← Nederland

Verordening voor de behandeling van bezwaarschriften gemeente Heusden (Heusden)

Verordening voor de behandeling van bezwaarschriften gemeente Heusden Intitulé De raad van de gemeente Heusden; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 10 februari 2026; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening voor de behandeling van bezwaarschriften gemeente Heusden Paragraaf

  1. Algemene bepalingen Artikel
  2. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. Awb: Algemene wet bestuursrecht; b. bestuursorgaan: gemeentelijk orgaan dat het bestreden besluit heeft genomen: de raad, burgemeester en wethouders en de burgemeester; c. bezwaarmaker: indiener van een bezwaarschrift; d. commissie: adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Awb; e. voorzitter: voorzitter van de commissie. Artikel
  3. Ingediend bezwaarschrift
  4. Het bestuursorgaan registreert het ingediende bezwaarschrift met de datum van ontvangst.
  5. Het bestuursorgaan stuurt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen een week na ontvangst van het bezwaarschrift, een ontvangstbevestiging aan de bezwaarmaker en eventuele andere belanghebbenden. Hierbij geeft het bestuursorgaan een uitleg over het vervolg van de procedure en de duur van de behandeling van het bezwaarschrift. Paragraaf
  6. Informele afhandeling Artikel
  7. Vooronderzoek en informele behandeling
  8. Het bestuursorgaan onderzoekt of het bezwaarschrift informeel kan worden afgehandeld alvorens het verder in behandeling te nemen.
  9. Als het bezwaar in der minne wordt geschikt, legt het bestuursorgaan de gemaakte afspraken schriftelijk vast en neemt het zo nodig een nieuw besluit. Paragraaf
  10. Commissie Artikel
  11. Horen en adviseren door de commissie
  12. Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaarschriften.
  13. De commissie is belast met het horen en adviseren over de heroverweging van bestreden besluiten.
  14. De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die zijn ingediend tegen: a. besluiten betreffende gemeentelijke belastingen of heffingen; b. besluiten betreffende de Wet waardering onroerende zaken; c. rechtspositionele regelingen; d. besluiten op grond van de Gemeenschappelijke Regeling Uitvoeringsorganisatie Baanbrekers. Artikel
  15. Samenstelling van de commissie
  16. De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste 2 leden.
  17. De voorzitter, leden en plaatsvervangende leden worden door burgemeester en wethouders benoemd, geschorst en ontslagen.
  18. Burgemeester en wethouders benoemen een aantal plaatsvervangende leden.
  19. De commissie regelt de vervanging van de voorzitter.
  20. De voorzitter en de leden van de commissie mogen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de gemeente of van een samenwerkingsverband waarin de gemeente participeert. Artikel
  21. Secretaris De secretaris(sen) van de commissie zijn door of namens burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren. De secretaris is in overleg met de voorzitter belast met de dagelijkse werkzaamheden, die uit de taak van de commissie voortvloeien. Artikel
  22. Zittingsduur
  23. De voorzitter, leden en plaatsvervangende leden worden benoemd voor een termijn van 4 jaar. Het is mogelijk herbenoemd te worden.
  24. De voorzitter en de leden kunnen op elk moment ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan burgemeester en wethouders.
  25. De aftredende of ontslagnemende voorzitter of leden blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien. Artikel
  26. Uitoefening bevoegdheden
  27. De voorzitter oefent de volgende bevoegdheden van de hierna genoemde artikelen van de Awb zelfstandig uit: a. verzenden van stukken tijdens de behandeling door de commissie (artikel 6:17); b. ter inzage leggen van het bezwaarschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken, dan wel toezenden daarvan aan een belanghebbende (artikel 7:4, tweede lid); c. al dan niet op verzoek van een belanghebbende afzien van het op de hoogte stellen van het verhandelde tijdens een hoorzitting van een andere belanghebbende, voor zover geheimhouding om gewichtige reden is geboden (artikel 7:6, vierde lid).
  28. De voorzitter kan deze bevoegdheden mandateren aan de secretaris. Artikel 9.Voorbereiding hoorzitting
  29. De voorzitter bepaalt plaats en tijdstip van de hoorzitting waarin de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en het bestuursorgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen.
  30. De voorzitter nodigt de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en het bestuursorgaan ten minste twee weken voor de hoorzitting schriftelijk uit.
  31. Binnen drie werkdagen na de uitnodiging kunnen de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden of het bestuursorgaan onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de hoorzitting te wijzigen.
  32. De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt binnen drie werkdagen na ontvangst van dit verzoek aan de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en het bestuursorgaan meegedeeld.
  33. De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen, genoemd in het tweede tot en met vierde lid.
  34. De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Als daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van burgemeester en wethouders vereist. Artikel
  35. Onpartijdigheid leden De voorzitter en de leden nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift als daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn. Zij laten zich zo nodig vervangen. Artikel 11.Openbaarheid hoorzitting De hoorzitting van de commissie is openbaar. In afwijking van het eerste lid vindt de hoorzitting achter gesloten deuren plaats voor wat betreft de volgende zaken: a. besluiten op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning, b. besluiten op grond van de Jeugdwet.
  36. De deuren kunnen voorts worden gesloten als de voorzitter of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet.
  37. Als de commissie naar aanleiding van het tweede lid beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de hoorzitting verzetten, vindt de hoorzitting plaats achter gesloten deuren.
  38. De voorzitter en leden van de commissie zijn tot geheimhouding verplicht omtrent het in een besloten zitting behandelde en omtrent de inhoud van de overgelegde stukken. Artikel
  39. Verslaglegging Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de wet bestaat uit een digitale geluidsopname van de zitting. De commissie informeert partijen in de uitnodiging voor de hoorzitting dat een geluidsopname wordt gemaakt van de hoorzitting. Indien zij hiertegen bezwaar hebben, dienen zij dat uiterlijk vijf werkdagen voor de hoorzitting kenbaar te maken bij het secretariaat van de commissie. De geluidsopname wordt niet schriftelijk uitgewerkt. De commissie stelt een eventuele geluidsopname digitaal aan belanghebbende(-n) en het verwerend orgaan op verzoek ter beschikking. Indien er sprake is van omstandigheden die daartoe aanleiding geven, kan de commissie toezending weigeren. In dat geval wordt een schriftelijk verslag verstrekt. De secretaris maakt een summier en zakelijk schriftelijk verslag van het besprokene: a. wanneer een belanghebbende of diens gemachtigde hebben aangegeven bezwaar te hebben tegen het maken van een geluidsopname; b. wanneer een belanghebbende of diens gemachtigde daar om verzoekt; c. wanneer een gerechtelijke instantie daarom verzoekt in geval van een (hoger) beroepsprocedure, of d. wanneer het verwerend orgaan dit nodig acht voor zijn besluitvorming. Een schriftelijk verslag van de zitting, bevat in ieder geval: a. namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid; b. zakelijke vermelding van wat over en weer is gezegd en wat verder op de hoorzitting is voorgevallen; c. vermelding als de hoorzitting geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren plaatsvond, of als belanghebbenden of hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord; d. verwijzing naar de op de hoorzitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag kunnen worden gehecht.
  40. Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris. Artikel
  41. Nader onderzoek
  42. De commissie is bevoegd nader onderzoek te doen als zij dit na afloop van de hoorzitting wenselijk acht.
  43. De uit nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en het bestuursorgaan toegezonden.
  44. De bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en het bestuursorgaan kunnen binnen een week na verzending van de nadere informatie schriftelijk reageren en indien gewenst aan de voorzitter vragen om een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist op dit verzoek.
  45. Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening die betrekking hebben op de hoorzitting, zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing. Artikel
  46. Raadkamer en advies
  47. De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het uit te brengen advies.
  48. De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies.
  49. Als bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter.
  50. Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt als die minderheid dat verlangt.
  51. Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift.
  52. Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris ondertekend. Artikel
  53. Uitbrengen advies en verdaging
  54. Het advies wordt met eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen.
  55. Gelijktijdig met het uitbrengen van het advies aan het bestuursorgaan, wordt het advies aan belanghebbenden gezonden.
  56. Als naar het oordeel van de voorzitter de termijn van twaalf weken, genoemd in artikel 7:10, eerste lid, van de Awb, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies en het nemen van een beslissing, verzoekt hij het bestuursorgaan tijdig de beslissing te verdagen.
  57. Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en belanghebbenden een afschrift. Artikel
  58. Vergoedingen voor de voorzitter en de leden De leden ontvangen per bijgewoonde vergadering van de commissie een vergoeding van 214% van het bedrag, vermeld in artikel 3.4.1 lid 1 van Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. De voorzitter, of het lid dat het (plaatsvervangend) voorzitterschap in een vergadering van de commissie vervult, ontvangt per bijgewoonde vergadering een vergoeding van 240% van het bedrag, vermeld in artikel 3.4.1 lid 1 van Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. De (plaatsvervangend) voorzitter en de leden ontvangen voor het bijwonen van een vergadering van de commissie een vergoeding van € 0,37 per kilometer voor de in redelijkheid gemaakte reiskosten op basis van de kortste route van het vertrek- of woonadres naar de vergaderplaats van de commissie. Artikel
  59. Jaarverslag De commissie brengt jaarlijks vóór 1 juli aan de bestuursorganen verslag uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar. Paragraaf 4Slotbepalingen Artikel
  60. Intrekking oude regeling De Verordening commissie bezwaarschriften 2011 wordt ingetrokken. Artikel
  61. Inwerkingtreding en citeertitel
  62. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
  63. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening voor de behandeling van bezwaarschriften gemeente Heusden. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 26 mei
  64. De griffier, mr. H.J.M. Timmermans De voorzitter, drs. W. van Hees Toelichting Algemeen Deze verordening geeft een kader voor de behandeling van bezwaarschriften. De verordening bevat bepalingen over de informele aanpak en het horen door een commissie. Het uitgangspunt is formele behandeling van bezwaren waar het moet en informele behandeling waar het kan. Artikelsgewijs Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht. Artikel
  65. Definities Bestuursorgaan is gedefinieerd in artikel 1:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Onder bestuursorgaan wordt hier verstaan een orgaan van de gemeente dat een besluit heeft genomen waartegen bezwaar wordt gemaakt. De raad, burgemeester en wethouders, de burgemeester en de leerplichtambtenaar zijn gemeentelijke bestuursorganen die besluiten kunnen nemen waartegen bezwaar kan worden ingediend (zie artikel 7:1 in samenhang met artikel 8:1 van de Awb). Deze verordening geldt dus voor al deze gemeentelijke bestuursorganen. Artikel
  66. Ingediend bezwaarschrift Eerste lid De registratie van het bezwaarschrift met datum van ontvangst is van belang. Artikel 6:14 van de Awb bepaalt dat de ontvangst schriftelijk dient te worden bevestigd. De Awb bepaalt dat de termijn voor het indienen van een bezwaar-of beroepschrift zes weken bedraagt. Deze termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop het (bestreden) besluit op voorgeschreven wijze bekend is gemaakt (zie de artikelen 6.7 en 6.8, eerste lid, van de Awb). Tweede lid Er wordt aan bezwaarmaker en eventuele andere belanghebbenden inzicht in en uitleg over de vervolgprocedure worden gegeven. Artikel
  67. Vooronderzoek en informele behandeling Eerste en tweede lid Het bestuursorgaan onderzoekt of het bezwaarschrift informeel kan worden afgehandeld alvorens het verder in behandeling te nemen. Er zal vaak nadere informatie moeten worden ingewonnen over de reden waarom bezwaar is gemaakt. Hierbij kan afhankelijk van het concrete geval ambtelijk contact worden opgenomen met bezwaarmaker om de mogelijkheid van een minnelijke oplossing van het bezwaar te verkennen. Het is van belang dat dit contact kort na binnenkomst van het bezwaarschrift wordt gelegd. Als een oplossing kan worden gevonden voor het probleem dat aanleiding was voor het bezwaarschrift dan hoeft het bezwaarschrift niet verder in behandeling te worden genomen en kan het informeel worden afgedaan. Indien er eventuele andere belanghebbenden zijn, dan wordt ook met hen in contact getreden als dit gewenst is voor de informele afhandeling. Op welke wijze contact wordt opgenomen wordt niet in de Awb geregeld. Dit is aan het bestuursorgaan zelf. De keuze die gemaakt wordt kan afhangen van de inschatting wat het beste in het concrete geval zal zijn. Het leggen van contact is ook van belang als (de verwachting is dat) het bezwaar kennelijk ongegrond of kennelijk niet ontvankelijk wordt verklaard. De helderheid over de afhandeling van deze bezwaren kan bijdragen aan het begrip voor de beslissing op het bezwaar. Hiernaast kan het contact met de indiener van het kennelijk niet ontvankelijke of kennelijk ongegronde bezwaar leiden tot ambtshalve herziening van het besluit. Dit kan (uiteraard) ook uit de informele afhandeling van ontvankelijke bezwaren voorvloeien. Tweede lid Als tijdens het informele contact blijkt dat een nieuw besluit wenselijk is, dan worden hierbij de belangen van derde belanghebbenden in acht genomen. Beslistermijnen Het bestuursorgaan moet op het bezwaarschrift beslissen binnen zes weken na het einde van de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift (artikel 7:10, eerste lid, van de Awb). Als een commissie als bedoeld in artikel 7:13 Awb is ingesteld, is de beslistermijn twaalf weken. De beslistermijn kan worden verdaagd (=uitgesteld) als de termijn voor de behandeling van het bezwaar niet kan worden gehaald. Ook als wordt gestart met een informele behandeling van een bezwaar kan de beslistermijn worden verdaagd. De beslistermijn kan maximaal zes weken worden verdaagd, maar verdere verdaging van de beslistermijn is mogelijk als alle belanghebbenden daarmee hebben ingestemd of als (enkel) de bezwaarmaker hiermee heeft ingestemd en de belangen van (overige) belanghebbenden niet worden geschaad. De beslistermijn kan ook worden verdaagd als de naleving van een wettelijk procedurevoorschrift dit vergt (artikel 7:10, derde en vierde lid, van de Awb). Het verdagingsbesluit moet aan de belanghebbenden worden bekendgemaakt, maar het is niet mogelijk om hiertegen een bezwaar- of beroepschrift in te dienen. Zie ook de artikelen 3:40 en 6:3 van de Awb. Artikel
  68. Horen en adviseren door de commissie Belanghebbenden (de bezwaarmaker en eventuele andere belanghebbenden) moeten worden gehoord voordat op het bezwaar wordt beslist (artikel 7:2, eerste lid, van de Awb). Slechts in een beperkt aantal gevallen kan van het horen worden afgezien. Deze staan in artikel 7:3 van de Awb weergegeven en zien op kennelijk niet ontvankelijkheid en kennelijk ongegrondheid, geen of kennelijk geen interesse in het horen door de belanghebbende(n). Ook als aan het bezwaar volledig tegemoet wordt gekomen zonder belangen van derden te beschadigen kan van het horen worden afgezien. Het horen en adviseren door een commissie wordt in artikel 7:13 van de Awb geregeld. De commissie moet aan bepaalde (cumulatieve) vereisten voldoen. Deze zien op de samenstelling, mededeling dat de commissie zal adviseren aan bezwaarmaker, wijze van horen, uitnodiging bestuursorgaan en uitbrengen van het advies. Derde lid Hier zijn specifieke bezwaarschriften uitgezonderd van horen en adviseren door de commissie. Artikel
  69. Samenstelling van de commissie Raadsleden en burgemeester en wethouders mogen geen lid zijn van de commissie. Zie artikel 84, tweede lid, in samenhang met artikel 83, tweede lid, van de Gemeentewet. Eerste lid De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee leden (artikel 7:13, eerste lid, onder a, van de Awb). De voorzitter maakt geen deel uit en is niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan (artikel 7:13, eerste lid, onder b, van de Awb). Het aantal leden dat naast de voorzitter deel uitmaakt van de commissie moet tenminste twee zijn, maar dit kunnen er ook meer zijn. De Awb laat het aan het bestuursorgaan zelf of de leden deel uitmaken van en werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan of dat een of meerdere leden uit externen bestaan. Tweede lid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de voorzitter, leden en plaatsvervangende leden te benoemen, te schorsen en te ontslaan. Het college mag niet te lichtvaardig met de ontslagbevoegdheid omspringen omdat anders de schijn zou kunnen ontstaan dat een commissie(lid) aan de kant wordt geschoven vanwege een voor het bestuursorgaan onwelgevallig standpunt. Als een lid niet naar behoren functioneert, is het in eerste instantie de commissie die hierop actie zal moeten ondernemen. De voorzitter zal hierbij een belangrijke rol spelen. Als er sprake is van een vertrouwensbreuk dan is ontslag en/of schorsing (door burgemeester en wethouders) mogelijk. Derde lid Als de voorzitter verhinderd is, dan kan de commissie zelf beslissen wie hem als voorzitter vervangt. Artikel
  70. Secretaris Hoewel in de Awb nergens over een secretaris wordt gesproken, is het gebruikelijk dat een commissie beschikt over een secretaris (en plaatsvervangers) ter ondersteuning van de werkzaamheden. Er kan uiteraard ook voor worden gekozen om meerdere secretarissen aan te wijzen. Dit kan bijvoorbeeld wenselijk zijn als de commissie uit meerdere kamers bestaat. Artikel
  71. Zittingsduur Derde lid Het is voor van de continuïteit van het horen en adviseren wenselijk om aan te blijven als lid of voorzitter totdat in de opvolging is voorzien. Artikel
  72. Uitoefening bevoegdheden Eerste lid Dit lid regelt bevoegdheden die zelfstandig door de voorzitter kunnen worden uitgeoefend. Tweede lid De bevoegdheden, genoemd in het eerste lid, kan de voorzitter mandateren aan de secretaris. Mandateren betekent het in naam van de mandaatgever (de voorzitter) uitoefenen van de bevoegdheden. De voorzitter is verantwoordelijk voor de in mandaat verrichte handelingen van de secretaris en blijft ook bevoegd om deze bevoegdheden zelf uit te oefenen. Artikel
  73. Onpartijdigheid leden Hoewel artikel 2:4 van de Awb een gebod van onpartijdigheid bevat voor bestuursorganen is in dit artikel nog uitdrukkelijk bepaald dat dit (ook) voor de commissie geldt. Dit biedt bijvoorbeeld duidelijkheid als de onafhankelijke voorzitter of een extern lid inhoudelijk niet onbevangen kan adviseren. Artikel
  74. Openbaarheid hoorzitting Eerste lid Hier is vastgelegd dat het uitgangspunt is dat de hoorzitting openbaar is. Niet is vereist dat de gehele commissie hoort. De commissie kan het horen opdragen aan de voorzitter of een lid dat geen deel uitmaakt en niet werkzaam is onder de verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan. Zie artikel 7:13, derde lid, van de Awb. Tweede en derde lid Hier wordt geregeld dat als de voorzitter of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of als een belanghebbende daartoe een verzoek doet, de hoorzitting (in aanvulling op het tweede lid) mogelijk achter gesloten deuren zal kunnen plaatsvinden. De Awb bepaalt dat de (gehele) commissie over de openbaarheid van de hoorzitting beslist, en hiermee samenhangend ook de geheimhouding van stukken (zie de artikelen 7:13, vierde lid, in samenhang met 7:4, zesde lid, en 7:5, tweede lid, van de Awb). Dit uitdrukkelijke voorschrift maakt het niet mogelijk dat deze bevoegdheid door (enkel) de voorzitter (of een ander lid) van de commissie wordt uitgeoefend (Kamerstukken 21 221, nr. 3, p. 155). Artikel
  75. Verslaglegging Artikel 7:7 van de Awb vereist dat van het horen een verslag wordt gemaakt. De vorm en de inhoudelijke vereisten van het verslag worden niet door de Awb geregeld. Dit staat er niet aan in de weg dat in de verordening een vaste procedure wordt opgenomen. Noodzakelijk is in ieder geval dat uit het verslag duidelijk moeten blijken wie namens welke partij aanwezig was en wat door hen naar voren is gebracht. Artikel 7:13, zesde lid, van de Awb bepaalt dat het schriftelijke advies van de commissie het verslag van het horen bevat. Hieruit volgt dat het verslag uiterlijk bij het uitbrengen van het advies moet zijn opgesteld. Niet is vereist dat het verslag schriftelijk is opgesteld. De Awb bepaalt ook niet dat het verslag aan de betrokkenen moet worden toegezonden. Artikel
  76. Nader onderzoek Eerste lid Na de hoorzitting kan de commissie constateren dat nader onderzoek nodig is alvorens een advies te kunnen opstellen. In het eerste lid is niet voorgeschreven hoe dit onderzoek moet plaatsvinden, het is aan commissie zelf hoe dit onderzoek vorm te geven. Een nader onderzoek kan feiten of omstandigheden aan het licht brengen die op het moment van de zitting nog niet bekend waren. Dit kan aanleiding zijn om de belanghebbenden en het bestuursorgaan opnieuw te horen. Derde lid Deze bepaling voorziet naast de mogelijkheid om binnen nader te stellen termijn een schriftelijke reactie te geven, in de mogelijkheid de commissie te verzoeken daartoe een nieuwe zitting te houden. In artikel 7:9 van de Awb is bepaald dat als het feiten of omstandigheden betreft die voor de beslissing op bezwaar van aanmerkelijk belang kunnen zijn, dit aan belanghebbenden wordt meegedeeld en dat zij opnieuw in de gelegenheid worden gesteld te worden gehoord (rechtsbeginsel van hoor en wederhoor). Artikel
  77. Raadkamer en advies Omdat het van belang is dat de commissie in alle vrijheid kan beraadslagen en beslissen, is in het eerste lid bepaald dat dit achter gesloten deuren zal plaatsvinden. De advisering (en vaak logischerwijs ook de beraadslaging) moet plaatsvinden door een commissie die voldoet aan de eisen van artikel 7:13, eerste lid, onder a, van de Awb. Zie hieromtrent ook nader de toelichting bij artikel
  78. Voor de advisering hanteert de Awb striktere voorwaarden dan bij het horen, waarbij het is niet vereist dat de gehele commissie hoort. Zie ook de toelichting bij artikel
  79. Hoe het advies tot stand komt, wordt verder niet in de Awb voorgeschreven. In het vijfde lid is omwille van zorgvuldigheid bepaald dat het advies is gemotiveerd en een voorstel voor de te nemen beslissing bevat. Artikel
  80. Uitbrengen advies en verdaging Derde en vierde lid De termijn waarop op het bezwaarschrift moet zijn beslist, bedraagt twaalf weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken (artikel 7:10 van de Awb). Zie ook de toelichting bij artikel 3 onder “beslistermijnen”. Het derde lid van artikel 15 schrijft voor dat de voorzitter tijdig het bestuursorgaan verzoekt de beslissing op het bezwaar te verdagen, als hij voorziet dat de termijn van twaalf weken niet wordt gehaald. Het besluit moet aan zowel de commissie als belanghebbenden worden bekendgemaakt. Artikel 16 Vergoedingen voor de voorzitter en de leden De vergoeding voor leden van een bezwaarschriftencommissie vindt zijn grondslag in artikel 3.4.
  81. van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. De raad kan bij verordening bepalen dat de vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie naar boven afwijkt van deze vergoeding. Artikel
  82. Jaarverslag De commissie dient jaarlijks verslag uit te brengen over haar werkzaamheden aan de betrokken bestuursorganen. De invulling van dit verslag is aan de commissie gelaten. Voor de hand ligt dat wordt aangegeven hoeveel bezwaren zijn ingediend, wat de werkvoorraad was bij aanvang van het kalenderjaar, hoeveel adviezen zijn uitgebracht, wat de adviezen inhielden (niet-ontvankelijk, (deels) gegrond, enz.), of het bestuursorgaan al dan niet overeenkomstig het advies heeft besloten, in welke gevallen beroep is ingediend en wat de uitkomst van dit beroep is. In geval een klacht is ingediend tegen de commissie wordt dit in het jaarverslag vermeld. Het jaarverslag is ook een instrument voor de commissie om aan de bestuursorganen adviezen te geven over de verbeterpunten op het gebied van juridische kwaliteit.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.