VERORDENING MARKTGELDEN 2011DE RAAD VAN DE GEMEENTE GRONINGEN; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 9 november 2010, (GR 10.2464057); gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; HEEFT BESLOTEN: de Verordening op de heffing en invordering van marktgeld 2011 vast te stellen. Begripsomschrijvingen Artikel1 In deze verordening wordt verstaan onder: Standplaats : de ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel; dagplaats : de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste standplaats is toegewezen dan wel ingenomen; vaste standplaats : de standplaats die voor onbepaalde tijd aan de vergunninghouder beschikbaar is gesteld; seizoensplaats : de standplaats die voor een bepaalde termijn jaarlijks aan de vergunning beschikbaar is gesteld; standwerken : de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen tot de aankoop van een artikel; standwerkersplaats : de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken; marktterrein : de openbare ruimte die bij of krachtens artikel 2 van het marktreglement is aangewezen voor het houden van een warenmarkt. Belastbaar feit Artikel2 Onder de naam “marktgeld” worden op grond van deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel rechten geheven voor het innemen van een standplaats en voor het door of vanwege de gemeente verstrekken van diensten ten gunste van een standplaats. Belastingplicht Artikel3 Het marktgeld wordt geheven van degene die een standplaats toegewezen heeft gekregen. Maatstaf van heffing en belastingtarief Artikel4 Het recht wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Belastingtijdvak Artikel5 Voor dagplaatsen en standwerkersplaatsen is het belastingtijdvak gelijk aan een marktdag. Voor vaste standplaatsen en seizoensplaatsen is het belastingtijdvak gelijk aan een kalendermaand. Wijze van heffing Artikel6 1.Het marktgeld voor een vaste standplaats en seizoensplaats wordt geheven bij wege van aanslag. 2.Het marktgeld voor een dagplaats en een standwerkersplaats wordt geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Termijnen van betaling Artikel7 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet het marktgeld dat: bij wege van aanslag wordt geheven binnen één maand na dagtekening van het aanslagbiljet worden betaald; door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving wordt geheven op het moment van uitreiking worden betaald. 2.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Kwijtschelding Artikel8 Bij de invordering van marktgeld wordt geen kwijtschelding verleend. Nadere regels Artikel9 Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de heffing en de invordering van het marktgeld. Inwerkingtreding en citeertitel Artikel10 1.De Verordening marktgelden 2010 vastgesteld bij raadsbesluit van 17 februari 2010, nr. 6e wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking. 3.De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2011. 4.Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening marktgelden 2011”. Gedaan te Groningen in de openbare raadsvergadering van 15 december 2010.De griffier, mr. L.A.M. Aarden.De voorzitter, dr. J.P. (Peter) Rehwinkel.Bijlage Tarieventabel Marktgelden 2011
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.