Beleidsregels Bestuurlijke Boete Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Ridderkerk 2026Het college van burgermeester en wethouders van de gemeente Ridderkerk; gelet op artikel 18a Participatiewet (Pw); gelet op artikel 20a van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW); gelet op artikel 20a van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ); gelet op artikel 2, 2a en 2aa van het Boetebesluit socialezekerheidswetten; gelet artikel 4:81 en artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb); gelet de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (W.v.B.Rv); overwegende dat; het wenselijk is om regels vast te stellen over het gebruik van de in bovenvermelde bepalingen neergelegde bevoegdheden tot het opleggen van een bestuurlijke boete; besluit vast te stellen: Beleidsregels Bestuurlijke Boete Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Ridderkerk 2026 Artikel1.Begripsbepalingen 1.Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Pw, IOAW, IOAZ en Awb. 2.Voor de toepassing van deze beleidsregels wordt verstaan onder: beslagvrije voet: beslagvrije voet zoals bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het W.v.B.Rv; boete: bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18a Pw, artikel 20a IOAW en artikel 20a IOAZ; boetebesluit: Boetebesluit socialezekerheidswetten; fictieve draagkracht: de redelijke termijn waarbinnen de belanghebbende de boete moet kunnen afbetalen (maximaal 2 jaar); inlichtingenplicht: verplichting genoemd in artikel 17 lid 1 Pw, artikel 13 lid 1 IOAW en artikel 13 lid 1 IOAZ; uitkering: de door het dagelijks bestuur verleende bijstand in het kader van de Pw, IOAW en IOAZ; waarschuwing: de waarschuwing, genoemd in artikel 18a, vierde lid Pw, artikel 20a, vierde lid IOAW en artikel 20a, vierde lid IOAZ; zelfmelder: de belanghebbende die onjuiste, onvolledige of geen inlichtingen verstrekt, maar binnen 60 dagen alsnog uit eigen beweging de inlichtingen verstrekt. Artikel2.Inlichtingenplicht 1.Er wordt tijdig aan de inlichtingenplicht voldaan als de vereiste inlichtingen verstrekt worden binnen een termijn van 2 weken gerekend vanaf het moment dat de inlichtingen voor belanghebbende beschikbaar zijn. 2.Het college merkt het niet tijdig melden van giften en kostenbesparende bijdragen niet aan als schending van de inlichtingenplicht, voor zover de som hiervan binnen een kalenderjaar €1.200 niet te boven gaat. Artikel3.Hoogte van de boete De hoogte van de boete wordt bepaald in evenredigheid met de mate waarin de inlichtingenplicht is geschonden. Hierbij wordt in ieder geval betrokken: de ernst van de overtreding, de omstandigheden van de belanghebbende en de mate van verwijtbaarheid. Toelichting Voor het bepalen van de hoogte van de boete moeten verschillende (juridische) factoren worden meegenomen. Zie voor de mate van verwijtbaarheid artikelen 2 en 2a Boetebesluit socialezekerheidswetten. Artikel4.Waarschuwing 1.Het college ziet af van een boete en volstaat met het geven van een schriftelijke waarschuwing in de gevallen zoals bedoeld in artikel 2aa Boetebesluit en artikel 18a lid 4 Pw. 2.Het college kan afzien van een boete en volstaan met het geven van een waarschuwing als het een zelfmelder betreft. 3.Een waarschuwing telt niet mee voor recidive. Toelichting Lid 1: Het gaat om gevallen waarbij: Het benadelingsbedrag lager is dan € 150,- (cf. art. 2aa van het Boetebesluit Pw). De betrokkene uit eigen beweging alsnog binnen 60 dagen de juiste (aanvullende) inlichtingen verstrekt voordat de overtreding is geconstateerd. Aan de betrokkene in de voorgaande twee jaren niet eerder een waarschuwing is gegeven. Lid 2: De termijn van 60 dagen bij de zelfmelder (artikel 1 lid 2 onderdeel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.