Regels voor het gebruik van de openbare ruimte in de gemeente RenkumHet college van burgemeester en wethouders van de gemeente Renkum, gezien het voorstel d.d. 6 december 2013, gelet op het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het bepaalde in artikel 2:10, tweede lid, van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Renkum (hierna: de APV); overwegende dat het op grond van artikel 2:10, eerste lid, van de APV verboden is de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als: a. het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; b. het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; overwegende dat het college op grond van artikel 2:10, tweede lid, bevoegd is nadere regels te stellen ten aanzien van het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg en dat het college van deze bevoegdheid gebruik wenst te maken door onderstaande regels vast te stellen; overwegende dat het college op grond van artikel 2:10, derde lid, bevoegd is om ontheffing te verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid van dat artikel; b e s l u i t : Vast te stellen de volgende “Regels voor het gebruik van de openbare ruimte in de gemeente Renkum” HOOFDSTUK1ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1Begripsomschrijvingen In deze regels wordt verstaan onder: APV: de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Renkum; het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Renkum; de (openbare) weg: de weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, een gedeelte aan of boven die weg alsmede de al dan niet met enige beperking voor het publiek toegankelijke pleinen en open plaatsen, waaronder in ieder geval worden begrepen de aan de weg liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen; openbaar groen: al dan niet met enige beperking voor het publiek toegankelijke parken, plantsoenen, speelweiden, bossen en andere natuurterreinen; de gebruiker: degene die een voorwerp op de weg plaatst of heeft geplaatst; uitstalling: een losstaand voorwerp, dat op de weg voor een pand is geplaatst met als kennelijke doel verfraaiing, reclame of aandachtstrekker van een winkel of horeca-gelegenheid; aankondiging: elke fysieke uiting die de bedoeling heeft de aandacht te vestigen op een bepaald evenement of een bepaalde activiteit of op een bedrijf, instelling of organisatie; bouwmaterieel: materieel dat noodzakelijk en gebruikelijk is voor werkzaamheden aan een bouwwerk of gebouw, zoals een hijskraan, speciemolen, heistelling, container, toiletwagen en bouwkeet, alsmede een tijdelijke constructie ten behoeve van bouwwerkzaamheden, zoals een steiger en afschermhekken; bouwmateriaal: materiaal, waar een bouwwerk of gebouw mee wordt gebouwd. gemeentelijke kern: de kernen Oosterbeek, Renkum, Heelsum, Wolfheze, Heveadorp en Doorwerth. Artikel2Algemene regels voor het plaatsen van voorwerpen op de weg 1.Het plaatsen van voorwerpen op de weg dient zodanig te gebeuren dat in alle gevallen een vrije doorgang van minimaal 3,50 meter breed ten behoeve van hulpdiensten (politie, brandweer en ambulance) en een vrije doorgang van 1,50 meter breed voor voetgangers en/of gebruikers van gehandicaptenvoertuigen gewaarborgd blijft. De brandweer dient een object te kunnen benaderen op 40 meter vanaf de ingang. 2.Het is niet toegestaan voorwerpen op de voor het verkeer bestemde rijbaan te plaatsen. 3.De gebruiker dient de eventueel door de politie, brandweer en door de gemeente te geven aanwijzingen of bevelen strikt op te volgen. 4.Er mogen geen voorwerpen geplaatst worden op blindegeleidestroken en binnen een afstand van 0,50 meter aan weerszijden daarvan of op gehandicaptenparkeerplaatsen. 5.Het is niet toegestaan voorwerpen te plaatsen op in- en uitritten van hulpdiensten. 6.Het is niet toegestaan voorwerpen te plaatsen in de onmiddellijke nabijheid van de bovenleiding van de trolleybus. 7.Het is niet toegestaan voorwerpen te plaatsen binnen een straal van 0,50 meter van een brandkraan of een andere aansluitpunt voor brandblusapparaten. 8.Op dagen of uren, waarop de gemeente in verband met wegwerkzaamheden of bijzondere gebeurtenissen (zoals evenementen en/of calamiteiten) over het desbetreffende straatdeel moet kunnen beschikken, is het niet toegestaan voorwerpen daarop te plaatsen. 9.Het is niet toegestaan openbaar groen als opslagterrein te gebruiken. 10.In de kroonprojectie van bomen zijn de hiernavolgende bewerkingen niet toegestaan: opslag van bouwmateriaal en plaatsen van keten; manoeuvreren met en parkeren van voertuigen; bevestigen van voorwerpen aan en om stam of takken; machinale bewerking van grond; ontgravingen en ophogingen. 11.Een tijdelijke (hulp)constructie zoals een steiger moet op een degelijke manier worden geplaatst, waarbij ermee rekening wordt gehouden dat deze niet mag omvallen, omwaaien, of ander gevaar kan opleveren. Daarnaast moet op de veilige (hulp)constructie op een correcte en veilige manier worden gewerkt. 12.Voor de uitvoering van werken en de plaatsing of verwijdering van bouwmaterieel en bouwmateriaal op de openbare weg dienen in overleg met de politie en de gemeente passende voorzieningen voor het verkeer te worden getroffen. Hieronder wordt verstaan het plaatsen, onderhouden, verplaatsen en verwijderen van benodigde verkeers-, waarschuwings- en richtingsborden, hekken, geleidebakens, omleidingsborden e.d. ten behoeve van de veiligheid van het werk en de geleiding van het verkeer. Verkeersmaatregelen dienen te voldoen aan het CROW handboek wegafzettingen 96a/96b "Werk in Uitvoering”. Uiterlijk twee werkdagen voor de aanvang van de werkzaamheden dient contact met de gemeente te worden opgenomen. 13.Voor uitstallingen, aankondigingen, bouwmaterieel en bouwmateriaal gelden, naast de algemene bepalingen uit dit hoofdstuk en uit hoofdstuk 5, de volgende bepalingen: voor uitstallingen: de bepalingen opgenomen in hoofdstuk 2; voor aankondigingen: de bepalingen opgenomen in hoofdstuk 3; voor bouwmaterieel en bouwmateriaal: de bepalingen opgenomen in hoofdstuk 4. Artikel3Aansprakelijkheid 1.Door het gebruik van de openbare weg mag geen schade worden toegebracht aan de weg. 2.De gemeente Renkum aanvaardt geen aansprakelijkheid als voorbijgangers of omwonenden door het in gebruik nemen van de openbare weg letsel oplopen of als er daardoor schade wordt toegebracht aan derden (zowel particulieren als bedrijven). De gebruiker vrijwaart de gemeente Renkum tegen aanspraken van derden tot vergoeding van dergelijke schade. 3.De gebruiker dient, na afloop van het gebruik, de openbare weg / openbaar groen en de directe omgeving daarvan schadevrij en opgeruimd achter te laten. Doet de gebruiker dit niet, dan zal het terrein op zijn kosten door de gemeente worden opgeruimd en/of hersteld. HOOFDSTUK2UITSTALLINGEN Artikel4Regels voor het plaatsen van uitstallingen 1.Het is alleen toegestaan uitstallingen te plaatsen voor het eigen winkelpand. Uitstallingen dienen binnen het (denkbeeldige) verlengde van de zijgevels van het desbetreffende perceel te blijven. 2.Een uitstalling dient zodanig te worden geplaatst dat dit geen gevaar oplevert voor de verkeersveiligheid. 3.Voor het exploiteren van een terras is op grond van artikel 2:28 van de APV een vergunning van de burgemeester vereist. 4.Een uitstalling mag maximaal 1,20 meter diep zijn. Tot 1 meter uit de gevel mag een uitstalling, inclusief de daarop gestalde waren, maximaal 2 meter hoog zijn. Vanaf 1 meter uit de gevel mag een uitstalling, inclusief de daarop gestalde waren, maximaal 1,50 meter hoog zijn. 5.Er mogen geen materialen aan luifels, zonweringen e.d. worden bevestigd, tenzij deze op een minimale hoogte van 2,20 meter zijn aangebracht. 6.Er dient een afstand van tenmiste 2 meter te worden vrijgehouden tot de hoek van de straat, gemeten vanaf het kruisingsvlak (zie bijgevoegde tekening). 7.Er moet een strook minimaal 1,50 meter breed (parallel aan de gevel) op het trottoir obstakelvrij worden gehouden voor voetgangers en/of gebruikers van gehandicaptenvoertuigen. 8.Uitstallingen mogen de doorgang naar een pand of naar brandgangen niet belemmeren. 9.Uitstallingen moeten zodanig geplaatst en ingericht worden dat deze niet onbedoeld kunnen wegrijden of verschuiven, dat er geen materialen kunnen vallen en dat er geen scherpe punten uitsteken. 10.Per winkel mogen hoogstens twee reclameborden op de weg geplaatst worden met een maximale hoogte van 1,80 meter hoog en een maximale breedte van 1 meter; de reclame moet betrekking hebben op het branchepatroon van de winkel. 11.De winkeluitstalling met inbegrip van materialen ten behoeve van de uitstalling mag alleen op de openbare weg worden gezet tijdens de uren waarop de winkel voor het publiek geopend mag zijn. 12.Als een kraam of tafel met zaken wordt uitgestald voor de winkel, dan dient de verkoop van die zaken plaats te vinden vanuit de winkel. De ondernemer dient te waarborgen dat de bewoners van eventueel bovengelegen woningen in geval van calamiteiten de betreffende woningen kunnen ontvluchten. HOOFDSTUK3AANKONDIGINGEN EN (RECLAME)UITINGEN Artikel5Aankondigingsborden Aankondigingsborden (dit zijn borden waarop een aankondiging als bedoeld in artikel 1 sub g wordt gedaan) mogen uitsluitend op, aan of boven de weg geplaatst worden door of namens de gemeente. Het is ieder ander verboden aankondigingsborden te plaatsen. Artikel6Reclame Het is verboden voorwerpen voor handelsreclame op, aan of boven de weg te plaatsen, behoudens door diegene aan wie het college een recht tot exploitatie daarvan heeft verleend en behoudens het bepaalde in artikel 4. Artikel7Verwijsborden 1.Het plaatsen van permanente verwijsborden is slechts toegestaan: aan bedrijven of instellingen met een (boven)regionale toeristische en/of recreatieve functie; op terreinen die zijn bestemd als industrieterrein; als dit vanuit verkeerstechnisch oogpunt een belangrijke toegevoegde waarde heeft. Het gaat dan bijvoorbeeld over de situatie dat een relatief slecht bereikbaar bedrijf in de bebouwde kom veel vrachtverkeer krijgt. Het kan dan wenselijk zijn om, teneinde het vrachtverkeer uit (bepaalde) woonbuurten te houden, een routing aan te geven; ten behoeve van een maatschappelijk doel. Hierbij kan worden gedacht verwijsborden naar gemeentelijke instellingen en verwijsborden die recreatieve functie van een bepaald gebied of woonkern te bevorderen. 2.Het plaatsen van tijdelijke verwijsborden is slechts toegestaan ten behoeve van een niet-commercieel evenement. De verwijsborden mogen in dat geval niet eerder dan vijf dagen voor aanvang van het evenement worden geplaatst en dienen uiterlijk één werkdag na het plaatsvinden het evenement te zijn verwijderd. 3.De aan te brengen ondergrond en tekst op de verwijsborden dienen niet van een fel reflecterend materiaal te zijn vervaardigd. 4.De verwijsborden dienen op een deugdelijke wijze te worden bevestigd aan enig onroerend goed, één en ander met toestemming van de rechthebbende. 5.De verwijsborden dienen ten minste vijftien meter voor een kruising(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.