Integraal Beheerplan Openbare RuimteGemeente Neder-Betuwe, Actualisatie Beheerplannen 2026-2030 De raad van de gemeente Neder-Betuwe gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders; gelet op het bepaalde in artikel 110, lid 1 onder a van de Gemeentewet; B E S L U I T: het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2026 – 2030 vast te stellen: de algemeen overkoepelende actualisaties en de geactualiseerde beheerplannen per discipline: Wegen en verhardingen Civieltechnische kunstwerken Openbare verlichting Verkeersvoorzieningen Afval en schoon Riolering en water Groen en bomen Spelen Meubilair en overige Begraafplaatsen in te stemmen met de begrotingswijziging. Aanleiding en doel Op 9 december 2021 is het IBOR-plan (Kader en Assetsheets) door de gemeenteraad vastgesteld. Het Integraal Beheerkader Openbare Ruimte brengt alle beleidslijnen en visies bij elkaar en beschrijft de ambitie en kernwaarden voor het beheer van de openbare ruimte. De ambities en kernwaarden zijn gekoppeld aan acht maatschappelijke thema’s die de gemeente belangrijk vindt, bijvoorbeeld uitstraling, veiligheid en gezondheid. Het integrale beheerkader kent een looptijd van tien jaar (2022-2031). De hoofdstukken 1 tot en met 5 van het IBOR-plan blijven dan ook de komende jaren nog van kracht. Het areaal aan openbare ruimte, ook wel kapitaalgoederen of assets genoemd, bestaat uit vele onderdelen. Onder het integrale kader zijn voor verschillende disciplines (bv. groen en bomen, openbare verlichting) zogenaamde assetsheets uitgewerkt. Deze compacte plannen bevatten alles wat de beheerders nodig hebben: van omvang, leeftijdsopbouw, kwaliteit, doelen en ambities, strategie en budgetten tot uitgangspunten. De assetsheets worden iedere vijf jaar geactualiseerd, de assetsheets uit het IBOR-plan lopen daarmee op het einde van de looptijd (2022-2025). Ook hoofdstuk 6 van het IBOR-plan geeft alleen inzicht in de financiële gevolgen voor de periode 2022-
- Na vaststelling van het IBOR-plan zijn in 2022/2023 nog de assetsheets Begraafplaatsen, de taak baggeren en de assetsheet Verkeervoorzieningen toegevoegd aan het IBOR. Vanwege eenduidigheid in looptijd worden deze nu meegenomen in deze actualisatieslag. Doel van deze actualisatie is het IBOR bij te brengen op basis van de huidige inzichten, ontwikkelingen en kostenprognoses voor de periode 2026-
- Van assetsheets naar beheerplannen Het IBOR-plan kent een groot aantal inhoudelijke termen en afkortingen. Met name de term assetsheets blijkt lastig en zorgt voor verwarring. In de financiële regelgeving (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten / BBV) is een verplichting opgenomen voor het hebben van beheerplannen. De assetsheets van de gemeente Neder-Betuwe zijn eigenlijk de beheerplannen als zodanig. Bij deze actualisatie is daarom besloten de term assetsheet los te laten en gebruik te maken van de term (compacte) beheerplannen. De eenduidige inhoud en opbouw van deze beheerplannen blijft volledig gelijk aan de eerdere assetsheets. Overkoepelende actualisaties en aandachtspunten IBOR De afgelopen jaren is de openbare ruimte in Neder-Betuwe beheerd op basis van het IBOR-plan. In de basis ging dat goed, maar er zijn natuurlijk ook wensen en behoeften tot bijstelling. Een aantal actualisaties zijn discipline overstijgend, deze worden in deze paragraaf kort beschreven. Overige en meer disciplinaire wijzigingen en bijstellingen zijn opgenomen in de nieuwe beheerplannen. Inflatie en prijsstijgingen Sinds het opstellen van het IBOR in 2021, zijn de prijzen (algeheel) fors gestegen. Voor het beheren van de openbare ruimte wordt veel gebruik gemaakt van arbeid, maar ook van materiaal. Beide zijn de afgelopen jaren fors in prijs gestegen. Met name de materialen waarin veel energie wordt gebruikt (bv. asfalt, openbare verlichting, etc.) zijn enorm in prijs gestegen. Dit heeft zijn weerslag op de benodigde beheerbudgetten voor de openbare ruimte. Voor een beperkt aantal budgetten zijn de afgelopen jaren reeds indexaties doorgevoerd, voor andere niet of beperkt. Areaalgroei en areaalverandering De gemeente Neder-Betuwe groeit gestaag, ook de komende jaren is er een ambitieus groeiprogramma (zowel voor woningbouw als bedrijven). Bij realisatie van nieuwbouw ontstaat nieuwe openbare ruimte. De initiële ontwikkeling en realisatie is belangrijk voor het toekomstig beheer van de openbare ruimte, daarom wordt steeds meer aansluiting gezocht. Na realisatie komt de nieuwe openbare ruimte (vaak) in beheer van de gemeente. De gemeente Neder-Betuwe voerde geen areaalgroei/areaalaccres door in de begroting, hierdoor moet er steeds meer openbare ruimte worden beheerd voor hetzelfde budget. Met actualisatie van de beheerplannen wordt het areaal wel herijkt, door dit proces slechts eenmaal in de vijf jaar te doen, kan dit zorgen voor fors budgetvraag. De komende periode wordt een voorstel uitgewerkt om de areaalgroei jaarlijks te verwerken in de begroting. Naast areaalgroei zien we dat de nieuwe openbare ruimte anders is ingericht dan de bestaande openbare ruimte. Logisch want er wordt gebruik gemaakt van nieuwe materialen, maar ook ingespeeld op nieuwe thematieken/ontwikkelingen (bv. klimaat of duurzaamheid). Deze verandering zorgt echter voor andere verdeling tussen de verschillende disciplines (bv. meer groen dan verharding), maar ook verandering in beheer. De nieuwe arealen vragen om andere beheerstrategieën, beheertechnieken en maatregelen. Deze uitwerking zal de komende jaren steeds meer vorm krijgen, waarna de impact beter en concreter in beeld komt. In een volgend IBOR zal dit dan ook verder worden uitgewerkt. Beheertaken Avri De afgelopen jaren is na intensief overleg en onderzoek gekozen om een aantal zogenaamde beeldbepalende beheertaken terug te nemen van de Avri. Vanaf 1 januari 2026 krijgt dit vorm voor de beheertaken groen, reiniging en gladheidsbestrijding. Het beoogde effect is een duurzaam kwalitatief goede en efficiënte organisatie van de uitvoering van de beheertaken groen, reiniging en gladheidsbestrijding in de openbare ruimte. De gemeente krijgt weer grip en regie waardoor we structureel inzetten op het realiseren van (IBOR) beleidsdoelen en maatschappelijke opgaven (bv. biodiversiteit en klimaatadaptatie). De komende periode zal het terugnemen van de beheertaken steeds verder vorm krijgen binnen het IBOR. In de beheerplannen is waar nodig reeds voorgesorteerd op deze ontwikkeling. Meerjaren Investeringsprogramma (MJIP) 2026 - 2035 Vanuit het IBOR werd geadviseerd om toekomstige vervangingsopgaven van de openbare ruimte nauwkeurig en realistisch in beeld te brengen. Hiertoe is het Meerjaren Investeringsprogramma 2026-2035 opgesteld en vastgesteld door de gemeenteraad. In het MJIP zijn integraal op basis van technische noodzaak de vervangingen van de openbare ruimte in beeld gebracht. De benodigde projecten/budgetten zijn geraamd en gekapitaliseerd weergegeven. Door vaststelling van het MJIP zijn naast de benodigde onderhoudsgelden (gedurende de levensduur) ook de vervangingen aan het einde van de levensduur geborgd. De kapitaalslasten van de in MJIP opgenomen projecten zijn op de verschillende beheerplannen weergegeven. Voor het IBOR en het uitvoeren van onderhoud is het van groot belang dat de MJIP-projecten ook daadwerkelijk worden uitgevoerd (conform geraamde planning). De komende jaren zal hier vanuit de ambtelijke organisatie focus op liggen (uitvoering en afstemming). Jaarlijks informeren gemeenteraad over IBOR De openbare ruimte is een belangrijk onderdeel van de gemeente Neder-Betuwe. Het IBOR geeft hiervoor de (richt)lijnen en handvaten. Het IBOR is echter veelomvattend en inhoudelijk uitgebreid, wat het soms lastig te begrijpen en doorgronden maakt. In de komende beleidsperiode wil het ambtelijk apparaat hier beter op inspelen. Door de raad jaarlijks (laagdrempelig) te informeren over de voortgang, werking en uitwerking van het IBOR wordt meer inzicht gegeven. Dit jaarlijkse moment zal in afstemming met de verantwoordelijk wethouder en het presidium worden ingepland. Leeswijzer Beheerplannen Bijgevoegd op dit document vindt u de volgende (compacte) beheerplannen: Wegen en verhardingen Civieltechnische kunstwerken Openbare verlichting Verkeersvoorzieningen Afval en schoon Riolering en water Groen en bomen Spelen Meubilair en overige Begraafplaatsen Deze beheerplannen vervangen de assetsheets zoals opgenomen in het IBOR-plan (d.d. 29-10-2021). Alle beheerplannen zijn eenduidig opgebouwd, met de volgende paragrafen/inhoudsopgave: Afbakening Areaal Leeftijdsopbouw Kwaliteit Beleving en waardering Kaders en ontwikkelingen Beleidsdoelen en ambities Strategie Vervangingen en afschrijvingstermijnen Inspectie en monitoring Uitbesteden en zelf doen Financiën Aandachtspunten Voor terminologie wordt verwezen naar bijlage 1 uit het IBOR-plan. De beheerplannen sluiten aan op het Integraal Beheerkader Openbare Ruimte zoals opgenomen in hoofdstukken 1 t/m 5 van het IBOR-plan. Beheerplan Wegen en verhardingen Afbakening Het voorliggende beheerplan is gericht op alle verhardingen in beheer van de gemeente Neder-Betuwe. Deze omvat de rijbanen, fiets- en voetpaden van asfalt, beton en elementen en de onverharde en semiverharde wegen. Ook de wegmarkering en bermverharding zijn in dit plan meegenomen. Buiten de scope vallen wegen in beheer bij derden (bv. Rijkswaterstaat of particulieren). Areaal De gemeente Neder-Betuwe beheert ruim 1,9 miljoen m
- Dit is circa 74 m² per inwoner van de gemeente en ligt in lijn met het landelijk gemiddelde. De areaalgegevens van de wegen zijn vastgelegd in het beheersysteem Geovisia. Bij de verhardingen worden asfalt, elementen, cementbeton en overige verhardingen onderscheiden. De oppervlakte per verhardingstype is weergegeven in navolgende cirkeldiagram o.b.v. de meest recente weginspectie. Hierbij geldt: Tot de asfaltverhardingen behoren alle mengsels van asfaltbeton. Elementenverharding bestaat o.a. uit klinkers, tegels, straatstenen, natuursteen en grasbetontegels. Onder cementbeton worden gewapend- en ongewapend beton en stelconplaten verstaan Alle overige worden gevormd door de halfverharde- en onverharde wegen, zoals grind, split en zand. Verhardings-type Oppervlakte [m2] [%] Asfalt 1.028.932 52% Binnen kom 205.345 20% Buiten kom 823.587 80% Cementbeton 22.283 1% Binnen kom 306 1% Buiten kom 21.977 99% Elementen 856.972 44% Binnen kom 690.620 81% Buiten kom 166.352 19% Overig 54.892 3% Eindtotaal 1.963.079 100% Bevindingen Het areaal aan verhardingen is in de periode sinds voorgaand IBOR-plan
(2021)met ca. 10% gegroeid, van ca. 1.772.000 in 2021 tot 1.963.000 m2 in 2025. Het grootste deel van de verharding bestaat uit asfaltverhardingen (52% van totaal), gevolgd door elementenverharding (44% van totaal). Het areaal aan cementbeton (1%) en overige verhardingen (3%) is significant kleiner en beslaat enkele procenten van het totale areaal aan verhardingen. Het grootste deel van het areaal heeft als functie rijbaan (69%). Daarna volgen de voetpaden (14%), overige wegfuncties (12%, bijv. parkeren en inritten) en fietspaden (5%). Er is significant verschil in toegepaste verhardingstypen binnen de bebouwde kom versus toegepaste verhardingstype buiten de bebouwde kom. Asfalt en cementbeton worden primair buiten de bebouwde kom toegepast. Elementen daarentegen binnen de bebouwde kom. In het buitengebied zijn de wegen relatief smal en in het verleden dicht langs sloten en bermen aangelegd. In de afgelopen periode zijn de wegbeheergegevens gecontroleerd en bijgewerkt. Er zijn verschillende acties uitgezet om deze gegevens verder aan te vullen en te verrijken. Ook de komende periode vraagt dit om aandacht. Onderstaande tabel geeft inzicht in de omvang van de wegmarkeringen aangebracht op de verhardingen. Markering Aantal Eenheid PreFab Figuratie 9 stuks Spetter Streep 1.471 m Thermo Figuratie 1.401 m Thermo Figuratie 5.313 m² Thermo Figuratie 3.167 stuks Thermo Streep 156.058 m Verf Figuratie 1.719 m² Verf Figuratie 126 stuks Verf Streep 295 m Streep 98 m Leeftijdsopbouw Het figuur geeft inzicht in de leeftijdsopbouw. Van een groot deel van het wegenareaal is het aanlegjaar onbekend. De komende periode wordt gekeken hoe deze data verder aan te vullen. Kwaliteit Om inzicht te krijgen in de kwaliteit van het totale areaal wordt er een tweejaarlijkse visuele weginspectie uitgevoerd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de CROW-systematiek voor wegbeheer. De hieronder beschreven kwaliteit is gebaseerd op de weginspectie uit 2024. De kwaliteitsontwikkeling loopt terug tot het jaar 2012. De algehele kwaliteit heeft een dip laten zien in 2021. De afgelopen jaren is deze terug opgelopen tot een rapportcijfer 5,8. Hiermee wordt gemiddeld gescoord in kwaliteitsniveau Basis. De kwaliteit van de asfaltverhardingen is fors lager (rapportcijfer 5,1) dan de kwaliteit van de elementenverhardingen (rapportcijfer 7,2) Na uitvoering van de weginspectie zijn in 2025 reeds een aantal wegen onderhouden. Ook is van een aantal dijkwegen geconstateerd dat de kwaliteit slecht is. De komende jaren wordt echter de dijkverzwaring uitgevoerd. Wegen die daar onderdeel van uitmaken worden tot die tijd ‘in de benen gehouden’. De kwaliteit van de markeringen wordt periodiek in beeld gebracht op basis van beeldkwaliteit. Vanuit de laatste inspectie komt naar voren dat circa 67% minimaal beeldkwaliteitsniveau B scoort 22% scoort op C en 11% op D. Beleving en waardering De beleving en waardering van de wegen is niet gemeten. Wel komt het onderwerp ter sprake in de enquête over het beheer en inrichting van de openbare ruimte (december 2020 jl.). Vanuit de enquête komt naar voren dat de wegen vooral functioneel en veilig moeten zijn. Met name de verkeersveiligheid wordt door de respondenten als een belangrijk thema gezien. Als aandachtspunten noemen de inwoners: een betere kwaliteit van de voetpaden, meer parkeerplaatsen in het centrum en het verminderen van verharding om in te kunnen spelen op het veranderende klimaat. In 2024 zijn er 209 meldingen over wegen, verkeer en parkeren binnengekomen. Dit aantal is ongeveer gelijk gebleven ten opzichte van 2023. De meldingen over bermen en verkeersveiligheid zijn in 2024 toegenomen, het aantal meldingen over verzakkingen en gaten zijn juist afgenomen. Kaders en ontwikkelingen Als basis voor de wegverhardingen zijn de volgende kaders leidend. Wettelijke kaders Gemeentelijke kaders Wegenwet (zorgplicht voor wegen) Verkeer en vervoersplan Wegenverkeerswet Duurzaamheidsvisie Omgevingswet Omgevingsvisie Neder-Betuwe Besluit activiteit leefomgeving Meerjaren Investeringsprogramma Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) Arbeidsomstandighedenwet (ARBO) Voor wegbeheer wordt gebruik gemaakt van de landelijke beheersystematiek verhardingen van het CROW (kennisinstituut). De CROW is op dit moment bezig met de doorontwikkeling van deze methodiek, de uitwerking zal de komende periode meer vorm krijgen. De gemeente Neder-Betuwe volgt deze ontwikkelingen. Beleidsdoelen en ambities Dagelijks maken vele mensen gebruik van de wegen binnen de gemeente Neder-Betuwe. Vanuit de Wegenwet heeft de gemeente een zorgplicht voor de verhardingen. Van de aanwezige verhardingen moet veilig gebruik kunnen worden gemaakt, waarbij schades en ongevallen door gebreken aan de weg zoveel mogelijk worden voorkomen. Relevante Beleidsdoel Toelichting relevantie beleidsdoel Identiteit: (Her)gebruiken van materialen en straatprofielen die van oudsher in de dorpen voorkomen. Bruikbaarheid: Zorgen voor een multifunctionele inrichting en gebruik van verharde oppervlakten. Uitstraling: Integraal bijdragen aan de kwaliteitsuitstraling van de openbare ruimte. Klimaat en duurzaamheid: Actief zoeken naar duurzame oplossingen en innovaties voor wegbeheer. Biodiversiteit: Combineren van veilige wegen met bloemrijke en biodiverse bermen. Veiligheid: Zorgdragen voor een veilig wegennetwerk met extra aandacht voor kwetsbare doelgroepen Gezondheid: Uitnodigen tot meer bewegen en een betere gezondheid. Mobiliteit en bereikbaarheid: Zorgen vooreen goede bereikbaarheid van werk en voorzieningen als zorg, onderwijs, culturele instellingen, dorpscentra en sportverenigingen. Participatie en zelfbeheer: Vroegtijdig betrekken van inwoners in planvorming en uitvoering. Deze beleidsdoelen uiten zich in de volgende uitgangspunten: Door het beheer en onderhoud voldoen we aan de gestelde wet- en regelgeving zoals de Wegenwet, Wegenverkeerswet en het Nieuw Burgerlijk Wetboek voorschrijft. Het onderhoud vindt plaats conform afgesproken beeldkwaliteit. Als uitgangspunt is ervoor gekozen om alle wegen op een kwaliteitsniveau Basis (B) te onderhouden. De gemeente Neder-Betuwe beschikt over een goed onderhouden wegennet waarvan de inwoners en bezoekers veilig en comfortabel gebruik kunnen maken. Uitgangspunt is dat we de goede dingen doen (effectief) en de dingen goed doen (efficiënt). Dit doen we onder andere door slimme combinaties te maken, budgetten zorgvuldig in te zetten en hierin alle facetten mee te nemen. De weginrichting is veilig en afgestemd op de gebruikers. Hierbij is er extra aandacht voor de kwetsbare verkeersdeelnemers zoals fietsers, voetgangers, kinderen, ouderen en minder-validen. We nemen maatregelen om deze groepen tegen de gevaren op de weg te beschermen. Bijvoorbeeld door snelheidsremmende maatregelen te nemen en te zorgen voor een overzichtelijke weg. De bermen langs drukke wegen en onoverzichtelijke kruispunten worden vaker gemaaid. Het beheer en onderhoud is gericht op het bereiken van de beoogde levensduur en indien mogelijk het verlengen van de levensduur van verharding. Meldingen vormen een belangrijke input voor de bijsturing van het dagelijks beheer en onderhoud. Bij de uitvoering van beheer en onderhoud, reconstructies en/of vervangingen worden oplossingen voor klimaatadaptatie en duurzaamheid bedacht en meegenomen. Denk hierbij aan de opvang van regenwater, hergebruik van materialen of het toepassen van materialen met een langere levensduur. Voor klimaatadaptatie is er een menukaart ontwikkeld waarin de effecten en haalbaarheid van verschillende typen maatregelen overzichtelijk in beeld komen. De vervanging en reconstructies van wegen vinden planmatig plaats en worden zo veel mogelijk gecombineerd uitgevoerd (MJIP). Ook wordt gekeken naar de mogelijkheid om meer ruimte te bieden aan fietsers, voetgangers en het openbaar vervoer. Strategie De beleidsuitgangspunten en ambities vertalen zich in de volgende beheerstrategie voor klein onderhoud, groot onderhoud en vervangingen: Klein onderhoud Betreft het repareren van schades met een beperkte omvang. Hiertoe behoort het plaatselijk onderhoud en herstel aan de wegen en verhardingen om de veiligheid en kwaliteit te waarborgen. Het klein onderhoud wordt geregistreerd tijdens de periodieke weginspectie en uitgevoerd op basis van klachten, meldingen en eigen waarnemingen. Middels een overeenkomst met open posten wordt het werk door lokale aannemers uitgevoerd. Groot onderhoud Betreft het repareren van schades met een grote omvang. Groot onderhoud vindt planmatig plaats op basis van periodieke weginspecties. Er wordt onderhoud ingepland wanneer de kwaliteit van de verharding de ondergrens van het vastgestelde ambitieniveau heeft overschreden of dit op korte termijn gaat gebeuren. Het type onderhoudsmaatregel dat wordt ingezet is afhankelijk van de aard en omvang van de schades, de leeftijd van de verharding en het functioneren ervan. Vervangingen Vervanging vindt plaats wanneer repareren van de schade niet meer mogelijk is en/of de oorspronkelijke inrichting niet meer voldoet aan de huidige tijd. De vervanging van wegen vindt plaats in integrale projecten en wordt zoveel mogelijk gecombineerd uitgevoerd, voor de komende jaren zijn de vervangingen opgenomen op het MJIP. De levensduur van wegen is afhankelijk van de inrichting en gebruik. Wegmarkeringen Vanuit een nieuwe inspectie worden de markeringen in beeld gebracht. Vanuit deze registratie wordt het onderhoud van de markeringen meer planmatig aangepakt. Waar nodig wordt de markering opnieuw aangebracht of aangevuld. Vervangingen en afschrijvingstermijnen Conform de Financiële verordening is de gemiddelde afschrijvingstermijn van wegen en verhardingen 50 jaar. Type weg/ verharding Afschrijvingstermijn Financiële verordening Wegen 50 jaar Pleinen 50 jaar Rotondes 50 jaar Inspectie en monitoring Om een goed beeld te krijgen van de kwaliteit wordt 1x per twee jaar een visuele weginspectie conform de CROW-methodiek uitgevoerd. Deze inspectie vormt de basis om te bepalen welk wegenonderhoud noodzakelijk is. Tijdens deze inspectie wordt ook het klein onderhoud in de kaart geprikt, waarna deze systematisch per dorp/kern wordt aangepakt. Naar aanleiding van de visuele weginspectie vindt er een maatregeltoets plaats. Door controle van de wegvakonderdelen en de maatstaven, afstemming met andere plannen en controle op locatie ontstaat er een betrouwbare lijst van onderhoudsmaatregelen en budgetten voor op de korte termijn. Voor gladheidsbestrijding wordt jaarlijks een route voorgelegd en vastgesteld (zie beheerplan Afval en Schoon). Uitbesteden en zelf doen De gemeente Neder-Betuwe voert zelf regie over het klein- en groot onderhoud en de vervangingen van wegen. Er wordt met verschillende aannemers samengewerkt om de maatregelen daadwerkelijk uit te voeren. Met de Avri wordt samengewerkt voor aanbrengen van wegmarkeringen en het herstel van uitgereden bermen. Financiën Onderstaande tabel geeft inzicht in de financiën van wegen en verhardingen voor de periode 2026-2030: Financiën 2026 2027 2028 2029 2030 Klein onderhoud wegen en straten € 196.775 € 196.775 € 196.775 € 196.775 € 196.775 Visuele weginspectie € 23.000 € 23.000 € 23.000 € 23.000 € 23.000 Toevoeging aan Voorziening Groot onderhoud wegen € 1.113.898 € 1.113.898 € 1.113.898 € 1.113.898 € 1.113.898 Belastingen € 41.521 € 41.521 € 41.521 € 41.521 € 41.521 Exploitatie, totaal € 1.375.194 € 1.375.194 € 1.375.194 € 1.375.194 € 1.375.194 Toerekening afschrijving wegen € 123.628 € 175.528 € 221.927 € 257.967 € 257.967 Toerekening rente € 104.975 € 104.975 € 104.975 € 104.975 € 104.975 Totaal kapitaallasten € 228.603 € 280.503 € 326.902 € 362.942 € 362.942 Totaal Wegen en verhardingen € 1.603.797 € 1.655.697 € 1.702.096 € 1.738.136 € 1.738.136 Voor het groot onderhoud wordt gebruik gemaakt van een voorziening, deze is hoofdzakelijk bedoeld om de jaarlijkse fluctuaties in de uitgaven op te vangen. Onderstaand overzicht laat het verloop van de voorziening zien op basis van de geprognotiseerde groot onderhoudskosten: Jaar Toevoeging t.b.v. groot onderhoud Kosten groot onderhoud Stand voorziening op 31/12 2026 € 1.113.898 € 1.229.000 € 862.496 2027 € 1.113.898 € 1.659.150 € 317.244 2028 € 1.113.898 € 1.659.150 € -228.008 2029 € 1.113.898 € 1.659.150 € -773.260 2030 € 1.113.898 € 1.659.150 € -1.318.512 Het verloop van de voorziening laat zien dat de huidige toevoeging onvoldoende is om de voorziening gedurende de periode positief te houden. Om dit wel te bereiken dient de toevoeging vanaf 2027 structureel te worden verhoogd tot € 1.443.526. Onderstaande tabel laat het verloop van de voorziening zien bij die hogere jaarlijkse toevoeging. Jaar Toevoeging t.b.v. groot onderhoud Kosten groot onderhoud Stand voorziening op 31/12 2026 € 1.113.898 € 1.229.000 € 862.496 2027 € 1.443.526 € 1.659.150 € 686.872 2028 € 1.443.526 € 1.659.150 € 431.248 2029 € 1.443.526 € 1.659.150 € 215.624 2030 € 1.443.526 € 1.659.150 € 0 Op de lange termijn is een nog hogere toevoeging nodig, omdat de uitgaven structureel hoger zijn dan de toevoeging aan de voorziening, de eerste jaren wordt de voorziening uitgeput. Hier dient op lange termijn rekening mee te worden gehouden. Aandachtspunten Databeheer: databeheer is een belangrijke basis voor het wegbeheer. De afgelopen periode zijn de wegbeheergegevens verder geactualiseerd en bijgewerkt. Blijvende aandacht voor het databeheer is noodzakelijk. Kwaliteit: de kwaliteitsontwikkeling laat een beeld zien, waarbij met name de asfaltverhardingen onder het ambitieniveau Basis scoren. De komende jaren is extra aandacht en inzet nodig om de kwaliteit van de asfaltverhardingen terug te brengen naar gewenste kwaliteitsniveau. Weginspectie: de laatste weginspectie is uitgevoerd begin 2024, in 2026 zal een nieuwe weginspectie moeten worden uitgevoerd om inzicht te krijgen in de actuele onderhoudsbehoefte en de impact van het uitgevoerde onderhoud. Kostenstijging: de afgelopen jaren zijn de kosten van energie en materialen in de Grond, Weg en Waterbouw (GWW) enorm gestegen. Er is geen structurele indexatie doorgevoerd op het budget/de toevoeging in de voorziening Groot onderhoud wegen. Advies is de toevoeging nu bij te stellen en jaarlijks de budgetten te indexeren (zie ook paragraaf inleidende paragraaf). Beheerplan Civieltechnische kunstwerken Afbakening Het voorliggende beheerplan is gericht op het beheer en onderhoud van de civieltechnische kunstwerken. Hierbinnen vallen alle vaste en beweegbare bruggen, duikers en beschoeiingen. Binnen de scope vallen ook de objecten waarvan ProRail of Rijkswaterstaat eigenaar is en waar de gemeente verzorgend/dagelijks onderhoud uitvoert. De op de kunstwerken aangebrachte openbare verlichting, bewegwijzering, verharding, markeringen en wegmeubilair, vallen voor zover ze onlosmakelijk onderdeel zijn van het kunstwerk binnen de scope van dit beheerplan. Verder zijn er 2 bruggen in gedeeld onderhoud met het Waterschap Rivierenland. Deze vallen binnen de scope van dit compacte beheerplan. Areaal In onderstaande tabel zijn de hoeveelheden van de civieltechnische kunstwerken opgenomen. Voor registratie van deze objecten wordt gebruik gemaakt van het beheersysteem. Type kunstwerk Eenheid Aantal Brug - Vaste brug Stuks 13 Brug - Beweegbare brug Stuks 1 Duikers Stuks 93 Grondkerende constructies (damwand, beschoeiing) Stuks 4 Bevindingen De gemeente Neder-Betuwe weet wat het areaal is van de grotere kunstwerken. In het areaaloverzicht ontbreken echter de kleine kunstwerken zoals trappen, muren en faunaduikers. Deze zijn niet in beeld gebracht of vastgelegd. De beheergegevens als opgenomen in het beheersysteem geeft inzicht in de vaste basisgegevens (type, afmetingen), inspectiecijfers, onderhoudsadvies en het verwachte planjaar van vervanging. De 93 duikers zijn gedifferentieerd in een drietal categorieën, namelijk: A) duikers onder wegen (57 stuks), B) kwelafvoer (12 stuks) en C) buitengebied en overige (24 stuks). Leeftijdsopbouw De bouwjaren van de bruggen zijn grotendeels geregistreerd, de oudste is uit 1960, de nieuwste uit 2017. De aanlegjaren van de duikers zijn niet bekend, wel is een vervangingsjaar ingeschat tijdens de laatste inspectie. Van de grondkerende constructies is alleen het aanlegjaar van de nieuwste damwand geregistreerd. Van de overige, kleinere kunstwerken zijn geen aanlegjaren geregistreerd. Kwaliteit In 2024 is de laatste kunstwerkeninspectie (conform NEN 2767) uitgevoerd. Aan geconstateerde schades zijn acties voor herstel of vervanging gekoppeld, inclusief kostenprognose, uitvoeringsjaar en prioriteit. Na deze inspectie zijn de maatregelen met de hoogste prioriteit reeds uitgevoerd. De overige maatregelen zijn ingepland. Over het algemeen is het kwaliteitsniveau ten opzichte van 2019 verslechterd. De voornaamste reden hiervoor is het terugkeren van de lekkages en het ontstaan van betonschades in hoofddraagconstructies. Bij 2 bruggen is ASR (Alkali-Silica Reactie) een schadelijke chemische reactie in beton geconstateerd. Wat betekent dat deze bruggen op termijn (binnen 3-5 jaar) vervangen moeten worden. Op dit moment wordt de ernst van aantasting onderzocht, waarna de vervangingsopgave beter in beeld is. Van de 13 bruggen zijn 5 bruggen op of boven het beoogde kwaliteitsniveau ‘Basis’ en 8 objecten hieronder. Het gemiddeld onderhoudsniveau van de bruggen betreft nu een 3,7 wat neerkomt op een score ‘matig’ of onderhoudsniveau C. In het kader van constructieve veiligheid is bij 4 bruggen onvoldoende capaciteit vastgesteld om te voldoen aan de huidige normen. Bij deze bruggen zijn beheersmaatregelen getroffen. Omdat een negental duikers niet (goed) bereikbaar waren, zijn bij de meest recente inspectie totaal 84 duikers (van de 93) geïnspecteerd. Hieruit bleek dat twee duikers onder het kwaliteitsniveau liggen. Deze zijn door het gebruik van NEN 2767 strenger beoordeeld dan in 2019. In 2019 lag het onderhoudsniveau van de duikers op ‘goed’ en dat is nu gezakt naar ‘redelijk’ Op basis van de inspectie van de grondkerende constructies zijn bij één beschoeiing direct na de inspectie maatregelen ondernomen. De andere 3 beschoeiingen/grondkerende constructies zijn op of boven niveau. Beleving en waardering De beleving en waardering van de kunstwerken is niet gemeten. Wel komen er uit de enquête over het beheer en inrichting van de openbare ruimte (december 2020 jl.) enkele wensen en behoeften naar voren: De respondenten hebben vooral esthetisch en veiligheidsgericht interesse in kunstwerken. Denk hierbij aan een goed wegdek, materiaalgebruik en een visueel stevige structuur. Grote kunstwerken zijn van aanzienlijk formaat en zorgen daarmee voor een grote overdekking en schaduwwerking. Met name in de avonduren heeft dit invloed op de beleefde sociale veiligheid, wanneer er bijvoorbeeld goede verlichting ontbreekt of het object in onbewoond gebied staat. Het aantal meldingen dat de gemeente Neder-Betuwe de afgelopen jaren heeft ontvangen is laag. Het gaat daarbij meestal om schade na aanrijdingen, een kapotte voegovergang of een verstopte duiker. Kaders en ontwikkelingen De civieltechnische kunstwerken moeten voldoen aan de volgende wet- en regelgeving: Relevante wettelijke kaders Wegenwet Woningwet Artikel 162 en 174 van het Burgerlijk Wetboek (boek 6) Omgevingswet Besluit activiteit leefomgeving Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) Kaderrichtlijn Water Wegenverkeerswet Arbeidsomstandighedenwet (ARBO) Voor het beheer van de kunstwerken moet de gemeente tevens met de volgende aspecten rekening houden: Preventief onderhoudsbeleid; Systematische en eenduidige klachtenregistratie; Periodieke inspecties volgens een uniforme methodiek; Actueel beheersysteem. Beleidsdoelen en ambities De civieltechnische kunstwerken in de gemeente Neder-Betuwe dragen bij aan meerdere beleidsdoelen en ambities: Relevante Beleidsdoel Toelichting relevantie beleidsdoel Bruikbaarheid: De gemeente streeft naar een gebruiksvriendelijke openbare ruimte. Bij het beheer van kunstwerken is er extra aandacht voor de begaanbaarheid. Uitstraling: Alle kunstwerken worden op het gewenste kwaliteitsniveau onderhouden en zijn representatief voor de hele gemeente. Klimaatadaptatie en duurzaamheid: De kunstwerken dienen als verbindingsstukken tussen wegen, water en groen. Bij het beheer zal de nadruk liggen op het borgen van deze functie. Duurzaamheid neemt een steeds prominentere rol in de gehele levenscyclus (bouwen, beheren en slopen) van kunstwerken in. Biodiversiteit: Waar dat kan bieden we op- of onder de kunstwerken een passage of verblijfsplaats voor dieren en planten. Bijvoorbeeld via faunaverbindingen of loopstroken. Veiligheid: De kunstwerken zijn belangrijke schakels in de infrastructuur en zijn veilig te gebruiken en functioneel ingericht. Mobiliteit en bereikbaarheid: De kunstwerken zorgen voor een vlotte en veilige verkeersafwikkeling te water en op de weg. De omliggende functies zijn goed bereikbaar en toegankelijk voor inwoners, forenzen en bezoekers. Deze beleidsdoelen uiten zich in de volgende uitgangspunten: Het onderhoud vindt plaats conform afgesproken beeldkwaliteit. Alle kunstwerken worden technisch onderhouden op kwaliteitsniveau Basis (B). Door tijdig te monitoren en het juiste beheer toe te passen zorgen we ervoor dat de technische kwaliteit en veiligheid gewaarborgd blijft. Met beheer en onderhoud voldoen we aan de landelijke en lokale wet- en regelgeving zoals is beschreven onder kaders en ontwikkelingen. Alle kunstwerken zijn veilig en duurzaam ingericht en afgestemd op het gebruik. Het beheer en onderhoud is gericht op het bereiken van de beoogde levensduur en indien mogelijk het verlengen hiervan. Esthetische maatregelen (zoals reinigen) worden alleen uitgevoerd als deze ten behoeve van de veiligheid en functionaliteit nodig zijn. Bij het beheer van kunstwerken is er extra aandacht voor de begaanbaarheid. Gebreken die mogelijk voor gevaarlijke situaties zorgen of die hinder veroorzaken zijn niet acceptabel en worden zo snel mogelijk verholpen. Om de conditie van kunstwerken op een objectieve en eenduidige wijze te bepalen wordt gewerkt conform de NEN-6700 norm. Bij onderhoudswerkzaamheden als het conserveren boven water en het vervangen van slijtlagen op brugdekken is er risico op vervuiling van het oppervlaktewater. In dergelijke situaties dienen er maatregelen genomen te worden om vervuiling tegen te gaan en opdrachtnemers hierop te attenderen. Bij de uitvoering van beheer en onderhoud maken we gebruik van duurzame strategieën. Dit doen we bijvoorbeeld door materialen met een langere levensduur toe te passen of door hergebruik. De milieukostenindicator (MKI) wordt in het ontwerpproces als hulpmiddel gebruikt om te sturen op duurzaam materiaalgebruik. Hoe lager de MKI, hoe duurzamer het materiaal- en energieverbruik is. We nemen deel aan het Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI). Hierbij sturen we bij aanbestedingen buiten de prijs op onderdelen als innovatie, circulariteit en klimaat (o.a. met de CO2-prestatieladder). Daarnaast zetten we in op sociale doelstellingen. Zo is Social return een belangrijke doelstelling om kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt te betrekken bij de uitvoering van de opdracht. Meldingen vormen een belangrijke input voor de bijsturing van het dagelijkse beheer en onderhoud. Strategie Voor het in stand houden van de kunstwerken wordt een toestandsafhankelijke aanpak gehanteerd. Dit sluit aan bij het kwaliteit gestuurd beheer en is het meest economische moment van onderhoud. Hierbij wordt het onderhoud uitgevoerd als een bepaalde minimale toestand (het interventieniveau) wordt onderschreden. Aan toestandsafhankelijk beheer zit wel een planning ten grondslag, op basis van de verwachte levensduur en/of de onderhoudscyclus. In de tussentijd worden er inspecties gedaan die het specifieke tijdstip voor onderhoud bepalen. Voor het kunstwerkenbeheer worden klein onderhoud, groot onderhoud en vervangingen onderscheiden: Klein onderhoud Klein onderhoud is het dagelijks onderhoud dat gericht is op het borgen van de veiligheid en levert een bijdrage voor het borgen van de functionaliteit en duurzaamheid van de kunstwerken en de aansluiting op het gemeentelijk beleid (beeldkwaliteit). Klein cyclisch onderhoud Maatregel klein cyclisch onderhoud Frequentie Reinigen object 1x per 2 jaar Reinigen HWA 1x per 2 jaar Doorspuiten duiker 1x per 10 jaar Correctief en eenmalig onderhoud Het aanbrengen van een ontbrekend onderdeel, het herstellen van aansluitingen, bebording en straatwerk en het verwijderen van begroeiing en grond. Groot onderhoud Groot onderhoud is gericht op het (langdurig) borgen van de veiligheid, functionaliteit en de instandhouding (duurzaamheid) van het kunstwerk door middel van planmatig en preventief onderhoud. Groot cyclisch onderhoud Maatregel groot cyclisch onderhoud Frequentie Conserveren betonoppervlak 1x per 10 jaar Conserveren staaloppervlak 1x per 10 jaar Conserveren stalen leuningwerk – Bij A-kwaliteit 1x per 5 jaar Conserveren stalen leuningwerk – Bij B-kwaliteit 1x per 10 jaar Vervangen beschoeiingsconstructie 1x per 30 jaar Vervangen geleiderailconstructie 1x per 30 jaar Vervangen houten damwand 1x per 25 jaar Vervangen slijtlaag op betonnen dek 1x per 15 jaar Vervangen slijtlaag op houten dek 1x per 10 jaar Vervangen slijtlaag op kunststof dek 1x per 10 jaar Vervangen stalen leuningwerk 1x per 40 jaar Vervangen voegafdichtingen 1x per 10 jaar Vervangen voegen metselwerk 1x per 25 jaar Herstelwerkzaamheden Herstellen van betonschade, houten dek, houten leuningwerk, houten onderdelen, metselwerk (lokaal), stalen leuningwerk en stalen onderdelen. Vervangingen Op het moment dat onderhoud niet afdoende of rendabel is om de veiligheid te kunnen garanderen, dient een kunstwerk gerenoveerd of geheel vervangen te worden: Het advies voor grootschalige renovatie wordt hierbij altijd afgewogen tegen het geheel vervangen van een kunstwerk. Op basis van inspectieresultaten, nader onderzoek en een constructieve herberekening (bij grote kunstwerken) wordt een weloverwogen keuze gemaakt. Indien beschoeiingen worden vervangen, wordt onderzocht of de locatie geschikt is voor omvorming naar natuurvriendelijke oevers. Dit in het kader van het verhogen van de biodiversiteit en het verlagen van de kosten. Voor in de toekomst worden er in 2028 een aantal grote vervangingsopgaven verwacht. Met jaarlijkse monitoring en ad-hoc reparaties wordt geprobeerd de levensduur van deze kunstwerken te verlengen. Vervangingen en afschrijvingstermijnen Conform de Financiële verordening ligt de afschrijvingstermijn van de civieltechnische kunstwerken 25 tot 60 jaar. Type kunstwerk Afschrijvingstermijn Financiële verordening Brug/viaduct, Beton 60 jaar Brug, hout 25 jaar Duiker, beton 60 jaar Beschoeiingsconstructie hout 30 jaar Inspectie en monitoring Van de kunstwerken worden de vanaf het maaiveld zichtbare en boven water liggende onderdelen periodiek visueel geïnspecteerd. De onder handbereik toegankelijke onderdelen worden geïnspecteerd door middel van (luisterend) kloppen, prikken en voelen. Hierbij wordt klein handgereedschap ingezet. De gemeente Neder-Betuwe hanteert verschillende soorten inspecties met verschillende frequenties. De nul-inspectie bij nieuw aangelegde kunstwerken. De instandhoudingsinspectie (1x per 4 jaar) ten behoeve van het uitvoeringsplan Het technisch onderzoek (1x per 8 jaar) om te kunnen voldoen aan bijzondere informatiebehoeftes. Nader onderzoek indien een inspectie daar aanleiding voor geeft. Bijvoorbeeld bij schades, verschil in belasting of wanneer het einde van de levensduur in zicht dreigt te komen. Uitbesteden en zelf doen De gemeente Neder-Betuwe onderhoudt de kunstwerken en is verantwoordelijk voor de vervangingen. Het groot onderhoud wordt uitgevoerd door een onderhoudsaannemer, hiervoor wordt de komende periode een nieuw bestek op de markt gezet. Avri heeft als taak om de kunstwerken twee keer per jaar te reinigen en inspecteren. Binnen het areaal vallen ook objecten waarvan het onderhoud wordt gedeeld met andere beheerders en eigenaren. De gemeente Neder-Betuwe moet ervoor zorgen dat het onderhoud aan de openbare verlichting, bewegwijzering, verharding, markering en wegmeubilair wordt gedaan. Ditzelfde geldt voor alle overige dagelijkse taken, zoals het reinigen van verharding, goten en schampkanten, gladheidsbestrijding en afwikkelen van schaderijdingen. Financiën Onderstaande tabel geeft inzicht in de financiën van civiele kunstwerken voor de periode 2026-2030: Financiën 2026 2027 2028 2029 2030 Dagelijks onderhoud € 5.500 € 5.500 € 5.500 € 5.500 € 5.500 Toevoeging aan Voorziening kunstwerken € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 Exploitatie, totaal € 55.500 € 55.500 € 55.500 € 55.500 € 55.500 Toerekening afschrijving kunstwerken € 0 € 2.917 € 2.917 € 2.917 € 2.917 Toerekening rente € 1.750 € 1.750 € 1.721 € 1.692 € 1.692 Kapitaallasten, totaal € 1.750 € 4.667 € 4.638 € 4.609 € 4.609 Civieltechnische kunstwerken, totaal € 57.250 € 60.167 € 60.138 € 60.109 € 60.109 Voor het groot onderhoud wordt gebruik gemaakt van een voorziening, deze is hoofdzakelijk bedoeld om de jaarlijkse fluctuaties in de uitgaven op te vangen. Onderstaand overzicht laat het verloop van de voorziening zien op basis van de geprognotiseerde groot onderhoudskosten: Jaar Toevoeging t.b.v. groot onderhoud Kosten groot onderhoud Stand voorziening op 31/12 2026 € 50.000 € 54.929 € 193.690 2027 € 50.000 € 21.700 € 221.990 2028 € 50.000 € 74.609 € 197.381 2029 € 50.000 € 46.000 € 201.381 2030 € 50.000 € 46.000 € 205.381 Het verloop van de voorziening civieltechnische kunstwerken blijft op basis van de huidige inzichten positief met de huidige toevoeging. De komende periode wordt een nieuw bestek opgemaakt, waarna de daadwerkelijke kosten gedetailleerder in beeld zijn. Verwachting is dat deze voorziening voldoende buffer heeft om eventuele hogere uitgaven op te kunnen vangen. Risico’s en aandachtspunten Databeheer: niet van alle kunstwerken zijn de bouwjaren/jaren van aanleg goed geregistreerd. Advies is de komende jaren archiefonderzoek te doen naar de bouwjaren. Daarmee ontstaat een beter inzicht in het verwachte vervangingsjaar. Databeheer: Door gebrek aan ontwerpgegevens kan de technische staat van de kunstwerken niet herberekend worden en dit levert risico’s op voor het beheer nu en in de toekomst. Het gaat hierbij om de volgende gegevens: een actueel overzicht van alle kunstwerken, ontwerpuitgangspunten en -belastingen, ontwerp-/onderhoudsbestekken, ontwerp-/as built tekeningen en berekeningen. Kwaliteit: de algehele kwaliteit van de civieltechnische kunstwerken is de afgelopen jaren teruggelopen. De bruggen scoren ‘matig’ en de duikers ‘redelijk’. Goede monitoring en onderhoud zijn de komende jaren noodzakelijk. ASR: twee bruggen hebben als gevolg van ASR ernstige aantasting. De aanvullende onderzoeken zijn in 2026 gestart. Deze bruggen zullen op termijn vervangen moeten worden. Met deze vervangingskosten is in bovenstaande kapitaallasten nog geen rekening gehouden. Integraal: advies is bij uitvoering van werkzaamheden op en rondom het kunstwerk goede afstemming te hebben met de andere onderdelen van de openbare ruimte (zoals groen en wegen). Door werk-met-werk te maken kan meer worden bereikt binnen dezelfde financiële middelen. Beheerplan Openbare verlichting Afbakening Dit beheerplan is gericht op het beheer en onderhoud van openbare verlichting in de gemeente Neder-Betuwe. Deze asset omvat alle lichtmasten, armaturen, lampen en speciale verlichting (bv. schijnwerpers). Buiten de scope vallen alle lichtreclames en onderdelen die aan de lichtmast hangen, zoals camera’s, bloembakken, feestverlichting, vlaggen en bebording. Areaal De gemeente Neder-Betuwe heeft duidelijk in beeld wat het in beheer heeft. De areaalgegevens zijn vastgelegd in het beheersysteem Geovisia en in het klantenportaal Spie. De areaalgegevens zijn in onderstaande tabel samengevat. Type lichtbron Hoeveelheid Eenheid Achterpadverlichting 299 Stuks ANWB-mast combi 18 Stuks Fietspadverlichting 4 Stuks Grondspot 5 Stuks Parkeerplaatsverlichting 9 Stuks Lichtbronnen per woonkern Hoeveelheid Eenheid Schakelkast 1 Stuks Schijnwerper 6 Stuks Dodewaard 1.330 Stuks Straatverlichting. 4.743 Stuks Echteld 290 Stuks Terreinverlichting 14 Stuks IJzendoorn 233 Stuks Tunnelverlichting 15 Stuks Kesteren 1.178 Stuks Voetpadverlichting 8 Stuks Ochten 997 Stuks Wandarmaturen 3 Stuks Opheusden 1.097 Stuks Verlichting totaal 5.125 Stuks Verlichting Totaal 5.125 Stuks Bevindingen: Nu in bedrijf zijn circa 4.894 stuks lichtmasten met 5.125 stuks lichtbronnen. Ruim 92% van deze lichtbronnen heeft als functie straatverlichting. Van het totale areaal is ruim 80% uitgevoerd in energiezuinige ledlampen. Er zijn circa 300 stuks achterpadverlichting die in eigendom zijn van de woningbouwcoöperatie maar wel door de gemeente Neder-Betuwe worden beheerd. Deze verlichting hangt in de paden die achter de huizen langs lopen. Als er een lamp stuk gaat, wordt de lamp door de gemeente Neder-Betuwe vervangen. Leeftijdsopbouw De aanlegjaren van de masten, armaturen en lampen zijn bijna volledig geregistreerd. De afgelopen jaren zijn de armaturen en lampen veelal vervangen door LED. De mast is alleen vervangen indien technisch noodzakelijk. De masten zijn daarmee vaak ouder dan de armaturen en lampen. Onderstaand figuur geeft inzicht in de leeftijdsopbouw van de armaturen. Kwaliteit De kwaliteit van de openbare verlichting wordt niet separaat in beeld gebracht. Wel wordt er periodiek een schouw uitgevoerd om te kijken of de straatverlichting brandt. Afgelopen periode is een actie ingezet om de kwaliteit van de openbare verlichting te verbeteren door oude bestaande verlichting door ledverlichting te vervangen. Door deze vernieuwingen wordt een besparing op het energieverbruik gerealiseerd en is er minder correctief onderhoud nodig. Beleving en waardering De beleving en waardering van de openbare verlichting is niet gemeten. Wel komen er uit de enquête over het beheer en inrichting van de openbare ruimte (december 2020 jl.) enkele wensen en behoeften naar voren. Uit de enquête blijkt dat de respondenten veiligheid het belangrijkste thema vinden. Inwoners leggen vaak de link tussen openbare verlichting en sociale veiligheid. Meldingen over defecte of ondeugdelijke verlichting kunnen door de inwoners worden gemeld, waarna deze door de onderhoudsaannemer worden opgepakt. Kaders en ontwikkelingen Als basis voor de openbare verlichting zijn de volgende kaders leidend. Wettelijke kaders Gemeentelijke kaders Nederlandse praktijkrichtlijn (NPR 13201-1) Integraal Beheerkader Openbare Ruimte Omgevingswet Duurzaamheidsvisie NEN-normen (1010, 50110,3140) Handboek Openbare Ruimte Politiekeurmerk veilig wonen (CCV 2015) Verkeer en vervoerplan WIBON Plaatsingsuitgangspunten Openbare Verlichting Wegenwet Algemene plaatselijke verordening Burgerlijk wetboek Beleidsdoelen en ambities De openbare verlichting in de gemeente Neder-Betuwe draagt bij aan meerdere beleidsdoelen en ambities: Relevante Beleidsdoel Toelichting relevantie beleidsdoel Uitstraling: De openbare verlichting nodigt uit, creëert sfeer en zorgt voor meer beleving in de avonden. Klimaatadaptatie en duurzaamheid: We zetten in op het terugdringen van het energieverbruik en de reductie van CO2-emmissie. Voor locaties buiten de bebouwde kom wordt per situatie bekeken of het nodig is om lichtmasten (terug) te plaatsen. Veiligheid: Goed werkende openbare verlichting verbetert de sociale veiligheid en verkeersveiligheid. Gezondheid: De straatverlichting zorgt voor meer leefbaarheid in en rondom de eigen buurt. Denk hierbij aan goed verlichte ontmoetingsplekken, speelplekken en (wandel)routes. Mobiliteit en bereikbaarheid: Het zorgt voor een vlotte en veilige verkeersafwikkeling en het verhogen van het rijcomfort bij duisternis. Deze beleidsdoelen uiten zich in de volgende uitgangspunten: De gemeente Neder-Betuwe vindt vermindering van energieverbruik en het voorkomen van lichthinder belangrijk en hanteert daarom bij de aanleg van nieuwe verlichtingspunten ‘Verlichten? Nee, tenzij?’. Dit betekent dat de gemeente indien mogelijk, verlichting zal verminderen of zelfs zal weghalen. De wegen met kruispunten, onverwachte en/of onoverzichtelijke veranderingen in het wegverloop en gevaarlijke verkeerssituaties blijven verlicht. Ditzelfde geldt voor bijzondere locaties zoals viaductonderdoorgangen en bushaltes. Er wordt invulling gegeven aan de nieuwe praktijkrichtlijn voor openbare verlichting, opgesteld door de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde. Deze richtlijn NPR 13201:2017 helpt bij het maken van keuzes en geeft aanwijzingen voor de beoogde lichtkwaliteit. Bijzondere aandacht is vereist voor de verlichting van kruisingen, versmallingen, verspringingen, rotondes en fietsoversteken. Hier wordt altijd gezorgd voor goed werkende en voldoende verlichting. Het is de ambitie om de doelstellingen betreffende de openbare verlichting uit het Energieakkoord te behalen. We zetten daarom in op de inkoop van duurzame energie en het toepassen van zuinige ledlampen en dimmers. Tijdens de spitsperioden (bij duisternis) worden de wegen optimaal verlicht. In de nachtelijke uren met weinig verkeersaanbod wordt de verlichting tot 50% gedimd. Er wordt gekozen voor een eenduidig materiaalgebruik met een beperkt aantal typen lichtmasten en armaturen. Bij het plaatsen van nieuwe verlichting en bij het vervangen van armaturen wordt standaard ledverlichting toegepast. De verlichtingsniveaus en kleuren worden afgestemd op de functie van het gebied. De categorisering die in het verkeer en vervoerplan staat is hierbij leidend. In de meeste gevallen wordt wit licht toegepast. Buiten de bebouwde kom wordt voor de verkeersveiligheid verlichting geplaatst. Eventuele oriëntatie- en geleidingsverlichting wordt alleen toegestaan op plekken waar het echt nodig is. In de groengebieden zijn we terughoudender en wordt in principe geen openbare verlichting toegepast. Mochten we in de groengebieden willen verlichten dan houden we rekening met de ecologische effecten. Aangepaste verlichting ten behoeve van de flora- en fauna is mogelijk. Bij de ontwikkeling van (her)inrichtingsplannen zijn we intensief betrokken bij de ontwerpfase om ervoor te zorgen dat de openbare ruimte zo goed mogelijk wordt ingedeeld. Meldingen vormen een belangrijke input voor de bijsturing van het dagelijks beheer en onderhoud. Strategie De beleidsuitgangspunten en ambities vertalen zich in de volgende beheerstrategie: Preventief en correctief onderhoud: Preventief onderhoud is gericht op het vervangen van lampen. Correctief onderhoud omvat het op incidentele basis herstellen van schade als gevolg van storingen, vandalisme of aanrijdingen. Momenteel is de onderhoudsstrategie gebaseerd op het uitvoeren van correctief onderhoud. Dat wil zeggen dat het onderhoud (reparatie en vervanging) enkel wordt uitgevoerd op basis van klachten en meldingen. De werking van verlichting wordt regelmatig gecontroleerd door inspecteurs. Deze werkzaamheden zijn uitbesteed binnen een meerjarig onderhoudscontract. Vervangingen: De keuze voor een vervangend armatuur is gebaseerd op vorm, lichttechniek, lichtproductie en prijs. Op lichtmasten van vier meter hoog worden kegelvormige armaturen toegepast. Vanaf zes meter worden koffervormige armaturen (soms op een uithouder) geplaatst. Voor lichttechniek wordt standaard gekozen voor ledverlichting. Het vervangingsregime is erop gebaseerd om 75% van het totale areaal te vervangen. Hierbij is gekozen voor een mix tussen vervangen op ouderdom en het besparen van energie. Overige: Het eigendom en beheer en onderhoud van het regionale elektriciteitsnet is de verantwoordelijkheid van netbeheerder Alliander. De openbare verlichting binnen de gemeente Neder-Betuwe wordt ’s avonds ingeschakeld en ’s ochtends uitgeschakeld. Het moment van in- en uitschakelen is afhankelijk van de tijd van zonsopkomst en -ondergang. Meldingen worden vanuit het klantencontactcentrum direct doorgezet naar de onderhoudsaannemer. Elke lichtmast heeft een uniek nummer dat op de mast staat en vermeld dient te worden. Belangrijke en/of gevaar opleverende storingen, bijvoorbeeld als hele woonwijken in het donker zitten of de bedrading zichtbaar is, worden direct na melding veiliggesteld en indien mogelijk via noodreparaties hersteld. Vervangingen en afschrijvingstermijnen Conform de Financiële verordening is de gemiddelde afschrijvingstermijn van de openbare verlichting 10-40 jaar. Type kunstwerk Afschrijvingstermijn Financiële verordening Lichtmast 40 jaar LED-armaturen 30 jaar Armaturen (geen LED) en kabels (bovengronds) 20 jaar Lampen (geen LED) 10 jaar Bij nieuwe aanleg gaan we, gelet op de huidige stand van de techniek, uit van een technische levensduur van 50 jaar voor lichtmasten. Inspectie en monitoring De meest gebruikte vorm van inspectie en monitoring die momenteel wordt uitgevoerd is het registreren van klachten en meldingen. Met het oog op de veiligheid gaan we jaarlijks 1x schouwen. Ook blijven we periodiek de straatverlichting controleren of alle lampen nog functioneren en geen defecten vertonen. Uitbesteden en zelf doen Het beheer en onderhoud van de openbare verlichting is uitbesteed aan een marktpartij. De gemeente Neder-Betuwe houdt toezicht op de uitvoering en regelt de vervangingen. Financiën Onderstaande tabel geeft inzicht in de financiën van openbare verlichting voor de periode 2026-2030: Financiën 2026 2027 2028 2029 2030 Energieverbruik € 292.932 € 292.932 € 292.932 € 292.932 € 292.932 Klein en groot onderhoud € 135.906 € 135.906 € 135.906 € 135.906 € 135.906 Exploitatie, totaal € 428.838 € 428.838 € 428.838 € 428.838 € 428.838 Toerekening afschrijving openbare verlichting € 46.205 € 63.519 € 112.148 € 112.148 € 112.148 Toerekening rente € 22.513 € 23.782 € 24.879 € 23.758 € 23.758 Kapitaallasten, totaal € 68.718 € 87.301 € 137.027 € 135.906 € 135.906 Openbare verlichting, totaal € 497.556 € 516.139 € 565.865 € 564.744 € 564.744 De afgelopen jaren zijn de kosten van energie (en netwerk) sterk toegenomen. Tot en met 2027 wordt geïnvesteerd in verLEDding van het areaal. Verwachting is dat na afronding van deze actie de energiekosten stabiliseren en de kosten voor klein onderhoud afnemen. Aandachtspunten IVer: Gemeenten zijn door wetgeving en de veiligheidsnorm NEN3140 voor hun openbare verlichting verplicht om hiervoor een installatieverantwoordelijke (IV’
- er)aan te wijzen. Hieraan worden strenge regels en verplichtingen gesteld. De gemeente Neder-Betuwe is bezig met het inregelen van deze verantwoording. Onderhoudscontract: Nadat alle armaturen zijn verLED, wordt er een nieuw onderhoudscontract op de markt gezet. Vanaf 2026 wordt gestart met de voorbereiding van dit bestek. Beheerplan Verkeersvoorzieningen Afbakening Dit Beheerplan Verkeersvoorzieningen is gericht op de objecten die zijn aangebracht voor de (veilige) geleiding van het verkeer en het informeren van de weggebruiker. Tot de verkeersvoorzieningen behoren de afsluitpalen, industrieverwijzingen, objectverwijzingen, fiets- en voetgangersverwijzingen, verkeersborden en dragers, straatnaamborden, komborden, schrikhekken, snelheidsdisplays en verkeerstellers. De gemeentelijke afwikkeling van tijdelijke (bouw)bording valt als taak onder dit beheerplan (toestemming verlening). Voor de abri’s en reclameborden zijn onderhoudscontracten met verschillende partijen afgesloten. Al deze objecten vallen buiten de scope van beheerplan. De fietsenrekken en hekwerken zijn uitgewerkt in het beheerplan Meubilair en Overige. Informatie over de wegmarkering en snelheid remmende maatregelen is opgenomen in het beheerplan Wegen en Verhardingen. Areaal De gemeente Neder-Betuwe heeft een groot areaal aan objecten. De objecten zijn in oktober 2023 geïnventariseerd. De verkeersborden inclusief dragers worden gebruikt om het verkeer op de weg goed te regelen. Het totale aantal borden bedraagt op dit moment circa 5.600 stuks. Hiervan staan circa 4.000 stuks binnen de bebouwde kom en circa 1.600 stuks buiten de bebouwde kom. Hiernaast beheert de gemeente 88 bewegwijzeringsobjecten. Deze zijn het meest recentelijk in 2020 geïnspecteerd. Het database-beheer hiervan verzorgt de Nationale Bewegwijzeringsdienst (NBd). Sinds 1 januari 2025 geldt een wettelijke plicht voor (weg)beheerders. Zij moeten de mobiliteitsdata op orde brengen. Ook moeten zij zorgen dat deze data duurzaam geborgd blijft. Deze verplichting komt voort uit Europese regelgeving, zoals de Intelligent Transport Systemen (ITS) Directive. In 2026 volgt de Nederlandse vertaling in wetgeving, bekend als het Digitaal Stelsel Mobiliteitsdata (DSM). Vanuit deze verplichting levert de gemeente Neder-Betuwe data over verkeersborden uit via de NWB-applicatie George. De gemeente zit hierbij nu op niveau 4 van 5. Dit betekent dat de gemeente goed op weg is, maar nog alle data compleet heeft. De registratie en bijhouding van data is de afgelopen periode door deze verplichting geïntensiveerd. Leeftijdsopbouw De aanlegjaren van de verkeersvoorzieningen konden door de aanwezige vuurwerkbescherming meestal niet geregistreerd worden. Van 6% van het geïnventariseerde areaal is wel bekend wanneer dit is aangelegd. Hiervan zijn veruit de meesten aangelegd na 2010. Kwaliteit De verkeersvoorzieningen dienen te voldoen aan de wettelijke en functionele eisen die eraan gesteld worden. De beeldkwaliteit van de verkeersvoorzieningen is vastgelegd op een Hoog (A) niveau in het centrum en een Basis (B) niveau in de rest van de gemeente. Om te kijken of hieraan voldaan wordt, is een inspectie uitgevoerd door een gecertificeerd inspectiebureau. In deze inspectie is het areaal conform de CROW-richtlijnen gekeurd op de criteria kleurechtheid, dekking, deuken, beplakking, besmeuring, graffiti, verdraaiing en de volledigheid. Volgens het inspectiebureau ligt de kwaliteit van het totale areaal op een redelijk niveau. De verkeersvoorzieningen zijn voor het grootste deel ‘heel en schoon genoeg’ en geschikt voor een veilige verkeersafwikkeling. Uit de inspectiegegevens blijkt dat 30% van het areaal binnen de bebouwde kom niet voldoet aan het gestelde kwaliteitsambitieniveau en op minimaal één van de genoemde inspectiecriteria op een te laag kwaliteitsniveau ligt. Circa 7% van het areaal voldoet op 2 of meer inspectiecriteria niet aan het ambitieniveau. Zie ook de figuur onder. Het inspectiecriterium waarop het vaakst het ambitieniveau niet behaald wordt, is ‘besmeuring’ met 83% van het areaal op of boven het ambitieniveau. Dit schadebeeld is relatief eenvoudig te herstellen. Ook ‘dekking’ wordt met 92% relatief minder behaald. Beleving en waardering Er wordt geen meting uitgevoerd op de beleving en waardering van de verkeersvoorzieningen in Neder-Betuwe. Als er meldingen binnenkomen over de bewegwijzering en (straat)naamborden wordt hier op geacteerd. Eerder werden veelvuldig borden geplaatst (een oerwoud aan borden), waardoor de beleving van de weggebruiker te druk/intensief was. De gemeente Neder-Betuwe sluit zich aan bij het verder verkeersbordarm maken. Kaders en ontwikkelingen Als basis voor de openbare verlichting zijn de volgende kaders leidend. Wettelijke kaders Gemeentelijke kaders Burgerlijk wetboek deel 6 (M.b.t. veiligheid en zorgplicht) Gemeentelijk Verkeer en Vervoersplan (GVVP) Gemeentewet en BBV Algemene plaatselijke verordening voor Neder-Betuwe Wegenwet Wegenverkeerswet 1994 (met o.a. het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer) Nen-norm 3381 Intelligent Transport Systemen (ITS) Directive 2023 Beleidsdoelen en ambities De verkeersvoorzieningen in de gemeente Neder-Betuwe dragen bij aan meerdere beleidsdoelen en ambities: Relevante Beleidsdoel Toelichting relevantie beleidsdoel Bruikbaar: Het object moet gebruiksvriendelijk, functioneel en herkenbaar voor de beoogde doelgroep zijn. Uitstraling: Het object moet er verzorgd uitzien in de juiste vormgeving en kleur. Klimaatadaptatie en duurzaamheid: Het object moet zoveel mogelijk vandalismebestendig zijn, bij voorkeur onderhoudsarm en zijn functie behouden. Veiligheid en gezondheid: Het object dient het verkeer te geleiden, waarschuwen, regelen of informeren. Mobiliteit en bereikbaarheid: Het object moet een veilige verkeersafwikkeling waarborgen en de keuzemogelijkheden voor het afleggen van een route vergroten. Deze beleidsdoelen uiten zich in de volgende uitgangspunten: De gemeente Neder-Betuwe sluit aan bij bestaande wet- en regelgeving en bepalingen/richtlijnen, zoals de CROW-richtlijnen en NEN-normen. De verkeersvoorzieningen worden onderhouden op kwaliteitsniveau Hoog (A) in het centrum en Basis (B) in de overige gebieden. De gemeente Neder-Betuwe werkt beleidsmatig (en op basis van concrete meldingen) aan het verbeteren van de verkeersveiligheid. Het beleid is vastgesteld in het gemeentelijk Verkeer en Vervoerplan. Het aanbrengen van (een deel van) de verkeersvoorzieningen vindt plaats volgens de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens. In het Handboek Openbare Ruimte staan de eisen die de gemeente Neder-Betuwe onder meer hanteert bij de inrichting, maatvoering en materiaalkeuze. Bij het inrichten van de openbare ruimte wordt er rekening gehouden met kwetsbare en belangrijke weggebruikers zoals ouderen, kinderen, fietsers- en voetgangers, toeristen en mindervaliden. De verkeersvoorzieningen worden alleen toegepast op plaatsen waar de weggebruiker dat daadwerkelijk nodig heeft. Overtollig en niet functionele objecten worden zoveel mogelijk verwijderd. Bij nieuwbouw, renovatie en herinrichting van de openbare ruimte mag het plaatsen van objecten niet leiden tot hogere kosten voor straatreiniging of onkruidbeheersing, tenzij er belangen zijn die een hoger doel dienen. Er wordt gestreefd naar kosteneffectief beheer en onderhoud. De verkeersvoorzieningen hebben een eenduidig, uniform en herkenbaar materiaalgebruik. Dit voorkomt een wildgroei aan allerlei soorten toegepaste materialen. Bij de materiaalkeuze wordt rekening gehouden met het milieu. De gemeente Neder-Betuwe heeft aandacht voor het toepassen van milieuvriendelijk geproduceerde materialen en hergebruiksmogelijkheden. Graffiti en beplakking worden altijd verwijderd als deze aanstootgevend zijn of de objecten zodanig zijn beklad of beplakt dat ze niet meer aan de functionele eisen voldoen (zichtbaarheid, leesbaarheid, reflectie). De verkeersvoorzieningen die grote schade hebben of aan het eind van de levensduur zijn worden afhankelijk van de standplaats hersteld, vervangen of weggehaald. Strategie Het onderhoud van verkeersvoorzieningen wordt (reactief) gepleegd op basis van klachten en schademeldingen en eigen waarneming. De werkzaamheden die hieruit volgen lopen uiteen van schoonmaken, schilderen, repareren tot het vervangen of verwijderen van de verschillende objecten. Voor verschillende onderdelen van de verkeersvoorzieningen zijn onderhoudscontracten met partijen afgesloten. De kosten voor reclameborden worden gedekt uit op de borden aangebrachte reclame. De abri’s met reclame worden in ruil voor de reclame onderhouden. Indien dit niet volledig dekkend is of reclame niet mogelijk is, is het onderhoud van de abri’s op kosten van de gemeente. Bewegwijzering wordt op kosten van de gemeente Neder-Betuwe onderhouden. Vervanging De gemeente Neder-Betuwe doet geen vervangingen sec op basis van een geprognosticeerde technische levensduur. De aansturing van het vervangen van verkeersvoorzieningen gebeurt hoofdzakelijk op ad hoc basis. Er wordt vervangen op basis van meldingen en waarnemingen. De beheerder of toezichthouder gaat na een melding ter plekke kijken om te bepalen of het object moet worden hersteld of vervangen. De verkeersvoorzieningen worden pas vervangen als deze beschadigd of defect zijn en de normale werking van het wegmeubilair verstoren. Inspectie en monitoring De gemeente geeft periodiek opdracht voor het inspecteren van de verkeersvoorzieningen. Het geïnventariseerde en geïnspecteerde areaal wordt vergeleken met landelijke database (George). Uitbesteden en zelf doen Het onderhoud aan abri’s en reclameborden valt onder de verantwoordelijkheid van externe partijen. Hiervoor zijn meerjarige onderhoudscontracten afgesloten. De bewegwijzering wordt in opdracht van de gemeente onderhouden in samenwerking met de NBd. Plannen voor bewegwijzering moeten op basis van wettelijke voorschriften goedgekeurd worden door de NBd. Het onderhoud aan alle overige verkeersvoorzieningen op basis van meldingen en waarnemingen wordt door Avri uitgevoerd. De gemeente Neder-Betuwe houdt toezicht op de uitvoering en regelt de vervangingen. Financiën Voor de planperiode 2026-2030 staan de volgende financiële middelen op de begroting: Financiën 2026 2027 2028 2029 2030 Avri Wegmeubilair (verkeer) € 77.812 € 77.812 € 77.812 € 77.812 € 77.812 Exploitatie, totaal € 77.812 € 77.812 € 77.812 € 77.812 € 77.812 Kapitaallasten, totaal € 0 € 0 € 0 € 0 € 0 Totaal Verkeersvoorzieningen € 77.812 € 77.812 € 77.812 € 77.812 € 77.812 In de begroting is voor de uitvoering van het onderhoud aan verkeersvoorzieningen circa € 78.000 per jaar beschikbaar. Vanuit dit budget worden ook de onvoorziene kosten, vervangingen en onderhoudsovereenkomsten met externe partijen betaald. De fietsenrekken, hekwerken (beheerplan Meubilair en Overige) en wegmarkering (beheerplan Wegen en Verhardingen) worden gedekt vanuit andere begrotingsposten. Voor beide zijn separate budgetten beschikbaar. De investeringen vanuit het gemeentelijk Verkeer en Vervoerplan staan los van dit beheerplan en zijn niet in de totale kosten meegenomen. Risico’s en aandachtspunten Inspecties en administratie: Regelmatige inspecties en inventarisaties geven inzicht in omvang en kwaliteit van het areaal. Dit is essentieel om mutaties correct door te voeren en de administratie actueel en betrouwbaar te houden. Digitale versie verkeersvoorzieningen: De afgelopen periode is een eerste slag gemaakt met het aanbieden van de data naar de landelijke digitale systemen (Melvin en George). De komende periode zal dit verder moeten worden aangevuld en bijgehouden. Dit vraagt aandacht en tijd van de (data)beheerder. Van reactief naar proactief onderhoud: Onderhoud gebeurt nu vooral reactief. Dit moet proactief worden om kosten beter te voorspellen en een cyclische onderhoudsplanning op te zetten. Beleids- en beheerafstemming volgt de komende jaren. Gewenst gedrag begint bij de infrastructuur: Verkeersdeelnemers volgen regels eerder als deze duidelijk en uitvoerbaar zijn. Overmatig gebruik van borden leidt tot een ‘bordenwoud’ en vermindert effectiviteit. Automobilisten merken slechts 10–20% van de borden spontaan op en vertrouwen vaak op natuurlijke wegkenmerken. Aanpassing van infrastructuur is vaak een betere oplossing om gewenst gedrag te realiseren. Verkeersborden voor cruciale regels: Cruciale regels zoals snelheid, rijrichting en voorrang zijn echter onmisbaar voor verkeersveiligheid en moeten altijd duidelijk worden gecommuniceerd, voor zowel ervaren als onervaren weggebruikers, en onder zowel goede als slechte (weers)omstandigheden. Beheerplan Afval en schoon Afbakening Dit Beheerplan Afval en Schoon is gericht op het schoonhouden van de leefomgeving. Tot dit onderdeel behoren het legen van afvalbakken, opruimen van hondenpoep, onkruidbestrijding op verharding, verwijderen van blad van gazons en verhardingen, het vegen van verharding, verwijderen van aanstootgevende graffiti en beplakking, verwijderen van zwerfafval en het bestrijden van gladheid. De onkruidbestrijding in de beplantingsvakken valt onder het Beheerplan Groen en Bomen. Areaal De afvalbakken en hondenpoepbakken in beheer van gemeente Neder-Betuwe worden geleegd op basis van de vullingsgraad. De arealen voor bestrijding van onkruid op verharding en het straatvegen worden bepaald op basis van de actuele wegbeheerdata. De te strooien routes worden jaarlijks voorafgaand aan het strooiseizoen vastgesteld. Onderdeel Hoeveelheid Eenheid Afvalbakken 270 Stuks Vangkorven 2 Stuks Bladkorven 28 Stuks Vegen wegverharding Ca. 75 Km Gladheidbestrijding Ca. 200 Km Bevindingen Het areaal is up-to-date en volledig verwerkt in het beheersysteem. In de openbare ruimte staan momenteel meer dan 270 afvalbakken (210 afvalbakken en 60 hondenpoepbakken). Met een inwoneraantal van circa 25.700 komt dit neer op ongeveer 10,5 afvalbak per 1.000 inwoners. Het landelijk gemiddelde ligt tussen de 10 en 14 afvalbakken per 1.000 inwoners. In 2024 is een krediet van € 255.000 beschikbaar gesteld voor de vervanging van de afvalbakken. Bij deze vervangingsronde wordt ingezet op een optimale spreiding van de bakken binnen de gemeente. Om aan het landelijk gemiddelde te voldoen, worden extra afvalbakken bijgeplaatst. Daarnaast krijgen sommige bestaande afvalbakken een nieuwe locatie en komen er meer bakken langs hondenuitlaatroutes. De vervangingswerkzaamheden worden in 2026 afgerond. In 2025 zijn er nieuwe bladkorven aangeschaft. Bladkorven worden geplaatst op locaties waar meerdere bomen zijn geconcentreerd en er overlast is van blad. Door te vegen blijven de wegen vrij van onder andere zand, zwerfafval en bladeren. Voor het bestrijden van gladheid en het ruimen van sneeuw wordt gebruik gemaakt van twee vaste routes. De primaire route wordt eerst gestrooid en als het nodig is ook de secundaire route. Leeftijdsopbouw De aanlegjaren van afvalbakken, hondenpoepbakken en vangkorven staan in het beheersysteem geregistreerd. In 2024 zijn 28 nieuwe bladkorven aangeschaft ter vervanging van afgeschreven draadkorven en hekkenkorven. Kwaliteit De openbare ruimte wordt maandelijks geschouwd door een externe partij. Afvalbakken worden zeven keer per jaar geïnspecteerd op onder andere beplakking en graffiti, beschadigingen zoals deuken of gaten, natuurlijke aanslag, scheefstand en de mate van vulling. Afhankelijk van de locatie en het gebruik worden de bakken minimaal één keer per week geleegd. Het volledige areaal afvalbakken in de openbare ruimte is vastgelegd in het beheersysteem. Op basis van beeldkwaliteit en afschrijvingstermijn worden alle oude en afgekeurde afvalbakken vervangen. Onkruid op verharding behaalt gemiddeld over 2024 een score binnen kwaliteitsniveau A (Hoog). Alleen de onkruidbestrijding op ongebonden verhardingen scoort beperkt lager. Incidenteel kan door groeipieken, extreme neerslag of zachte winters tijdelijk een ander beeld ontstaan. Beleving en waardering De beleving en waardering van het afval en schoon is niet gemeten. Wel komt het onderwerp ter sprake in de enquête over het beheer en inrichting van de openbare ruimte (december 2020 jl.). Strekking van de uitkomst: een schone buitenruimte is belangrijk en zorgt voor minder vervuiling. Uit de enquête blijkt dat 97% van de respondenten het (heel) belangrijk vindt dat de openbare ruimte netjes oogt en veilig te gebruiken is. De inwoners willen dat het onderhoud vaker en beter wordt uitgevoerd. Hierop volgend: in 2023 hebben hondenbezitters, schoolkinderen en overige betrokken inwoners meegedacht over de optimalisatie van de spreiding van afvalbakken. Er zijn sindsdien ruim 50 extra afvalbakken geplaatst. De hoeveelheid zwerfafval rondom afvalbakken en illegale dumpingen van huisvuil nemen toe. Een deel van de mensen is niet bereid om per keer te betalen en blijft het restafval liever thuis aanbieden. Alle taken met betrekking tot gladheidsbestrijding zijn uitgevoerd. In 2024 zijn 14 strooiacties uitgevoerd. In totaal zijn er in 2024 50 meldingen binnen gekomen over vervuiling/milieu en ongedierte. Dit is vergelijkbaar met eerdere jaren. Het aantal meldingen over onkruid op verhardingen is in 2024 afgenomen tot 14. Er zijn 34 meldingen gedaan over vegen en het schoonmaken van wegen. Kaders en ontwikkelingen Als basis voor Afval en schoon zijn de volgende kaders leidend. Wettelijke kaders Gemeentelijke kaders Wegenwet (zorgplicht voor wegen) Duurzaamheidsvisie Wegenverkeerswet Handboek Openbare Ruimte Omgevingswet Richtlijn afvalbakken Besluit activiteit leefomgeving Uitvoeringsplan Gladheidbestrijding Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Kaart met alle strooiroutes en prioriteitsstelling Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) Hondenbeleid Arbeidsomstandighedenwet (ARBO) Landelijke Aanpak Zwerfafval Beleidsdoelen en ambities Het schoonmaken en schoonhouden van de openbare ruimte is een gemeentelijke taak, waarvan de inwoners en bezoekers direct de resultaten kunnen waarnemen en deze vervolgens ook kunnen waarderen. Een schone leefomgeving heeft allerlei positieve effecten. Mensen hebben een veiliger gevoel, zijn vriendelijker naar hun medemens en ouders durven hun kinderen meer buiten te laten spelen. Ook blijkt dat de omgeving van invloed is op hoe mensen zich gedragen: want schoon zorgt ervoor dat het schoon blijft! Hiertoe gelden de volgende beleidsdoelen en ambities: Relevant Beleidsdoel Toelichting relevantie beleidsdoel Identiteit: Het schoonhouden en mooi maken van de openbare ruimte voor inwoners en toeristen. Uitstraling: Het zorgen voor een redelijk nette en verzorgde uitstraling binnen- en buiten de bebouwde kom Klimaatadaptatie: Het bevorderen van adaptatiemogelijkheden, zoals het vrijhouden van straatkolken om water te kunnen afvoeren Veiligheid: Het realiseren van een frisse wijk, waar gebruikers op een veilige wijze kunnen wonen, werken, spelen en ontspannen. Gezondheid: Het schoonhouden van de openbare ruimte om stankoverlast, rottende resten en de aanwezigheid van ongedierte tegen te gaan. Deze beleidsdoelen uiten zich in de volgende uitgangspunten: Het onderhoud vindt plaats conform afgesproken beeldkwaliteit. Voor netheid (legen afvalbakken, onkruid, vegen en zwerfafval) is kwaliteitsniveau Basis (B) het uitgangspunt. Alleen de centrumgebieden en begraafplaatsen worden op een Hoog (A) niveau onderhouden. De gemeente Neder-Betuwe wil zo min mogelijk zwerfafval in de openbare ruimte. Door het plaatsen van afvalbakken op de juiste locaties worden bewoners en bezoekers aangemoedigd om afval niet op straat te gooien, maar in een afvalbak. Graffiti en beplakking op elementen in de openbare ruimte worden verwijderd als deze aanstootgevend zijn. Alle overige graffiti en beplakking worden niet verwijderd. Hondenbezitters zijn verplicht om hondenpoep in de bebouwde kom op te ruimen en opruimmiddelen bij zich te hebben. Voor de blindengeleidehonden en sociale hulphonden geldt een uitzondering. De hondenpoepbakken worden goed gebruikt. Het leegmaken van deze bakken gebeurt in dezelfde cyclus en via dezelfde afvalstroom als het leegmaken van normale afvalbakken. De normale afvalbakken mogen ook gebruikt worden voor het deponeren van opruimzakjes met hondenuitwerpselen. Routes waar honden veelvuldig worden uitgelaten, de zogenaamde hotspots (groengebieden, parken, ter plaatse van hondenuitlaatplaatsen), zijn belangrijke aandachtsgebieden in het bereik van afvalbakken. In deze gebieden dienen afvalbakken binnen een bereik van 100 meter te staan. In overige straten binnen de bebouwde kom wordt gestreefd naar een bereik van maximaal 300 meter tot afvalbakken. Vangkorven staan op strategische plekken waar de afvaldruk hoog is (snoeproutes). Bladkorven worden geplaatst op veilige plekken waar ze zo min mogelijk overlast veroorzaken. In de bladkorf mag het bladafval van de gemeentelijke bomen dat in de tuin of op straat ligt. Ander gft-afval mag niet in de bladkorf. Het samenspel tussen onkruidbestrijding en straatvegen is cruciaal voor een optimaal resultaat. Regelmatig vegen heeft een preventieve werking en voorkomt het vestigen van ongewenste kruidengroei. De gemeente Neder-Betuwe beheerst onkruid op een duurzame en milieuvriendelijke manier, zonder chemische middelen te gebruiken. In de strooiseizoenen wordt preventief gestrooid. Bij het activeren van de gladheidsbestrijding worden vastgestelde procedures gehanteerd. Deze staan beschreven in het ‘Uitvoeringsplan Gladheidsbestrijding’. De strooiroutes worden jaarlijks geactualiseerd en vastgesteld. Bewoners, instellingen en bedrijven worden gevraagd het voetpad bij hun woning, school of winkel sneeuwvrij te houden. Bij enkele openbare gebouwen staan zoutkisten. Met het zout uit deze kisten kunnen de mensen zelf strooien. Indien noodzakelijk worden deze gedurende de winterperiode bijgevuld. De gemeente Neder-Betuwe doet veel om zwerfafval aan te pakken. Jaarlijks worden met de basisscholen en het voortgezet onderwijs schoonmaakacties gehouden. Ook zijn er initiatieven van inwoners en wijkverenigingen die zelf de buurt opschonen. De gemeente Neder-Betuwe levert hiervoor het materiaal zoals hesjes, knijpers en vuilniszakken aan. Samen met Avri wordt op scholen en bij verenigingen voorlichting gegeven en wordt op projectbasis gehandhaafd. Strategie De beleidsuitgangspunten en ambities vertalen zich in de volgende beheerstrategie: Het schoonhouden van de openbare ruimte vindt plaats op basis van beeldkwaliteit. Voor hondenpoep worden geen specifieke maatregelen uitgevoerd. Afvoer van hondenpoep wordt via het restafval in de huidige onderhoudscyclus van de normale afvalbakken meegenomen. Voor het verwijderen van onkruid op verhardingen worden twee methoden gebruikt: borstelen en branden. Met handmatig verwijderen kan onkruid op moeilijk bereikbare plaatsen worden bestreden. Ook heeft de gemeente Neder-Betuwe een eigen veegwagen en een elektrisch onkruidmobiel om de straten onkruid- en zwerfafvalvrij te houden. De gemeente Neder-Betuwe verwijdert in het najaar en winter het gevallen blad met bladblazers en veegmachines. De bladkorven worden geleegd zodra ze vol zijn en worden eind december weer weggehaald. Voor het bestrijden van gladheid en het ruimen van sneeuw wordt gebruik gemaakt van vaste routes. De strooiroute is onderverdeeld in een primaire en secundaire route. De primaire route omvat alle hoofdwegen, busroutes en doorgaande routes aangevuld met fietspaden. Deze worden eerst gestrooid en indien nodig sneeuwvrij gemaakt. De secundaire route zijn alle wijkontsluitingswegen en wegen bij en rondom bejaardenwoningen. Deze wegen worden alleen gestrooid bij extreme gladheid, zoals ijzel en hevige sneeuwval. De secundaire route wordt pas gestrooid nadat de primaire route klaar is. Gladheidsbestrijding vindt zoveel mogelijk plaats voordat er gladheid kan optreden. Aan de hand van meetapparatuur en weersberichten wordt er preventief gestrooid. Vervangingen en afschrijvingstermijnen Conform de Financiële verordening is de gemiddelde afschrijvingstermijn van het (park)meubilair 10-15 jaar. Voor het schoonmaken is vervanging niet van toepassing. Type meubilair Afschrijvingstermijn Financiële verordening Afvalbak 10 jaar Hondenpoepbak 10 jaar Vangkorf 10 jaar Bladkorf 10 jaar Inspectie en monitoring Tijdens de schouw wordt de buitenruimte geïnspecteerd op de verzorgingsgraad van afvalbakken, de hoeveelheid onkruid, natuurlijk afval, veegvuil en zwerfafval. Afvaldumpingen en het bijplaatsen van afval naast containers worden naar aanleidingen van meldingen in opdracht van vergunningen, toezicht en handhaving verwerkt. Ter uitvoering van het hondenbeleid wordt er gecontroleerd en gehandhaafd. Gespreid over het gehele jaar kan de gemeente Neder-Betuwe overal waar het wil optreden tegen hondenpoep. Indien nodig (bij bijvoorbeeld hevige sneeuwval en ijzel) zal de gladheidscoördinator de wegen tijdens de gladheidsbestrijding monitoren. In principe wijkt de chauffeur nooit af van zijn route. Uitbesteden en zelf doen De openbare ruimte wordt vanaf 2026 schoongehouden en geïnspecteerd door de eigen buitendienst. De gladheidsbestrijding wordt in het winterseizoen 2025-2026 nog uitgevoerd door de Avri. Vanaf het seizoen 2026-2027 wordt deze taak door de eigen buitendienst uitgevoerd. De gemeente Neder-Betuwe houdt toezicht en regie op de uitvoering en is verantwoordelijk voor alle vervangingen. Financiën Onderstaande tabel geeft inzicht in de financiën van afval en schoon voor de periode 2026-2030: Veegwerk, onkruidbestrijding op verharding, blad verwijderen en afvalbakken legen. Financiën 2026 2027 2028 2029 2030 Eigendienst: tractie en salaris € 311.000 € 234.000 € 234.000 € 234.000 € 234.000 Werk derden (inclusief inzet Werkzaak) € 313.000 € 313.000 € 313.000 € 313.000 € 313.000 Exploitatie, totaal € 624.000 € 547.000 € 547.000 € 547.000 € 547.000 Aandachtspunten Eigen buitendienst: vanaf 2026 wordt een groot aantal van de taken van afval en schoon uitgevoerd door de eigen buitendienst. Verwachting is dat de kwaliteit van uitvoering hiermee toeneemt. Aandachtspunten zijn de startup, de personele organisatie en de daadwerkelijke kosten (komen steeds beter in beeld, maar sommige delen nog geraamd op basis van historisch budget Avri). Het budget van 2026 is eenmalig hoger door de overnamekosten van tractie en klein materieel. Gladheidsbestrijding: de gladheidsbestrijding stelt hoge eisen aan de (directe en flexibele) inzet van de medewerkers. Daarnaast is een gladheidcoördinator noodzakelijk, deze taak dient vanaf strooiseizoen 2026-2027 door de gemeente zelf te worden ingevuld. Zwerfafval: De gemeente Neder-Betuwe oriënteert zich in 2026 verder in de mogelijkheden om de zwerfafvalvergoeding optimaal te benutten; door een integrale aanpak op meerdere terreinen. Beheerplan Riolering en water Afbakening Dit Beheerplan Riolering en Water omvat de riolering (vrijverval en mechanisch) met de pompen, gemalen en randvoorzieningen zoals bergbezinkbassins. Ook het stedelijk watersysteem met drains, sloten, greppels en bovengrondse bergingsvoorzieningen is hierin opgenomen. Al deze voorzieningen samen geven invulling aan de zorgplicht om de inzameling en transport van afvalwater, regenwater en grondwater op een goede manier te reguleren en nadelige gevolgen zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. De gemeente is verantwoordelijk voor het baggeren van categorie B en C watergangen, deze activiteit valt onder dit Integraal Beheerplan Openbare Ruimte. Vanuit groenbeheer worden de oevers, waterkanten en wadi’s gemaaid en geschoond. Areaal In onderstaande tabel zijn de lengtes en aantallen van het riool en watersysteem opgenomen. Voor registratie van deze objecten wordt gebruik gemaakt van het beheersysteem Brutis. Type object Hoeveelheid Eenheid Leiding - Gemengd riool 61.500 meter Leiding - Vuilwaterriool 35.250 meter Leiding - Hemelwaterriool 33.000 meter Leiding - Mechanisch riool 79.800 meter Leiding - Drainage 25.000 meter Leiding- Totaal 204.550 meter Individuele zuiveringen (IBA’
- s)121 stuks Gemalen en pompunits 444 stuks Overstorten en uitstroomvoorzieningen 73 stuks Randvoorzieningen 27 stuks Wadi’s 38 stuks Kolken 9.400 stuks Duikers (binnen de watergangen) 990 stuks Rioolaansluitingen 10.100 stuks Watergangen en watervoerende sloten 112 kilometer Putdeksels 3.600 stuks Regenmeters 12 stuks Bevindingen: Het areaal riolering en water is vrijwel compleet in beeld; Van het totale areaal aan leidingwerk is 29% gemengd riool, 17% vuilwater- en 16% hemelwaterriool. 38% betreft drukriolering. Daarmee is dus het grootste deel van het areaal vrijverval riolering (62%); In het buitengebied is vooral mechanische riolering gebruikt om het afvalwater van verspreid liggende woningen en percelen naar het gemeentelijke riool te vervoeren. Van alle riolering ligt 35% in het buitengebied; De gemeente Neder-Betuwe beschikt over een grondwatermeetnet met 30 actieve peilbuizen; Het totaal aantal duikers in beeld in het gebied is 1613 stuks. Van deze duikers zijn 93 recentelijk door de gemeente geïnspecteerd. Hiervan zijn 990 nu in dit beheerplan opgenomen als gemeentelijke verantwoordelijkheid, maar dit moet nog afgestemd worden met het waterschap, alsmede een mogelijke beheerstrategie; Het grootste deel van de drainage is geregistreerd; Het areaal watergangen is recent
(2022)in beeld gebracht, ten behoeve van de baggeropgave. Leeftijdsopbouw De aanlegjaren van het rioolstelsel zijn geregistreerd in het beheersysteem. Het merendeel van de drukriolering is aangelegd tussen 1980 en
- Vanaf 1980 is een toename te zien in het aandeel gescheiden riolering dat wordt aangelegd. Sinds 2007 is praktisch geen nieuw gemengd riool meer aangelegd, en alleen nog maar gescheiden systemen. Aanleg van riolering Kwaliteit De kwaliteit van de vrijverval riolering is voor zover technisch mogelijk beoordeeld. Alle defecten die uit de inspectie naar voren komen worden beoordeeld. Urgente schades worden in hetzelfde jaar van de inspectie gerepareerd. Minder urgente reparaties worden gepland uitgevoerd. Het rioolstelsel voldoet aan de gestelde voorwaarden voor kwaliteit (de ingrijp- en waarschuwingsmaatstaven) en is daarmee op orde. De gemeente Neder-Betuwe heeft stresstesten wateroverlast uitgevoerd voor kwetsbaarheid bij extreme neerslag en hiervoor een maatregelenprogramma opgesteld. Dit maatregelenprogramma is opgenomen in het gemeentelijk rioleringsplan. Aantasting: Op een aantal locaties was chemische aantasting van het riool geconstateerd. De gevoelige locaties zijn beschermd door een aangebrachte coating. In de watergangen is een redelijke hoeveelheid slib aanwezig (gemiddelde laagdikte 14 cm, totale originele baggeropgave 32.700 m³), deze sliblaag belemmert de water afvoerende en waterbergende functie van de watergang. Medio 2025 is deze baggeropgave halverwege voltooid. Volgens de planning is het afgerond in
- Beleving en waardering De beleving en waardering van het riool en de wateren is de afgelopen periode niet gemeten. Over het algemeen is het aantal klachten en meldingen over dit onderwerp laag. Daarnaast worden klachten en meldingen voortvarend opgepakt en waar nodig direct opgelost. Kaders en ontwikkelingen Als basis voor de gemeentelijke riolering- en watertaken zijn de volgende kaders leidend. Wettelijke kaders Gemeentelijke kaders Omgevingswet Programma Riolering en Water Neder-Betuwe 2024-2028 Kaderrichtlijn Water Beleidskader Klimaatadaptatie Openbare Ruimte Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) Integraal Beheerkader Openbare ruimte Besluit activiteit leefomgeving Meerjaren Baggerplan 2022-2031 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Beleidsdoelen en ambities De gemeente Neder-Betuwe heeft haar beleidsdoelen en ambities vastgelegd in het Programma Riolering en Water Neder-Betuwe 2024-2028 (PRW). Hierin staat beschreven hoe de gemeente Neder-Betuwe op een duurzame en doelmatige wijze invulling wil geven aan de zorgplicht. Dit programma is in lijn met de beleidskaders vanuit de Rijksoverheid en het Beleidskader Klimaatadaptatie Neder-Betuwe. De beleidsdoelen en verwante strategieën als toegelicht in navolgende tabel worden in het PRW benoemd: Relevant Beleidsdoel Toelichting relevantie beleidsdoel Gezonde leefomgeving: Waterkwaliteit is belangrijk, met een focus op recreëren en het bergen van water voor het behalen van de klimaatdoelen en het voorkomen van wateroverlast. Bewustwording van lozingsgedrag wordt gestimuleerd door de heffingstarieven te koppelen aan de lozingsomvang. Kansen die bijvoorbeeld renovatieprojecten bieden worden benut om vuiluitworp van de riolering te verminderen, maar actief en integraal verder verlagen heeft geen prioriteit. Energie en duurzaamheid: Marktwerking wordt aangehouden voor civiele werken omtrent dit thema. Bij nieuwe ontwikkelingen gaat duurzaamheid als een criterium meewegen, en circulariteit als criterium bij bestekken en contracten. Hogere projectkosten worden hierbij als acceptabel gezien. Riothermie wordt verkend als mogelijkheid voor het creëren van aardgasvrije wijken. Wateroverlast: Voortbouwend op de Lokale Adaptatie Strategie (LAS) wordt een communicatieplan voor water, hitte, en droogte ontwikkeld waarin de kansen en bereidingen voor de komende jaren worden verduidelijkt voor inwoners en ondernemers. Het gesprek wordt nadrukkelijker aangegaan, en er wordt een groter beroep op deze groep gedaan dat minder vrijblijvend is. De te verwachten maatregelen vanuit de gemeente zelf en de inwoners worden aangegeven. De hemelwaterverordening stelt de gemeente in staat een beroep te doen op de inwoners en bedrijven wat betreft het aanpakken van knelpunten in het watersysteem. Dubbelfuncties kunnen worden aangewezen voor gebieden in de openbare ruimte ten behoeve van deze aanpak. Schoon hemelwater: De prioriteit ligt in gebieden met knelpunten, maar voor elk gebied binnen de gemeente geldt dat afkoppeling en het beperken van afvoer belangrijk is. De hemelwaterverordening is uitgebreid naar gebieden met gescheiden stelsels om het aanbieden van hemelwater te kunnen verbieden, wat gebruikt kan worden als maatregel om afkoppelen juridisch af te kunnen dwingen. Steekproeven worden uitgevoerd om foutaansluitingen op te sporen. De bergingseis van hemelwater op eigen terrein kan in de toekomst uitbereid worden. Als strategie geeft de gemeente het goede voorbeeld en blijft dit doen. Agrarische activiteiten: De gemeente gaat in gesprek met de agrarische sector en betrokken partijen over hun ambities. Belangrijk omtrent agrarische activiteiten is de beperking van versnelde afvoer. Dit om de sector toekomstbestendig te houden. In gebieden gevoelig voor wateroverlast wordt niet zonder meer vrijstelling verleend voor het vergroten van verhard oppervlak. Landschappelijke karakteristiek: Er is aangesloten bij het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) voor het handhaven van bestaande waterlopen en voor het bepalen van de meetbaarheid van landelijke karakteristieken. Gebieden buiten de bebouwde kern worden betrokken bij klimaatadaptieve oplossingen, zoals het meegeven van randvoorwaarden bij de ontwikkeling van nieuwe woonwijken om hiermee een verslechtering van de situatie met betrekking tot water te voorkomen of verbetering te bewerkstelligen. Vervangingen en afschrijvingstermijnen De technische afschrijvingstermijn is gelijkgesteld aan de financiële afschrijvingstermijn. Conform de financiële verordening is de financiële afschrijvingstermijn van riolering 60 jaar. In het PRW wordt afhankelijk van het betreffende onderdeel met 60 jaar, 45 jaar, 30 jaar of 15 jaar rekening gehouden. In een aantal specifieke gevallen kunnen gemotiveerd afwijkende afschrijvingstermijnen worden gekozen. Investering Technische levensduur Afschrijvingstermijn Vrijverval riolering (putten en buizen) 60 jaar 60 jaar Mechanische riolering – elektromechanische onderdelen (pompen, leidingwerk, schakelkasten) 15 jaar 15 jaar Mechanische riolering - bouwkundige onderdelen (buitenopstellingskasten) 30 jaar 30 jaar Mechanische riolering - bouwkundige onderdelen (putten) 40 jaar 40 jaar Wadi’s 20 jaar 20 jaar IBA’s 20 jaar 20 jaar Drainage 45 jaar 45 jaar Verbeteringsmaatregelen (afkoppelen) 60 jaar 60 jaar Inspectie en monitoring Het rioolstelsel wordt periodiek geïnspecteerd en beoordeeld op stabiliteit, afstroming en waterdichtheid. Waar de toestandsaspecten bereikt of overschreden zijn, worden planmatig maatregelen genomen en reparaties uitgevoerd. Door camera inspecties vanuit de binnenzijde van de leiding wordt de kwaliteit van het riool gemonitord. Bij riolering met een te smalle diameter is deze vorm van inspecteren niet mogelijk. De werkzaamheden worden uitgevoerd door een ingehuurde deskundige. De resultaten van de uitgevoerde rioolinspecties worden direct beoordeeld om te bepalen welke maatregelen er noodzakelijk zijn. Uitbesteden en zelf doen Avri verricht de losse onderhoudstaken voor het in stand houden en beheren van o.a. het drukriool, de hoofd- en minigemalen, huisaansluitingen en het reinigen van kolken. Ook is Avri verantwoordelijk voor de registratie en meldingen die over riolering en water gaan. De gemeente Neder-Betuwe voert het beheer en onderhoud uit aan het hoofdrioolstelsel met bijbehorende voorzieningen, de watergangen en regelt alle aanleg en vervangingen. Waar nodig wordt ze hierbij ondersteund door verschillende marktpartijen. Met het Waterschap is een samenwerkingsovereenkomst vastgesteld om de taak indirecte lozingen te regelen. Financiën Aan de basis van de financiën voor riolering en water staat de voorziening voor het PRW. Inkomsten in deze voorziening bestaan voornamelijk uit de riool- en waterzorgheffing, die opgelegd wordt aan de inwoners en ondernemers in de gemeente. De uitgaven voor uitvoering van de gemeentelijke watertaken (de exploitatie en investeringen) worden gedekt uit de heffing. De volledige financiën staan uitgewerkt in het Programma Riolering en Water en het bijbehorende achtergronddocument. Tariefdifferentiatie is in 2025 voor het eerst toegepast op de riool- en waterzorgheffing, om de verdeling van kosten voor het uitvoeren van de gemeentelijke watertaken eerlijker te maken. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen woningen en niet-woningen. De tariefdifferentiatie is toegepast op niet-woningen, die ongeveer 12% van de bestaande aansluitingen omvatten. Bij een afvalwaterlozing van meer dan 500 kubieke meter per jaar wordt het tarief verhoogd. Het basistarief is € 240,50
(2024), en wordt hoger naarmate meer afvalwater boven de 500 kuub wordt geloosd. Voor een aantal grote lozers betekent dit een fors hogere riool- en waterzorgheffing. Aandachtspunten Hydraulische kwetsbaarheid: Extreme weersomstandigheden komen steeds vaker voor. Dit kan leiden tot wateroverlast en schade in de dorpskernen. Klimaatstresstesten moeten helpen om een nauwkeuriger beeld te vormen van de kwetsbare plekken om een klimaat robuuste inrichting van de openbare ruimte mogelijk te maken. Storingen drukriool: Er was een zichtbare stijging in het aantal meldingen dat er een storing is aan de drukriolering in het buitengebied. Dit wordt veelal veroorzaakt door illegale lozing van hemel- en grondwater in het drukriool, maar ook door de verouderde elektrotechnische installaties. De vervanging van deze installaties is in 2025 begonnen en heeft het aantal storingen verminderd. In buitengebieden wordt de hemel- en grondwaterverordening in werking gesteld om daarop te kunnen handhaven. In gesprek gaan en afstemming met bewoners is de eerste optie voor handhaving. Verharding in de landbouw neemt steeds meer toe ten behoeve van optimalisatie van bedrijfsprocessen in de laanboomteelt. Dit leidt bij regenval tot een versnelde afvoer van hemelwater naar de omliggende watergangen, die hierdoor sneller overbelast kunnen raken. Dit kan de afvoer vanuit de kernen hinderen en het risico op wateroverlast vergroten. Hierover in gesprek gaan met agrarische bedrijven samen met het waterschap is de eerste stap. Beheerplan Groen en bomen Afbakening Groenbeheer gaat over het onderhoud van het openbaar groen in de kernen en het buitengebied. Het groen bestaat uit bomen, beplantingen, gazons, bermen en bosplantsoen. In dit beheerplan zijn het beheer van het openbaar groen en de gemeentelijke bomen uitgewerkt. Het groen aanwezig op de begraafplaatsen is uitgewerkt in het beheerplan Begraafplaatsen en valt daarom buiten de scope van dit beheerplan. Het groen aanwezig op de sportvelden wordt beheerd en onderhouden door de sportclubs zelf, met uitzondering van de bomen, die vallen onder gemeentelijk beheer (en daarmee binnen de scope van dit beheerplan). Areaal De gemeente Neder-Betuwe heeft circa 170 hectare aan openbaar groen en meer dan 14.000 bomen in beheer. Meer dan driekwart van het areaal bestaat uit gras- en kruidachtigen in de vorm van bermen langs wegen. De rest bestaat uit andere beheertypen. Ruim 15% hiervan bestaat uit gazon. Iets minder dan 4% bestaat uit hagen en heesters. Slechts 1,7% bestaat uit bosplantsoen en nog geen 1% uit sierbeplanting. De gemeente Neder-Betuwe gebruikt een beheersysteem voor het vastleggen van het openbaar groen in de openbare ruimte. Vanaf 2026 verzorgt gemeente Neder-Betuwe het volledige databeheer van de arealen groen en bomen. Bevindingen Het areaal bomen is vrijwel compleet in beeld. De afgelopen periode is gewerkt aan het actualiseren van de areaalgegevens van het openbaar groen. Deze zijn nu volledig en up-to-date qua omvang en beplantingstype. Plantenbakken zijn niet opgenomen in het beheersysteem. Van al het openbaar groen (afgezien van de bermen) ligt ongeveer 80% in de woongebieden. 10% op de bedrijventerreinen en de rest in het buitengebied en de centra. De meeste beplanting is te vinden in Kesteren. Dit is ook het grootste dorp in de gemeente Neder-Betuwe. In de kleinste dorpen Echteld en IJzendoorn is de minste oppervlakte aan beplanting te vinden. De verhoudingen van de beheertypen zijn per dorp ongeveer gelijk, behalve in Kesteren en Ochten, waar relatief meer hagen zijn. In IJzendoorn zijn bijna geen heesters, bodembedekkers of sierbeplanting te vinden. De meeste bomen zijn tussen de 6 en 18 meter hoog (zo’n 10.000 stuks). Dit zijn halfwassen en volwassen bomen. Er zijn ook relatief veel kleine/jonge bomen die kleiner zijn dan 6 meter hoog, meer dan 3.000 stuks. Nog geen 1.500 bomen zijn groter dan 18 meter. In het beheersysteem is een grote variëteit aan boomsoorten geregistreerd. De meest voorkomende boomsoorten zijn de eik (ca. 23%), es (ca. 18%), populier (ca. 12%), en plataan (ca. 9%). Daarnaast komen boomsoorten als de peer, wilg, haagbeuk, en iep voor in het bomenbestand. Leeftijdsopbouw De leeftijdsopbouw van beplanting en gras is niet geregistreerd. Zodra het beheersysteem is ingericht worden de aanlegjaren met terugwerkende kracht, bijvoorbeeld op basis van de aanlegjaren van wijken, opgenomen in dit systeem. De plantjaren van de bomen zijn volledig geregistreerd (99%). Onderstaand figuur geeft inzicht in de geplante bomen per decennium. Kwaliteit De jaarrapportage 2025 van de Avri geeft aan dat in 2025 10 schouwrondes zijn uitgevoerd om de kwaliteit van de openbare ruimte te meten. De resultaten van deze schouwrondes laten zien dat 97,5% van de beeldposten voldoet aan de vastgestelde kwaliteit. De gemeente heeft daarnaast zelf ook schouwrondes uitgevoerd die dit beeld iets nuanceren. Hierover is overleg geweest om de kwaliteit te verbeteren. Percentage score metingen door gemeente in t/m november 2025 Noot: voor het groen is kwaliteitsniveau Basis (B) het uitgangspunt. De centrumgebieden worden op een Hoog (A) niveau onderhouden. Voor de buitengebieden geldt een Laag (C) onderhoudsniveau. In de visualisaties is geen onderscheid te zien tussen deze gebieden. In het voorjaar van 2025 zijn op verschillende locaties groenrenovaties zijn uitgevoerd. Deze inspanningen hebben aantoonbaar bijgedragen aan een verhoogde kwaliteit van de openbare ruimte, waardoor onze leefomgeving nog prettiger en aantrekkelijker is geworden. Op basis van expert judgement blijkt de kwaliteit van de beplantingsvakken niet verder teruggelopen. Maar zowel de onderhoudskwaliteit als de samenstelling van de plantvakken blijven een aandachtspunt. In sommige vakken is de beplanting ouder dan 20 jaar en bloeit deze niet meer. Buiten is zichtbaar dat het gewenste beeld niet meer wordt bereikt doordat veel heesters en rozen worden onderhouden als haagbeplanting. De bestaande plantvakken staan bovendien snel vol met onkruid en zijn erg intensief qua onderhoud. Vervanging van bepaalde beplantingsvakken blijft noodzakelijk. Jaarlijks wordt een derde deel van alle bomen geïnspecteerd op veiligheid door het uitvoeren van een Boomveiligheidscontrole (BVC). Bij de BVC heeft doorgaans 20-25% van de bomen een (tijdelijk) verhoogd risico waarbij een veiligheidsmaatregel moet worden uitgevoerd. Veel voorkomende veiligheidsmaatregelen zijn snoei van dood hout, kap of nader onderzoek. Volgens de inspectieresultaten
(2025)heeft 86% van de bomen een goede of voldoende conditie, 12% heeft een onvoldoende conditie en 2% heeft een slechte conditie of is dood (reeds actie uitgezet na inspectie). De laatste jaren is stevig ingezet op het vervangen van zieke essen. Toch blijft de ziekte blijft zich ontwikkelen, mede door weersextremen. Ongeveer 6% van het totaal aantal essen is inmiddels gekapt en vervangen door meer toekomstbestendige soorten. Op dit moment staan er in de gemeente een kleine 2.700 essen. In 2025 heeft ongeveer 58% van de essen in meer of mindere mate essentaksterfte. Beleving en waardering Het algemene oordeel over het openbaar groen is positief, al is er kritiek op het onderhoud. Vanaf 2026 neemt de gemeente zelf de regie over dit onderhoud en streven we, binnen de vastgestelde beleidskaders, naar realisatie van de beheerdoelstellingen binnen vastgesteld budget. Aantrekkelijk en afwisselend groen is belangrijk voor een prettige leefomgeving en draagt bij aan de maatschappelijke uitdagingen van dit moment. Uit de enquête blijkt dat uitstraling (95%), gezondheid (95%), biodiversiteit (93%) en klimaatadaptatie (90%) door de respondenten (heel) belangrijk worden gevonden. De respondenten vragen aandacht voor de kwaliteit van het onderhoud en het vergroenen van de openbare ruimte. Met deze vergroening is in de afgelopen jaren gestart en dit wordt in 2026 en 2027 voortgezet omdat hier budgetten voor zijn toegekend. Avri heeft in 2024 in totaal 1.453 meldingen ontvangen over de openbare ruimte. Dit is 16% lager dan het aantal meldingen in dezelfde periode van vorig jaar, wat neerkomt op een afname van 286 meldingen. De grootste afname is te zien bij beplanting. Hier is een afname te zien van 102 meldingen. De reden hiervoor is een andere uitvoermethode en de verhoging van de inzet. In 2024 zijn de plantvakken niet op beeld onderhouden maar op frequentie. Hierdoor is er met vaste rondes gewerkt waardoor er meer continuïteit te zien is in het onderhoud van de plantvakken. Kaders en ontwikkelingen Als basis voor het groen en de bomen zijn ondergenoemde kaders leidend. Wettelijke kaders Gemeentelijke kaders Omgevingswet Omgevingsvisie Neder-Betuwe Besluit kwaliteit leefomgeving Erfgoedbeleid Besluit activiteit leefomgeving Integraal Beheerkader Openbare Ruimte Kaderrichtlijn Water Duurzaamheidsvisie Natuurherstelverordening Landschapsontwikkelingsplan (LOP) Burgerlijk wetboek Handboek openbare ruimte Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) Handboek bomen Uitvoeringsplan bomen Intergemeentelijke strategische visie laanboomcentrum Betuwe Beleidsdoelen en ambities Het openbaar groen is het visitekaartje van de gemeente Neder-Betuwe en brengt dit door diversiteit en kwaliteit tot uiting. Groen zorgt voor eigenheid: fruitbomen, boomgaarden en historische bomenlanen geven je het gevoel dat je in de Betuwe bent. Daarnaast vormt het groen een centrale plek waar de inwoners elkaar ontmoeten om te sporten, spelen, recreëren, van de natuur te genieten en te verblijven. Het groen draagt bij aan meerdere beleidsdoelen en ambities. In 2026 wordt er een beleidsevaluatie door studenten van de HAS 's-Hertogenbosch samen met de ambtenaren uitgevoerd. Doel is in beeld te brengen in hoeverre de vastgestelde beleidsdoelen in het Integraal Beheerkader Openbare Ruimte en het Uitvoeringsplan bomen nog voldoen, aan de Toekomstvisie en de Omgevingsvisie met bijbehorende Omgevingsplannen en in hoeverre de wettelijke bescherming van houtopstanden van uit het Besluit Kwaliteit Leefomgeving is geborgd. Uitkomsten hiervan zullen gedeeld worden met de raad via een raadsinformatiebrief waarna verdere acties gepland gaan worden. Ook wordt een eerste inschatting gemaakt wat de gevolgen zijn voor het groen van Neder-Betuwe door de invoering van de Natuurherstelwet die op dit moment door het Ministerie van LVVN geïmplementeerd wordt. Relevante Beleidsdoel Toelichting relevantie beleidsdoel Identiteit: Het behouden, accentueren en versterken van kenmerkende (historische) groenstructuren en elementen. Bruikbaarheid: Het functioneel voorzien in de behoeften van de dorpen en haar inwoners (natuurlijk spelen, sporten). Uitstraling: Het behouden en versterken van de groene en landelijke uitstraling die kenmerkend is. Klimaatadaptatie en duurzaamheid: Het zorgen voor een klimaatbestendige en waterrobuuste leefomgeving. Biodiversiteit: Het vergroten van de biodiversiteit en gebieden met een hoge belevingswaarde Veiligheid: Het zorgen voor een goede inrichting, aanleg en beheer van het openbaar groen. Gezondheid: Het realiseren van een gezonde leefomgeving waar mensen graag verblijven en gebruik van maken. Participatie en zelfbeheer: Het meedenken, meepraten en meedoen in het groenonderhoud. Deze beleidsdoelen uiten zich in de volgende uitgangspunten: Het onderhoud van het groen is erop gericht alle onderdelen volgens de afgesproken beeldkwaliteit te onderhouden. De gemeente Neder-Betuwe hanteert hiervoor de meest recente beeldnormen van het Kennisplatform CROW. Voor het groen is kwaliteitsniveau Basis (B) het uitgangspunt. De centrumgebieden worden op een Hoog (A) niveau onderhouden. Voor de buitengebieden geldt een Laag (C) onderhoudsniveau. In het integraal beheersysteem van de gemeente Neder-Betuwe zijn de aangewezen functiegebieden van de verschillende kernen vastgelegd. De groenstructuur is herkenbaar en vormt de verbindende schakel tussen de kernen en het buitengebied. Daarbij is er extra aandacht voor de dijkopgangen, dorpscentra, entrees, ecologische dorpsranden en historische objecten als belangrijke onderdelen in de groenstructuur. Het openbaar groen moet in kwaliteit en kwantiteit de uitstraling van een Europees laanbomencentrum vertolken. Samen met de boomkwekers, hoveniers, inwoners en het onderwijs wordt er gewerkt aan een representatief aanzien van de dorpen. Volledige en vitale boomstructuren worden gezien als uithangbord voor de kwekerijen. De bestaande bomen en boomstructuren worden behouden en versterkt. Het onderhoud van de bomen is gericht op een duurzame instandhouding. De bomen dragen bij aan de identiteit van het gebied en het realiseren van een (toeristische) aantrekkelijke woon- en leefomgeving. Om het bomenbestand op peil te houden blijven we in de komende jaren meer bomen aanplanten. Het bomenbestand is divers en beter bestand tegen ziekten en plagen. De nieuwe bomen worden geregistreerd in het beheersysteem. Met ingang van 2026 verzorgen we zelf de boomveiligheidscontroles. De bescherming van waardevolle bomen en boomstructuren moet gewaarborgd blijven. Deze bomen en boomstructuren kenmerken immers de uitstraling en identiteit van een straat of wijk. Om de waardevolle bomen te kunnen beschermen wordt de komende jaren het beleid hierop geactualiseerd. Gemeentelijke bomen worden alleen gekapt als deze ziek zijn, een gevaar vormen of als er sprake is van een zwaarwegende maatschappelijke behoefte. Er worden zo min mogelijk bomen gekapt. In alle gevallen wordt een herplantplicht opgelegd, tenzij dit op dezelfde locatie niet mogelijk is. De komende periode wordt onderzocht of een herplantfonds voor Neder-Betuwe meerwaarde biedt. De bomen krijgen zowel boven- als ondergronds de ruimte om te groeien. De bomen zien er gezond uit, zijn onderhoudsvriendelijk en soorten staan op de juiste plaats. Vanuit beheer wordt expertise ingebracht om het sortiment op de juiste plek onder de juiste plantcondities in te passen. Bij de inrichting en het beheer van het openbaar groen is er aandacht voor de specifieke wensen van alle doelgroepen. Het openbaar groen is functioneel, overzichtelijk en (sociaal) veilig. De gemeente Neder-Betuwe maakt gebruik van verschillende soorten bomen en beplantingen. Dit biedt kansen voor de belevingswaarde, beheervriendelijkheid, biodiversiteit, herkenbaarheid en exposure. Klimaatadaptatie is een belangrijk punt voor de toekomst. Het vergroenen van straten moet helpen om wateroverlast en hittestress te voorkomen. In iedere kern zijn locaties voor waterbuffering en wordt het regenwater lokaal vastgehouden. Bomen en beplantingen krijgen de ruimte om uit te groeien tot volwassen exemplaren. Bij nieuwbouwprojecten wordt het openbaar groen vroegtijdig in het proces meegenomen en waar mogelijk gecombineerd om opgaven daadkrachtig op te pakken. Het openbaar groen is klimaatbestendig, krijgt een passende plek en geeft invulling aan de gewenste functies. De gemeente Neder-Betuwe neemt maatregelen om de biodiversiteit te versterken en stemt deze af op de lokale karakteristieken. Er worden verschillende soorten inheemse, bloeiende en vruchtdragende beplantingen en bloemenmengsels toegepast. Aan de randen van de dorpen en in grote groengebieden is er dynamiek en voldoende ruimte om extensieve beheervormen toe te passen, zoals ecologisch bermbeheer. Met het ondertekenen van het bijenconvenant Bijbewust Betuwe wil Neder-Betuwe de situatie van bijen op termijn verbeteren. Stakeholders mogen meedenken, meedoen en meemaken. Het uitgangspunt is om burgerparticipatie te faciliteren en te positioneren bij het leefbaar houden van de dorpen. Zelfbeheerinitiatieven om een plus op het onderhoud te realiseren zijn toegestaan. De gemeente Neder-Betuwe stelt delen van het openbaar groen beschikbaar voor kleinschalige en laagdrempelige initiatieven. De initiatiefnemers worden ondersteund met kennis, het in bruikleen geven van materiaal en het afvoeren van snoeihout. Strategie De beleidsuitgangspunten en ambities vertalen zich in de volgende beheerstrategie voor het onderhoud: Onderhoud Bij het onderhoud van groen en bomen wordt onderscheid gemaakt in het dagelijks onderhoud (schoffelen, maaien) en het technisch onderhoud (snoeien, terugzetten, inboet). Het groenonderhoud heeft een maatschappelijke meerwaarde en wordt zo efficiënt mogelijk uitgevoerd. Het onderhoud richt zich op de kenmerken schoon, heel en veilig. Het onderhoud van het groen en de bomen vindt primair plaats op beeldkwaliteit, maar verschillende zaken worden op frequentie (cyclisch) gedaan. Heesters worden op frequentie eens in de drie jaar gesnoeid, tenzij o.b.v. soort en standplaats een andere frequentie nodig is. Hagen worden op beeld geschoren. Concreet houdt dit in dat hagen bij reguliere groeiseizoenen 1 à 3 keer per jaar worden geknipt, afhankelijk van de soort. Alle beplantingsranden worden o.b.v. beeldkwaliteit gesnoeid om overlast te voorkomen. Bij uitval van beplanting worden de gaten in de plantsoenen opgevuld op basis van beeldkwaliteit. Bij uitval van straat- en laanbomen worden nieuwe bomen herplant. Alle beplantingen en bomen in verharding worden (deels) onkruidvrij gehouden. De gemeente Neder-Betuwe verwijdert geen onkruid in bosplantsoen, maar maait hier incidenteel wel de randen uit. Gazons worden periodiek gemaaid op basis van het afgesproken kwaliteitsbeeld. Bosplantsoen wordt onderhouden met een beheerstrategie die is afgestemd op de samenstelling en situering van de beplanting. Bermen en bermsloten worden op frequentie 1 keer per jaar gemaaid. Rondom obstakels en bij uitzichthoeken (kruispunten, uitritten) vinden de maaiwerkzaamheden 2 à 3 keer per jaar plaats. De meterstroken langs doorgaande wegen en de wegen met beperkt zicht worden vanwege de verkeersveiligheid 2 keer per jaar gemaaid. Daar waar mogelijk worden ecologische beheermethoden toegepast. De B- en C watergangen worden op frequentie 1 keer per jaar ontdaan van alle begroeiing. Al het slootvuil wordt afgevoerd om ophoging en verrijking van de berm tegen te gaan. Het snoeien van de bomen is gericht op veiligheid, begeleiding en instandhouding. Dit betekent voldoen aan de zorgplicht, het garanderen van veilige doorrijhoogtes en het onderhoud en begeleiding geven aan bomen in alle leeftijdsfasen. Het onderhoud bevordert de biodiversiteit op plekken waar dit kan. Zo kan blad, snoei- of stamhout soms achterblijven in bosplantsoenen waar dit een grote bijdrage levert aan bijvoorbeeld insecten. Essen die ernstig zijn aangetast door de essentaksterfte worden gekapt en vervangen door andere soorten. Gezonde of licht aangetaste essen behouden we om herstel een kans te geven. Waar nodig worden monoculturen van es grootschalig vervangen als deze ziekteverschijnselen gaan vertonen. Ziekten en plaagsoorten (zoals de Japanse duizendknoop, eikenprocessierups, essentaksterfte en iepziekte) worden bestreden en waar dit niet kan beheerst. Bij dodelijke ziekten worden de bomen en beplantingen zo nodig gerooid. Vervangingen en afschrijvingstermijnen Groen is levend materiaal waarvan de levensduur eindig is. Vervanging van het groen vindt plaats aan het einde van de levensduur. Wanneer dat moment is, blijkt uit inspecties en de praktijkkennis van betrokkenen. Dit is afhankelijk van de soort beplanting en de plaatselijke omstandigheden. Conform de Financiële verordening is de gemiddelde afschrijvingstermijn 10-50 jaar. Type Groenvoorziening Afschrijvingstermijn Financiële verordening Boom 1ste grootte 50 jaar Boom 2de grootte 50 jaar Boom 3e grootte 30 jaar Gazon 40 jaar Gras extensief 25 jaar Bosplantsoen 25 jaar Heester 25 jaar Hagen 25 jaar Bodembedekkers 25 jaar Struikrozen 25 jaar Vaste planten 10 jaar Het openbaar groen in de gemeente Neder-Betuwe vertegenwoordigt een totale waarde van circa € 25 miljoen. Het uitgangspunt bij deze berekening is de vervangingswaarde: wat kost het als al het openbaar groen nu zou moeten worden vervangen. Voor vervangingen wordt zoveel mogelijk aangesloten bij het integrale Meerjaren Investeringsprogramma (MJIP). Waar mogelijk worden integrale kansen benut voor groen. Inspectie en monitoring Op dit moment voert een externe partij voor gemeente Neder-Betuwe periodiek groeninspecties uit (beeldschouw). Zo houden we inzicht in de totale kwaliteit van het groen en de vervangingsopgave. De boomveiligheidscontrole vindt 1 keer per 3 jaar plaats. Bomen met een groter risicoprofiel jaarlijks. Uitbesteden en zelf doen Het groenonderhoud wordt vanaf 2026 uitgevoerd onder regie van de gemeente. Aannemers voeren de meeste werkzaamheden uit op basis van afspraken die zijn gemaakt met betrekking tot het te realiseren beeldniveau of op basis van frequenties. De centrumgebieden worden onderhouden door het serviceteam van de gemeente. Het groenonderhoud van industrieterrein Medel, dat op grondgebied van de gemeente Neder-Betuwe staat, wordt gedaan door een aannemer in opdracht van de Coöperatie Medel. Jaarlijks wordt hiervoor een bijdrage betaald. Neder-Betuwe is in onderhandeling met de gemeente Buren over de onderhoudsbijdrage die gegeven moet worden om te zorgen dat het onderhoud van het Neder-Betuwse deel van Lingemeer door Avri doorgezet kan worden. Financiën Onderstaande tabel geeft inzicht in de financiën van openbare verlichting voor de periode 2026-2030: Financiën 2026 2027 2028 2029 2030 Plantsoen en gazon € 1.482.000 € 1.382.000 € 1.382.000 € 1.382.000 € 1.382.000 Boomonderhoud € 368.000 € 337.000 € 337.000 € 337.000 € 337.000 Bermen en Watergangen € 231.000 € 231.000 € 231.000 € 231.000 € 231.000 Exploitatie, totaal € 2.081.000 € 1.950.000 € 1.950.000 € 1.950.000 € 1.950.000 Aandachtspunten Essentaksterfte: Essentaksterfte tast een groot deel van de essen aan. De komende periode worden de essen nader geïnspecteerd en worden eventuele gevolgen bij zieke bomen gemonitord. Voor de dekking van deze kosten is een reserve ingericht (saldo 2026 = € 74.000). Na de inspectie komen de daadwerkelijke kosten in beeld. Eigen buitendienst: vanaf 2026 wordt een groot aantal van de taken van Groen en Bomen uitgevoerd door de eigen buitendienst. Verwachting is dat de kwaliteit van uitvoering hiermee toeneemt. Aandachtspunten zijn de startup, de personele organisatie en de daadwerkelijke kosten (komen steeds beter in beeld, maar sommige delen nog geraamd op basis van historisch budget Avri). Particuliere bomen: De Omgevingswet geeft aan inwoners meer vrijheid om hun eigen houtopstanden te kappen. Om bij deze doelstelling aan te sluiten moeten er stappen worden gezet. Dit betekent dat we de huidige bescherming van de functionele particuliere en gemeentelijke bomen gaan loslaten. De inregeling hiervan moet nog gebeuren. Beheerplan Spelen Afbakening Het beheer en onderhoud van de speelplekken richt zich op de speeltoestellen en valondergronden in de openbare ruimte. Daarbij hoort ook de hekwerken om de speelplekken en de Jongeren ontmoetingsplekken (JOP). Het onderhoud van zitmeubilair en afvalbakken valt onder het beheerplan meubilair en overige. Areaal De gemeente Neder-Betuwe beheert in totaal 524 speelobjecten op 70 verschillende locaties. Het merendeel van de objecten bestaat uit speeltoestellen (85%), waarbij valt te denken aan combinatietoestellen, schommels, wiptoestellen, draaitoestellen enzovoorts. De rest (15%) zijn sporttoestellen, waarbij valt te denken aan doelen, basketbalpalen en korfbalpalen. Ook is er één Jongeren Ontmoetingsplek (JOP). Alle gegevens worden in het programma ABS (Aantoonbaar Beheer Systeem) bijgehouden en geregistreerd. Bevindingen Het hele areaal aan speeltoestellen en valondergronden is inzichtelijk. De gemeente telt 70 locaties met speeltoestellen. De dorpen Kesteren (44%) en Opheusden (23%) bieden de meeste locaties voor spel en verkenning. De speelondergronden binnen de speelplekken bestaan uit verschillende materialen. Denk aan kunstgras, rubbervloeren, valdempend zand of natuurlijk grasveld. Het overgrote deel van de speelondergronden [ongeveer 70%] van het totaal bestaat uit valdempend zand. De overige speelondergronden zijn voornamelijk kunstgras, natuurlijk gras of rubbervloeren. Type speeltoestel/-waarde Aantal Eenheid Behendigheidstoestel 68 Stuks Draaitoestel 16 Stuks Combinatietoestel 34 Stuks Glijbaan 20 Stuks Kabelbaan 3 Stuks Klimtoestel 23 Stuks Schommel 45 Stuks Sociaal spel 14 Stuks Sporttoestel 76 Stuks Wiptoestel 54 Stuks Natuurlijk spel 2 Stuks Educatief spel 1 Stuks Overige 168 Stuks Totaal 524 Stuks Leeftijdsopbouw De aanlegjaren van de speeltoestellen zijn voor circa 66% geregistreerd. Het overgrote deel van de speeltoestellen met geregistreerde aanleglegjaren is tussen de 5 en 15 jaar oud. We weten echter dat veel van de speeltoestellen waarvan de aanlegjaren niet zijn geregistreerd, 20 jaar of ouder zijn en aan vervanging toe zijn. Kwaliteit Aan de hand van de inspectiegegevens en beschikbare foto’s van de speeltoestellen ligt het onderhoudsniveau op een kwaliteitsniveau Basis (B). De speeltoestellen voldoen aan de veiligheidseisen, maar zijn niet in alle gevallen schoon of schadevrij. Het onderhoudsniveau van de valondergronden scoort een kwaliteitsniveau Basis (B). De gemeente Neder-Betuwe heeft een wettelijke plicht om speelconstructies goed te onderhouden en regelmatig te controleren. De speeltoestellen moeten voldoen aan het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS). Speelplan controleert regelmatig de veiligheid van de speeltoestellen en houdt hiervan logboeken bij. Ook wordt gekeken wat nodig is om het niveau van de valondergronden op peil te houden. De gebreken die naar voren komen worden gerepareerd. Beleving en waardering De beleving en waardering van speelplekken staat niet op papier. Wel zijn in de enquête over het beheer en inrichting van de openbare ruimte (december 2020) meerdere wensen voor speelplekken kenbaar gemaakt. Buitenspelen en sporten is gezond en goed voor de ontwikkeling van kinderen, jongeren en volwassenen. Uit de enquête blijkt dat 95% van de respondenten het belangrijk vindt dat er aandacht is voor een gezonde leefomgeving. Zij geven aan kansen te zien voor meer natuurlijke speelplekken. Ook de veiligheid op speelplekken en een mooie aankleding worden belangrijk gevonden. Buitensporten neemt een vlucht. Er is behoefte aan meer sporttoestellen die het mogelijk maken om dichtbij huis te kunnen sporten en bewegen. In verschillende fasen van beheer tot inrichting is participatie mogelijk. Naast de eenmalige inbreng wordt er gezocht naar langdurige betrokkenheid van inwoners. Een adviesbureau organiseert en regelt de participatieprocessen en betrekt omwonenden bij het onderhoud en de ontwikkeling van nieuwe speelplekken. In 2023 kwamen er 36 meldingen binnen over speeltoestellen. Het aantal meldingen in 2024 is fors gedaald naar 2 meldingen. Kaders en ontwikkelingen Als basis voor de speeltoestellen en valondergronden geldt het volgende beleid, wet- en regelgeving. Wettelijke kaders Gemeentelijke kaders Warenwet besluit Attractie en Speeltoestellen (WAS) Speelruimteplan 2024-2027 NEN-normen Nota Sociaal Domein 2025-2028 Omgevingswet Sport- en beweegvisie Besluit activiteit leefomgeving Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Beleidsdoelen en ambities Spelen, sporten en bewegen zijn van belang voor de ontwikkeling en gezondheid van kinderen, jongeren en volwassenen. De aanwezigheid van voldoende en kwalitatief goede speelplekken is belangrijk. Want spelen is leuk, geeft betekenis aan ervaringen en is plezierig. Bovendien zorgt het ervoor dat we regelmatig bewegen en meer woonplezier ervaren. Het beleid rondom spelen is opgenomen in de Speelruimteplan 2024-2027 en richt zich op: Beleidsdoel Toelichting beleidsdoel Een goed netwerk van speelplekken Elke kern krijgt een centrale dorpsplek voor alle leeftijden, aangevuld met buurtplekken en kleine speelplekken. Overbodige locaties verdwijnen. Diversiteit en uitdaging worden vergroot door natuurlijke elementen, speelaanleidingen en interactieve toestellen. Een beweegvriendelijke leefomgeving In elke speelbuurt komt minimaal één beweegvoorzieni