Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders Gemeente Bergeijk Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergeijk, gelet op de artikelen 44 en 66 van de Gemeentewet en de artikelen 3.2.10, 3.3.2, 3.3.3, tweede lid en 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.8 van de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers; besluit vast te stellen de: Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders Gemeente Bergeijk Hoofdstuk I Voorzieningen voor burgemeester en wethouders Artikel 1 Reiskosten woon-werkverkeer De burgemeester of de wethouder heeft recht op een vergoeding van de kosten voor woon-werkverkeer, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.2.9 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.6 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers. Er bestaat maximaal twee keer per dag recht op een enkele reisvergoeding woon-werkverkeer. De reiskosten als bedoeld in het eerste lid worden alleen vergoed als deze gedeclareerd worden overeenkomstig de bepalingen in deze verordening. Artikel2 Zakelijke reiskosten De burgemeester of de wethouder heeft recht op een vergoeding voor reis- en verblijfkosten voor reizen gemaakt voor de uitoefening van het ambt, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.2.9 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.6 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers. De reiskosten als bedoeld in het eerste lid worden alleen vergoed als deze gedeclareerd worden overeenkomstig de bepalingen in deze verordening. Artikel3 Dienstauto De burgemeester of de wethouder kan voor woon-werkverkeer en voor reizen ten behoeve van nevenfuncties geen gebruik maken van een dienstauto met of zonder chauffeur. De burgemeester of de wethouder kan voor reizen ten behoeve van de gemeente geen gebruik maken van een dienstauto met of zonder chauffeur. Onder dienstauto wordt voor de toepassing van dit artikel mede verstaan een door de gemeente ingehuurde auto. Artikel4 Buitenlandse dienstreis Als de burgemeester of de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten Nederland maken worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reis- en verblijfkosten vergoed. Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming van het college vereist. De gemeenteraad kan aan deze toestemming voorwaarden verbinden. Artikel5 Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing De burgemeester of de wethouder die een vergoeding wil ontvangen in verband met de deelname aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing voor de uitvoering van zijn functie (zoals bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers), dient vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de gemeentesecretaris. Bij deze aanvraag worden documenten (papier of digitaal) met de benodigde inhoudelijke informatie meegestuurd. Ook wordt een kostenspecificatie meegestuurd waaruit blijkt dat de prijs-kwaliteitverhouding van de desbetreffende scholing redelijk is, en dat de kosten ervan niet al op een andere basis kunnen worden betaald. De aanvraag wordt uitgevoerd nadat het is getoetst aan de kaders van deze regeling, het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers. De toetsing vindt plaats door de gemeentesecretaris in overleg met de burgemeester of loco-burgemeester (indien het een aanvraag van de burgemeester betreft) en wordt ter besluitvorming aan het college voorgelegd. Artikel6 Informatie- en communicatievoorzieningen De burgemeester of de wethouder tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld als bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. De burgemeester of de wethouder levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente. Overname van de informatie- en communicatievoorzieningen na schoning is mogelijk tegen vergoeding van de resterende waarde van de voorzieningen in het economisch verkeer. Artikel7 Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze regeling, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964. Hoofdstuk II De procedure van declaratie Artikel8 Betaling en declaratie van onkosten Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van onkosten die op grond van deze regeling voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door: betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur; betaling vooruit uit eigen middelen; of betaling ten laste van de gemeentelijke pinpas. Een verzoek om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. Het vereiste om bewijsstukken over te leggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft. Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen 3 maanden na factuurdatum of betaling door de burgemeester of wethouder ingediend bij de gemeentesecretaris. Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan burgemeester of wethouder binnen 2 maanden na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt Hoofdstuk III Citeertitel en inwerkingtreding Artikel 9 Citeertitel en inwerkingtreding Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders Gemeente Bergeijk. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie van het Gemeenteblad waarin deze regeling wordt geplaatst. Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze regeling wordt het besluit “Verordening rechtspositie Burgemeester en Wethouders gemeente Bergeijk 2019”, zoals vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders ingetrokken. Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergeijk, 26 mei 2026, Namens deze,A.J.M.EwaldsGemeentesecretarisW.J.G. Delissen-vsn TongerloBurgemeester (wnd.)Wijzigingen ten opzichte van de verordening rechtspositie Burgemeester en Wethouders gemeente Bergeijk 2019: Wettelijke regelingen In de wet en nadere regelgeving zijn alle van belang zijnde onderwerpen geregeld betreffende de rechtspositie van gemeentelijke politieke ambtsdragers. In de Gemeentewet is aangegeven dat de nadere invulling van de rechtspositie van burgemeesters en wethouders alsmede de financiële voorzieningen moet worden geregeld bij of krachtens de wet (AMvB en ministeriële regeling). Deze nader regeling is vastgelegd in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. In de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers zijn de (onkosten)vergoedingen nader uitgewerkt. In deze regeling zijn alleen bepalingen opgenomen inzake de rechtspositie van burgemeester en wethouders zover die niet dwingend geregeld zijn in hogere wet- en regelgeving. De grondslag hiervoor is te vinden in de Gemeentewet en het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers. De volgende artikelen zijn gewijzigd: HoofdstukI Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen Hoofdstuk in zijn geheel vervallen. Betreft enkel begripsbepalingen die reeds voor zichzelf spreken. HoofdstukII Voorzieningen voor burgemeester en wethouders Gewijzigd naar Hoofdstuk I Artikel 2 Reiskosten woon-werkverkeer Gewijzigd naar Artikel 1 Reiskosten woon-werkverkeer Lid 1: verwijzing naar het Rechtspositiebesluit in de eerdere regeling was niet juist en niet compleet. Lid 4: vervallen, deze wordt al in de Regeling rechtspositie genoemd. Artikel 3 Zakelijke reiskosten Gewijzigd naar Artikel 2 Zakelijke reiskosten Lid 1: verwijzing naar het Rechtspositiebesluit in de eerdere regeling was niet juist en niet compleet. Lid 3: vervallen, deze wordt al in de Regeling rechtspositie genoemd. Artikel 6 Scholing Gewijzigd naar Artikel 5 Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing Lid 1 en lid 2: tekstueel aangepast ter verduidelijking en een toelichting toegevoegd waaraan de kostenspecificatie moet voldoen. Lid 3: Vervallen, er is geen aparte regeling met betrekking tot de maximale vergoeding. Nieuw lid 3 toegevoegd ter verduidelijking. Artikel 7 Informatie- en communicatievoorzieningen Gewijzigd naar Artikel 6 Informatie- en communicatievoorzieningen Lid 2: toegevoegd: Overname van de informatie- en communicatievoorzieningen na schoning is mogelijk tegen vergoeding van de resterende waarde van de voorzieningen in het economisch verkeer. Artikel 8 Reis- en pensionkosten en verhuiskosten bij benoeming Vervallen. Betreft enkel een verwijzing naar de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers en kent geen lokale toevoegingen of nadere uitleg. Artikel 9 Werkkostenregeling Gewijzigd naar Artikel 7 Aanwijzing als eindhefingsbestanddeel Artikel in zijn geheel gewijzigd naar de modeltekst van VNG. Hoofdstuk IIIDe procedure van declaratie Gewijzigd naar Hoofdstuk II Artikel 10 Betaling vaste vergoedingen Vervallen. Betreft enkel een verwijzing naar de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers en kent geen lokale toevoegingen of nadere uitleg. Artikel 11 Betaling en declaratie van onkosten Gewijzigd naar Artikel 8 Betaling en declaratie van onkosten Het artikel is in zijn geheel gewijzigd naar de modeltekst van VNG. Het artikel is hierdoor compacter en duidelijker. Overbodige toevoegingen en dubbele zinnen zijn verwijderd. Inhoudelijk is daarmee niets gewijzigd op de toevoeging van een termijn waarbinnen de declaraties dienen te worden ingediend na. HoofdstukIV Overgangsbepalingen Artikel 12 Brutering vergoedingen Hoofdstuk en artikel in zijn geheel vervallen. Artikel is niet meer relevant omdat artikel 39c van de Wet op de Loonbelasting 1964 is ingetrokken. HoofdstukV Citeertitel en inwerkingtreding Gewijzigd naar Hoofdstuk III Artikelen 13, 14 en 15 samengevoegd en gewijzigd in Artikel 9 Citeertitel en inwerkingtreding
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.