Beleidsregels toepassen het 'bibob instrumentarium' ter bescherming van de integriteit in de gemeente. Het college van burgemeester en wethouders van Veghel; overwegende, dat de Wet BIBOB (Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur) bestuursorganen een effectief middel biedt om vormen van georganiseerde criminaliteit te bestrijden. De effecten van deze criminele activiteiten kunnen zich uiten in verschijnselen als: -uitbuiting van specifieke groepen inwoners of rechtspersonen; -frauduleuze handelingen in bepaalde branches; -het opkopen van onroerend goed door criminelen met mogelijk negatieve gevolgen voor een buurt of wijk dat vanuit het Regionaal College het initiatief is ontwikkeld om "BIBOB" ook regionaal te benaderen om daarmee de intergraliteit en uniformiteit te bevorderen waarmee het "waterbed-effect" wordt tegengegaan; dat in de onderstaande beleidsregel nader wordt ingegaan op de doelstellingen van de gezamenlijke regionale benadering, de achtergronden van de Wet BIBOB en een uitleg over de aanpak van de Wet BIBOB; dat bij de uitwerking van de onderstaande beleidsregels rekening is gehouden met de regionale benadering, zonder de lokale identiteit uit het oog te verliezen; gelet op de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht en de Wet Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur; besluit: vast te stellen de navolgende: Beleidsregels toepassen het 'bibob instrumentarium' ter bescherming van de integriteit in de gemeente. Hoofdstuk 1 Regionale BIBOB-beleidsregel Inleiding 1.1 Inleiding In de afgelopen jaren is de rol van de gemeenten op het gebied van de veiligheid steeds verder versterkt. Met een wijziging van de Gemeentewet zullen gemeentebesturen worden verplicht een meerjaren Integraal Veiligheidsplan (IVP) op te stellen en uit te voeren. In de gemeente Veghel wordt al sinds 2005 met een IVP gewerkt Ook bestrijding van criminaliteit, naast en in aanvulling op de taken van politie en justitie, is een taak die aan gemeenten is opgedragen. Door het verlenen van vergunningen en opdrachten en het verstrekken van subsidies, beïnvloeden gemeenten economische ontwikkelingen. Vaak heeft de regelgevende taak van gemeenten te maken met het verdelen van schaarste en waar schaarste is, kan geld worden verdiend met legale, maar ook met illegale activiteiten. De negatieve effecten daarvan kunnen zich in een aantal verschijnselen openbaren: a. uitbuiting van specifieke groepen inwoners of rechtspersonen door criminelen; b. bepaalde branches waarin fraude veel voorkomt; c. onroerend goed dat wordt opgekocht door criminelen, waardoor de gemeente de controle over een buurt, wijk, bedrijventerrein of recreatiegebied kan verliezen. De Wet BIBOB is bedoeld als extra bestuurlijk instrument, dat moet voorkomen dat overheden tegen hun wil betrokken raken bij criminele organisaties en/of criminele activiteiten. Uit onderzoek is gebleken, dat criminelen en criminele organisaties actief gebruik maken van faciliteiten, die de overheid biedt, om hun uit criminele handelingen verkregen middelen in het economische circuit te brengen en hun criminele handelingen een legale dekmantel te geven. Hierdoor raakt de overheid ongewild en onbewust betrokken bij dit soort praktijken en haar integriteit komt daardoor ernstig in de knel. De Wet BIBOB (Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur) verschaft bestuursorganen beleidsruimte bij hun besluitvorming over het toepassen van bevoegdheden die uit deze wet voortvloeien. Om van deze beleidsruimte gebruik te kunnen maken, is het wenselijk dat bestuursorganen hiervoor een beleidsregel opstellen en hierover intern en extern goed communiceren. In deze notitie legt de gemeente Veghel zijn beleid vast met betrekking tot BIBOB. De 21 gemeenten in de regio Brabant-Noord zullen eveneens de BIBOB beleidsregels aan de orde stellen. Dit voorkomt dat een kwaadwillende aanvrager die in de ene gemeente wordt geconfronteerd wordt met de toepassing van de Wet BIBOB, uitwijkt naar andere gemeente waar de Wet BIBOB niet wordt toegepast (“waterbed-effect”). Met het traject van deze regionale benadering heeft het Regionaal College op 25 juni 2008 ingestemd en sindsdien ook begeleid. 1.2 Doel van de gezamenlijke invoering en aanpak Met een gezamenlijke invoering en aanpak wordt in de politieregio Brabant- Noord een regionaal kader gecreëerd. Dit kader waarborgt een minimumniveau van de aanpak van criminaliteit in de zin van de Wet BIBOB door gemeenten. Belangrijk is te melden dat binnen dit kader de 21 gemeenten autonoom blijven en zelf de vrijheid hebben om de reikwijdte van het BIBOB-instrumentarium naar eigen inzicht toe te passen. Hoofdstuk 2 De Wet BIBOB 2.1 Algemeen 2.1.1 Doel van de Wet BIBOB De wetgever heeft bestuursorganen een extra instrument in handen geven om bepaalde subsidies of vergunningen te weigeren of in te trekken als er sprake is van gevaar dat strafbare feiten zullen worden gepleegd of van het vermoeden dat strafbare feiten zijn gepleegd.Het is bestuursorganen ook mogelijk om bepaalde overheidsopdrachten niet te gunnen of een overeenkomst daartoe te ontbinden, als door bedrijven niet (meer) wordt voldaan aan de vereisten van betrouwbaarheid. 2.1.2 Landelijk Bureau BIBOB De wetgever heeft het met de Wet BIBOB mogelijk gemaakt dat bestuursorganen zich bij het nemen van beslissingen hierover kunnen laten adviseren door het landelijke Bureau BIBOB. Het tarief voor een BIBOB advies is vastgesteld op € 500 (stand: 2008) per advies in het kader van aanvragen voor vergunningen en subsidies en op € 500 per te onderzoeken eenheid, met een maximum van € 5.000 per advies in het kader van aanbestedingen. 2.1.3 Tipfunctie Openbaar Ministerie (artikel 26 Wet BIBOB) Een Officier van Justitie die informatie heeft dat een aanvrager een gemeentelijke vergunning zou kunnen misbruiken, kan een bestuursorgaan of een aanbestedende dienst aanraden om een advies bij het landelijke Bureau BIBOB aan te vragen. Deze tipfunctie staat open voor elke Officier van Justitie, door tussenkomst van de (binnen het OM aan te wijzen) BIBOB-Officier. De (BIBOB-) officier mag niet zelfde hem ter beschikking staande gegevens aan het bestuursorgaan of de aanbestedende dienst doorgeven. 2.2 De reikwijdte van de Wet BIBOB 2.2 De reikwijdte van de Wet BIBOB Het toepassingsbereik van de Wet BIBOB is beperkt. Niet voor alle bestuursbesluiten bestaat de mogelijkheid om deze wet toe te passen. Het gaat om een weigerings- en intrekkingsgrond voor een beschikking ter zake van een subsidie, vergunning of ontheffing als bedoeld in: - artikel 7 Wet BIBOB (een gemeentelijke vergunning die op grond van een verordening verplicht is gesteld voor een inrichting of bedrijf (horeca, seks inrichtingen, coffeeshops, smart- en growshops en speelautomatenhallen); - artikel 3 van de Drank- en Horecawet (horecabedrijf of slijtersbedrjf); - artikel 6 van de Opiumwet (“verdovende” middelen binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen, te telen, te bereiden, te bewerken, te verwerken, te verkopen, af te leveren, te verstrekken of te vervoeren, aanwezig te hebben of te vervaardigen); - artikel 5, eerste en derde lid van de Wet goederenvervoer over de weg (binnenlands en grensoverschrijdend beroepsvervoer); - artikel 4 van de Wet Personenvervoer 2000 (collectief personenvervoer anders dan per trein of besloten busvervoer; taxivervoer); - artikel 8.1 van de Wet milieubeheer (inrichting, waartoe een gpbv-installatie* behoort); * Hiermee wordt een Integrated Pollution, Prevention and Control (IPPC)-installatie bedoeld. In Nederlandse bewoordingen betekent dit geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging, vandaar gpbv. - artikelen 40, eerste lid (bouwen zonder vereiste vergunning) en 61a (vervreemden e.d. van onroerend goed door woningcorporaties) van de Woningwet; Daarnaast gaat het om een weigerings- en intrekkingsgrond voor een overheidsopdracht die betrekking heeft op de sectoren ICT, bouw en milieu. 2.3 Werkwijze van de BIBOBtoetsing (subsidiariteit; proportionaliteit) 2.3 Werkwijze van de BIBOBtoetsing (subsidiariteit; proportionaliteit) Het BIBOB-instrument is een aanvulling op het bestaande instrumentarium om een beschikking te weigeren of in te trekken. Hiervan dient dus alleen gebruik gemaakt te worden als er geen andere instrumenten zijn die minder in de persoonlijke levenssfeer van aanvragers indringen. Voordat een bestuursorgaan een BIBOB-advies aanvraagt, dienen alle eigen bevoegdheden en instrumenten uitgeput te zijn. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de mogelijkheden en instrumenten die de APV, de Drank- en Horecawet of de weigeringsgrond van de Wet BII3OB (artikel 4) zelf. Er moet dus eerst een eigen grondig onderzoek worden gedaan en daarbij kunnen ook openbare bronnen worden geraadpleegd, zoals de Kamer van Koophandel, het Kadaster, Internet, kranten, gemeentelijke basisadministratie, faillissementenregister, enzovoorts. Alleen als het bestuursorgaan zelf na eigen onderzoek onvoldoende redenen heeft om de beschikking te weigeren of in te trekken, maar wel het redelijk vermoeden heeft dat de intenties van de aanvrager niet zuiver zijn, kan, als laatste redmiddel, een advies bij Bureau BIBOB worden aangevraagd. Er moet een relatie bestaan tussen de aard van de strafbare feiten die uit het eigen onderzoek of uit het BIBOB-onderzoek naar voren komen en het te nemen bestuursbesluit. Niet alle strafbare feiten zijn dus relevant (proportionaliteit). In paragraaf 3.2 wordt ingegaan op welke categorieën de gemeente Veghel, waar nodig, de BIBOBtoets zal toepassen. Voor een ambtenaar, belast met het beoordelen van vergunningaanvragen, is in bijlage A een aantal handvatten opgenomen te weten:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.