← Nederland

Programma voor Gemeente Tholen (Tholen)

/akn/nl/act/gemeente/2026/CVDR761763 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm0716/2020/strategische_visie_toerisme_en_recreatie48 /join/id/stop/work_019 2026-05-13 2026-05-13 /akn/nl/act/gemeente/2026/CVDR761763/nld@2026-05-13 /join/id/proces/gm0716/2025/Strategischevisietoerismeenrecreatie49/ 2026-05-13 2026-05-13 /akn/nl/act/gm0716/2020/strategische_visie_toerisme_en_recreatie48/nld@2026-05-12;3d109676ce864f14a6d0e33faa8226cc /akn/nl/act/gm0716/2020/strategische_visie_toerisme_en_recreatie48 /akn/nl/act/gm0716/2020/strategische_visie_toerisme_en_recreatie48/nld@2026-05-12;3d109676ce864f14a6d0e33faa8226cc /join/id/stop/work_019 3d109676ce864f14a6d0e33faa8226cc Programma voor Gemeente Tholen Programma Strategische visie toerisme en recreatie Tholen, bewuste bestemming, natuurlijk in balans Strategische visie toerisme en recreatie Gemeente Tholen Omgevingsprogramma toerisme en recreatie Colofon Status: Definitief Datum: 6 mei 2025 Fotografie: Stichting Tholen Beter Bekend Visuals: Steven Bouwens – Visueel Vergaderen Tekst: Bij Reinder Opmaak: Bij Reinder Opdrachtgever: Gemeente Tholen Postbus 51 4690 AB Tholen T: 14 0166 E: gemeente@tholen.nl I: http://tholen.nl Opdrachtnemer: Bij Reinder Zandweg 10 4389 TK Ritthem T: 06 428 244 39 E: info@bijreinder.nl I: http://bijreinder.nl Voorwoord Voor u ligt de strategische visie toerisme en recreatie; ‘Tholen, bewuste bestemming, natuurlijk in balans’. De afgelopen jaren is het toerisme op Tholen sterk toegenomen. Veel nieuwe bezoekers hebben Tholen ontdekt en zijn vaak aangenaam verrast door hetgeen Tholen allemaal te bieden heeft. Zoals in ons huidige beleidsprogramma ‘samen leven, ruimte geven’ is benoemd, zijn toerisme en recreatie dan ook niet meer weg te denken uit Tholen. We zijn trots op het feit dat steeds meer toeristen Tholen weten te vinden voor een meerdaags verblijf of dagje uit. Toch zetten we de komende jaren niet meer zozeer in op groei, maar op toename in kwaliteit. Tholen zet in op het bieden van een bestemming waar bezoekers bewust voor kiezen vanwege het kunnen genieten van de rust en ruimte in een aantrekkelijk landschap en een kwalitatief goed aanbod op gebied van cultuur, erfgoed en natuur. Het gemeentebestuur wil daarbij vooral inzetten op kleinschaligheid en kwaliteit en bestaande recreatieve voorzieningen verdienen daarbij een kwaliteitsimpuls. Als gemeente vervullen we hierbij de rol van gebiedsregisseur en aanjager. Dat doen we met kennis, menskracht en financiën. Waar nodig brengen we partijen samen. Immers, alleen samen met een groot aantal partners kunnen we toerisme en recreatie kwalitatief ontwikkelen. Toerisme moet meerwaarde creëren voor landschap, cultuur en lokale economie, maar met name ook voor onze eigen inwoners. Want juist de eigen inwoners vormen de grootste gebruikersgroep van onze recreatieve voorzieningen. Het is belangrijk dat onze inwoners de meerwaarde van toerisme en recreatie kunnen ervaren. Dit uit zich in een hoog voorzieningenniveau, een aantrekkelijke openbare ruimte en een beleefbaar en goed onderhouden landschap. Op deze manier willen we het draagvlak voor toerisme in onze gemeente behouden en hopen we dat onze inwoners trots zijn op wat Tholen te bieden heeft en dit ook uitdragen als ware ambassadeurs! Ik wens u veel plezier en inspiratie toe bij het lezen van deze visie! Wethouder Hilde Moerland, portefeuillehouder toerisme & recreatie Namens het college van de gemeente Tholen Inhoudsopgave Samenvatting Inleiding Opgaven Strategische visie voor toerisme en recreatie Verblijfstoerisme Dagrecreatie Natuur en landschap Erfgoed en cultuur Marketing en informatie Uitvoeringsprogramma Bijlage: Analyse Evaluatie bestaand beleid Beleidskader Trendanalyse Toerisme en recreatie op Tholen in beeld Samenvatting a. 8 Opgaven 1. Toerisme en recreatie dragen bij aan gezondheid en leefbaarheid; 2. Ruimtelijke kwaliteit beschermen en verbeteren; 3. Toerisme en recreatie dragen bij aan welvaart en welzijn; 4. Erfgoed, cultuur en natuur verbinden met toerisme en recreatie; 5. Bijdragen aan een toekomstbestendige en aantrekkelijke vrijetijdssector; 6. Gasten als inwoners beleven de gemeente Tholen optimaal; 7. Het draagvlak voor toerisme behouden en versterken; 8. Kaders geven voor groei in aanbod en aantal overnachtingen b. Strategische visie met 3 pijlers 1. Strategische ligging in combinatie met gebiedskwaliteiten en lokaal DNA benutten; 2. Toerisme creëert meerwaarde; 3. Kwaliteitsgericht ontwikkelen in balans met natuur en omgeving. c. Verblijfstoerisme 1. Verbeteren bedbezetting; 2. Verkleinen afhankelijkheid vaste gasten; 3. Kwaliteitsverbetering bestaand aanbod; 4. Camperplaatsen op bijzondere locaties; 5. Stimuleren uitbreiding kleinschalig aanbod; 6. Overnachtingsmogelijkheden bij particulieren; 7. Verbod op (permanente) bewoning op recreatieparken. d. Dagrecreatie 1. Basis op orde; 2. Robuust pontjesnetwerk; 3. Dagrecreatieve voorziening voor jong en oud; 4. Strandjes van hoog niveau; 5. Woonboulevard verbinden met Tholen. e. Natuur en landschap 1. Versterken en benutten van Oosterschelde; 2. Buitendijkse fiets- en wandelmogelijkheden behouden; 3. Versterken landschapsbeleving; 4. Versterken binnendijkse fiets- en wandelmogelijkheden; 5. Meer voorzieningen in het landschap; 6. Dorpsbosjes en randzones benutten voor wandelen, bewegen, spelen en ontmoeten. f. Erfgoed en cultuur 1. Iedere dorp of stad een eigen verhaal; 2. Versterken van de vesting; 3. Reymerswael: van verdronken stad tot bezoekerscentrum; 4. Kunst en cultuur als instrument voor seizoensverbreding. g. Marketing en informatievoorziening 1. Continueren en consolideren samenwerking STBB; 2. Marketing gericht op kort verblijf en seizoensspreiding; 3. Benutten strategische ligging; 4. Versterken ambassadeurschap en gastheerschapsnetwerk; 5. Verrassende eilanddressing; 6. Herkenbare Thoolse communicatie; 7. Persoonlijke toeristische informatievoorziening. Inleiding Algemeen De eilanden Tholen en Sint Philipsland vormen een groenblauwe oase omgeven door de Oosterschelde, centraal gelegen tussen de metropoolregio Rotterdam Den Haag, de Brabantse stedenrij en de stedelijke regio Antwerpen. De afgelopen jaren is het toerisme in de gemeente Tholen stevig gegroeid. Daarmee neemt de gemeente Tholen, na de Zeeuwse gemeenten aan de Noordzeekust, kijkend naar het aantal overnachtingen op jaarbasis, de eerste plaats in als toeristische bestemming in Zeeland. De afgelopen jaren heeft de gemeente Tholen aan de hand van het toeristisch recreatief beleidsplan ‘van basis naar beleving’ geïnvesteerd in een aantrekkelijke omgeving en een hoog voorzieningenniveau voor inwoners, recreanten en toeristen. Op dit stevige fundament wil het gemeentebestuur de komende jaren voortbouwen. De gastvrijheidssector is een relevante sector op Tholen welke niet alleen van economische betekenis is, maar ook mede kleur en identiteit geeft aan Tholen en Sint Philipsland. Toerisme en recreatie levert een positieve bijdrage aan de leefbaarheid in de gemeente. Met deze integrale strategische visie op toerisme en recreatie laat de gemeente Tholen zien op welke wijze zij toerisme en recreatie, in verbinding met de thema’s erfgoed, cultuur en natuur, de komende jaren wil door ontwikkelen. De inwoners van de gemeente Tholen staan hierbij voorop. Een aantrekkelijk woon- en leefklimaat is de belangrijkste prioriteit hetgeen zich ook vertaalt in een aantrekkelijk recreatie- en bezoekklimaat. Inzet van het beleid is dat iedere inwoner van de gemeente Tholen de meerwaarde van toerisme en recreatie in de gemeente Tholen ervaart. De manier waarop het gemeentebestuur hieraan uitvoering wil geven is terug te lezen in deze visie. Participatie Deze integrale strategische visie op toerisme en recreatie in de gemeente Tholen is het resultaat van een uitgebreid participatieproces. In verschillende interactieve bijeenkomsten is door het projectteam gesproken met ondernemers, betrokken organisaties, inwoners en medeoverheden. Hetgeen is opgehaald is getoetst bij deze betrokkenen en aan de hand hiervan is de richting bepaald. Ook de gemeenteraad is tijdens een tweetal bijeenkomsten betrokken bij de totstandkoming van deze visie. Inwoners van de gemeente Tholen zijn op verschillende momenten betrokken. Tijdens het themagesprek over wonen en toerisme heeft een aantal inwoners waardevolle input geleverd. Het projectteam is daarnaast in Sint Annaland, Tholen, Poortvliet en Sint Maartensdijk met inwoners in gesprek gegaan op straat, aan de hand van een enquête. Daarnaast geeft het inwonersonderzoek naar draagvlak voor toerisme van HZ Kenniscentrum Kusttoerisme uit 2022 ook belangrijke input. Tenslotte zijn ook de resultaten van het (stage)onderzoek ‘natuur en recreatie op Tholen en Sint Philipsland’, waarbij eveneens een enquête is uitgezet, betrokken in het deel van de visie welke gericht is op natuur en landschap. Status De integrale visie op toerisme en recreatie in de gemeente Tholen heeft de status van Omgevingsprogramma voortvloeiend uit de Omgevingsvisie. Ruimtelijk relevante regels voortvloeiend uit de visie krijgen vervolgens hun beslag in het omgevingsplan. Er is geen looptijd aan de visie gekoppeld. Deze is daarom van kracht tot er ander beleid door de gemeenteraad wordt vastgesteld. Gekoppeld aan de visie stelt het college van burgemeester en wethouders een meerjarige uitvoeringsagenda op, welke jaarlijks geëvalueerd en waar nodig bijgesteld wordt. Leeswijzer De analyse behorend bij deze visie is opgenomen in de bijlage (Analyse). Deze analyse start met een terugblik op de vorige beleidsperiode (hoofdstuk evaluatie bestaand beleid) en een overzicht van de relevante lokale en provinciale beleidskaders (hoofdstuk beleidskader). Hierna volgt een trendanalyse met daarin de belangrijkste macro-economische ontwikkelingen en sectorale ontwikkelingen (hoofdstuk trendanalyse). De analyse sluit, aan de hand van de meest in het oog springende cijfers, af met een beeld van toerisme en recreatie in de gemeente Tholen (hoofdstuk Toerisme en recreatie op Tholen in beeld). Vanuit deze analyse zijn in het hoofdstuk opgaven de voornaamste opgaven benoemd. Deze worden vervolgens vertaald naar de visie. De visie bestaat uit een aantal onderdelen en start met de kern van de gemeentelijke visie op toerisme en recreatie (hoofdstuk Strategische visie voor toerisme en recreatie). Vervolgens komen thematisch de speerpunten aan bod. In volgorde zijn dit de thema’s verblijfstoerisme, dagrecreatie, natuur en landschap, erfgoed en cultuur en tenslotte marketing en informatievoorziening. Het document sluit af met een uitvoeringsprogramma, eveneens opgebouwd aan de hand van dezelfde vijf thema’s. Opgaven Vanuit de beleidsanalyse, de trendanalyse en de cijferanalyse (zie bijlage 1) zijn de volgende opgaven geformuleerd welke de onderlegger vormen onder het toeristisch recreatief beleid voor de komende jaren. 1. Toerisme en recreatie moeten bijdragen aan het bevorderen van de gezondheid van onze inwoners en (minimaal) bijdragen aan het op peil houden van de leefbaarheid. 2. De aanwezige ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving moet worden herkend, beschermd en waar mogelijk worden verbeterd bij de uitvoering van het toeristisch beleid. Ruimtelijke kwaliteit draagt immers ook bij aan de belevingswaarde. 3. Toerisme en recreatie moet bijdragen aan welvaart en welzijn van onze inwoners. 4. De thema’s erfgoed, cultuur en natuur moeten nadrukkelijk worden verbonden met toerisme en recreatie. Deze thema’s zijn immers de dragers van de identiteit van onze gemeente. 5. Het beleid moet bijdragen aan een toekomstbestendige en aantrekkelijke vrijetijdssector. 6. Zowel gasten als inwoners moeten de gemeente Tholen optimaal kunnen beleven. 7. Het draagvlak voor toerisme op Tholen moet worden behouden en waar mogelijk worden versterkt. 8. Het toeristisch beleid moet antwoord geven op de vraag welke ruimte er in de gemeente Tholen nog is voor groei. Dit geldt zowel voor groei qua aanbod, als groei van het aantal overnachtingen. Deze vraag wordt ook benaderd vanuit het perspectief van de gezamenlijke Zeeuwse opgave, welke ook landelijk geldt, om bezoekers meer te spreiden. Zowel in ruimtelijke zin als in tijd. Strategische visie voor toerisme en recreatie Toerisme vormt een belangrijke economische pijler voor de gemeente Tholen. Toerisme geeft kleur en levendigheid aan onze gemeente. Het toeristisch recreatieve karakter van Tholen is niet alleen van belang voor de toeristische sector, maar heeft ook meerwaarde bij het aantrekken van nieuwe inwoners en bedrijvigheid. We zijn trots op het feit dat steeds meer toeristen Tholen weten te vinden, voor een vakantie, meerdaags verblijf of daguitstap. We zijn ons echter ook bewust van het feit dat de groei van het toerisme ook negatieve impact kan hebben op de leefbaarheid of het gevoel van ‘thuis zijn op Tholen’ van onze inwoners. Recreatieve infrastructuur en voorzieningen, een aantrekkelijke openbare ruimte en aantrekkelijk landschap zijn er allereerst voor onze eigen inwoners. Bezoekers van buiten de gemeente profiteren hiervan mee. Onze inwoners zijn immers de grootste gebruiksgroep van recreatieve voorzieningen. In de volgende hoofdstukken schetsen we een uitgebreid toekomstbeeld met een daaraan gekoppeld uitvoeringsprogramma ten aanzien van toerisme en recreatie in de gemeente Tholen. Dit doen we aan de hand van de volgende thema’s: 1. Verblijfstoerisme 2. Dagrecreatie 3. Natuur en landschap 4. Erfgoed en cultuur 5. Marketing en informatievoorziening Strategische visie: 3 pijlers De kern van alles wat we doen en willen bereiken is terug te voeren op drie pijlers. Alle ambities en plannen zijn gelieerd aan deze drie pijlers. Deze vormen de kern van de strategische visie op toerisme en recreatie in de gemeente Tholen. Dit zijn: 1. We benutten de strategische ligging van Tholen in combinatie met de gebiedskwaliteiten en het lokale DNA voor toerisme en recreatie; 2. Toerisme creëert meerwaarde voor onze inwoners, het landschap, de lokale cultuur en de lokale economie; 3. We zetten in op kwaliteitsgericht ontwikkelen in balans met natuur en omgeving. Hieronder lichten we elke pijler toe. In de volgende hoofdstukken worden per thema de speerpunten van de visie benoemd. Deze leiden vervolgens tot concrete acties in het uitvoeringsprogramma. Strategische ligging in combinatie met gebiedskwaliteiten en DNA benutten voor toerisme De strategische ligging van de gemeente Tholen te midden tussen de metropoolregio Rotterdam Den Haag, de Brabantse stedenrij en de stedelijke regio Antwerpen in relatie tot de rust, de ruimte, de aanwezige natuur, het groenblauwe landschap, de Zeeuwse- en dorpse cultuur biedt volop kansen. De gemeente Tholen ligt niet alleen strategisch tussen deze drie sterk verstedelijkte regio’s, maar onderscheidt zich ook door haar eigen gebiedskwaliteiten en het lokale DNA. Hierdoor is Tholen niet alleen een aantrekkelijke vestigingsplaats voor bedrijven of nieuwe inwoners maar ook voor een meerdaags bezoek, vakantie of daguitstap. Toerisme creëert meerwaarde We zetten in op behoud en versterking van het draagvlak voor toerisme en recreatie in de gemeente Tholen. Onze inwoners moeten de meerwaarde van toerisme en recreatie kunnen ervaren. Dit uit zich in een hoog voorzieningenniveau, een aantrekkelijke openbare ruimte en een beleefbaar aantrekkelijk en goed onderhouden landschap. Bij activiteiten welke we uitvoeren op de verschillende thema’s hebben we juist onze inwoners voor ogen. Zij zijn immers een belangrijke gebruikersgroep. Bovendien dragen een aantrekkelijk landschap en mogelijkheden om te kunnen ontspannen in de eigen woonomgeving ook bij aan welzijn, gezondheid en geluk. Toerisme vormt een relevante economische pijler binnen de gemeente. We zetten in op economische groei door toerisme via een toename van de bestedingen en een toename van werkgelegenheid in de sector. Kwaliteitsgericht ontwikkelen Groei is niet het doel, maar is het effect van investeringen die we doen. Daarom willen we het toeristisch recreatieve aanbod kwaliteitsgericht ontwikkelen. We zetten niet in op meer, maar vooral op beter. Dit zien we terug in overnachtingsmogelijkheden maar ook in voorzieningen en infrastructuur, zoals recreatieve routes. Alleen onder die voorwaarde willen en kunnen we groeien. Groeien in het aantal overnachtingen en groeien in het aantal overnachtingsmogelijkheden. Elke vorm van groei vindt plaats langs de lijn van kwaliteitsgerichte ontwikkeling. Zo dragen we bij aan een vitale sector en een vitale economie. Randvoorwaarden Alvorens we deze visie vertalen naar concrete speerpunten benoemen we de randvoorwaarden. Deze hebben betrekking op de rol welke we hierin zelf willen vervullen, op het belang van goede data en onze visie op de financiële dekking. De rol van de gemeente Tholen: gebiedsregisseur en aanjager Het beleidsterrein van toerisme en recreatie is een terrein waarop veel verschillende partijen actief zijn. Datzelfde geldt voor het toeristisch recreatieve product. Bij iedere vakantie zijn immers een groot aantal aanbieders betrokken welke ieder voor zich verantwoordelijk zijn voor hun eigen aandeel. Een groot aantal partijen werkt zowel aan de aanbodzijde als op beleidsgebied en uitvoering van onze strategische visie samen. Denk aan accommodatieverschaffers, horeca-uitbaters, winkeliers, exploitanten van dagattracties, vrijwilligers in musea, promotie organisaties, terrein beherende organisaties, landschapspartners, medeoverheden enzovoort. Om de doelen te realiseren is het samenspel tussen al deze partijen van groot belang. Als gemeente vervullen we hierbij de rol van gebiedsregisseur en aanjager. Dat doen we met kennis, menskracht en financiën. Een toegankelijke, flexibele en klantgerichte organisatie zijn hierbij belangrijke randvoorwaarden. Waar nodig brengen we partijen samen. Immers, alleen samen met een groot aantal partners kunnen we het toerisme en recreatie kwalitatief ontwikkelen. Hierbij is het soms nodig om over schaduwen heen te stappen en bij conflicterende belangen te zoeken naar de vraag: hoe kan ieders belang het beste gediend worden, waardoor landschap, natuur, cultuur, leefbaarheid, economie, bezoekers etc. er uiteindelijk beter van worden. Meten is weten: het belang van goede data Aan deze strategische visie ligt verschillende data ten grondslag. Deze data zijn in de voorgaande analyse ook benoemd. We hechten grote waarde aan deze data. Ten opzichte van gemeenten buiten Zeeland hebben we in onze gemeente en in de rest van Zeeland goed zicht op data. Kenniscentrum Kusttoerisme speelt hierbij als onderdeel van de toeristische uitvoeringsalliantie een belangrijke rol. Ook in de toekomst willen we deze data blijven genereren en benutten. We zetten daarom structureel in op onderzoek zodat we ons beleid en de uitvoering daarvan datagericht kunnen bijsturen. Daarom monitoren we het draagvlak, de ontwikkeling van vraag en aanbod en de economische impact. Daarbij willen we inzicht in wie onze bezoekers zijn, wat hen drijft en hoe het aanbod en de omgeving worden gewaardeerd. We gaan daarom een meerjarige onderzoekssamenwerking aan met Kenniscentrum Kusttoerisme. Waar mogelijk trekken we hierbij op met de Provincie Zeeland en andere Zeeuwse gemeenten. Hierdoor kan immers ook goed vergeleken worden tussen gemeenten en regio’s. Daarnaast zijn deze onderzoeksresultaten van toegevoegde waarde voor monitoring en bijsturing van het beleid. Zowel voor de periodieke evaluatie als voor de jaarlijkse Planning & Control cyclus. Financieel perspectief Ambities zijn vaak moeilijk te realiseren zonder financiële middelen. Financiële dekking voor de uitvoering van de verschillende plannen in de komende jaren koppelen we aan de extra opbrengsten uit toeristenbelasting. Hoewel de inkomsten uit toeristenbelasting een algemeen dekkingsmiddel zijn, is bij het vaststellen van (stapsgewijze) verhoging van de toeristenbelasting vanaf 2025 besloten de extra opbrengsten aan te wenden voor de uitvoering van het toeristisch beleid. Dit betekent dat naast de jaarlijkse begroting voor dit beleidsveld er extra middelen beschikbaar komen welke ten goede komen aan onze eigen inwoners en bezoekers. Verblijfstoerisme Het bestaande aanbod aan toeristische verblijfsmogelijkheden op Tholen en Sint Philipsland bestaat voornamelijk uit ligplaatsen in jachthavens (26%) en verblijfsrecreatieve eenheden op vakantieparken en campings (72%). Binnen deze laatste categorie betreft dit voornamelijk jaarplaatsen en verhuurchalets. Slechts 11,5% van het aantal verblijfsrecreatieve eenheden op vakantieparken en campings bestaat uit toeristische kampeerplaatsen. Bijna 60% van het aanbod bestaat uit jaarplaatsen (voor eigen gebruik) en ongeveer 28% omvat vakantiehuizen en chalets welke (ten dele) verhuurd worden. De gemeente Tholen wijkt qua verblijfsaanbod af van de rest van Zeeland, met name als we kijken naar de verhouding tussen vaste gasten en toeristische gasten. De afgelopen jaren (2019-2023) is het verblijfstoerisme in de gemeente Tholen sterk gegroeid met ongeveer 45% tot 494.400. Deze groei is ten dele te verklaren door de toename van het aantal verblijfsaccommodaties als gevolg van ontwikkelingen, bijvoorbeeld op de Oesterdam.Ten aanzien van verblijfstoerisme richten we ons op de volgende speerpunten: 1. We zetten in op groei van het verblijfstoerisme door het verbeteren van de bedbezetting; 2. We verkleinen de afhankelijkheid van vaste gasten; 3. We zetten in op kwaliteitsverbetering van het bestaande aanbod in plaats van het faciliteren van nieuwe parken of het toestaan van grote uitbreidingen; 4. We bieden de mogelijkheid camperplaatsen te realiseren op bijzondere locaties. Daarbij beschermen we onze jachthavens voor alternatieve invulling; 5. In het binnenland stimuleren we nieuwvestiging en uitbreiding van kleinschalige verblijfsaccommodaties; 6. We staan verblijfsmogelijkheden bij particulieren toe. Dit mag niet ten koste gaan van woonruimte en leefbaarheid; 7. Recreatieparken zijn bedoeld voor recreatief gebruik. Permanente of tijdelijke bewoning of huisvesting van arbeidsmigranten staan we niet toe in een object met een recreatieve bestemming. Speerpunt 1: We zetten in op groei van het verblijfstoerisme door het verbeteren van de bedbezetting Analyse / achtergrond: Het toeristisch aanbod op Tholen en Sint Philipsland is weinig gevarieerd. Kijkend naar het aantal overnachtingen is hieraan gekoppeld ook zichtbaar dat een groot deel van de overnachtingen wordt gemaakt door vaste gasten. De groei in het aantal overnachtingen welke de afgelopen jaren is gerealiseerd is voornamelijk toe te schrijven aan de groei van het aantal vakantiehuizen, zoals op de Oesterdam. Ontwikkelrichting en toelichting: Toekomstige groei willen we voornamelijk realiseren door de bezetting van toeristische bedden te versterken. Met name buiten het hoogseizoen is er groei mogelijk. Dit betekent dus niet meer overnachtingen als gevolg van uitbreiding van het aantal toeristische slaapplaatsen maar groei als gevolg van een betere jaarrond bezetting. Hierdoor wordt het bestaande aanbod versterkt en plukken ook andere bedrijven (zoals horeca, winkeliers, dagrecreatieve bedrijven) de vruchten van een groeiend aantal overnachtingen. Naast een betere spreiding over het jaar zien we ook met name groeipotentieel door meer in te zetten op kort verblijf. De strategische ligging van Tholen maakt het eiland door het jaar heen aantrekkelijk voor een weekend weg, met het gezin, met vrienden of voor een familieweekend. Het accommodatieaanbod moet hierop zijn ingericht. Kort-verblijf-gasten met een hoog bestedingspatroon leveren ook een grote bijdrage aan de hiervoor genoemde deelsectoren. Speerpunt 2: We verkleinen de afhankelijkheid van vaste gasten Analyse / achtergrond: Het verblijfsaanbod in de gemeente Tholen is, in vergelijking tot andere Zeeuwse gemeenten, te eenzijdig. Hierdoor blijft Tholen achter qua toeristische overnachtingen en is de afhankelijkheid van vaste gasten groot. Hoewel vaste gasten economisch gezien qua bestedingen net zo goed waarde toevoegen aan de regionale economie is het bestedingspatroon ten opzichte van toeristische gasten verschillend. Ontwikkelrichting en toelichting: In relatie tot het verbeteren van de bedbezetting willen we de afhankelijkheid van de vaste gast verkleinen. Wanneer jaarplaatsen vrij komen zien we liever een omvorming naar verhuurbare objecten of toeristische kampeerplaatsen dan handhaving van het bestaande aanbod. Daarmee wordt het aanbod toekomstgericht minder gelijkvormig. Hierbij leggen we verplichte verhuur van nieuw te realiseren verblijfsaanbod vast in het omgevingsplan. Speerpunt 3: We zetten in op kwaliteitsverbetering van het bestaande aanbod in plaats van het faciliteren van nieuwe parken of het toestaan van grote uitbreidingen Analyse / achtergrond: Het aantal verblijfsaccommodaties in de gemeente Tholen is het afgelopen decennium toegenomen tot bijna 3.100 verblijfseenheden met in totaal zo’n 11.400 slaapplaatsen. Ten opzichte van andere Zeeuwse gemeenten1 is het aantal slaapplaatsen per 1.000 inwoners en het aantal gebouwen met een logiesfunctie ten opzichte van het aantal gebouwen met een woonfunctie relatief hoog. Ontwikkelrichting en toelichting: We zien binnen de gemeente Tholen geen ruimte voor de vestiging van nieuwe grootschalige vakantieparken of campings maar zetten in op verbetering van het bestaande aanbod. Enkel wanneer er sprake is van kwaliteitsverbetering van het bestaande aanbod is er een beperkte mogelijkheid tot groei van het aantal recreatieve verblijfseenheden. Wanneer er uitbreiding wordt toegestaan dient er sprake te zijn van onderscheidend aanbod in plaats van meer van hetzelfde. Hierbij wordt er een sterke verbetering van de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit verlangd zodat een ontwikkeling ook bijdraagt aan een kwaliteitsimpuls voor de omgeving. Met oog op het toekomstgericht borgen van de kwaliteit van verblijfsrecreatieterreinen nemen we in het omgevingsplan een verplichte centrale bedrijfsmatige exploitatie op, waarbij ook het meerjarig onderhoud van de inrichting (wegen, groen etc.) wordt gegarandeerd. Speerpunt 4: We bieden de mogelijkheid camperplaatsen te realiseren op bijzondere locaties. Daarbij beschermen we onze jachthavens voor alternatieve invulling Analyse / achtergrond: De verkoop en het bezit van campers zit al jaren in de lift. Camperaars hoeven niet zo nodig op campings te verblijven, ze zijn in grote mate zelfvoorzienend en zoeken ook graag elkaar op. Bijzondere overnachtingsplaatsen worden dan ook gewenst door deze doelgroep. De afgelopen jaren hebben we in de haven van Tholen een aantal camperplaatsen aangewezen. Deze blijken, gezien de goede bezetting, te beantwoorden aan een nog steeds toenemende vraag. De behoefte aan bijzondere verblijfsaccommodaties en het creëren van nieuwe verdienmodellen is in Nederlandse jachthavens op steeds meer plekken zichtbaar. Een deel van de ligplaatsen wordt hier dan ook ingewisseld voor drijvende accommodaties. Dit gaat ten koste van ligplaatsen voor passanten of vaste ligplaatsen van zeil- en motorjachten. Ontwikkelrichting en toelichting: We willen het aantal camperplaatsen op Tholen uitbreiden en willen dit doen op een aantal bijzondere locaties waarbij een koppeling wordt gemaakt met een andere gebiedsontwikkeling. Realisatie en exploitatie is aan de markt, de gemeente heeft hierin slechts een stimulerende en voorwaardenscheppende rol (zoals het stellen van voorwaarden aan een goede sanitaire voorzieningen) en gaat zelf geen camperplaatsen exploiteren. We vinden het niet wenselijk dat in de jachthavens van Sint Annaland, Tholen en Stavenisse een deel van de ligplaatsen wordt ingeruild voor ligplaatsen gericht op drijvende permanente verblijfsrecreatie, zoals drijvende chalets of havenlodges. Jachthavens zijn bedoeld als ligplaats voor zeil- en motorjachten. Zo houden we een scheiding tussen verblijfsrecreatie en watersport. Zeker met oog op het feit dat de jachthavens langs de Oosterschelde en het Schelde-Rijnkanaal voor watersporters populair zijn is er ook geen aanleiding hierin te zoeken naar nieuwe verdienmodellen. Ruimte voor verblijfsrecreatie gaat immers ten koste van ruimte voor ligplaatshouders of passanten en zorgt in een haven bovendien voor een andere dynamiek. Speerpunt 5: In het binnenland stimuleren we nieuwvestiging en uitbreiding van kleinschalige verblijfsaccommodaties Analyse / achtergrond: Het buitengebied van de gemeente Tholen wordt voor een belangrijk deel getekend en ingekleurd door agrariërs. Naast het feit dat het buitengebied een belangrijk productiegebied is, is dit ook voor het toerisme een aantrekkelijk verblijfsgebied. Rust en verbinding met het open agrarisch landschap zijn hier belangrijke pijlers. Als gevolg van schaalvergroting in de landbouw zijn verspreid over het landschap boerderijen verdwenen. Op deze percelen staat voormalige agrarische bebouwing welke nu veelal een woonfunctie heeft. Ontwikkelrichting en toelichting: Met oog op een levendig platteland stimuleren we de vestiging en uitbreiding van kleinschalig aanbod in het binnenland. Dit kunnen kleinschalige kampeerterreinen, bijzondere verblijfsaccommodaties in het landschap of verblijfsobjecten in (voormalige) schuren of boerderijen zijn. Juist het realiseren van verblijfsaccommodaties op percelen met een voormalige agrarische bestemming kan bijdragen aan een levendig agrarisch landschap. Ook kunnen dergelijke verblijfsaccommodaties bijdragen aan de instandhouding van cultuurhistorisch waardevolle panden in het buitengebied. Ook op agrarische bedrijven kunnen verblijfsaccommodaties bijdragen aan een levendig agrarisch landschap. We zien echter geen aanleiding om verblijfstoerisme enkel te koppelen aan actieve agrarische bedrijven. Immers anders dan in andere regio’s in Zeeland is het voor agrariërs op ons eiland, vanwege de schaal van het agrarisch bedrijf, voor het voortbestaan niet noodzakelijk om te verbreden en naast inkomsten uit agrarische activiteiten ook inkomsten uit andere toeristen conflicteren met de agrarische bedrijfsvoering. Speerpunt 6: We staan verblijfsmogelijkheden bij particulieren toe. Dit mag niet ten koste gaan van woonruimte en leefbaarheid Analyse / achtergrond: De Tholenaren maken de gemeente Tholen voor een belangrijk deel tot wat het is. Bezoekers komen niet alleen voor het landschap naar het eiland, maar juist ook de sfeer en cultuur dragen ook bij aan het feit dat het goed vertoeven is op Tholen en Sint Philipsland. Ontmoetingen tussen inwoners en bezoekers versterken dit en is ook van belang voor het draagvlak voor toerisme in de gemeente. Inwoners mogen ook in financieel opzicht een graantje meepikken van de ontwikkeling van het toerisme op het eiland. Ontwikkelrichting en toelichting: We staan verblijfsmogelijkheden bij particulieren ook in de toekomst toe. Dit kan door overnachtingsmogelijkheden aan te bieden in één of meerdere kamers in de eigen woning (Bed & Breakfast) of in een bijgebouw. We stellen hierbij wel kaders om te voorkomen dat dit tot overlast leidt bij omwonenden. Ook voeren we op basis van de Wet Toeristische Verhuur een registratieplicht in. Dit laatste is zowel met oog op het kunnen heffen van toeristenbelasting als handhaving (bijvoorbeeld op het gebied van brandveiligheid) van belang. Registratie kan ook worden gebruikt voor het reguleren van het aantal overnachtingen. Vooralsnog is er geen aanleiding om hierin regulerend op te treden. Er mogen geen woningen aan de voorraad worden onttrokken ten behoeve van het realiseren van toeristische verblijfsaccommodaties. Uitzondering hierop vormen cultuurhistorisch waardevolle panden of panden welke (dreigen

  1. te)verkrotten en welke aantoonbaar geen woonfunctie hebben of kunnen krijgen. Het herbestemmen en renoveren van deze panden voor recreatief gebruik draagt bij aan de aantrekkelijke uitstraling van de bebouwde ruimte, zowel in de kernen als in het buitengebied. Speerpunt 7: Recreatieparken zijn bedoeld voor recreatief gebruik. Permanente of tijdelijke bewoning of huisvesting van arbeidsmigranten staan we niet toe in een object met een recreatieve bestemming Analyse / achtergrond: de woningmarkt staat onder druk en we zien dat steeds meer arbeid wordt verricht door arbeidsmigranten. Deze huisvestingsbehoefte kan leiden tot vermenging van verblijfsrecreatie en permanente of tijdelijke bewoning. In het land is zichtbaar dat dit leidt tot een achteruitgang van vakantieparken. Ondertussen gaan er vanuit Den Haag geluiden op om, in de strijd tegen de woningnood, permante bewoning op recreatieparken mogelijk te maken. Ontwikkelrichting en toelichting: Woningen zijn bedoeld om in te wonen en recreatieparken zijn bedoeld voor recreatie. Een vermenging van functies vinden we onwenselijk. Permanente of tijdelijke bewoning van objecten met een recreatieve functie staan we niet toe. Ditzelfde geldt ook voor het (tijdelijk) huisvesten van arbeidsmigranten of tijdelijke werknemers. (Tijdelijke) bewoning op recreatieparken doet afbreuk aan het recreatieve karakter en de vakantiebeleving en zorgt voor een ongewenste dynamiek. Het beleid voor huisvesting van seizoenarbeiders biedt juist ruimte om seizoenarbeiders goed te kunnen huisvesten. Hotelaccommodaties vormen een uitzondering op bovenstaande. Hierin is zakelijk gebruik wel toegestaan, dit betreft echter kort verblijf (één of een aantal nachten). Dagrecreatie Het beleid voor toerisme en recreatie is er niet alleen voor de bezoekers vanuit Nederland of het buitenland die Tholen bezoeken voor een of meerdere dagen. Juist de eigen inwoners van de gemeente vormen de grootste gebruikersgroep van onze recreatieve voorzieningen. Denk hierbij aan bijvoorbeeld recreatieve routenetwerken, de strandjes langs de Oosterschelde, musea, horeca etc. De meeste vrijetijdsactiviteiten worden ondernomen in de eigen woonomgeving. Iedere inwoner trekt er gemiddeld drie keer per week op uit in de eigen woongemeente: om te wandelen, te fietsen, uit eten te gaan, een museum te bezoeken of te winkelen. Uit de cijfers met betrekking tot dagtoerisme komt dit ook duidelijk naar voren. Becijferd is dat de Tholenaren zelf verantwoordelijk zijn voor ruim 80% van de vrijetijdsactiviteiten. Hierin zijn de cijfers van uitstapjes door verblijfstoeristen niet meegenomen, maar duidelijk is dat recreatieve voorzieningen zoals fiets- en wandelroutes er niet alleen liggen voor bezoekers maar zeker ook voor de eigen inwoners. Als het gaat om dagrecreatieve voorzieningen hebben we dus onze eigen inwoners, dagbezoekers uit binnen- en buitenland en toeristen voor ogen. We richten ons met betrekking tot dagrecreatie op de volgende speerpunten: 1. We houden (en brengen waar wenselijk) de basis verder op orde door in te zetten op goede recreatieve infrastructuur en een hoog voorzieningenniveau; 2. We verstevigen het netwerk van pontjes over de Oosterschelde; 3. We zetten in op een dagrecreatieve ‘altijd-weer-voorziening’ welke aansluit bij het karakter van Tholen; 4. We verbeteren het voorzieningen- en onderhoudsniveau van de strandjes langs de Oosterschelde; 5. We versterken de verbinding tussen de woonboulevard Poortvliet en het eiland. Speerpunt 1: We houden (en brengen waar wenselijk) de basis verder op orde door in te zetten op goede recreatieve infrastructuur en een hoog voorzieningenniveau Analyse / achtergrond: Vanuit het vorige toeristische beleid hebben we ons ingezet voor het verbeteren van de basisinfrastructuur ten behoeve van recreatie. Zo zijn in 2024 tientallen bankjes geplaatst langs recreatieve routes en zijn bij het strandje in Sint Annaland de mobiele chemische toiletten ingeruild voor een zelfreinigende automatische toiletunit. Toiletbezoekers betalen hier voor het gebruik van het toilet, maar kunnen hierdoor wel rekenen op een schoon toilet. Naast openbare voorzieningen maken ook niet-openbare voorzieningen zoals musea, attracties, een gevarieerd winkelaanbod en horeca een belangrijk onderdeel uit van de recreatieve infrastructuur. Ontwikkelrichting en toelichting: We blijven zorgdragen voor een kwalitatief hoogwaardig netwerk aan recreatieve voorzieningen. Dit varieert van fiets- en wandelroutenetwerken tot informatieborden. En van bankjes tot duiktrappen. We blijven daarom voldoende budget uittrekken voor het onderhoud aan deze voorzieningen waarbij we ons inzetten voor een kwalitatief hoogwaardige en aantrekkelijke uitstraling. Ook blijven we investeren in de realisatie van uitbreiding van de voorzieningen. Als onderdeel hiervan breiden we het aantal zelfreinigende toiletunits uit. Dit is prettig voor zowel strandbezoekers, wandelaars, fietsers en duikers. Voor deze laatste doelgroep hebben we extra oog voor goede faciliteiten, zoals omkleedruimte. Hierbij geven we aandacht aan recreatieve voorzieningen gericht op het water, we investeren in visvoorzieningen en het geschikt maken van watergangen voor o.a. suppen en kanovaren. We willen een breder gebruik van de veersteigers bij Gorishoek en Anna Jacobapolder mogelijk maken, door deze ook te gebruiken als aanlegsteiger voor passanten (met een maximale verblijfsduur). Hierdoor waarborgen we de continuïteit en rechtvaardigen investeringen in deze steigers. Een nieuw aan te leggen steiger in Sint Philipsland kan ook eenzelfde functie krijgen. Bij het intensiveren van gebruik hebben we specifiek aandacht voor veiligheid van gebruikers zodat bijvoorbeeld duikers en boten elkaar niet in de weg zitten. Om de aantrekkelijkheid van het dagrecreatieve aanbod te versterken draagt de gemeente Tholen bij aan de versterking van de lokale musea. Speerpunt 2: We verstevigen het netwerk van pontjes over de Oosterschelde Analyse / achtergrond: Voor de aanleg van de Deltawerken was Tholen enkel met de rest van Zeeland verbonden via een netwerk van pontjes. Om op Tholen te komen zijn de pontjes al lang niet meer nodig, maar voor recreanten vormt het Zeeuwse netwerk van pontjes in de zomermaanden nog steeds een prettige verbinding tussen Gorishoek en Yerseke, tussen Sint Annaland en Zierikzee of tussen Anna Jacobapolder en Zijpe. De pontjes vormen niet alleen een prettige verbinding maar maken het ook mogelijk de Oosterschelde in al haar schoonheid te beleven. Ontwikkelrichting en toelichting: We vinden het belangrijk dat ook in de toekomst de pontjes kunnen blijven varen, niet alleen in de maanden juli en augustus maar juist ook in de bij fietsers en wandelaars populaire schouderseizoenen. Een aantrekkelijk dagrecreatief aanbod draagt immers ook bij aan seizoen verlenging. We zetten in op versteviging van het pontjesnetwerk door de inkomsten voor schippers via subsidie en gegarandeerde inkomsten te vergroten. Naast het verstevigen van het pontjesnetwerk willen we een hop on hop off veerdienst mogelijk maken langs de kust van Tholen en Sint Philipsland (zie hoofdstuk landschap en natuur). Speerpunt 3: We zetten in op een dagrecreatieve ‘altijd-weer voorziening’ welke aansluit bij het karakter van Tholen Analyse / achtergrond: Zeker bij slecht weer ontbreekt het in de gemeente aan ‘altijd-weer-voorzieningen’. Hierdoor trekken bezoekers vaak de brug over naar attracties of voorzieningen buiten de gemeente Tholen. De wens is, met name vanuit inwoners, nadrukkelijk geuit om een dagrecreatieve voorziening te realiseren op Tholen met een regionale aantrekkingskracht. Ontwikkelrichting en toelichting: We ondersteunen de wens om een dagrecreatieve voorziening in de gemeente Tholen te realiseren. Dit zou een voorziening moeten zijn waar gespeeld en gegeten kan worden, bij voorkeur gekoppeld aan het kunnen beleven van het agrarisch karakter van Tholen. Het is echter niet primair aan de gemeente Tholen om een dergelijke voorziening te realiseren. Door deze wel te benoemen als wens kunnen we wel een beweging in gang zetten. We juichen de vestiging van een dergelijke dagrecreatieve voorziening dan ook toe en zullen een verzoek hiertoe met een positieve blik benaderen en waar mogelijk stimuleren. Speerpunt 4: We verbeteren het voorzieningen- en onderhoudsniveau van de strandjes langs de Oosterschelde Analyse / achtergrond: De ligging aan de Oosterschelde is niet alleen voor watersporters, fietsers of wandelaars aantrekkelijk maar heeft ook aantrekkingskracht op zwemliefhebbers en zonaanbidders. Met name de strandjes van Sint Annaland en bij de Bergse Diepsluis trekt inwoners en bezoekers van buiten de gemeente. De kleinere strandjes bij Gorishoek, Sint Philipsland en Stavenisse hebben een ander karakter, maar worden ook in de zomer goed benut door inwoners en bezoekers. Zeker op zomerse dagen kan het druk zijn op de strandjes. Dit zorgt met name in Sint Annaland voor parkeerdruk. Ontwikkelrichting en toelichting: We zetten ons in voor het verbeteren van het voorzieningenniveau op en rond de strandjes. Daarnaast intensiveren we het onderhoud. Hoewel er door een deel van de inwoners en door, in het participatieproces betrokken, ondernemers en organisaties gepleit is voor maatregelen zoals betaald parkeren kiezen we hier niet voor. Voordeel van betaald parkeren zou zijn dat ook dagbezoekers meebetalen aan voorzieningen en onderhoud van de strandjes. De nadelen wegen echter niet op tegen de voordelen. Naast het feit dat de invoering en handhaving van een betaald parkeersysteem kostbaar zijn (de situatie is immers enkel ‘problematisch’ op zomerse dagen), treft het invoeren van betaald parkeren niet alleen bezoekers van buiten de gemeente maar ook Tholenaren die niet op loopafstand van het strandje wonen. Dit is onwenselijk. Bovendien is het risico reëel dat het invoeren van betaald parkeren zorgt voor verschuiving van parkeren naar de woonwijken. Dit is ongewenst. We zetten daarom in op goede verwijzing en goede parkeervoorzieningen in combinatie met sturende maatregelen. Speerpunt 5: We versterken de verbinding tussen de woonboulevard Poortvliet en het eiland Analyse / achtergrond: De woonboulevard Poortvliet heeft een grote aantrekkingskracht op bezoekers die op een straal van ongeveer 45 minuten rondom Tholen wonen. Vanuit Breda, Antwerpen of Rotterdam is het eiland binnen deze tijd bereikbaar. Hoewel de bezoekers van de woonboulevard primair komen om meubels te kijken of te kopen willen we de kracht van de woonboulevard benutten en meer verbinden met onze gemeente. Bijzonder is namelijk dat de woonboulevard op een plek is gevestigd waar in de omgeving de oudste tekenen van bewoning van de regio zijn gevonden. Bij archeologische opgravingen rondom Poortvliet zijn diverse sporen uit de late ijzertijd en Romeinse tijd gevonden. Hierbij is onder andere een huisplattegrond inclusief historische fragmenten van kralen en armbanden (juwelen) gevonden welke duidt op bewoning in de late prehistorie. Het is dan ook niet meer dan logisch om juist op deze plaats op zoek te gaan naar nieuwe meubelen. Ontwikkelrichting en toelichting: We willen de verbinding tussen de woonboulevard en het eiland nadrukkelijker zichtbaar maken. Door bezoekers van de woonboulevard te attenderen op de omgeving kan de verbinding tussen de woonboulevard en de omgeving worden versterkt. Hierbij kunnen bezoekers worden verleid om Tholen en Sint Philipsland ook recreatief te ontdekken. Natuur en landschap De eilanden Tholen en Sint Philipsland liggen midden in het Oosterscheldegebied. Ook op de eilanden is veel natuur te vinden. De natuur op en rond Tholen en Sint Philipsland, het agrarisch landschap, de openheid en weidsheid van het landschap vormen de eigenheid van de gemeente Tholen. Dit wordt zowel door inwoners als door bezoekers van Tholen en Sint Philipsland hoog gewaardeerd. De landschapsidentiteit komt voort uit de ontstaansgeschiedenis in samenhang met het proces van aanslibbing, bedijking en periodieke overstromingen. Het landschap van de gemeente Tholen bestaande uit getijdengeulen, slikken, schorren en polders is kenmerkend in de Zeeuwse Delta. Door de ligging op de grens van zout en zoet water en op de grens van kleigrond en zandgrond neemt ze ook binnen het UNESCO Geopark Scheldedelta een unieke en centrale plaats in. Voor toerisme en recreatie op Tholen en Sint Philipsland zijn het landschap en de natuur de belangrijkste dragers. Juist met oog op het toeristisch recreatieve karakter van de eilanden zijn behoud, bescherming en ontwikkeling of versterking van het landschap van groot belang. Toerisme en recreatie kunnen bovendien ook bijdragen aan de opgaven voor het landschap. We zetten in op de volgende speerpunten met het primaire doel bij te dragen aan het behoud, bescherming en ontwikkeling van het landschap. Hierbij willen we het landschap benutten als drager voor recreatief medegebruik: 1. We versterken de relatie tussen de Oosterschelde en de eilanden en benutten de natuurwaarden van dit Natura2000 gebied voor toerisme en recreatie. Hierbij hechten we grote waarde aan rust voor de natuur in relatie tot ruimte voor mensen; 2. Buitendijkse fiets- en wandelmogelijkheden willen we behouden en waar toegestaan uitbreiden. Op kwetsbare plekken waar bezoekers binnendijks geleid worden hebben we nadrukkelijk aandacht voor natuurbeleving, informatievoorziening en een aantrekkelijke overgang van buitendijks naar binnendijks; 3. We versterken de aantrekkelijkheid en belevingswaarde van het landschap en de natuur op Tholen en Sint Philipsland; 4. We verbinden de buitendijken nadrukkelijk met het binnendijkse landschap en versterken de belevingswaarde en landschappelijke waarde van het binnendijkse landschap; 5. We breiden het voorzieningenniveau in het landschap voor fietsers, wandelaars en duikers uit met aantrekkelijke rustpunten, oplaadvoorzieningen en informatiepunten. Hierbij hebben we nadrukkelijk aandacht voor het versterken van de belevingswaarde; 6. De dorpsbosjes en de overgang tussen de dorpen en het open landschap versterken we met groen en benutten we veel meer voor wandelen (al dan niet met de hond), bewegen, spelen en ontmoeten. Speerpunt 1: We versterken de relatie tussen de Oosterschelde en de eilanden en benutten de natuurwaarden van dit Natura2000 gebied voor toerisme en recreatie. Hierbij hechten we grote waarde aan rust voor de natuur in relatie tot ruimte voor mensen Analyse / achtergrond: De eilanden Tholen en Sint Philipsland zijn omgeven door de Oosterschelde en vormen, vanuit west Brabant en Zuid-Holland, de poort naar de Oosterschelderegio. De voormalige eilanden zijn immers de meest oostelijke ingang tot dit Natura2000 gebied en Nationaal Park. Van hieruit kunnen recreanten de Oosterschelderegio verkennen. Het landschap van dit bijzondere Natura2000 gebied in haar huidige vorm is grotendeels beïnvloed als gevolg van overstromingen. De aanleg van de deltawerken na de watersnood van 1953 en het herstel van dijken heeft het landschap ingrijpend veranderd. Tholen en Sint Philipsland waren weer veilig achter de dijken en de verbinding via dammen met Reimerswaal en Schouwen-Duiveland maakte dat de eilanden ook fysiek met de rest van Zeeland werden verbonden. Bovendien ontstonden er nieuwe vormen van recreatie rondom het eiland: dijkrecreatie. Zeker na de laatste dijkversterkingen zijn de mogelijkheden voor recreatie op de dijk toegenomen, met name voor fietsers. Het water, de schorren en slikken en de dijken rondom Tholen en Sint Philipsland zijn belangrijk voor verschillende soorten flora en fauna. Daarnaast vormt de Oosterschelde een belangrijke economische levensader voor de visserij en de schaal- en schelpdierensector, maar net zo goed voor bedrijven die rondvaarten aanbieden op de Oosterschelde. Ook menig recreant komt aan zijn trekken op of onder water. Door er te watersporten, te vissen of te duiken. Ontwikkelrichting en toelichting: We willen nadrukkelijker de koppeling leggen tussen de Oosterschelde met haar natuurwaarden en recreatiemogelijkheden en onze gemeente. Dit doen we door recreanten bewust te maken van wat de Oosterschelde te bieden heeft op het gebied van flora en fauna. Niet alle dijktrajecten langs de Oosterschelde zijn toegankelijk voor f ietsers. Om het rondje Tholen langs de Oosterschelde te completeren of het mogelijk te maken om deze in etappes op te delen willen we het pontjesnetwerk uitbreiden met een hop-on-hop-off veerdienst. Bij alles wat we doen hechten we grote waarde aan rust voor de natuur in relatie tot ruimte voor mensen. Kwetsbare natuur is gebaat bij rust om te herstellen of plaats te bieden aan kwetsbare soorten. Ruimte voor mensen gaat uit van het principe: medegebruik waar mogelijk, afgesloten voor mensen waar dat moet. Speerpunt 2: Buitendijkse fiets- en wandelmogelijkheden willen we behouden en waar toegestaan uitbreiden. Op kwetsbare plekken waar bezoekers binnendijks geleid worden hebben we nadrukkelijk aandacht voor natuurbeleving, informatievoorziening en een aantrekkelijke overgang van buitendijks naar binnendijks Analyse / achtergrond: Het rondje Tholen is geroemd en wordt hoog gewaardeerd, maar is ook al jaren een splijtzwam tussen natuur en recreatie. Niet op alle plekken is het mogelijk om rond het eiland te fietsen (Wandelen is op de afgesloten dijktrajecten wel toegestaan, hier is namelijk sprake van bestaande recreatieve activiteiten in een Natura2000 gebied hetgeen niet wordt verboden. Fietsers of wandelaars hebben in onze optiek geen andere mate van verstoring ten opzichte van elkaar. Iedere vorm van menselijke aanwezigheid brengt een bepaalde mate van verstoring met zich mee. Loslopende honden zijn hier ongewenst). Delen van dijktrajecten zijn gedurende het gehele jaar afgesloten om de natuur op deze plaatsen te beschermen en vogels de ruimte te geven om te broeden, hun jongen groot te brengen en te foerageren. Ontwikkelrichting en toelichting: Hoewel de wens om het rondje Tholen buitendijks helemaal rond te kunnen maken bij verschillende partijen blijft bestaan en we het zeker omarmen als dit (al is het maar in delen van het jaar) ooit mogelijk wordt, benaderen we deze wens wel met een realistische blik en met een blik gericht op de natuur. Immers de natuur met haar rijkdom aan flora en fauna maakt Tholen tot een aantrekkelijke plek om er te wonen, te ondernemen of te recreëren. Uitbreiding van de buitendijkse fietsmogelijkheden is geen must, we geven prioriteit aan het verbeteren van de overgang van buitendijks naar binnendijks en op het verbeteren van de informatievoorziening op de overgangspunten. Aan de oostzijde van Tholen liggen op en rondom de dijken mogelijkheden om fietsmogelijkheden uit te breiden. Speerpunt 3: We versterken de aantrekkelijkheid en belevingswaarde van het landschap en de natuur op Tholen en Sint Philipsland Analyse / achtergrond: De gemeente Tholen is niet alleen buitendijks aantrekkelijk maar ook binnendijks is het landschap met daarin polders, dijken, kreken en dorpen en stadjes het beleven meer dan waard. Waar na de dijkversterkingen sinds de ramp van 1953 de eilanden veilig zijn gelegen achter de dijken en de landbouw in grote mate beeldbepalend is voor hoe de gemeente er in de 21e eeuw uitziet, heeft de recreatie zich met name geconcentreerd langs de oevers van de Oosterschelde. Het Thoolse binnenland herbergt echter genoeg schoonheid en verborgen verhalen om te worden ontdekt en belicht. Ontwikkelrichting en toelichting: Dat mensen voor bloeiende tulpenvelden of velden vol bloemen waar zaden geteeld worden ook op Tholen terecht kunnen is voor velen onbekend. De variatie aan teelten maakt dat het binnenland in de verschillende seizoenen anders kleurt en er ook telkens anders uitziet. Door de verschillende teelten (van zaad tot eindproduct) in het landschap meer zichtbaar te maken vergroten we het bewustzijn van het belang van het agrarisch productielandschap en versterken we de belevingswaarde. Ook stimuleren we de verkoop van lokale producten. Om de aantrekkelijkheid en beleefbaarheid van het landschap verder te versterken hebben we nadrukkelijk aandacht voor het terugbrengen van landschapselementen welke als gevolg van schaalvergroting en ruilverkavelingen zijn verdwenen. Het landschapsontwikkelingsplan (LOP) welke in 2025 wordt opgesteld vormt hiervoor de basis. Recreatief medegebruik is ondergeschikt aan doelen om het landschap te versterken. De recreatieve beleefmogelijkheden kunnen echter wel een vliegwieleffect hebben waarmee landschappelijke ontwikkelingen gestalte krijgen. Speerpunt 4: We verbinden de buitendijken nadrukkelijk met het binnendijkse landschap en versterken de belevingswaarde en landschappelijke waarde van het binnendijkse landschap Analyse / achtergrond: Tholen en Sint Philipsland zijn door de eeuwen heen ontstaan en uit zee gewonnen door inpoldering en omdijking. Hierdoor is het karakteristieke landschap ontstaan met binnendijken en een robuuste zeedijk rondom het eiland. Na de laatste dijkversterking is een groot deel van de buitendijken uitgerust met kwalitatief goede en aantrekkelijke (fiets)infrastructuur. Binnendijks zijn mensen echter veelal aangewezen op het netwerk van polderwegen. Deze wegen zijn primair bedoeld als erfontsluitingsweg en worden, zeker in het oogstseizoen, intensief gebruikt door agrariërs met grote landbouwvoertuigen. Recreatief medegebruik is hier mogelijk, maar dit brengt wel de nodige gevaren met zich mee. Enkel langs de grotere wegen liggen vrij liggende fietspaden. Met oog op verkeersintensiteit zijn deze fietspaden niet per se aantrekkelijk voor recreatief gebruik. Ontwikkelrichting en toelichting: We willen in het landschap meer f iets- en wandelroutes ontwikkelen waarmee de binnendijkse recreatiemogelijkheden worden uitgebreid en aan aantrekkelijkheid winnen. Het binnendijkse landschap is immers een waardevolle groene recreatiezone, zowel voor onze inwoners als voor onze bezoekers. Dit betreffen geen fiets- of wandelpaden langs wegen, maar juist een aantrekkelijke verbinding langs watergangen of over dijken. Door het ontvlechten van fiets- en wandelroutes van polderwegen leveren we bovendien een bijdrage aan een verkeersveilige fiets- en wandelbeleving en een veiliger werkklimaat voor agrariërs. Bij het samenstellen van routes en het verleggen van knooppuntennetwerken hebben we ook nadrukkelijk aandacht voor verkeersveiligheid van alle gebruikersgroepen en voor natuurwaarden. Speerpunt 5: We breiden het voorzieningenniveau in het landschap voor fietsers, wandelaars en duikers uit met aantrekkelijke rustpunten, oplaadvoorzieningen en informatiepunten. Hierbij hebben we nadrukkelijk aandacht voor het versterken van de belevingswaarde Analyse / achtergrond: De afgelopen jaren hebben we als gemeente geïnvesteerd in het opwaarderen van het voorzieningenniveau voor f ietsers en wandelaars. Het aantal bankjes is sterk uitgebreid en met name in de kernen zijn informatiepanelen geplaatst in een herkenbare uniforme stijl. Ontwikkelrichting en toelichting: Naast het onderhouden van bestaande voorzieningen zetten we in op uitbreiding van het voorzieningenniveau met extra banken en picknicktafels langs recreatieve routes. Ook realiseren we servicepunten voor fietsers. Op de mooiste duiklocaties rondom Tholen en Sint Philipsland zorgen we voor kleed- en rustfaciliteiten. Daarnaast dragen we hier ook zorg voor informatievoorziening. Speerpunt 6: De dorpsbosjes en de overgang tussen de dorpen en het open landschap versterken we qua groen en benutten we veel meer voor wandelen (al dan niet met de hond), bewegen, spelen en ontmoeten Analyse / achtergrond: In de Omgevingsvisie is aangegeven dat we de groene randzones rondom de kernen willen versterken. In het nog op te stellen landschapsontwikkelingsplan werken we dit verder uit. Deze gebieden zijn niet alleen van belang voor klimaatadaptatie maar vormen ook aantrekkelijke recreatiezones, zeker ook voor de inwoners van de kernen. Hierin kan worden gewandeld, de hond worden uitgelaten, worden gesport of gespeeld. Ontwikkelrichting en toelichting: We leggen een koppeling tussen het recreatiebeleid en het nog op te stellen landschapsontwikkelingsplan door boven op de landschapscreatie en de infrastructuur een extra plus toe te voegen aan deze overgangszones. Erfgoed en cultuur Toerisme en recreatie zijn nauw verbonden met erfgoed en cultuur. Sterker nog, vrijwel alle toeristische bestemmingen, wellicht uitgezonderd de bestemmingen in de bergen of aan zee, hebben zich als zodanig kunnen ontwikkelen vanwege hun sterke en onderscheidende cultuur of het natuurlijke en gebouwde erfgoed. Het grondgebied van de gemeente Tholen kent een rijke geschiedenis. De oudste sporen van bewoning die in de gemeente zijn gevonden dateren uit de vroege prehistorie. Recente archeologische vondsten duiden op bewoning van het gebied wat voorheen uit kleine eilanden bestond. Op korte afstand van elkaar zijn vondsten gedaan uit de vroege prehistorie tot de ijzertijd en tot de Romeinse tijd. Het ligt dan ook voor de hand dat de geschiedenis met haar veelheid aan verhalen de belangrijkste drager vormt om toerisme en recreatie verder te ontwikkelen en meer inhoud te geven. Onze erfgoedvisie is leidend als het gaat om het behoud en de versterking van erfgoed. In dit deel van de visie gaan we met name in op het benutten van erfgoed ten behoeve van het toeristisch recreatief product en de versterking van een aantal specifieke onderdelen verspreid over de gemeente. Daarom bevat dit deel van de visie niet een compleet overzicht van beeldbepalende gebouwen. Deze hebben uiteraard ook allemaal hun waarde voor toerisme en recreatie omdat ze mededrager zijn van het verhaal van onze gemeente. We richten ons binnen het thema erfgoed en cultuur op de volgende speerpunten: 1. Iedere kern onderscheidt zich met een eigen verhaal. Deze verhalen vormen de basis waarvan uit we activiteiten ontplooien en de ruimtelijke kwaliteit van de historische kernen verbeteren. Hierbij betrekken we de lokale gemeenschap nadrukkelijk; 2. We herstellen en versterken de vesting van de stad Tholen; 3. De verdronken stad Reymerswael vormt onze 10e kern en herbergt bijzondere onontdekte en onbekende verhalen. Deze verhalen maken we zichtbaar en beleefbaar via een unieke bezoekersexperience; 4. Kunst en cultuurbeleving verbinden we meer met toerisme en recreatie met oog op seizoensverbreding en het kunnen aantrekken van nieuwe doelgroepen. Speerpunt 1: Iedere kern onderscheidt zich met een eigen verhaal. Deze verhalen vormen de basis waarvan uit we activiteiten ontplooien en de ruimtelijke kwaliteit van de historische kernen verbeteren. Hierbij betrekken we de lokale gemeenschap nadrukkelijk. Analyse / achtergrond: Iedere kern op Tholen herbergt eigen verhalen en heeft dan ook een eigen thema meegekregen. Per kern is vanuit het voorgaande toeristisch beleid voor het volgende thema gekozen. • Anna Jacobapolder: Ruum oord • Oud-Vossemeer: Dorp van Roosevelt • Poortvliet: Verrassend Centraal • Scherpenisse: Bron van het eiland • Sint Annaland: Bruisend dorp aan de Oosterschelde • Sint Maartensdijk: Oranjestad • Sint Philipsland: Ronde van Flupland • Stavenisse: Leven met het water • Tholen: Vestingstad, rijk aan cultuur en water. Het oude stadhuis van Tholen is vanaf 2025 ingericht als bezoekerscentrum. Hier worden bezoekers geïnspireerd om de verschillende kernen te bezoeken. Hierbij wordt ter inspiratie van iedere kern een tip van de sluier opgelicht ten aanzien van het thema en de highlights. Van hieruit worden bezoekers verwezen naar de musea in de gemeente. Insteek is om vanuit de musea ook naar musea in andere kernen te verwijzen, zodat de samenhang tussen de musea in de gehele gemeente (als gezamenlijke dragers van het verhaal van Tholen en Sint Philipsland zichtbaar wordt. In sommige kernen is de thematisering al verder vormgegeven dan in andere. Zo wordt in Oud-Vossemeer door verschillende partijen gewerkt aan het project Four Freedoms als onderdeel van het thema Oud Vossemeer: Dorp van Roosevelt. Een onderzoek gericht op het uitdragen van het gedachtegoed van de Roosevelts en specifiek de Four Freedoms is in uitvoering. De uitkomsten zijn specifiek gericht op Oud-Vossemeer maar kunnen ook gebruikt worden als blauwdruk voor het versterken van de thematisering in andere kernen. Ontwikkelrichting en toelichting: We willen de benoemde thema’s per kern verder versterken en zichtbaar maken. Deze vormen de basis voor activiteiten. Samen met inwoners van iedere kern willen we meer inhoud geven aan deze thema’s zodat deze zowel door inwoners als bezoekers krachtiger beleefd kunnen worden en meer zichtbaar worden in het straatbeeld. Dit kan bijvoorbeeld door de organisatie van evenementen of activiteiten of door het aankleden van de openbare ruimte. Vanuit de musea verspreid over het eiland wordt ook naar musea in andere kernen verwezen. Hierdoor wordt de samenhang tussen de musea in de gehele gemeente, als gezamenlijke dragers van het verhaal van Tholen en Sint Philipsland, zichtbaar. Speerpunt 2: We herstellen en versterken de vesting van de stad Tholen. Analyse / achtergrond: De afgelopen jaren hebben we op verschillende manieren aandacht besteed aan Tholen als vestingstad. Onder andere door het lidmaatschap van de Nederlandse Vereniging van Vestingsteden en organisatie van activiteiten als onderdeel van het samenwerkingsverband Zuiderwaterlinie. Wie echter Tholen binnenrijdt ervaart niet direct dat de kern van de stad omgeven is door vestingwallen. Ontwikkelrichting en toelichting: We willen de vesting fysiek meer zichtbaar maken en qua belevingswaarde versterken. Dit doen we door in aanvulling op reguliere werken extra aandacht te geven aan de plaatsen waar de toegangspoorten naar de stad hebben gestaan en door de wallen meer zichtbaar te maken. Daarnaast zetten we in op het beleefbaar maken van het verhaal van de vesting en uitbreiding van activiteiten. Speerpunt 3: De verdronken stad Reymerswael vormt onze 10e kern en herbergt bijzondere onontdekte en onbekende verhalen. Deze verhalen maken we zichtbaar en beleefbaar via een unieke bezoekersexperience Analyse / achtergrond: De verdronken stad Reymerswael hoort bij het eiland Tholen en vertelt een belangrijk deel van de geschiedenis van de regio. Ze vormt dan ook de 10e kern van het eiland, ook al is ze grotendeels verdwenen onder de Oesterdam. Momenteel werken we al aan het zichtbaar maken van het verhaal van deze verdronken stad. Hierbij realiseren we in eerste instantie een kleinschalig bezoekerscentrum waar we het verhaal van de verdronken stad vertellen. Ook komt hier een kleinschalige (pop-
  2. up)horecavoorziening. Lopende deelprojecten zijn ook het realiseren van getijdebakken in de vorm van voormalige fundamenten, picknicktafels met tentoonstelling van vondsten en een pilot zoet en zout water uitwisseling. Sinds 2024 mag de Vlaams-Nederlandse Schelde Delta zich een Unesco Geopark noemen. Deze delta is een uniek grensoverschrijdend estuarium, een gebied waar de getijden van de Noordzee duwen en trekken aan de loop van de Schelde, en waar zout water overloopt in zoet water. De Schelde loopt als blauwe draad door het Geopark. Het Geopark behelst een gebied van 5.500 km² wat zich uitstrekt over de provincies Zeeland en Noord-Brabant in Nederland, en West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen en Antwerpen in België. Vanwege de ligging van Tholen (centraal in het gebied, op de grens van klei en zand en aan de boorden van de Oosterschelde) leent het eiland zich goed voor de vestiging van een bezoekerscentrum. Ontwikkelrichting en toelichting: Juist in de stad Reymerswael komt het verhaal van een landschap wat door de geschiedenis heen is gevormd door de veranderende loop van de Schelde samen. In onze optiek leent de landtong bij de Bergse Diepsluis zich voor de vestiging van een (iconisch) bezoekerscentrum. In dit bezoekerscentrum draait het om het verhaal van het ontstaan van het Schelde Delta Estuarium, het ontdekken van de smaken en producten uit het gebied en van waaruit bezoekers het Geopark (ook buiten onze gemeente) kunnen ontdekken. Hierbij zoeken we naar koppelkansen waarbij natuur, erfgoed en bezoekersbeleving zodanig met elkaar worden verbonden dat niet alleen de belevingscomponent maar ook erfgoed en natuur worden versterkt. Speerpunt 4: Kunst en cultuurbeleving verbinden we meer met toerisme en recreatie met oog op seizoensverbreding en het kunnen aantrekken van nieuwe doelgroepen Analyse / achtergrond: De organisatie van evenementen zoals de jaarlijkse kunstroute is van meerwaarde voor het toerisme op het eiland. Zeker wanneer zulke evenementen buiten het hoogseizoen worden georganiseerd kunnen ze als instrument dienen voor seizoensverbreding. Ontwikkelrichting en toelichting: Een goede programmering is van belang zodat culturele evenementen niet hoeven te concurreren met andere typen evenementen of met culturele evenementen in de omgeving van Tholen. Door dergelijke evenementen vooral in het schouderseizoen te programmeren, kan hiervan een stimulerende werking uitgaan op dagrecreanten en verblijfstoeristen van buiten Tholen. Het Cultuurplein vervult hierbij in afstemming met Stichting Tholen Beter Bekend een belangrijke rol. Naast het feit dat toeristen af kunnen komen op kunst en cultuur willen we dat de verbinding tussen toerisme en cultuur ook wordt versterkt door deze meer actief naar de bezoeker toe te brengen. Marketing en informatie Al sinds 2016 zet de Stichting Tholen Beter Bekend zich in om de gemeente Tholen te promoten. Dit doen ze samen met de gemeente Tholen en ondernemers uit de gemeente Tholen. Het doel is om (potentiële) bezoekers en haar eigen inwoners te informeren over alles wat er jaarrond te beleven is op Tholen en Sint Philipsland. Dit doen zij onder de noemer Eiland Tholen. In de voorgaande delen van de visie hebben we geschetst op welke wijze we het toerisme en het aanbod in de gemeente Tholen willen ontwikkelen en versterken. In dit deel gaan we specifiek in op welke wijze we het onderscheidende aanbod willen benutten en uitdragen. Hierin speelt de Stichting Tholen Beter Bekend een belangrijke rol als verbindende schakel tussen gemeente, ondernemers, gastheren, ambassadeurs, inwoners, recreanten en gasten. We richten ons met betrekking tot marketing en informatievoorziening op de volgende speerpunten: 1. Stichting Tholen Beter Bekend is de destinatie marketingorganisatie (DMO) voor Tholen, we continueren de samenwerking. Hierbij borgen we de marketingactiviteiten vanuit samenwerkingsverbanden. Eventuele aanvullende middelen ten behoeve van toeristische activiteiten of projecten worden op projectbasis verleend; 2. In de toeristische marketing richten we ons op de ‘gast die bij ons past’: bezoekers die actief willen zijn te midden van rust, groen en cultuurhistorie. Hierbij leggen we de focus op het stimuleren van kort toeristisch verblijf en het beter benutten van de potentie van Tholen als aantrekkelijke bestemming buiten het hoogseizoen. Hierbij maken we Tholen ook beter bekend in het buitenland; 3. We maken in onze marketing en communicatie nadrukkelijk gebruik van onze strategische ligging als groen-blauwe-oase tussen de Randstad, de Brabantse stedenring en Antwerpen; 4. Ondernemers, inwoners en vaste gasten van Tholen zijn onze belangrijkste ambassadeurs. We versterken de band tussen onze ambassadeurs en Tholen en versterken het gastheerschapsnetwerk; 5. Door middel van ‘eilanddressing’ dragen we de onderscheidende kwaliteit en de identiteit van Tholen op verrassende wijze uit in het landschap en in de kernen; 6. We zetten ons in voor een herkenbare Thoolse huisstijl in alle vormen van informatievoorziening. Hiervoor zoeken we ook nadrukkelijk de samenwerking met terrein beherende organisaties; 7. We zetten in op versterking van persoonlijke toeristische informatievoorziening aansluitend op de wensen van de individuele bezoeker. We zijn zichtbaar op de plaatsen waar gasten samenkomen en verblijven. Hier bieden we inspiratie en informatie. Speerpunt 1: Stichting Tholen Beter Bekend is de destinatie marketingorganisatie (DMO) voor Tholen, we continueren de samenwerking. Hierbij borgen we de marketingactiviteiten vanuit samenwerkingsverbanden. Eventuele aanvullende middelen ten behoeve van toeristische activiteiten of projecten worden op projectbasis verleend Analyse / achtergrond: De Stichting Tholen Beter Bekend is opgericht om de bekendheid van Tholen te vergroten via promotie op basis van het DNA van Tholen. Inmiddels is de stichting steeds meer ingebed geraakt in onze gemeente en vormt zij een waardevol samenwerkingsverband tussen de gemeente Tholen, brancheorganisaties en ondernemers binnen alle bedrijfssectoren in onze gemeente. De Stichting Tholen Beter Bekend wordt gefinancierd vanuit een gemeentelijke subsidie en ledenbijdragen van ondernemers uit de domeinen recreëren, werken/ ondernemen en wonen. We zijn trots op wat de stichting de afgelopen jaren heeft neergezet en bereikt binnen de sectoren recreëren, werken/ ondernemen en wonen op Tholen. Waar andere gemeenten in Zeeland sinds het stoppen van VVV Zeeland eind 2020 worstelden met de regionale marketing en toeristische informatievoorziening, heeft de samenwerking tussen partijen op Tholen niet geleid tot een vacuüm. De resultaten van de inzet van de stichting zijn zichtbaar als we kijken naar de positieve ontwikkeling van het toerisme in de afgelopen jaren in onze gemeente. Ontwikkelrichting en toelichting: We continueren de samenwerking met en financiering van de Stichting Tholen Beter Bekend. Een eventuele verhoging van de bijdrage koppelen we aan het jaarplan welke haar oorsprong vindt in deze visie. Hiermee kunnen we de ambities uit deze visie ten aanzien van marketing en Als toeristische bestemming staat Tholen niet op zichzelf. We hechten daarom grote waarde aan goede samenwerking tussen onze gemeente en andere samenwerkingsverbanden, zoals samenwerking in Zeeuws verband (via Merkorganisatie Zeeland) als samenwerking met gemeenten op de Brabantse Wal of binnen het samenwerkingsverband van het Geopark. Op het gebied van marketing, promotie en toeristische informatie vinden we deze samenwerkingen belangrijk en intensiveren we deze. Speerpunt 2: In de toeristische marketing richten we ons op de ‘gast die bij ons past’: bezoekers die actief willen zijn te midden van rust, groen en cultuurhistorie. Hierbij leggen we de focus op het stimuleren van kort toeristisch verblijf en het beter benutten van de potentie van Tholen als aantrekkelijke bestemming buiten het hoogseizoen. Hierbij maken we Tholen ook beter bekend in het buitenland Analyse / achtergrond: Het brede aanbod op Tholen is gericht op een brede doelgroep, maar als we inzoomen zien we dat we ons met name onderscheiden in de combinatie van een groen landschap te midden van de Oosterschelde waar je nog ver kunt kijken zonder storende bebouwing, waar het nog echt stil kan zijn en waar je uren kunt lopen zonder veel mensen tegen te komen. Hoewel veel gemeenten en regio’s propageren dat rust en ruimte hen uniek maakt, durven we wel te stellen dat juist deze combinatie van ruimte en rust (wat dus niet betekent dat er niks te doen
  3. is)in combinatie met de ligging, Tholen uniek maakt. Ontwikkelrichting en toelichting: In onze marketing richten we ons op (potentiële) bezoekers die juist deze combinatie van rust en ruimte weten te waarderen. Actief bezig zijn, weg van de massa, in een groen landschap. Boordevol cultuurhistorie en verhalen, waar het water nooit ver weg is. Genietend van de rust en de ruimte en het eigen karakter van de eilanden en haar bewoners. In de uitingen richten we ons juist op dit type gast omdat deze zo goed bij Eiland Tholen past. Hierbij positioneren we Tholen als aantrekkelijke bestemming voor een kort toeristisch verblijf, juist ook buiten het hoogseizoen. Het aanbod op Tholen, de ligging van de gemeente en het veranderend vakantiegedrag van mensen (korter en vaker weg) en de trend ten aanzien van het sociale aspect van een vrienden- of familieweekend zijn een ideale mix waarop we willen inspelen. Dit sluit ook aan bij de doelstelling om de afhankelijkheid van vaste gasten te verkleinen en de bedbezetting door het seizoen heen te versterken. Daarbij richten we ons meer dan eerst ook op buitenlandse bezoekers. Zeker voor Duitsers die een bezoek aan Zeeland brengen is Tholen toch net een uur dichterbij dan de Noordzeekust en ook voor Belgen is Tholen een dichtbij-de-deur-bestemming, maar toch compleet anders dan de eigen regio. Speerpunt 3: We maken in onze marketing nadrukkelijk gebruik van onze strategische ligging als groen-blauwe-oase tussen de Randstad, de Brabantse stedenring en Antwerpen. Analyse / achtergrond: De strategische ligging van Tholen als groenblauwe oase te midden van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, de Brabantse stedenrij en de stedelijke regio Antwerpen is niet alleen van belang voor Tholen als aantrekkelijke vestigingsplaats voor bedrijven of om er te wonen. Ook voor het toerisme is deze strategische ligging van groot belang. Ontwikkelrichting en toelichting: We willen de strategische ligging van de gemeente Tholen nog meer benutten. Waar Zeeland het imago heeft dat het ver weg is, is Tholen vanuit de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, de Brabantse stedenrij en de stedelijke regio Antwerpen binnen een uur te bereiken met de auto. En de regio is niet alleen dichtbij, het is ook nog eens een andere wereld. Te midden van regio’s waar files aan de orde van de dag zijn, waar er altijd geluid is en waar het leven zich 24/7 in een hoog tempo afspeelt ligt een gebied waar donker nog echt donker is, waar rust echt gepaard gaat met stilte en waar het enige oponthoud veroorzaakt wordt doordat je achter een trekker rijdt. Tholen vormt wat dat betreft een oase met ruimte, een groen landschap en water altijd dichtbij. Speerpunt 4: Ondernemers, inwoners en vaste gasten van Tholen zijn onze belangrijkste ambassadeurs. We versterken de band tussen onze ambassadeurs en Tholen en versterken het gastheerschapsnetwerk. Analyse / achtergrond: Geen campagne kan op tegen authentieke verhalen. Authentieke verhalen van mensen die op Tholen ondernemen, werken, wonen of regelmatig verblijven. Zij zijn de belangrijkste ambassadeurs van onze gemeente. Ontwikkelrichting en toelichting: Om het ambassadeurschap te versterken is het allereerst van belang dat onze eigen inwoners, ondernemers en vaste gasten Tholen en Sint Philipsland kennen en waarderen. We zetten ons ervoor in om Eiland Tholen niet alleen bekend te maken buiten Tholen maar juist ook binnen de eigen gemeente. Daarbij versterken we ook het gastheerschapsnetwerk. Speerpunt 5: Door middel van ‘eilanddressing’ dragen we de onderscheidende kwaliteit en de identiteit van Tholen op verrassende wijze uit in het landschap en in de kernen. Ontwikkelrichting en toelichting: De identiteit en onderscheidende kwaliteit van Eiland Tholen willen we meer zichtbaar maken, juist ook binnen de gemeente Tholen zelf. Het lokale DNA en het agrarische karakter/ landschap van Tholen willen we hierbij meer benadrukken. We ‘kleden de gemeente aan’ op markante plaatsen en op verrassende plekken. Doel van deze vorm van ‘eilanddressing’ is dat we de identiteit en het onderscheidend vermogen van Tholen en Sint Philipsland beter zichtbaar maken op en buiten de gemeente en ‘eilanddressing’ inzetten als marketingtool en versterking van het ambassadeurschap. Speerpunt 6: We zetten ons in voor een herkenbare Thoolse huisstijl in alle vormen van informatievoorziening. Hiervoor zoeken we ook nadrukkelijk de samenwerking met terrein beherende organisaties Analyse / achtergrond: De afgelopen jaren is al een belangrijke stap gezet in het creëren van één uniforme huisstijl in informatieborden welke verspreid over de gemeente staan. Dit betreffen bijvoorbeeld informatiepanelen van de wandelommetjes en bij unieke bezienswaardigheden. Deze zijn allemaal in een herkenbare Thoolse huisstijl gerealiseerd. Met name in het buitengebied komt een veelvoud aan stijlen voor, iedere terrein beherende organisatie heeft eigen borden. Zeker langs de Oosterschelde komt een diversiteit aan borden en stijlen samen. Waar het gaat om borden met regelgeving of aanduiding van een gebied is dit niet bezwaarlijk. Ontwikkelrichting en toelichting: Voor informatieborden gericht op toeristische informatie of gebiedsinformatie streven we één uniforme Thoolse stijl na. Dit komt de herkenbaarheid en het uitdragen van één krachtig verhaal ten goede. Speerpunt 7: We zetten in op versterking van persoonlijke toeristische informatievoorziening aansluitend op de wensen van de individuele bezoeker. We zijn zichtbaar op de plaatsen waar gasten samenkomen en verblijven. Hier bieden we inspiratie en informatie Analyse / achtergrond: Iedere gast is uniek en heeft zijn eigen interesses. Het is dan vaak ook een zoektocht om juist die activiteit te vinden die aansluit bij iemands persoonlijke interesse of een activiteit welke aansluit bij het weertype van dat moment. Informatievoorziening is niet meer gebonden aan een bepaalde locatie of aan openingstijden van een informatiepunt of de persoonlijke kennis van een medewerker. In feite heeft iedere consument 24/7 en overal toegang tot alle informatie. Of iemand zich nu voorbereidt op een verblijf op Tholen vanuit een woonadres midden in Antwerpen of op een campingstoel zit voor de caravan op één van de campings op Tholen. Hetgeen de consument zoekt en kan vinden mag echter wel verschillen afhankelijk van de plaats, het interessegebied en het moment waar de gast zich in de klantreis bevindt. Ontwikkelrichting en toelichting: We faciliteren dat de database en website van Eiland Tholen steeds ‘slimmer’ wordt waardoor deze op de gebruiker gerichte informatie kan verschaffen afhankelijk van zijn locatie, interessegebied, het weer etc. Daarnaast zorgen we er ook voor dat we de toeristische informatievoorziening op het eiland, bij voorkeur gekoppeld aan het gastheerschapsnetwerk, verder versterken. Hiermee realiseren we dat toeristische informatie breed en laagdrempelig beschikbaar is voor gasten die het eiland bezoeken. Hierbij geven we ook specifieke aandacht aan het cultureel aanbod, waaronder de musea. Uitvoeringsprogramma In de vorige hoofdstukken zijn per thema de speerpunten benoemd aan de hand van een ontwikkelrichting. In dit laatste hoofdstuk komt per speerpunt aan de orde op welke manier de gemeente Tholen hieraan, samen met partners, uitvoering wil geven. Dit uitvoeringsprogramma vormt de basis onder een uitvoeringsagenda waarin het college jaarlijks laat zien welke acties worden uitgevoerd, wat deze acties kosten en welke partijen hierbij betrokken zijn. Financiële dekking hiervoor wordt allereerst gevonden vanuit de meeropbrengsten voortvloeiend uit de stapsgewijze verhoging van de toeristenbelasting, waarover de gemeenteraad eind 2024 heeft besloten. De actualisatie van de uitvoeringsagenda gebruikt het college allereerst om te laten zien wat er al is uitgevoerd en welke plannen er op de agenda staan. Deze actualisatie is ook van belang voor het eventueel verkrijgen van aanvullende middelen bij de gemeenteraad. De in de visie en in het uitvoeringsprogramma genoemde punten leiden niet in alle gevallen tot directe actie welke een plaats krijgt in de uitvoeringsagenda. Bij het opstellen van het omgevingsplan is het van belang de genoemde uitgangspunten ruimtelijk/ juridisch te borgen of de visie als toetsingskader te gebruiken bij het toetsen van een aanvraag om af te wijken van het omgevingsplan. Verblijfstoerisme Speerpunt 1: verbeteren bedbezetting Het verbeteren van de bedbezetting over het seizoen heen betreft allereerst de verantwoordelijkheid van individuele recreatieondernemers. Inzetten op seizoen spreiding kan onderdeel zijn van individuele en gezamenlijke marketing (via Stichting Tholen Beter Bekend) (zie hoofdstuk marketing en informatievoorziening). Ook het aanbod aan activiteiten en de programmering van evenementen is een factor waarmee de gemeente aantrekkelijker kan zijn voor verblijf buiten het traditionele hoogseizoen (zie hoofdstuk dagrecreatie en het hoofdstuk cultuur en erfgoed). Tenslotte vormt ook het type accommodaties wat op parken aanwezig is een factor waarmee de bedbezetting kan worden verbeterd, dit ligt binnen de invloedssfeer van ondernemers, maar ook regelgeving is hiervoor van belang (zie kwaliteitsverbetering van bestaand aanbod). Speerpunt 2: verkleinen afhankelijkheid vaste gasten Aanbod voor vaste gasten zal op Tholen zeker wel blijven bestaan, de vraag naar jaarplaatsen is er immers. Wanneer nieuwe jaarplaatshouders kiezen voor een jaarplaats op Tholen willen we dat het gasten zijn die bewust kiezen voor Tholen vanwege haar ligging, aanbod aan activiteiten, natuur en cultuur, kwaliteit en ruimte. Met oog op de vitaliteit van het aanbod willen we voorkomen dat het eiland slechts aantrekkelijk is als alternatief voor de Noordzeekust vanwege de prijs of het verdwijnen van jaarplaatsen aan de Noordzeekust. Een duidelijke propositie van de (gezamenlijke) accommodatie verschaffers, in samenwerking met Stichting Tholen Beter Bekend, is hiervoor van belang. Om te voorkomen dat nieuwe verblijfsaccommodaties (bedrijfsmatig aanbod) alleen door vaste huurders of eigenaren worden gebruikt leggen we in het omgevingsplan verplichte verhuur van nieuw te realiseren verblijfsaanbod vast. Speerpunt 3: Kwaliteitsverbetering van bestaand aanbod in plaats van nieuwvestiging of uitbreiding Sint Maartensdijk: Gebiedsvisie Pluimpot Planologisch gezien is er, op basis van de Omgevingsvisie ten zuiden van Sint Maartensdijk nog ruimte voor uitbreiding van het aantal verblijfseenheden. Ten opzichte van de plafonds in het (tijdelijk) omgevingsplan is het aantal aanwezige accommodaties hier lager. Ten dele is er in dit gebied sprake van verouderd aanbod. Hierbij blijft de ruimtelijke kwaliteit van het verblijfsgebied achter en is er sprake van een versnipperd en verkaveld geheel. De planologische ruimte willen we enkel benutten wanneer er sprake is van een integrale gebiedsontwikkeling waarbij het bestaande aanbod ten dele wordt geherstructureerd en eenheden in een nieuw landschap worden geplaatst. Hierbij is het belangrijk dat er landschapsgericht wordt ontworpen en beheerd (ook in te behouden parkdelen) Hierdoor kan er gerecreëerd worden in een groene omgeving, maar wordt er ook meerwaarde gecreëerd voor landschap en natuur. Verbinding met de Oosterschelde is hierbij van belang zodat een verblijfsrecreatieve ontwikkeling, het verbeteren van het landschap ook kan bijdragen aan de instandhoudingsdoelen van kwetsbare flora en fauna in het Natura2000 gebied. Samen met de recreatiesector en landschapspartners willen we komen tot een integrale gebiedsvisie voor het natuur- en recreatiegebied rondom de Pluimpot. Hierin neemt een visie op het landschap een belangrijke positie in. We bieden boven op het bestaande planologisch plafond een beperkte uitbreidingsruimte van maximaal 15% ten aanzien van het per terrein vastgelegde plafond. Voorwaarde om deze ruimte in te mogen vullen is dat er naast uitbreiding sprake dient te zijn van herstructurering van het bestaande park. Herstructurering en een beperkte uitbreiding dienen hierbij samen te gaan met landschapsproductie. Ofwel ruimte voor meer eenheden in het gebied is alleen mogelijk wanneer het verblijfsrecreatief gebied integraal onderdeel uitmaakt van een verbeterd landschap. Dit is in lijn met de Omgevingsvisie waarin gesteld is dat: 1. Een beperkte uitbreiding van oppervlakte is slechts mogelijk als het nieuw uit te breiden terrein: a. Integraal onderdeel uitmaakt van een (nieuw) landschap; b. De dichtheid en omvang van de bebouwing passend is in het betreffende landschap; c. En het beheer en onderhoud van het landschap geborgd is; 2. Een beperkte uitbreiding van eenheden is mogelijk als er sprake is van een integrale kwaliteitsimpuls van de bestaande en toekomstige accommodatie. Hierbij zetten we in op een divers aanbod met zowel plaats voor vaste gasten als voor toeristische gasten en een aantrekkelijk, beleefbaar en toegankelijk landschap voor verblijfsgasten en dagrecreanten (fietsers, wandelaars en bezoekers van het strandje). Verblijfsrecreatie dient hierbij onderdeel te zijn van het landschap. Harde grenzen tussen functies worden hierbij verzacht. In het gebied zijn verschillende bestemmingsplannen van kracht (zie tabel 1). Binnen het totale gebied is er planologisch ruimte voor 1.353 toeristische verblijfseenheden. Hiervan mogen er maximaal 592 permanent aanwezige kampeermiddelen (stacaravans, chalets etc.) (43,8%) zijn en 682 recreatiewoningen of - appartementen (50,4%). Ten opzichte van het bestaande aantal betekent dit een toename van 291 eenheden (ofwel 27,4%). Naam Bestemmingsplan Bestemming recreatief (
  4. ha)Maximumaantal standplaatsen kampeermiddel Waarvan maximaalaantal permanente standplaatsen Planologische ruimte t.o.v. werkelijk aanwezig De Muie Verblijfsrecreatieterreinen 13,7115 ha 272 242 Geen De Zeester Verblijfsrecreatieterreinen 2,01567 ha 106 100 Geen Gorishoek/ De Hoeve Verblijfsrecreatieterreinen 6,3856 ha 293 + 161 250 + 16 43 Zeeuwse Parel Vakantiepark De Pluimpot 20,3043 ha 440 + 462 440 + 46 125 Wulpdal Recreatiepark Wulpdal 12,1288 ha 1673 167 123 Brasserie de Zeester Buitengebied Tholen (bestemming horeca) - 134 n.v.t. Geen 1Maximaal 16 recreatiewoningen 2Maximaal 440 recreatiewoningen en 16 particuliere recreatiewoningen 3Maximaal 167 recreatiewoningen 4Maximaal 13 recreatieappartementen Tabel 1: Overzicht verblijfsrecreatieterreinen rondom De Pluimpot Nadrukkelijk hebben we hierbij ook aandacht voor de ontsluiting van het gebied ten oosten van de Pluimpot. Dit moet nadrukkelijk onderdeel zijn van de gebiedsvisie. Verkeersmaatregelen moeten de toegang voor autoverkeer tot het gebied verbeteren, de aantrekkelijkheid en veiligheid van fietsers vergroten en de dorpskernen ontlasten van doorgaand autoverkeer. De steiger bij Brasserie de Zeester kan dienen als passantensteiger voor een nader te bepalen maximumaantal schepen. Als onderdeel van de gebiedsvisie brengen we in beeld (zowel technisch, op het gebied van wetgeving en beheer) op welke wijze het gebruik van de steiger geïntensiveerd kan worden zodat er ook aan de zuidzijde van Tholen mogelijkheden zijn om aan te leggen met een zeilboot of motorschip (ten behoeve van passanten). Sint Annaland: kwaliteitsverbetering en landschapsproductie Het verblijfstoerisme in en rond Sint Annaland concentreert zich voornamelijk in en rond de jachthaven en op het naastgelegen Chaletpark de Krabbenkreek. Op basis van het bestemmingsplan is er op de Krabbenkreek plaats voor maximaal 150 recreatieve wooneenheden, er zijn er 147 op het terrein aanwezig. Een ruimtelijke en beperkte uitbreiding van het aantal eenheden staan we enkel toe, binnen de kaders van het provinciaal beleid en onze Omgevingsvisie. Dit betekent dat er enkel sprake mag zijn van een beperkte uitbreiding van het aantal eenheden (samen met een ruimtelijke uitbreiding) wanneer deze gepaard gaat met een integrale kwaliteitsimpuls van het bestaande aanbod. Hierbij moet een uitbreiding worden geplaatst in een (nieuw) toegankelijk landschap waardoor ook wandelaars en f ietsers uit Sint Annaland en gasten van buiten het park van het landschap kunnen genieten. Het Stallandsebos zal geen onderdeel uitmaken van het verblijfsrecreatief gebied. Dit bos willen we behouden en zo mogelijk uitbreiden als wandel en beweeggebied van onze inwoners en verblijfstoeristen. Een eventuele uitbreiding van het bos kan wel onderdeel zijn van een uitbreiding van het verblijfsrecreatief gebied. Een ruimtelijke uitbreiding moet gepaard gaan met verdunning van het bestaande aanbod en nieuwe eenheden dienen qua dichtheid en omvang passend te zijn in het landschap. Dit betekent dat er meer ruimte dient te zijn voor groen en er dus een lager bebouwingspercentage geldt. De maximale toegestane uitbreidingsruimte van het aantal eenheden leggen we vast op maximaal 15% ten opzichte van het planologisch plafond (totaal maximaal 172). Daarbij vinden we het belangrijk dat verkeers- en parkeerproblemen rond de haven en het strand worden meegenomen bij planvorming. Zo ontstaat er meerwaarde voor het verblijfstoerisme, voor de leefbaarheid en voor de bereikbaarheid van het dorp. Een (beperkte) uitbreiding van het aantal accommodaties kan hierbij fungeren als kostendrager. Hierbij zien we een uitbreiding dus niet als een nieuw park, maar is dit gekoppeld aan kwaliteitsverbetering van het bestaande park, de publieke ruimte en het landschap. Overige verblijfsconcentraties Voor de recreatieparken bij Stavenisse en Strijenham geldt dat er enkel onder voorwaarde van kwaliteitsverbetering en verduurzaming sprake mag zijn van ruimtelijke uitbreiding met een toename van het aantal verblijfsrecreatieve eenheden wanneer er elders in de gemeente verblijfseenheden daadwerkelijk (en planologisch) worden gesaneerd. Een op zichzelf staande toename van het aantal verblijfseenheden is hier niet gewenst. Zo stimuleren we dat minder vitaal aanbod verdwijnt. Ruimtelijke uitbreiding zonder toename van het aantal eenheden is in lijn met de Omgevingsvisie en binnen de kaders van het provinciaal beleid, toegestaan wanneer het nieuw uit te breiden terrein integraal onderdeel uitmaakt van een (nieuw) landschap, de dichtheid en omvang van de bebouwing passend is in het betreffende landschap en het beheer en onderhoud van het landschap geborgd is. Daarbij is het belangrijk dat de overgang tussen landschap en verblijfsrecreatie wordt verzacht. Een dergelijke ontwikkeling kan bijdragen aan vitalisering van het bestaande aanbod waarbij een bestaand verblijfsrecreatieterrein wordt uitgedund (dus minder bebouwing per hectare) en er meer ruimte is voor landschap, biodiversiteit en een toename van de belevingswaarde (voor zowel de gebruiker als de omgeving). De uitgangspunten worden vertaald in ruimtelijke regels en opgenomen in het omgevingsplan. Met oog op het toekomstgericht borgen van de kwaliteit van verblijfsrecreatieterreinen nemen we in het omgevingsplan een verplichte centrale bedrijfsmatige exploitatie op, waarbij ook het meerjarig onderhoud van de inrichting (wegen, groen etc.) wordt gegarandeerd. Speerpunt 4: camperplaatsen op bijzondere locaties Een mogelijke locatie om een aantal camperplaatsen te realiseren zien we nabij de Bergse Diepsluis op de Oesterdam. In overleg met Rijkswaterstaat onderzoeken we de mogelijkheden en de voorwaarden voor de realisatie van camperplaatsen als onderdeel van een op te stellen gebiedsvisie voor de Bergse Diepsluis. Hierin hebben we aandacht voor de verhouding tussen (het beheer van) de sluis, dagrecreatie, voorzieningen, verblijfsmogelijkheden en de ontwikkeling van een bezoekerscentrum voor de verdronken stad Reymerswael. Een mogelijke locatie om een aantal camperplaatsen te realiseren zien we nabij de Bergse Diepsluis op de Oesterdam. In overleg met Rijkswaterstaat onderzoeken we de mogelijkheden en de voorwaarden voor de realisatie van camperplaatsen als onderdeel van een op te stellen gebiedsvisie voor de Bergse Diepsluis. Hierin hebben we aandacht voor de verhouding tussen (het beheer van) de sluis, dagrecreatie, voorzieningen, verblijfsmogelijkheden en de ontwikkeling van een bezoekerscentrum voor de verdronken stad Reymerswael. Wanneer er mogelijkheden voor het vestigen van camperplaatsen zijn schrijven we hiervoor een tender uit. Naast dergelijke camperplaatsen is er bij het vestigen van een kleinschalig kampeerterrein op een (voormalig) agrarisch bedrijf ook mogelijkheid om specifiek in te zetten op de doelgroep camperaars. Dit geldt ook voor bestaande reguliere kampeerterreinen. Voor de jachthavens nemen we in het omgevingsplan het verbod op het gebruiken van ligplaatsen voor waterlodges/ drijvende chalets op. Speerpunt 5: Stimuleren uitbreiding kleinschalig aanbod in het binnenland Het kunnen toevoegen van verblijfsaccommodaties aan terreinen op een voormalige agrarische bestemming kan de aantrekkelijkheid van een dergelijk perceel vergroten of bijdragen aan de instandhouding van cultuurhistorisch waardevolle panden. Belangrijk hierbij is te borgen dat het bieden van ruimte niet leidt tot verrommeling van het landschap. Een goede landschappelijke inpassing is dus van belang. We voorzien de volgende mogelijkheden op een perceel met een agrarische bestemming of een woonbestemming. Deze mogelijkheden, met specifieke gebruiksregels (passend binnen het provinciaal beleid), leggen we vast in het omgevingsplan. • Een kleinschalig kampeerterrein is gekoppeld aan een agrarisch bedrijf toegestaan tot een maximum van 35 eenheden (onder de huidige regels is dit 25). Hierbij hechten we grote waarde aan een goede landschappelijke inpassing in relatie tot het ruimtegebruik. Gekoppeld aan het aantal kampeerplaatsen leggen we hierbij een minimale perceeloppervlakte vast. Voor een woonbestemming wijzigen we dit van maximaal 15 tot maximaal 25 eenheden. • Het maximumaantal permanent aanwezige kampeermiddelen (chalets tot 75 m2, safaritenten, etc.) bij een kleinschalig kampeerterrein is toegestaan tot een maximum van 20% van het aantal eenheden met een maximum van 5 (als onderdeel van de genoemde 35 eenheden of als op zichzelf staand initiatief). Ook hier geldt een goede landschappelijke inpassing als belangrijke voorwaarde. • Buitenom een kleinschalig kampeerterrein maken we kleinschalige nieuwvestiging van verblijfsaccommodaties in het buitengebied mogelijk tot een maximum van 15 eenheden. Hierbij zien we vooral ruimte voor bijzondere verblijfsobjecten welke geïntegreerd worden in het landschap. Dit betekent dat er hierbij niet altijd sprake hoeft te zijn van een kampeerterrein maar dat erin bijvoorbeeld een boomgaard ook een aantal vaste recreatieve verblijfsobjecten kunnen worden geplaatst. Hierbij geldt dat (anders dan bij een kleinschalig kampeerterrein welke al toegestaan is onder de huidige functie) een functiewijziging naar recreatie noodzakelijk is. • In bijgebouwen op een terrein met een (voorheen) agrarische functie is het toegestaan om verblijfsaccommodaties te realiseren (tot een maximum van 15 eenheden). Voorwaarde hierbij is dat het gebruik passend is in het landelijk gebied. Zeker in panden met een cultuurhistorische waarde kan dit bijdragen aan de instandhouding van dergelijke gebouwen. Het is onwenselijk dat dergelijke gebouwen verdwijnen. Het vervangen van een cultuurhistorisch waardevol pand of bijgebouw door een modern gebouw waarin vervolgens accommodaties worden gerealiseerd is niet mogelijk. Speerpunt 6: Overnachtingsmogelijkheden bij particulieren We leggen in het omgevingsplan (of indien wenselijk in een aparte beleidsregel Overnachten bij Tholenaren) regels vast met betrekking tot overnachtingsmogelijkheden bij particulieren (bestemming wonen, binnen en buiten de bebouwde kom). Zo moet parkeren op eigen terrein kunnen plaatsvinden en nemen we een maximaal bebouwingsoppervlak3 en een minimale afmeting tussen een bijgebouw (inclusief terras) tot het naastgelegen perceel op. We voeren we op basis van de Wet Toeristische Verhuur een registratieplicht in en leggen dit vast in het omgevingsplan. We onderzoeken of het invoeren van een digitaal nachtregister hiervoor een passend instrument is. Hierbij brengen we in beeld of dit instrument van meerwaarde kan zijn voor recreatieondernemers (zowel vanuit de optiek van de ondernemer als voor de heffing van toeristenbelasting). In de woonvisie is opgenomen dat we het onttrekken van woningen aan de voorraad ten behoeve van verblijfsrecreatie willen voorkomen. Controle en handhaving van panden welke dreigen te verkrotten en aantoonbaar geen woonfunctie hebben en dus kunnen worden ingezet als toeristische verblijfsaccommodatie vormt een taak van de gemeente Tholen. Hierbij is het belangrijk om ontwikkelingen te monitoren zodat hierop, indien nodig, tijdig kan worden bijgestuurd. Speerpunt 7: Verbod op (permanente) bewoning op recreatieparken We leggen het verbod op permanente of tijdelijke bewoning op recreatieparken vast in het omgevingsplan. Dagrecreatie Speerpunt 1: De basis op orde We zorgen ervoor dat de basis van recreatieve infrastructuur op orde blijft. Deze zorg betekent dat we ook in de toekomst voldoende budget blijven uittrekken voor het onderhoud aan deze voorzieningen waarbij we ons inzetten voor een kwalitatief hoogwaardige en aantrekkelijke uitstraling. Wat kapot is wordt binnen een korte termijn gerepareerd of vervangen. Daarnaast blijft er budget beschikbaar voor het uitbreiden van recreatieve voorzieningen: zowel in de kernen als langs recreatieve routes. Als onderdeel hiervan breiden we het aantal zelfreinigende toiletunits uit naar de Bergse Diepsluis en Gorishoek. In de toekomst willen we dit nog verder uitbreiden naar andere toeristische hotspots. We breiden in de binnenwateren de mogelijkheid om te vissen uit door de aanleg van vissteigers (ook toegankelijk voor mensen met een beperkte mobiliteit). Hiervoor inventariseren we de staat van bestaande steigers en stellen in afstemming met gebruikers van een VISpas een uitvoeringsplan op. In de haven van Tholen vernieuwen we de trailerhelling zodat bootbezitters hier een goede toegang tot het water hebben. Waar de haven in Tholen met oog op waterveiligheid (in relatie tot beroeps- en pleziervaart) niet geschikt is om te suppen zijn verschillende binnenwateren dit wel. Een deel van de watergangen lenen zich voor suptochten of kanotochten. Aandachtspunt hierbij is de waterkwaliteit. In afstemming met de waterbeheerder gaan we na welke wateren geschikt zijn hiervoor. Door bij de kruisende wegen overstapsteigers te realiseren kunnen watersporters eenvoudig ‘ klunen’. Investeringen in steigers gaan bij voorkeur via een publiek private samenwerking, waarbij een koppeling wordt gelegd tussen subsidie en crowdfunding of bijdragen vanuit een mogelijke commerciële exploitant. We onderzoeken de haalbaarheid hiervan. Voorbeeld van een eenvoudige steiger om over te stappen. Naast de fysieke instandhouding van voorzieningen dragen we ook blijvend zorg voor een goede digitale vindbaarheid en toegankelijkheid van informatie over voorzieningen. Daarbij moet het ook eenvoudig zijn om suggesties te doen voor verbetering van voorzieningen of het melden van gebreken. Speerpunt 2: een robuust pontjesnetwerk De pontjes worden al jaren in de vaart gehouden dankzij de grote inzet van schippers, maar de kosten kunnen niet volledig worden gedekt uit de inkomsten uit kaartverkoop, zeker gelet op de weergevoeligheid van de dienstverlening. Om de pontjes in de vaart te houden verstrekken we als gemeente (in afstemming en samenwerking met de gemeenten aan ‘de overkant’) subsidie. Dit willen we continueren. Om het netwerk te verstevigen treden we in overleg met de schippers en buurgemeenten over de uitbreiding van de dienstverlening en het verhogen van de subsidie. Een mogelijkheid hierbij is om naast de subsidie ook een bepaald aantal tickets af te nemen welke we kunnen verstrekken aan inwoners van de gemeente (bijvoorbeeld vrijwilligers om hen te bedanken voor hun inzet of mensen voor wie een recreatieve uitstap niet vanzelfsprekend is). Ook stimuleren we accommodatieverschaffers om al voor aanvang van het seizoen een bepaald aantal tickets af te nemen voor hun gasten. Hierdoor zijn schippers al zeker van een deel van de inkomsten. Speerpunt 3: Een dagrecreatieve voorziening voor jong en oud, Tholenaar en bezoeker Om de eventuele vestiging van een dergelijke dagrecreatieve voorziening te stimuleren treden we in overleg met Impuls Zeeland. Zij hebben goed zicht op de markt en op eventuele (potentiële) initiatiefnemers. Een mooi voorbeeld van dergelijk type bedrijf is te vinden in ’s-Heer Arendskerke bij ’t Klokuus. Een dergelijke voorziening zou zowel op Tholenaren zelf als op bezoekers vanuit de regio aantrekkingskracht kunnen hebben. Speerpunt 4: Strandjes van hoog niveau Ten aanzien van uitbreiding van het voorzieningenniveau zorgen we voor meer en grotere afvalbakken, een goede toegang via trappen (en indien mogelijk) een hellingbaan ten behoeve van mensen die niet goed ter been zijn of mensen met kinderwagens en een schoon zandstrand. Daarbij willen we bij de strandjes zwemtrappen en zwemsteigers realiseren welke de aantrekkelijkheid vergroten. In het hoogseizoen verhogen we daarom het beheer van het strand zodat er geen zwerfafval in de Oosterschelde of in de openbare ruimte terecht komt. Met oog op veiligheid van bezoekers verwijderen we hier, waar mogelijk, ook stenen en oesterschelpen. Door zorg te dragen voor voldoende parkeerfaciliteiten nabij het havenplateau en een goede verwijzing in combinatie met een parkeerverbod (en handhaving hierop) in de bermen zorgen we voor het beperken van parkeeroverlast. Daarnaast zijn sturende maatregelen mogelijk, zoals bijvoorbeeld de invoering van een blauwe zone. Hierdoor worden langparkeerders verplicht om buiten de ‘hotspots’ te parkeren. Bij de strandjes bieden we de mogelijkheid om via een standplaatsvergunning eten en drinken te verkopen. Bij de Bergse Diepsluis onderzoeken we of er, liefst in combinatie met een bezoekerscentrum (zie visie cultuur en erfgoed), een horecapaviljoen (seizoen of permanent) kan worden gevestigd, naar voorbeeld van Bar Goed in Perkpolder. We juichen het toe als er in combinatie met een standplaats of paviljoen ook verhuur van parasols, windschermen of bedjes kan plaatsvinden. Het initiatief hiervoor ligt echter bij de markt. In afstemming met Rijkswaterstaat en natuurorganisaties onderzoeken we of we de strandjes kunnen voorzien van nieuw zand en of het mogelijk is deze te vergroten. Hierdoor is er meer ruimte voor bezoekers. Speerpunt 5: Woonboulevard Poortvliet verbinden met Tholen We gaan met de eigenaren in gesprek om deze verbinding fysiek zichtbaar te maken en stellen middelen beschikbaar voor de uitvoering. Dit kan bijvoorbeeld binnen in de woonboulevard waarbij bezoekers op een laagdrempelige manier worden gewezen op de historische context van de plek. Hierbij kan gedacht worden aan een ‘mini-museum’ in de woonboulevard. Daarbij kunnen op of nabij de vindplaats de contouren van de voormalige boerderij zichtbaar worden gemaakt en een informatiepunt in het landschap worden ingericht, ook weer verbonden met recreatieve routes. Ook kan andersom de woonboulevard profiteren van het toerisme. Bijvoorbeeld door in een verblijfsaccommodatie te proefslapen in een bed van Woonboulevard Poortvliet en gebruik te maken van meubels in bijvoorbeeld de horeca. Zo kan het eiland fungeren als showroom voor de woonboulevard. Natuur en landschap Speerpunt 1: Versterken en benutten van de Oosterschelde Op verschillende plekken maken we dit zichtbaar, bijvoorbeeld via vogelkijkschermen of kijkhutten met aanvullende informatie gekoppeld aan de fiets- en wandelroutes. Om de onderwaterwereld zichtbaar te maken laten we bij de duiktrappen interactieve informatie zien over het onderwaterleven. Zo kan een ‘landrecreant’ als het ware meeduiken met de duikers in de Oosterschelde. We onderzoeken de mogelijkheid een hop-on-hop-off veerdienst te ontwikkelen. Deze veerdienst vaart niet naar de overkant maar legt aan langs de steigers rondom het eiland. Zo kan een fietser bijvoorbeeld van Tholen richting Gorishoek fietsen en vanaf daar de boot pakken naar Stavenisse om vervolgens via Sint Annaland en Sint Philipsland door te fietsen tot Anna Jacobapolder. Daar stapt hij weer op om terug te varen naar de Bergse Diepsluis. Op deze manier beleeft hij de Oosterschelde en het eiland van de andere kant en kan hij bovendien afgesloten dijktrajecten ‘omzeilen’. Om dit mogelijk te maken is het van belang dat bestaande steigers toegankelijk worden gemaakt en beter worden benut (Bergse Diepsluis, Gorishoek, Anna Jacobapolder en Sint Annaland). Daarbij moet ook het aantal steigers worden uitgebreid (Stavenisse, Sint Philipsland). Deze hop-on-hop-off Oosterscheldebeleving heeft een nauwe relatie met het pontjesnetwerk en de voorzieningen welke hiervoor nodig zijn. In het hoofdstuk dagrecreatie is dit onderdeel van ook verder uitgewerkt. Speerpunt 2: Buitendijkse fiets- en wandelmogelijkheden behouden Door het verbeteren van de overgang van buitendijks naar binnendijks en door het verbeteren van de informatievoorziening op de overgangspunten kunnen recreanten op een aantrekkelijke en soepele wijze naar ‘binnen’ worden geleid. Hier kan bijvoorbeeld een koppeling gemaakt worden met de wens om vogelkijkschermen uit te breiden. Een inspirerend voorbeeld vormt de vogelkijkpoort nabij Yerseke. Het afsluiten van dijktrajecten met hekken of betonblokken doet afbreuk aan de beleving en de landschappelijke uitstraling en heeft weliswaar een verkeer werende werking maar draagt niet bij aan het draagvlak voor rust- en natuurgebieden. Voorbeeld van het vogelkijkscherm bij Yerseke Wanneer fietsers eenvoudig van het dijktraject af worden geleid met goede infrastructuur, beleefpunten én gebruik kunnen maken van aantrekkelijke routes binnendijks wint het rondje Tholen, dat bestaat uit een combinatie van de mooiste buitendijkse en binnendijkse routes , aan belevingswaarde aan aantrekkingskracht. Daarnaast is het belangrijk dat de informatie over routes en afgesloten dijkvakken eenvoudig en uniform online vindbaar is. Uitbreiding van de fietsmogelijkheden op en langs de dijken aan de oostzijde van Tholen draagt bij aan het kunnen beleven van de Linie van de Eendracht langs het Schelde-Rijnkanaal. Met name tussen Oud-Vossemeer en Tholen is het wenselijk de mogelijkheden uit te breiden. Ditzelfde geldt voor het traject langs het Zoommeer ten zuiden van Tholen. We treden in overleg met beherende organisaties en pachters over de mogelijkheden van uitbreiding van fietsroutes over deze trajecten. Speerpunt 3: Versterken landschapsbeleving op Tholen en Sint Philipsland Om de variatie aan Thoolse teelten meer zichtbaar te maken in de verschillende seizoenen breiden we het aantal gewasborden uit. Er zijn nu een aantal (soms verouderde) borden beschikbaar, deze vernieuwen we en het gebruik ervan intensiveren we. De locaties van de borden wisselen per seizoen, een perceel wordt immers niet telkens voor hetzelfde gewas gebruikt. Door op de gewasborden hierbij ook digitaal het verhaal van de landbouwer over het product zichtbaar te maken geven we de Thoolse gewassen letterlijk een gezicht. Daarnaast stimuleren we ook de mogelijkheid om producten van het land, in het land te kunnen kopen. Dit kan uiteraard bij de boer op het erf (in een kraampje of in een automaat). Om de verkoop van lokale producten te stimuleren en faciliteren creëren we op verschillende plekken op Tholen en Sint Philipsland een zogenaamde BOP: een boerderij ontmoetingsplaats. Op zo’n locatie kan de bezoeker een verzameling aan Thoolse producten vinden in een automatenwand, hierin kunnen agrariërs uit de omgeving zelf hun producten aanbieden. Ook zijn hier de verhalen van de verschillende gewassen leesbaar en beleefbaar. Hier vinden mensen ook verhalen over hoe de agrarische sector omgaat met klimaatverandering en aandacht heeft voor biodiversiteit en hoe mensen daar ook zelf aan kunnen bijdragen. Tenslotte vormt een BOP een startpunt voor routes voor fietsers en wandelaars waar mensen hun auto kunnen parkeren (en opladen) en van daaruit vertrekken. We willen starten met een eerste pilot BOP op een boerenerf, van hieruit kunnen we het concept evalueren en uitrollen. Door gebruik te maken van bestaande erven hoeven er geen aparte parkeerterreintjes in het landschap te worden aangelegd, deze zouden het landschap immers ontsieren. Voorbeeld van een boerderij-automaat Om de aantrekkelijkheid en beleefbaarheid van het landschap verder te versterken hebben we nadrukkelijk aandacht voor het terugbrengen van landschapselementen welke als gevolg van schaalvergroting en ruilverkavelingen zijn verdwenen. Denk aan houtachtige of kruidachtige elementen. Het landschapsontwikkelingsplan (LOP) welke in 2025 wordt opgesteld vormt hiervoor de basis. Uitgangspunt van het landschapsontwikkelingsplan is om het de polderstructuur en landschappelijke kwaliteit te versterken, daarnaast moet hierdoor het landschap meer klimaat adaptief worden en de biodiversiteit worden gestimuleerd. Dat zijn de primaire doelen, recreatief medegebruik is hier ondergeschikt aan. De recreatieve beleefmogelijkheden kunnen echter wel een vliegwieleffect hebben waarmee landschappelijke ontwikkelingen gestalte krijgen. In het landschapsontwikkelingsplan geven we aan welke locaties geschikt zijn om een landschappelijke opwaardering te krijgen. Vanuit de visie op toerisme en recreatie geldt het uitgangspunt dat recreatief medegebruik het landschap kan versterken. Het landschap wordt echter niet primair vanuit het oogpunt van recreatief gebruik ingericht en versterkt. De mogelijkheden voor recreatief medegebruik kan echter wel een extra stimulans zijn om de natuur te versterken. Gebieden welke met oog op recreatief medegebruik extra interessant zijn, zijn de Winkelzeesche watergang tussen Sint Annaland en Stavenisse, de Pluimpot ten zuiden van Sint Maartensdijk en de oevers van het Schelde-Rijnkanaal met oog op het beleven van de Eendrachtlinie. Speerpunt 4: Versterken binnendijkse fiets- en wandelmogelijkheden Verschillende binnendijken lenen zich voor de aanleg van een recreatiepad, bijvoorbeeld bestaande uit een waterdoorlatende halfverharding. Hiermee wordt een extra belevingswaarde toegevoegd aan het dijkenlandschap en het kunnen beleven van het verhaal van omdijking en inpoldering omdat bezoekers het landschap vanaf de dijk anders beleven dan van achter de dijk. Immers het zicht op de dijkenloop en het zicht op polders zijn fundamenteel verschillend ten opzichte van een polderweg welke het landschap doorkruist. Ook kan er op een dijk meer een koppeling worden gelegd met struweel en andere dijkbeplanting dan langs de vaak kale polderwegen. Er worden immers andere eisen gesteld aan verkeersveiligheid op dergelijke paden. Ook dit draagt bij aan de belevingswaarde van het landschap, bovendien heeft dijkbeplanting ook een wind werende werking. Een groot deel van de dijken is verpacht, zowel om er te hooien als om er schapen te laten grazen. Door gebruik te maken van vee roosters (al dan niet in combinatie met een klaphek) kunnen recreanten toegang krijgen tot een dijktraject en schapen op de dijk worden gehouden. Een recreatief dijkpad heeft gevolgen voor het hooiland, immers er is minder areaal beschikbaar. Een dijk zou zich in beginsel lenen voor de aanleg van een recreatiepad wanneer hierop een pad aangelegd kan worden van schelpen (of een ander type halfverharding) met een breedte van 2,5 meter. Omdat de dijken niet het eigendom zijn van de gemeente Tholen treden we in overleg met beheerders en pachters om de mogelijkheden te verkennen en werken we criteria uit ten aanzien van welke dijken en oevers geschikt zouden zijn. Denk hierbij bijvoorbeeld aan stabiliteit, eigendoms- en pachtsituatie en ligging ten opzichte van en verbinding met bestaande routes. Hierbij moet nadrukkelijk rekening worden gehouden met aanwezige natuurwaarden. Ook moeten hierbij afspraken worden gemaakt over de manier waarop eventuele pachters hiervoor een vergoeding krijgen. In het landschapsontwikkelingsplan maken we een selectie van dijken welke zich potentieel lenen voor recreatief medegebruik in relatie tot versterking van het landschap. Naast de dijkpaden zetten we in op het realiseren van recreatiepaden (dus voor fietsers en wandelaars) langs een aantal watergangen en het openhouden en uitbreiden van boerenlandpaden als onderdeel van het wandelnetwerk. Dit doen we in afstemming met Landschapsbeheer Zeeland als beheerder van de routenetwerken. Door de aanleg van dergelijke paden kan het percentage onverharde paden worden verhoogd en hoeven wandelaars minder langs of over de weg te lopen. In het buitengebied streven we naar een minimaal percentage van 30% routes over onverharde paden. Speerpunt 5: Meer voorzieningen in het landschap Bij het uitbreiden van voorzieningen plaatsen we naast de ‘traditionele’ banken ook verhaal-banken of verhaaltafels: banken en tafels waarbij de rugleuning of het tafelblad worden benut als informatiedrager. Dit kan in de vorm van geschreven informatie zijn, historische afbeeldingen of in een spelvorm. Daarnaast kan hierbij ook een koppeling worden gelegd met lokale kunstenaars waardoor de banken en tafels ook benut kunnen worden voor kunstuitingen. Zo ontstaat een galerie in het landschap welke tijdens een fiets- of wandeltocht beleefd kan worden. Op een aantal plaatsen zetten we ook servicepunten met daarbij openbare oplaadpunten voor elektrische fietsen, goede f ietsenstallingen, fietsservicepunt (met hierin reparatiemateriaal voor f ietsers) en watertappunt. Dit is met name aantrekkelijk bij pleisterplaatsen of een punt waar verschillende routes samenkomen. In eerste instantie gaat het hierbij om de haven van Sint Annaland, Gorishoek en Tholen. Ook kan een servicepunt gekoppeld worden aan de eerdergenoemde BOP of aan andere pleisterplaatsen gekoppeld aan bestaande voorzieningen, zoals het Roosevelt informatiecentrum in Oud-Vossemeer of museum de Meestoof in Sint-Annaland. Op de mooiste duiklocaties rondom Tholen en Sint Philipsland zorgen we voor kleed- en rustfaciliteiten (al dan niet in combinatie met de zelfreinigende toiletunits, zie dagrecreatie speerpunt 1). Daarnaast dragen we hier ook zorg voor informatievoorziening. Deze is zowel gericht op duikers als op niet-duikers. Speerpunt 6: Dorpsbosjes en randzones benutten voor wandelen, bewegen, spelen en ontmoeten We voegen een extra plus aan de dorpsbosjes en randzones toe door vanuit het recreatiebeleid te investeren in natuurlijke speelvoorzieningen en de aanleg van fysieke wandel- en fietspaden en beweeg- of trimroutes die gebruik maken van deze infrastructuur. Erfgoed en cultuur Speerpunt 1: Ieder dorp of stad een eigen verhaal Voor ieder dorp stellen we een jaarlijks budget beschikbaar waarmee invulling kan worden gegeven aan het versterken van de thema’s. We vinden het hierbij belangrijk dat initiatieven ‘van onderop’ komen en niet van bovenaf door de gemeente worden opgelegd. De wijze waarop aan ieder dorp een budget beschikbaar wordt gesteld en de kaders waarbinnen deze kunnen worden besteed leggen we vast in een aparte beleidsregel. Daarnaast kan door het versterken van de ruimtelijke kwaliteit van met name historische straten of pleinen ook de aantrekkingskracht van de verschillende kernen worden versterkt. Door uit te gaan van passende bestrating, passende verlichting etc. kan de ruimtelijke kwaliteit worden verbeterd. Dergelijke maatregelen staan echter los van initiatieven die vanuit het dorp ontstaan en waarvoor vanuit de toeristische visie middelen beschikbaar worden gesteld. Deze initiatieven en versterking van de ruimtelijke kwaliteit (als onderdeel van onderhouds- en vervangingswerken) kunnen elkaar echter wel versterken. Speerpunt 2: Versterken van de vesting Om de zichtbaarheid van de vesting te versterken maken we poorten zichtbaar in het straatwerk of reconstrueren we delen hiervan. Vanuit onderhoudsbudgetten is hier nauwelijks ruimte voor, maar een extra plus is met oog op versterking van de belevingswaarde en zichtbaarheid van de vesting gewenst. Ook de vestingwallen maken we meer zichtbaar. Op veel plaatsen zijn de vestingwallen immers niet goed herkenbaar. Onder andere via een beplantingsplan willen we de wallen meer zichtbaar maken, zowel wanneer men over de wallen loopt als wanneer men er van buiten de vesting of vanuit de vesting op kijkt. Hierbij gaan we zeker niet rigoureus kappen en snoeien, juist ook met oog op klimaatadaptatie en ecologie. Bij werken hebben we nadrukkelijk aandacht voor de cultuurhistorische omgeving en de belevingswaarde van de vesting. Op verschillende plaatsen maken we het verhaal van de vesting zichtbaar en beleefbaar. Naast de kanonnen die al op een aantal plaatsen staan doen we dit door bijvoorbeeld de contouren van soldaten welke ook kunnen worden gebruikt als verhalenvertellers (bijvoorbeeld via een QR-code of als onderdeel van een wandelroute). Zeker op en langs de vestingwallen geven we ook bij de speeltuinen extra aandacht aan de historie van de vesting. Speciale aandacht gaat hierbij uit naar een tweetal terreinen aan de zuidzijde van de vesting: de Oesterputten en het terrein aan de Gemaalweg. Voor deze terreinen stellen we een inrichtingsplan op waarbij naast landschappelijke kwaliteit ook nadrukkelijk aandacht wordt gegeven aan thematisering in relatie tot de vesting. De vesting is het meest zichtbaar van bovenaf. De toren van de Grote of Onze Lieve Vrouwekerk leent zich goed om de contouren van de vesting van bovenaf te bekijken. Regelmatige openstelling van de kerk met torenbeklimming kan, door middel van toegangsheffing, ook bijdragen aan de instandhouding van het gebouw. In de toren kan ook het verhaal van de vesting verteld worden. Tenslotte versterken we de zichtbaarheid van de vesting ook via jaarlijkse evenementen, zoals Vestingdagen of sportwedstrijden. Denk bijvoorbeeld aan een vestingloop of skatetour over de geasfalteerde paden welke op de wallen liggen. Speerpunt 3: Reymerswael: van verdronken stad tot bezoekerscentrum We brengen in kaart welke mogelijkheden er in samenwerking met het Geopark Scheldedelta zijn om een iconisch bezoekerscentrum te ontwikkelen en dragen bij aan het opstellen van een businesscase. Speerpunt 4: Kunst en cultuur als instrument voor seizoensverbreding Vanuit de toeristische inkomsten stellen we middelen beschikbaar voor specifieke activiteiten die de culturele programmering nadrukkelijker verbinden met het toerisme. Activiteiten die specifiek gericht zijn op seizoensverbreding hebben hierbij een streepje voor. Naast het feit dat toeristen af kunnen komen op kunst en cultuur kan de verbinding tussen toerisme en cultuur ook worden versterkt door deze meer actief naar de bezoeker toe te brengen. In het oog springende activiteiten als een kunstroute waarbij schilderijen of foto’s in het landschap worden geplaatst, het aanbieden van workshops door kunstenaars op verblijfsrecreatieterreinen of live muziek- of entertainment (bijvoorbeeld door een lokale muziekgroep, een dichter of straattheatergezelschap) op markante plaatsen kan de verbinding tussen toerisme en kunst en cultuur versterken. Marketing en informatievoorzieningen Speerpunt 1: Continueren en consolideren samenwerking met Stichting Tholen Beter Bekend Dankzij het continueren van de samenwerking met en financiering van de Stichting Tholen Beter Bekend wordt door de gemeente blijvend geïnvesteerd in de promotie van Tholen. Hiermee kunnen we de onderdelen ten aanzien van marketing en informatievoorziening uit het uitvoeringsprogramma realiseren. Een eventuele verhoging van de subsidie is primair gericht op uitvoering van projecten uit de visie. Basis voor de subsidie vormt het jaarplan welke het stichtingsbestuur jaarlijks opstelt als onderligger bij de subsidieaanvraag. Door juist ook bij deze projecten de expertise van de stichting te benutten voorkomen we dat het aanbod versnippert en borgen we dat projecten ook onderdeel worden van het complete Thoolse verhaal. Bij de uitvoering maken we nog meer gebruik van beschikbare data, onder andere van de onderzoeken van Kenniscentrum Kusttoerisme. Door continu te monitoren krijgen we beter inzicht in de behoeften van de doelgroep en de bekendheid met- en waardering van het aanbod. Op basis hiervan kan het jaarlijks uitvoeringsprogramma worden bijgesteld. Stichting Tholen Be

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.