leeftijd kinderen; Gezondheidssituatie/functioneren kinderen/huisgenoten; Aanwezigheid gedragsproblematiek. Activiteiten en frequentie Onderdeel Activiteit Frequentie Tijdsbesteding (min/dag) Verzorging kinderen Naar bed brengen 1 x per dag 10 min Deze ondersteuning wordt, gedurende maximaal 3 maanden, ingezet om de ouder(s)/verzorger(
- s)de gelegenheid te bieden om eigen oplossingen te vinden buiten de Wmo. Uit bed halen 1 x per dag 10 min Wassen en kleden 1 x per dag 30 min Eten en/of drinken geven 1 x per dag 20 min Babyvoeding (flesje/potje) 1 x per dag 10 min Naar school/crèche brengen/halen 1 x per dag 10 min 2.4.4.5.Dagelijkse organisatie huishouden (regievoering) Dit gaat om de uitvoering van huishoudelijke werkzaamheden waarbij de inwoner niet (of onvoldoende) zelf de regie voert en er geen sociaal netwerk aanwezig is dat op adequate wijze regie kan voeren. Met adequaat wordt hier bedoeld dat de huishoudelijke ondersteuning voldoende aangestuurd wordt om de noodzakelijke werkzaamheden te verrichten. De inwoner is niet in staat om aan te geven wat er moet gebeuren door bijvoorbeeld psychische klachten, psychiatrische aandoening (waaronder psycho-geriatrisch, dementie) en/of psychosociale problematiek en/of een visuele handicap of een verstandelijke beperking. Er kan dan dagelijkse organisatie van het huishouden ingezet worden. Hierbij gaat het om de organisatie van huishoudelijke activiteiten (bepalen wat wanneer moet gebeuren) en het plannen en beheren van middelen (zorgen dat schoonmaakmiddelen op voorraad zijn). Het gaat hierbij om maximaal één keer per week. Voor de administratieve werkzaamheden wordt alleen een indicatie afgegeven als dit in combinatie is met andere huishoudelijke activiteiten. Meerfactoren: Communicatieproblemen; Aantal huisgenoten, vooral kinderen jonger dan 16 jaar; (Psychosociale) problematiek bij meerdere gezinsleden. Activiteiten en frequentie Onderdeel Activiteit Frequentie en Tijdsbesteding (min/week) Dagelijkse organisatie huishouden Administratieve werkzaamheden Deze activiteiten worden uitgevoerd in maximaal 30 minuten per week. Organisatie huishoudelijke activiteiten Plannen en beheren van middelen t.b.v. het huishouden. 2.4.4.6.Advies, instructie en voorlichting, gericht op het huishouden Het gaat om het aanleren van activiteiten in relatie tot het huishouden. Er valt onderscheid te maken tussen tijdelijk aanleren en structureel adviseren: Jjjdelijk aanleren van activiteiten: Dit betreft cliënten die leerbaar zijn, bijvoorbeeld mensen met een (recente) lichamelijke beperking of mensen die de activiteiten nooit hebben aangeleerd maar deze moeten gaan uitvoeren door het wegvallen van een partner of gezinslid. Structureel adviseren en instrueren: Dit betreft cliënten die beperkter leerbaar zijn, bijvoorbeeld vanwege psychiatrisch of cognitieve problemen als dementie, niet-aangeboren hersenletsel (NAH) of een licht verstandelijke beperking (LVB). Dit ligt op het snijvlak van HH en individuele begeleiding. Het gaat hier om advies, instructie en voorlichting die gericht is op het huishouden, bij ontregelde huishouding in verband met bijvoorbeeld psychische stoornissen. Deze activiteit wordt alleen ingezet als iemand leerbaar wordt geacht. Wees kritisch of het om huishoudelijke ondersteuning gaat of om begeleiding. Activiteiten en frequentie Onderdeel Activiteit Frequentie en Tijdsbesteding (min/dag) Advies, Instructie en Voorlichting Aanleren van activiteiten en samen uitvoeren van de activiteiten gericht op een schoon en leefbaar huis en de wasverzorging. Een maatwerkvoorziening voor advies, instructie en voorlichting kan afgegeven worden voor een periode van maximaal 6 weken met een maximale tijdsbesteding van 90 minuten per week Aanleren van activiteiten en samen uitvoeren van activiteiten gericht op boodschappen en maaltijden. 2.4.5.Huishoudelijke ondersteuning wordt beëindigd/gewijzigd indien De samenstelling van het huishouden wijzigt; De cliënt verhuist; De cliënt is overleden. Als er op het moment van overlijden een partner inwoont, dan wordt de huishoudelijke ondersteuning na 1 maand beëindigd. Indien deze partner de huishouding niet kan verzorgen, moet er binnen de 4 weken een nieuwe aanvraag worden gedaan; De cliënt wordt opgenomen in het ziekenhuis. Er wordt dan geen hulp geleverd omdat de cliënt dan niet in de woning verblijft. Als er op het moment van de indicatiestelling een partner inwoont die de huishouding niet kan verzorgen moet er een nieuwe aanvraag worden gedaan (als de duur van de opname langer duurt dan 4 weken); De cliënt of echtgenoot een Wlz-indicatie krijgt. Aanvullend kan voor de partner nog een Wmo indicatie worden afgegeven voor huishoudelijke ondersteuning; Door een beleidswijziging. 2.4.6.Mantelzorg Ook bij mantelzorgers kan er sprake zijn van problemen met een schoon en leefbaar huis. Dit kan voorkomen als de mantelzorger aantoonbaar niet toe komt aan een bijdrage tot een schoon en leefbaar huis van de verzorgde. Dat zou kunnen als gevolg van (dreigende) overbelasting. Om overbelasting van de mantelzorger te voorkomen bestaat er de mogelijkheid om tijdelijk (maximaal 3 maanden) huishoudelijke ondersteuning in te zetten met als voorwaarde dat de mantelzorger in deze periode op zoek gaat naar een oplossing.