← Nederland

BELEIDSNOTA INTEGRAAL ARMOEDEBELEID 2025 – 2028, GEMEENTE BRUMMEN “DE WERELD VAN INWONERS VERGROTEN” (Brummen)

BELEIDSNOTA INTEGRAAL ARMOEDEBELEID 2025 – 2028, GEMEENTE BRUMMEN “DE WERELD VAN INWONERS VERGROTEN”Kenmerk Z105983/D448124 DE RAAD VAN DE GEMEENTE BRUMMEN, Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 26 november 2024 met kenmerk D448115; Gehoord het behandeladvies van het forum van 4 december 2024; HEEFT BESLOTEN:

  1. De beleidsnota Integraal Armoedebeleid 2025 – 2028 Gemeente Brummen “De wereld van inwoners vergroten” (D448208) vast te stellen. Inhoudsopgave Inleiding Bestaanszekerheid Kaders vanuit de Rijksoverheid Visie en uitgangspunten integraal armoedebeleid Uitgangspunten integraal armoedebeleid Een integrale aanpak van armoede Bijlagen Bijlage 1 Resultaten van de conferenties over armoede Bijlage 2 Overzicht van organisaties die een actieve rol spelen in de aanpak van armoede Bijlage 3 Enkele cijfers 1Inleiding Voor u ligt de nota Armoedebeleid 2025-2028 van de gemeente Brummen “De wereld van inwoners vergroten”. Deze nota is ontwikkeld via een interactief proces met inwoners, ervaringsdeskundigen, maatschappelijke partners en belangenbehartigers, door in meerdere bijeenkomsten ideeën, wensen, beelden, ambities, visies en ervaringen met elkaar te delen en met elkaar te bespreken. Tijdens deze bijeenkomsten is door vrijwel alle deelnemers de noodzaak van een integrale aanpak van armoede benoemd. We delen deze noodzaak. Het leven in armoede betekent voor inwoners namelijk niet alleen dat men niet of moeilijk financieel kan rondkomen. Het beïnvloedt inwoners negatief in hun sociaal maatschappelijk leven, de ervaren gezondheid en alle andere belangrijke en essentiële onderdelen van het bestaan. Bestrijding van armoede kan in onze visie alleen wanneer dit integraal en op elkaar afgestemd in de uitvoering plaatsvindt. Tijdens de bijeenkomsten hebben de deelnemers met verschillende voorbeelden laten zien waarom het belangrijk is om niet alleen aandacht te besteden aan het oplossen van het financiële probleem. Het is belangrijk om daarnaast ook actief in te zetten op het vergroten van de leefwereld van betrokken inwoners. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat de leef- en belevingswereld van inwoners door het leven in armoede verkleind wordt. Inwoners in armoede zijn vrijwel 24/7 bezig met overleven en de bedreigende vragen die continu in het hoofd rondgaan: haal ik wel het eind van de week? Wat wanneer er morgen weer een aanmaning en/of rekening binnenkomt? Kan ik mijn woning wel behouden? Kom ik op straat te staan? Niemand in mijn omgeving mag van mijn problemen weten en hoe dat ik dat? Hoe kan ik vragen en opmerkingen vermijden? Wat vertel ik mijn familie ne naaste buren voor excuus? Binnen de integrale aanpak van armoede werken we aan het oplossen van de financiële en andere problemen én werken we aan het vergroten van de leefwereld. Het brede draagvlak tijdens de bijeenkomsten en gesprekken heeft geleid tot de subtitel van deze nota: De wereld van inwoners vergroten”. Het is onze visie dat dit één van de uitdagingen is waar we in gemeente Brummen de komende periode samen aan willen werken. “Armoede is door de mens veroorzaakt en kan alleen door de mens worden overwonnen en uitgewist” Nelson Mandela 2.Bestaanszekerheid De afgelopen jaren is de term bestaanszekerheid – de zekerheid dat je over voldoende middelen beschikt om in je levensonderhoud te voorzien – steeds vaker onderwerp van politiek debat en maatschappelijke discussie in Nederland geworden. Aanleiding hiervoor zijn met name de effecten van de energiecrisis met hele hoge energiekosten voor inwoners geweest. Maar ook de continu hoge inflatie waardoor boodschappen en basisvoorzieningen voor inwoners niet meer betaalbaar waren. Vanuit Rijksoverheid zijn er maatregelen getroffen via onder andere de energietoeslag en andere ondersteunende inkomensmaatregelen. De Rijksoverheid heeft een aantal verdere inkomens- en belastingmaatregelen aangekondigd om de bestaanszekerheid van inwoners te verbeteren. In onze visie hebben we een belangrijke rol en verantwoordelijkheid om de bestaanszekerheid van inwoners te vergroten door inwoners actief te wijzen op uitkeringen, maatregelen en voorzieningen waar zij mogelijk recht op hebben. Aanvullend hebben wij in onze visie ook de taak om inwoners proactief goed te ondersteunen bij het aanvragen en beroep doen op maatregelen en voorzieningen. Een ingediend wetsvoorstel “Wet proactieve dienstverlening SZW” zal ons later hierbij helpen. Op basis van deze wetgeving kunnen we straks meer proactieve dienstverlening inzetten. De wetgeving betekent dat we straks mogen onderzoeken wie waarschijnlijk recht heeft op een uitkering of een andere ondersteunende voorziening, maar deze niet gebruikt. We mogen straks contact opnemen met deze inwoners en hen ondersteunen als zij een aanvraag voor een uitkering of voorziening willen doen. Een evaluatieonderzoek in 2022 naar het minimabeleid heeft laten zien dat we ook moeten werken aan betere en andere vormen van communicatie om inwoners te bereiken en goed te informeren. Hier invulling aan geven draagt in onze visie bij aan het versterken van de bestaanszekerheid van onze inwoners. 3.Kaders vanuit de Rijksoverheid Binnen het integrale armoedebeleid zijn we als gemeente gebonden aan wettelijke kaders die door de Rijksoverheid zijn vastgesteld. De door de Rijksoverheid onder andere vastgestelde Participatiewet en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening zijn daar belangrijke voorbeelden van. Van belang voor het integrale armoedebeleid is dat gemeenten geen inkomenspolitiek mogen voeren. De Rijksoverheid stelt zich bijvoorbeeld twee keer per jaar de hoogte van de Participatiewet uitkering vast. Als gemeenten zijn wij niet bevoegd om hiervan af te wijken door bijvoorbeeld inwoners in armoede een hogere uitkering te verstrekken. De Rijksoverheid heeft wetgeving aangekondigd die gaat bijdragen aan het versterken van de bestaanszekerheid van inwoners. De “Participatiewet in Balans” en een wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening zijn hier twee voorbeelden van. Wij vinden het belangrijk om ons op deze wetswijzigingen op tijd en goed voor te bereiden. In onze visie is het belangrijk om in de voorbereiding op de uitvoering van de nieuwe wetgeving de doelgroep en ervaringsdeskundigen en de Maatschappelijke Advies Raad goed en op tijd te betrekken. En bij hen te toetsen of de beoogde uitvoering ook aansluit bij de inwoner. 4.Visie en uitgangspunten integraal armoedebeleid Afhankelijk van de gehanteerde definitie zijn er verschillende cijfers die genoemd worden om armoede in Nederland in een getal uit te drukken. Gemiddeld gaan het Sociaal Cultureel Planbureau, het Centraal Bureau voor de Statistiek en het NIBUD uit van 1 miljoen inwoners. Het Centraal Bureau voor de Statistiek doet ook onderzoek naar het aantal huishoudens dat risico loopt om in armoede terecht te komen. Het landelijk percentage ligt op 3% van de inwoners. Actuele exacte cijfers over inwoners/huishoudens in de gemeente Brummen zijn niet beschikbaar. We hebben wel goed zicht op het aantal inwoners/huishoudens met een laag inkomen zoals bijvoorbeeld de inkomensgrens van 130% voor het minimabeleid. Uitgaande van de beschikbare cijfers over het aantal inwoners met een laag inkomen en landelijke cijfers over inwoners/huishoudens in armoede, weten we dat armoede in de gemeente Brummen een actueel en substantieel probleem is. In onze visie is iedere inwoner die in armoede leeft in de gemeente Brummen er één te veel. INTEGRAAL Eerder in deze nota is beschreven dat armoede niet alleen financiële problemen voor een inwoner betekent. Armoede heeft ook een negatieve impact op het sociaal maatschappelijk leven, de ervaren gezondheid en alle andere belangrijke en essentiële onderdelen van het bestaan. Om deze problemen aan te pakken en te werken aan oplossingen is een integrale aanpak en een integrale uitvoering noodzakelijk. Om tot effectieve integrale uitvoering te komen en deze te borgen is regie noodzakelijk. In onze visie moeten we als gemeente deze regierol vervullen. In samenwerking met maatschappelijke partners, de samenleving, het maatschappelijke middenveld en professionals moeten we als gemeente zorgen dat inwoners een daadwerkelijke integrale aanpak ervaren. En dat we problemen/knelpunten integraal en afgestemd op elkaar aanpakken. Enkele aandachtspunten binnen de integrale aanpak en uitvoering (deze opsomming is niet volledig): GEZONDHEID Armoede heeft een aanzienlijke invloed op de gezondheid van inwoners. Inwoners die in armoede leven, hebben vaker chronische ziekten zoals diabetes en hart- en vaatziekten. Ze hebben ook een grotere kans op overgewicht en andere gezondheidsproblemen. Armoede kan leiden tot chronische stress, depressie, angstklachten en slaapproblemen. Mensen in armoede voelen zich vaak minder gelukkig en hebben een lager zelfvertrouwen. Inwoners met een laag inkomen hebben vaak een ongezondere leefstijl. Ze eten minder gezond, bewegen minder en roken vaker. Kinderen die in armoede opgroeien, hebben vaker lichamelijke en psychische klachten dan hun meer welvarende leeftijdsgenoten. Ze hebben ook vaker hechtingsproblemen met hun ouders en zijn negatiever over hun leven en toekomst. VERDUURZAMING EN ENERGIELASTEN Inwoners met een laag inkomen en inwoners in armoede wonen vaak in een sociale huurwoning. Maatregelen om de woning te verduurzamen zijn gezien het lage inkomen en/of schulden vrijwel niet door hen te betalen. Terwijl verduurzaming niet alleen het woongenot verbetert, maar ook zorgt voor lagere energielasten. Vanuit het Programma Klimaat en Duurzaamheid wordt de aanpak energiearmoede uitgevoerd om inwoners te ondersteunen bij het nemen van verduurzamingsmaatregelen. TAALVAARDIGHEID EN BASISVAARDIGHEDEN Laaggeletterdheid is een groeiend probleem in Nederland en ook in de gemeente Brummen. Recente onderzoeken laten zien dat bij veel inwoners de basisvaardigheden zoals lezen, schrijven en rekenen onvoldoende ontwikkeld en aanwezig zijn. Inwoners met een laag inkomen zijn hierin oververtegenwoordigd. Het is belangrijk om in de bestrijding van armoede specifiek aandacht te besteden aan het verbeteren van de basisvaardigheden en taalvaardigheid, omdat anders het risico op terugval in armoede groot is. ONDERWIJS Het onderwijs heeft een hele belangrijke signalerende rol binnen armoedebestrijding. Het is daarom belangrijk om hierover met het onderwijs en de leerkrachten in de gemeente Brummen in gesprek te zijn en te blijven. Het is ook belangrijk om armoede op school meer bespreekbaar te maken. Onderzoek laat zien dat jonge kinderen soms al op jonge leeftijd met schulden te maken hebben. Daarom zullen we met de scholen werken aan educatie gericht op et voorkomen van schulden en leren met geld om te gaan. DE WERELD VAN DE INWONER VERGROTEN Ook eerder in deze nota is beschreven waarom het belangrijk is om binnen armoedebestrijding de wereld van de inwoner te vergroten. In onze visie kunnen we dit alleen in samenwerking met verschillende maatschappelijke partners, het maatschappelijk middenveld en deskundige professionals doen. Ook hier geldt dat regie hierop voeren belangrijk is. Omdat het werken aan het vergroten van de leefwereld als benadering nieuw is, neemt de gemeente hierin bij aanvang de regie. In een later stadium kijken we samen waar deze het beste kan komen te liggen. LESSEN TREKKEN UIT DE TOESLAGENAFFAIRE De toeslagaffaire dwingt ons ook om hier lessen uit te trekken. Binnen de uitvoering van het armoedebeleid zullen we lokaal het vertrouwen van de inwoner weer moeten terugwinnen. Een deel van de inwoners is immers huiverig geworden om bij de overheid – ook lokaal – een beroep doen op een regeling/voorziening waar men als inwoner recht op heeft. Hierdoor leven inwoners in armoede en dat moeten we voorkomen. We zijn ons er van bewust dat we er met mooie woorden en beleidsvoornemens niet komen. Inwoners zullen pas weer vertrouwen in de lokale overheid wanneer we in ons handelen laten zien dat we het vertrouwen weer waard zijn. Binnen de uitvoering van het armoedebeleid is het in onze visie van cruciaal belang om hier met alle uitvoerenden aan te werken. 5.Uitgangspunten integraal armoedebeleid A. EEN INTEGRALE MULTIDISCIPLINAIRE AANPAK EN UITVOERING Eerder in dit document is beschreven dat armoede niet alleen financiële problemen voor een inwoner betekent. Armoede heeft negatieve impact op het sociaal maatschappelijk leven, de ervaren gezondheid en alle andere belangrijke en essentiële onderdelen van het bestaan. Om deze problemen aan te pakken en te werken aan oplossingen is een integrale aanpak en een integrale uitvoering noodzakelijk. B. DE WERELLD VAN INWONERS VERGROTEN Het is belangrijk om de wereld van onze inwoners die in armoede leven te vergroten. Wij vinden het belangrijk dat ook inwoners in armoede gelijkwaardig aan iedereen in onze samenleving mee kunnen doen. Dat iedereen in onze gemeente zich kan ontplooien en ontwikkelen. C. INZETTEN OP PRECENTIE Voorkomen is beter dan genezen. Dat geldt zeker in de aanpak en bestrijding van armoede. Onderzoek heeft laten zien dat mede vanwege de meervoudige problemen die binnen armoede aan de orde zijn, de maatschappelijke kosten landelijk enorm zijn. In 2021 is berekend dat het om 11 miljard euro gaat. D. IEDEREEN, MET EXTRA AANDACHT VOOR KINDEREN Ons armoedebeleid richt zich op iedereen die in armoede leeft; we maken geen onderscheid tussen bepaalde groepen, zoals alleenstaanden of werkenden met een laag inkomen. Wel richten we ons speciaal op kinderen. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat het opgroeien in armoede in de kinderjaren zonder maatregelen leidt tot een levenslang negatief uitwerkend effect in de ontwikkeling van een kind. Onze visie is dat ieder kind ongeacht zijn/haar afkomst, gezinssituatie en inkomen thuis, het recht heeft om gelijkwaardig te kunnen opgroeien, ontwikkelen, ontplooien en meedoen. E. MINDER ONNODIGE OVERBODIGE BUREAUCRATIE EN UITGAAN VAN VERTROUWEN Eén van de lessen uit de toeslagenaffaire is dat we in Nederland een complex bureaucratisch systeem hebben ingericht op het gebied van inkomensondersteuning en belastingen die inwoners niet kunnen volgen en begrijpen. Door de complex ingerichte procedures en regels is een kleine fout zo gemaakt, met alle gevolgen die we kennen uit de toeslagenaffaire. Als les uit de toeslagenaffaire is het onze visie dat we richting inwoners moeten zorgen dat onnodige overbodige bureaucratie - zoals het meermaals moeten toesturen van inkomensgegevens - niet meer aan de orde is. Zeker wanneer we al over de noodzakelijke gegevens voor de beoordeling van een aanvraag beschikken. Als les uit de toeslagenaffaire gaan we binnen de armoedebestrijding ook uit van vertrouwen in de inwoner. F. MENSELIJKE MAAT, DE “BEDOELING” EN DE DOORBRAAKMETHODE Binnen de uitvoering van de wet- en regelgeving is onze visie dat we binnen de wettelijke kaders de menselijke maat en de bedoeling van de wetgever in de uitvoering centraal stellen. Mede om die reden zijn we in 2024 gestart met de invoering van de doorbraakmethode. De doorbraakmethode biedt, is onze visie, kansen en mogelijkheden om armoede in de gemeente Brummen te bestrijden. Ingaande 2025 is de doorbraakmethode de uniforme werkwijze binnen de uitvoering van Team voor Elkaar en WerkFit Brummen. Daarmee is de doorbraak- methode een belangrijk instrument om armoede te bestrijden. G. BEREIK REGELINGEN & VOORZIENINGEN VERGROTEN Uit het KWIZ-rapport over uitvoering minimabeleid blijkt dat inwoners van de gemeente Brummen en partners onbekend zijn met minima- regelingen en andere inkomensregelingen en voorzieningen. Landelijk onderzoek laat zien dat niet alle inwoners die recht hebben op een Participatiewet uitkering deze ook daadwerkelijk aanvragen en ontvangen. Het is niet eenvoudig om inwoners, die behoren tot de doelgroep maar nog niet in beeld zijn, te bereiken. Actief en helder op B1 taalniveau communiceren over de voorzieningen en regelingen is belangrijk. Maar er is meer nodig om ook deze doelgroep te bereiken. Eerder in deze nota is aangegeven dat nieuwe wetgeving ons straks gaat helpen om proactief inwoners te benaderen die wel recht hebben op voorzieningen en regelingen, maar er nog geen gebruik van maken. We zijn van mening dat onze netwerkpartners, maatschappelijke organisaties en het maatschappelijk middenveld een belangrijke rol kunnen spelen in het vergroten van het bereik. Hier willen we samen met hen op inzetten. Aanvullend hebben we tijdens de verschillende bijeenkomsten van deelnemers geleerd dat we ook andere vormen van communicatie moeten onderzoeken en proberen. H. MEER KEUZEVRIJHEID BNNE HET MINIMABELEID Zowel uit het KWIZ-onderzoek naar de uitvoering van het minimabeleid als tijdens de bijeenkomsten is aangegeven dat er behoefte is aan meer diversiteit en keuzevrijheid in het pakket van onze minimaregelingen. Binnen het sociaal domein vinden we eigen regie van de inwoner belangrijk. Daarom is meer keuzevrijheid voor de inwoner binnen het minimabeleid gewenst. 6.Een integrale aanpak van armoede Het leven in armoede betekent voor inwoners namelijk niet alleen dat men niet/moeilijk financieel kan rondkomen. Het beïnvloedt inwoners negatief in hun sociaal-maatschappelijk leven, de ervaren gezondheid en alle andere belangrijke en essentiële onderdelen van het bestaan. Bestrijding van armoede kan in onze visie alleen wanneer dit integraal en op elkaar afgestemd in de uitvoering plaatsvindt. WE ZETTEN IN OP DE VOLGENDE PIJLERS: 1) Preventie 2) Aandacht voor geldzorgen en problematische schulden 3) Mensgerichte benadering 4) Inkomensregelingen 5) Netwerkontwikkeling en samen verantwoordelijk PIJLER 1) PREVENTIE We zetten actief in op de preventie van armoede. Voorkomen is beter (en goedkoper) dan genezen. Het is belangrijk om vroegtijdig inwoners met dreigende financiële problemen en armoede in beeld te krijgen. Wat doen we al? We zetten nu op verschillende manieren in op preventie: We informeren onze inwoners, bijvoorbeeld met folders en berichten in GemeenteThuis en andere media. In gesprek met de inwoner hebben consulenten van Team voor Elkaar in elk gesprek aandacht voor het onderwerp “hoe gaat het met uw financiën, bent u bekend met regeling X en Y?”. Inwoners kunnen bij de Voorzieningenwijzer van Stichting Welzijn Brummen (hierna SWB) een onafhankelijk advies krijgen over alle regelingen en toeslagen waar zij recht op kunnen hebben en krijgen ondersteuning bij het aanvragen. We ondersteunen inwoners met (taal)achterstanden, bijvoorbeeld via het Taalhuis. We ontzorgen inwoners financieel, bijvoorbeeld via een budgetcoach. Maar We bereiken niet alle inwoners die in armoede leven en die recht hebben op een regeling of voorziening. Als netwerkpartners, maatschappelijk partners en gemeente werken we onvoldoende samen om preventief vroegtijdig dreigende armoede aan te pakken. Ook benutten we onvoldoende het maatschappelijk middenveld. De kennis over landelijke en lokale regelingen is bij netwerkpartners, maatschappelijk partners en het maatschappelijk middenveld onvoldoende om adequaat armoede bij inwoners te voorkomen. Wat willen we bereiken? We willen inwoners op meerdere en verschillende manieren bereiken, zoals via vindplaatsen. Vindplaatsen zijn alle mogelijke plekken waar inwoners komen, zoals dorpshuizen, scholen, huisartsen, apotheek, sport- en culturele verenigingen. We willen financiële problemen van inwoners samen met onze netwerkpartners, maatschappelijke partners en het maatschappelijk middenveld vroegtijdig in beeld krijgen, zodat we snel adequate hulp en ondersteuning kunnen bieden. We willen dat het bespreekbaar zijn van armoede en financiële problemen vergroot wordt en drempels wegnemen voor inwoners om problemen in een veilige omgeving te kunnen bespreken. We willen een volledig en actueel overzicht van lokale, regionale en landelijk toegankelijke initiatieven gericht op armoedebestrijding. Wat gaan we daarvoor doen? We ontwikkelen samen met ervaringsdeskundigen, netwerkpartners en maatschappelijke partners een communicatieaanpak Armoede zodat we met elkaar onze inwoners goed informeren en bereiken. We betrekken hierbij ook de Maatschappelijke Advies Raad (hierna MAR). We hanteren bij deze communicatie eenvoudig en begrijpelijk taalgebruik (B1-niveau). We ontwikkelen samenwerkingsafspraken tussen en met netwerkpartners, maatschappelijke partners en het maatschappelijk middenveld om te zorgen dat we met elkaar eerder en sneller signalen van armoede beter herkennen. We ontwikkelen samen met ervaringsdeskundigen, netwerkpartners, maatschappelijke partners en het maatschappelijk middenveld initiatieven om armoede meer bespreekbaar te maken. We betrekken hierbij ook de MAR voor advies. We ontwikkelen samen met ervaringsdeskundigen, netwerkpartners, maatschappelijke partners en het maatschappelijk middenveld nieuwe preventieve initiatieven, zoals financiële educatie op scholen. We betrekken hierbij ook de MAR voor advies. We ontwikkelen samen met ervaringsdeskundigen, netwerkpartners, maatschappelijke partners en het maatschappelijk middenveld initiatieven waarin we anticiperen op ingrijpende levensgebeurtenissen (ziekte, ontslag, overlijden) die invloed hebben op de financiële situatie van inwoners. We betrekken hierbij ook de MAR voor advies. We ontwikkelen een praktisch overzicht waarin op landelijk, regionaal en lokaal niveau de dienstverlening van maatschappelijke organisaties op het gebied van financiën en schuldhulpverlening inzichtelijk is. PIJLER 2) AANDACHT VOOR GELDZORGEN EN PROBLEMATISCHE SCHULDEN Schulden kunnen onder andere ontstaan wanneer een inwoner lange tijd moet rondkomen van een laag inkomen. Onverwachte en onvoorziene financiële tegenvallers kunnen dan niet meer opgevangen worden waardoor er problematische schulden ontstaan. Schulden kunnen ook ontstaan bij inwoners met een midden of hoog inkomen. Vaak zijn ingrijpende levensgebeurtenissen zoals baanverlies, echtscheiding, ziekte of het overlijden van een partner de reden waardoor schulden ontstaan. Ook ZZP’ers en inwoners met een eigen bedrijf hebben door teruglopend werk, minder omzet of faillissement te maken met problematische schulden. Vanuit de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening hebben we de taak om inwoners schuldhulpverlening te bieden. Sinds 1 januari 2021 kunnen gemeenten eerder mensen helpen die door schulden in de problemen dreigen te komen. Dat is mogelijk door een wijziging in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Bepaalde bedrijven en instanties mogen in het kader van vroegsignalering sinds 1 januari 2021 gemeenten waarschuwen, als zij zien dat hun klanten hun rekeningen niet betalen. Het gaat hierbij om verhuurders van woningen, drinkwaterbedrijven, energieleveranciers en zorgverzekeraars. Ze hebben hiervoor niet eerst toestemming nodig van de klant. De bedrijven en instanties geven een signaal aan gemeenten als hun eigen inspanningen betalingsachterstanden niet oplossen. Door deze vroegtijdig ontvangen signalen kunnen we als gemeente met de inwoner in gesprek om te bespreken of er ondersteuning nodig en gewenst is. De fasen in de schuldhulpverlening in de gemeente Brummen zien er als volgt uit: VROEGSIGNALERING Mensen met betalingsachterstanden actief hulp aanbieden ? AANMELDING EN INTAKE Inwoner vraagt hulp, na intake plan opstellen ? STABILITEIT Schulden in kaart, financiën in balans en schuldenrust ? OPLOSSEN VAN DE SCHULDEN Passende oplossing voor schulden zoeken in overleg met schuldeisers ? NAZORG Klant waar nodig blijven ondersteunen Wat doen we al? We benaderen onze inwoners actief met een ondersteuningsaanbod bij signalen over betalingsachterstanden van verhuurders van woningen, drinkwaterbedrijven, energieleveranciers en zorgverzekeraars (fase vroegsignalering). Inwoners met geldzorgen en financiële problemen worden door het Team voor Elkaar “warm en snel” doorverwezen naar onze specialistische uitvoerende partners. Dit zijn Steunpunt Geld en Administratie (binnen SWB) en Verdergroep (voorheen PLANgroep) (fasen aanmelding, stabilisatie, oplossen van schulden). Het lukt ons steeds beter via afspraken met schuldeisers over betalingsregelingen zwaardere vormen van schuldhulpverlening te voorkomen. Inwoners kunnen begeleid worden via een budgetcoach of budgetbeheer (fase nazorg). We bieden ondersteuning aan ondernemers met geldzorgen, bijvoorbeeld via de organisatie Over Rood (een organisatie met vrijwilligers die ondernemers bijstaan en ondersteunen). Maar Het aantal meldingen dat de gemeente ontvangt van verhuurders van woningen, drinkwaterbedrijven, energieleveranciers en zorgverzekeraars over betalingsachterstanden stijgt. De respons van inwoners op ons hulpaanbod bij betalingsachterstanden is beperkt. Het gemiddelde schuldbedrag bij aanvang van een schuldhulpverleningstraject neemt toe. Wat willen we bereiken? Het aantal inwoners dat gebruik gaat maken van hulpaanbod in de fase van vroegsignalering bedraagt in 2028 meer dan 40% (landelijk is dit nu 35%). De gemiddelde schuld van inwoners bij de start van een gemeentelijke schuldentraject daalt van € 47.845,- in 2023 naar € 45.000,- in 2026 en naar € 40.000,- in
  2. Onze inwoners met schuldhulpverleningsondersteuning beoordelen de geboden mensgerichte dienstverlening in 2028 met een
  3. We willen de uitvoering schuldhulpverlening goed kunnen monitoren. Wat gaan we daarvoor doen? We versterken onze vroegsignalering. We continueren en bestendigen de samenwerking met onze specialistische uitvoerende partners. Dit zijn Steunpunt Geld en Administratie (binnen SWB) en Verdergroep (voorheen PLANgroep). Om herhaling van financiële problemen bij inwoners proberen te voorkomen ontwikkelen we samen met ervaringsdeskundigen, netwerkpartners, maatschappelijke partners en het maatschappelijk middenveld initiatieven om de nazorg te verbeteren. We betrekken hierbij ook de MAR voor advies. We sluiten aan bij de Monitor Vroegsignalering Schulden van Divosa. PIJLER 3) MENSGERICHTE BENADERING EN WERKEN VANUIT DE BEDOELING Twee belangrijke uitgangspunten van ons armoedebeleid zijn: Minder onnodige overbodige bureaucratie en uitgaan van vertrouwen. Menselijke maat, de “bedoeling” en de doorbraak- methode. Eerder is ook in deze nota aangegeven dat we ook lokaal in de gemeente Brummen lessen moeten trekken uit de toeslagenaffaire. Alleen door anders te doen en handelen kunnen we het vertrouwen van inwoners weer terugwinnen. In de bestrijding van armoede is dit cruciaal. Omdat we nu zien dat inwoners afzien van regelingen en voorzieningen. Wat doen we al? We zijn met een testfase gestart met de doorbraak- methode. We zijn met elkaar in de uitvoering in gesprek over de noodzaak om het anders te gaan doen. We verkennen mogelijkheden om onnodige overbodige bureaucratie te verminderen. Maar Om het vertrouwen van inwoners weer terug te winnen is er veel meer nodig. Het vertrouwen terugwinnen vraagt langdurige inzet. Een mensgerichte benadering vraagt om heroverweging en herijking van de uitvoeringsregels en richtlijnen voor de uitvoering. Een mensgerichte benadering vraagt om scholing en training van medewerkers in de uitvoering. Ervaringsdeskundigen worden nu nog minimaal betrokken bij het opstellen van beleid en uitvoeringsregels, terwijl juist ervaringsdeskundigen ons kunnen leren hoe een inwoner het ervaart. Aanvraagformulieren en aanvraagprocedures zijn voor veel inwoners complex en niet goed te begrijpen. Wat willen we bereiken? We willen het vertrouwen van inwoners weer terugwinnen. We willen dat inwoners die recht hebben op een regeling en voorziening geen drempel ervaren om deze aan te vragen. De aanvraagprocedure is voor inwoners goed te begrijpen. Onnodige en overbodige bureaucratie is maximaal verminderd. De uitvoering is geschoold en getraind in het werken vanuit een mensgerichte benadering en het werken vanuit de bedoeling. Ervaringsdeskundigen zijn actief betrokken bij het opstellen van beleid en uitvoeringsregels. De doorbraakmethode is ingaande 2025 de standaard werkwijze. Wat gaan we daarvoor doen? We heroverwegen en herijken in 2025 de uitvoeringsregels en richtlijnen voor de uitvoering. Hierin betrekken we actief ervaringsdeskundigen. We herijken aanvraagprocedures met de opdracht om onnodige en overbodige bureaucratie te verminderen. Uitgangspunt is het werken vanuit vertrouwen. Hierin betrekken we actief ervaringsdeskundigen. We ontwikkelen een scholingsprogramma voor de uitvoering gericht op het werken vanuit een mensgerichte benadering en het werken vanuit de bedoeling. We voeren de doorbraakmethode als standaard werkwijze in binnen het Team voor Elkaar en WerkFit Brummen. We bereiden ons voor op de nieuwe wetgeving “Participatiewet in Balans”. Deze wet heeft tot doel om evenwicht te brengen tussen de drie kern- elementen van de Participatiewet: bestaanszekerheid, participatie en handhaving. Als uitgangspunt om tot dit evenwicht te komen zetten we de mens centraal en gaan we uit van vertrouwen. Ondanks dat de ingangsdatum van de wetgeving nog onduidelijk is, werken we waar dit juridisch mogelijk is, vanuit de bedoeling van deze aangekondigde uitgangspunten van deze nieuwe wetgeving. PIJLER 4) VERBETEREN UITVOERING INKOMENSREGELINGEN EN MINIMAREGELINGEN Alleen de landelijke overheid mag aan inkomenspolitiek doen. Recent heeft de Raad van State dit in een uitspraak nogmaals bevestigd. Als gemeenten hebben wij de taak om door de Rijksoverheid vastgestelde wetgeving inkomensondersteuning goed en zorgvuldig uit te voeren. In onze visie hebben we een belangrijke rol en verantwoordelijkheid om de bestaanszekerheid van inwoners te vergroten en armoede te bestrijden door inwoners actief te wijzen op uitkeringen, maatregelen en voorzieningen waar zij mogelijk recht op hebben. Aanvullend hebben wij in onze visie ook de taak om inwoners proactief goed te ondersteunen bij het aanvragen en wanneer zij een beroep doen op maatregelen en voorzieningen. Onze uitgangspunten zijn hierbij: Minder onnodige overbodige bureaucratie en uitgaan van vertrouwen De mensgerichte benadering We werken vanuit de bedoeling Lokaal hebben we als gemeente de bevoegdheid om minimaregelingen aan te bieden aan inwoners met een laag besteedbaar inkomen. Deze regelingen moeten gericht zijn op kunnen meedoen en participeren in de samenleving. Omdat we geen inkomenspolitiek mogen voeren, is het niet mogelijk om geld beschikbaar te stellen met als doel het inkomen te verhogen. Onderzoek in 2022 naar de uitvoering van onze minima- regelingen laat een aantal opvallende uitkomsten zien: De bekendheid en het gebruik van de minimaregelingen is relatief laag. Het landelijk gebruik van de minimaregeling ligt hoger dan in de gemeente Brummen. Voor inwoners is bij veel regelingen onduidelijk wat regelingen inhouden en voor wie ze bedoeld zijn. De aanvraagprocedure is complex en moeilijk door inwoners te begrijpen. Inwoners ervaren onnodige overbodige bureaucratie. Inwoners ervaren wantrouwen vanwege het verplicht moeten overleggen van bonnen en bewijsstukken. Inwoners ervaren geen keuzevrijheid in de minimaregelingen. Wat doen we al? We voeren de wetgeving inkomensondersteuning uit zoals de Participatiewet, individuele inkomenstoeslag, individuele studietoeslag en bijzondere bijstand. We informeren inwoners over deze inkomensondersteuning. We voeren de aanpak “energiearmoede” uit. Maar Het onderzoek in 2022 naar de uitvoering minima- regelingen laat zien dat er veel verbeteringen in het beleid en de uitvoering minimaregelingen noodzakelijk zijn. Er is geen monitor minimaregelingen en inkomensregelingen. Ervaringsdeskundigen zijn niet betrokken. Wat willen we bereiken? Het gebruik van de minimaregelingen stijgt ten opzichte van 2023 met 20% in
  4. Onze communicatie is gericht op de mensgerichte benadering en sluit aan bij de inwoner en vindt plaats op B1-taalniveau. Onnodige overbodige bureaucratie in de aanvraagprocedure minimaregelingen en inkomensregelingen is maximaal verminderd. De uitvoering minimaregelingen en inkomensregelingen vindt plaats op basis van vertrouwen in de inwoner. Ervaringsdeskundigen denken mee en adviseren over de uitvoering minimaregelingen en inkomens- regelingen inclusief communicatie. Er is een monitor minimaregelingen en inkomensregelingen. Wat gaan we daarvoor doen? Samen met ervaringsdeskundigen ontwikkelen we een plan van aanpak om onze communicatie over de minimaregelingen en de uitvoering van de inkomensregelingen (Participatiewet, individuele inkomenstoeslag, individuele studietoeslag en bijzondere bijstand) te verbeteren. We betrekken hierbij ook de MAR voor advies. Dit plan van aanpak wordt in 2025 in uitvoering gebracht. Met input van en meedenken door ervarings- deskundigen gaan we onnodige overbodige bureaucratie in de aanvraagprocedure minimaregelingen en inkomensregelingen verminderen. We betrekken hierbij ook de MAR voor advies. Met input van en meedenken door ervaringsdeskundigen gaan we de uitvoering minimaregelingen samen met de uitvoering door de gemeente Apeldoorn herijken gericht op werken vanuit het vertrouwen in de inwoner. We betrekken hierbij ook de MAR voor advies. We ontwikkelen een monitor minimaregelingen en inkomensregelingen. PIJLER 5) NETWERKONTWIKKELING EN SAMEN MET ELKAAR VERANTWOORDELIJK ZIJN VOOR DE BESTRIJDING VAN ARMOEDE Het leven in armoede betekent voor inwoners niet alleen dat men niet/moeilijk financieel kan rondkomen. Het beïnvloedt inwoners negatief in hun sociaal maatschappelijk leven, de ervaren gezondheid en alle andere belangrijke en essentiële onderdelen van het bestaan. Bestrijding van armoede kan in onze visie alleen wanneer dit integraal en op elkaar afgestemd in de uitvoering plaatsvindt. In onze visie kunnen we alleen succesvol armoede bestrijden wanneer we als gemeente, maatschappelijke partners, de samenleving, het maatschappelijke middenveld en professionals met elkaar verantwoordelijkheid nemen om dit integraal te doen. Tijdens de interactieve bijeenkomsten in 2024 hebben we ervaren dat het enthousiasme en de wil hiervoor aanwezig is. Wat doen we al? We werken sinds 2024 met pilots gebiedsgericht werken, waarin we samen met inwoners en maatschappelijke organisaties de leefomgeving van onze inwoners verbeteren. Er is afstemming en samenwerking tussen gemeente en maatschappelijke organisaties over de uitvoering minimaregelingen en inkomensregelingen. Er zijn in onze gemeente lokale initiatieven om armoede te bestrijden (zie bijlage 2 voor een overzicht van organisaties). Maar Het maatschappelijk middenveld is nog onvoldoende betrokken. De afstemming en samenwerking met elkaar vindt nog te veel incidenteel en fragmentarisch plaats. Maatschappelijke organisaties en professionals zijn onvoldoende op de hoogte van elkaars aanbod. Ondersteuning, samenwerking en afstemming kan beter. Landelijke en regionale initiatieven die ook voor de gemeente Brummen benut kunnen worden zijn onvoldoende in beeld en worden onvoldoende benut. Wat willen we bereiken? - Een netwerksamenwerking tussen gemeente, maatschappelijke partners, maatschappelijk middenveld en professionals met een structuur waardoor we samen met elkaar integraal in de uitvoering werken aan het bestrijden van armoede. - Er zijn uitvoeringsafspraken vastgelegd die borgen dat we in de uitvoering integraal met elkaar samenwerken. Ervaringsdeskundigen denken mee bij het opstellen van deze uitvoeringsafspraken. - Voor inwoners is duidelijk waar ze met welke ondersteuningsvraag terechtkunnen. - Niet van het kastje naar de muur, maar een warme ondersteuning en begeleiding naar de juiste plek. - Maatschappelijke organisaties en professionals zijn goed geïnformeerd over inkomensregelingen, minimaregelingen, voorzieningen en de uitvoering schuldhulpverlening. - Landelijke en regionale initiatieven die succesvol zijn worden lokaal benut. Wat gaan we daarvoor doen? We richten een structuur in voor een netwerk- samenwerking tussen gemeente, maatschappelijke partners, maatschappelijk middenveld en professionals. Ook lokale inwonerinitiatieven maken onderdeel uit van de netwerksamenwerking. We ontwikkelen uitvoeringsafspraken met input en meedenken van ervaringsdeskundigen om met elkaar in de uitvoering te werken aan het bestrijden van armoede. We betrekken hierbij ook de MAR voor advies. We onderzoeken de mogelijkheid van een armoedepact. We organiseren bijeenkomsten waarbij maatschappelijke organisaties, lokale initiatieven, professionals en inwonerinitiatieven elkaar regelmatig ontmoeten en kennis en ervaringen met elkaar kunnen delen. 7.Bijlagen BIJLAGE1RESULTATEN VAN DE CONFERENTIES OVER ARMOEDE De factsheet hiernaast biedt een samenvatting van de input die deelnemers tijdens de conferenties en bijeenkomsten hebben gegeven. 2024 DEELNEMERS OPBRENGST 3 bijeenkomsten Sportverenigingen, dorpsraden, kerkgenootschappen, welzijnsinstellingen, voedselbank, MAR, huurdersverenigingen, kinderopvang, goede doelen, politieke partijen, inwoners, gebruikers Adviezen voor verbetering van steun aan mensen met een laag inkomen BIJEENKOMST 1 Partners BIJEENKOMST 2 Kinderen & jongeren 44 aanwezigen / 22 organisaties 34 aanwezigen / 18 organisaties Hoe kunnen we mensen met een laag inkomen steunen? Wat kan beter in de samenwerking voor kinderen in armoede?
  5. HULP VOOR KINDEREN
  6. MEER KINDEREN IN ARMOEDE BEREIKEN - Kinderpanel om raad vragen - Training ‘signaleren’ voor professionals - 1 pakket met keuzemogelijkheid - Minder en makkelijkere regels - Promotie via clubs en scholen - Betere website en bereikbaarheid - Ouderbijdrage scholen aanpassen - Contact met scholen en clubs en maatschappelijk veld versterken - Tegoed voor sport, cultuur en meedoen - Infopakket delen op veel plekken - Steun bij aankoop laptop of fiets - Ouders folder geven via scholen - Deelnemen aan (jeugd)fondsen
  7. GEZOND LEVEN
  8. PAKKET VOOR KINDEREN - Gezond eten gratis of voordeliger - 1 pakket aanbieden, in plaats van losse regelingen - Sporten gratis voor kids - Eenvoudig aanvragen pakket: 1 loket - Sportregelingen bekender maken - Meer gratis culturele activiteiten - Hulp bij stoppen roken en drinken - Lunch of ontbijt aanbieden op school - Zorgpolis
  9. DUURZAAM LEVEN
  10. KANSENGELIJKHEID - Ruilbeurs (sport)kleding - Hoger bedrag fashioncheque - (Financiële) hulp verduurzamen woning - Aansluiten bij jeugdeducatiefonds - Gezamenlijk zon op dak - Duidelijk zijn over normbedrag - Subsidie Repair Café - Zwemlessen helemaal betalen - Woningstichting helpt met zonnepanelen en isolatie - Ook steun voor middelbare scholieren
  11. REGELINGEN BETER TOEGANKELIJK MAKEN
  12. SAMENWERKING - 1 Pas voor meedoen EN kortingen - 1 loket om ouders naar te verwijzen - Duidelijke taal gebruiken - 1 boodschap en dezelfde informatie delen - Regelingen delen via scholen, clubs, bibliotheek, social media - Krachten bundelen van organisaties - Brief naar alle inwoners - Gebruik maken van vakmanschap scholen: kind centraal - Geen sancties of terugvorderingen - Maatwerk vanuit behoefte gebruikers BIJEENKOMST 3 Gebruikers 18 aanwezigen Wat heeft u nodig? - Regelingen duidelijker omschrijven - Fietsen en hulp om fietsen te krijgen - Ouderbijdrage voor kind op middelbare school - Meer regelingen voor volwassenen: Dagje uit of weekendje weg - 1 Polis voor gemeentelijke heffingen - Bijdrage zorgverzekering en tandartskosten - Hulp bij mentale gezondheid - Steun en hulp door lotgenoten BIJLAGE2OVERZICHT VAN ORGANISATIES DIE EEN ACTIEVE ROL SPELEN IN DE AANPAK VAN ARMOEDE - Inwoners met een buurtkastje - Cromhoutstichting - Dierenvoedselbank - Maakplaats the Villa - Noodfondsen van de kerken in de gemeente Brummen - Diaconieën - Stichting Kinderkleding Beurs - Stichting Onze DROOM - Stichting Tineke Hut - Stichting Welzijn Brummen - Bibliotheek en Taalhuis - Verdergroep (voorheen PLANgroep) - Voedselbank Zutphen-Brummen BIJLAGE3ENKELE CIJFERS OMVANG DOELGROEP MINIMAREGELINGEN 10,1% van de huishoudens in de gemeente Brummen leeft van een inkomen tot 130% van het sociaal minimum. Landelijk is 14,6%. In grote(re) gemeenten wonen vrijwel altijd meer huishoudens met een laag inkomen dan in een plattelandsgemeente. Hierdoor is het landelijk gemiddelde hoger dan bij een plattelandsgemeente. 1435 inwoners in de gemeente Brummen hebben een inkomen tot 130% van het sociaal minimum. 215 kinderen in de gemeente Brummen groeien op in een gezin met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum. VROEGSIGNALERING SCHULDEN 811 signalen van betalingsachterstanden door verhuurders van woningen, drinkwaterbedrijven, energieleveranciers en zorgverzekeraars. GEMIDDELDE SCHULD BIJ EEN WETTELIJK GEMEENTELIJK SCHULDHULPVERLENGINGSTRAJECT De gemiddelde schuld is € 47.845,-. Landelijk gemiddelde is € 38.370,-. TYPE INKOMEN 130% SOCIAAL MINIMUM 32% heeft een Participatiewet uitkering. Landelijk is dit 40-45% 23% heeft een AOW uitkering met optioneel een klein pensioentje. Landelijk is 20-25%. 45% heeft een overig inkomen met name uit werk. Landelijk is dit 35-40%. Dit besluit is genomen tijdens de openbare raadsvergadering van 19 december
  13. De raad van de gemeente Brummen,De griffier, M.E.A. KnookDe voorzitter G.M. van Rumund

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.