Beleidsregels opvang ontheemden Oekraïne gemeente Groningen 2026HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS EN DE BURGEMEESTER VAN GRONINGEN, IEDER VOOR ZOVER HET ZIJN BEVOEGDHEID BETREFT; gelet op de Regeling opvang ontheemden Oekraïne, artikel 4, tweede lid van de Wet verplaatsing bevolking en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht; BESLUITEN: vast te stellen de “Beleidsregels opvang ontheemden Oekraïne gemeente Groningen 2026”. Artikel1Begripsomschrijvingen 1.Voor de toepassing van deze beleidsregels wordt verstaan onder: debiteur: ontheemde van wie wordt terug- en ingevorderd; college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen; gezin: alle gezinsleden als bedoeld in artikel 1 aanhef en onderdeel f van de Regeling; inlichtingenplicht: verplichtingen als bedoeld in artikel 2a van de Regeling; maandelijkse financiële toelage: financiële toelage als bedoeld in artikel 6, eerste lid, aanhef en onderdeel b en artikel 12, eerste lid van de Regeling; Regeling: Regeling opvang ontheemden Oekraïne; vermogen: bezittingen minus reële schulden, waarbij algemeen gebruikelijke gebruiksgoederen, de waarde van onroerend goed in Oekraïne en de terugvordering op grond van deze beleidsregels buiten beschouwing blijven; vordering: terugvordering van de maandelijkse financiële toelage. 2.Voor zover niet anders is bepaald, worden begrippen in deze beleidsregels gebruikt in dezelfde betekenis als in de Regeling en de Algemene wet bestuursrecht. Artikel2Maandelijkse financiële toelage 1.Het college verstrekt aan de ontheemde een maandelijkse financiële toelage ten behoeve van voedsel, kleding en andere persoonlijke uitgaven, en een wooncomponent als de ontheemde in een particuliere woonvoorziening verblijft. 2.Inkomsten uit arbeid in Nederland of een ander land of een loondervingsuitkering of een toeslag op grond van de Toeslagenwet die de ontheemde of een meerderjarig gezinslid ontvangt, worden verrekend met de maandelijkse financiële toelage als bedoeld in het eerste lid, van het gehele gezin. 3.Onder loondervingsuitkering als bedoeld in het tweede lid wordt op grond van artikel 1, aanhef en onderdeel i van de Regeling verstaan: een uitkering krachtens de verplichte verzekering op grond van de Werkloosheidswet; de Ziektewet; de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen; de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering; de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen; een uitkering of inkomensvoorziening op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten; een uitkering of inkomensvoorziening op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1 van de Wet arbeid en zorg aan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid van die wet; de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen; de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen. Artikel3Intrekken verstrekkingen 1.Het college trekt de verstrekkingen bedoeld in artikel 6, eerste lid van de Regeling in, indien: de opvang van de ontheemde beëindigd wordt omdat opvang (of onderdak) elders is voorzien; de ontheemde de gemeentelijke opvangvoorziening definitief verlaat of langer dan 28 dagen per kalenderjaar niet in de opvangvoorziening is verschenen zonder het college hiervan op de hoogte te stellen; de ontheemde ernstig inbreuk maakt op de verplichtingen, genoemd in artikel 6, derde lid van de Regeling; de ontheemde een ernstige vorm van geweld pleegt jegens medebewoners die in dezelfde opvangvoorziening verblijven, aan personen die werkzaam zijn in de voorziening, of aan anderen. 2.Het college trekt de verstrekkingen bedoeld in artikel 12, eerste lid van de Regeling in, indien: de particuliere opvang van de ontheemde beëindigd wordt omdat opvang (of onderdak) elders is voorzien; de ontheemde de particuliere opvang definitief verlaat of langer dan 28 dagen per kalenderjaar niet in de particuliere opvang is verschenen. Artikel4Terugvordering Het college maakt volledig gebruik van de bevoegdheid tot terugvordering genoemd in artikel 7, zesde lid en artikel 13, derde lid van de Regeling. Artikel5Aflossing en betalingsregeling 1.Uitgangspunt is dat een vordering binnen 6 weken wordt afgelost. 2.Indien de debiteur niet binnen 6 weken kan terugbetalen wordt uitstel van betaling verleend en wordt: een betalingsregeling afgesproken waarbij de vordering binnen 3 jaar volledig wordt afgelost; of een betalingsregeling afgesproken waarbij met betrekking tot het inkomen rekening wordt gehouden met de beslagvrije voet. 3.Vermogen van de debiteur en zijn gezin moet gebruikt worden voor de aflossing van de vordering, waarbij geldt dat: voor een alleenstaande debiteur € 2.000,00 wordt vrijgelaten; en voor een debiteur met gezin € 3.000,00 wordt vrijgelaten. 4.Voordat het college uitstel van betaling verleent, moet de debiteur gegevens verstrekken waaruit blijkt: wat de hoogte van het inkomen is; en dat het aanwezige vermogen van de debiteur en zijn gezin ontoereikend is om de vordering geheel of gedeeltelijk te voldoen. Artikel6Dwanginvordering Indien de debiteur niet voldoet aan de aflossingsverplichting als bedoeld in artikel 5 wordt overgegaan tot dwanginvordering. Artikel7Kwijtschelding 1.Indien de vordering niet het gevolg is van schending van de inlichtingenplicht, wordt het restant van de vordering kwijtgescholden als de debiteur: gedurende 36 maanden volledig aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan; of gedurende 36 maanden niet of niet volledig aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan en het ook niet aannemelijk is dat hij op enig moment aan zijn betalingsverplichting zal voldoen. 2.Indien de vordering het gevolg is van schending van de inlichtingenplicht, wordt het restant van de vordering kwijtgescholden als de debiteur: gedurende 120 maanden volledig aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan; of gedurende 120 maanden niet of niet volledig aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan en het ook niet aannemelijk is dat hij op enig moment aan zijn betalingsverplichting zal voldoen. 3.Bij toepassing van het bepaalde in het eerste en tweede lid worden perioden van verblijf in detentie of buitenland, waarin niet aan de betalingsverplichting is voldaan, niet meegeteld bij het bepalen van respectievelijk de 36- en 120-maandentermijn. 4.Het restant van een vordering wordt niet kwijtgescholden als de debiteur en zijn gezin over vermogen beschikt of op redelijke termijn over vermogen kan beschikken, waarbij geldt dat: voor een alleenstaande debiteur € 2.000,00 wordt vrijgelaten; en voor een debiteur met gezin € 3.000,00 wordt vrijgelaten. 5.De debiteur moet aantonen dat hij onvoldoende vermogen heeft om de restantvordering geheel of gedeeltelijk af te lossen. Daartoe verstrekt hij het college alle benodigde inlichtingen. Zonder deze informatie wordt geen kwijtschelding verleend Artikel8Vrijwilligersvergoeding De vergoeding die een ontheemde ontvangt die op vrijwillige basis werkzaamheden verricht in en rondom de gemeentelijke opvangvoorziening als bedoeld in artikel 11a, eerste lid van de Regeling, bedraagt € 14,00 per week. Artikel9Overgangsbepaling Besluiten die vóór de inwerkingtreding van deze beleidsregels zijn genomen op grond van de Beleidsregels opvang ontheemden Oekraïne gemeente Groningen, blijven van kracht voor zover toepassing van deze beleidsregels voor de belanghebbende ongunstiger zou uitpakken. Artikel10Intrekking en inwerkingtreding 1.De “Beleidsregels opvang ontheemden Oekraïne gemeente Groningen” worden ingetrokken. 2.Deze beleidsregels treden in werking op de dag na die van bekendmaking en werken terug tot en met 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.